Geen werk, mooi werk

mijn wenkbrauw zit
al bijna in de haargrens
als ik u dat hoor zeggen

 

Franky kun je rustig een apart geval noemen.
Hij is net een paar weken 21 jaar, hij heeft geen diploma’s, geen werk en geen werkervaring.
Hij heeft wel een vriendin.
Elke dag wacht hij bij het hek van de school om haar op te halen.

Zijn moeder had gezegd dat hij liegend en bedriegend door het leven gaat.
Ze noemt haar zoon een ‘luie, manipulatieve klootzak’.
Als de rechters hem dat voorhouden, zegt Franky: ‘Dat is natuurlijk niet leuk.’
Maar de zorgen die er over hem zijn – zorgen van hier tot helemaal aan Tokio – zijn misplaatst, vindt hij.
Dat komt door zijn vriendin.
Dankzij zijn vriendin zal hij op het rechte pad blijven.

Als hij dat zegt, staren de rechters hem met grote ogen aan.
Een van de rechters: ‘U bedoelt uw vriendin van 14 jaar die al eens zwanger van u is geweest en toen abortus pleegde?’
Franky knikt: ‘Die ja. Ze is trouwens bijna 15.’

Hij had ingebroken bij een kennis van zijn vader.
Uit de woning had hij naar eigen zeggen speelgoed en een hoop troep gehaald, uit de schuur onder meer gereedschap, een lasapparaat, een werkbank, een slijpmachine, een boorstander, een tafelzaagmachine.
De Volkswagen Golf die er ook stond, had hij verpatst bij de sloop.
Had nog 150 euro opgeleverd.

Dit was niet alles.
In Muntendam had hij ingebroken in een woonvoorziening waar zijn vriendin verblijft.
Daar pikte hij geldkistjes en pinpassen met bijbehorende pincodes.
Met het gepinde geld deed hij boodschappen en verbleef hij een paar nachten bij Van der Valk.

Hij zegt:‘Het was steeds haar idee en ik was zo stom om het te doen.’
Wat ook meespeelde was dat hij het huis was uitgezet.
‘Ik kon nergens heen.’
Het was ook daarom dat hij de banden van de auto van zijn broer had lek gestoken.
‘Hij zou me helpen, maar hij trok de handen van me af.’
Verder zijn er nog wat vernielingen, wat diefstallen met braak, bedreigingen, een zware mishandeling.
Opgeteld: 18 misdrijven.

Franky wil wel een behandeling.
Hij wil dan wel leren, zegt hij, dat hij eerst moet nadenken en dan pas moet doen.
De rechters zeggen dat ze iets opmerkelijks hebben gelezen in het strafdossier.
‘U bent al vaak veroordeeld, ook door kinderrechters, u heeft een fors strafblad, bent inmiddels veelpleger (erkende status), maar u drinkt geen alcohol en u gebruikt ook geen drugs. Dat maakten we nog nooit mee.’
Franky glimlacht en zegt: ‘En ik rook ook niet.’

Hij heeft een hulpverlenende coach die laat weten dat hij al een tijdje niet door de politie is gebeld.
‘Dat is dus positief.’
De coach zegt ook: ‘Franky is een prima jongen, alleen we krijgen hem niet tussen de lijntjes.’

De coach: ‘Hij is meerderjarig, dus dwingen kunnen we hem niet.
Hij woont nu zelfstandig en eerlijk gezegd hoop ik dat dat misgaat zodat hij noodgedwongen bij ons komt. We houden een plek voor hem vrij.’
De hulpverlener geeft toe dat hulp verlenen aan Franky is als trekken aan een dood paard.
‘Maar we laten hem niet vallen, want dan is het hek van de dam.’

Rechters: ‘Wat gaat er gebeuren als de verkering uitgaat?’
Franky: ‘Dan blijf ik op het rechte pad.’

De officier van justitie noemt de verdachte een plaag voor de samenleving die een forse straf verdient.
Hij wil dat Franky zijn zelfstandige woonruimte opgeeft en onder de vleugels van de coach gaat wonen.
Doet hij dat niet, dan kost hem dat negen maanden celstraf.
Die maanden gelden daarom als voorwaardelijk.
Daarnaast is er de onvoorwaardelijke strafeis: een half jaar zitten.

De advocaat zegt dat het opleggen van straf in dit aparte geval niet zal helpen.
Hij snapt de aanklager overigens wel: de officier van justitie moet wat, voor het oog van de buitenwacht.
‘Maar ik pleit voor een tweede kans. Voor een laatste kans.’

Er zat deze week nog een apart geval in zittingszaal 14.
Het betreft een vrouw die niet in het echt Natasja heet, in Assen woont en over een paar dagen 40 wordt.
Zij genoot wel opleidingen, heeft werkervaring en had een baan.
Ze was administratief medewerkster van een bedrijf dat internationaal actief is in de scheepsbouw in Sappemeer.
Het ontslag was op staande voet.

Tussen januari 2007 en september 2011 zou zij geld van haar werkgever hebben verduisterd (gestolen).
Toen ze na vier jaren tegen de lamp liep, was de verduistering opgelopen tot bijna 150.000 euro.

De verdenking is dat ze bedrijfsgeld overmaakte op haar eigen rekening, soms duizenden euro’s per maand en dat ze aankopen deed met de pinpas van het bedrijf.
De bankpas lag met pincode in een zwart doosje in een van de lades van haar bureau.

Natasja zegt niet zo veel.
Bij de politie had ze het een klein beetje toegegeven.
In de rechtszaal antwoordt ze dat het wel zou kunnen, dat ze het niet meer weet en dan weer dat ze het niet heeft gedaan.
Een van de rechters: ‘Mijn wenkbrauw zit al bijna in de haargrens als ik u dat hoor zeggen.’

Een vraag was of het niet merkwaardig is dat een bedrijf in de scheepsbouw aankopen doet bij Vera Moda, We Men, Ici Paris en bezoeken brengt aan Sundays (zonnestudio)?
Dat een scheepsbouwbedrijf toch geen schoenen koopt bij Manfield in Assen?
En wat moet een scheepsbouwer met lingerie?

Wat ze toegeeft is goed voor 40.000 euro.
En de rest?
Ze zegt, zachtjes, dat de jongens van de werkvloer ook van het pasje gebruik maakten.
En dat de jongens, net als de directeur zelf trouwens, nooit bonnetjes hadden als ze de pas hadden gebruikt.

