Vrijheid met buikpijn

‘Opa zit aan mij.
Als ik dat vertel, maakt hij mij dood.’

 

Het is niet zo dat de mannen en vrouwen die terechtstaan in zittingszaal 14 steeds dezelfde mannen en vrouwen zijn.
Er passeert wel eens een recidivist, maar de grootste groep bestaat uit verdachten die voor het eerst terechtstaan.
En voor een flink deel daarvan geldt dat het ook direct de laatste keer is, want anders klopt de eerste zin niet.

Wat ook waar is, is dat wie wordt verdacht van een strafbaar feit, veel te verliezen heeft.
Ook als de verdenking eenmalig is en ook als de beschuldigingen niet terecht zijn.
Eind vorig jaar werd een man, een voorganger uit Appingedam, vrijgesproken van een paar kuub narigheid.
Hij zat zeven maanden gelaten in de gevangenis.
De verdenking was terecht, maar de rechtbank vond het aangeleverde bewijs uiteindelijk te dun om te kunnen overtuigen.
Vrijspraak.

Drie weken geleden werd Gerrit – de vermeende overvaller van een filiaal van de Albert Heijn in Groningen  – in vrijheid gesteld.
Stevige verdenkingen, maar de rechtbank was niet zonder twijfel.
Nu is Gerrit wel een recidivist, want hij had er opgeteld al vijftien jaren gevangenisstraf opzitten in verband met bankovervallen die hij wel had gepleegd.
Neemt niet weg dat deze Gerrit bijna een jaar boos in voorarrest heeft gezeten waarvan achteraf moet worden vastgesteld dat dat ten onrechte is geweest.

In de Verenigde Staten zitten mannen soms dertig jaar onschuldig in de gevangenis.
Dat staat dan bij ons in de krant.
De kans dat Gerrit op zijn beurt de voorpagina’s haalt van Amerikaanse kranten is niet zo groot. Vrijgesproken onschuldigen presenteren hier doorgaans de rekening van de belemmerde vrijheid aan de overheid.
Dat kost ons zo’n 150 euro per dag, opgeteld tientallen miljoenen per jaar.

Voor Aaldrik (66) ziet het er anders uit.
Of hij wordt veroordeeld of niet, hij is sowieso alles kwijt.
Sterker nog: hij is meer kwijt dan hij ooit had.
Hij zit inmiddels tien maanden als een onschuldige verdachte in de gevangenis en volgens het Openbaar Ministerie is dat meer dan terecht.
De officier van justitie wil dat Aaldrik als een schuldige veroordeelde uiteindelijk drie jaren achter de tralies doorbrengt.
Met die tien maanden is hij dus al aardig op weg.
De advocaat wil dat Aaldrik in vrijheid wordt gesteld, onmiddellijk of anders komende week wanneer de rechtbank uitspraak doet.

Aaldrik snuift en briest.
Hij vindt het Nederlandse rechtssysteem erger dan het systeem dat ze er in Rusland op nahouden.
Hij vindt ook dat als je dingen hebt gedaan, je een kerel moet wezen, dan krijg je je veroordeling en dan is het klaar.
Punt.
Maar dat hij voor Piet Snot in de gevangenis zit maakt hem heel boos.’

De rechters zeggen tegen hem dat hij goed moet opletten en dat hij geen antwoord hoeft te geven op vragen die aan hem worden gesteld.
Rechters zeggen dat zo.
Aaldrik reageert en zet de toon.
Hij zegt ervan uit te gaan dat de rechters hun gezond verstand even zullen gebruiken.
‘We gaan het dus kort houden.’
De zitting duurt vervolgens bijna zeven uur.

De verdenking luidt dat hij ontucht heeft gepleegd met zijn kleindochter en met haar vriendinnetje.
Dat zou zijn gebeurd tussen 2005 en 2010 als oma de boodschappen deed of al sliep en het gebeurde op bed en in bad.
Maar ook op de toiletten van de Zeehondencrèche in Pieterburen.
De meisjes – toen tussen de 4 en 9 jaar oud – moesten dingen doen die meisjes niet doen.
De moeder van een van de meisjes had een bang briefje gevonden.
‘Opa zit aan mij. Als ik dat vertel, maakt hij mij dood.’
Op zijn laptop is kinderporno aangetroffen.
Ook dat nog.

Aaldrik bast tegen de rechters met dwingende stem: ‘Het is per-ti-nent niet waar. Ik heb die meisjes met geen vinger aangeraakt. En die toiletten op de Zeehondencrèche, ik zou niet weten hoe die eruitzien.’
Over de strafeis: ‘Er moet hier gerechtigheid komen. Geen onzin.’
Over de kinderporno op zijn computer: ‘Ik heb die laptop van mijn zoon gekregen. Misschien is het van hem.’

Een van de rechters: ‘U zou een sigaret op uw kleindochter hebben uitgedrukt.’
Aaldrik: ‘Ach vent hou toch op. Ik ben niet gewelddadig. Ab-so-luut niet. Zegt u? Ja, natuurlijk heb ik mijn eigen kinderen geslagen.’

Aaldrik is een man van aanpakken.
Tijdens het onderzoek komt naar voren dat hij in het verleden – verjaard voor de wet – diezelfde eigen kinderen niet alleen stevig aanpakte, maar ook seksueel heeft misbruikt.
Hij wil daar niet over praten.
‘Het is gebeurd. Klaar. Punt.’

