Eenmalige misdadigers

Er zijn misdadigers die gewetenloos zijn.
Die doen het om er zelf beter van te worden of zomaar voor de kick.
Zij zijn wel de ergste, maar ze zijn niet met de meesten.
De meeste mannen die met een misdaad in de rechtszaal moeten verschijnen – in Groningen maar ook elders – zijn eenmalige misdadigers.
Amateurs.
Ze hebben vaak ook een reden, al dan niet in combinatie met een samenloop van omstandigheden.
Een zus met reuma, een slecht huwelijk, ontzettende dorst.

Ontzettende dorst.
Martin, 55 jaar, geboren en getogen in Groningen, is glazenwasser van beroep.
Dat wil zeggen Martin had een fiets, een ladder en een emmer met zeepsop.
Toen zijn compagnon in 2000 overleed had hij aan de weduwe 300 gulden (toen nog) betaald om het klantenbestand over te nemen.
Zo kreeg hij een eigen wijk.
Een vetpot was het niet, maar hij kon er de vijf liter bier die hij dagelijks tot zich nam van betalen.
En af en toe wat heroïne.

Op een dag werd hij verraden door een concurrerende glazenwasser.
De sociale dienst stelde een onderzoek in en ontdekte dat Martin genoten inkomsten niet opgaf en dat hij een gezamenlijke huishouding voerde met Alie, de zus van zijn overleden compagnon.
Martin ziet dat anders.
In 2006 was Alie shag gaan halen bij het benzinepompstation.
Ze kreeg een aanval en ging onderuit.
Sindsdien komt ze nauwelijks nog buiten.
Hij verzorgt haar.

De fraudepolitie ontdekte dat hij de boodschappen deed en kookte, dat de gasrekening op het adres waar hij zei zelfstandig te wonen veel te laag was, dat zij zijn kleren waste, dat hij haar hond uitliet.
Martin maakte ook gebruik van een brommer die op naam stond van Alie.
Martin zegt dat hij Alie altijd op haar brommer – zij achterop – naar het ziekenhuis bracht.
Daarom.

In de wijk belde de fraudepolitie aan bij mensen met de vraag of zij Martin kenden als de glazenwasser.
En of ze wilden verklaren dat ze hem geld gaven voor schone ramen.
Veel klanten hadden hun mond gehouden, maar een stuk of tien klapten uit de school en leverden het wettige bewijs voor de fraude.

Martin had nog aangevoerd dat ze het bed niet deelden, dat van een seksuele relatie geen sprake was.
Te laat.
De financiën waren verweven (‘we deden het een beetje sam-sam’) en dat is voldoende om van een duurzame relatie te kunnen spreken.
En dan heb je geen recht op een uitkering als alleenstaande.
Martin moet nu 110.000 euro terugbetalen, geld dat hij niet heeft.

De officier van justitie zegt dat Nederland een verzorgingsstaat is waarin zij die het beter hebben betalen voor hen die het iets minder hebben. ‘Als iedereen doet wat Martin deed, dan houden we de staat niet overeind, dan kunnen we het niet meer betalen.
Wat Martin heeft gedaan is dus heel ernstig. Ik vind dan ook dat hij iets terug moet doen voor de maatschappij. Ik eis een werkstraf van 240 uur.’

Martin vindt dat de officier van justitie groot gelijk heeft.
Zegt: ‘Zoals zij denkt, zo denk ik er ook over. Ik heb de staat benadeeld, maar ik ben geen draaideurcrimineel geworden. Als crimineel had ik de staat nog veel meer geld gekost.’

Martin neemt afscheid met een kleine buiging naar de officier van justitie en naar de rechters en zegt: ‘Mag ik u allen vriendelijk bedanken?’
Dat mocht.
De strafzaak tegen Alie is vanwege haar gezondheid geseponeerd.

Bart is ook mantelzorger.
Hij loopt tegen de zeventig en verzorgt zijn moeder die de honderd nadert.
Hij is ontzettend bang dat hij naar de gevangenis wordt gestuurd.
Dan zal hij zijn moeder niet meer kunnen bijstaan en ook zal hij dan alles aan haar moeten vertellen.
Nu weet ze van niets.

Bart heeft twee enorme stommiteiten begaan.
Hij verzamelde kinderporno op zijn computer.
Zegt: ‘Ik was bewust op zoek, het was verslavend gedrag. Ik zag geen kinderen in nood. Ik had mijn geweten uitgeschakeld. Dat neem ik mezelf ontzettend kwalijk. Toen de politie kwam, stortte mijn wereld in want ik wist waarvoor ze kwamen.’
Dit speelde zich af in november 2011.
Hij is al langer dan een jaar in therapie en dat doet ‘m goed: ‘Ik leer daar heel veel over mezelf.’

In september 2010 was de politie ook al bij hem aan de deur geweest.
Zijn zus heeft reuma en had baat bij zo af en toe wat nederwiet.
In een growshop had hij naar de mogelijkheden geïnformeerd, want steeds maar naar de koffieshop werd te duur.
Politieagenten hadden hem in die winkel gespot en drie maanden later belden ze bij hem aan.
Of hij een hennepkwekerij had?
Bart had ja gezegd en de agenten binnengelaten.
Dat had hij niet moeten of hoeven doen, maar dat wist hij als amateur natuurlijk niet.

Een bezoek aan een growshop kan geen reden zijn om iemand als verdachte te beschouwen en een onderzoek te beginnen, zegt de advocaat.
Ook hebben de agenten niet gezegd toen ze aanbelden dat hij het recht had te zwijgen.
Ernstige fouten die ook niet zijn te herstelen en dus moet vrijspraak volgen.