De rechters hadden gelezen dat Natasja aan haar vriend een bijzonder cadeau had gegeven: een feestje met een optreden van Mooi Wark.
Had haar 3400 euro gekost.
Ging daar het geld naar toe?
Naar dat soort dingen?
Ze zwijgt.

De strafzaak wordt, ook apart, niet afgerond.
De advocaat zegt dat hij onvoldoende tijd heeft gehad om de financiële kant van de zaak te bestuderen.
Het Openbaar Ministerie had het dossier immers te laat bij hem afgeleverd.
Ook moet de advocaat – voor iets heel anders – over een uurtje al in de rechtbank van Assen zijn.
De strafzaak krijgt iets gehaasts, iets lelijks.
De rechters besluiten halverwege te stoppen om later verder te gaan.
Later is in dit geval: oktober (nog wel van dit jaar).

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 6 juli 2015
De rechtbank acht alle feiten die aan Franky ten laste waren gelegd bewezen. De opgelegde straf: 12 maanden waarvan 9 voorwaardelijk. Daarnaast moet hij zich laten behandelen en moet hij onder begeleiding gaan wonen bij de mensen die hem willen helpen.

De voorzitter

op een zonnige voorjaarsdag

– het is buiten 21 graden –

gaat het mis

puinhoop na zitting

puinhoop na zitting

Als het tactiek is, dan is er maar één conclusie mogelijk: volslagen mislukt.
Aan het einde van de rechtszaak is de rechtszaal veranderd in een grote puinhoop.
Overal ligt tegenstrijdige informatie, warrige beweringen druipen als stroop van de tafels op de vloer, aan het plafond bungelen malle uitspraken, de muren zijn besmeurd met onduidelijkheden.

Ik heb geen cent in mijn zak gestoken, roept de verdachte voorzitter als hij het laatste woord krijgt.
De officier van justitie beweert anders.
De voorzitter heeft 82.291 euro gemeenschapsgeld van ons gepikt, roept de aanklager terug.
De verdachte voorzitter: ‘Ik wil een eerlijk proces.’
Daar voegt hij later aan toe: ‘En ik word gediscrimineerd.’

De rechters lijken ook een tactiek te hebben: kalm en rustig blijven.
Die opzet slaagt wel.
‘Tuurlijk krijgt u een eerlijk proces’, zeggen de rechters, ‘daar hoeft u niet eens om te vragen, dat is hier het uitgangspunt.’
Strafrechters zijn wel wat gewend.
De verdachte voorzitter, noem hem maar Azer, beantwoordt vragen met tegenvragen of met aanvullingen waar consequent geen touw aan is vast te knopen.
Zo probeert hij zo veel mogelijk ruis te doen ontstaan.

Een van de rechters: ‘Ik stel u een concrete vraag en dan wil ik een ja of een nee horen.’
Verdachte, met kracht: ‘Nee!’
Rechter (zucht): ‘Ik heb mijn vraag nog niet gesteld.’

Azer (43) is een innemende en enthousiaste man die zich oprecht inzet voor bewoners en voor de wijk met achterstanden waarin hij woont.
Maar hij is ook een ruziezoeker, een man die bij problemen direct schermt met juridische stappen.
Dat zeggen dezelfde mensen.
Toen hij in 2011 voorzitter werd van de bewonersorganisatie Wijert Welzijn in Groningen, kreeg hij het al snel aan de stok met de penningmeester die om die reden opstapte.
De andere bestuursleden bemoeiden zich niet met het geld.
Op papier werd zijn echtgenote van wie hij is gescheiden (‘dat ontken ik’) penningmeester.
Achteraf erkende een van de bestuursleden: ‘Wij zijn een stelletje naïeve amateurs geweest.’

Toen er vragen kwamen had Azer gezegd dat het geld van de bewonersvereniging, zo’n 75.000 euro, in zijn kluis zat, veilig opgeborgen,  beter dan bij de bank op rekening.
De kluis is onderzocht.
Geen tienduizenden euro’s subsidiegeld, er ligt welgeteld vijftien eurocent (€ 0,15) in.
Azer heeft de verklaring: de politie heeft het geld gepikt.

De bewonersorganisatie van Azer krijgt geld van de gemeente.
Voor het aanleggen van een ecologisch wandelpad door de woonwijk met veel achterstanden krijgt de vrijwilligersorganisatie 7.700 euro.
Zo’n eco-wandelpad helpt bij achterstanden.
Maar er ontstaan twijfels, want het eco-pad ligt nergens.

Op een zonnige voorjaarsdag in mei 2013 – het is buiten 21 graden – gaat het mis.
Azer is op die dag depressief, telefonisch onbereikbaar en spreekt anders dan anders met zachte stem, vertelt een medebestuurder.
Azer zou overspannen zijn en hebben opgebiecht dat hij grote fouten heeft gemaakt.
Hij heeft geld weggegeven aan asielzoekers in Ter Apel, aan Somalische gezinnen zonder eten.
De rest heeft hij vergokt in casino’s, in de hoop het geleden verlies ten behoeve van de achterstandswijk terug te winnen, wat jammerlijk mislukt.
Hij smeekt op knieën zijn medebestuurder geen aangifte te doen.
De medebestuurder doet dat wel.
De volgende dag vliegt Azer hoog door de lucht naar zijn geboortestad Teheran (Iran).
Op Schiphol spendeert hij nog zo’n vijfduizend euro.

De officier van justitie vermoedt dat Azer niets heeft weggegeven, maar het verduisterde geld heeft verpatst met het huren van dure auto’s waarin hij graag rondjes reed.
En met gokken.
Er zijn aanwijzingen dat de gevallen voorzitter verslaafd is aan gokken.
Sinds 2003 mag hij bijvoorbeeld niet meer in het Holland Casino in Groningen komen.
De aanklager: ’Hij is langzaam weggezakt in een financieel moeras.’
Azer ziet dat anders.
Hij mag niet meer in het casino komen omdat hij zeg maar bepaalde dingen weet over de balletjes.
Nee, dat hij geld heeft gepind bij geldautomaten nabij casino’s in Duitsland zegt niks.
Wat zegt dat dan?

Azer beweert gewoon dat alles niet waar is, maar anders.
De biecht op die zonnige dag is er niet geweest. Belastende e-mails die hij verstuurde heeft hij niet verstuurd, hetzelfde geldt voor sms’jes afkomstig van zijn mobiele telefoon: die berichten zijn vervalst.
De bankafschriften ook.
Hij denkt dat de gemeente Groningen hem kapot wil maken.
Zo nu en dan snoeren de rechters hem de mond.
Ik denk dat ze dat doen omdat een verdachte niet aan zijn eigen veroordeling hoeft mee te werken.

