Tuk

Soms is het helemaal niet nodig een heel politieonderzoek op te tuigen om de misdaad te bestrijden.
Dat komt omdat er zo nu en dan mannen als Derk uit de lucht komen vallen.

Derk is 27 jaar als op 20 december 2010 bij de politie een melding binnenkomt dat nabij Froombosch, midden op de rijbaan een auto stilstaat met de lichten aan en met een draaiende motor.
Als de politie ter plaatse komt, zien ze de bestuurder zitten.
Hij hangt over het stuur.
In diepe, diepe slaap.

Tja, zegt Derk.
Ik weet niet hoe ik daar gekomen ben.
Rijdend, want dat moet wel.
En ik moet de auto stil hebben gezet.
En toen moet ik in slaap zijn gevallen.

Als de agenten de bestuurder wakker maken, ruiken ze wat.
De geur van hennep.
Het zal toch niet wezen?

De auto wordt doorzocht en dat levert 11 gram cocaïne, 181 gram amfetamine (speed), 900 XTC-pillen en 207 gram hennep, zijnde hasjiesj, op.
Ook worden messen aangetroffen, een busje peperspray, een weegschaaltje, zogenoemde gripzakjes en 700 euro aan contanten.

Tja, zegt Derk.
‘t Was voor eigen gebruik.

Niemand moet lachen.
Wel vraagt een van de rechters: ‘Hoezo? 900 XTC-pillen voor eigen gebruik? Hoeveel jaar was u van plan om…’

Derk is eerder veroordeeld voor drugszaakjes.
Hij had al eens een werkstraf gehad en een keertje negen maanden gevangenisstraf.

Hij zit vast in een cirkeltje.
Het liefst werkt hij heel hard.
Maar om heel hard te kunnen werken, gebruikt hij drugs, vooral speed.
En om drugs te kunnen kopen, moet hij hard werken.

Maar nu wil hij afkicken en dan verhuizen naar Leeuwarden.
De officier van justitie heeft er een hard hoofd in, maar zegt: ‘Misschien is hij de uitzondering op de regel.’
Hij wil Derk een laatste kans geven.

De eis: een gevangenisstraf van 261 dagen waarvan 240 voorwaardelijk.
Wat resteert, is de periode van 21 dagen die hij al vast heeft gezeten.
Daarnaast moet Derk, zo wil de officier van justitie, een taakstraf uitvoeren in de vorm van een werkstraf van 240 uur.

En verder?
Verder kan hij die 700 euro die in de auto is aangetroffen, terugkrijgen.
De politie had op die decemberdag in 2010 onvoldoende capaciteit om de handel en wandel van Derk goed uit te zoeken.
Het is dus niet duidelijk of die 700 euro wel van misdaad afkomstig is.
Zij het, zegt de officier van justitie, dat het er wel alle schijn van heeft.

Tja, zegt op zijn beurt ook de advocaat niet helemaal ontevreden.
Maar die werkstraf.
Derk werkt immers graag.
Hij ervaart werken niet als een straf en dan is werken voor straf tamelijk overbodig.

Tja, zullen misschien ook de rechters hebben gezegd.
Dat ze zeiden, een fraaie boel is dit, want nu moeten wij een oordeel vellen.

Rob Zijlstra

.
UPDATE – 14 april 2011 – uitspraak
Een vonnis conform de eis. En Derk moet werken: de maximale werkstraf die opgelegd kan worden van 240 uren. Volgens de rechters heeft hij niets geleerd van zijn vorige detentie. Dat hij een grote hoeveelheid drugs in bezit had doet denken aan drugshandel. Maar ja, dat was niet ten laste gelegd, sprak de rechter die het vonnis voorlas.


Houd de dief !

Menso, 40 jaar, is een oude rot in het vak.
Toen de veelpleger nog moest worden bedacht, hield hij zich al veelvuldig bezig met het plegen van strafbare feiten.
Ruben is een ander verhaal.
Hij is nog maar 19, maar al zonder vaste woonplaats en als beginneling bezig in Menso’s voetsporen te treden.

Menso en Ruben stonden achtereenvolgens, maar in verschillende strafzaken, terecht in zittingszaal 14.

Menso vertelt aan de rechters dat hij het die dag in september vorig jaar even helemaal had gehad.
Problemen met zijn vriendin, zijn stagebaantje kwijtgeraakt waardoor ook zijn opleiding op de klippen liep.

Zijn leven is als een toren van blokken die steeds omvalt.

Uitgerekend op die rotdag kuierde hij door Haren.
Hij had stevig gedronken.
In een tuintje zag hij een mevrouw die het gras aan het maaien was.
Dat bracht hem op een slecht idee.
Hij liep een blokje om en ging via de achterdeur de woning binnen.
Hij snaaide een tas waarmee hij zich uit de voeten wilde maken.

Maar daar was ineens de grasmaaister.
Zij riep, heel klassiek: Houd de dief!

Zoals gezegd, het was zijn rotdag, want de roep om hulp bereikte een dappere fietser.
Menso tegen de rechters: ‘Ik zag de bui al hangen.’
De rechters: ‘Hij kwam achter u aan.’
Menso: ‘Ja, en hij was ook heel boos en gaf niet zomaar op. Ik was op dat moment redelijk bang voor de gevolgen.’

Rechters: ‘U bedreigde hem.’
Menso: ‘Ik dacht, ik laat hem schrikken. Hij was aan het bellen en ik riep dat hij die telefoon weg moest doen.’
Rechters: ‘U zou geroepen hebben: als ik je weer tegenkom, dan pak ik je.’
Menso: ‘Ik sluit het niet uit, ik was in paniek.’

Na een korte worsteling koos Menso uiteindelijk, zonder buit, maar langs de Albert Heijn, het hazenpad.
En weer pech: de camera’s van de grootgrutter registreerden zijn vlucht en agenten herkenden hem later van de beelden.
Zeiden: ‘Kijk nou, onze Menso.’

Op het politiebureau besloot hij schoonschip te maken en vertelde dat hij een week eerder twee auto’s had gekraakt.
Uit een Fiat Panda had hij een sporttas met weinig van waarde gestolen, uit een zwarte Audi een TomTom die onder de stoel van de bijrijder had gelegen.
Het navigatieapparaat verpatste hij aan een voorbijrijdende taxichauffeur.

Menso vertelt aan de rechters dat hij voor zichzelf een plaatje heeft gemaakt voor de toekomst.
Hij heeft een vriendin die heel belangrijk voor hem is.
Zij heeft beloofd bij hem weg te gaan als hij weer heroïne gaat gebruiken.
Daar was Menso twintig jaar geleden mee begonnen en die drugs maken ook dat hij steeds weer omvalt.

Hij probeert het wel.
Als ervaringsdeskundige geeft hij lezingen.
Zijn boodschap aan moeilijke jongeren: blijf toch van de rotdrugs af.

De officier van justitie had tien jaar geleden al eens tegen Menso gezegd dat hij te oud wordt om nog langer als junk door het leven te gaan.
Nu zegt de aanklager: ‘De indruk die hij op mij maakt is geen slechte en ik hoop ook oprecht dat het vanaf nu goed met hem gaat. Maar we moeten eerst aftikken: één jaar gevangenisstraf, de helft voorwaardelijk.’

Op de dag dat Menso zijn eerste misdrijf pleegde, moest Ruben nog worden geboren.
Dat gebeurde ook, maar het leven bracht hem zoveel tegenslag dat hij al jong vanuit de Randstad in Het Poortje in Groningen belandde.
Toen de deuren voor hem open gingen, was hij volwassen en besloot hij in het Noorden te blijven.
Hij gebruikt wekelijks drugs, maar een probleem is dat niet, zegt hij.

Menso zou hem op andere gedachten kunnen brengen, maar Ruben heeft geen weet van het bestaan van zijn voorganger in de rechtszaal.

Ruben had een manier bedacht snel geld te verdienen: hij vroeg jongeren die dachten dat hij een echte vriend was om tegen een kleine vergoeding telefoonabonnementen op hun naam af te sluiten.
Een duur abonnement levert een gratis mobiel toestel op die hij dan verpatste.
Van BlackBerry’s tot iPhones, drieëntwintig stuks.
Aan zijn slachtoffers vertelde hij dat hij een handig trucje kende om de abonneegegevens bij de telefoonmaatschappijen te wissen.
Dan kwam er mooi geen rekening.

Zijn slachtoffers geloofden het en zitten nu met de gebakken peren.
Incassobureaus komen namens de telefoonboeren aan de deur en willen geld.
Want de rekeningen kwamen natuurlijk mooi wel.

De officier van justitie zegt dat Ruben zijn slachtoffers niet alleen vroeg abonnementen af te sluiten, maar hen ook bedreigde en intimideerde met zijn mes.
En dat er daarom sprake is van een ernstig misdrijf.

Ruben lijkt niet onder de indruk.
Hij ontkent geweld te hebben gebruikt of daarmee te hebben gedreigd.
Zegt: ‘Ze deden het vrijwillig.’
Zijn advocaat: ‘Ze deden dom, die slachtoffers. En ze verzinnen het geweld als excuus dat ze zo dom hebben kunnen zijn.’
Volgens de advocaat komen de jonge slachtoffers uit een circuit waar veel softdrugs wordt gebruikt.
‘En van blowen wordt een mens niet slimmer.’

De officier van justitie richt zich eerst tot Ruben en eist zonder opbeurende woorden achttien maanden celstraf waarvan zes voorwaardelijk.

Dan kijkt hij even over het hoofd van de beklaagde heen om verontwaardigd tegen de samenleving te zeggen hoe het in de wereld mogelijk is dat jongeren het een na het andere abonnement van duizenden euro’s kunnen afsluiten.

Zegt: ‘Al die telefoonwinkels in de Herestraat van Groningen. Die enorme lichtvoetigheid.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 17 maart 2011 – uitspraken
Menso is veroordeeld tot 8 maanden celstraf waarvan 4 voorwaardelijk, een onsje minder dan de eis. Ruben moet netto een jaar zitten. Hij is conform de eis veroordeeld: 18 maanden waarvan 6 voorwaardekijk. 

Kwikstaart

Een paar keer zeggen de rechters dat het misschien wel helemaal niet waar is.
Dat het niet waar is wat ze allemaal wel niet in het strafdossier hebben gelezen.
Dat het allemaal nog maar moet blijken.

Wat wel waar is, is dat dat strafdossier omvangrijk is.
Vele duizenden pagina’s, gebundeld in tientallen mappen met daarop de naam Kwikstaart.
Dat is de naam van het politieonderzoek.

Belangrijk onderdeel van het onderzoek zijn telefoontaps.
De Nederlandse politie is Europees kampioen in het afluisteren van onze telefoons.
In dit onderzoek gaat het om 28.000 gesprekken en sms-berichten.
Die zijn allemaal uitgeschreven.

Bijna alles draait om Jan B., de hoofdverdachte in het Kwikstaart-onderzoek.
Het openbaar ministerie verdenkt hem van cocaïnehandel, afpersing, mishandeling, wapenbezit, valsheid in geschrifte en openlijke geweldpleging.
Bovenal zou hij de leider zijn van een criminele organisatie.

In de rechtszaal zitten behalve Jan B. nog vier verdachten.
En twaalf politiemensen, omdat het proces is bestempeld als een risicozitting.
Tijdens een risicozitting is altijd de snoep- en frisdrankautomaat in de hal van het Groninger gerechtsgebouw defect.
Excuses voor het ongemak, staat gelogen op het briefje.
Sympathisanten van verdachten die piepvrij door de beveiligingspoortjes komen, zouden eens met Snickers of blikjes cola kunnen gaan gooien.

Jan B. was vroeger de leider van de Groninger voetbalhooligans, de leider van de Z-side.
Daarnaast is hij fan van West Ham United.
Terwijl de rechters zeggen dat het misschien helemaal niet waar is, schetsen de twee officieren van justitie – om beurten – geen fraai beeld van de hoofdverdachte.

