Geldezels

1001004008493627

klassieker

De een wilde met geld van de familie een Mercedes in de S-klasse kopen, ergens in Amsterdam.
De ander ging met hem mee,  voor de lol maar ook  om in Amsterdam plezier te maken met drank en met vrouwen.
De een en de ander komen uit Bremen, Duitsland.
Om hun doel te verwezenlijken reden ze op een middag in februari, rond een uur of drie, bij Bad Nieuweschans de grens over.
Onze kant op.

Grenscontrole.

De grenscontroleurs zagen vanuit de Duitse berm twee mannen in een zwarte auto.
Nogal verdacht kennelijk, want direct na de streep, haalden de controleurs de zwarte auto in, drukten op een knopje waardoor een bordje ‘volgen’ zichtbaar werd.
De twee mannen in de zwarte auto werden gesommeerd achter de auto van de grenscontroleurs aan rijden, mee naar het vreemdelingengrenscontrolekantoor in Winschoten.

Daar moest de kofferbak in het kader van artikel 50 van de vreemdelingenwetgeving worden opengemaakt.
Geen lijk.
Toen moesten ze een vraag beantwoorden, een vraag die kennelijk aan willekeurige grenspassanten in vredestijd gesteld mag worden: heeft u ook geld?

Vick en Youri hadden ja geknikt, dat hadden ze.
Ze moesten vertellen hoeveel en waarom en wat ze in Nederland kwamen doen.

De rechters wilden weten: ‘Overkomt u dit wel vaker?’
Youri met de blik op logisch: ‘Tuurlijk.’
Rechters, beetje verbaasd: ‘Natuurlijk?’
Youri: ‘Ja, ik kom vaker in Nederland.’

Vick vertelt dat hij een auto wilde kopen met geld van de familie uit Rusland.
Hij had ruim 30.000 euro bij zich.
Youri zegt dus dat hij plezier wilde komen maken, met drank op en in vrouwen, met als er nog wat overbleef een bezoek aan het casino.
Hij had 7.200 euro in de kontzak.

Hoe ze wel niet aan al dat geld waren gekomen?
Vick en Youri zeiden niet: waarom moeten we dit vertellen?
Nee.
Youri zei: ‘Mijn familie in Rusland heeft een appartement verkocht en nu willen we met dat geld das Auto kopen.’
Vick: ‘Ik ben bokser, ik verdien mijn geld met boksen. En ik heb ook nog wat geld gekregen van mijn broer die tien jaar bij Mercedes heeft gewerkt, ontslagen is en een ontslagvergoeding heeft gekregen van 140.000 euro. Hij heeft nu een eigen bedrijf.’

Youri: ‘Klopt, die zwarte auto is van mij. Ze hebben die auto in beslag genomen. Er zit nog een lening op.’

Vick: ‘Waarom ik pepperspray bij me had? Ik ben zoals ik al zei bokser en soms ook portier. Dan kom je wel eens in situaties terecht. Pepperspray is in Duitsland niet verboden. Dat het wel verboden is in Nederland wist ik niet.’

De rechters willen weten wat ze nu doen voor de kost.
Youri vertelt dat hij bij een automatiseringsbedrijf werkte, dat hij pas ontslagen is en nu een studie volgt om het Engels beter onder de knie te krijgen en dat hij met zijn vrouw geen kinderen heeft.
Vick zegt dat hij drie kinderen heeft.
En schulden.
Bij zijn vader, zijn moeder, zijn neef, bij de Staat, het telefoonbedrijf, het elektriciteitsbedrijf, bij … ‘
– Hoeveel?
‘Niet te overzien.’

De officier van justitie: ‘Geen twijfel mogelijk. In de zwarte auto is een envelop aangetroffen met daarin zestig biljetten van 500 euro. Het is algemeen bekend dat dit soort biljetten wordt gebruikt bij drugstransacties. De heren zijn niet helder over de herkomst van het geld, ze hebben gelogen over het bedrag, ze zeiden eerst dat ze minder bij zich hadden. Bovendien is het onlogisch dat een Duitser in Nederland een auto koopt voor zijn familie in Rusland. Vick wilde feestvieren in Amsterdam terwijl wij weten dat hij schulden heeft.’

De officier van justitie denkt dat Vick en Youri de grens overstaken om hier crimineel geld wit te wassen.
Vick en Youri zijn ezels.
Ze zijn money mules.

Drank en vrouwen van plezier? Een das Auto voor de familie in Rusland? Ammehoela! Een maand gevangenisstraf voor Vick, twee weken voor onze Cassius Clay. Komt bij: het in beslag genomen geld moet van ons allemaal zijn, en zeker niet van hun.

De advocaat van de twee verdachten zegt twee dingen.
Hij zegt: onrechtmatige aanhouding.
Zegt dat zijn cliënten nooit aangehouden hadden mogen worden omdat er geen enkele aanleiding was hen aan te houden. Er was immers geen verdenking. Zij zijn de hollende kleurling toch niet?
Ten tweede zegt de advocaat dat het toch niet zo kan zijn dat wanneer iemand met geld de grens oversteekt en hij niet kan aantonen dat het legaal geld is, het uitgangspunt is dat het dan wel crimineel geld zal wezen.

Europa.

Rob Zijlstra

UPDATE – 6 december 2013 – uitspraken
Vick en Youri zijn vrijgesproken van witwassen. De politie mocht hen wel staande houden en vragen of ze geld bij zich hadden. Ze hebben daar vrijwillig op geantwoord. En daar is niets mis mee. Geen hollende kleurling dus. Toch vrijspraak want het Openbaar Ministerie heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het geld afkomstig is van misdaad. Er is wel een vermoeden,maar een vermoeden is te weinig om tot een veroordeling te komen. Youri  krijgt zijn 30.000 euro en zijn Mercedes terug. Vick  zijn bij elkaar gebokste 7.200 euro. Hij is wel veroordeeld voor het bezit van pepperspray: een boete van 290 euro voorwaardelijk.