De officier van justitie eist tien maanden gevangenisstraf waarvan vier maanden voorwaardelijk.
Het verduisteren van gemeenschapsgeld moet zwaar tellen, zegt de officier van justitie.
’Hij heeft het vertrouwen geschonden, dat is erg omdat onze samenleving in zowel economisch als sociaal opzicht afhankelijk is van dat vertrouwen.
Het ware beter geweest dat medebestuurders hadden gecontroleerd, iets wat zij niet hebben gedaan, misschien door een gebrek aan financiële kennis.
Maar er is hier maar één schuldige en dat is de voorzitter.’

Dit verhaal krijgt geen onverwachte wending meer.

Ik staar naar het plafond.
Daar bungelt de opmerking van Azer dat er een ambtenaar van de gemeente Groningen bestaat met een eigen advies-bv die klussen doet voor de gemeente.
Iets hoger slingert nog de bewering dat er veel ambtenaren-bv’s zijn die elkaar klussen geven.
Het is niet uit te sluiten.
Er gebeuren soms rare dingen in ambtenarenland.
Op de vloer drupt de uitspraak dat de bewonersorganisatie een subsidie kreeg van 13.000 euro voor het aanschaffen van een aggregaat.
Alsof zo’n ding helpt in een Groninger achterstandswijk.
In een hoek van de rechtszaal ligt een puinhoop met 14.000 euro’s, geld dat de bewonersvereniging zou hebben ontvangen van de gemeente om een rotonde in de wijk op te kalefateren.

De gemeente Groningen, zegt de advocaat, heeft in dit verhaal ook een verantwoordelijkheid. De administratie was een warboel, en daar is de gemeente met al die goedbetaalde ambtenaren mede voor verantwoordelijk.
Dat kun je, zegt de advocaat, niet allemaal op de vrijwillige voorzitter afschuiven.
Wel, vindt de officier van justitie.
Sterker nog, zij wil dat Azer die 82.291 euro’s terugbetaalt.

Wanneer ik de rechtszaal verlaat, struikel ik over de terloops gedane  opmerking van Azer dat-ie net een erfenis van een half miljoen heeft gekregen.
Een van de rechters vraagt voor de zekerheid: een half miljoen?
In welke valuta?
Euro’s.

Met de wijk komt het wel goed.

Rob Zijlstra

update – 12 februari 2015 – uitspraak
De gemeente Groningen krijgt een tik op de vingers. Had de gemeente beter toezicht gehouden op de subsidiegelden, dan was de schade mogelijk beperkt gebleven, staat in het vonnis. Die kritiek geldt ook voor de betrokken woningbouwcorporatie.
Vanwege het falende toezicht ziet de rechtbank af van het opleggen van een celstraf. Azer mag boeten met een taakstraf van 240 uur en vier maanden voorwaardelijke celstraf als stok achter de deur. Dit laatste is nodig vinden de rechters omdat de man geen inzicht toont in zijn strafbaar gedrag.

update – 12 maart 2015 – uitspraak ontneming
De rechtbank heeft geoordeeld dat de voorzitter het geld dat hij heeft weggenomen moet inleveren. Het gaan dan om 82.291 euro.

Schermafbeelding 2015-02-12 om 18.00.47

klik op afbeelding voor het vonnis

 

 

Niets te verliezen

We vertroetelen 

het idee dat de misdaad

kan leiden naar een 

groots en meeslepend leven

Overdag vinden we dat de misdaad bestreden moet worden, met zwaardere straffen en als het even kan te ondergaan in tochtige gevangenissen.
Maar als dan de avond is gekomen en de televisie is aangezet, dan willen we de misdaad voor geen goud missen.
Dan vertroetelen we het idee dat de misdaad kan leiden naar een groots en meeslepend leven.
De televisie blijft dat maar herhalen.

In ’t echt is ’t anders.

Neem Don.
Hij is 27 jaar, woont zelfstandig, zijn ouders drie straten verderop.
Contact heeft hij nauwelijks met ze.
Tegen de rechters zegt hij dat hij bezig is een goede toekomst neer te zetten.
Dat moet hij alleen doen en soms samen met zijn vriendin met wie hij in de schuldsanering zit.
Don heeft voor 9.000 euro boetes openstaan.

Op een dag is zowel het geld als het eten op.
Beide heeft hij dringend nodig.
Lenen is geen optie meer.
En zo kan het gebeuren dat hij via het internet een pizza bestelt en als de bezorger het steegje inloopt hij zijn mes laat zien en vraagt: ‘Is het je waard neergestoken te worden? Nee? Geef dan je portemonnee en je mobiele telefoon.’

Rijkdom brengt het hem niet.
Een paar tientjes.
De telefoon, een iPhone 5, is beveiligd.
Daar kan hij dus niks mee.
Don besluit het toestel terug te brengen naar de pizzeria waar hij zijn valse bestelling had gedaan.
Kijk, zegt hij, heb ik gevonden.

De politie spoort hem op – gestolen mobiele telefoons zijn grote verraders – en de officier van justitie spreekt zijn verbazing uit.
‘Dat u zulke gemakkelijke keuzes maakt. Even geen geld, en dan hupsakee, een overval. Ik eis acht maanden gevangenisstraf.’
Don buigt het hoofd.
Daar gaat z’n toekomst.
Uitgerekend nu hij weer naar school wil om zijn koksopleiding af te maken.
Hij wil pizzabakker worden.

Of Neem Santino die twee jaar geleden ook al eens in zittingszaal 14 zat, toen vanwege een serie lelijke woninginbraken.
Santino kijkt samen met zijn vriend naar Alberto Stegeman op de televisie.
Het is inspirerend en een groots idee ontstaat: we gaan pedo’s pakken.

Ze kruipen achter de computer, maken een account aan en chatten er lustig op los.
Ze doen alsof ze Nickie en 15 jaar zijn.
Als snel meldt zich een man die wel in is voor een vrolijk samenzijn met een ondeugende 15-jarige.
Op de afgesproken plek, nog diezelfde avond, stappen ze bij de man in de auto en zeggen dat zij Nickie zijn en nu geld willen hebben.
Zo niet, dan vertellen ze aan de politie dat hij een vieze pedo is die seksuele dingen chat met een meisje van 15.

De man betaalt vijftig euro.
Stegeman bedankt.
Terwijl zij linea recta naar de McDonald’s gaan, doet de man aangifte.