Het dossier telt achttien geweldsdelicten die aan B. worden toegeschreven.
De officieren zeggen dat het wrang is dat in geen van die zaken aangifte is gedaan.
Omdat niemand aangifte tegen B. durft te doen of met de politie wil praten.
Slachtoffers niet, getuigen niet.
Iedereen is bang voor Jan B.

Hij had een vriendengroep opgericht, de Groninger Casual Firm (GCF), vrij naar een idee van zijn West Ham United-vrienden in Londen.
De GCF is een soort doorstart van de aloude Z-side.
Hardcore.
B. heeft de regels bedacht en wie niet luistert, zal voelen.
B. organiseerde party’s – Casual Friday – meestal op de dag voorafgaand aan een voetbalwedstrijd van FC Groningen.
De uitnodigingen gaan via sms’jes.
Wie niet komt, of te laat krijgt een boete.
Wie het boetegeld niet tijdig afdraagt, moet rente betalen.
Of klusjes doen.

B. bepaalt ook de kleding, die moet casual zijn.
De vriendenclub komt bijeen in café De Kabouter aan de rand van de Groninger binnenstad.
Daar wordt bier gedronken, cocaïne gesnoven en vrolijk op en neer gedanst.
Ook wordt daar als het moet de strategie bepaald als er voetbalsupporters uit andere delen van het land in Groningen zijn.

Dit alles beweert nog steeds het openbaar ministerie.

De officieren van justitie vertellen bijvoorbeeld over 23 januari 2010.
Op die dag lopen zo’n 70 voetbalsupporters van FC Twente over de Grote Markt.
B. is onaangenaam verrast.
Hij sms’t zijn vriendenclub bijeen.
Hij wil een gewelddadige confrontatie.
Maar zover komt het niet en dat ervaart B. als een afgang.
Nu denkt iedereen dat hooligans van andere clubs zonder problemen door de binnenstad van Groningen kunnen lopen schreeuwen en doen.
Op de tap horen de luistervinken van de politie dat B. spreekt van ‘de ergste dag uit mijn leven’.

De officieren van justitie vertellen ook over gebeurtenissen in café De Kabouter.
Een van de leden is onvoldoende actief binnen de Firm (‘wel snuiven, niet vechten’) en krijgt een afranseling.
Een ander zeurt dronken over geld.
Beide moeten het bekopen met een gebroken neus.
De afstraffingen zijn opgenomen door beveiligingscamera’s van het café en de opnames worden in de rechtszaal getoond.

De rechters: ‘Niet echt tof.’

Een andere keer zou een GCF-lid in het café op een stoel zijn vastgebonden en vervolgens met een mes in het gezicht zijn gesneden.
Zijn moeder had de politie gebeld, want zoonlief zelf weigerde aangifte te doen.
Er zou sprake zijn geweest, verklaarde de zoon, van een ongelukje en bovendien had B. de volgende dag zijn excuses aangeboden.
Het litteken is blijvend.

De officieren van justitie zeggen dat de GCF niks geen vriendenclub is, maar een criminele organisatie met als hoofddoel het plegen van geweldsmisdrijven rond de wedstrijden van FC Groningen.

Tientallen keren vragen de rechters aan Jan B. of het waar is, of het wel klopt wat er in het strafdossier staat.
Even zo vaak zegt B. dat hij zich beroept op zijn zwijgrecht.
Hij zegt niks.

De manege in Westerbroek.
De rechtbank Almelo had B. veroordeeld wegens openlijke geweldpleging tot een werkstraf van zestig uur. B. regelde het zo dat op de manege de werkbriefjes van de reclassering werden ingevuld, zonder dat hij er ook maar een uur werkte.
Dat regelde hij ook voor iemand anders, voor een tientje per uur.
De reclassering heeft aangifte gedaan en de manegeman moet zich binnenkort ook verantwoorden voor de rechter.
De rechters mopperen tegen B. dat er in Den Haag van die stemmen opgaan om de werkstraf maar af te schaffen. En dat B. de werkstraf, door zo te doen, een slechte dienst heeft bewezen.

De cocaïne.
Daarover zegt Jan B. dat het klopt.
Dat hij twee keer een partij cocaïne heeft verkocht.
Een keer 500 gram en een maand later een kilo.
Maar dat had hij niet zonder meer gedaan.
Hij is er ingeluisd.
Hij erkent dat hij wel eens wat grammetjes verkocht.
‘Ik ben een klein dealertje.’

Hij was in een café een man tegengekomen.
Een Engelsman.
Vanwege de liefde voor West Ham heeft B. iets met die Engelsen.
Hij had gevraagd of de Engelsman Charley kende.
De Engelsman wist direct wat B. bedoelde: Charley is Engelse straattaal voor cocaïne.
De Engelsman wist dat direct omdat hij een geheime politieman is.
Dat wist B. natuurlijk niet.

B. zegt dat hij zoveel kan leveren als de Engelsman maar wil.
Kilo’s als het moet.
Of wapens.
B. tegen de rechters: ‘Het was grootspraak.’
Hij zegt dat hij weet dat de meeste Engelsen die op stap zijn cocaïne gebruiken.
Hij had de man een grammetje willen aanbieden.

De geheime agent (A1794) meldt het incident bij de Groninger politie.
Die is dan al een tijdje met B. bezig, maar het onderzoek (naar de geweldsmisdrijven) vlot niet.
Omdat niemand iets over B. te zeggen heeft.

Besloten wordt een pseudokoopactie op te zetten: operatie Kwikstaart.
Vanuit Engeland worden andere geheime agenten ingevlogen.
B1266 krijgt onder toezicht van het openbaar ministerie de leiding.
A1200 zoekt na bemiddeling van A1794 contact met B.
B. ruikt handel.
Zegt: ‘Dollartekens.’

Er wordt op 6 april 2010 in een café een monster (gratis) geleverd van vier gram.
Op 21 april levert B. in café De Kabouter 500 gram en incasseert 22.500 euro.
Op 26 mei is daar de tweede deal: een kilo cocaïne voor 45.000 euro.
Kort nadat de Engelse nephandelaar het café met de drugs in een plastic zakje verlaat, dendert een arrestatieteam De Kabouter binnen.
Bij huiszoekingen op datzelfde moment worden op diverse adressen in de stad wapens, nog meer cocaïne en duizenden euro’s aan contanten gevonden.

Het is het einde van de Groninger Casual Firm.

De officieren van justitie zeggen dat na de arrestatie van Jan B. de hoop bestond dat de aangiftes van geweldsmisdrijven zouden binnenstromen.
Dat de angst met B. veilig achter de tralies verdwenen zou zijn.
Maar dat bleek niet het geval.

Later ontdekt de politie waarom dat zo is.
Vanuit de gevangenis blijft B. de baas in Groningen.
De politie ontdekt dat omdat ook alle gesprekken die B. voert in de gevangenis, met zijn bezoek, worden afgeluisterd.

Bij gebrek aan verklaringen moet het openbaar ministerie het doen met de 28.000 taps en de verklaringen van de Engelse agenten.
Zij worden gehoord – met pruiken op en een stemvervormer – in de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp, in De Bunker voor hun veiligheid.

De officieren van justitie zeggen dat er sprake is van strafbare feiten en dat de verdachten ook strafbare daders zijn.

B. was de leider, de andere vier leden en betrokken bij de drugshandel.

M.A. (36) zou de leverancier van de cocaïne zijn en hoort 4 jaar celstraf eisen. Ook moet hij zijn drugswinst inleveren: 42.750 euro.
G.E. (28) wordt gezien als de meest trouwe volgeling van B. De prijs: 30 maanden celstraf waarvan 6 voorwaardelijk.
M.S. (38) was de barman van De Kabouter. Tijdens de rechtszaal wordt hem nauwelijks iets gevraagd. Hij zou drugsgeld hebben geteld, goed voor een eis van 24 maanden waarvan 8 voorwaardelijk.
A.H. (39) is de eigenaar van het café en volgens het openbaar ministerie de vertrouweling van B.: 4 jaar celstraf.

Tegen Jan B. (33) eist het openbaar ministerie 5 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. Ook hij moet de winst afdragen: 23.900 euro.

Dinsdagochtend komen de advocaten aan het woord.
Zij zullen vertellen dat het niet waar is.
Of anders.
Zij zullen ook bepleiten dat B. en de zijnen zijn uitgelokt en dat de pseudoactie in werkelijkheid een infiltratieactie was waar geen toestemming voor is gegeven.
En dat Jan B. geen tbs moet krijgen.

Rob Zijlstra

uitspraken op 30 maart

.

UPDATE – 1 maart 2010 – vervolg proces
Op de tweede dag van het strafproces Kwikstaart stonden nog drie verdachten terecht. Zij zouden trouwe volgelingen van Jan B. zijn geweest. Twee van hen bezochten B. in het huis van bewaring De Marwei in Leeuwarden waar zij van B. de opdracht kregen ervoor te zorgen dat iedereen zijn mond hield.

De advocaten vinden dat de verdachten moeten worden vrijgesproken. Volgens de verdedigers is van een criminele organisatie geen sprake. Het geweld dat werd gebruikt, was vooral gericht tegen de eigen leden en niet – zoals volgens het openbaar ministerie de bedoeling was – tegen supporters van andere voetbalclubs.

Verder vinden  de advocaten dat de pseudokoopactie door de Engelse agenten in werkelijkheid een infiltratietraject is geweest. Voor pseudokoop was toestemming, voor infiltratie niet. De consequentie moet zijn dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard (verdachten gaan dan vrijuit) dan wel dat de verklaringen van de geheim agenten als bewijs moet worden uitgesloten.

De strafeisen tegen de drie verdachten (deelname aan een criminele organisatie) die dinsdagmiddag terechtstonden:
R.H. (30): 15 maanden
F.E.L. (34): 12 maanden
C.V. (35): 18 maanden

.

UPDATE / 11 maart 2011 /  politierechter
Vijf verdachten stonden donderdag terecht voor de politierechter in het Kwikstaart/onderzoek. Ook in deze zaken zal op 30 maart uitspraak worden gedaan. De vijfde verdachte in het onderstaande overzicht stond terecht omdat hij heeft gerommeld met de urenregistratie van werkstraffen. Hierdoor leek het alsof hoofdverdachte J.B. een oude werkstraf had uitgevoerd, maar in werkelijkheid was B. er nooit geweest. Deze verdachte is eigenaar van een manage. Het openbaar ministerie sluit niet uit dat veel meer veroordeelden hier op papier wel, maar in werkelijkheid niet hun opgelegde straf hebben uitgevoerd.  De vier eerstgenoemde verdachten stonden terecht wegens drugshandel. Ook in deze zaken wordt op 30 maart uitspraak gedaan.

R.S. – taakstraf, 240 uur waarvan 40 voorwaardelijk
H.W. – taakstraf, 100 uur
J.M. – 86 dagen celstraf waarvan 50 voorwaardelijk
O.B.R. – taakstraf, 240 uur en celstraf van 286 dagen waarvan 180 voorwaardelijk
A.S. – celstraf, 6 maanden

.

UPDATE – 30 maart – uitspraken
Jan B. is veroordeeld tot 9 jaar celstraf. De rechtbank heeft alle door het openbaar ministerie aangevoerde bewijzen overgenomen. Het verweer van advocaten dat de pseudokoop-actie in werkelijkheid een infiltratieactie was waar geen toestemming voor was gegeven, werd door de rechtbank verworpen. De politie heeft zich aan alle regels gehouden, zo luidt het oordeel.

Jan B. reageerde geëmotioneerd toen de rechter duidelijk maakte dat hij niet zal worden veroordeeld tot de maatregel tbs. Nadat het vonnis was uitgesproken, bedankte B. de rechters met de woorden: ‘Dank voor deze kans.’