DE VONNISSEN zodra beschikbaar

de hollende kleurling

Overlast en zorg

siebrand h. wiegman

met toestemming: prachtfoto van: Siebrand H. Wiegman – – jouwstad.eu

Het is helemaal niet raar te beweren dat het A-kwartier met z’n Hoge en Lage der A, het grachtenwater met boten en bootjes, de prachtigste binnenstadspanden, de steegjes, de traditionele cafés een van de fraaiste delen van de stad Groningen is.
Er zijn ook nadelen, want wonen in dit mooiste stadsdeel is niet altijd een pretje.
Bewoners die last hebben van het lawaai van rondvarende bootjes kunnen het meldpunt ‘overlast en zorg’ bellen.
Maar bij heftige overlast (‘s nachts) moet evenwel contact worden opgenomen met de politie, meldt de buurtwebsite.
Dat doen de bewoners al heel lang en frequent.

De buurttwitter twittert over drugsoverlast, over nachtelijke lawaaidealers met gettoblasters, over wildplassen en tippelende prostituees.
Een tweet van een enthousiaste politieman: ‘Een korte briefing gehouden met 6 goede collega’s die de drugsoverlast in het A-kwartier in Groningen plat gaan surveilleren!’

De man die volgens het Openbaar Ministerie een zeer kwalijke rol in speelt bij al die overlast is de 34–jarige Roberto, geboren in Colombia, opgegroeid op Curaçao.
Hij is misschien wel, zegt de officier van justitie, een van de grootste zo niet de grootste drugsdealer van de stad.
Hij is aangehouden, in juli dit jaar, tijdens een speciale drugsactie van de politie.
Die speciale actie werd gehouden omdat de meldingen over overlast weer eens aan het toenemen waren.

Roberto is niet een praatgrage verdachte drugsdealer.
Bij de politie had hij zich beroepen op het zwijgrecht.
Dat is hij ook van plan te doen in de rechtszaal, kondigt hij aan.
Af en toe zegt hij wel wat.
Bijvoorbeeld dat hij graag wil werken in de zorg, daar volgde hij een opleiding voor.
Hij deed ook vrijwilligerswerk in een woonzorgcentrum in het zuiden van Groningen.
Nu hij in de gevangenis zit, studeert hij.
Dat wil zeggen, hij volgt de cursus ‘kiezen voor verandering’, dat is een populair tijdverdrijf in de huizen van bewaring.

Tegen de rechters zegt Roberto: ‘Ik ben wel een Colombiaan, maar Pablo Escobar ben ik niet.’

De politie ziet het anders.
Op het politiebureau was een anonieme brief bezorgd waarin stond dat Roberto op een scooter door de stad rijdt en dat onder het zadel een vuurwapen verborgen is met een geluiddemper.
Hij zou ook lid zijn van de Farc en op de Antillen meerdere mensen hebben doodgeschoten.
Ook komt via criminele informanten informatie binnen dat ‘de Colombiaan’ bezig is zijn werkterrein uit te breiden.
Hij heeft een netwerk van drugsrunners om zich heen verzameld om op die manier buitenschot te kunnen blijven.
Binnen het netwerk functioneert een waarschuwingssysteem voor het geval de politie in de buurt is of dreigt te komen.

Roberto zegt dat hij is gestopt met de zorgopleiding nadat zijn vriendin zwanger raakte.
Om voor haar te kunnen zorgen moest hij vroeg opstaan en dat viel niet te combineren met de opleiding.
Maar die wil hij straks wel weer oppakken.
Zegt: ‘Ik wil een goed leven.’

Wanneer een van de rechters informeert of hij niet een beetje hulp wil om te voorkomen dat hij straks – want eens weer vrij – terugkeert naar zijn oude, foute vrienden, antwoordt Roberto kort en bondig: ‘Ik heb geen vrienden.’

Politieonderzoek heeft uitgewezen dat Roberto in negen maanden tijd 24.000 maal heeft gebeld met 424 verschillende mensen.
De politie kan zoiets vandaag de dag met slechts één telefoontje achterhalen.
Standaard in drugsonderzoeken pakt de politie ook drugsgebruikers op.
Die mogen nadat ze als getuige hebben verklaard bij wie zij hun drugs kopen doorgaans ook weer gaan.
De namen van half cocaïnesnuivend Groningen vliegen door de rechtszaal.

Roberto blijft nors voor zich uit staren.
Hij herhaalt nog maar eens dat hij geen grote drugsjongen is.
Hij zegt een voorbeeld te willen zijn voor zijn pasgeboren zoontje.

dealerDe officier van justitie leest voor wat is opgeschreven en zegt ter afronding dat de brooddealer Roberto (want zelf niet verslaafd) anderhalf jaar naar de gevangenis moet.
Dat is zijn eis.
De bij de arrestatie in beslag genomen fotocamera kan hij terugkrijgen, de aangetroffen mobiele telefoons niet.
Daarnaast wil de officier van justitie de winst afpakken die Roberto in het A-kwartier heeft geboekt.
De politie heeft uitgerekend dat hij in acht maanden tijd 280.000 euro heeft omgezet.
Om dat resultaat te behalen heeft hij 28.000 bolletjes cocaïne moeten verkopen.

Een bolletje met 0,2 gram cocaïne kostte bij hem een tientje, een gram vijftig euro.
De inkoopkosten zijn becijferd op 34 euro per gram.
De criminele winst is dan al met al: 89.000 euro.
Dat bedrag moet hij afdragen.

Roberto: ‘Overdreven.’