In zijn Noord-Groningse dorp gaan de geruchten al jaren.
Aaldrik is een viespeuk.
Toen hij in juni 2014 werd aangehouden, deed het dorp onmiddellijk uitspraak: tot vijf keer toe werden de ruiten van zijn woning ingegooid.
De burgemeester moest eraan te pas komen.
Aaldrik is in zijn dorp nooit meer welkom.
Zijn echtgenote – zij gelooft in hem (dan weer wel, dan weer niet) – vluchtte naar elders. Aaldrik tegen de rechters: ‘Laat de politie de vernielingen aan mijn huis onderzoeken.
Tot nu toe hebben ze er nul uren aan besteed.’
De rechters: ‘Tja, zo hoort het niet te gaan.’

De advocaat zegt dat een op de vijf aangiftes in zedenzaken vals is en een nog groter deel twijfelachtig.
En dat het bewijs in deze zaak niet kan overtuigen.
Het enige dat er ligt zijn de verklaringen van de twee meisjes.
Er is geen bewijs dat hun verklaringen ondersteunt.
Het kan dus ook niet waar zijn.
En als dat kan, dus ook niet waar, dan is er twijfel en dient vrijspraak te volgen.

Schuldig, onschuldig, het is aan de rechters.
In de rechtszaal is de waarheid niet wat er is gebeurd.
De waarheid is in de rechtszaal altijd een juridische: waar is wat bewezen kan worden.

De waarheid voor Aaldrik op dit moment is dat zijn huis inmiddels met giga-verlies is verkocht, dat zijn AOW is stopgezet omdat je in de gevangenis geen vermogen mag vergaren, dat zijn schulden maandelijks oplopen, dat hij naar het oordeel van het dorp is verbannen uit de regio, dat zijn echtgenote is gevlucht, dat hij met de zoon geen contact meer heeft en dat zijn kleinkind (net als haar vriendinnetje) 15.000 euro smartengeld eist.

Voor Aaldrik valt er een vrijheid te winnen die zonder kleur zal zijn.

Rob Zijlstra

update – 8 mei 2015 – uitspraak
Aaldrik moet zitten: 3 jaar waarvan een jaar voorwaardelijk. De rechtbank acht het bezit van kinderporno niet bewezen, mede daarom een lagere straf dan de eis. De schadeclaims zijn afgewezen. Ik verwacht een hoger beroep. Overigens krijgt het OM een heel klein tikje op de vingers van de rechtbank waar de advocaat van de verdachte had gehoopt op een klap voor de kop. De rechtbank beschrijft de tik als: ‘Het ware beter geweest dat de officier van justitie een andere keuze had gemaakt…’  Alsof heldere taal er niet toe doet.

Schermafbeelding 2015-05-09 om 23.54.23

klik op afbeelding

 

Het meisje Ellie

Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij:
‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

 

.

In de voorbije tien jaren heeft de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen zo’n 450 mannen veroordeeld wegens zedenmisdrijven.
Ongeveer een op de tien strafzaken heeft te maken met het vooral seksueel misbruiken van kinderen.
Voor het idee: er zijn meer zedenzaken dan drugszaken.
Nog een idee: bijna al die mannen wonen weer bij u in de straat of net om de hoek.

Zedenzaken zijn per definitie nare zaken.
Dat komt omdat de slachtoffers meestal kinderen zijn en de verdachten verschrikkelijke mannen.
Het zijn ook strafzaken die akelige vragen oproepen.
Hoe kan het dat twee zusjes wekelijks en dat jarenlang door hun vader zijn misbruikt, terwijl de moeder onwetend was?
Hoe kan het dat grote mannen in een hotelkamer seks kunnen hebben met een minderjarig meisje?
Bij zedenmisdrijven wordt veel de andere kant opgekeken.

Vorig jaar stond een man (43) terecht die zes jaar lang zijn dochter zou hebben verkracht.
Hij noemde dat gelul, waarmee hij probeerde uit te drukken dat het niet waar is.
Het gebeurde wanneer de moeder bijvoorbeeld even boodschappen deed.
Of al lag te slapen als hij thuiskwam van zijn ploegendienst.
Toen het meisjeslichaam van Ellie het niet meer aankon, maakten ze een afspraak: niet meer elke dag, maar maximaal drie keer per week.
Een psychiater rapporteerde dat de vader een dominante man is en niet prettig in de omgang.

Ellie legde wel een verklaring af, maar deed geen aangifte.
Dat hoeft ook niet.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vijf jaar.
De rechtbank zei geen enkele reden te hebben te twijfelen aan de betrouwbaarheid van Ellies verklaringen en sprak de vader vrij.
Dat wat Ellie allemaal geloofwaardig vertelde, ontbeerde steunbewijs.
Een verhaal alleen is onvoldoende.
De officier van justitie is tegen de vrijspraak in hoger beroep gegaan (moet nog).

Ellie kwam wel eens in het nieuws.
De eerste keer toen dat gebeurde was ze 14 jaar, de tweede keer twee jaar ouder.
Beide keren betrof het berichten dat er een meisje was vermist.
Normaal postuur, lange haren, sneakers van Adidas.