De andere vonnissen:
R.H. (30): 8 maanden waarvan 4 voorwaardelijk
F.E.L. (34): 8 maanden
C.V. (35): 10 maanden waarvan 4 voorwaardelijk
G.E. (28): 24 maanden
M.P.A. (33): 4 jaar
A.H. (39): 4 jaar
M.S. (37): 24 maanden waarvan 8 voorwardelijk

Jan B. en M.P.A. moeten respectievelijk 23.900 en 24.140 euro betalen in het kader van de ontnemingsvordering. Dit geld zouden ze hebben verdiend met de handel in cocaïne.

Vier verdachten die in deze zaak voor de politierechter terechtstonden, zijn veroordeeld tot werkstraffen en celstraffen voor de duur die ze in voorarrest hebben gezeten.
Een vijfde verdachte, een eigenaar van een manege, kreeg drie maanden celstraf opgelegd. Hij had tegen betaling valsheid in geschrifte gepleegd waardoor het leek alsof Jan B. en een vriend van hem er hun (eerder opgelegde) taakstraf hadden uitgevoerd terwijl dat in werkelijkheid niet zo was. De rechtbank stelt dat de manegehouder schade heeft toegebracht aan het rechtssysteem.

.

UPDATE – 18 juli 2011 – cafe De Kabouter
Cafe De Kabouter wacht sloop >>> dvhn

.

UPDATE – 9 februari 2012 – hoger beroep
zie voor update uitspraken in hoger beroep: hier

Guus

Er schijnen mensen te bestaan die altijd geluk hebben.
Als dat waar is, zullen er vast ook soortgenoten bestaan die voor het ongeluk geboren zijn.
Zo iemand zou Guus kunnen zijn.

Als Guus – hij wil commerciële economie gaan studeren – ooit directeur wordt van een goedlopende onderneming, dan kun je er gif op innemen dat de zaak binnen drie maanden failliet gaat.
Of dat, terwijl de zon prachtig schijnt, het plots gaat regenen omdat Guus besloten heeft een wandelingetje te maken.
Dat hij dan zegt: ‘Heb ik weer’

Hij raakte eens ongewild betrokken bij een brand in zijn woning en omdat er iets mis was met de verzekering, zeult hij nu een schuld achter zich aan van 50.000 euro.

In 2008 reed Guus in een auto en toen hij de oprit van een woning wilde oprijden, stond daar een agent die hij bijna van de sokken reed.
Die agent stond juist daar omdat er een vermoeden bestond dat de auto waar Guus in reed, gestolen was.
De agent moest springen voor het leven.

Guus rijdt wel vaker in auto’s waarop de verdenking rust dat die voertuigen van diefstal afkomstig zijn.
Volgens Guus komt dat dan door anderen.

Het was begonnen toen hij beroepsmilitair wilde worden.
Dat ging mis tijdens de opleiding.
Uitgerekend tijdens een controle zat hij aan de drugs.

De afgelopen twintig maanden is hij drie keer door de meervoudige strafkamer van Groningen veroordeeld.
Justitie had een veelvoud geëist van de tien maanden die hij opgeteld kreeg opgelegd.

Maandagochtend zat Guus er weer.
De eenvoudige gympen die hij draagt, zijn – net als de vorige keer – beschikbaar gesteld door het huis van bewaring waar hij momenteel moet verblijven.
Met een groene viltstift is ’46′ op de hakken geschreven.
Ze zullen zijn maat wel niet hebben gehad.

In oktober vorig jaar lag Guus in Winschoten op het dak van het gebouwtje van de schietvereniging.
En weer pech, want tegen de gevel sprong zo’n speurhond van de politie.
Kort daarvoor had hij nog in een rode Peugeot gezeten.
Dat ging ook al mis.
Want terwijl Guus wat heen en weer toerde, kwam er ineens een politieauto achter hem rijden.
Omdat hij dat geen prettige gedachte vond, gaf hij gas en sloeg snel links en rechts af.
Een doodlopende straat in.

De grootste pech moest toen nog komen.
In die rode Peugeot vond de politie drugs.
En wel 79 XTC-pillen, 49,5 gram speed en 4,9 gram cocaïne.
En een boksbeugel.

Het was daarom dat Guus maandagochtend weer in de rechtszaal zat.
Hij zegt tegen de rechters dat hij niets te zeggen heeft.
Het enige dat hij kwijt wil is dat hij die rode auto had geleend en van die drugs geen weet had.
Hij had het spul niet zien liggen.

Hij treft het niet met de rechters.
Rechters: ‘Dus u wilt ons wijsmaken dat u dat niet heeft gezien?
Guus: ‘Klopt.’
Rechters: ‘Reed u dan met de ogen dicht?’
Guus: ‘Het was niet mijn auto.’
Rechters: ‘Zit u nou te liegen of probeert u zich er uit te praten?’

Uitgerekend Guus krijgt rechters die op voorhand niet geloven dat hij onschuldig is tot het tegendeel is bewezen.

De reclassering heeft een niet zo’n best rapport over hem opgesteld.
Conclusie: niets meer mee te beginnen.
Guus is het daar niet mee eens.
Zegt: ‘Er staan alleen maar negatieve dingen over mij in.’
Rechters: ‘Oh. Zijn er dan positieve dingen over u te melden?’

De officier van justitie zegt dat Guus, die nog maar 23 jaar is, al een fors strafblad heeft.
Negen pagina’s vol pech.
Guus merkt op dat dat niet helemaal klopt.
Er zitten volgens hem wat ongelukkige dubbeltellingen tussen.

De rechters willen weten hoe hij zijn toekomst ziet.
Guus zegt dat hij naar de Hanzehogeschool wil om er te studeren.
De economie, dat boeit hem.
Hij heeft een vriendin en die zal hem helpen.
Dat wil zeggen, ze zal helpen als hij snel op vrije voeten komt.
Punt is dat hij binnenkort al langer vastzit dan dat hij haar kent.
Nog langer binnen, zo vreest hij, en ze gaat er vandoor.

De officier van justitie eist een jaar gevangenisstraf.

Heette hij maar anders.

Rob Zijlstra

.

UPDATE - 14 februari 2010 – uitspraak
Guus heeft pech in die zin dat de rechtbank het drugsbezit bewezen acht. Vrijspraak voor de boksbeugel. Het vonnis: 6 maanden celstraf en daarnaast een taakstraf van 240 uur.

HET VONNIS

Economisch verkeer

Omar (20) uit Bremen en Heinz (25) uit Hamburg hadden wilde plannen.
Ze zouden feest gaan vieren in Amsterdam.
Tussendoor zouden ze slapen in hotels.

Omar had 2.240 euro en zestig cent in de portemonnee.
Als dat niet voldoende zou blijken, dan was er geen nood.
Dan hadden ze nog ruim 17.000 euro in een plastic zakje, onder de bijrijderstoel.

Op een mooie herfstdag in oktober rijden ze in hun Opel Astra richting de grensovergang bij Nieuweschans.
Kort nadat ze de streep zijn gepasseerd, moeten ze stoppen.
Er is een afgeschafte grenscontrole.

Heinz zegt dat hij zijn broer is, maar als de controleurs dat natrekken, blijkt dat niet te kloppen.
De leugen is reden om de broekzakken en de auto te doorzoeken.
Zo wordt het geld gevonden.
En een stroomstootwapen, een betonschaar en drie zakjes marihuana.

De politie gelooft helemaal niets van het verhaal dat de twee Duitsers naar Amsterdam wilden om er legaal te feesten.
De politie denkt dat het geld crimineel geld is en dat Omar en Heinz ook met criminele intenties richting Nederland waren gereden.

Nader onderzoek levert geen direct bewijs op voor de verdenking dat die 19.365 euro en zestig eurocent van misdaad afkomstig is.
Dat dat toch zo is, zegt de officier van justitie, komt door de feiten en omstandigheden.
En zo is het gekomen dat Omar en Heinz zich vanochtend moesten verantwoorden voor de Groninger strafkamer in zittingszaal 14.

De tolk is er wel, maar de twee verdachten niet.
Heinz blijkt vast te zitten in een Duitse gevangenis in verband met drugs, iets met hennep.
Omar is er gewoon niet.

De rechtbank besluit dat Heinz later aan de beurt is.
Omar moet nu.
Wegens witwassen.
Je mag nu eenmaal niet met veel geld de grens over.
En helemaal niet met geld dat kennelijk uit de lucht is komen vallen.
Geld dat uit de lucht komt vallen kan immers misdaadgeld zijn.

De officier van justitie: ‘En in dit geval kan dat niet anders.’
Omdat de omvang van het bedrag in geen verhouding staat tot de reguliere inkomsten van de twee Duitsers.
Het rechtshulpverzoek: geen reguliere inkomsten.

De officier van justitie: ‘De integriteit van het economisch verkeer is hier in het geding en dat is een bedreiging voor de openbare orde. Daar moet de rem op worden gezet.’
De eis: zes maanden gevangenisstraf.
Het geld dat Omar in de broekzak had, moet verbeurd worden verklaard.

Rob Zijlstra

.

strafbaar feit: artikel 420bis (wetboek van strafrecht)

extra: liquide middelen

.

UPDATE – 31 januari 2011 – uitspraak
Omar is een witwasser en dus een bedreiging voor de economie. Hij komt weg met 6 maanden cel waarvan de helft voorwaardelijk.



Drugs BV

Loek B. (53) was ooit fulltime schilder, maar later handelaar in drugs te Hoogezand.
Hij werd gepakt omdat zijn handel zo omvangrijk was geworden dat het niemand meer kon ontgaan.
Onder zijn vaste klanten bevonden zich medewerkers van justitie.

Het politieonderzoek onder de naam Capitool – vernoemd naar de witte drugswoning van Loek – leidde tot de aanhouding van twintig verdachten die allemaal werden veroordeeld.
In april dit jaar werd Loek in hoger beroep bestraft met vijf jaar cel.

Hij zit inmiddels half-open.

De officier van justitie had vorig jaar een ontnemingsprocedure aangekondigd waarin de drugswinsten worden opgeëist.
De misdaad moet immers niet lonen.
Die procedure is nu afgerond.

Loek dacht zelf dat zijn winst 248.554 euro bedroeg.
Zijn advocaat had nog een korting bedongen van 25 procent omdat Loek inmiddels geld noch inkomsten heeft en dat de verwachting is dat de toekomst daarin niet veel verandering zal brengen.

Het openbaar ministerie had een andere rekensom gemaakt.
Loek zou met zijn handel in ghb, xtc, speed en cocaïne 1.225.910 euro winst hebben gemaakt.
Dat is ruim 1,2 miljoen.
De geschatte winst is na aftrek van de inkoop.

De berekeningen van het openbaar ministerie geven een aardig financieel inkijkje in de Drugs BV van Loek.
De genoemde hoeveelheden betreffen de geschatte  handel van één jaar.

54 kilo speed
inkoop: 85.750
verkoop: 330.750

10.500 xtc-pillen
inkoop: 8.400
verkoop: 15.750

156 liter ghb
inkoop: 17.550
verkoop; 48.750

19,5 kilo cocaïne
inkoop: 633.750
verkoop: 838.500

Loek zou volgens de criminele inlichtingendienst 6 tot 10 jaar actief zijn geweest als drugshandelaar.
Zijn moeder – zo staat in het vonnis van de rechtbank Groningen – schat de duur op 7 tot 8 jaar.

Loek had nog aangevoerd dat hij zelf ook flink snoepte van zijn handel en dat zijn snoepkosten dus van de te betalen prijs moet worden afgetrokken.
Dat geldt ook voor de drugs die hij gratis weggaf, ter binding van klanten.
In zijn keuken lag immers, op een glasplaat, altijd vijftien gram cocaïne voor eigen en algemeen gebruik.

De rechtbank ziet dit anders.
In het vonnis: ‘Aanwending voor eigen gebruik is een economische handeling ten eigen behoeve en dus op geld waardeerbaar.’

