Slechte vrienden

een van hen gaat zelfs nog even naar het toilet

1348533189_security-cameras-mounts-housings-axis-5503-141-5503-141Het filmpje dat in de rechtszaal wordt getoond duurt zes minuten.
Zolang duurt ook de overval op een growshop op het industrieterrein in Nieuwe Pekela, augustus vorig jaar.
De advocaten vinden het maar niks dat die beelden worden getoond.
Het voegt niets toe, zegt er een.
Hij zegt: ‘Het tonen van de beelden is slechts bedoeld om het publiek te bespelen.’
De officier van justitie beaamt dat.
Zo is het.

Het zijn geen fijne beelden.
Als de officier van justitie halverwege het proces aan de beurt is – om te vertellen hoe hij tegen de zaak aankijkt en welke strafeisen daar bij horen – laat hij weten niet veel woorden nodig te hebben.
Hij zegt: ‘De beelden spreken voor zich.’

De camera hangt in de hoek van de zaak die vol staat met groeiattributen.
Te zien is hoe drie mannen binnenkomen, eentje met een zonnebril op, de andere met iets van een bivakmuts op en zwarte handschoenen aan, de derde met de capuchon over het hoofd.
Als de eigenaar de winkelruimte betreedt, worden wapens getrokken en wordt er geschreeuwd.
Dat is niet te horen, maar wel te zien.

De eigenaar pakt iets uit de broekzak, legt dat op de balie en gaat op zijn knieën zitten.
De man met de bivak geeft hem een klap met het wapen op het hoofd.
De eigenaar valt voorover, ligt nu languit op de buik.
De capuchon geeft hem een schop in zijn zij.
De zonnebril begint daarna met het vastbinden van de handen.
De twee anderen dirigeren drie kwispelende bewakingshonden de ruimte uit.

Daarna lopen de overvallers zoekend rond, verdwijnen ze af en toe in een kamertje zonder camera, staan ze gebogen over de eigenaar die nu gerust slachtoffer mag heten.
Hun rust valt op.
Ze wekken niet de indruk haast te hebben.
Een van hen gaat zelfs nog even naar het toilet.

Als na drie minuten een klant nietsvermoedend binnenkomt leidt ook dat niet tot opwinding.
De bivakmuts loopt op hem af, drukt de man het vuurwapen in de nek en brengt hem naar het kamertje zonder camera.
Daar omwikkelen ze hem met stevig plakband (duct tape).
Bij het hoofd van de liggende eigenaar is een plasje bloed aan het ontstaan.

Daags voor de overval zijn twee overvallers als ordentelijke klanten in de groeiwinkel geweest en hadden tien kilo wiet besteld.
Ook van dit bezoek zijn camerabeelden.
Tien kilo wiet is nogal wat.

De handel zou de volgende dag klaarliggen.
Duidelijk wordt dat de overvallers de toegezegde partij drugs niet kunnen vinden.
Met het bundeltje dat de eigenaar snel uit zijn broekzak haalde en op de balie had gelegd – het is 2.500 euro – nemen ze geen genoegen.

Na zes minuten komt een einde aan de overval als een tweede persoon de zaak wil betreden.
Je ziet hem heel even kijken.
Kennelijk heeft hij in een fractie van een seconde door wat er aan de hand is.
De man schrijft vervolgens het wereldrecord hard wegrennen op zijn naam.
De overvallers vinden het ook welletjes, lopen naar buiten, stappen in de auto en rijden weg.

Einde film.

De man met de bivakmuts wil er in de rechtszaal niet veel over vertellen.
Had hij de leiding?
‘Geen commentaar.’
Staat u op die beelden?
‘Ja.’
Hij zegt dat er afspraken waren en dat die niet zijn nagekomen, dat dat de aanleiding was.
Zegt: ‘Ik ben bedonderd. Lullig dat het zover is gekomen.’

De capuchon zegt dat ze hem hadden gebeld.
‘Wie? Hij met de zonnebril. Ik lag nog in bed. Ik had schulden. Daarom heb ik meegedaan.’

De zonnebril, 24 jaar.
Hij werkt al zeven jaar voor een en dezelfde baas die hem nog niet heeft ontslagen hoewel hij al maanden in het huis van bewaring verblijft.
Zijn ouders bezoeken hem daar elke week.
Zij waren zich rot geschrokken dat hun zoon omgang had met slechte vrienden.
Dat zoonlief misschien zelf wel een slechte vriend is.

De zonnebril zegt dat hij niet wist dat ze een overval gingen plegen.
Toen hij in de gaten kreeg dat ze dat wel deden, had hij in een opwelling meegedaan.
Tegen de rechters: ‘Het was niet mijn bedoeling.’

De officier van justitie probeert hem wakker te maken.
‘U huurt een auto in Groningen en rijdt met twee mannen met wapens naar Nieuwe Pekela, stapt uit, loopt die zaak binnen waarbij wapens worden getrokken, de eigenaar wordt neergeslagen die u vervolgens vastbindt. Uit niets op de beelden blijkt dat u verrast bent. U wist wat er ging gebeuren, u had een actieve rol.’