Santino zegt tegen de rechters dat hij inmiddels 22 jaar is en zijn jeugdige onbezonnenheid kwijt is.
‘Ik kijk nu heel anders tegen de dingen aan.’
De officier van justitie: acht maanden celstraf, de helft voorwaardelijk.

Dan Michael.
Hij is 47.
In het jaar dat Santino wordt geboren, gaat hij aan de slag als financieel medewerker bij een aannemer.
Jaar in, jaar uit houdt hij de boeken bij, maar geluk brengt het niet.
Ook thuis met een vrouw en drie jengelde kinderen voelt hij zich niet op z’n gemak.

Op een dag meldt de echtgenote bij de politie dat haar man niet is thuisgekomen.
Een dag later doet de aannemer aangifte van verduistering.
De twee meldingen blijken bij elkaar te horen.
Michael is met de noorderzon vertrokken.
Ontdekt wordt dat hij een vliegticket heeft gekocht, Toronto Canada.
De spaarrekeningen van de drie kinderen zijn geplunderd, de zesduizend gespaarde euro’s zijn weggeschreven.
De aannemer: ‘En ik ben 262.000 euro lichter.’

Kort daarop wordt veel duidelijk als de echtgenote een sms’je van Michael ontvangt.
De boodschap: ‘Ik kom nooit meer thuis.’

Deze week zit Michael in de verdachtenbank.
Hij zegt dat hij niets wil zeggen.
Waarom niet?
‘Dat wil ik ook niet zeggen.’
Rechters: ‘U vindt het moeilijk?’
Michael: ‘Ook.’

Zeven maanden is hij in Canada geweest.
Daarna wil hij naar Spanje.
Maar misschien ook wel niet.
Hij landt in elk geval in Londen en daar op het vliegveld wordt hij aangehouden en uitgeleverd aan Nederland.

Heeft hij de tijd van zijn leven gehad?
Groots een meeslepend geleefd in Canada?
Alles gedaan wat God verboden heeft?
Met wilde, lange nachten die 22 jaar duf boekhouden voor altijd doen vergeten?

Neen.

Wanneer Michael in het vliegtuig stapt om nooit terug te keren, heeft hij bijna geen geld meer.
Vrijwel platzak komt hij in Toronto aan.
Onderdak vindt hij bij een gemeenschap die je ook een sekte kunt noemen, zegt hij in zijn spaarzame woorden tegen de rechters.

Jarenlang vertelt hij thuis dat hij het druk heeft op zijn werk, dat hij daarom zo vaak moet overwerken tot in de nacht.
In werkelijkheid zit hij dan in het casino.
In de boekhouding van de aannemer bestaat een fictief bedrijf met een bankrekening op zijn naam.
Als hij een keer ziek is en het bedrijf een tijdelijke vervanger zijn werk laat doen, komen 49 dubieuze overboekingen aan het licht.

Michael wordt door zijn werkgever ontboden om tekst en uitleg te geven op de dag dat zijn vrouw hem bij de politie als vermist opgeeft.
Het verduisterde geld en ook het spaargeld van de kinderen is via het Holland Casino in ’s lands staatskas terechtgekomen.

Alles is vergokt.

Gedragsdeskundigen hebben een ernstige vorm van verslaving vastgesteld.
En het Syndroom van Asperger.
De rechters: ‘U ervaart schuld, maar kan daar geen uiting aan geven. U voelt geen spijt. U denkt concreet en rechtlijnig. U ligt er ook niet wakker van.’
Michael: ‘Ik ben het liefst alleen.’
Rechters: ‘Wat doet het met u?’
Michael haalt de schouders op en zegt: ‘Mijn geval heeft in elk geval een naam.’

De officier van justitie zegt dat Michael met de schrik vrij mag komen.
Als het aan de aanklager ligt krijgt hij de 35 dagen celstraf die hij al heeft uitgezeten. Daarnaast een werkstraf van 180 uur.
Het geld dat er niet meer is moet worden terugbetaald.

Ik kijk de advocaat van Michael na als zij zingend het gerechtsgebouw verlaat.
Met haar linkerhand slaat zij de kraag van haar lange jas omhoog en stapt dan gehakt de regen in.
Ze zingt: ‘When you ain’t got nothing, you got nothing to lose.’

Rob Zijlstra

update – 22 januari en 29 januari – uitspraken
Don – schuldig en strafbaar – 7 maand waarvan 3 voorwaardelijk
Santino – schuldig en strafbaar – 8 maand waarvan 4 voorwaardelijk
Michael – schuldig en strafbaar – een taakstraf van 240 uur en 336 dagen celstraf waarvan 300 voorwaardelijk (michael heeft na zijn aanhouding 36 dagen vastgezeten, vandaar.)


 

‘When you ain’t got nothing, you got nothing to lose.’

Like a rolling stone (Bob Dylan)

Een taboe en 4.772 flessen whisky

Schermafbeelding 2014-02-01 om 22.23.30Wie wel in rechtszalen van het strafrecht komt weet dat de veelgebezigde opmerking ‘wie niets heeft gedaan, ook niet hoeft te vrezen’ lariekoek is.
Wanneer twee mensen beweren dat ze het gezien hebben, dan kan dat zomaar de waarheid wezen.
Ook als die het niet is.
Ook link: op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn.
Eerst de eerste.

Op 24 november 2012 zou Philip zijn ex-vriendin een vieze hoer hebben genoemd en daarna zou hij haar flink hebben mishandeld.
Dat laatste is de verdenking die de officier van justitie hem 434 dagen na dat nare incident voor de voeten werpt.
Dat zoiets zo lang moeten duren, is al geruime tijd normaal in Groningen.

Heel verhaal.

Ze waren elkaar ’s nachts in de krochten van de binnenstad tegengekomen.
Ooit verliefd, maar het vuur was gedoofd.
Ruzie restte.

Bij de politie vertelde zij dat ze naar huis liep en dat Philip, haar ex, ineens bovenop haar was gesprongen, met z’n knieën naar voren, dat hij haar hoofd op de straatstenen bonkte.
Daarna trok hij plukken haren uit dat hoofd, tot kale plekken aan toe.
En hij had haar bij de keel gegrepen, vast om haar te wurgen.
Ze vertelde dat ze vaak door Philip was mishandeld, ook toen ze nog een relatie hadden. Nooit had ze aangifte gedaan, maar nu wel, want nu was de maat vol.