Zijn advocaat vindt dat ook en ook alles maar raar.
Hij zegt dat de berekening is gebaseerd op valse aannames, gissingen en vermoedens.
De politie had Roberto geobserveerd.
Nooit is toen vastgesteld dat de verdachte leefde in luxe.
Ook is er bij hem geen geld aangetroffen.
Hij heeft geen bezittingen.
Dan kun je toch nooit de grootste drugsdealer van Groningen zijn?

De advocaat heeft nog wat.
Hij was ook aan het rekenen geslagen en houdt de rechters zijn uitkomst voor: als een mens zes uur per dag slaapt en vijf uur doorbrengt met zijn gezin, dan blijven er dertien uren over.
In die resterende uren zou hij dus volgens de politie 24.000 keer hebben gebeld.
Als dat waar is, vraagt de advocaat, dan blijft er toch geen tijd over om ook nog eens te dealen in drugs?

Rob Zijlstra

fotografie Siebrand H. Wiegman / jouwstad.eu

.

UPDATE – 7 november 2013 – uitspraak
Roberto is een drugshandelaar, zegt de rechtbank, en geen kleinte: hij maakte gebruik van mededealers  die hem afschermden. Daarnaast, vindende rechters, toont hij gene inzicht  in het strafwaardige van de handel in drugs. Het bij hem aangetroffen stroomstootwapen – gelijkend op een mobiele telefoon –  wordt onttrokken aan het verkeer. Robert moet 18 maanden zitten.

Roberto heeft ook financieel voordeel genoten. Hij moet 44.880 euro aan de Staat der Nederlanden afdragen. In het vonnis staat de volgende berekening:

verkoop van 14.025 bolletjes x € 10,-                                         140.250,00
inkoop 14.025 bolletjes x 0,2 gram = 2805 gram x € 34,-    95.370,00
totaal wederrechtelijk verkregen voordeel                                 44.880,00

de rechtbank heeft de vonnissen niet gepubliceerd 

Eenmalige misdadigers

Er zijn misdadigers die gewetenloos zijn.
Die doen het om er zelf beter van te worden of zomaar voor de kick.
Zij zijn wel de ergste, maar ze zijn niet met de meesten.
De meeste mannen die met een misdaad in de rechtszaal moeten verschijnen – in Groningen maar ook elders – zijn eenmalige misdadigers.
Amateurs.
Ze hebben vaak ook een reden, al dan niet in combinatie met een samenloop van omstandigheden.
Een zus met reuma, een slecht huwelijk, ontzettende dorst.

Ontzettende dorst.
Martin, 55 jaar, geboren en getogen in Groningen, is glazenwasser van beroep.
Dat wil zeggen Martin had een fiets, een ladder en een emmer met zeepsop.
Toen zijn compagnon in 2000 overleed had hij aan de weduwe 300 gulden (toen nog) betaald om het klantenbestand over te nemen.
Zo kreeg hij een eigen wijk.
Een vetpot was het niet, maar hij kon er de vijf liter bier die hij dagelijks tot zich nam van betalen.
En af en toe wat heroïne.

Op een dag werd hij verraden door een concurrerende glazenwasser.
De sociale dienst stelde een onderzoek in en ontdekte dat Martin genoten inkomsten niet opgaf en dat hij een gezamenlijke huishouding voerde met Alie, de zus van zijn overleden compagnon.
Martin ziet dat anders.
In 2006 was Alie shag gaan halen bij het benzinepompstation.
Ze kreeg een aanval en ging onderuit.
Sindsdien komt ze nauwelijks nog buiten.
Hij verzorgt haar.

De fraudepolitie ontdekte dat hij de boodschappen deed en kookte, dat de gasrekening op het adres waar hij zei zelfstandig te wonen veel te laag was, dat zij zijn kleren waste, dat hij haar hond uitliet.
Martin maakte ook gebruik van een brommer die op naam stond van Alie.
Martin zegt dat hij Alie altijd op haar brommer – zij achterop – naar het ziekenhuis bracht.
Daarom.

In de wijk belde de fraudepolitie aan bij mensen met de vraag of zij Martin kenden als de glazenwasser.
En of ze wilden verklaren dat ze hem geld gaven voor schone ramen.
Veel klanten hadden hun mond gehouden, maar een stuk of tien klapten uit de school en leverden het wettige bewijs voor de fraude.

Martin had nog aangevoerd dat ze het bed niet deelden, dat van een seksuele relatie geen sprake was.
Te laat.
De financiën waren verweven (‘we deden het een beetje sam-sam’) en dat is voldoende om van een duurzame relatie te kunnen spreken.
En dan heb je geen recht op een uitkering als alleenstaande.
Martin moet nu 110.000 euro terugbetalen, geld dat hij niet heeft.

De officier van justitie zegt dat Nederland een verzorgingsstaat is waarin zij die het beter hebben betalen voor hen die het iets minder hebben. ‘Als iedereen doet wat Martin deed, dan houden we de staat niet overeind, dan kunnen we het niet meer betalen.
Wat Martin heeft gedaan is dus heel ernstig. Ik vind dan ook dat hij iets terug moet doen voor de maatschappij. Ik eis een werkstraf van 240 uur.’

Martin vindt dat de officier van justitie groot gelijk heeft.
Zegt: ‘Zoals zij denkt, zo denk ik er ook over. Ik heb de staat benadeeld, maar ik ben geen draaideurcrimineel geworden. Als crimineel had ik de staat nog veel meer geld gekost.’

Martin neemt afscheid met een kleine buiging naar de officier van justitie en naar de rechters en zegt: ‘Mag ik u allen vriendelijk bedanken?’
Dat mocht.
De strafzaak tegen Alie is vanwege haar gezondheid geseponeerd.