Reclasseringsmedewerkers die met de verdachten hebben gesproken hadden werkstraffen geadviseerd.
Misschien was dat ook wel in een opwelling.
De officier van justitie moet er niet aan denken.
Bivakmuts en capuchon horen vijf jaar celstraf tegen zich eisen, de zonnebril mag boeten met vier jaar (waarvan een jaar voorwaardelijk).
Er is een vierde verdachte die de overvallers met zijn auto naar het verhuurbedrijf had gebracht en hen later ook weer had opgehaald: 30 maanden (inclusief tien voorwaardelijk).

De aanklager benoemt aan het einde van zijn betoog een gerucht: de drugs zouden moeten worden gestolen in opdracht van de Turkse maffia.
Wel zo of niet zo, zegt de officier van justitie, relevant is het niet.
Hij wil het – ook al voegt het niets toe – even hebben gezegd.

Wat ik mij afvraag: waarom plegen mannen een gewapende overval met een auto die ze kort daarvoor op naam hebben gehuurd?
Waarom pleeg je een overval terwijl je weet dat je wordt gepakt, ook wetende dat je voor zoiets jaren celstraf kunt krijgen?
Of zouden ze geen kranten lezen?

Rob Zijlstra

UPDATE – 20 februari 2014 – uitspraken
De rechtbank heeft gesproken en van de strafeisen een onsje afgehaald. Bewezen: afpersing en vrijheidsberoving
Bivakmuts en capuchon (eisen 5 jaar) kregen beide 4 jaar. De zonnebril 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Dat betekent in de praktijk dat  de zonnebril 24 maanden moet brommen en de andere twee 40 maanden. Zij komen in aanmerking voor de vervroegde invrijheidstelling na tweede derde te hebben  uitgezeten. Voor de zonnebril geldt dat niet omdat een deel van zijn straf voorwaardelijk is.
De vierde verdachte kan als medeplichtige opgelucht ademhalen: geen 20 maanden zitten, maar hij moet een taakstraf van 240 uur uitvoeren. Met een waarschuwing erbij van 6 maanden voorwaardelijke celstraf.

De boete

jointDit verhaal gaat over een niet al te ingewikkelde strafzaak, maar wel eentje waarin de Staat der Nederlanden zichzelf met een boete opzadelt.

Een man die Baldur heet, 34 jaar is en in Duitsland woont wordt in de nabijheid van de grens – op onze kant – aangehouden.
In de kofferbak van zijn auto ligt een tas met daarin 1,050 kilogram hennep.
De bedoeling was om het spul mee te nemen naar huis.
Naar Datteln, bij Dortmund.

Baldur had de drugs gekocht in Veendam.
De deal ging per telefoon.
Eerst moest hij zich melden in de Scheldestraat in Winschoten.
Van daaruit werd hij naar Veendam gebracht.
De partij kostte 4.800 euro.
Handel in Datteln zou de winst moeten brengen.

Baldur wilde de rechters doen geloven dat de partij was bedoeld voor eigen gebruik.

Rechters: ‘Heeft u dit vaker gedaan?’
Baldur: ‘Nee.’
Rechters: ‘Voor wie was die kilo?’
Baldur: ‘Voor mij en mijn vrienden.’
Rechters: ‘Hoeveel joints rookt u per dag?’
Baldur: ‘Eerst tien per dag, ik rookte de hele dag door. Sinds ik ben aangehouden niets meer.’
Rechters: ‘Van een kilo kun je wel 5.000 joints draaien. Je zou dan ook kunnen denken dat u drugs ophaalde voor de handel.’
De tolk van Baldur tolkt: ‘Een kilo loont zich niet.’

Dat Baldur is aangehouden is zijn eigen schuld.
Een wachtmeester en een opperwachtmeester van de marechaussee die onze grenzen bewaken hadden hem zien staan dralen bij een tankstation in Bellingwolde.
Hij was uitgestapt en weer ingestapt en toen weggereden.
Beetje verdacht vonden de Koninklijke grensbewakers dat en ze besloten Baldur in het kader van de vreemdelingenwet staande te houden.
Alle papieren bleken in orde en Baldur mocht zijn weg vervolgen.

Dat deed hij, maar de marechaussee verloor hem geen moment uit het oog.
De wachtmeester en de opperwachtmeester vonden het misschien maar niks dat de papieren in orde waren.
Ze volgden hem en zagen dat hij opnieuw naar een tankstation reed.
Weer gesloten.
Naar een derde.
Opnieuw.

De wachtmeesters vermoeden dat de man op zoek is naar betaalautomaten die hij kan voorzien van skimapparatuur.
Dan rijdt hij richting Winschoten, over de A7, in de richting van Groningen.
Op de rotonde bij Winschoten doet hij een rondje om dan terug te rijden richting Duitse grens.
De wachtmeester zegt tegen de opperwachtmeester dat het nu genoeg is en houden hem voor de tweede keer staande.
Nu moet ook de kofferbak open.
Zie daar de tas met 1,050 kilogram.

Baldur moet mee naar het politiebureau waar hij twee dagen en nachten blijft.
De auto, een Audi A3, wordt in beslag genomen.

De officier van justitie zegt dat Baldur de intentie had de drugs het land uit te smokkelen.
Baldur zegt dat zijn vader was overleden, dat hij was gescheiden en alleen nog maar werkte.
Zo was het gekomen, daarom had hij het gedaan, omdat hij behoorlijk in de war was.
Hij wil ook graag de auto terug.
De Audi is een erfstuk met emotionele waarde.