De officier van justitie is het niet met de advocaat eens: de politie mag overal aanbellen en een vraag stellen.
‘Vragen staat immers vrij.’
Wel houdt ze rekening met het feit dat het oude misdaden zijn: normaliter waren de misdaden van Bart goed geweest voor gevangenisstraf, nu kan worden volstaan met een taakstraf van 240 uur (eis).

Bart buigt het hoofd en biedt excuses aan: eerst aan de kinderen en dan – via de officier van justitie als vertegenwoordiger van de samenleving – aan ons allemaal.

Rob Zijlstra

UPDATE – 31 oktober 2013 – uitspraken
Bart is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en 6 maanden voorwaardelijke celstraf.  De politie heeft niets onrechtmatig gedaan, vindt de rechtbank. Vragen staat vrij evenals spontaan iets tegen de politie zeggen.
Glazenwasser Martin moet ook 240 uur voor straf werken en kreeg 2 maanden voorwaardelijk als stok achter de deur.

de vonnissen zijn door de rechtbank niet gepubliceerd

De zwembadmoord

Schermafbeelding 2013-09-27 om 08.14.17Vroeger, sprak de oude journalist, schreven we op wat wij wisten.
Tegenwoordig, vervolgde hij wat nukkig, schrijven ze op wat ze horen.

Dit las ik ergens.

Alles wat ik weet over de zwembadmoord in Marum heb ik vandaag gehoord in de rechtszaal.

Op 10 juli 2012 werd nabij het zwembad in Marum de toen 40-jarige Jan Elzinga doodgeschoten.
Dat gebeurde even na zeven uur in de vroege ochtend.
Jan Elzinga reed op zijn fiets toen het gebeurde.
Hij zwom in het zwembad bijna elke ochtend baantjes.
De schutter wist dat en had zich verstopt in de bosjes.
Jan Elzinga  riep nog naar zijn moordenaar: ‘Wat is dit?’

Wat ik ook weet – maar dan van huis uit – is dat twee dingen die tegenstrijdig aan elkaar zijn, niet tegelijkertijd waar kunnen zijn.

Pascal (36) uit Zwolle zegt dat hij de man is die in de bosjes had gezeten.
En ook dat hij heeft geschoten.
Hij deed dat in opdracht en voor geld.
Een huurmoordenaar wil hij zichzelf niet noemen, want hij is geen slecht mens.
Een goed mens als huurmoordenaar, dat gaat niet samen.
Dat geeft een storend beeld.

Een beroepsdeskundige van het Pieter Baancentrum zei later tijdens de zitting dat een heel stabiel mens heus een moord kan plegen en iemand met een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis juist heel goed niet.
Deze deskundige zei ook dat Pascal wel stoornissen heeft, maar dat die niet hebben geleid tot een doorbraak, tot het levensdelict.
Er was geen doorbraak.
Sterker: er zit een heel gat tussen de stoornis en het delict.
Pieter Baan zegt dat Pascal eigen keuzes heeft gemaakt en dus volledig toerekeningsvatbaar is.

Twee andere deskundigen zeggen van niet en adviseren tbs met dwangverpleging.
Zij zeggen over Pascal dat hij onvoldoende zijn wil overeenkomstig zijn inzicht kan bepalen.
Man is daarmee levensgevaarlijk en moet opgesloten en behandeld.

Beide visies van deskundigen kunnen niet tegelijk waar zijn.

Pascal zegt dat hij vooral slachtoffer is van de manipulerende Willem (45) uit Kampen, de man die hij als vriend beschouwde, zelfs eens als broer.
Willem, zegt Pascal, heeft de opdracht gegeven om Jan Elzinga dood te schieten.
Willem, zegt Pascal, heeft ook alles voorbereid.
En ik, zegt Pacal, heb het gedaan.

Willem ontkent.
Willem heeft er niets mee te maken, hij is anders dan Pascal zegt, nooit in Marum geweest en van Jan Elzinga – zegt hij tegen de rechters – heeft hij nog nooit gehoord.
Dat Pascal van alles met grote stelligheid wel beweert, vindt hij verschrikkelijk.
Ook voor de nabestaanden.

Pascal en Willem kunnen niet allebei tegelijk waar zijn.

Nu is het zo – weet ik – dat wij aan hem die een bekentenis aflegt en zichzelf niet spaart – sterker – zichzelf belast – dat wij mensen aan zo iemand een grotere betrouwbaarheid toedichten dan aan iemand die wordt beschuldigd en dat ontkent.
Anders gezegd: we neigen Pascal te geloven, terwijl we Willem met z’n ontkenningen maar onbetrouwbaar vinden.
Peter van Koppen zal zoiets vast en zeker – maar ik weet het niet – een valkuil voor rechters noemen als het om waarheidsvinding gaat.

Want stel: Willem liegt niet, hij heeft er niets mee te maken.
Waarom heeft Pascal op die zomerse dinsdagochtend Jan Elzinga doodgeschoten?
Advocaat Evert van der Meer (advocaat van Willem): ‘We kunnen niet uitsluiten dat Pascal niet alles vertelt, om anderen voor wie hij bijvoorbeeld heel erg bang is, uit de wind te houden.’

Stel: Willem liegt en hij heeft er wel mee te maken.
Ook dan: waarom?
Wat is het motief?
Waarom moest Jan Elzinga dood?

De politie heeft het uitgezocht en vastgesteld dat Jan Elzinga niet per ongeluk is doodgeschoten.
Er was geen sprake van scenario 4, een persoonsverwisseling.

Jan Elzinga was een lieve en zorgzame man, tikkeltje eigenwijs, maar geen crimineel.
Hij was wel vreemdgegaan en dat had zijn partner ontdekt.
Relatie in een dip(je)?
Moet het in die richting worden gezocht?
De politie heeft dat gedaan.
De partner van Jan Elzinga is verdachte geweest, evenals haar broer.
Na twee weken is dit scenario doorgestreept, zo de prullenbak in.