De rechters confronteren de verdachte met de opgesomde akeligheden.
Philip hoort het aan en zegt dat het bizar is en niet waar.
Hij zegt dat het net andersom is.
Zijn ex is de agressor, hij – de man – het slachtoffer.
Toen ze nog een relatie hadden, sloeg en beet zij hem vaak.
Nooit had hij aangifte gedaan, want hij schaamde zich daar voor.
Mannen slaan vrouwen, andersom hoort niet, dat is taboe.

Philip vertelt dat zij die nacht de confrontatie had gezocht en dat hij steeds was weggelopen omdat hij geen confrontatie wilde.
Hij was klaar met haar, maar zij niet met hem.
Ze scheurde zijn jas, trapte de buitenspiegels van zijn auto.
Ze was dronken en hysterisch.
Ja, hij had haar geduwd, weggeduwd, een paar keer.
Maar steeds kwam ze terug.
Philip zegt dat de verwondingen die ze zegt te hebben opgelopen door niemand zijn geconstateerd.

Het is zijn nee tegen haar ja.
Waarom is alleen Philip dan de verdachte en niet ook zij?
Omdat zij (een week later) aangifte deed en niet hij?
Omdat vrouwen geen mannen mishandelen?

Neen.

Omdat er twee getuigen zijn die zeggen die nacht te hebben gezien dat de man agressief was.
Voor de officier van justitie is dat voldoende om te beweren dat er niet alleen wettig, maar ook overtuigend bewijs is dat rechtvaardigt dat Philip met z’n agressieproblematiek een jaar wordt opgesloten, baan kwijt of niet (wel).
Ook vindt de aanklager dat Philip duizend euro aan zijn ex moet betalen.
Voor de smart.

Een ander verhaal.

Hassan repareert en stoomt kleding.
Daarnaast is hij, Armeniër, handelaar in textiel.
Zo probeert hij met zijn gezin het hoofd boven water te houden.
Soms heeft hij mazzel, soms pech.
Zo had hij in Brussel een partij van 4000 spijkerbroeken kunnen kopen voor een euro per stuk.
Die partij had hij doorverkocht voor twee euro per broek.
Hij had ook een keer een partij margarine gekocht, een paar keer sterke drank.
Johnny Walker. Bacardi. Smirnoff.

De rechters, scherp: ‘Hoe wordt een textielhandelaar nou een handelaar in sterke drank?’ Hassan: ‘Kwestie van vraag.’
Hij vertelt dat hij ook bezig was wijn te importeren uit Frankrijk.
Legaal.
Samen met andere handelaren.

Op een dag is het 29 maart 2012.
Hassan kent Elam van de Armeense kerk in Almelo en Elam kent Durk uit Dokkum.
Durk heeft BV’s en ruimte voor handel.
Die verhuurt hij.
Als Hassan op die dag in maart vijf minuten in de huurloods van Durk is om te praten, denderen allemaal mannen naar binnen.
Ze roepen keihard: politie!

De politie had een tip gekregen dat in die loodsen van Durk rare dingen gebeurden.
Eerst gingen ze er stiekem kijken en toen ze genoeg hadden gezien volgde een inval.
Ze vonden een grote koeltrailer met onder de laadvloer 4.772 flessen Johnny Walker (black label).
Om elke fles zat een sok.
De koeltrailer zou via Antwerpen worden verscheept naar Saoedi-Arabië waar sterke drank verboden is.
Daardoor bedroeg de winstmarge 800 procent.
De misdaad: het voorhanden hebben van accijnsgoed dat ‘niet in heffing is betrokken’.

Tijdens de inval zijn drie mannen in de loods aanwezig.
Elam, Farez en onze Hassan, ze zijn er gloeiend bij.
Hassan herhaalt dat hij er nog maar vijf minuten was en dat hij met die partij whisky niets te maken heeft.
Hij kwam er om te praten.
De officier van justitie gelooft hem niet.
Hij handelde toch ook in sterke drank?
Wel toevallig.
Komt bij: Elam zegt dat hij de drank van Hassan heeft gekocht.
Hassan blijft geëmotioneerd ontkennen, zegt dat dat niet waar is, zegt dat Elam wel meer kan zeggen.

Hassan is de enige die in de verdachtenbank van zittingszaal 14 zit.
De andere twee zijn niet gekomen.
Farez verblijft spoorloos in Duitsland, Elam is (als hij nog bestaat, zei de advocaat) in Syrië.
Dat Hassan op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was, gaat er bij de officier van justitie niet in.
De strafeis: een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 200 uur.

Een textielhandelaar die ook in sterke drank doet is als een man die beweert dat hij wordt mishandeld door zijn vrouw.

Rob Zijlstra

niet in heffing betrokken

UPDATE – 7 februari 2014 – uitspraken
De rechtbank ziet de whisky-mannen liever niet aan het werk. Handelaren doen het voor het geld en dus is een boete een meer passende straf. Hassan was volgens de rechtbank niet op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Hij was fout. Geen werkstraf, maar een boete van 10.000 euro. Farez, de onvindbare in Duitsland, moet dit ook betalen. Elam is – als hij nog bestaat – niemand iets verschuldigd; hij werd vrijgesproken.

UPDATE – 13 februari 2014 – uitspraak
De rechtbank heeft Philip schuldig bevonden aan een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Naar de gevangenis hoeft hij niet, zoals het Openbaar Ministerie wel had geëist  Philip is veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van 4 maanden en een taakstraf van 240 uur. Aan zijn ex moet hij 500 euro betalen.

Babbels en bedrog

het gebit is een dag later in het café  teruggevonden

sloryJoey zegt met de souplesse van een lichtgewicht bokser dat hij dus een reactie maakte richting het dijbeen om een plotselinge vuistslag van links te ontwijken.
Joey vertelt niet over die beslissende ronde van de door hem glorieus gewonnen wedstrijd, maar over die keer dat hij ruzie had met zijn ex.
Een ex, zegt hij, die ook nog eens zwaarder is.
En kennelijke een gevaarlijke linkse heeft.

In de rechtszaal spreekt iedereen, los van waar of niet, zijn eigen taal.

Na een zitting van twee uur zeggen de rechters tegen de verdachten – drie broers – dat ze goed over de zaak gaan nadenken en dan over twee weken uitspraak doen.
De oudste broer vindt dat een goed voorstel, goed dat de rechters er over zullen nadenken.
Hij zegt: ‘Want wij willen er natuurlijk geen last van hebben.’