De officier van justitie weet iets anders.
De richtlijn voor zijn misdaad schrijft zes maanden celstraf voor.
Zes maanden celstraf kun je op grond van weer andere regels omzetten in een werkstraf van 240 uur.
Maar Baldur woont in Duitsland en ver van de grens.
Nu is er een kaderbesluit – ze noemde de aanklager het – dat het mogelijk maakt dat werkstraffen die hier worden opgelegd, elders mogen worden uitgevoerd.
Alleen Duitsland doet in dit kader nog niet mee.

De officier van justitie vervolgt: ‘Laten we daarom een keer een boete doen. We doen 4.000 euro. Wil meneer dat niet betalen, dan hebben we zijn auto.’

Heiko Eckert, de advocaat van Baldur, vindt dat maar niks.
Sowieso niet.
Dus als je een beetje staat te lanterfanten bij een tankstation ben je al verdacht?
Dan kun je iedereen wel aanhouden wat niet de bedoeling mag zijn.
De advocaat vindt het verkregen bewijs onrechtmatig verkregen bewijs is.
Dan mag het niet meetellen.

Mochten de rechters daar anders over denken, zegt Eckert, dan kan worden volstaan met een dikke waarschuwing.
We moeten niet vergeten dan hij die 4.800 euro waarmee hij de drugs kocht ook al kwijt is.
Doe een voorwaardelijke straf.
Of geef hem die auto terug.
Dan kan hij die verkopen en dan kan hij een boete betalen.

De officier van justitie draait het om: meneer betaalt gewoon de boete en dan krijgt hij die auto terug.

De rechters denken daar anders over.
De rechters zeggen niks over het beslag en de auto.
De rechters zeggen dat Baldur een boete van 4.000 euro moet betalen.
Hoe hij dat doet, dat zoekt hij samen met het Openbaar Ministerie maar uit.

Op het moment dat Baldur de boete betaalt, krijgt hij de auto terug.
Doet hij dat niet, dan zal de Nederlandse overheid de Duitse Audi, bouwjaar 2005, eerst moeten importeren en dan verkopen, in de hoop dat zoiets 4.000 euro oplevert.
Advocaat Eckert schat in dat een en ander meer kost dan dat het oplevert.

Rob Zijlstra

Geloofwaardigheid

k_gripzakje 3 (8x8)In 2008 is de politie te Groningen een onderzoek begonnen naar drugshandel in de gemeente Leek.
Dat was omdat er via de criminele inlichtingen eenheid (cie, afdeling stiekem) van de politie informatie was binnengekomen over die Leekster handel.
Misschien wel van de concurrent, maar dat doet er hier niet toe.

De verdachte werd getraceerd en toen stelselmatig geobserveerd.
Mensen met wie hij contact had, werden ondervraagd (afgevangen).
Een en ander duurde twee jaar.
Op 25 januari 2010 werd de verdachte man in Leek aangehouden en werd het onderzoek afgerond.

De verdenking in vrije vertaling: man had in bezit 194 gram hennep en/of ongeveer dertien gripzakjes en later 215 gripzakjes en hennephars.
Een deel daarvan heeft hij (telkens) opzettelijk verkocht.
In zijn woning is een stroomstootwapen gevonden waarmee ‘personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht.

Mag allemaal niet.

Vanmiddag moest de man in verband met bovenstaande terechtstaan.
Hij was er niet.
Waar hij wel is, wist niemand.
Ook zijn advocaat niet.
Die was er wel, maar was niet gemachtigd en dus moest hij zijn mond houden.

De officier van justitie zei dat tijdens een zoeking ook nog eens 8oo euro in ’s mans woning is aangetroffen.
Ze eiste een taakstraf van 160 uur en zes maanden voorwaardelijke celstraf.
Die 800 euro’s moeten verbeurd worden verklaard.

De drie rechters zeiden in reactie daarop dat ze er goed over zullen nadenken en over twee weken uitspraak doen.

Ik vroeg aan de officier van justitie wat het nut is van zo’n zaak, vier jaar na dato?
De officier van justitie zei dat ze dat ook niet wist.
Ze zei: ‘Zaak is ooit aangebracht. Dan staat de zaak op de rol. Dus…’

Ik vroeg wat het strafrechtelijk doel is na vier jaar?
Ook dat wist de officier van justitie niet.
Misschien wist ze het wel, maar zei ze het gewoon niet.

Ik vroeg of het niet een beetje gek is, beetje raar, zo’n zaak uit 2008 – 2010 en dan in 2014 in zittingszaal 14?
Te meer omdat de verdachte al op 25 januari 2010 was aangehouden.
En waarom een officier van justitie niet uitlegt hoe zoiets kan.
In verband met de geloofwaardigheid bijvoorbeeld.

De officier van justitie zei toen: ‘Ja, daar kun je over discussiëren.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 30 januari 2014 – uitspraak
De rechters hebben nagedacht: drie maanden celstraf. Geheel voorwaardelijk. Punt.

HET VONNIS

Ongelofelijk medeplichtig

9589832-hennepIn heel het dorp gonsde het al weken van de geruchten.
De boerderij van Arjen zit vol hennep.
Hij woonde er zelf niet, maar met zijn vrouw bij de kerk.
Wie van zijn lege boerderij gebruik wilde maken, maakte er maar gebruik van.
Kon mij dat schelen, mompelt Arjen tegen de rechters.