Jan Elzinga was actief in de motorwereld, geen wereld van de ranja en de spekjes.
Speelde daar iets stoers?
Speelde hij vals, dronk hij Buckler, nam hij vol genoegen de vrouw van de motorpresident wellicht?
Van niets is iets gebleken.

Rest: stomme hennep.
Tijdens de slachtofferverklaring van de verdrietige moeder van Jan werd de pers gehekeld.
In de kranten had gestaan en ‘t was ook op de radio – dat Jan een afrekening was, een afrekening in het criminele circuit.
Dat had de familie veel pijn gedaan, want Jan was geen crimineel, hij was juist lief en zorgzaam.
Laat nou uitgerekend dat, lief, zorgzaam en crimineel, helemaal voor je 87-jarige moedertje, uitstekend samengaan.

Ik weet het niet, hoor van alles.
Wat ik hoorde is dat het Openbaar Ministerie rekening houdt met een hennepkwestie en dus met een conflict over geld, want zo plat is de hennepwereld vandaag de dag.
Nooit gaat het over kwaliteit of duurzaamheid in die sector, maar dit terzijde.

Jan Elzinga was geen grote speler op het hennepveld, maar deed een beetje mee.
Op zijn TomTom stonden tal van adressen ingetoetst (geregistreerd ook), adressen waar hennepkwekerijen zijn aangetroffen.
Hij had iets met hennep, zijn voorliefde voor tractoren en met maisvelden.

Daar zit een raakvlak met Willem.
Willem zat in de antiek, in glaskunst en – hoe dan ook – in de hennep, dat heeft hij wel ruiterlijk willen toegeven.

Nog een ding.
Het Openbaar Ministerie zegt dat Pascal 14.700 euro heeft gekregen voor het doodschieten van Jan Elzinga.
Pascal zegt dat zelf ook.
Hij zegt dat hij dat geld heeft ontvangen van Willem.
Van de ontkennende Willem.
Toen hij het kreeg had hij er een heel goedkope auto voor gekocht.

Het Openbaar Ministerie zegt dat ook Willem 15.000 euro heeft ontvangen als beloning.
Dit geld is ook bij hem aangetroffen, in dezelfde samenstelling van biljetten als bij Pascal is gevonden.
Briefjes van vijftig, in pakketjes van duizend, met een wikkeltje erom.
Via een ontnemingsvordering wil de officier van justitie dit geld hebben.
Want het is immers criminele winst wat niet mag lonen.

Pascal heeft het geld van Willem gekregen.
Maar van wie heeft Willem dan het geld gekregen?

Vragen, zoveel vragen nog.
Maar aan wie?

De officier van justitie eiste – wegens moord – medeplegen moord –  tegen Pascal 15 jaar gevangenisstraf ,
De officier van justitie eiste – idem – tegen Willem 18 jaar.
Pascal was een marionet, Willem het meesterbrein.

De rechtbank vindt het op voorhand al moeilijk.
Daarom werd aangekondigd dat niet over de gebruikelijke twee, maar pas over vier weken uitspraak wordt gedaan.

Misschien dat wettig en overtuigend in deze zaak niet tegelijkertijd samengaan.

Vroeger, verzuchtte de oude journalist, was alles veel eenvoudiger.
Dan had je het gedaan.
Of niet.
Maar tegenwoordig…

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 24 oktober 2013 – uitspraken
Pascal E. (36) is conform de eis veroordeeld tot 15 jaar celstraf wegens het medeplegen van moord. Hij heeft, zo staat in het vonnis, Jan Elzinga in koelen bloede doodgeschoten. Na de moord ontving hij 15.000 euro   en ging hij met zijn gezin op vakantie.
Willem P. (45) is de opdrachtgever. Het bewijs is de verklaring van Pascal E. Die verklaring wordt ondersteund door anderen feitelijkheden die – opgeteld – voldoende zijn om de rechtbank te overtuigen van P.’s schuld. Zijn straf: 18 jaar (ook conform)

Het motief blijft onduidelijk, de riekende geur van hennep blijft.

Opmerkelijk is dat de rechtbank geen uitspraak heeft gedaan in de twee ontnemingsvorderingen.
De rechtbank heeft vrijdag laten weten dat op donderdag 7 november uitspraak wordt gedaan in de ontnemingsvorderingen

vonnis Pascal E.
vonnis Willem P.

UPDATE – 11 november 2013 – ontnemingsvordering 
Pascal E. moet het geld dat hij van Willem P. heeft gekregen afdragen. Het wederrechtelijk verkregen voordeel zoals het heet bedraagt volgens de rechtbank 9.500 euro. Pascal E. heeft 14.700 gekregen voor het plegen van de moord. Van dat geld heeft hij een auto gekocht van 2.800 euro. Die auto is in beslag genomen. Daarnaast is een bedrag van 2.400 euro contant in zijn woning aangetroffen. Dit is in beslag genomen.

Willem P. moet 15.000 euro afdragen. En dat is merkwaardig. Volgens medeveroordeelde Pascal E. hebben zowel hij als Willem P. ieder 15.000 euro ontvangen voor de moord. Pascal heeft het geld van Willem gekregen. De vraag is dan: van wie heeft Willem het geld gekregen. Het vonnis suggereert dat er een derde partij is die tot nu toe onbekend is gebleven.

Het Openbaar Ministerie zegt dat de ontneming van Willem P. is gebaseerd op de verklaring van Pascal. Niet meer niet minder. Er is wel onderzoek gedaan naar de vraag wie dan de grote geldgever is. Dat onderzoek zegt een woordvoerster namens de officier van justitie niets opgeleverd.