Die laatste keer was vorig jaar.
Ellie werd door de politie gevonden, dat wil zeggen dat agenten haar aantroffen in een hotel in Breukelen.
De politie had onraad geroken na het zien van pikante foto’s van een meisje op websites met namen als eromarkt en kinky.
Daar staan advertenties op.
Een agent deed zich voor als een geïnteresseerde klant en maakte een afspraak.
Hij moest naar een hotel in Breukelen komen.

Het was niet het eerste hotel waar de dan nog altijd 16-jarige Ellie haar lichaam verkocht.
Eerder zat ze in Alphen aan den Rijn, bij Van der Valk in Almere, in het Best Western te Zaandam.

Als ze ongesteld was, moest ze toch werken.
Dan gebruikte ze speciale sponsjes.
Toen ze na twee dagen het sponsje niet meer kon verwijderen, na al die hitsige klanten, ging Gulio (30) – haar lover – naar de Blokker om een tang te kopen.

De officier van justitie beschrijft dit kille voorval ter illustratie in de rechtszaal.
Hij zegt: ‘Dit is de wereld van de prostitutie. Het menselijk lichaam wordt omgezet in een apparaat. En als het apparaat hapert, dan ga je niet naar een arts, maar koop je een tang bij de Blokker.’

Ellie zit niet in de rechtszaal.
Zij is geen verdachte, maar weer slachtoffer.
Gulio zit er wel.
Hij wordt verdacht van mensenhandel, van uitbuiting, in de ogen van de officier van justitie is hij de moderne slavenhandelaar.
Gulio is opgewekt en vrolijk.
Op de beschuldigingen wil hij wel een korte reactie geven: ‘Niet best, ik schaam mij diep. Dit is niet iets waar ik graag met iemand over praat.’
Hij klinkt net iets te enthousiast.

Gulio uit Amsterdam had Ellie opgehaald uit Groningen.
Dat deed hij uitgerekend op de dag dat Ellie de benen nam.
Zij zat op dat moment vast in Het Poortje en was even met haar begeleider de stad in.
Op de Grote Markt schopte ze haar gehakte schoenen uit en spurtte weg.
Gulio: ‘Ze belde. Ze vroeg of ik kon helpen. Ik help graag vrienden. Ik word blij als ik kan geven.’
Gulio ontkent dat Ellie op zijn verzoek de benen nam.
Hij zegt: “Toen ik haar ophaalde viel het mij op dat ze geen schoenen droeg, dat wel. Ze zei dat ze ruzie had gehad met een vriendje. Ik kon twee dingen doen, haar geloven of haar niet geloven. Ik besloot haar te geloven.’
Kende hij haar?
Gulio: ‘We hebben een keer gechilld.’

Ze rijden naar Zaandam, naar de Zaan Inn, waar Gulio op verzoek van zijn jarige tante een kamer had geboekt voor een neefje en een nichtje die niet kwamen zodat Ellie er mooi gebruik van kon maken.

Het misdrijf begon half augustus, de actie van de politie in Breukelen was op 9 september.
Hoeveel klanten Ellie in die periode had moeten ontvangen?
De aantallen lopen uiteen van een tot drie per dag, opgeteld zo’n vijftig mannen.
Bij de politie vertelde ze dat ze drugs gebruikte want dan ging het gemakkelijker.
Van een rijke klant kreeg ze cocaïne op een bord.
Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij: ‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

Gulio zegt dat hij niet wist dat Ellie nog maar 16 jaar was.
Ellie zegt dat hij dat dondersgoed wist.
Gulio had haar voorgehouden grote plannen te hebben zodra Ellie 18 zou zijn, dan zouden ze het groots aanpakken.
Als de rechters hem dat voorhouden, moet hij hard lachen.
Hij vertelt verontwaardigd dat hij bij zijn aanhouding in Breukelen is behandeld als een crimineel.
Dat hij toen slechts 8 euro en 40 cent op zak had, zegt toch voldoende?
Gulio: ‘Ik heb geen cent van haar genomen.’
Ellie beweert het tegenovergestelde.
Alles.
Bij de politie: ‘Ik was de hoer, Gulio regelde alles.’

Gulio tegen de rechters: ‘Ik heb een eigen stichting, ik doe loverboy- en lovergirl coaching. Ik wil de jeugd graag helpen.’
Hij vertelt dat hij in de gevangenis bezig is met wiskunde voor hoger opgeleiden.
Zodra hij vrijkomt, wil hij naar de universiteit om psychologie te studeren.
Daarnaast zal hij een startkapitaal aanvragen om zijn werk als coach te kunnen voortzetten.

De officier van justitie: ‘Ik eis 24 maanden gevangenisstraf.’
Gulio begrijpt het niet en zegt dat hij naar huis wil.
Naar zijn moeder.

Rob Zijlstra

uitspraak op 4 mei 13 mei

Daniella – uitspraken

update – uitspraken

Geert W. is veroordeeld tot 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging wegens moord en pogingen tot moord. De straf valt 4 jaar hoger uit dan de eis. > de rechter [wav.]
Karin S. is veroordeeld tot 8 jaar celstraf wegens medeplichtigheid aan moord en medeplichtigheid aan pogingen tot doodslag. Tegen haar was 4 jaar geëist.