Bart is ook mantelzorger.
Hij loopt tegen de zeventig en verzorgt zijn moeder die de honderd nadert.
Hij is ontzettend bang dat hij naar de gevangenis wordt gestuurd.
Dan zal hij zijn moeder niet meer kunnen bijstaan en ook zal hij dan alles aan haar moeten vertellen.
Nu weet ze van niets.

Bart heeft twee enorme stommiteiten begaan.
Hij verzamelde kinderporno op zijn computer.
Zegt: ‘Ik was bewust op zoek, het was verslavend gedrag. Ik zag geen kinderen in nood. Ik had mijn geweten uitgeschakeld. Dat neem ik mezelf ontzettend kwalijk. Toen de politie kwam, stortte mijn wereld in want ik wist waarvoor ze kwamen.’
Dit speelde zich af in november 2011.
Hij is al langer dan een jaar in therapie en dat doet ‘m goed: ‘Ik leer daar heel veel over mezelf.’

In september 2010 was de politie ook al bij hem aan de deur geweest.
Zijn zus heeft reuma en had baat bij zo af en toe wat nederwiet.
In een growshop had hij naar de mogelijkheden geïnformeerd, want steeds maar naar de koffieshop werd te duur.
Politieagenten hadden hem in die winkel gespot en drie maanden later belden ze bij hem aan.
Of hij een hennepkwekerij had?
Bart had ja gezegd en de agenten binnengelaten.
Dat had hij niet moeten of hoeven doen, maar dat wist hij als amateur natuurlijk niet.

Een bezoek aan een growshop kan geen reden zijn om iemand als verdachte te beschouwen en een onderzoek te beginnen, zegt de advocaat.
Ook hebben de agenten niet gezegd toen ze aanbelden dat hij het recht had te zwijgen.
Ernstige fouten die ook niet zijn te herstelen en dus moet vrijspraak volgen.

De officier van justitie is het niet met de advocaat eens: de politie mag overal aanbellen en een vraag stellen.
‘Vragen staat immers vrij.’
Wel houdt ze rekening met het feit dat het oude misdaden zijn: normaliter waren de misdaden van Bart goed geweest voor gevangenisstraf, nu kan worden volstaan met een taakstraf van 240 uur (eis).

Bart buigt het hoofd en biedt excuses aan: eerst aan de kinderen en dan – via de officier van justitie als vertegenwoordiger van de samenleving – aan ons allemaal.

Rob Zijlstra

UPDATE – 31 oktober 2013 – uitspraken
Bart is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en 6 maanden voorwaardelijke celstraf.  De politie heeft niets onrechtmatig gedaan, vindt de rechtbank. Vragen staat vrij evenals spontaan iets tegen de politie zeggen.
Glazenwasser Martin moet ook 240 uur voor straf werken en kreeg 2 maanden voorwaardelijk als stok achter de deur.

de vonnissen zijn door de rechtbank niet gepubliceerd

De zwembadmoord

Schermafbeelding 2013-09-27 om 08.14.17Vroeger, sprak de oude journalist, schreven we op wat wij wisten.
Tegenwoordig, vervolgde hij wat nukkig, schrijven ze op wat ze horen.

Dit las ik ergens.

Alles wat ik weet over de zwembadmoord in Marum heb ik vandaag gehoord in de rechtszaal.

Op 10 juli 2012 werd nabij het zwembad in Marum de toen 40-jarige Jan Elzinga doodgeschoten.
Dat gebeurde even na zeven uur in de vroege ochtend.
Jan Elzinga reed op zijn fiets toen het gebeurde.
Hij zwom in het zwembad bijna elke ochtend baantjes.
De schutter wist dat en had zich verstopt in de bosjes.
Jan Elzinga  riep nog naar zijn moordenaar: ‘Wat is dit?’

Wat ik ook weet – maar dan van huis uit – is dat twee dingen die tegenstrijdig aan elkaar zijn, niet tegelijkertijd waar kunnen zijn.

Pascal (36) uit Zwolle zegt dat hij de man is die in de bosjes had gezeten.
En ook dat hij heeft geschoten.
Hij deed dat in opdracht en voor geld.
Een huurmoordenaar wil hij zichzelf niet noemen, want hij is geen slecht mens.
Een goed mens als huurmoordenaar, dat gaat niet samen.
Dat geeft een storend beeld.

Een beroepsdeskundige van het Pieter Baancentrum zei later tijdens de zitting dat een heel stabiel mens heus een moord kan plegen en iemand met een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis juist heel goed niet.
Deze deskundige zei ook dat Pascal wel stoornissen heeft, maar dat die niet hebben geleid tot een doorbraak, tot het levensdelict.
Er was geen doorbraak.
Sterker: er zit een heel gat tussen de stoornis en het delict.
Pieter Baan zegt dat Pascal eigen keuzes heeft gemaakt en dus volledig toerekeningsvatbaar is.

Twee andere deskundigen zeggen van niet en adviseren tbs met dwangverpleging.
Zij zeggen over Pascal dat hij onvoldoende zijn wil overeenkomstig zijn inzicht kan bepalen.
Man is daarmee levensgevaarlijk en moet opgesloten en behandeld.

Beide visies van deskundigen kunnen niet tegelijk waar zijn.

Pascal zegt dat hij vooral slachtoffer is van de manipulerende Willem (45) uit Kampen, de man die hij als vriend beschouwde, zelfs eens als broer.
Willem, zegt Pascal, heeft de opdracht gegeven om Jan Elzinga dood te schieten.
Willem, zegt Pascal, heeft ook alles voorbereid.
En ik, zegt Pacal, heb het gedaan.

Willem ontkent.
Willem heeft er niets mee te maken, hij is anders dan Pascal zegt, nooit in Marum geweest en van Jan Elzinga – zegt hij tegen de rechters – heeft hij nog nooit gehoord.
Dat Pascal van alles met grote stelligheid wel beweert, vindt hij verschrikkelijk.
Ook voor de nabestaanden.