De rechtbank schrijft in het vonnis van de ontneming dat het aannemelijk is geworden dat veroordeelde Willem P. 15.000 euro heeft ontvangen voor het plegen van de moord.

Dan zou je ook kunnen zeggen: de echte opdrachtgever van de moord op Jan Elzinga loopt nog vrij rond.

 vonnis ontneming pascal e.
vonnis ontneming willem p.

Cheb wordt vervolgd

pot-rode-verfCheb is in z’n eentje zo’n beetje het hele Marokkanenprobleem in Groningen.

Anders gezegd: er zijn wel Marokkanen in Groningen, maar in de rechtszaal komen ze zelden, ze hebben daar kennelijk niks te zoeken.
Cheb daarentegen is al jaren een van de meest trouwe bezoekers van zittingszaal 14.
En altijd voor hetzelfde: inbraken en insluipingen.

Hij kwam 34 jaar geleden vanuit Beni Bouifrour naar Nederland.
Veel heeft hem dat niet gebracht.
De eenvoudige sportschoenen die hij draagt zijn van de penitentiaire inrichting in Ter Apel.

Cheb is behept met een dijk van een drugsverslaving, een vlotte babbel en een enorm zelfinzicht.
Met zijn diepdonkere ogen zegt hij tegen de rechters: ‘Ik vind het vreselijk dat ik zo laag ben gezonken, zo laag om in te breken in de synagoge, ook gezien de historie en het feit dat ik Marokkaans ben.’

Hij wandelde in juni dit jaar door de Folkingestraat in de binnenstad van Groningen.
Hij zag dat in de synagoge een tentoonstelling was waarvoor entree moest worden betaald.
Zijn hersenen begonnen meteen te ratelen: entree is geld, geld is drugs.
Het lichaam deed de rest: dat begon te klimmen en via een plat dak en met behulp van een koevoet die hij altijd bij zich draagt ging hij naar binnen.
Hij vond de kassa met daarin de entreegelden en enige eagle-munten.

Hij werd gesnapt en nu heeft hij zo ontzettend veel spijt.
Bij de politie had hij gezegd dat hij schoon schip wilde maken.
Want hij is verliefd.
Cheb: ‘Tot over mijn oren.’
Op het bureau werden alle verloven ingetrokken want als Cheb gaat biechten zou het oplossingspercentage van inbraken en insluipingen wel eens tot een recordhoogte kunnen stijgen.
Alle wijkagenten van Groningen gingen om hem heen zitten en keken hem vol verwachting aan.
Cheb: ‘Alle andere zaken heb ik niet gedaan.’

De inbraak in de synagoge was ook meer een samenloop van omstandigheden geweest.
Ze heet Anna op wie hij smoorverliefd is.
Ze hadden een heftige ruzie gehad, zo heftig dat hij een gat in de deur had geslagen en toen naar buiten was gegaan, met het hoofd helemaal vol.
Tegen de rechters: ‘Zij zat de hele dagen te zeuren om geld en drugs. Daarom besloot ik op pad te gaan om in te breken.’

Nu hij in de gevangenis zit, mist hij haar.
Zo erg dat hij er bijna gek van wordt.

Cheb heeft ‘s nachts geen frisdrankautomaten opengebroken in het UMCG.
Hij heeft ook niet ingebroken in het gebouw waarin onder meer de biljartverenging is gevestigd.
Ook de laptops uit een gebouw van het Noorderpoortcollege heeft hij niet gestolen.
In het studentenpand waar mobiele telefoons waren ontvreemd, is hij nog nooit geweest.

Dat er foto- en filmmateriaal is waarop Cheb te zien is ten tijde van de diefstallen doet daar volgens hem niet aan af.
Zijn dna op een blikje Fanta in het pand waar de biljartvereniging huist, met de kans kleiner dan 1 op 1 miljard dat het van iemand anders is?
Die telefoon die hij had, afkomstig uit dat studentenpand?

Hij zegt: ‘Die telefoon die ik had, had ik geruild met iemand.’
Beelden van beveiligingscamera’s?
Blikje Fanta met daarop zijn dna?
Cheb: ‘Kan wel kloppen, want ik ben daar geweest. Maar niet om te stelen, maar om rustig drugs te kunnen gebruiken. Ik zoek altijd rustige plekken op omdat ik mijn moeder niet wil confronteren met mijn drugsgebruik. Maar ik ontken ten stelligste dat ik daar heb ingebroken. En u moet het volgens de wet wettelijk bewijzen.’

Rechters: ‘U weet hoe het werkt.’

De officier van justitie ook: ‘Wettig en overtuigend.’
Cheb: ‘Ik mis Anna ontzettend. Ik wil graag met haar trouwen en kinderen krijgen en aan mijn vader met wie ik al acht jaar niet heb gesproken laten zien dat ik ook goed kan doen.’

De officier van justitie: ‘U krijgt nog een kans.’
Cheb: ‘Ik verdien straf voor die inbraak in de synagoge.’

De officier van justitie: ‘Achttien maanden waarvan twaalf voorwaardelijk.’
Cheb: ‘Ik zou liever iets voor de samenleving terug willen doen. Ik wil de synagoge wel schilderen, van binnen en van buiten… In plaats van gevangenisstraf.’

De officier van justitie: ‘Met als bijzondere voorwaarde een behandeling in een kliniek voor de duur van maximaal een jaar. Doet u dat niet, dan moet u een jaar extra zitten.’
Cheb knikt, snapt hij: ‘Ik wil niet langer als een tweederangsburger leven, niet meer stelen, want zo ben ik niet.’