In beide gevallen zegt de rechtbank dat de strafeisen geen recht doen aan de ernst van de feiten.
Klik op de onderstaande afbeeldingen om de vonnissen te lezen.

vonnis karin s (klik)

vonnis karin s

vonnis geert w (klik)

vonnis geert w

om te begrijpen is hij
tot monster gemaakt

tekening: annet zuurveen (fragment)

tekening: annet zuurveen (fragment)

De rechtbank doet vandaag (13.00 uur) uitspraak in een van de meest bizarre strafzaken in jaren in Groningen: de zaak Daniëlla.

De zaak Daniëlla is een strafzaak.
Een zaak met een strafdossier.
Een zaak die door de politie is onderzocht.
Een zaak met een strafproces in een rechtszaal die vier dagen duurde, met twee verdachten, met deskundigen, veel media-aandacht en afschuw.
Een zaak die zich alleen laat vergelijken met andere afschuwelijke zaken.
Een zaak die mensen heeft geraakt.

Daniëlla zelf was geen zaak.
Daniëlla was een vrouw van 20 jaar, een jonge vrouw met een verstandelijke beperking.
Net als haar twee jongere broertjes.
Ze woonde in instellingen, in het weekeinde was ze thuis bij haar zwakbegaafde moeder die na jaren weer een relatie kreeg met een zwakbegaafde man die ze had leren kennen toen hij nog in de gevangenis zat vanwege het seksueel misbruiken van kinderen in zijn vorige relatie.

Die man heet Geert, 46 jaar.
In de rechtszaal zit hij als een verschrompeld hoopje mens, bevend en angstig, het hoofd vooral gebogen, te zwijgen.
De weinige woorden die hij zal spreken (’t was niet de bedoeling’) kosten hem zichtbaar moeite.
Het is bijna niet voor te stellen dat deze man buiten de rechtszaal zoveel angst inboezemde.
Om te begrijpen is hij tot monster gemaakt.

De zwakbegaafde moeder is Karin, 50 jaar.
Ze praat en praat, een hele procesdag vol.
In het laatste woord toont ze zuinige emoties.
Ze deed niks toen Geert haar dochter misbruikte en misbruikte en ze deed niks toen hij aankondigde dat hij Daniëlla dood ging slaan met een knuppel en een kapotte stoel.

Moeders moeten dan wel wat doen, sprak de officier van justitie.
Ze zei: ‘Maar Karin offerde haar kind op voor haar relatie met Geert.’
Het is bijna niet de geloven dat deze vrouw verlamd was door angst voor Geert.
Voor een man die ze wel zag zitten, met wie ze de dodelijk gewonde Daniëlla vanuit de woonkamer naar de gang sleepte, onder aan de trap legde en toen tegen de politie zei dat haar dochter van de trap was gevallen.
Ze zegt dat ze net zo goed slachtoffer is.

Tegen Geert W. is 14 jaar celstraf geëist en TBS met dwangverpleging.
Karin S. hoorde vier jaar eisen waarvan een jaar voorwaardelijk waaraan een verplichte behandeling is gekoppeld.
Ze zullen misschien iets meer krijgen, wellicht iets minder.
Daarna volgt mogelijk een hoger beroep.
En misschien ook wel niet.
Dan is het klaar.

De uitspraak vanmiddag is het oordeel, de waarheid, van het strafrecht.
De zaak Daniëlla kent daarnaast een andere waarheid: die van de hulpverlening die gezamenlijk toekeek toen het gebeurde.
Ieder keek naar zijn eigen specialisme, of net even de andere kant, want samen zagen ze niks.
Dat verhaal van Daniëlla van Bergen moet nog worden verteld.

Rob Zijlstra

update – 7 april 2015 – inspectie
het bericht van de inspectie

→ het verslag van het strafproces van dag tot dag

de hulpverlening  

                           ↓


ondersteuning onvoldoende passend voor situatie – ondersteuning niet in relatie met calamiteit – problemen niet effectief en in samenhang opgepakt – op signalen van onveiligheid van de kinderen is onvoldoende gehandeld – signalen onvoldoende bij elkaar opgeteld – geen totaalplaatje – niet één regisseur – verschillende ideeën over casemanagement – partijen spraken zorgen onvoldoende uit – geen checks – onvoldoende hun eigen verantwoordelijkheid – onvoldoende focus op veiligheid van de kinderen – belang kinderen niet expliciet voorop gezet – onvoldoende focus op veiligheid kinderen – geen gezamenlijke ondergrens veiligheid – geen structureel zicht op de thuissituatie – geen risicotaxaties – onvoldoende oog voor de chroniciteit van de problematiek – mijden van zorg door moeder is onvoldoende als patroon herkend – partijen pakken onvoldoende door – geen gezamenlijke evaluaties  

bovenstaande regels komen uit het nog vertrouwelijke rapport van de gezamenlijke inspectiediensten waarvan de conclusies door rtv-noord naar buiten zijn gebracht – het definitieve rapport moet nog verschijnen en geniet de warme belangstelling van het openbaar ministerie 


→ rechtbanktekeningen: annet zuurveen 

dvhn / donderdag

dvhn / donderdag

Artikel 67a, lid 3

Arie is van 1929

Er zijn loslopende boeven van wie het de bedoeling is dat die achter de tralies verdwijnen en er zijn boeven die achter de tralies zitten met de intentie dat ze op een dag weer vrij mogen rondlopen.
Op een enkeling na.
Er is nog een derde groep: de voorlopig gehechten.
Dat zijn mannen en een paar vrouwen die formeel onschuldig vastzitten omdat ze nog niet door rechters zijn veroordeeld.