De rechtbank heeft ook een eigen berekening gemaakt.
Dat er zes keer 200 euro is betaald aan een koerier en dat dus 1.200 euro op de winst in mindering mag worden gebracht, is billijk.

De rechtbank gelooft ook dat Loek voor zijn drugscarrière schilder was en tachtig uur per week werkte.
Het vonnis: ‘De rechtbank neemt dan ook aan dat hij gedurende de periode dat hij werkte, niet kon handelen in drugs.’

Na plussen en minnen komt de rechtbank uit op een periode van 3 jaar drugshandel.
De meeste winst maakte Loek op speed (353.788 euro), gevolgd door cocaïne (293.903 euro), ghb (45.050) en xtc (10.613).

Opgeteld: 703.354 euro.

Dat bedrag moet hij nu aan ons betalen.
Dat Loek geen geld heeft en naar verwachting in de toekomst ook niet zal hebben, mag zo wezen, schrijft de rechtbank.
De rechters zien er ‘geen aanleiding (in) om tot matiging van het ontnemingsbedrag over te gaan’.

Rob Zijlstra

Ik schreef diverse rechtbankverslagen over de Capitool-zaak.

.

wederrechtelijk verkregen voordeel

.

.


Postvakje

Wij mensen zijn geneigd niet te geloven in toeval.
Wij vermoeden al snel vuur, waar rook is.
Wetenschapsfilosoof Ton Derksen, de man die de tot levenslang veroordeelde Lucia de B. vrij wist te pleiten, schreef over onder meer dit menselijke trekje een heel boek (De ware toedracht).

De Groninger strafrechtadvocaat Duco Keuning sprak deze week in de geest van Derksen de rechters toe.
Hij zei dat een en ander inderdaad heel toevallig is, maar dat het dan nog wel waar kan zijn.
Want in dit geval is het zo erg toevallig, dat je dat niet eens kunt verzinnen.
En wat niet verzonnen is, is waar.

Ergens in Frankrijk worden drie Chinezen aangehouden.
De Fransen verdenken de drie van bankpasfraude (skimmen) en van het vervalsen van paspoorten.
Groot onderzoek.
Tijdens een van de verhoren zegt een Chinees dat de politie maar eens in Nederland, in Groningen moet gaan kijken, in de J-straat, op nummer zoveel.
Er zou daar een werkplaats zijn waar de vervalsingen geschieden.

De Franse autoriteiten dienen een rechtshulpverzoek in en zo kwam het dat op een dag in augustus van dit jaar politiemannen met een rechter-commissaris bij Jan (53) op de stoep staan.
Jan woont op nummer zoveel.

Ze zeggen tegen hem dat ze de woning willen doorzoeken en Jan heeft misschien wel geen zin in een puinzooi.
Hij denkt, als ze gaan zoeken, vinden ze het toch.
Dus zegt hij tegen de rechter-commissaris: ‘Kijk maar in de inloopkast, daar ligt het.’

De rechter-commissaris vindt wat hij nooit gedacht had te zullen vinden die ochtend: anderhalve kilo cocaïne en 17.600 euro in een doosje.

Geen skimdingen of valse paspoorten.
Jan kent niet eens drie Chinezen, laat staan in Frankrijk.
Met die Franse kwestie heeft hij niets te maken.
Dat zijn adres is genoemd en dat gevonden is wat is gevonden, berust op een groot toeval.
Advocaat Keuning: ‘Zoiets verzin je toch niet?’

Toeval of niet, Jan moet zich er wel voor verantwoorden.
Hij zegt dat hij de drugs en het geld van een kennis had gekregen.
Hij woont al heel zijn leven in de binnenstad van Groningen, werkte lang in de horeca en heeft daarom veel kennissen.
Hij zou het spul één dag en één nacht bewaren.
Daarna zou een andere kennis het komen ophalen en zou hij 500 euro krijgen.
Nee, hij noemt geen namen, dat schiet niet op.

De advocaat: ‘Mijn cliënt was een soort postvakje.’

Jan: ‘Ik dacht, zo kan ik snel 500 euro verdienen. Maar het is gigantisch misgelopen.’
Rechters: ‘U vindt het niet erg om drugs te bewaren?’
Jan: ‘Ik heb niks met drugs. Het had net zo goed goud kunnen zijn. Daar heb ik ook niks mee.’

De officier van justitie zegt dat het een enorme toevalstreffer had kunnen wezen.
Had.
Want in de woning van Jan zijn ook acht mobiele telefoons gevonden, allemaal in werking.
Zoveel telefoons in combinatie met een zak vol cocaïne en een smak contant geld riekt naar drugshandel.

Jan schudt het hoofd.
Hij zegt dat het tegenwoordig goedkoper is een nieuwe telefoon met beltegoed te kopen dan beltegoed voor een al gekochte telefoon op te waarderen.
Daarom had hij er acht.
Als de rechters vragen of dat nou niet heel onhandig is, acht telefoons, haalt hij de schouders op.
Zegt: ‘Valt mee, de nummers lijken allemaal op elkaar.’

De rechters hadden in het dossier gelezen waarom Jan, die een uitkering geniet, 500 euro nodig had.
Hij zou naar Suriname.
Hij had al toestemming van de sociale dienst van Groningen om daar zes maanden te verblijven.

Jan vertelt wat hij in Suriname zou gaan.
Hij heeft Hongaarse contacten.
Die contacten doen een project in Suriname.
Die gaan daar 40.000 huizen bouwen van piepschuim.
Prefab uit China.
Daar zit Suriname op te wachten, het is goedkoop want in vier uur staat er een huis.
Hij was een paar keer in Suriname geweest, zou tolken en de Hongaarse contacten wegwijs maken in Surinaamse gewoonten.
Hij zou tien procent van de winst krijgen, bij thuiskomst te verrekenen met de sociale dienst.

De rechters hadden in het dossier gelezen over de Hongaarse contacten van Jan.
Ze zeggen: ‘U heeft daar in de gevangenis gezeten. In verband met drugs. Zes jaar.’ Jan: ‘Vier jaar en vier maanden, zware tijd.’

De officier van justitie brengt in dat het toeval misschien toch in twijfel moet worden getrokken.
Dat Jan wellicht een radertje is in een heel circuit.
Dat hij, hoe dan ook, met dat bewaren van de drugs en het geld in de inloopkast zich in een risicovolle situatie heeft begeven.
Ze eist achttien maanden gevangenisstraf.

Advocaat Keuning valt van de stoel, krabbelt overeind en zegt verontwaardigd dat je zoiets toch niet verzint.
Dat je iemand die één dag postvakje is toch niet beloont met achttien maanden gevangenisstraf?
Keuning, die dertig jaar meeloopt in de wereld van de verdachte misdaad, vraagt hardop: ‘Waar is het gezond verstand gebleven in Nederland?’

De advocaat zegt, wat de Geerten Wilders of tien PVV’ers bij elkaar ook mogen roepen en beweren, dat nog harder straffen niet productief is en dat achttien maanden celstraf in deze zaak al helemaal geen enkel strafdoel dient.
Dat met zes maanden, hooguit zes, wel voldoende leed is toegevoegd.
En dat als we Jan achttien maanden opsluiten, wij de Surinaamse samenleving ook geen dienst bewijzen.

De rechters zeggen tegen Jan dat ze over de ware toedracht zullen nadenken.
Hoe het de drie Chinezen in Frankrijk is vergaan, is niet bekend.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 9 december 2010 – uitspraak
Jan is veroordeeld tot een gevangenisstraf  van 12 maanden wegens het overtreden van de Opiumwet en witwassen. Het bedrag 17.600 wordt verbeurd verklaard.

.

extra

Suriname en Hongarije ?
Er bestaat een ‘historische’ relatie tussen Suriname en Hongarije. De Hongaarse militair Frans Killinger (1876 – 1936) wilde een staatsgreep plegen in Suriname om zo een vrijstaat te stichten waar hij dan de baas van zou worden. Hij werd echter door een politieambtenaar verraden en in 1911 ter dood veroordeeld. Hij kreeg gratie. Wel moest de Hongaar vijf jaar de gevangenis in, een straf die hij in Nederland mocht uitzitten.
.

Doorstart

Deze week streek een heuse softdrugsbende in zittingszaal 14 neer.
Negen mannen sterk, de tiende afwezig.
De helft is volgens justitie lid van een criminele organisatie, van een georganiseerde bende die het oogmerk heeft misdaden te plegen.

De politie had onder de codenaam Uil maandenlang onderzoek gedaan.
Op grote schaal werden telefoon getapt en sommige bendeleden waren een tijd lang gevolgd, geschaduwd, door het observatieteam van de politie.

Ludwig (43) is volgens justitie het brein, de bendeleider met de touwtjes in handen.
Hij was de baas van de stekkenfabriek, verstrekte opdrachten en verdiende het meeste geld.
Vorig jaar was Ludwig gepakt met 26.000 hennepstekjes in een garageloods.
Recent besliste de rechtbank dat hij zijn verdiensten in die zaak – 184.000 euro – moet inleveren.
Ludwig beloofde een jaar geleden aan de rechters een brave burger te zullen worden.
Maar toen niemand keek, maakte hij een doorstart met ruim 12.000 verboden plantjes.
Ditmaal volgens justitie goed een criminele winst van 232.000 euro.

De leden van de Uil-bende hadden na hun arrestatie een tijdje vastgezeten, maar zijn inmiddels allemaal op vrije voeten.
Ook Ludwig.
Als grote baas had hij wel het langst gezeten: acht maanden.
Zo kon het gebeuren dat de bendeleden deze week als vrije mannen naar de rechtbank kwamen.
Toen het halverwege pauze was, ging heel de criminele organisatie gezamenlijk een broodje eten in de stad.

Tijdens de zitting werd over de georganiseerde werkwijze niet heel veel duidelijk. De helft van de bende beriep zich op het zwijgrecht.
Duidelijk werd wel dat iedereen een eigen rol had.
En dat er ook werd geëxporteerd naar Duitsland. Niet alleen dozen met stekjes, maar ook wel eens wat cocaïne, verstopt in de reserveband van de auto.
De transporten begonnen meestal op de grote parkeerplaats aan de Sontweg (Saturn, Ikea) in Groningen met Bunde of Leer als eindbestemming.

Bestellingen gingen via telefoons.
Als werd gezegd dat er één meter moest worden afgeleverd, dan werden honderd stekjes bedoeld.
Voor het vervoer werden auto’s gehuurd bij Stuur Verhuur.
Eén auto, een Mercedes Vito, werd geleased voor 700 euro per maand.
De Vito noemden ze de lijkwagen.

Het ging ook wel eens mis.
Dan zat er spint in de stekjes.
Of die keer dat de koeriers, de mannen die in ruil voor een paar honderd euro per rit het vuile werk moesten opknappen, handel moesten afleveren in Bremen.
Het afleveradres was voorgeprogrammeerd op de TomTom.
De koeriers hadden in Bremen moeten plaatsnemen op de bank, naast een Rus met een vervaarlijke ogende Duitse herder.
Ze hadden een hoop geld in ontvangst genomen, maar van schrik en uit angst voor dat beest, wel veel te weinig.

Een criminele organisatie doet wellicht anders vermoeden, maar de verdachten in deze zaak blijken geen doorgewinterde boeven met lange strafbladen.
De een is schilder zonder vast arbeidscontract, de ander is vooral bezig van de alcohol af te komen, een derde had een eigen taxibedrijf, maar is nu failliet, er zit een pizzabakker bij, de drummer van de band, een ondernemer met een reclameadviesbureau.

Een verdachte (een kweker) pakte halverwege de zitting zijn biezen.
Hij vond het niks dat hij in verband werd gebracht met een criminele organisatie.
Daar wil hij niet bijhoren.
De advocaat tegen de verbaasde rechters: ‘Tja, ik kan hem niet tegenhouden.’
Ook de ondernemer stapte na urenlang te hebben gezeten, op.
Het duurde hem te lang.