Ik vrees: wordt vervolgd.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 7 oktober 2013 – uitspraak
Cheb is veroordeeld tot achttien maanden celstraf waarvan een lang deel voorwaardelijk: een jaar. Dat is bedoeld als stok achter de deur. De straf is conform de eis. Dat is desondanks het feit dat de rechtbank minder feiten bewezen acht dan het Openbaar Ministerie.  De insluiping in het Noorderpoortcollege en in de studentenwoning kan niet worden bewezen.

de rechtbank heeft het vonnis (nog) niet gepubliceerd

 cheb de flipper (september 2011)

De slapende steigerbouwer

Schermafbeelding 2013-09-20 om 11.10.58In een decembernacht van 2010 troffen surveillerende agenten een man aan in een stilstaande auto, midden op de rijbaan en met de motor draaiende.
Het was Derk.
Hangend over het stuur en in diepe, diepe slaap.

Toen de agenten hem wakker wilden maken, roken ze drugs (agenten ruiken dat).
Zijn auto zat tjokvol.
Cocaïne (11 gram), amfetamine (181 gram), hasjiesj (207 gram), xtc (900 pillen). Verder: messen, busje peperspray , gripzakjes, een weegschaaltje en 700 euro aan contanten.

Toen Derk een paar maanden later voor de rechtbank stond om zich te verantwoorden, zei hij: ‘Het was voor eigen gebruik.’
Ik schreef toen op dat niemand hoefde te lachen om dat antwoord.
En dat een van de rechters opmerkte: ‘Hoezo 900 pillen voor eigen gebruik? Hoeveel jaar was u van plan om…’

De rechters hadden opgemerkt dat het beter zou zijn de drugs vaarwel te zeggen.
Derk had geantwoord: ‘Dat wil ik wel.’

Het was toen niet de eerste keer dat Derk zich voor rechters moest verantwoorden in verband met drugs.
En ook niet de laatste keer.

Vrijdagochtend zat Derk weer in zittingszaal 14.
Hij was aangetroffen in zijn auto, in de Nieuwstad, in de rosse buurt van Groningen.
In de auto: speed, amfetamine, xtc (368 pillen), wiet, heroïne.
Gripzakjes, zes mobiele telefoons, een ipad, een weegschaaltje, 750 euro in biljetten van tien en twintig euro.

Nee, zegt Derk (en later ook zijn advocaat): ‘Ik was niet aan het dealen.’
Rechters: ‘Neemt u altijd zo veel drugs mee als u op pad gaat?’
Derk: ‘Het was voor eigen gebruik.’
Weer hoeft niemand te lachen.

Derk heeft een drugsprobleem.
Dat begon toen hij een jaar of 16 was.
Hij is nu 30 jaar.
Hij heeft diverse keren geprobeerd de drugs te laten staan.
Tegen de rechters: ‘Maar zonder drugs val ik op mijn werk in slaap.’
Derk is steigerbouwer.

De vorige keer kwam hij weg met een werkstraf.
Dat had Derk gewaardeerd, want hij werkt graag.
Daarvoor had hij al een paar keer gedurende enige maanden in de gevangenis gezeten.
Dat beviel hem minder.
De officier van justitie eist ditmaal een celstraf van twaalf maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk.
Zodra hij zijn vrijheid terugkrijgt, moet de reclassering hem in de gaten houden.

Derk wil dat wel.
Rechters: ‘U bent gemotiveerd?’
Derk: ‘Ja hoor.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 4 oktober 2013 – uitspraak
Derk heeft gekregen wat de officier van justitie voor ogen had: 12 maanden cel waarvan vier voorwaardelijk. Met reclasseringstoezicht.

tuk

Het dwaalspoor

ambonNee hè. Niet hij weer.
Maar als hij de rechtszaal betreedt, is er geen twijfel mogelijk: ’t is onmiskenbaar Bram. De praatjesmaker, de boef.
Bram de sportman pur sang.
Vijf jaar geleden overhandigde hij in zittingszaal 14 aan de rechters een brief.
Op acht handgeschreven velletjes papier legde hij uit waarom hij zijn leven zou beteren en wat aan dat goede voornemen ten grondslag lag: de marathon van Rotterdam.

Na die 42 kilometer zou alles goed met hem komen.
Maar volgens de hulpverleners die hem al twintig jaar kennen, heeft hij nog een lange weg te gaan.

In 2006 werd Bram veroordeeld wegens een poging tot zware mishandeling in het daklozencircuit: tien maanden celstraf.
In 2009 kreeg hij de veelplegersmaatregel isd (twee jaar in de gevangenis) opgelegd vanwege het leegdrinken van een fles Pisang Ambon in de Albert Heijn en – daaropvolgend – een poging een Playstation te stelen bij de Mediamarkt.
In 2012 – net vrij – wilde het Openbaar Ministerie hem nogmaals twee jaar ’isd’ opleggen wegens een gevalletje van oplichting.
De rechtbank trapte er al dan niet in en legde negen maanden celstraf op waarvan vier maanden voorwaardelijk.

Op 17 april dit jaar kwam Bram met zijn cocaïneverslaving op vrije voeten.
Het duurde maar even en hij zat weer op het politiebureau.
Hij had een paar blikjes bier gestolen bij de Jumbo in de Euroborg.
En kroketbroodjes.
En een bak met ijs.

De rechters vragen aan hem: ’Klopt dat?’
Bram: ’Klopt.’
Rechters: ’Hoe kwam dat zo?’
Bram: ’Ik had een huisvestingsprobleem. Was gefrustreerd, reageerde wat impulsief, ’t gleed zo de tas in.’