Veroordeelde boeven zitten in een gevangenis.
De voorlopig gehechten verblijven met hun bedenkelijke status in een huis van bewaring.
Een gevangenis biedt iets meer comfort.
Daar staat tegenover dat arbeid er verplicht is.
In een huis van bewaring hoef je niet te werken, maar moet de Staat wel arbeid aanbieden.

Het oude huis van bewaring in Groningen – aan de Hereweg – was een zogeheten textielbajes.
Dat was niet omdat de laatste ontsnapping geschiedde met aan elkaar geknoopte lakens (echt).
Het hvb Groningen was een textielbajes omdat de beklaagden achter tientallen naaimachines zaten om gekleurde kussentjes Schermafbeelding 2014-12-19 om 22.38.04en trappelzakken voor baby’s in elkaar te naaien.
Maar dit terzijde.

Er zitten flink wat verdachte onschuldigen achter de tralies.
Willem Holleeder is er sinds kort weer eentje.
Er zijn misschien wel meer verdachten dan opgesloten daders.

Ook Farid (23) uit Veendam is momenteel een voorlopig gehechte.
Hij zit al een half jaar in een cel te wachten op zijn proces.
De officier van justitie wil van hem een dader maken, terwijl Farid naar huis wil, om te trouwen met zijn verloofde die op hem wacht.
Farid zou iemand hebben bedreigd met een vuurwapen.
Toen de politie bij hem aan de deur kwam liet hij zich niet zomaar aanhouden.
Hij verzette zich waarbij politieagenten, zegt de politie, gewond raakten.
Het vuurwapen werd achter de wasmachine gevonden.
Farid ontkent alles.
Hij heeft agenten niet geslagen, niet geschopt.
Dat vuurwapen in zijn huis moeten vrienden daar hebben neergelegd, want hij heeft veel vrienden.

De officier van justitie stelt de rechtbank voor om Farid een jaar op te sluiten, terwijl de advocaat aan de rechters vraagt hem met onmiddellijke ingang in vrijheid te stellen.
De advocaat kan zich niet voorstellen dat Farid een straf krijgt opgelegd – mocht hij al schuldig zijn – die hem langer dan zes maanden in het gevang doet belanden.

Dreigt de voorlopige hechtenis langer te duren dan de te verwachten straf die wordt opgelegd, dan dient een verdachte per direct in vrijheid te worden gesteld: artikel 67a, lid 3., razend populair onder strafrechtadvocaten.

Dus, zegt Farid: ‘Ik zit al zes maanden vast. Ik ben mijn auto kwijt, mijn huis, mijn werk. Alles.’
De rechters antwoorden dat ze er over zullen nadenken.
Mochten ze vinden dat 67a, lid 3 aan de orde is, dan zullen ze dat zo snel als mogelijk mededelen.
Farid merkt nog op dat de feestdagen voor de deur staan.

Na Farid stapt een heuse georganiseerde criminele bende de rechtszaal binnen, omringd door acht politiemensen.
De vijf verdachten zitten vast sinds september dit jaar.
Iets met hennep en export.
Het politieonderzoek is in januari klaar, opdat het strafproces ergens in de loop van 2015 kan aanvangen.
Dat kan best september worden, onschuldig gehechten moeten soms veel geduld hebben.
De advocaten verzoeken de rechters de verdachten in afwachting van het proces in vrijheid te stellen.
Artikel 67a, lid 3 is in beeld.
Het lijkt heel wat, zegt een van de advocaten, maar het zal een zeepbel blijken.
Komt bij, zeggen de andere advocaten, dat het onderzoek bijna klaar is en er geen kans op herhaling is.
Er zijn dus geen gronden de verdachten nog langer in voorlopige hechtenis te houden.
De rechters wijzen de verzoeken af.
De acht politiemensen verlaten de rechtszaal en nemen de onschuldige beklaagden mee.

Ook Arie stond afgelopen week terecht.
Hij hoort eigenlijk net als de anderen in hechtenis te zitten, maar hij is detentieongeschikt verklaard.
Dat heeft met zijn leeftijd te maken.
Arie is van 1929.
Hij heeft zijn misdaad toegegeven.
Daarna was hij onmiddellijk gestopt met wedstrijdbiljarten want hij kon zich niet meer concentreren.
Wat hij heeft gedaan spijt hem.
Dat opa’s van kleindochters moeten afblijven, weet hij nu ook wel.
Detentie zit er voor de 85-jarige niet in, de officier van justitie eist een taakstraf van 180 uur.
De advocaat: ‘Misschien kan hij biljartlessen verzorgen in bejaardentehuizen.’
Niemand moest daar om lachen.

Waar de grens ligt qua leeftijd is mij onbekend.
Karel is 66 jaar en zit wel in voorlopige hechtenis.
Vanuit dezelfde stoel waar eerder die dag Arie zat, zegt Karel dat hij onschuldig in het huis van bewaring verblijft.
Uitgerekend hij die vijftig trouwe arbeidzame jaren achter de rug heeft en dacht van zijn oude dag te kunnen genieten.
Met een harde stem, vingertje in de lucht, roept hij richting de rechters: ‘En dit heet Nederlands recht?