Met z’n drietjes zouden ze Harko hebben mishandeld op de parkeerplaats van het café waar Henk Wijngaard die avond had opgetreden.
Harko zat te ouwehoeren, deed vervelend en sloeg ineens vanuit het niets.
De broer met de kale kop had toen uit zelfverdediging teruggemept, broer met bril had voor de zekerheid een schop gegeven en broer met de zwarte cowboyhoed op het hoofd, had niets gedaan.
Harko vertelde het net andersom, de broers waren begonnen.
Zomaar en om niets.

De advocaat vraagt aan de rechters of ze de vragen in eenvoudige taal willen stellen.
Zegt: ‘Mijn cliënten zijn geen intellectuele hoogvliegers.’
Broer met bril richt zijn wijsvinger naar de rechters en roept: ‘Ja’.
Wanneer hij is geboren?
Hij zou het niet zo snel weten.
Wanneer hij jarig is?
Ja, dat wel natuurlijk.

Rechters: ‘U heeft geen werk.’
De broers in koor: ‘Oud ijzer.’

De officier van justitie besluit dat de broers in dit verhaal de agressors moeten zijn.
Harko had ook de meeste verwondingen, zo blijkt uit de medische verklaring die een forensisch arts had opgesteld.
De rechters vragen aan de officier van justitie of een dergelijke verklaring voortaan ook in gewoon Nederlands kan.
Ze hadden nu lang op Wikipedia moeten zoeken naar de betekenissen van de medische bevindingen.
Die kwamen erop neer dat de kaak van Harko op twee plaatsen kapot was, dat de mond gebitloos was en dat gesproken kon worden van een hersenkneuzing.
Het gebit is een dag later in het café in drie stukken teruggevonden.

Harko eist een schadevergoeding van ruim 12.000 euro.
Broer met bril, verontwaardigd: ‘Maar voor zoveel geld hebben we die avond helemaal niet gedronken.’
Broer met cowboyhoed vindt dat Harko beter van de drugs kan afblijven.
Rechters: ‘Dat was geen drugs, dat was morfine tegen de pijn.’
Verdachte is verbaasd: ‘Oh.’

De drie broers lanceren een idee.
Tegen de rechters: ‘Jullie kunnen beter gewoon een keer een bakkie bij ons thuis komen doen. Dan kunnen jullie zelf zien dat wij geen criminelen zijn.’

De advocaat die de broers bijstaat verzoekt de rechtbank te komen tot vrijspraak.
Hij vertelt een verhaal over slecht onderzoek, tunnelvisie en schending van mensenrechten.
Wanneer de advocaat is uitgesproken, reageert een van de rechters: ‘Advocaten moeten weten hoe ze een verweer moeten voeren, ze moeten geen losse flodders schieten. Ik snap uw verweer niet.’
De verdachte met bril bijna vrolijk: ‘En ik ook niet.’
Kennelijk blij dat hij niet de enige is.

De officier van justitie wil geloven dat de broers geen criminelen zijn.
Hij eist werkstraffen van 180 en 200 uur.
Daarnaast moeten ze aan Harko 400 euro betalen.
Dat vinden ze nog steeds veel.

Kees moet ook terugbetalen, een paar tientjes weliswaar, maar dat vindt hij wel ontzettend terecht.
Hij zegt: ‘Het was mijn fout, dat geef ik hier gewoon netjes toe. Ik betaal het met liefde terug.’

Wat Kees anders maakt is dat zijn taal strafbaar is.
Over Kees kun je een lang verhaal schrijven.
Kort: Kees loopt al jaren achteruit door het leven.
Eens had hij een mooie Rolex, soms wel twee, en een knappe Mercedes onder de kont.
Nu heeft hij drie kinderen, geen plek om te wonen, alleen maar exen, een rotjeugd en de droeve overtuiging dat hij over tien jaar nog geen stap verder is.
Niet mits, maar tenzij, ja tenzij de rechters hem nu dus nog een allerlaatste kans geven, net als de vorige keer.
Kees bedoelt, hij is nu, juist nu, supergemotiveerd om van zijn drugsverslaving af te komen.

Kees verkoopt babbels aan goedgelovige mensen.
Eigenlijk is hij een wandelende reclamespot.
Hij belt bij mensen aan en vertelt (bijvoorbeeld) dat hij zichzelf heeft buitengesloten en vraagt of hij heel eventjes geld kan lenen. Een tientje maar.
Hij kan dat heel goed.
Een van zijn slachtoffers had 13 euro uit de spaarpot van haar dochtertje gehaald.
Tegen de rechters, hoofdschuddend: ‘Het is een schande.’

De officier van justitie bevestigt dat en eist tien maanden celstraf, zes daarvan voorwaardelijk.
De 217 dagen die hij nog had staan, moet hij nu ook zitten.

Wij babbelen overal en heel de dag maar door.
Misschien zijn veel babbels wel bedoeld ons te verleiden tot kopen, tot het uitgeven van geld.
Maar als Kees dat doet – dus als hij een valse hoedanigheid aanneemt en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen – dan maakt hij zich schuldig aan een misdrijf.
In rechtszaaltaal: Kees praat bedrog.

Rob Zijlstra

UPDATE – 2 januari 2014 – uitspraken

Kees moet zitten. Vier maanden voor zijn laatste babbels. Plus twee maanden die hij nog had staan. Die worden nu ‘getuld’  (rechtbankjargon voor een tenuitvoerlegging). En dan komen er ook nog eens 217 dagen bij. Die had hij al, maar die dagen hoefde hij niet uit te zitten in verband met de vervroegde invrijheidstelling (vi). Omdat hij te vroeg opnieuw in de fotu is gegaan wordt de vi herroepen. Kees een dus en jaartje zoet.

De drie broers zijn aan de beurt. Geen taakstraffen maar alle drie een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Daarnaast moeten ze aan Harko geen 400, maar ruim 12.000 euro betalen.

.

het bovenstaande gedicht is van Michael Slory (Suriname, 1935), uit de bundel Ik zal zingen om de zon te laten opkomen 
vertaling:
geestverheffing // steeds meer / nemen de woorden toe / spelen ze hun melodie / steeds verder echter / ga ik achter hen schuil

Het mensbeeld

imagesSteeds vaker en inmiddels ook vaker niet dan wel bestaat de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen uitsluitend uit vrouwelijke rechters.
Sterker nog, steeds vaker is heel het togadragende gezelschap – de drie rechters, de griffier, de officier van justitie en de advocaat – vrouw.
Het zegt niets en het is ook helemaal niet erg.
Veel erger is dat het plegen van misdrijven al eeuwen achtereen een mannending is.
Mooier kunnen we het mensbeeld niet maken.