In 2009 zeiden de rechters tegen hem: ’U bent 37 jaar. Al zestien jaar lang heeft u problemen met politie en justitie. Van die zestien jaren heeft u er tien in de gevangenis gezeten. U bent een maatschappelijk probleem (…).
Nu, vijf jaar verder, lijkt er aan het mislukte rotleven van Bram weinig veranderd.

Hij is nog altijd een sportman pur sang – dat zei hij in 2009 en dat herhaalde hij deze week.
Nog steeds gieren de goede bedoelingen door het magere lijf en is er de chaos in de kop als hij geen alcohol drinkt.
De cocaïne sloopt ondertussen ongestoord verder.

Bram ziet het anders.
Tegen de rechters: ’Eigenlijk heb ik geen probleem. Een alcoholprobleem zoals jullie zeggen? Nee. Ik drink wel eens een biertje, maar altijd verspreid over de dag. Ik heb tien jaar op straat gelopen, ik had een huisvestingsprobleem. Maar dat probleem is nu opgelost.’

Hij vervolgt, steeds enthousiaster: ’Ik heb er wel slechter voor gestaan. Een stukje begeleiding, dat kan ik wel hebben. En ik heb een paar corrigerende tikjes nodig als ik op het dwaalspoor beland… Maar verder?’

De rechters vragen waarom het hem ditmaal wel zal lukken?
Bram, glunderend: ’Ik heb een vriendin. Zij heeft een huis in Emmen. Ik heb dus geen huisvestingsprobleem meer.’

In 2009 meldde de reclassering aan de rechtbank dat Bram zijn laatste kans had verspeeld.
Alle hulp die hij de afgelopen jaren aangeboden had gekregen, was op niets uitgelopen. Bram heeft, zei de reclassering, wel een reële kijk op de wereld, maar hij is niet in staat de juiste keuzes te maken.
Nu – in 2013 – zegt de reclassering: ’Zijn motivatie is goed en oprecht. Maar wat wij ook doen, hij haakt op het laatst altijd weer af. De enige mogelijkheid die wij zien is nogmaals een langdurige en gedwongen behandeling. En dat kan wat ons betreft alleen binnen een isd-tracject van twee jaar.’

Bram, wanhopig : ’Maar we houden van elkaar. Ik zou een isd verschrikkelijk vinden want dan ben ik haar twee jaar kwijt. Ik weet niet of ik dat wel aankan.’

Bram’s liefde zit achter in de zaal.
Af en toe draait hij zich om en werpt haar lieve blikken toe.
Hij zegt: ’Ik moet hier een kans mee verdienen.’
De liefde, twintig lentes jong, staat onder begeleiding van de hulpverlening.

Rechters: ’Hoe komt u er bij dat u bij haar mag intrekken?’
Dat heeft ze aangeboden.
Rechters: ’Heeft zij u ook opgezocht in de gevangenis?’
Dat heeft ze niet, want ze heeft veertig graden koorts gehad.
Rechters: ’Is uw relatie belangrijk omdat ze u een woning verschaft?
Oh nee, zo moeten de rechters het niet zien.

De officier van justitie eist de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd.
Bram’s wereld sodemietert in elkaar.

Maar dan.
Dan is daar Lidewij Wachters, de advocaat.
Zij zegt dat de rechtbank de isd-maatregel helemaal niet kan opleggen want er wordt niet voldaan aan de criteria.
Die zijn dat tegen een verdachte ten minste tien processen-verbaal in de voorbije vijf jaar moeten zijn opgemaakt in verband met strafbare feiten.
En de advocaat telt er maar negen.

Terwijl Bram met wapperende handen sussende gebaren maakt richting de liefde, rommelt de officier van justitie in haar papieren.
Na even zegt ze: ’De advocaat heeft gelijk. De isd kan helemaal niet worden opgelegd. Ik eis 82 dagen celstraf – dat is de tijd die verdachte al vastzit – wegens de diefstal van blikjes bier en kroketbroodjes.’

Bram danst in blijde verwachting de dans te ontspringen de rechtszaal uit.

Rob Zijlstra

.
UPDATE – 12 september 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft vervroegd uitspraak gedaan. Bram kan niet naar de isd, zoals de advocaat al bepleitte. Voor de diefstal heeft hij twee maanden celstraf gekregen, niet toevallig de tijd die Bram al heeft gezeten. Hij mocht kort nadat uitspraak was gedaan de gevangenis met zijn goede voornemens en vlinders in de buik verlaten.  Zet’m op Bram.

De tienerdochter

haar dood kost maar 40 cent

radiatorZe mag als slachtoffer de rechters toespreken en dat doet ze met de zelfverzekerdheid van een generaal die voor zijn troepen staat.
Ze zegt: ‘Ik ben iemand met een sterk karakter. Ik ben geen lieverdje. Ik ben met verkeerde mensen omgegaan. Ik blowde. Ik loog veel en deed best wel slechte dingen. Ik ben twee keer opgepakt. Ik heb het er zelf ook wel een beetje naar gemaakt.’

In haar hand houdt ze het papier vast waar het verhaal op staat dat ze wilde vertellen, het verhaal dat ze thuis heeft geschreven.
Maar zonder er naar te kijken zegt ze: ‘Ik heb altijd de grenzen opgezocht. Mijn ouders zijn eigenlijk veel te lief voor mij geweest. Zonder hen was ik nu dakloos.’

Schuin voor haar zit haar vader, 49 jaar, hij zit in de verdachtenbank.

Ze zegt: ‘Het gaat nu heel goed met mij. Mag ik dat zeggen? Ik heb het hem nog steeds niet vergeven, maar ooit zal ik dat doen. Voor negentig procent is hij een goede vader voor mij. Dat hij het één keer heeft verkloot, betekent voor mij niet dat hij naar de gevangenis moet.’

Naast haar zit haar moeder, haar oudere zus en haar broer.