Karel zit alvast vast omdat er aanwijzingen zijn dat hij zijn kleindochter en een kleutervriendinnetje heeft verkracht.
Tussen 2005 en 2010 en misschien wel heel vaak.
Hij is een half jaar geleden aangehouden.
Toen dat gebeurde, is op zijn computer kinder- en dierenporno aangetroffen.
Hij keek er ook graag naar, is de verdenking.

De voorlopige hechtenis is Karel niet in de koude kleren gaan zitten.
Hij wil in afwachting van het strafproces – ergens volgend jaar – naar zijn echtgenote die elders is ondergedoken.
Dat komt omdat zijn dorpsgenoten een voorschot hebben genomen op Karels mogelijke veroordeling: ze keilden alle ramen van zijn woning stuk.
Daar doen ze ook in Noord-Groningen niet moeilijk over.
Nadat de schade was hersteld, deden ze het weer en daarna nog een keer.
Toen kwam de burgemeester en die zei tegen de dorpelingen dat ze er mee moesten ophouden.
De woning staat nu voor te weinig geld te koop.

Dat Karel na zes maanden graag bij zijn gevluchte echtgenote wil zijn, valt wel te begrijpen.
De officier van justitie wil er evenwel niets van weten.
Artikel 67a, lid 3 is nog niet in zicht en daarnaast is er een goede grond Karel voorlopig achter de tralies te houden: hij heeft de rechtsorde geschokt.

Karel moet zijn onzekere tijd in voorlopige hechtenis voortzetten.
Hij roept met al zijn beschikbare boosheid tegen de rechters: ‘Het is hier nog erger dan in Rusland.’

Qua boef zijnde kun je het beste schuldig en met een veroordeling achter de tralies zitten.
Dan weet je waar je aan toe bent.

© Rob Zijlstra

artikel 67a, lid 3 Een bevel tot voorlopige hechtenis blijft achterwege, wanneer ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de verdachte in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel zal worden opgelegd, dan wel dat hij bij tenuitvoerlegging van het bevel langere tijd van zijn vrijheid beroofd zou blijven dan de duur van de straf of maatregel. 

Benno’s

uienIk luister naar en lees over de kwestie van de Brabantse zwemleraar Benno L. in Leiden.
Hij bood zijn computer ter reparatie aan.
Een medewerker ontdekte kinderpornografisch materiaal op het apparaat wat uiteindelijk leidde tot de ontdekking van een omvangrijke ontuchtzaak met tientallen jonge slachtoffers.
En een veroordeling tot 7 jaar gevangenisstraf.

Ik beklom de Martinitoren en keek uit over stad en ommeland.
Dacht: arme burgemeesters.

Tussen april 2004 en vandaag stonden voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen 386 mannen en 4 vrouwen terecht wegens de verdenking van een zedenmisdrijf.
Van hen werden er 42 vrijgesproken.
Maakt dat er 348 zedendelinquenten straffen kregen opgelegd.
Die straffen varieerden van een maand voorwaardelijke tot tien jaar gevangenisstraf; van een taakstraf van 80 uur tot 7 jaar in combinatie me tbs met dwangverpleging.

De veroordeelde zedendelinquenten waren tussen de 18 en 82 jaar oud.
Vooral vieze oude mannetjes?
Vijf procent was ouder dan 65 jaar.

Qua aantal werden de meeste zedenmisdrijven die tot een veroordeling leidden gepleegd in Groningen-stad: 135.
Oost-Groningen volgt op de voet: 115.
Noord-Groningen en Eemsmondgebied: 56.
Het Westerkwartier: 29.
De overige 13 kwesties speelden zich af in meerdere plaatsen, ook buiten de provincie.

Ongeveer 40 procent van de getelde zaken heeft betrekking op ontucht, in de meeste gevallen betreft het dan gebeurtenissen waarbij volwassenen kinderen seksueel misbruikten.
Soms eenmalig, vaker jarenlang achtereen.
Een kwart betreft kinderporno, bijna altijd alleen maar het in bezit hebben, niet het produceren of verspreiden van het verboden foto- en filmmateriaal.
Nog eens een kwart betreft verkrachting dan wel pogingen daartoe.
Er waren een paar schennisplegers en aanranders.

Zij waren niet allemaal zwemleraren.
Lang niet zelfs.
Er was één frotteur; een man die seksueel opgewonden raakte door onbekenden heel even aan te raken.
Er waren twee journalisten die logen dat ze aan onderzoeksjournalistiek deden.
Er waren mannen met leidinggevende banen die aan rechters vertelden dat ze liever dood waren geweest.
Die tijdens de rechtszaak alleen maar moesten huilen.
En dan snotterden dat ze wel wilden, maar niet konden stoppen.

Er was eens een brief van een werkgever van een man die zijn dochters jarenlang gruwelijk en avond na avond had misbruikt.
In die brief schreef de werkgever aan de rechtbank dat hij het de dochters zeer kwalijk nam dat zij aangifte hadden gedaan.
Omdat hij daardoor een goed werknemer was kwijtgeraakt.
Hij, maar ook de kerk, zou het de dochters nooit vergeven.