Als de officier van justitie aan de beurt is, vertelt ze over het gedogen waar strenge regels aan verbonden zijn.
En dat zij een dossier vol bewijzen heeft waaruit blijkt dat deze bende die regels heeft overtreden.
Dat een stekkenfabriek een brug te ver is, omdat het te georganiseerd is en te grootschalig.

Ze zegt dat de overheid de samenleving wil beschermen tegen de schadelijke gevolgen voor de gezondheid door softdruggebruik.
Maar ook dat de hennepteelt vaak levensgevaarlijk is wegens altijd dreigend brandgevaar.
Dat stekken- en hennepkwekers maatschappelijke schade aanrichten: ze stelen stroom. De kosten daarvan berekenen de energiebedrijven door aan ons, de klant.
Dat de hennephandel in toenemende mate gepaard gaat met fors geweld.

Ze zegt dat gevangenisstraffen van aanzienlijke duur gerechtvaardigd zijn.
Dat export het meest ernstige feit is in de Opiumwet.
Op zich, want die aanzienlijke straffen zal ze niet eisen.
Alle verdachten hebben al gezeten en zijn nu vrij.
Het openbaar ministerie acht het daarom niet heilzaam de bendeleden naar de gevangenis terug te sturen.

Ludwig hoort daarom de acht maanden eisen die hij in voorarrest zat en zestien maanden voorwaardelijk, als stimulans nu echt een brave burger te worden.
De failliete taxichauffeur mag zijn drie al gezeten maanden krijgen plus nog eens vijftien maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uur.
Daarna gaan de strafeisen per verdachte hard naar beneden.
De teler die er niet bij wil horen, mag boeten met een taakstraf van negentig uur.

Wel moet iedereen, vindt de officier van justitie, het verdiende geld, variërend 232.000 tot 1.490 euro en 64 eurocent, inleveren.

Vooraf had ik in de krant geschreven dat justitie Groningen met een twee dagen durend strafproces de tanden laat zien aan een criminele organisatie.
Daar kan ik nu aan toevoegen dat dat iets anders is dan bijten.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 16 november 2010 – uitspraken
De rechtbank heeft alle tien Uil-verdachten veroordeeld. De straffen vielen voor de meeste beklaagden wel lager uit dan twee weken geleden aan de rechtbank was voorgesteld. De hoofdverdachte kreeg een jaar celstraf, de mede-hoofdverdachte 411 dagen waarvan 180 voorwaardelijk. Vier (in plaats van vijf) mannen zijn ook veroordeeld omdat ze lid zijn (geweest) van een organisatie die als oogmerk had het plegen van misdrijven. De laagste straf was voor de teler die er niet bij wilde horen: hij kreeg een taakstraf van 90 uur, waarvan 40 voorwaardelijk. De straffen vielen ook lager uit omdat de rechtbank niet bewezen acht dat de Uil-mannen zich schuldig hebben gemaakt aan de uitvoer van cocaïne naar Duitsland.

Advocaat Dennis Vlielander van Ludwig kondigde direct na de uitspraken aan in hoger beroep te zullen gaan. Volgens hem zijn er tijdens het onderzoek fouten gemaakt door de politie waardoor (een deel van) het bewijs onrechtmatig zou zijn verkregen. De rechtbank stelt dat niet alles volgens het boekje is gegaan, maar verbindt daar geen consequenties aan omdat de verdachten niet in hun belangen zijn geschaad.

.

UPDATE – 31 oktober 2011 – ontnemingen
Het openbaar ministerie heeft de winst opgeeist bij vier mannen die in de Uil-zaak zijn veroordeeld. De hoofdverdachte in die zaak, Ludwig, moet na berkeneingen en herberekeningen nu 205.000 euro betalen, zo vindt de officier van justitie. De anderen kregen claims aan de broek tot 5.000 euro. De uitspraken in deze zaken zijn op 14 november 2011.

.

 

Trieste bende

Wie ondanks alle waarschuwingen (‘niet stelen’) een criminele carrière overweegt, had donderdag in zittingszaal 14 moeten wezen.
Dan was je snel genezen met je toekomstplannen.

Er stonden vijf mannen van 22 tot 41 jaar uit Oost-Groningen terecht.
In de ogen van justitie maken de vijf deel uit van een dievenbende.
Maar eigenlijk was het vooral een trieste bende.

In 2009 hielden ze, zo luidt het verwijt, flink huis in Musselkanaal en omgeving.
Ze braken in in woningen en bedrijven, sloegen eens met een honkbalknuppel autoruiten kapot, of met een steen een etalageruit, knalden zo’n vervelend gastje in de disco met een bierglas tegen het hoofd, verzetten zich met kracht toen de politie hen wilde aanhouden en staken met sokken, gedrenkt in brandbaar goed, auto’s in de brand.
Er was een stroomstootwapen.

De officier van justitie: ‘Ze pakten wat ze pakken konden. Hun gedrag leidde tot grote maatschappelijke onrust. En tot heel veel schade, tienduizenden euro’s, als het niet meer is.’

De rechters wilden nog wel wat meer weten.

Aan verdachte Johannes (29), door zijn werkgever ontslagen omdat hij te veel zoop, vroegen ze: ‘Wat doet u nou heel de dag?’
Johannes, die zo zenuwachtig was dat hij steeds moest lachen, antwoordde: ‘Ik zit op zich thuis. Of bij kameraden. Soms ben ik ook met brommers bezig.’

Johannes woonde zelfstandig, maar toen bij hem werd ingebroken (alles weg, duizenden euro’s schade), zette de huisbaas hem op straat.
Sindsdien woont hij weer bij zijn moeder die hem wekelijks 25 euro geeft zodat hij softdrugs kan kopen.

De 22-jarige Willem heeft het wat dat betreft beter voor elkaar. Hij krijgt dagelijks een tientje van zijn moeder voor zijn joints die hij sinds zijn twaalfde rookt.
Willem wacht tot de moeder van zijn dochter 18 jaar wordt om dan samen een gelukkig gezin te stichten.
Dat wil Willem graag.
De harddrugs heeft hij na vijf jaar speed en cocaïne afgezworen.
Ondertussen zoekt hij naar werk.

Marco, ook 22, begon zijn criminele carrière vier jaar geleden, nadat hij door defensie zonder eer was ontslagen.
De frustratie die dat met zich meebracht, dreef hem naar de alcohol en de harddrugs.
Op een helder moment wist hij dat het eens fout zou gaan en dat dan de gevangenis wachtte.
Daarom had meegedaan, voor het geld, zodat hij binnen wat om handen zou hebben.
Bij zijn aanhouding bezorgde hij twee politiemensen gekneusde ribben waardoor die wekenlang niet konden werken.
Marco wil het liefst verhuizen en dan fysiotherapeut worden.

Ook Mario, ook al 22, was van de partij.
Mario is een geval apart.
Hij heeft een eigen bedrijf waarmee hij denkt een goede boterham te kunnen verdienen. Daarnaast is hij supergoed in anderen dingen.
Desondanks zou ook hij hebben deelgenomen aan een stevige woninginbraak en aan de diefstal van een partij parfum uit een loods aan de Drentse Poort in Nieuw-Buinen.

Hij is hoor- en zichtbaar boos, omdat hij naar eigen zeggen vier dagen ten onrechte op het politiebureau had vastgezeten en daar slecht was behandeld.
Als een hond.
De officier van justitie doet ook boos en rekent hem vooral het geweld aan dat hij zou hebben veroorzaakt in de disco.
Daar sloeg hij ‘zo’n vervelend gastje dat stoer deed’ met een bierglas tegen het hoofd. Dat had slechter kunnen aflopen.

Mario ontkent de vechtpartij niet, maar wel de inbraken en diefstallen.
Hij denkt dat het een wraakactie is, dat anderen hem er in willen luizen.
Waarom dat zo zou zijn, weet hij ook niet, dat is voor hem één groot vraagteken.
Hij zegt: ‘Wat die anderen vertellen, zijn dikke leugens.’

Die anderen zijn de medeverdachten.
Die zeggen dat Mario en ook Marco wel degelijk tot de bende behoren.
Marco ontkent de woninginbraken, maar weer niet diefstal van die partij parfum.
Dat was ook lastig geweest, omdat het spul bij hem thuis was aangetroffen.

Ook de vijfde verdachte, de 41-jarige Bouwe die uit een auto visgerei en uit woningen cv-ketels zou hebben gestolen, ontkent.
Hij vertelt dat er al eens twee keer op hem is geschoten.
Dus als het even kan, wil hij wel graag hulp en begeleiding van de reclassering.

Zo zitten de vijf verdachten met hun welles en hun nietes op een rijtje tegenover de drie rechters.
Het werd daardoor tijdens de zitting die bijna zeven uur moest duren, ook een beetje een chaotische bende.

Het einde kwam in zicht toen buurtagenten in Musselkanaal in 2009 steeds vaker te maken kregen met inbraken.
Dat werden er op een slecht moment zoveel dat ze alarm sloegen.
In januari dit jaar werd besloten een crimeteam op de zaak te zetten.
Dat leidde in februari tot de aanhouding van Johannes.
Hij was op dat moment zijn criminele leventje meer dan beu en besloot schoonschip te maken.
Hij ging praten.

Zodoende kon ook Willem worden opgepakt.
Ook die zag toen een carrièreswitch wel zitten en biechtte alles op wat hij wist.
De officier van justitie: ‘Zo kon de een na de andere worden opgepakt. Het was een sneeuwbal-effect.’

De officier van justitie kwam met strafeisen op maat, variërend van de maximale werkstraf van 240 uur (Willem) tot 15 maanden cel straf (Marco). Als de officier zijn zin krijgt, is Mario met zijn eigen bedrijf de enige van het stel dat terug moet naar de gevangenis: acht maanden minus die vier hondse dagen.
De twee gekneusde agenten vroegen om bijna 1500 euro schadevergoeding.

Een loopbaan in de misdaad loont zo nu en dan, maar levert uiteindelijk nauwelijks iets op.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 30 september 2010
Bouwe heeft pech. Te weinig bewijzen. De rechtbank heeft vervroegd uitspraak gedaan en hem 95 dagen celstraf opgelegd. Dat is de tijd die hij al heeft vastgezeten. Hij mag dus vandaag naar huis. En geen reclassering. De overige uitspraken in deze zaak zijn over een week.

UPDATE - 7 oktober 2010
De trieste bende heeft lagere straffen gekregen dan er was geeist, omdat de rechtbank niet alles wat justitie beweerde, ook bewezen acht. Er was wel wettig bewijs, maar overtuigde niet overal. En was het strafdossier van Mario bijvoorbeeld niet compleet. Hij kreeg in plaats van gevangenisstraf een taakstraf van 180 uur waarvan 100 voorwaardelijk. De strafzaak tegen Johannes is aangehouden (tot januari 2011). Volgens de rechtbank is hij wel schuldig, maar de rechters willen meer weten over zijn geestelijke vermogens. Willem hoorde een taakstraf van 240 uur tegen zich uitspreken en 4 voorwaardelijke maanden celstraf. Over hem merkten de rechters op dat het erop lijkt dat ‘nieuwe problemen niet uit kunnen bijven’.  Marco kreeg bijna het volle pond: 12 maanden cel, waarvan 4 voorwaardelijk en 6 maanden extra die bij de vorige veroordeling voorwaardelijk waren opgelegd.


Trotse vaders

Ze zijn vaders, trots op hun kinderen.
Ze hebben er twee, drie of vijf.
Helaas bij verschillende vrouwen, zegt een van de verdachten.
Een ander zegt dat er twee vrouwen van hem zwanger waren, maar dat ze nu allemaal zijn bevallen.
Nee, daar was hij tot grote spijt niet bij.
Hij zit immers in de gevangenis.