De rechters kijken naar hem en misschien denken de drie magistraten wel: wat doet die man hier?
Waarom moeten wij over deze man oordelen?
Waarom hebben wij niets beters te doen?
Een van de rechters zegt: ‘Gezien uw leeftijd had u er veel sprankelender uit kunnen zien.’
Dat was niet onaardig bedoeld.

Arjen is 57 jaar.
Of hij is een groot toneelspeler die met terugwerkende kracht wereldberoemd moet worden of hij lijdt.
Hij hangt voorover in de verdachtenbank, met zijn beide handen tegen de oren gedrukt.
Huilend zegt hij: ‘Ik kan hier niet meer tegen. Ik zit al drie jaar in de stress, ik kan niet meer functioneren, ik kan er niet van slapen. Ik woon in een dorp, in een gereformeerd bolwerk. Ik word gezien als een grote drugscrimineel.’

Dat laatste zou wel heel bijzonder zijn, want er staan zelden grote drugscriminelen terecht in de Groninger rechtszaal.

De geruchten die door het dorp gonsden, bereikten ook de wijkagent.
Die besloot tot een daadkrachtig optreden: hij ging er eens even kijken.
De agent wist toen al dat Arjen en zijn vrouw – ze woonden bij het café naast de kerk – de eigenaren waren van de boerderij.
Ter plaatse snuffelde de agent in de rondte en wat hij zag was niet mis.
Hij zag een camera aan de gevel en even later een man in een rode auto.
De wijkagent wist ambtshalve wie die man was: het was Geurt, de man met drugsantecedenten.

Tevreden keerde de agent terug op zijn post en tikte op wat hij had waargenomen.
Daarna belde hij zijn meerdere en besloten werd een inval te doen.
Het was bingo geweest.
In een afgetimmerde zolderruimte werden 30 moederplanten gevonden, 1.348 hennepplanten in bloei en in een derde ruimte stonden 1.250 met aarde gevulde bloempotten met een hoop hennepafval.
Een blik op de meterkast leerde dat met de stroom was gerotzooid.

Arjen werd gearresteerd.
Er zou ten minste drie keer zijn geoogst, opgeteld goed voor 200.000 euro.
De benadeling van stroomboer Enexis: 8.000 euro.

Bij de politie had Arjen eerst alles ontkend en daarna een beetje.
In de rechtszaal ontkent hij weer alles.
De verklaringen die hij bij de politie had afgelegd, kloppen niet.
Als hij niet verklaarde wat de agenten wilden horen, dan zouden ze hem nog langer opsluiten.
Ja, dat zeiden ze, jammert Arjen.

Rechters: ‘Hoe is het verhoor bij de politie gegaan?’
Arjen: ‘Dat wilt u niet weten.’
Rechters: ‘Juist wel.’
Arjen, geëmotioneerd en met stemverheffing: ‘Ik ben onder druk gezet.’

De rechters kijken nu niet alsof ze water zien branden.
Verdachten worden vaak onder druk gezet door de politie.
Dat mag.
Arjen, in tranen: ‘Ik heb nog nooit een hennepplant in het echt gezien. Ik kwam nooit op zolder. Als ik het had geweten, dan had ik ingegrepen.’

Nu gaat dit verhaal  merkwaardig worden.
Bovenstaande speelde zich af in november 2010.
Zo voortvarend de politie de boerderij was binnengevallen, zo traag werd de zaak afgehandeld.
Toen het dossier eindelijk op de burelen belandde van het Openbaar Ministerie was daar de capaciteit op.
Zo verstreken drie jaren.
Arjen had geen advocaat meegenomen om daar iets lelijks over te zeggen.

Merkwaardig is ook dat de officier van justitie eigenlijk vindt dat de politie op basis van die ene waarneming helemaal geen inval had mogen doen.
Een lege boerderij waar een man rondloopt die eerder is veroordeeld wegens het exploiteren van een hennepkwekerij is onvoldoende reden aan te nemen dat er iets strafbaars aan de hand is.
De inval was te snel en dus onrechtmatig.
De officier van justitie is verantwoordelijk voor dit soort kwesties.
Ze zegt dat de fout van de politie moet worden bestraft met een strafkorting in het voordeel van Arjen.

De officier van justitie besluit dat Arjen medeplichtig moet zijn aan het exploiteren van een hennepkwekerij. Geen medeplichtigheid in de zin van boze opzet, maar in de zin van verwijtbaarheid.
Het was zijn boerderij waar de planten zijn aangetroffen.
Hij had moeten controleren wat anderen daar deden.
De richtlijn: zeven maanden celstraf.
Maar gezien Arjen’s rol, de foute inval en omdat het al zo lang geleden is, kan worden volstaan met een taakstraf van 80 uur (eis).

Het kan nog gekker.
De strafzaak tegen Geurt is in mei dit jaar geseponeerd.
Het mag dan zijn initiatief zijn geweest en zijn planten en oogsten en bloempotten, er is onvoldoende bewijs dat dat ook echt zo is.
Met dat sepot hoeft Geurt zich dus ook niet voor de rechters te verantwoorden.
Arjen wel.
Je kunt dus zeggen dat Arjen medeplichtig is aan iets waarvan het Openbaar Ministerie zegt dat het niet is te bewijzen.