Er waren zaken waarbij alleen de vaders terechtstonden, terwijl uit veel bleek dat de moeders jarenlang de ogen en oren dichtdeden als hij de kinderen naar bed bracht.
Een zaak van een verliefde jongen van net 18 23 die helemaal vanuit Den Haag naar Delfzijl was gekomen om haar van internet  vurig te zoenen, toen niet wetende dat ze nog maar 15 was.
Dronken studenten en cocaïne snuivende bankmedewerkers die onbedoeld met medestudenten en collega’s in bed belandden en elkaar toen niet goed begrepen.

Een man met kleine kinderen en een geit.

Enzovoort.

Een enkeling zit nog in het gevang, de meesten wonen weer ergens.

De genoemde cijfers tonen de top van de ijsberg.
Officieren van justitie verzuchten in de rechtszaal met enige regelmaat dat er zoveel zedenzaken zijn en zo weinig capaciteit om alles te kunnen onderzoeken en vervolgen.
Aangiftes van ernstige zaken blijven soms maanden liggen, soms nog langer.
Er zijn kwesties die niet worden vervolgd; niet omdat het niet zo is, maar omdat het domweg nooit te bewijzen zal zijn.
Er worden kinderen misbruikt zonder dat ooit iemand anders dat zal weten.
Dat gebeurde gisteravond bij u thuis, in uw straat, in de wijk, in uw dorp.
En vanavond gebeurt het weer.

Arme burgemeesters.
Maar nog meer: arme wij allemaal.

Rob Zijlstra

In de aanbieding: verdriet

aanbiedingHeeft een moeder wiens wier kind seksueel is misbruikt door haar ex (tevens vader van het slachtoffer) recht op een schadevergoeding?

Man heeft zijn kind gedurende een jaar meerdere keren seksueel misbruikt. Het kind is nu vijftien jaar en eist schadevergoeding, een bedrag van 12.500 euro.

De officier van justitie onderschrijft dat het kind schade heeft geleden, maar vindt het gevorderde bedrag te veel van het goede.
Volgens de officier van justitie is een bedrag van 7.500 euro billijk.
Zij verzoekt de rechtbank dit bedrag aan het slachtoffer toe te kennen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Die maatregel houdt in dat het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) namens het slachtoffer het geld bij de veroordeelde gaat innen.

De moeder claimt in dezelfde strafzaak ook schade: 2.500 euro.

Haar ex-partner is eerder veroordeeld wegens seksueel misbruik van haar dochter.
Hij werd uit de ouderlijke macht gezet en mocht geen contact hebben met zijn dochter.
Na gevangenisstraf te hebben uitgezeten, vergreep hij zich aan de zoon die zo nu en dan bij hem op bezoek kwam.

Gedragsdeskundigen hebben vastgesteld dat er sprake is van een ziekelijke stoornis: pedofilie.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank de schadeclaim van de moeder af te wijzen.
Alleen het slachtoffer kan zich met een claim voegen in het strafproces.
Dat de moeder schade heeft geleden, dat ze is beschadigd,  staat volgens de officier van justitie niet ter discussie.
Dat heeft en is ze.
Maar de schade die ze heeft geleden, is niet een rechtstreeks gevolg van de gedragingen van haar ex.
Wil ze haar schade hebben vergoed, dan moet ze zich wenden tot de civiele rechter.

Bovenstaande is de standaard redenering van het Openbaar Ministerie omdat die overeenkomstig zou zijn met de bedoelingen van de wet.
De officier van justitie: ‘Voor de moeder biedt de wet onvoldoende mogelijkheden.’

De advocaat van de verdachte vader kan zich daar in vinden.
De advocaat zegt (vrij vertaald): ’Moeder is geen rechtstreeks slachtoffer.
Zou zij wel in aanmerking komen voor een vergoeding dan is er sprake van een vercommercialisering van verdriet. Dat wil de wet niet en dat moeten wij ook niet willen.’

De advocaat van de moeder ziet het anders.
De moeder, zo luidt zijn filosofie, is rechtstreeks getroffen.
Ze was geen beoogd slachtoffer (van het seksueel misbruik), maar ze is wel geraakt.
Bovendien: ze is moeder, er is sprake van een vereenzelviging van moeder en zoon.

De advocaat maakt een vergelijking met brand en brandstichting.
Ook daarbij kunnen slachtoffers vallen, ook slachtoffers die de brandstichter niet had beoogd.
Van vercommercialisering van verdriet is hier geen sprake.
Met de regel dat er sprake moet zijn van rechtstreekse schade, heeft de wetgever niet bedoeld om moeders uit te sluiten.

Wie heeft het meest gelijk?

Rob Zijlstra

 bovenstaande speelt in een strafzaak die vorige week diende en waarin de rechtbank volgende week uitspraak doet
•• als het aan Opstelten en Teeven (veiligheidsmannen van justitie) ligt gaat de veroordeelde verdachte straks diep in de buidel tasten – eigen bijdrage 

Weer beter

na drie maanden wisten ze genoeg…

hoe-beterWim (52) heeft een probleem en niet zo’n kleintje ook.
Dat probleem is dat hij zijn huurwoning in Groningen dreigt kwijt te raken.
Als dat gebeurt, dan heeft hij niet alleen niks meer, maar wordt het nog erger.

De dreiging wordt veroorzaakt doordat Wim in de gevangenis zit.
Zijn advocaat legt het de rechters maar even voor. Wim zelf zegt niet zo veel.