Hun vader, haar man, vertelt aan de rechters dat wat hij heeft gedaan, absoluut niet kan.
Een paar keer valt zijn stem even uit, dan blijft het een tijdje stil.
Hij zegt dat hij zich schaamt, nog steeds, ook nu.

Tienerdochterlief was de nacht niet thuisgekomen, maar bij een vriendinnetje blijven slapen.

Haar vader zegt dat dat de druppel was, de laatste druppel.
En dat hij wanhopig was, boos ook en bezorgd, dat er frustraties waren.
Dat hij het niet kon verdragen dat zijn dochter drugs gebruikte.

Hij haalde haar op met de auto.
In plaats van naar huis, reden ze naar een woning in Winschoten.
Hij zegt dat zij zich aan zijn regels moet houden en dat ze haar school moet afmaken.

In de woning in Winschoten, van een kennis die er niet is, zegt hij tegen zijn dochter dat hij een beslissing heeft genomen.
‘Jij gaat dood.’
Hij pakt haar vast, hij bindt haar vast met tape en daarna met touw aan de verwarming.
Hij slaat haar.

Hij zegt dat hij haar een injectie zal geven, dat ze dan langzaam in slaap zal vallen en pijnloos zal sterven.
Ze mag zelf kiezen: in de linker- of in de rechterarm.

Zijn tienerdochter smeekt.
Zegt dat ze alles zal doen wat hij wil.
Hij zegt dat het daar nu te laat voor is.

Hij laat haar achter met de mededeling dat hij de dodelijke injectiespuit gaat halen.
Zij gilt om hulp.
Na een tijdje hoort ze iemand.
Het is haar vader, met een injectiespuit.
Ze kiest niet, kan ze niet, hij pakt haar rechterarm.

Daarna maakt hij haar los en zegt dat ze binnen tien minuten in slaap zal vallen.
Zegt: ‘En daarna ga je dood.’
Hij gaat naast haar zitten op de bank en begint te huilen.
Terwijl tienerdochterlief denkt dat ze over een paar minuten niet meer leeft, zegt hij dat die spuit maar veertig cent kostte.
Dat haar dood dus maar veertig cent kost.

In de spuit zat geen heroïne zoals hij had gezegd.
Hij heeft haar ook niet geïnjecteerd, niet echt.
Hij zegt dat tegen haar.
Dan staan ze op, verlaten de woning en rijden naar huis, naar huis in Groningen.

Dit alles speelde zich af in maart 2012.
In april doet de dochter aangifte.
De politie stelt een onderzoek in en de vader wordt gearresteerd.
Hij zit tien dagen vast en mag dan naar huis.

In de voorbije maanden is er voorzichtig weer contact tussen beide.
Hij heeft haar een brief geschreven.
Zij heeft teruggeschreven dat ze zelf wil bepalen wanneer het weer goed zal zijn.

De officier van justitie zegt dat je soms dingen leest die je niet wilt geloven.
Dat vader zijn dochter een lesje wilde leren,
Een dochter die de grenzen opzoekt omdat dat bij haar leeftijd past.
Met dat lesje is de vader veel te ver gegaan.
Verdriet, frustraties, de wanhoop – het zal – een excuus mag het niet zijn.
De officier van justitie zegt: wederrechtelijke beroving van de vrijheid.
De officier van justitie eist een jaar gevangenisstraf.
De helft mag voorwaardelijk.

De advocaat zegt tegen de rechters dat ze een zwaarder gewicht moeten toekennen aan de wens van het slachtoffer: dus geen gevangenisstraf.
Zegt: de oplossing van de officier van justitie is in deze kwestie niet de beste oplossing.

De vader krijgt het laatste woord.
Hij kijkt even over de schouder, naar achteren, biedt nogmaals zijn excuses aan.
Dan wordt de zitting gesloten.
Alle familieleden omhelzen elkaar.
En hem.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 28  juni 2013 – uitspraak
De rechters hebben de wens van de dochter om haar vader niet naar de gevangenis te sturen nadrukkelijk ter harte genomen (zie fragment uit vonnis hieronder). De vader is veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. In het vonnis spreken de rechters van een huiveringwekkend gebeuren. Bewezen is de vrijheidsberoving en ook de mishandeling.

vonnis

fragment uit het vonnis

 

Twee croissantjes

hij schrok best wel even

crfotoEen dag op de rechtbank loopt nooit op rolletjes.
Wat op het ene moment zo lijkt, blijkt even later helemaal niet zo te zijn.
De enige zekerheid is dat strafzaken (bijna) altijd te laat beginnen.

De strafzaak van de dag is niet die van Manzu die schichtig om zich heenkijkend de rechtszaal betreedt, alle aanwezigen begroet met grote vragende ogen en dan met zijn veel te grote spijkerbroek aan maar gaat zitten.
Manzu heeft last van psychoses, er is sprake van een schizofrene ontwikkeling (werd gezegd) en in de gevangenis ging het niet goed met hem.
Maar nu wel weer, klinkt het bijna blij uit zijn mond, misschien wel blij omdat hem ook eens iets werd gevraagd.

’Op maandag en vrijdag werk ik en ik voetbal elke zaterdag.’

Manzu komt uit Sierra Leone en heeft bij de Albert Heijn twee croissantjes gestolen.
Dat is de verdenking.
De officier van justitie vertelt hoe ze daar bij komt en zegt vervolgens dat het wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Manzu zegt dat hij honger had en geen geld en toen de broodjes in zijn jaszak stopte.
Maar de kassa was hij nog niet gepasseerd.
Dus.