Pascal en Willem kunnen niet allebei tegelijk waar zijn.

Nu is het zo – weet ik – dat wij aan hem die een bekentenis aflegt en zichzelf niet spaart – sterker – zichzelf belast – dat wij mensen aan zo iemand een grotere betrouwbaarheid toedichten dan aan iemand die wordt beschuldigd en dat ontkent.
Anders gezegd: we neigen Pascal te geloven, terwijl we Willem met z’n ontkenningen maar onbetrouwbaar vinden.
Peter van Koppen zal zoiets vast en zeker – maar ik weet het niet – een valkuil voor rechters noemen als het om waarheidsvinding gaat.

Want stel: Willem liegt niet, hij heeft er niets mee te maken.
Waarom heeft Pascal op die zomerse dinsdagochtend Jan Elzinga doodgeschoten?
Advocaat Evert van der Meer (advocaat van Willem): ‘We kunnen niet uitsluiten dat Pascal niet alles vertelt, om anderen voor wie hij bijvoorbeeld heel erg bang is, uit de wind te houden.’

Stel: Willem liegt en hij heeft er wel mee te maken.
Ook dan: waarom?
Wat is het motief?
Waarom moest Jan Elzinga dood?

De politie heeft het uitgezocht en vastgesteld dat Jan Elzinga niet per ongeluk is doodgeschoten.
Er was geen sprake van scenario 4, een persoonsverwisseling.

Jan Elzinga was een lieve en zorgzame man, tikkeltje eigenwijs, maar geen crimineel.
Hij was wel vreemdgegaan en dat had zijn partner ontdekt.
Relatie in een dip(je)?
Moet het in die richting worden gezocht?
De politie heeft dat gedaan.
De partner van Jan Elzinga is verdachte geweest, evenals haar broer.
Na twee weken is dit scenario doorgestreept, zo de prullenbak in.

Jan Elzinga was actief in de motorwereld, geen wereld van de ranja en de spekjes.
Speelde daar iets stoers?
Speelde hij vals, dronk hij Buckler, nam hij vol genoegen de vrouw van de motorpresident wellicht?
Van niets is iets gebleken.

Rest: stomme hennep.
Tijdens de slachtofferverklaring van de verdrietige moeder van Jan werd de pers gehekeld.
In de kranten had gestaan en ‘t was ook op de radio – dat Jan een afrekening was, een afrekening in het criminele circuit.
Dat had de familie veel pijn gedaan, want Jan was geen crimineel, hij was juist lief en zorgzaam.
Laat nou uitgerekend dat, lief, zorgzaam en crimineel, helemaal voor je 87-jarige moedertje, uitstekend samengaan.

Ik weet het niet, hoor van alles.
Wat ik hoorde is dat het Openbaar Ministerie rekening houdt met een hennepkwestie en dus met een conflict over geld, want zo plat is de hennepwereld vandaag de dag.
Nooit gaat het over kwaliteit of duurzaamheid in die sector, maar dit terzijde.

Jan Elzinga was geen grote speler op het hennepveld, maar deed een beetje mee.
Op zijn TomTom stonden tal van adressen ingetoetst (geregistreerd ook), adressen waar hennepkwekerijen zijn aangetroffen.
Hij had iets met hennep, zijn voorliefde voor tractoren en met maisvelden.

Daar zit een raakvlak met Willem.
Willem zat in de antiek, in glaskunst en – hoe dan ook – in de hennep, dat heeft hij wel ruiterlijk willen toegeven.

Nog een ding.
Het Openbaar Ministerie zegt dat Pascal 14.700 euro heeft gekregen voor het doodschieten van Jan Elzinga.
Pascal zegt dat zelf ook.
Hij zegt dat hij dat geld heeft ontvangen van Willem.
Van de ontkennende Willem.
Toen hij het kreeg had hij er een heel goedkope auto voor gekocht.

Het Openbaar Ministerie zegt dat ook Willem 15.000 euro heeft ontvangen als beloning.
Dit geld is ook bij hem aangetroffen, in dezelfde samenstelling van biljetten als bij Pascal is gevonden.
Briefjes van vijftig, in pakketjes van duizend, met een wikkeltje erom.
Via een ontnemingsvordering wil de officier van justitie dit geld hebben.
Want het is immers criminele winst wat niet mag lonen.

Pascal heeft het geld van Willem gekregen.
Maar van wie heeft Willem dan het geld gekregen?

Vragen, zoveel vragen nog.
Maar aan wie?

De officier van justitie eiste – wegens moord – medeplegen moord –  tegen Pascal 15 jaar gevangenisstraf ,
De officier van justitie eiste – idem – tegen Willem 18 jaar.
Pascal was een marionet, Willem het meesterbrein.

De rechtbank vindt het op voorhand al moeilijk.
Daarom werd aangekondigd dat niet over de gebruikelijke twee, maar pas over vier weken uitspraak wordt gedaan.

Misschien dat wettig en overtuigend in deze zaak niet tegelijkertijd samengaan.

Vroeger, verzuchtte de oude journalist, was alles veel eenvoudiger.
Dan had je het gedaan.
Of niet.
Maar tegenwoordig…

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 24 oktober 2013 – uitspraken
Pascal E. (36) is conform de eis veroordeeld tot 15 jaar celstraf wegens het medeplegen van moord. Hij heeft, zo staat in het vonnis, Jan Elzinga in koelen bloede doodgeschoten. Na de moord ontving hij 15.000 euro   en ging hij met zijn gezin op vakantie.
Willem P. (45) is de opdrachtgever. Het bewijs is de verklaring van Pascal E. Die verklaring wordt ondersteund door anderen feitelijkheden die – opgeteld – voldoende zijn om de rechtbank te overtuigen van P.’s schuld. Zijn straf: 18 jaar (ook conform)

Het motief blijft onduidelijk, de riekende geur van hennep blijft.