Vrouwelijke verdachten zijn in de zalen van het strafrecht ontzettend in de minderheid, in Groningen scoren ze nog geen tien procent.
Dit jaar werden dertien vrouwelijke verdachten in zittingszaal 14 veroordeeld tot daders en één mevrouw werd vrijgesproken.
Er zijn geen misdaden die typisch vrouwelijk zijn.
De veertien werden beticht van diefstal (4), geweld, ook met messen (4), drugshandel (2), fraude (2) en brandstichting (2).
Zegt ook niets, mogelijk zijn vrouwen slimmer.

Zodra cijfers in de misdaad opduiken – geldbedragen uitgezonderd – is het oppassen geblazen.
Conclusies trekken is bloedlink.
Neem brandstichting, een misdaad waar zware straffen mee gepaard gaan, zelfs levenslang.
Maar om Linda, 42 jaar, nu een crimineel te noemen?
In de misdaadstatistieken is ze aanwezig, maar in de gevangenis kom je haar na dit weekeinde niet tegen.

Linda heeft opzettelijk een kussen op een bank in haar woning met vuur in aanraking gebracht.
In grote lijnen weet ze nog wat er die dag is gebeurd.
Alles was bij elkaar gekomen.
Het gedoe met de biobak, de buurvrouw die haar uitnodigde voor een kopje koffie wat ze niet wilde, maar toch accepteerde omdat ze tot haar grote frustratie geen nee durft te zeggen, de vervelende sms’jes van de vader van haar kinderen en iets op Facebook.
Ze pakte een rondslingerende aansteker en stak impulsief als ze is, een kussen op de bank in brand.
Toen belde ze 112 en kwam haar vader het vuur doven.

Het leven van Linda zit in de knoei.
Ooit was dat niet zo.
Tien jaar lang was ze gelukkig en getrouwd.
Iets ging mis en daarna verliep alles moeizaam.
Ze is sociaal onhandig, maar zeer gemotiveerd het goed te doen.
Borderline.

Nadat haar vader het vuur had gedoofd en de politie was gekomen om Linda af te voeren, is geprobeerd een plek voor haar te vinden in een psychiatrische instelling.
Dat lukte niet.
Geen plek. Linda niet ernstig genoeg.
De officier van justitie zegt: ‘Ik ben er niet trots op dat ik destijds moest beslissen dat mevrouw naar het huis van bewaring moest.’

De officier van justitie zegt dat er, vijf maanden verder, een plek is gevonden.
Maandag aanstaande kan Linda worden opgenomen.
Dat is beter dan het huis van bewaring waar ze nu al 156 dagen zit, vaak ook in de isoleer.
Het is genoeg.
De officier van justitie: ‘Ik denk dat hiermee een goede afweging is gemaakt tussen de belangen van de samenleving en die van verdachte.’

Bij Linda gloort een sprankje hoop, ze is weer verliefd en droomt dat het wat wordt.
Hij heeft haar in het gevang dan wel niet bezocht, maar toch…
De drie rechters tonen als moeders een en al begrip, zeggen dat ze over twee weken uitspraak doen, maar dat Linda maandag aanstaande gerust het huis van bewaring mag verruilen voor een instelling waar ze haar kunnen helpen.

Jochem (40) is ook een verdachte die de misdaadstatistieken kleurt.
In 2007 kreeg hij twee jaar cel, in 2011 vijftien maanden.
Steeds voor hetzelfde: Jochem is een praatjesmaker.
Hij vertelt valselijk en listiglijk en bedrieglijk verhaaltjes aan mensen die dan diep geroerd hem een tientje of twintig euro geven voor de trein of bus.
De babbels van Jochem zijn echter in strijd met de waarheid, want zijn autosleutels liggen helemaal niet in de afgesloten auto.
Jochem heeft niet eens een auto.
En dus hoeft hij ook niet de reservesleutel van huis op te halen met bus of trein waarvoor hij het geld nodig zegt te hebben.
Het geld dat hij bijeen babbelt is voor de drugs waaraan Jochem al vijftien jaar verslaafd is.

Een groot crimineel kun je hem ondanks zijn lange staat van dienst niet noemen.
De officier van justitie zegt dat Jochem in 2011 de laatste kans heeft gekregen en dat hij nu de allerlaatste kans krijgt waarbij hij zich moet realiseren dat de laatste kansen wel op beginnen te raken.
Jochem kijkt blij want hij weet wat het betekent: een niet al te lange straf en daarna naar de kliniek wat hij zo graag wil.
De eis: een jaar celstraf, maar daarvan de helft voorwaardelijk.
Met een beetje mazzel kan Jochem volgende maand de kliniek in.
Jochem tegen de rechters: ‘Ik vind het een wonder dat het allemaal kan.’

Er zit een slachtoffer in de zaal, bijgestaan door Slachtofferhulp.
Jochem had op het Vennenplein in Delfzijl twintig euro uit haar portemonnee gepraat.
Dat geld wil ze terug.
Daarnaast wil ze een vergoeding voor de immateriële schade: 250 euro.
Ze zegt tegen de rechters dat ze altijd heel veel voor mensen voelde, maar dat ze nu bang is, dat ze nu medicatie nodig heeft.
Rechters: ‘Heeft u een verklaring van een arts waaruit blijkt dat u bang bent?’
Nee, dat heeft ze niet. Maar ze durft ‘s avonds de hond ook niet meer uit te laten, bang dat een man haar pakt.
Rechters: ‘Heeft hij u dan vastgepakt?’
Slachtoffer: ‘Nee, dat niet, hij was een gewone man, een leuke man ook. Maar hij heeft wel mijn mensbeeld verstoord.’

Slachtoffers kom je veel tegen in de misdaadstatistieken, maar dat zegt dus ook niet altijd alles.

Rob Zijlstra

UPDATE – 17 oktober 2013 – uitspraken
Linda is veroordeeld tot de dagen die ze opgesloten heeft gezeten, conform de eis dus. Hulpverlening is belangrijker, vinden ook de rechters, dan straffen.  Ook Jochem kreeg een straf die gelijk is aan de eis: 6 maanden zitten. Hij won het vertrouwen, leende geld, maar heeft nimmer de intentie gehad het geleende terug te betalen. Kwalijk, ook al omdat hij zich in het verleden vaker aan dit delict schuldig heeft gemaakt.  Aan twee slachtoffers moet hij het geleende nu terugbetalen, tweemaal een bedrag van 20 euro. Maar daar blijft het ook bij. De mevrouw die 250 euro extra wilde hebben krijgt dat niet.