Ze zijn allemaal met hun toekomst in de weer, op het rechte pad zo is de bedoeling.
Ik was net goed bezig, klaagt Errol, timmermansopleiding en al bijna een jaar in voorarrest.
Tony had op Curaçao elektrotechniek gedaan, maar studeert nu in de bajes, iets met schoonmaken want het is er geen LOI.
Een derde was gasmonteur in loondienst, maar liep kort voor zijn arrestatie stuk op de crisis.
Sally, die in de visserij werkte, kan straks helemaal opnieuw beginnen, want hij is alles kwijt.
Uitgerekend hij die Assen bewust had verlaten om zijn foute vrienden te ontlopen.
Justitie wordt bedankt.

Ook André doet zijn best, vertelt hij aan de rechters.
Op het gebied van diploma’s heeft hij alles, Word, Excel noem maar op.
Maar ja, wie wil iemand met een strafblad?

Ze hebben allemaal een strafblad, goed voor vele jaren opsluiting wegens poging tot moord, afpersing, diefstallen met geweld, bedreigingen, wederspannigheid.
En drugs.

André is boos, heel boos, zegt hij, omdat hij wordt verdacht van iets waar hij honderd procent zeker niets mee te maken heeft.

Errol is vooral verbaasd.
Hij doet geen overvallen.
En ook geen drugs.
Toch zit hij hier, in nota bene Assen waar hij heel zijn leven zelden is geweest.
Tony komt veel in Assen, omdat een van zijn vrouwen er met de kinderen woont.
Zelf verblijft hij meestal in Groningen.

Ze zijn alle zeven verdachten in een strafzaak waar de rechtbank in Assen vier dagen voor heeft uitgetrokken.
Justitie denkt dat Errol een grote drugsdealer is, die vanuit Delfzijl cocaïnehandel wilde bedrijven in Zweden.
Een pseudokoper, een verklede politieman van de speciale unit ‘werken onder dekmantel’, lapte hem erbij.

Daarnaast zou hij zich schuldig hebben gemaakt aan gewapende overvallen, met de anderen, zij het in wisselende samenstelling.
Tony zou er meestal wel bij zijn geweest.
Zelf zegt hij van niet.
Er zijn, zo moeten de rechters toch weten, meer Antillianen met rastahaar en gouden tanden die Rasta worden genoemd.
En hij heet Tony.

De verdenking is dat ze overvallen pleegden op woningen waar ze hennepkwekerijen vermoedden.
Dit schijnt veel voor te komen.
Slachtoffers doen niet snel aangifte.
In Assen zouden ze ‘s nachts en in de eerste helft van vorig jaar vier woningen met wapens en geweld zijn binnengedrongen.
Een vijfde keer in een woning in Valthermond.

Vier keer was het buit.
Er werden wietoogsten gestolen, cocaïne, veel geld, laptops en sieraden.
Eenmaal denderden ze de verkeerde woning binnen, hadden ze bij de buren moeten zijn.

Heel professioneel ging het niet.
Slachtoffers herkenden hen, direct of later op foto’s op het politiebureau.
En ze gebruikten mobiele telefoons waardoor verdachte gesprekken werden afgeluisterd. De telefoons werden ook gelokaliseerd op de tijdstippen en in de buurt van de overvallen.
Bij een van de geliefden van Tony vond de politie een duur Chanel-horloge, het horloge dat bij zo’n overval tot buit werd.

De verdachten zeggen dat ze elkaar niet eens kennen.
De politie denkt daar op grond van observaties, in café Le Monde in Delfzijl bijvoorbeeld, anders over.
Maar de ontkenningen zijn glashard.
De rechters lijken bereid zich van de beweerde onschuld te laten overtuigen.

Rechters tegen Tony: ‘Als dat Chanel-horloge niet is gestolen, heeft u misschien dan nog het bonnetje?’
Tony, met verontwaardigde stem: ‘Kom op rechter. Wij zijn Antillianen, die bewaren geen bonnetjes.’

De rechters willen weten wat hij, die toch vooral in Groningen verblijft, om vijf uur ‘s ochtends in de straten van Assen deed, in de nacht van en kort voor een overval?
Tony: ‘Mijn vrouw woont in Assen.’
Rechters: ‘Maar het was vijf uur in de ochtend.’
Tony glimlacht en zegt: ‘Ik wilde haar al vroeg bezoeken. Als u dat niet snapt, snapt u het geheim van de vrouw niet.’

Errol vindt het maar gek dat de bewoner die bij vergissing werd overvallen, door twee mannen met mes en pistool, nu bang is op straat.
Errol: ‘Die man is binnen overvallen en nu is hij buiten bang. Dat vind ik raar.’
Rechters tegen Tony: ‘Is dat raar?’
Tony: ‘Nee, ik begrijp dat wel.’
Rechters tegen Errol: ‘Tony vindt dat niet raar.’

Errol haalt de schouders op.
Hij snapt ook niet dat die man nu duizend euro schadevergoeding claimt.
Zegt: ‘Als hij dat geld krijgt, gaat bang dan weg?’

Er wordt niet gelachen in de Drentse rechtbank.

Bij de overval in Valthermond werd de tienerdochter des huizes geschopt en geslagen en met haar moeder, deels ontkleed, aan een radiator vastgebonden, bedreigd met verkrachting en werden met een mes haren afgesneden.
De slachtoffers herkenden Errol, ook aan het litteken op diens wang en Tony aan zijn, wat ze noemen, ‘schapenhaar’.
Hun wapens leken op wapens uit een cowboyfilm.

De officieren van justitie trekken de streep.
Een verdachte – hij gaf tips – hoort een jaar celstraf eisen, twee verdachten twee jaar, een vierde – hij van de visserij – zes jaar.
André die zo boos is, mag wat de officieren betreft worden vrijgesproken.
Geldt niet voor Errol en Tony.
Zij zijn echt aan de beurt: twaalf jaar gevangenisstraf per persoon.

Rob Zijlstra

.

UPDATE - 8 oktober 2010 – uitspraken
De rechtbank Assen acht twee overvallen (in plaats van vier) per persoon (Tony en Errol) bewezen, waaronder de gewelddadige overval in Valthermond. Tony en Errol die twaalf jaar celstraf hoorden eisen, kregen daarom een iets lagere straf: beide zijn veroordeeld tot acht jaar.


Snelheidscontrole

Ooit had Peter (37) een gewone baan tot het op een dag mis ging.
Weg baan.
De instanties stuurden hem heen en weer en van hot naar her zodat Peter nu zonder uitkering door het leven scharrelt.

Terwijl Peter af en toe klusjes doet, op en rond het randje, wordt elders in de stad Fieneke beëdigd tot buitengewoon opsporingsambtenaar in dienst van de regiopolitie Groningen.
Ze vindt haar werk hartstikke leuk.

Peter heeft last van tintels in de armen en rookt daarom drie jointjes per dag.
Dan tintelt het minder.
Op een dag ontmoet hij in de coffeeshop een man die werk voor hem heeft.
Een klusje, over het randje ditmaal.

Peter moet met de trein naar Leeuwarden reizen en op het station nadere instructies afwachten.
Het levert 250 euro op.
Deal, zegt Peter en hij reist af naar Friesland.
Op het station krijgt hij een telefoontje, dan een rugtas en de opdracht terug te gaan naar Groningen.
Daar zal hij nieuwe instructies krijgen en zijn geld.

Elders in de stad gaat Fieneke naar haar werk.
Ze gaan vandaag met de lasergun snelheidscontroles doen op het fietspad.

Terug in Groningen, pakt Peter zijn snorscooter en gaat wat rijden, rugzak op de rug, onderwijl wachtend op aanwijzingen van de opdrachtgever.
Omdat die nog uitblijven, besluit hij naar het huis te rijden van een kennis.
Die heeft een schuurtje en daar zou hij de tas, in afwachting van, kunnen verstoppen.

Zo tuft Peter door de stad, neemt de Korrebrug en gaat dan over het fietspad richting kennis.
Met – na correctie – 57 kilometer per uur.

Shit!
Politie!
Stopteken!
Split second!

De tas daar op mijn rug, flitst het door zijn hoofd.
Hij weet dondersgoed dat er geen worsten van de Hema in zitten.
Tien meter voor de buitengewoon opsporingsambtenaar remt hij.
Hij ziet dat de agente eerst blijft staan.
En dan plots een stap opzij doet.
Hij knalt de stoep op en het gaat net goed: beide komen met grote schrik vrij.

Voor Peter is dat van korte duur.
Hij wordt een paar honderd meter verderop alsnog aangehouden en geeft zich over.
Langzaam dringt het dan tot hem door dat ze het helemaal niet op hem of op de tas hadden gemunt, maar dat het een gewone snelheidscontrole betrof.
Hij zegt tegen de rechters: ‘Ik had beter gewoon kunnen stoppen.’

Wat heet.
In de tas zit 6.054 gram amfetamine en 110 gram cocaïne.
Dat is meer dan zes kilo harddrugs.

Peter gaat naar het huis van bewaring, omdat justitie vindt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en aan het vervoeren van verboden middelen.

Tijdens de zitting maakt de officier daar iets anders van.
Kernvraag is, zegt de officier, of Peter de snorbrommer onder controle had?
Was zijn gedrag zodanig risicovol dat het niet aan hem heeft gelegen dat het net goed ging?
Want als het wel aan hem had gelegen dat het niet tot grotere ongelukken is gekomen, dan kan immers niet gesproken worden van een poging tot een poging…

Peter zegt dat hij vroeger aan motorcross heeft gedaan.
Dat hij goed kan sturen.

De officier van justitie ziet de poging niet meer zitten en gaat voor de ernstige bedreiging.
Maar wel eentje die een politieambtenaar niet hoeft te accepteren.
Daarom heeft de agente recht op 500 euro immateriële schadevergoeding.
Vindt justitie.

De strafeis voor de bedreiging en het vervoeren van de drugs luidt dan twintig maanden celstraf waarvan zes voorwaardelijk.
Het ingevorderde rijbewijs kan hij terugkrijgen.

De agente vertelt aan de rechters waarom ze geld wil zien.
Toen hij haar bijna had aangereden, had hij gelachen en dat had haar een gevoel van minachting gegeven. En ze mist nu de vreugde in haar arbeid, voelt zich kwetsbaar en is geneigd dreigende situaties uit de weg te gaan. Ze moet er ook steeds aan denken.

Peter kijkt haar aan en zegt: ‘Sorry, het spijt me.’
Hij had al verteld dat hij nooit de bedoeling heeft gehad haar aan te rijden.
En gelachen?
‘Misschien. Maar dat moet de schrik zijn geweest.’

De advocaat zegt dat die ruim zes kilo harddrugs wel heel veel lijkt, maar dat die ons cocaïne meer geld waard is dan die zes kilo amfetamine bij elkaar.
Dat het dus wel om ruim zes kilo gaat, maar dat we die partij wel in de juiste verhoudingen moeten zien.

Zegt ook dat het zonneklaar is dat Peter niet de intentie had de agente van de sokken te rijden.
De advocaat: ‘Zij stapte juist die kant op die hij had uitgekozen om haar te ontwijken.’

Met de schadeclaim heeft de advocaat grote problemen.
Hij zegt: ‘Met 500 euro wordt niets opgelost. Daarmee krijgt ze toch haar arbeidsvreugde niet terug? Het lijkt mij beter dat er tussen beide een gesprek komt. Dat ze elkaar even in de ogen kijken in plaats van dat er geld op haar rekening wordt gestort waar ze leuk van kan winkelen.’

De officier van justitie: ‘De boodschap van mijn verhaal moet zijn dat ook pakezels moeten weten dat ze het risico lopen op hoge straffen.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 27 september 2010 – uitspraak
Peter is veroordeeld tot 12 maanden celstraf waarvan 4 voorwaardelijk. Daarnaast heeft hij – niet geeist – een rijontzegging opgelegd gekregen van vier maanden. Die gaat in nadat hij zijn straf heeft uitgezeten. De gevorderde schadevergoeding door de agente is afgewezen.