Opmerkelijk is dat de rechtbank geen uitspraak heeft gedaan in de twee ontnemingsvorderingen.
De rechtbank heeft vrijdag laten weten dat op donderdag 7 november uitspraak wordt gedaan in de ontnemingsvorderingen

vonnis Pascal E.
vonnis Willem P.

UPDATE – 11 november 2013 – ontnemingsvordering 
Pascal E. moet het geld dat hij van Willem P. heeft gekregen afdragen. Het wederrechtelijk verkregen voordeel zoals het heet bedraagt volgens de rechtbank 9.500 euro. Pascal E. heeft 14.700 gekregen voor het plegen van de moord. Van dat geld heeft hij een auto gekocht van 2.800 euro. Die auto is in beslag genomen. Daarnaast is een bedrag van 2.400 euro contant in zijn woning aangetroffen. Dit is in beslag genomen.

Willem P. moet 15.000 euro afdragen. En dat is merkwaardig. Volgens medeveroordeelde Pascal E. hebben zowel hij als Willem P. ieder 15.000 euro ontvangen voor de moord. Pascal heeft het geld van Willem gekregen. De vraag is dan: van wie heeft Willem het geld gekregen. Het vonnis suggereert dat er een derde partij is die tot nu toe onbekend is gebleven.

Het Openbaar Ministerie zegt dat de ontneming van Willem P. is gebaseerd op de verklaring van Pascal. Niet meer niet minder. Er is wel onderzoek gedaan naar de vraag wie dan de grote geldgever is. Dat onderzoek zegt een woordvoerster namens de officier van justitie niets opgeleverd.

De rechtbank schrijft in het vonnis van de ontneming dat het aannemelijk is geworden dat veroordeelde Willem P. 15.000 euro heeft ontvangen voor het plegen van de moord.

Dan zou je ook kunnen zeggen: de echte opdrachtgever van de moord op Jan Elzinga loopt nog vrij rond.

 vonnis ontneming pascal e.
vonnis ontneming willem p.

Cheb wordt vervolgd

pot-rode-verfCheb is in z’n eentje zo’n beetje het hele Marokkanenprobleem in Groningen.

Anders gezegd: er zijn wel Marokkanen in Groningen, maar in de rechtszaal komen ze zelden, ze hebben daar kennelijk niks te zoeken.
Cheb daarentegen is al jaren een van de meest trouwe bezoekers van zittingszaal 14.
En altijd voor hetzelfde: inbraken en insluipingen.

Hij kwam 34 jaar geleden vanuit Beni Bouifrour naar Nederland.
Veel heeft hem dat niet gebracht.
De eenvoudige sportschoenen die hij draagt zijn van de penitentiaire inrichting in Ter Apel.

Cheb is behept met een dijk van een drugsverslaving, een vlotte babbel en een enorm zelfinzicht.
Met zijn diepdonkere ogen zegt hij tegen de rechters: ‘Ik vind het vreselijk dat ik zo laag ben gezonken, zo laag om in te breken in de synagoge, ook gezien de historie en het feit dat ik Marokkaans ben.’

Hij wandelde in juni dit jaar door de Folkingestraat in de binnenstad van Groningen.
Hij zag dat in de synagoge een tentoonstelling was waarvoor entree moest worden betaald.
Zijn hersenen begonnen meteen te ratelen: entree is geld, geld is drugs.
Het lichaam deed de rest: dat begon te klimmen en via een plat dak en met behulp van een koevoet die hij altijd bij zich draagt ging hij naar binnen.
Hij vond de kassa met daarin de entreegelden en enige eagle-munten.

Hij werd gesnapt en nu heeft hij zo ontzettend veel spijt.
Bij de politie had hij gezegd dat hij schoon schip wilde maken.
Want hij is verliefd.
Cheb: ‘Tot over mijn oren.’
Op het bureau werden alle verloven ingetrokken want als Cheb gaat biechten zou het oplossingspercentage van inbraken en insluipingen wel eens tot een recordhoogte kunnen stijgen.
Alle wijkagenten van Groningen gingen om hem heen zitten en keken hem vol verwachting aan.
Cheb: ‘Alle andere zaken heb ik niet gedaan.’

De inbraak in de synagoge was ook meer een samenloop van omstandigheden geweest.
Ze heet Anna op wie hij smoorverliefd is.
Ze hadden een heftige ruzie gehad, zo heftig dat hij een gat in de deur had geslagen en toen naar buiten was gegaan, met het hoofd helemaal vol.
Tegen de rechters: ‘Zij zat de hele dagen te zeuren om geld en drugs. Daarom besloot ik op pad te gaan om in te breken.’

Nu hij in de gevangenis zit, mist hij haar.
Zo erg dat hij er bijna gek van wordt.

Cheb heeft ‘s nachts geen frisdrankautomaten opengebroken in het UMCG.
Hij heeft ook niet ingebroken in het gebouw waarin onder meer de biljartverenging is gevestigd.
Ook de laptops uit een gebouw van het Noorderpoortcollege heeft hij niet gestolen.
In het studentenpand waar mobiele telefoons waren ontvreemd, is hij nog nooit geweest.

Dat er foto- en filmmateriaal is waarop Cheb te zien is ten tijde van de diefstallen doet daar volgens hem niet aan af.
Zijn dna op een blikje Fanta in het pand waar de biljartvereniging huist, met de kans kleiner dan 1 op 1 miljard dat het van iemand anders is?
Die telefoon die hij had, afkomstig uit dat studentenpand?