Kaapverdië

spuitbussen op fb-pagina van jakobIn het strafdossier staat dat Hans (48) erg overtuigd is van de juistheid van zijn eigen opvattingen.
Zijn laatste veroordeling – een taakstraf van 90 uur – was wegens het bedreigen en beledigen van een ambtenaar in functie, een politieman.
Nu is hij, zegt hij stellig, onschuldig.

Jakob (37) is graffitikunstenaar en  komt uit een gegoede familie  van hardwerkende mensen. Zelf was hij na twee jaar feesten in de hennep beland en in dat verband was hij al eens overvallen en gegijzeld.

Hans kijkt bij aanvang van de strafzaak even opzij, naar Jakob. Zijn blik drukt maar een ding uit: als ik de kans krijg vreet ik je voor het oog van de rechters op.
Om dat te voorkomen zitten er zes politiemensen – dat is extra – in de zaal.

Hans en Jakob zouden witwassers, oplichters en flessentrekkers zijn.
Ze zouden op naam van Hamer Brandstoffen bv luxe goederen en bouwmaterieel hebben gehuurd.
Het gehuurde werd niet betaald, maar doorverkocht.
Er zijn 46 bedrijven die aangifte hebben gedaan.

Het viel de politie bij die aangiftes op dat er overeenkomsten zaten in al die verschillende verhalen.
De politie ging er eens goed voor zitten, stelde vast dat ze een capaciteitsprobleem hadden, belde met de bovenregionale recherche in Zwolle die onder de codenaam Kaapverdië een groot onderzoek begon.
Drie maanden later, op 15 januari dit jaar, werden twee verdachten aangehouden.
Het zijn Hans en Jakob.

Een niet volledige opsommingen van de buit: dakramen, sanitair, een zitmaaier, een houtversnipperaar met toebehoren, minishovels, graafmachines, aanhangers, een vorkheftruck, bestelauto’s, een auto-ambulance, een frontmaaier, hogedrukreinigers, 130 spuitbussen (verf) en een jacuzzi.

Een graafmachine en 130 spuitbussen zijn teruggevonden.
De rest is spoorloos.

Rechters: ‘Waar zijn die spullen gebleven?’
Hans wijst naar Jakob: ‘Jullie moeten bij hem zijn.’
Jabob schudt het hoofd: ‘Ik heb er niks mee te maken.
Hans lacht minzaam.

Ze zouden er 146.570 euro aan hebben overgehouden.
Hans briest: ‘Toen ik werd aangehouden had ik negen euro op zak. Dat is alles wat ik had.’
Hij wil maar zeggen: hoeveel bewijs voor onschuld wil je hebben?
Jakob staart voor zich uit.

Hans wil wel toegeven dat hij in ruil voor 1500 euro een bv op zijn naam had laten zetten.
Op papier was hij de directeur van Hamer Brandstoffen bv.
Hij zegt dat hij de intentie had eerlijk zaken te doen.
‘Maar ik ben belazerd, ik ben genaaid. Anderen hebben mijn naam gebruikt. Het lijkt alsof ik de grote man ben, maar dat is niet zo. Ik heb een paar keer te goeder trouw wat spullen opgehaald. Dat is alles.’

Jakob vertelt iets soortgelijks.
Hij zegt dat hij opdrachten kreeg van Hans om spullen op te halen.
Hij zegt: ‘Ik woon op een flatje, wat moet ik met een shovel of graafmachine?’
Jakob zegt dat hij zes of zeven keer een ritje heeft gedaan voor Hans en daar vier- tot vijfhonderd euro mee heeft verdiend.

De rechters willen van Hans weten: ‘Door wie bent u genaaid?
Hans: ‘Dat zeg ik niet.’
Rechters: ‘ Waarom niet?’
Hans: ‘ Ik heb een vrouw en kinderen.’

De graafmachine werd teruggevonden omdat er een  track en tracesysteem was ingebouwd.
De 130 spuitbussen lagen in flatwoning van Jakob.
Op zijn Facebookpagina staan foto’s van wel 130 spuitbussen.
Jakob: ‘Die had ik al, want ik ben immers graffitikunstenaar.’

Na drie uur vragen stellen door de rechters is er nog  veel niet duidelijk.
Ik moet denken aan de bovenregionale recherche.
Zouden die met hun onderzoek Kaapverdië echt niet meer boven water hebben gehaald dan wat nu wordt besproken in de rechtszaal?
Misschien kampt het bovenregionale rechercheteam ook wel met tekorten in de capaciteit.
Moest het team zich beperken tot twee.

De advocaat van Hans mag de naam wel noemen.
De advocaat zegt dat de grote man achter de schermen Mister X moet heten.
Die naam kan worden gelinkt aan een persoon die in 2012 is veroordeeld wegens het oplichten van bedrijven die spullen verhuren.
Mister X zelf is een jongeman die eerder is veroordeeld wegens oplichting met motoren op marktplaats.nl en later wegens mensenhandel.

Maar Mister X & Co. zijn geen verdachten.
De officier van justitie rept ook met geen woord over een groter geheel.
De boeven zijn Hans en Jakob en dat moet voldoende zijn.

Ze zegt: ‘Ze wijzen naar elkaar, maar die bedrijven zitten met de gebakken peren.’
De officier van justitie wil dat Hans en Jakob samen 146.570 euro – de berekende winst – storten in de staatskas.
Ook moeten ze de gedupeerde bedrijven schadeloos stellen.
Geld dat ze aan de bedrijven betalen mag in mindering worden gebracht op de storting in de staatskas.
Daarnaast moet Hans boeten met 24 maanden gevangenisstraf (eis).
Jakob, met iets meer zaken op de tenlastelegging, hoort 36 maanden eisen.

Hans oogt nu weer zo woedend als hij keek bij aanvang van de strafzaak.

Jakob kijkt alsof hij water ziet branden.
Hij had zicht op een vaste baan, via een kennis in een warm land van ver, in de keuken van een multinational.
Dan zou hij zijn moeder die al zijn schulden inloste kunnen terugbetalen.
Hij mompelt: ‘Zesendertig maanden in de gevangenis, dat overleef ik niet.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 22 juli 2013 – uitspraken
Jakob is veroordeeld tot achttien maanden celstraf waarvan een half jaar voorwaardelijk. Hans heeft dertig maanden gekregen.