In een beschaafd land is veel mogelijk.
De officier van justitie had ook nog een ontnemingsvordering ingediend.
Omdat misdaad niet mag lonen zou Arjen 5.000 euro aan de Staat der Nederlanden moeten betalen.
Dat bedrag zou hij als medeplichtige hebben verdiend.
Maar de officier van justitie is plots van mening dat Arjen niets hoeft te betalen.
Ze zegt: ‘Ik heb dat zo slecht onderbouwd.’

De rechters zeggen tegen Arjen dat ze over twee weken uitspraak zullen doen en bedanken hem voor zijn komst naar de rechtbank.
Arjen, vol ongeloof: ‘Mag ik naar huis?’

Rob Zijlstra

UPDATE – 19 december 2013 – uitspraak
Arjen is geen hennepman van het jaar geworden, maar veroordeeld. Medeplegen kan worden bewezen. Het binnentreden door de politie is rechtmatig geweest. Maar het heeft wel te lang geduurd. Verdachte heeft daardoor lange tijd in stress geleefd. De rechtbank tilt hier zwaarder aan dan de officier van justitie. De straf: 60 uur geheel voorwaardelijk. De ontneming – conform – afgewezen.

Geldezels

1001004008493627

klassieker

De een wilde met geld van de familie een Mercedes in de S-klasse kopen, ergens in Amsterdam.
De ander ging met hem mee,  voor de lol maar ook  om in Amsterdam plezier te maken met drank en met vrouwen.
De een en de ander komen uit Bremen, Duitsland.
Om hun doel te verwezenlijken reden ze op een middag in februari, rond een uur of drie, bij Bad Nieuweschans de grens over.
Onze kant op.

Grenscontrole.

De grenscontroleurs zagen vanuit de Duitse berm twee mannen in een zwarte auto.
Nogal verdacht kennelijk, want direct na de streep, haalden de controleurs de zwarte auto in, drukten op een knopje waardoor een bordje ‘volgen’ zichtbaar werd.
De twee mannen in de zwarte auto werden gesommeerd achter de auto van de grenscontroleurs aan rijden, mee naar het vreemdelingengrenscontrolekantoor in Winschoten.

Daar moest de kofferbak in het kader van artikel 50 van de vreemdelingenwetgeving worden opengemaakt.
Geen lijk.
Toen moesten ze een vraag beantwoorden, een vraag die kennelijk aan willekeurige grenspassanten in vredestijd gesteld mag worden: heeft u ook geld?

Vick en Youri hadden ja geknikt, dat hadden ze.
Ze moesten vertellen hoeveel en waarom en wat ze in Nederland kwamen doen.

De rechters wilden weten: ‘Overkomt u dit wel vaker?’
Youri met de blik op logisch: ‘Tuurlijk.’
Rechters, beetje verbaasd: ‘Natuurlijk?’
Youri: ‘Ja, ik kom vaker in Nederland.’

Vick vertelt dat hij een auto wilde kopen met geld van de familie uit Rusland.
Hij had ruim 30.000 euro bij zich.
Youri zegt dus dat hij plezier wilde komen maken, met drank op en in vrouwen, met als er nog wat overbleef een bezoek aan het casino.
Hij had 7.200 euro in de kontzak.

Hoe ze wel niet aan al dat geld waren gekomen?
Vick en Youri zeiden niet: waarom moeten we dit vertellen?
Nee.
Youri zei: ‘Mijn familie in Rusland heeft een appartement verkocht en nu willen we met dat geld das Auto kopen.’
Vick: ‘Ik ben bokser, ik verdien mijn geld met boksen. En ik heb ook nog wat geld gekregen van mijn broer die tien jaar bij Mercedes heeft gewerkt, ontslagen is en een ontslagvergoeding heeft gekregen van 140.000 euro. Hij heeft nu een eigen bedrijf.’

Youri: ‘Klopt, die zwarte auto is van mij. Ze hebben die auto in beslag genomen. Er zit nog een lening op.’

Vick: ‘Waarom ik pepperspray bij me had? Ik ben zoals ik al zei bokser en soms ook portier. Dan kom je wel eens in situaties terecht. Pepperspray is in Duitsland niet verboden. Dat het wel verboden is in Nederland wist ik niet.’

De rechters willen weten wat ze nu doen voor de kost.
Youri vertelt dat hij bij een automatiseringsbedrijf werkte, dat hij pas ontslagen is en nu een studie volgt om het Engels beter onder de knie te krijgen en dat hij met zijn vrouw geen kinderen heeft.
Vick zegt dat hij drie kinderen heeft.
En schulden.
Bij zijn vader, zijn moeder, zijn neef, bij de Staat, het telefoonbedrijf, het elektriciteitsbedrijf, bij … ‘
– Hoeveel?
‘Niet te overzien.’

De officier van justitie: ‘Geen twijfel mogelijk. In de zwarte auto is een envelop aangetroffen met daarin zestig biljetten van 500 euro. Het is algemeen bekend dat dit soort biljetten wordt gebruikt bij drugstransacties. De heren zijn niet helder over de herkomst van het geld, ze hebben gelogen over het bedrag, ze zeiden eerst dat ze minder bij zich hadden. Bovendien is het onlogisch dat een Duitser in Nederland een auto koopt voor zijn familie in Rusland. Vick wilde feestvieren in Amsterdam terwijl wij weten dat hij schulden heeft.’