De officier van justitie eist een week celstraf.
En omdat hij opnieuw in de fout is gegaan, komen daar de 180 dagen bij die hij in 2012 voorwaardelijk opgelegd had gekregen.
In 2004 was Manzu ook al eens voor een winkeldiefstal veroordeeld.
De drie rechters zeggen dat ze er goed over zullen nadenken en dat ze dan over twee weken uitspraak doen.

De strafzaak van de dag is ook niet die van Wim die agressief wordt wanneer hij alcohol drinkt en cocaïne snuift.
In juli 2009 kreeg Wim in zittingszaal 14 al eens een laatste kans.
Zou hij ooit weer de fout in gaan, dan wacht hem tbs, werd toen dreigend gezegd.
Wim hield zich lang koest, maar eind vorig jaar sloeg hij weer toe.
Een andere officier van justitie: de tbs is het voorland dat lonkt, maar hij krijgt een laatste kans: tien maanden zitten.

Niet de zaak van Leo uit Bedum die inbreekt wanneer zijn dorpsgenoten te kerke gaan.

Ook de zaak van de 20-jarige Lubbe is niet de strafzaak van de dag.
Lubbe wilde nog even naar Dirk, naar zijn kameraad, maar kon de fiets niet vinden.
Dan maar de auto.
Hij had al een paar flesjes bier gehad.
En 28 rijlessen, maar nog geen rijbewijs.
De auto was van zijn vader, maar straks zou het zijn Opel Vectra zijn.
Lubbe had ruzie met zijn vader gehad, omdat hij eens stiekem toch had gereden.
Maar nu, nu was zijn vader er niet.

Bij Dirk tikte hij nog twee flesjes bier weg, ze namen wat bier mee voor in de auto en toen stapte ook Anneke in, Anneke die bloemist wil worden.
Zonder doel, maar met hoge snelheden reden ze richting Stadskanaal.

Getuigen verklaren later dat ze wel met honderd door Stadskanaal scheurden,
maar Lubbe ontkent dat, hij houdt het op zeventig, tachtig.
Maar daarna ging het weer harder, hij schrok ’best wel even’ toen hij 160 op de teller aangewezen zag staan.
Er kwam een flauwe bocht, het rechter wiel graasde door de berm en een fractie van een seconde later was Lubbe alle controle kwijt.
Lubbe: ‘Ik had het gas al losgelaten, ik reed tachtig, vijfentachtig.’
Het Nederlands Forensisch Instituut: minimaal 112, maximaal 144, voor 99 procent zeker.

Wat volgde was een crash tegen bomen over vijftien meter.

Dirk en Anneke werden zwaargewond afgevoerd, Lubbe moest met wat
kneuzingen ter controle naar het ziekenhuis.
Dirk en Anneke zijn nu, ruim een jaar later, nog altijd niet hersteld.
Anneke kan een arm niet meer gebruiken en denkt daarom geen bloemist meer te kunnen worden.
En ons Dirk, vertelt de verdrietige moeder in de rechtszaal, is niet meer ons Dirk van voor het ongeluk.

Lubbe zegt dat hij de bocht verkeerd heeft ingeschat, dat hij sowieso die dag
niet goed had nagedacht.
En dat hij spijt heeft.
De reclassering spreekt van een onbezonnen jeugddaad, maar de officier van justitie kan daar niet mee leven: ’Er is sprake van een opeenvolging van foute beslissingen. Hij heeft nota bene zelfs bier in de auto gedronken.’
Lubbe: ’Maar een paar slokjes.’

Lubbe hoopt stilletjes op een taakstraf.
Om in de rechtszaal goed voor de dag te komen, heeft hij een colbertje aangetrokken.
Het jasje hangt ruim over zijn tengere postuur en is te lang.
Daardoor lijkt het alsof hij een jurkje aan heeft.

Zijn advocaat zegt dat Lubbe een opleiding volgt en werkt.
‘Laat in vredesnaam zijn leven doorgaan en onderbreek dat niet.’

Lubbe zelf heeft dan al de beide handen voor de mond geslagen.
Hij heeft de officier van justitie zojuist horen zeggen dat hij zijn baan en opleiding maar een tijdje moet opschorten omdat hij wat de aanklaagster betreft een jaar naar de gevangenis moet.

Nee, de zaak van de dag is die van het stel, een man, een vrouw, die worden verdacht van ontucht.
Samen zouden ze een meisje van 15 jaar seksueel hebben misbruikt, zij net zo erg als hij.
De voltallige regionale en digitale pers was voor deze pikante zaak komen opdraven, want een 22-jarige ontuchtige vrouw is geen dagelijkse kost, zij is zeg maar gerust een zeldzaamheid in de rechtszaal.

Omdat de zaak van Lubbe een uur langer duurde, begon de zaak van de dag een uur later.
Na een uur wachten was het na nog geen tien minuten voorbij: de strafzaken tegen de man en de vrouw worden over een paar maanden voortgezet.
Eerst moet er een psychiatrisch onderzoek komen naar de ontuchtige vrouw van 22 jaar.
Zij heeft het verstandelijke vermogen van een 7-jarige.

Nooit kun je na een dag op de rechtbank zeggen: dit was een leuke dag.
Maar het is altijd bijzonder.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 30 mei 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft vervroegd uitspraak gedaan in de zaak van Manzu: een week celstraf wegens diefstal. Maar geen 180 dagen erbij als bonus. Wel wordt zijn proeftijd met een jaar verlengd. Komt er op neer dat Manzu kort na de uitspraak is vrijgelaten.

UPDATE – 6 juni 2013 – geen uitspraak
De rechtbank heeft geen uitspraak gedaan in de kwestie Lubbe. De rechters willen twee deskundigen aan de tand voelen met betrekking tot de remsporen. Er komt een vervolg in de vorm van een extra zitting. Wanneer is onbekend.