Stenen tijdperk

foto: robz

Cees Eenhoorn woont in Drenthe, maar is een van de meest ervaren strafrechtadvocaten van Groningen.
Hij is al 28 jaar actief in de zalen van het recht.
Er bestaan ook mannen die net zo ervaren als Eenhoorn zijn.
Richard bijvoorbeeld.

Richard werd 44 jaar geleden, niet ver van de Waddenzee, geboren en is al bijna een kwart eeuw verslaafd aan drugs.
Het is hem gek genoeg niet aan te zien.
Hooguit zou je je een beetje bezorgd kunnen afvragen of hij wel genoeg eet.
Vroeger, toen hij nog een gewone kleine jongen was die in een korte broek naar school moest, vroegen ze dat nooit aan hem.
Zij die hem moesten opvoeden, hadden ook stelselmatig last van drugs en van losse handen.

Justitie wil hem nu voor de zoveelste keer opsluiten.
Richard stelt voor om dan maar direct de sleutel weg te gooien.
Dan gaat hij, als het zo moet, wel voor levenslang.
Dan moeten wij het zelf maar weten.

Hij ontkent zijn meest recente misdaden niet, maar voegt daar aan toe: ‘Wie schuldig is, is niet zo relevant. De vraag is hoe wij straks weer de samenleving ingaan.’

Met wij bedoelt hij zichzelf.
Hij spreekt misschien wel in de meervoudsvorm omdat zijn problemen zo groot zijn dat die in redelijkheid nooit in één persoon passen.

Op 15 maart dit jaar werd hij in Groningen aangehouden nadat hij aan de Friesestraatweg een steen door de ruit van een blauwe auto met een Duits kenteken had gekeild.
Hij had geprobeerd de autoradio te stelen.
Richard zegt dat het zo zal wezen, hoewel hij het zich nauwelijks kan voorstellen.
Zegt dat hij tien jaar geleden dat soort dingen wel deed, maar dat autoradio’s vandaag de dag niets meer opleveren.

Op het politiebureau had hij spontaan ook de woninginbraken opgebiecht die hij twee dagen eerder had gepleegd, aan de Schoolholm in de Groninger binnenstad.
Daar had hij onder meer twee laptops gepikt.
Gepikte laptops doen in het circuit zestig euro per stuk.
Richard zegt dat hij ook wel weet dat het niet leuk is voor de gedupeerden.
Toen een keertje van hem een laptop was gestolen, baalde hij ook stevig.

Lijkt hem logisch.
Zegt: ‘Het is nooit goed. Maar als ik moet kiezen tussen een oud vrouwtje en een laptop, dan…’

Het grote probleem van Richard is dat alles wat sinds het stenen tijdperk is bedacht om mensen te weerhouden hompen vlees en laptops te stelen, al eens op hem is uitgeprobeerd en dat niets heeft geholpen.
De reclassering zegt nu niets meer voor hem te kunnen of willen doen.
Omdat het toch niet helpt.

En Richard zegt dat hij niets meer met de reclassering of welke hulpverlener dan ook te maken wil hebben, omdat die wel van alles beloven, maar nooit hun mooie woorden nakomen.
Zouden ze dat wel hebben gedaan, dan had hij immers nu een huisje en een vrijwilligersbaan gehad en geen 40.000 euro schuld.

Roept met zwaaiende armen: ‘Pleurt toch op. Ik heb vreselijk mijn best gedaan van de drugs af te komen, maar er gebeurt helemaal niks. Dat maakt me boos. Ik ben geen Jan Oetlul?’

Het lijkt hem dus logisch dat hij boos is.

Vervolgt, steeds bozer: ‘Mijn rugzak zit vol. Ik heb alle klinieken gehad. Alles wat daar te leren valt, heb ik geleerd, heb alle diploma’s.’
Nee. Afkicken van de drugs lijkt hem dus niet logisch.
Omdat dat tot mislukken is gedoemd.
Hoe hij het ook zal proberen, hoe goed zijn best ook, het zal uitdraaien op een fiasco.
‘Ik zie het niet zitten.’

Rechters: ‘Maar wat dan?’
Richard, weer wat rustiger: ‘Ik ben een overlastveroorzaker. Ik heb niks te zien zitten. Ik moet het in de praktijk bewijzen.’
Rechters: ‘Hoe?’
Richard heeft wel een idee: ‘Ik wil rust en ik wil net als u ‘s avonds voor de tv zitten. Ik wil ‘s ochtends opstaan en dan naar mijn werk, daarna nog even naar de sportschool, af en toe op bezoek bij de familie, tv kijken en slapen. En dan weer opstaan. Dan heb je structuur.’

En de drugs dan?
Nou, stop hem in de vrije verstrekking van heroïne.
Dat kan in Enschede.
Dan hoeft hij geen autoradio’s en laptops meer te stelen.
‘Logisch.’

De officier van justitie zegt dat Richard moet leren de juiste keuzes te maken.
Advocaat Eenhoorn zegt dat mannen als Richard weinig keuzemogelijkheden hebben in het leven, omdat het mannen zijn met de rug tegen de muur.
Vertel hem wat.

De officier zegt dat ze Richard nog niet wil afschrijven. En dat hij daarom twee jaar moet worden opgesloten in een inrichting voor stelselmatige daders (isd), in de Grittenborgh in Hoogeveen.
Dat is de veelplegersmaatregel.
Daarmee krijgt hij een kans en die kans moet hij pakken.
Doet hij dat niet, dan vrees ik, zegt de aanklaagster, dat het niet de laatste keer zal zijn dat hij hier zit.

Richard: ‘Waardeloos.’

Hij is al eens eerder tot die maatregel veroordeeld.
Zonder succes.
Hij zegt, met al zijn ervaring: ‘Het heeft geen zin. Dan ga ik die tijd, die 24 maandjes, gewoon uitzitten en werk nergens aan mee. En daarna kom ik hier weer.’

Advocaat Cees Eenhoorn plaatst na de zitting het geheel in een historisch perspectief.
Hij zegt: ‘Als vroeger de ene holbewoner een homp vlees van de ander jatte, dan gooiden ze hem in een grot, rolden er een zware steen voor en het probleem was opgelost. Zo deden we het in het stenen tijdperk en zo doen we dat eigenlijk nog steeds. We sluiten mensen maar op en denken dat dat de oplossing is.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE - 15 juli 2010 – uitspraak
Desondanks. Richard is veroordeeld tot de 2 jaar durende veelplegersmaatregel isd.

Willem II

Willem (53) is ongevoelig voor straf, stelde de Groninger rechtbank in augustus 2006 vast.
Desondanks kreeg hij toen wel tien maanden celstraf opgelegd wegens het smokkelen van 113 gram cocaïne vanuit Suriname.

Daarvoor, in maart 2005, had hij achttien maanden celstraf gekregen voor iets soortgelijks.

De officier van justitie deelde destijds de opvatting van de rechtbank over ‘s mans ongevoeligheden.
Dat er desondanks toch een vrijheidsstraf werd geëist (een jaar) kwam omdat justitie het opsluiten van Willem als de enige manier ziet hem geen drugs te laten smokkelen.

Willem zelfs deed niet moeilijk over die tien maanden.
Hij is een levensscharrelaar.
Moet hij zitten, dan moet hij zitten.
Dan scharrelt hij maar even een tijdje niet.
Ook goed.

Begin 2007 was Willem al weer op vrije voeten.
En zoals dat gaat in zijn leven: ‘t was maar voor even.
Op 3 december 2007 belandde hij in Frans Guyana – dat ligt naast Suriname – in de gevangenis. Een deel van straf mocht hij in Frankrijk, in Lille, uitzitten.
Ook die straf heeft hij opgeknapt.

Maandagochtend moest Willem in zittingszaal 14 verschijnen.
Hij was er niet.
Hij is ergens, zei zijn advocaat.
Rechters: ‘Maar wel vrij?’
Advocaat: ‘Ja.’
Rechters: ‘Hij heeft geen vaste woon- of verblijfplaats. Verblijft hij in Nederland?’
Advocaat: ‘Ik weet hoe ik met hem in contact kan treden.’

Willem zou – in 2007 – 800 gram cocaïne vanuit Suriname naar Nederland (Schiphol) hebben gesmokkeld.
Samen met zijn criminele organisatie.
Probleem is dat een lid van deze organisatie onvindbaar is, een twee al eerder werd vrijgesproken en tegen een derde bendelid geen strafvervolging is ingesteld wegens onvoldoende bewijzen.
Nu zou Willem, gezien zijn verleden, in z’n eentje een criminele organisatie kunnen vormen, maar juridisch is dat onmogelijk.

Probleem vormt ook de onderschepte 800 gram cocaïne.
In een van de verbalen staat dat die 800 gram maar 150 gram is en andersom.
Bovendien is er van het goedje, aangetroffen in blikken ananas, geen monster genomen om onomstotelijk vast te kunnen stellen dat het ook daadwerkelijk cocaïne betreft.
Er zijn foto’s gemaakt.
Maar de foto’s zijn zoek.

Komt bij dat Willem ditmaal ontkent.
Hij zegt dat hij er is ingeluisd.

De officier van justitie zegt dat er ‘onder deze omstandigheden’ niet veel valt te bewijzen.
En ook dat er ruimte is voor het idee dat Willem er inderdaad is ingeluisd.
De officier van justitie: ‘Ik kan niet anders dan vrijspraak vorderen, vrijspraak voor de cocaïnesmokkel en voor de deelname aan de criminele organisatie.’

Via zijn advocaat laat Willem de rechtbank weten dat hij blij is met het voortschrijdend inzicht van het openbaar ministerie.

Rob Zijlstra

zie ook: Willem I

.

UPDATE - 5 juli 2010 – uitspraak
Willem is vrijgesproken

De politieman

Misschien ging hij op vrijdagmiddag wel gewoon naar huis om in het weekeinde leuke dingen met zijn vrouw en kinderen te doen.
Om dan op maandagochtend weer fris aan een nieuwe werkweek te kunnen beginnen.
Ik weet niet hoe zoiets precies gaat.
Wel werd duidelijkheid dat de politie heel creatief kan zijn.
En dat Isaac, Dario en Errol daar niet om kunnen lachen.

Wat wil het geval?
In augustus 2009 wordt een welgestelde weduwe in Delfzijl in haar woning overvallen.
De politie begint een onderzoek en tapt telefoons af.
Dat levert niet veel op.
Wel komt andere informatie binnen: over drugshandel.
Er worden nog meer telefoons afgeluisterd – uiteindelijk 67 toestellen – en ook wordt afluisterapparatuur in auto’s van verdachten geplaatst.

De naam Errol valt met regelmaat.
De politie wil hem graag in de boeien slaan, maar de onderzoeksresultaten blijven te mager.
In overleg met justitie wordt besloten de zaak op ter schalen: Roy wordt ingezet.

Roy is een politieagent-speciaal.
In het dossier heet hij agent A3250.
Zijn opdracht: een drugsdeal organiseren.

En dus hiphopt Roy, een grote Surinaamse man, op een dag in een opvallende rode Amerikaanse auto en met goud omhangen de havenstad binnen.
Bij een café, waar Antilliaanse mannen chillen, vraagt hij nonchalant de weg naar de McDonald’s.

Aan geld heeft hij geen gebrek en al snel wordt Roy zoals hij zich noemt een opvallende verschijning.
Dat is ook de bedoeling.
Beetje bij beetje weet hij het vertrouwen van de duisternis te winnen.
Hij legt het aan met Isaac en Dario.
Die zouden in witgoed doen.
In cocaïne.
Isaac zegt op een kwaad moment dat hij een kilo kan leveren, voor 28.000 euro.
Dario zou hebben gezegd dat hij wel aan tien kilo kan komen.

Als er via de taps informatie binnenkomt over een nog te plegen overval, wordt besloten dat het lopende drugsonderzoek voorrang moet krijgen.
De politie belt de overvallers in spé met de mededeling dat hun snode plannen bekend zijn. Overval stuk.