De officier van justitie denkt dat Vick en Youri de grens overstaken om hier crimineel geld wit te wassen.
Vick en Youri zijn ezels.
Ze zijn money mules.

Drank en vrouwen van plezier? Een das Auto voor de familie in Rusland? Ammehoela! Een maand gevangenisstraf voor Vick, twee weken voor onze Cassius Clay. Komt bij: het in beslag genomen geld moet van ons allemaal zijn, en zeker niet van hun.

De advocaat van de twee verdachten zegt twee dingen.
Hij zegt: onrechtmatige aanhouding.
Zegt dat zijn cliënten nooit aangehouden hadden mogen worden omdat er geen enkele aanleiding was hen aan te houden. Er was immers geen verdenking. Zij zijn de hollende kleurling toch niet?
Ten tweede zegt de advocaat dat het toch niet zo kan zijn dat wanneer iemand met geld de grens oversteekt en hij niet kan aantonen dat het legaal geld is, het uitgangspunt is dat het dan wel crimineel geld zal wezen.

Europa.

Rob Zijlstra

UPDATE – 6 december 2013 – uitspraken
Vick en Youri zijn vrijgesproken van witwassen. De politie mocht hen wel staande houden en vragen of ze geld bij zich hadden. Ze hebben daar vrijwillig op geantwoord. En daar is niets mis mee. Geen hollende kleurling dus. Toch vrijspraak want het Openbaar Ministerie heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het geld afkomstig is van misdaad. Er is wel een vermoeden,maar een vermoeden is te weinig om tot een veroordeling te komen. Youri  krijgt zijn 30.000 euro en zijn Mercedes terug. Vick  zijn bij elkaar gebokste 7.200 euro. Hij is wel veroordeeld voor het bezit van pepperspray: een boete van 290 euro voorwaardelijk.

DE VONNISSEN zodra beschikbaar

de hollende kleurling

Overlast en zorg

siebrand h. wiegman

met toestemming: prachtfoto van: Siebrand H. Wiegman – – jouwstad.eu

Het is helemaal niet raar te beweren dat het A-kwartier met z’n Hoge en Lage der A, het grachtenwater met boten en bootjes, de prachtigste binnenstadspanden, de steegjes, de traditionele cafés een van de fraaiste delen van de stad Groningen is.
Er zijn ook nadelen, want wonen in dit mooiste stadsdeel is niet altijd een pretje.
Bewoners die last hebben van het lawaai van rondvarende bootjes kunnen het meldpunt ‘overlast en zorg’ bellen.
Maar bij heftige overlast (‘s nachts) moet evenwel contact worden opgenomen met de politie, meldt de buurtwebsite.
Dat doen de bewoners al heel lang en frequent.

De buurttwitter twittert over drugsoverlast, over nachtelijke lawaaidealers met gettoblasters, over wildplassen en tippelende prostituees.
Een tweet van een enthousiaste politieman: ‘Een korte briefing gehouden met 6 goede collega’s die de drugsoverlast in het A-kwartier in Groningen plat gaan surveilleren!’

De man die volgens het Openbaar Ministerie een zeer kwalijke rol in speelt bij al die overlast is de 34–jarige Roberto, geboren in Colombia, opgegroeid op Curaçao.
Hij is misschien wel, zegt de officier van justitie, een van de grootste zo niet de grootste drugsdealer van de stad.
Hij is aangehouden, in juli dit jaar, tijdens een speciale drugsactie van de politie.
Die speciale actie werd gehouden omdat de meldingen over overlast weer eens aan het toenemen waren.

Roberto is niet een praatgrage verdachte drugsdealer.
Bij de politie had hij zich beroepen op het zwijgrecht.
Dat is hij ook van plan te doen in de rechtszaal, kondigt hij aan.
Af en toe zegt hij wel wat.
Bijvoorbeeld dat hij graag wil werken in de zorg, daar volgde hij een opleiding voor.
Hij deed ook vrijwilligerswerk in een woonzorgcentrum in het zuiden van Groningen.
Nu hij in de gevangenis zit, studeert hij.
Dat wil zeggen, hij volgt de cursus ‘kiezen voor verandering’, dat is een populair tijdverdrijf in de huizen van bewaring.

Tegen de rechters zegt Roberto: ‘Ik ben wel een Colombiaan, maar Pablo Escobar ben ik niet.’

De politie ziet het anders.
Op het politiebureau was een anonieme brief bezorgd waarin stond dat Roberto op een scooter door de stad rijdt en dat onder het zadel een vuurwapen verborgen is met een geluiddemper.
Hij zou ook lid zijn van de Farc en op de Antillen meerdere mensen hebben doodgeschoten.
Ook komt via criminele informanten informatie binnen dat ‘de Colombiaan’ bezig is zijn werkterrein uit te breiden.
Hij heeft een netwerk van drugsrunners om zich heen verzameld om op die manier buitenschot te kunnen blijven.
Binnen het netwerk functioneert een waarschuwingssysteem voor het geval de politie in de buurt is of dreigt te komen.

Roberto zegt dat hij is gestopt met de zorgopleiding nadat zijn vriendin zwanger raakte.
Om voor haar te kunnen zorgen moest hij vroeg opstaan en dat viel niet te combineren met de opleiding.
Maar die wil hij straks wel weer oppakken.
Zegt: ‘Ik wil een goed leven.’