De advocaat komt ook met een oplossing.
Als de rechters nou eens de voorlopige hechtenis opheffen dan kan hij de gevangenis verlaten en dan kan hij zorgen voor de huur.
Mochten de rechters hem over twee weken toch veroordelen tot een straf die zijn vrijheid beneemt, dan komt hij gewoon terug.

Het probleem is omvangrijker dan tot hier is geschetst.
Zodra Wim eenmaal zijn woning kwijt is, zal het een hels karwei worden iets anders voor hem te vinden.
Wim is pedofiel.
De advocaat: ‘Een zoektocht naar een nieuwe woning zal gepaard gaan met maatschappelijke onrust.’
Niemand die hem wil.

Wim wordt ervan verdacht dat hij tussen 2009 en maart vorig jaar een meisje seksueel heeft misbruikt.
Toen het stopte omdat hij was aangehouden, was het kind 11 jaar.
Een gezinsvoogd had aan de bel getrokken.
Het slachtoffertje maakte deel uit van een gezin waar Wim regelmatig als huisvriend over de vloer kwam.
Hij was vaker huisvriend.
Drie jaar geleden leidde een stevige verdenking tot een vrijspraak omdat de rechters twijfelden.
Tien jaar geleden niet.
Toen werd hij in een vergelijkbare kwestie veroordeeld.
Ditmaal hangt hem drie jaar celstraf en een tbs met dwangverpleging boven het hoofd.

Of een zwervend bestaan.

Het nieuwe jaar telt al twee nare strafzaken rond seksueel misbruik.
Vorig jaar is nog gezegd dat de politie te weinig capaciteit heeft om alles wat er op dit akelige gebied gaande is, adequaat aan te kunnen pakken.

De tweede zedenzaak betreft Eildert (41).
Zijn zoon van toen 14 jaar was op een dag in juli vorig jaar overstuur thuisgekomen.
Niet bij hem thuis, maar thuis bij de nieuwe vriend van zijn moeder.
Zoon vertelde in tranen dat hij was misbruikt.
Door zijn vader Eildert.
Niet een keertje, maar vaak.
De nieuwe vriend belde moeder, moeder belde de hulpverlener, de hulpverlener de politie en de politie ging met de zoon praten in een speciale verhoorstudio.
Na drie maanden wisten ze genoeg en werd vastgesteld dat de jongen geen onzin of onwaarheden vertelde.
In oktober werd Eildert aangehouden.
Sindsdien zit hij vast.

Rechters: ‘U was een gewaarschuwd mens.’
Eildert snikt, ja, dat was hij.
Rechters: ‘En toch ging u door. Waarom?’
Eildert zegt dat hij dat zelf ook niet weet.
Rechters: ‘U bent eerder veroordeeld wegens misbruik van twee meisjes, onder wie uw eigen dochter.’
Eildert: ‘Ik weet dat het fout is wat ik doe.’
Rechters: ‘Ga door.’
Eildert: ‘Het is een bepaalde drang die in mij opkomt. Ik ben er zelf ook bang voor.’

Rechters: ‘U heeft uw zoon een aantal keren beloofd dat u zelf naar de politie zou gaan. Dat heeft u niet gedaan.’
Eildert: ‘Mijn advocaat zei dat ik dat niet moest doen.’

Een psychiater en een psycholoog hebben Eildert bekeken en bevraagd en vastgesteld dat er sprake is van de ziekelijke stoornis pedofilie.
Eildert moet – net als Wim – worden behandeld om herhaling (kans daarop is groot) te voorkomen.
De officier van justitie ziet maar een mogelijkheid: tbs met dwangverpleging waar achttien maanden gevangenisstraf bij wijze van vergelding aan vooraf moeten gaan.
Eildert vindt dat te veel en veel te zwaar, maar zegt: ‘Als ‘t moet, dan moet het maar. Ik wil niet dat het weer gebeurt, anders hoeft het voor mij niet meer.’
Met dat laatste bedoelt hij leven.

In de strafzaak van Wim werd door deskundigen opgemerkt dat mannen die met de ziekelijke stoornis pedofilie de tbs ingaan, er moeilijk weer uitkomen.
Soms nooit.
De officier van justitie tegen Eildert: ‘Ja, ‘t kan heel lang duren.’

Wat in dit soort zaken niet heel gebruikelijk is, is dat het jonge slachtoffer het woord krijgt.
De zoon is inmiddels 15 jaar, maar hij oogt veel jonger.
En kwetsbaar.
In zijn trillende handen houdt hij een briefje vast waar de woorden staan geschreven die hij wil zeggen.
Tranen biggelen over zijn bleke wangen.
In de rechtszaal wordt het stiller dan stil.

Diepe zucht.

Dan ineens, een luide en zelfverzekerde stem: ‘Papa, luister goed. Ik vind het jammer dat het zo is. Waarom doe je dit? Je verpest je hele leven. Waarom wilde je kinderen? Je bent het niet waard.’
Een laatste zin, bedoeld voor de rechters, die raakt: ‘Ik vind dat hij een lange straf moet krijgen zodat hij weer beter wordt.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 23 januari 2014 – uitspraak
Eildert is veroordeeld tot tbs met dwangverpleging. De gevangenisstraf die daaraan vooraf moet gaan bedraagt 2 jaar, zo oordeelde de rechtbank. De geëiste 18 maanden doet geen recht aan de ernst van de feiten.
Het vonnis is niet gepubliceerd.