Ondertussen legt Roy op onbewaakte momenten alles wat hij ziet en hoort vast in processen-verbaal.
Over levendige drugshandel bijvoorbeeld in een woning in de wijk Tuikwerd waar 16 en 17-jarige Delfzijlsters bij betrokken zijn.
Hun jonge namen vliegen door de rechtszaal.

In de duisternis van de haven van Delfzijl laat Roy vallen contacten te hebben in Zweden.
In Zweden zouden witgoedhandelaren wel 34.000 euro voor een kilo willen betalen.
Om duidelijk te maken dat hij geen grappen maakt, boekt Roy een reis naar Zweden.
Isaac en ‘grote vis’ Errol gaan mee.
In Zweden wordt gegeten in de duurste restaurants en geslapen in de beste hotels.
Roy loopt rond in een goudkleurig pak.
Ze worden gastvrij ontvangen door twee Zweedse drugshandelaren.
Ook politieagenten.

Eenmaal terug in Delfzijl gaat het Zweedse avontuur als een lopend vuurtje door de Noordelijke drugsscène.
Opgeteld krijgt agent A3250 van links en rechts meer dan 600 kilo cocaïne aangeboden.

Isaac zegt tegen de rechters: ‘Die man deed zijn werk, maar ik vind het niet eerlijk. Ik ben geen drugsdealer, ik was een gebruiker.’
Rechters: ‘Die indruk wekte u niet.’
Isaac: ‘Dat is mijn ego, mijn grote bek. Die man beloofde mij van alles. Ik was onder de indruk. Hij kwam ook bij mij thuis. Ik zat in de prut en kon goed met hem praten. Om hem niet teleur te stellen, zei ik dat ik wel een kilo kon leveren. Maar het was grootspraak.’
Rechters: ‘U ging vrolijk mee naar Zweden.’
Isaac, bijna enthousiast: ‘Als u ooit de kans krijgt naar Zweden te gaan, moet u dat vooral doen. De natuur is er zo mooi.’

Dario is boos, verdrietig en net vader geworden.
Met de actieve drugshandel heeft hij niets meer te maken, zegt hij. Na zijn laatste detentie (dertig maanden in verband met cocaïnehandel) is hij begonnen met het opzetten van een kledinglijn.
Het ondernemersplan dat hij heeft geschreven, ligt voor hem op tafel.
Geëmotioneerd geeft hij aan de rechters een briefje waarin hij zijn verdriet verklaart.

Rechters: ‘Mag zo wezen, maar wat zo gek is dat het lijkt dat in uw omgeving altijd in cocaïne wordt gehandeld.’
Dario zegt dat dat komt omdat hij Colombiaan is.
Dat Colombianen in de drugswereld indruk maken, zeker als je zoals hij uit Cali komt.
Daarom ging hij met Errol mee.
Om indruk te maken op anderen.
Maar toen hij hoorde van plannen voor een ripdeal in Amsterdam, haakte hij af.
Zegt: ‘Want ik hou niet van geweld.’

Justitie zegt dat Isaac misschien een kleine man is, maar zich wel groot voordeed.
Goed, hij had geen coke aan Roy geleverd, maar wel een keertje 700 gram wiet in ruil voor 2100 euro.
En Dario doet zich juist kleiner voor dan hij is.
Maar hij had een wapen met geluiddemper, kon contacten leggen.
En leverde, met Errol, wel een kilo cocaïne.

Isaac hoort dertig maanden celstraf eisen, waarvan tien voorwaardelijk.
Isaac: ‘Ik wil naar huis toe.’
Dario moet wat justitie betreft vier jaar de gevangenis in.
Dario: ‘Ik mis mijn vrouw en kinderen.’

Errol staat later dit jaar terecht in Assen, voor drugs en overvallen.

De advocaten: vrijspraak en wel onmiddellijk.
Omdat agent A3250 en zijn meerdere (B1303) alle regels hebben overtreden.
Er was toestemming voor een pseudokoop.
Maar wat Roy deed, was infiltreren en daar was geen toestemming voor.

Dus is alles wat Roy heeft vergaard, onrechtmatig verkregen bewijs.
En dat mag niet meetellen.
Bovendien is er sprake van uitlokking.
De politie, zeggen de advocaten, gooide een portemonnee op straat en wie die oppakte, is gearresteerd.

De officier van justitie zegt dat alles volgens het boekje is gegaan, maar de advocaten houden vol: als die gekke agent nooit in Delfzijl was opgedoken, dan hadden Isaac en Dario geen strafbare feiten gepleegd.

Politieman A3250 verdween in zijn grote rode Amerikaan zoals hij negen maanden daarvoor was gekomen.
Zomaar ineens.

Rob Zijlstra

.

>> Agent Roy werkt voor de speciale unit WOD [werken onder denkmantel]

>> over pseudokoop en infiltratie

.

UPDATE – 14 juni 2010 – uitspraken
Justitie heeft niets gedaan dat niet zou mogen.  Er is niks uitgelokt en geschonden. De pseudokoop-operatie ging volgens het boekje, waardoor het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging.
Isaac is veroordeeld tot 15 maanden celstraf waarvan 5 voorwaardelijk. Wat hij wil – naar huis toe – kan op 6 juli.
Voor Dario was er minder prettig nieuws: 4 jaar celstraf (conform de eis).

>> het vonnis van Dario

.

UPDATE – 17 september 2010 – rechtszaak Errol
Voort de rechtbank in Assen is 12 jaar celstraf geeist tegen Errol, de grote vis die in dit verhaal nog ongemoeid is gelaten. >> trotse vaders

Rapper Rel

Op 9 november vorig jaar is er iets vreselijks gebeurd aan het Annie M.G. Schmidthof in Hoogezand.
’s Nacht, rond tweeën, werd in de gang van een flatwoning aan dit hof de Amsterdamse rapper Rel neergeschoten.
Een paar uur later overleed de 26-jarige muzikant in een ziekenhuis in Amsterdam

De schutter is de nu 27-jarige J.
Hij stond vandaag terecht in zittingszaal 14.
Justitie verdenkt hem van moord, van vier pogingen tot moord en van diefstal met geweld.
Behalve dat hij de rapper, die Farrel Provence heet, neerschoot, raakten nog drie anderen door zijn geschiet gewond, een vierde net niet.

Drie uren na aanvang van de zitting, besloot de rechtbank de zaak aan te houden.
Om meer duidelijkheid te krijgen.

Aan de schoten in die nacht is iets vooraf gegaan.
Onduidelijk is wat precies.
Een beroving, wordt gezegd.
Een overval.
Mogelijk een ripdeal.
Of een verzinsel.

Verdachte J. zou een ketting van goud van rapper M. uit Foxhol hebben gestolen.
Rapper M. belde vervolgens zijn vrienden in Amsterdam op.
Die vrienden kwamen en met z’n vijven gingen ze verhaal halen bij verdachte J.
En dat liep uit de hand.

Of het is anders gegaan.
Mannen zouden een grote partij drugs en geld bewaren voor weer andere mannen uit Curaçao.
Toen bedachten de eerste mannen dat het best winstgevend zou zijn om te zeggen tegen Curaçao dat de drugs en geld zijn gestolen.
Foetsie.
Een verzonnen ripdeal.
En om dat allemaal een beetje echt laten lijken, moest er een schuldige zijn, een ripper.
Dat werd de man die nu verdachte is: man J.

Man J. zegt dat hij er is ingeluisd.

Toen rapper M. uit Foxhol en zijn Amsterdamse vrienden de flatwoning van J. binnendenderden, met veel kabaal en knuppels, ontstond een worsteling.
Daarbij viel een wapen van een van de belagers op de grond.
In het geworstel wist verdachte J. het gevallen wapen in handen te krijgen.
En te schieten.
Hij schoot vier of vijf keer op beenhoogte.
En raak.

Het is daarom dat J.’s advocaat straks zal pleiten voor noodweer (zelfverdediging) waaruit vrijspraak moet volgen.
J. werd wederrechtelijk in zijn eigen woning aangerand en gebruikte ter verdediging proportioneel geweld, zei de advocaat alvast.
Als dat zo is, is schieten ongeacht de gevolgen niet strafbaar.

In dit verhaal speelt een cie-informant van de politie een rol.
Een cie-informant is een informant van de criminele inlichtingen eenheid (cie) van de politie.
Het zijn de verklikkers van de onderwereld.
Daar krijgen zij legaal geld voor.

Dat er van een beroving dan wel van een overval – de aanleiding voor de fatale schoten – geen sprake is geweest, is afkomstig van zo’n cie-informant.

Advocaat Weening – helemaal uit Maastricht – wil hier nu meer over weten.
Hij wil vragen stellen aan deze informant.
Hoe hij bijvoorbeeld weet dat het is verzonnen.
En van wie hij dat dan weet.
Weening wil dit al een tijdje weten, maar de rechters wezen zijn verzoek steeds van de hand, omdat verklikkers van de politie een speciale status genieten.

De regel is dat cie-informanten nimmer worden gehoord.
Politie en justitie garanderen hun informanten absolute anonimiteit, omdat er anders niemand informant wil worden.
Dan is het veel te link.
Klikken in de onderwereld is als ik wordt vermoord voor een neerlandicus.

Advocaat Weening blijkt een volhouder, want vanochtend diende hij opnieuw zijn verzoek in.
De officier van justitie verzette zich wederom met kracht.
Ze zei: geen denken aan.

Maar de rechters denken er nu anders over.
Ze zeiden wel te snappen dat justitie er alle belang bij heeft haar verklikkers te beschermen.
Uit veiligheidsoverwegingen en omdat dat nu eenmaal zo is afgesproken.
Maar, zeiden de rechters, er is ook een belang aan de kant van de verdediging.
Ook die snappen we, omdat een heldere verklaring van deze informant cruciaal kan zijn.

In de raadkamer gingen de rechters de belangen tegen elkaar afwegen.
Toen ze na lange tijd terugkwamen, zeiden ze: ‘Een moeilijke kwestie.’
Maar Weening kreeg wel zijn zin.

De informant moet nu met de billen bloot.
De officier kreeg het advies van de rechtbank om onverwijld maatregelen te treffen die moeten voorkomen dat de identiteit van de informant wordt onthuld.
Kan best zijn dat de man (of vrouw?) straks achter gesloten deuren, ergens op een geheime plek met een valhelm en valse snor (of wimpers?) op en aan het hoofd en met een stemvervormer wordt gehoord.

Justitie baalde zichtbaar van het besluit van de rechters.
Weening sprak tevreden van een historisch besluit in de strafrechtspraak.
Zei dat het heel bijzonder is, ja bijna uniek.
En geheel terecht.

Ik proefde nog iets anders, het hoeft niet waar te zijn.
Ik proefde dat de Groninger rechters wel gecharmeerd waren van de jonge advocaat uit Maastricht.
Weening oogt als een jonge hond.
Maar hij vertelde zijn ding met een gepassioneerde rust en in grote zelfverzekerdheid.

Aan het slot van het proces dat eigenlijk nog moet beginnen, deed Weening nog een verzoek.
Hij had A gezegd, B gewonnen en moest nu dus wel voor C gaan.
Hij verzocht de rechtbank om verdachte J. vrij te laten.
Want wie uit noodweer handelt en toch is opgesloten, zit ten onrechte vast.

Maar die redenering ging de rechters, gecharmeerd of niet, net even te ver.
Want er is op 9 november vorig jaar wel iets vreselijks gebeurd aan het Annie M.G. Schmidthof in Hoogezand.
De strafzaak wordt over een paar maand voortgezet.

Rob Zijlstra

.

reactie openbaar ministerie Groningen:

zo kunnen we onze informanten wel opdoeken

UPDATE – 20 augustus 2010 – voortzetting

De strafzaak tegen J. wordt voortgezet op 27 augustus 2010. Op die dag staan ook twee medeverdachten terecht.