Wanneer een van de rechters informeert of hij niet een beetje hulp wil om te voorkomen dat hij straks – want eens weer vrij – terugkeert naar zijn oude, foute vrienden, antwoordt Roberto kort en bondig: ‘Ik heb geen vrienden.’

Politieonderzoek heeft uitgewezen dat Roberto in negen maanden tijd 24.000 maal heeft gebeld met 424 verschillende mensen.
De politie kan zoiets vandaag de dag met slechts één telefoontje achterhalen.
Standaard in drugsonderzoeken pakt de politie ook drugsgebruikers op.
Die mogen nadat ze als getuige hebben verklaard bij wie zij hun drugs kopen doorgaans ook weer gaan.
De namen van half cocaïnesnuivend Groningen vliegen door de rechtszaal.

Roberto blijft nors voor zich uit staren.
Hij herhaalt nog maar eens dat hij geen grote drugsjongen is.
Hij zegt een voorbeeld te willen zijn voor zijn pasgeboren zoontje.

dealerDe officier van justitie leest voor wat is opgeschreven en zegt ter afronding dat de brooddealer Roberto (want zelf niet verslaafd) anderhalf jaar naar de gevangenis moet.
Dat is zijn eis.
De bij de arrestatie in beslag genomen fotocamera kan hij terugkrijgen, de aangetroffen mobiele telefoons niet.
Daarnaast wil de officier van justitie de winst afpakken die Roberto in het A-kwartier heeft geboekt.
De politie heeft uitgerekend dat hij in acht maanden tijd 280.000 euro heeft omgezet.
Om dat resultaat te behalen heeft hij 28.000 bolletjes cocaïne moeten verkopen.

Een bolletje met 0,2 gram cocaïne kostte bij hem een tientje, een gram vijftig euro.
De inkoopkosten zijn becijferd op 34 euro per gram.
De criminele winst is dan al met al: 89.000 euro.
Dat bedrag moet hij afdragen.

Roberto: ‘Overdreven.’

Zijn advocaat vindt dat ook en ook alles maar raar.
Hij zegt dat de berekening is gebaseerd op valse aannames, gissingen en vermoedens.
De politie had Roberto geobserveerd.
Nooit is toen vastgesteld dat de verdachte leefde in luxe.
Ook is er bij hem geen geld aangetroffen.
Hij heeft geen bezittingen.
Dan kun je toch nooit de grootste drugsdealer van Groningen zijn?

De advocaat heeft nog wat.
Hij was ook aan het rekenen geslagen en houdt de rechters zijn uitkomst voor: als een mens zes uur per dag slaapt en vijf uur doorbrengt met zijn gezin, dan blijven er dertien uren over.
In die resterende uren zou hij dus volgens de politie 24.000 keer hebben gebeld.
Als dat waar is, vraagt de advocaat, dan blijft er toch geen tijd over om ook nog eens te dealen in drugs?

Rob Zijlstra

fotografie Siebrand H. Wiegman / jouwstad.eu

.

UPDATE – 7 november 2013 – uitspraak
Roberto is een drugshandelaar, zegt de rechtbank, en geen kleinte: hij maakte gebruik van mededealers  die hem afschermden. Daarnaast, vindende rechters, toont hij gene inzicht  in het strafwaardige van de handel in drugs. Het bij hem aangetroffen stroomstootwapen – gelijkend op een mobiele telefoon –  wordt onttrokken aan het verkeer. Robert moet 18 maanden zitten.

Roberto heeft ook financieel voordeel genoten. Hij moet 44.880 euro aan de Staat der Nederlanden afdragen. In het vonnis staat de volgende berekening:

verkoop van 14.025 bolletjes x € 10,-                                         140.250,00
inkoop 14.025 bolletjes x 0,2 gram = 2805 gram x € 34,-    95.370,00
totaal wederrechtelijk verkregen voordeel                                 44.880,00

de rechtbank heeft de vonnissen niet gepubliceerd 

Eenmalige misdadigers

Er zijn misdadigers die gewetenloos zijn.
Die doen het om er zelf beter van te worden of zomaar voor de kick.
Zij zijn wel de ergste, maar ze zijn niet met de meesten.
De meeste mannen die met een misdaad in de rechtszaal moeten verschijnen – in Groningen maar ook elders – zijn eenmalige misdadigers.
Amateurs.
Ze hebben vaak ook een reden, al dan niet in combinatie met een samenloop van omstandigheden.
Een zus met reuma, een slecht huwelijk, ontzettende dorst.

Ontzettende dorst.
Martin, 55 jaar, geboren en getogen in Groningen, is glazenwasser van beroep.
Dat wil zeggen Martin had een fiets, een ladder en een emmer met zeepsop.
Toen zijn compagnon in 2000 overleed had hij aan de weduwe 300 gulden (toen nog) betaald om het klantenbestand over te nemen.
Zo kreeg hij een eigen wijk.
Een vetpot was het niet, maar hij kon er de vijf liter bier die hij dagelijks tot zich nam van betalen.
En af en toe wat heroïne.