Hij zegt: ‘Die telefoon die ik had, had ik geruild met iemand.’
Beelden van beveiligingscamera’s?
Blikje Fanta met daarop zijn dna?
Cheb: ‘Kan wel kloppen, want ik ben daar geweest. Maar niet om te stelen, maar om rustig drugs te kunnen gebruiken. Ik zoek altijd rustige plekken op omdat ik mijn moeder niet wil confronteren met mijn drugsgebruik. Maar ik ontken ten stelligste dat ik daar heb ingebroken. En u moet het volgens de wet wettelijk bewijzen.’

Rechters: ‘U weet hoe het werkt.’

De officier van justitie ook: ‘Wettig en overtuigend.’
Cheb: ‘Ik mis Anna ontzettend. Ik wil graag met haar trouwen en kinderen krijgen en aan mijn vader met wie ik al acht jaar niet heb gesproken laten zien dat ik ook goed kan doen.’

De officier van justitie: ‘U krijgt nog een kans.’
Cheb: ‘Ik verdien straf voor die inbraak in de synagoge.’

De officier van justitie: ‘Achttien maanden waarvan twaalf voorwaardelijk.’
Cheb: ‘Ik zou liever iets voor de samenleving terug willen doen. Ik wil de synagoge wel schilderen, van binnen en van buiten… In plaats van gevangenisstraf.’

De officier van justitie: ‘Met als bijzondere voorwaarde een behandeling in een kliniek voor de duur van maximaal een jaar. Doet u dat niet, dan moet u een jaar extra zitten.’
Cheb knikt, snapt hij: ‘Ik wil niet langer als een tweederangsburger leven, niet meer stelen, want zo ben ik niet.’

Ik vrees: wordt vervolgd.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 7 oktober 2013 – uitspraak
Cheb is veroordeeld tot achttien maanden celstraf waarvan een lang deel voorwaardelijk: een jaar. Dat is bedoeld als stok achter de deur. De straf is conform de eis. Dat is desondanks het feit dat de rechtbank minder feiten bewezen acht dan het Openbaar Ministerie.  De insluiping in het Noorderpoortcollege en in de studentenwoning kan niet worden bewezen.

de rechtbank heeft het vonnis (nog) niet gepubliceerd

 cheb de flipper (september 2011)

De slapende steigerbouwer

Schermafbeelding 2013-09-20 om 11.10.58In een decembernacht van 2010 troffen surveillerende agenten een man aan in een stilstaande auto, midden op de rijbaan en met de motor draaiende.
Het was Derk.
Hangend over het stuur en in diepe, diepe slaap.

Toen de agenten hem wakker wilden maken, roken ze drugs (agenten ruiken dat).
Zijn auto zat tjokvol.
Cocaïne (11 gram), amfetamine (181 gram), hasjiesj (207 gram), xtc (900 pillen). Verder: messen, busje peperspray , gripzakjes, een weegschaaltje en 700 euro aan contanten.

Toen Derk een paar maanden later voor de rechtbank stond om zich te verantwoorden, zei hij: ‘Het was voor eigen gebruik.’
Ik schreef toen op dat niemand hoefde te lachen om dat antwoord.
En dat een van de rechters opmerkte: ‘Hoezo 900 pillen voor eigen gebruik? Hoeveel jaar was u van plan om…’

De rechters hadden opgemerkt dat het beter zou zijn de drugs vaarwel te zeggen.
Derk had geantwoord: ‘Dat wil ik wel.’

Het was toen niet de eerste keer dat Derk zich voor rechters moest verantwoorden in verband met drugs.
En ook niet de laatste keer.

Vrijdagochtend zat Derk weer in zittingszaal 14.
Hij was aangetroffen in zijn auto, in de Nieuwstad, in de rosse buurt van Groningen.
In de auto: speed, amfetamine, xtc (368 pillen), wiet, heroïne.
Gripzakjes, zes mobiele telefoons, een ipad, een weegschaaltje, 750 euro in biljetten van tien en twintig euro.

Nee, zegt Derk (en later ook zijn advocaat): ‘Ik was niet aan het dealen.’
Rechters: ‘Neemt u altijd zo veel drugs mee als u op pad gaat?’
Derk: ‘Het was voor eigen gebruik.’
Weer hoeft niemand te lachen.

Derk heeft een drugsprobleem.
Dat begon toen hij een jaar of 16 was.
Hij is nu 30 jaar.
Hij heeft diverse keren geprobeerd de drugs te laten staan.
Tegen de rechters: ‘Maar zonder drugs val ik op mijn werk in slaap.’
Derk is steigerbouwer.

De vorige keer kwam hij weg met een werkstraf.
Dat had Derk gewaardeerd, want hij werkt graag.
Daarvoor had hij al een paar keer gedurende enige maanden in de gevangenis gezeten.
Dat beviel hem minder.
De officier van justitie eist ditmaal een celstraf van twaalf maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk.
Zodra hij zijn vrijheid terugkrijgt, moet de reclassering hem in de gaten houden.

Derk wil dat wel.
Rechters: ‘U bent gemotiveerd?’
Derk: ‘Ja hoor.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 4 oktober 2013 – uitspraak
Derk heeft gekregen wat de officier van justitie voor ogen had: 12 maanden cel waarvan vier voorwaardelijk. Met reclasseringstoezicht.

tuk

Het dwaalspoor

ambonNee hè. Niet hij weer.
Maar als hij de rechtszaal betreedt, is er geen twijfel mogelijk: ’t is onmiskenbaar Bram. De praatjesmaker, de boef.
Bram de sportman pur sang.
Vijf jaar geleden overhandigde hij in zittingszaal 14 aan de rechters een brief.
Op acht handgeschreven velletjes papier legde hij uit waarom hij zijn leven zou beteren en wat aan dat goede voornemen ten grondslag lag: de marathon van Rotterdam.

Na die 42 kilometer zou alles goed met hem komen.
Maar volgens de hulpverleners die hem al twintig jaar kennen, heeft hij nog een lange weg te gaan.