Op een dag werd hij verraden door een concurrerende glazenwasser.
De sociale dienst stelde een onderzoek in en ontdekte dat Martin genoten inkomsten niet opgaf en dat hij een gezamenlijke huishouding voerde met Alie, de zus van zijn overleden compagnon.
Martin ziet dat anders.
In 2006 was Alie shag gaan halen bij het benzinepompstation.
Ze kreeg een aanval en ging onderuit.
Sindsdien komt ze nauwelijks nog buiten.
Hij verzorgt haar.

De fraudepolitie ontdekte dat hij de boodschappen deed en kookte, dat de gasrekening op het adres waar hij zei zelfstandig te wonen veel te laag was, dat zij zijn kleren waste, dat hij haar hond uitliet.
Martin maakte ook gebruik van een brommer die op naam stond van Alie.
Martin zegt dat hij Alie altijd op haar brommer – zij achterop – naar het ziekenhuis bracht.
Daarom.

In de wijk belde de fraudepolitie aan bij mensen met de vraag of zij Martin kenden als de glazenwasser.
En of ze wilden verklaren dat ze hem geld gaven voor schone ramen.
Veel klanten hadden hun mond gehouden, maar een stuk of tien klapten uit de school en leverden het wettige bewijs voor de fraude.

Martin had nog aangevoerd dat ze het bed niet deelden, dat van een seksuele relatie geen sprake was.
Te laat.
De financiën waren verweven (‘we deden het een beetje sam-sam’) en dat is voldoende om van een duurzame relatie te kunnen spreken.
En dan heb je geen recht op een uitkering als alleenstaande.
Martin moet nu 110.000 euro terugbetalen, geld dat hij niet heeft.

De officier van justitie zegt dat Nederland een verzorgingsstaat is waarin zij die het beter hebben betalen voor hen die het iets minder hebben. ‘Als iedereen doet wat Martin deed, dan houden we de staat niet overeind, dan kunnen we het niet meer betalen.
Wat Martin heeft gedaan is dus heel ernstig. Ik vind dan ook dat hij iets terug moet doen voor de maatschappij. Ik eis een werkstraf van 240 uur.’

Martin vindt dat de officier van justitie groot gelijk heeft.
Zegt: ‘Zoals zij denkt, zo denk ik er ook over. Ik heb de staat benadeeld, maar ik ben geen draaideurcrimineel geworden. Als crimineel had ik de staat nog veel meer geld gekost.’

Martin neemt afscheid met een kleine buiging naar de officier van justitie en naar de rechters en zegt: ‘Mag ik u allen vriendelijk bedanken?’
Dat mocht.
De strafzaak tegen Alie is vanwege haar gezondheid geseponeerd.

Bart is ook mantelzorger.
Hij loopt tegen de zeventig en verzorgt zijn moeder die de honderd nadert.
Hij is ontzettend bang dat hij naar de gevangenis wordt gestuurd.
Dan zal hij zijn moeder niet meer kunnen bijstaan en ook zal hij dan alles aan haar moeten vertellen.
Nu weet ze van niets.

Bart heeft twee enorme stommiteiten begaan.
Hij verzamelde kinderporno op zijn computer.
Zegt: ‘Ik was bewust op zoek, het was verslavend gedrag. Ik zag geen kinderen in nood. Ik had mijn geweten uitgeschakeld. Dat neem ik mezelf ontzettend kwalijk. Toen de politie kwam, stortte mijn wereld in want ik wist waarvoor ze kwamen.’
Dit speelde zich af in november 2011.
Hij is al langer dan een jaar in therapie en dat doet ‘m goed: ‘Ik leer daar heel veel over mezelf.’

In september 2010 was de politie ook al bij hem aan de deur geweest.
Zijn zus heeft reuma en had baat bij zo af en toe wat nederwiet.
In een growshop had hij naar de mogelijkheden geïnformeerd, want steeds maar naar de koffieshop werd te duur.
Politieagenten hadden hem in die winkel gespot en drie maanden later belden ze bij hem aan.
Of hij een hennepkwekerij had?
Bart had ja gezegd en de agenten binnengelaten.
Dat had hij niet moeten of hoeven doen, maar dat wist hij als amateur natuurlijk niet.

Een bezoek aan een growshop kan geen reden zijn om iemand als verdachte te beschouwen en een onderzoek te beginnen, zegt de advocaat.
Ook hebben de agenten niet gezegd toen ze aanbelden dat hij het recht had te zwijgen.
Ernstige fouten die ook niet zijn te herstelen en dus moet vrijspraak volgen.

De officier van justitie is het niet met de advocaat eens: de politie mag overal aanbellen en een vraag stellen.
‘Vragen staat immers vrij.’
Wel houdt ze rekening met het feit dat het oude misdaden zijn: normaliter waren de misdaden van Bart goed geweest voor gevangenisstraf, nu kan worden volstaan met een taakstraf van 240 uur (eis).

Bart buigt het hoofd en biedt excuses aan: eerst aan de kinderen en dan – via de officier van justitie als vertegenwoordiger van de samenleving – aan ons allemaal.

Rob Zijlstra

UPDATE – 31 oktober 2013 – uitspraken
Bart is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en 6 maanden voorwaardelijke celstraf.  De politie heeft niets onrechtmatig gedaan, vindt de rechtbank. Vragen staat vrij evenals spontaan iets tegen de politie zeggen.
Glazenwasser Martin moet ook 240 uur voor straf werken en kreeg 2 maanden voorwaardelijk als stok achter de deur.

de vonnissen zijn door de rechtbank niet gepubliceerd