In 2006 werd Bram veroordeeld wegens een poging tot zware mishandeling in het daklozencircuit: tien maanden celstraf.
In 2009 kreeg hij de veelplegersmaatregel isd (twee jaar in de gevangenis) opgelegd vanwege het leegdrinken van een fles Pisang Ambon in de Albert Heijn en – daaropvolgend – een poging een Playstation te stelen bij de Mediamarkt.
In 2012 – net vrij – wilde het Openbaar Ministerie hem nogmaals twee jaar ’isd’ opleggen wegens een gevalletje van oplichting.
De rechtbank trapte er al dan niet in en legde negen maanden celstraf op waarvan vier maanden voorwaardelijk.

Op 17 april dit jaar kwam Bram met zijn cocaïneverslaving op vrije voeten.
Het duurde maar even en hij zat weer op het politiebureau.
Hij had een paar blikjes bier gestolen bij de Jumbo in de Euroborg.
En kroketbroodjes.
En een bak met ijs.

De rechters vragen aan hem: ’Klopt dat?’
Bram: ’Klopt.’
Rechters: ’Hoe kwam dat zo?’
Bram: ’Ik had een huisvestingsprobleem. Was gefrustreerd, reageerde wat impulsief, ’t gleed zo de tas in.’

In 2009 zeiden de rechters tegen hem: ’U bent 37 jaar. Al zestien jaar lang heeft u problemen met politie en justitie. Van die zestien jaren heeft u er tien in de gevangenis gezeten. U bent een maatschappelijk probleem (…).
Nu, vijf jaar verder, lijkt er aan het mislukte rotleven van Bram weinig veranderd.

Hij is nog altijd een sportman pur sang – dat zei hij in 2009 en dat herhaalde hij deze week.
Nog steeds gieren de goede bedoelingen door het magere lijf en is er de chaos in de kop als hij geen alcohol drinkt.
De cocaïne sloopt ondertussen ongestoord verder.

Bram ziet het anders.
Tegen de rechters: ’Eigenlijk heb ik geen probleem. Een alcoholprobleem zoals jullie zeggen? Nee. Ik drink wel eens een biertje, maar altijd verspreid over de dag. Ik heb tien jaar op straat gelopen, ik had een huisvestingsprobleem. Maar dat probleem is nu opgelost.’

Hij vervolgt, steeds enthousiaster: ’Ik heb er wel slechter voor gestaan. Een stukje begeleiding, dat kan ik wel hebben. En ik heb een paar corrigerende tikjes nodig als ik op het dwaalspoor beland… Maar verder?’

De rechters vragen waarom het hem ditmaal wel zal lukken?
Bram, glunderend: ’Ik heb een vriendin. Zij heeft een huis in Emmen. Ik heb dus geen huisvestingsprobleem meer.’

In 2009 meldde de reclassering aan de rechtbank dat Bram zijn laatste kans had verspeeld.
Alle hulp die hij de afgelopen jaren aangeboden had gekregen, was op niets uitgelopen. Bram heeft, zei de reclassering, wel een reële kijk op de wereld, maar hij is niet in staat de juiste keuzes te maken.
Nu – in 2013 – zegt de reclassering: ’Zijn motivatie is goed en oprecht. Maar wat wij ook doen, hij haakt op het laatst altijd weer af. De enige mogelijkheid die wij zien is nogmaals een langdurige en gedwongen behandeling. En dat kan wat ons betreft alleen binnen een isd-tracject van twee jaar.’

Bram, wanhopig : ’Maar we houden van elkaar. Ik zou een isd verschrikkelijk vinden want dan ben ik haar twee jaar kwijt. Ik weet niet of ik dat wel aankan.’

Bram’s liefde zit achter in de zaal.
Af en toe draait hij zich om en werpt haar lieve blikken toe.
Hij zegt: ’Ik moet hier een kans mee verdienen.’
De liefde, twintig lentes jong, staat onder begeleiding van de hulpverlening.

Rechters: ’Hoe komt u er bij dat u bij haar mag intrekken?’
Dat heeft ze aangeboden.
Rechters: ’Heeft zij u ook opgezocht in de gevangenis?’
Dat heeft ze niet, want ze heeft veertig graden koorts gehad.
Rechters: ’Is uw relatie belangrijk omdat ze u een woning verschaft?
Oh nee, zo moeten de rechters het niet zien.

De officier van justitie eist de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd.
Bram’s wereld sodemietert in elkaar.

Maar dan.
Dan is daar Lidewij Wachters, de advocaat.
Zij zegt dat de rechtbank de isd-maatregel helemaal niet kan opleggen want er wordt niet voldaan aan de criteria.
Die zijn dat tegen een verdachte ten minste tien processen-verbaal in de voorbije vijf jaar moeten zijn opgemaakt in verband met strafbare feiten.
En de advocaat telt er maar negen.

Terwijl Bram met wapperende handen sussende gebaren maakt richting de liefde, rommelt de officier van justitie in haar papieren.
Na even zegt ze: ’De advocaat heeft gelijk. De isd kan helemaal niet worden opgelegd. Ik eis 82 dagen celstraf – dat is de tijd die verdachte al vastzit – wegens de diefstal van blikjes bier en kroketbroodjes.’

Bram danst in blijde verwachting de dans te ontspringen de rechtszaal uit.

Rob Zijlstra

.
UPDATE – 12 september 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft vervroegd uitspraak gedaan. Bram kan niet naar de isd, zoals de advocaat al bepleitte. Voor de diefstal heeft hij twee maanden celstraf gekregen, niet toevallig de tijd die Bram al heeft gezeten. Hij mocht kort nadat uitspraak was gedaan de gevangenis met zijn goede voornemens en vlinders in de buik verlaten.  Zet’m op Bram.