Het meisje Ellie

Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij:
‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

 

.

In de voorbije tien jaren heeft de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen zo’n 450 mannen veroordeeld wegens zedenmisdrijven.
Ongeveer een op de tien strafzaken heeft te maken met het vooral seksueel misbruiken van kinderen.
Voor het idee: er zijn meer zedenzaken dan drugszaken.
Nog een idee: bijna al die mannen wonen weer bij u in de straat of net om de hoek.

Zedenzaken zijn per definitie nare zaken.
Dat komt omdat de slachtoffers meestal kinderen zijn en de verdachten verschrikkelijke mannen.
Het zijn ook strafzaken die akelige vragen oproepen.
Hoe kan het dat twee zusjes wekelijks en dat jarenlang door hun vader zijn misbruikt, terwijl de moeder onwetend was?
Hoe kan het dat grote mannen in een hotelkamer seks kunnen hebben met een minderjarig meisje?
Bij zedenmisdrijven wordt veel de andere kant opgekeken.

Vorig jaar stond een man (43) terecht die zes jaar lang zijn dochter zou hebben verkracht.
Hij noemde dat gelul, waarmee hij probeerde uit te drukken dat het niet waar is.
Het gebeurde wanneer de moeder bijvoorbeeld even boodschappen deed.
Of al lag te slapen als hij thuiskwam van zijn ploegendienst.
Toen het meisjeslichaam van Ellie het niet meer aankon, maakten ze een afspraak: niet meer elke dag, maar maximaal drie keer per week.
Een psychiater rapporteerde dat de vader een dominante man is en niet prettig in de omgang.

Ellie legde wel een verklaring af, maar deed geen aangifte.
Dat hoeft ook niet.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vijf jaar.
De rechtbank zei geen enkele reden te hebben te twijfelen aan de betrouwbaarheid van Ellies verklaringen en sprak de vader vrij.
Dat wat Ellie allemaal geloofwaardig vertelde, ontbeerde steunbewijs.
Een verhaal alleen is onvoldoende.
De officier van justitie is tegen de vrijspraak in hoger beroep gegaan (moet nog).

Ellie kwam wel eens in het nieuws.
De eerste keer toen dat gebeurde was ze 14 jaar, de tweede keer twee jaar ouder.
Beide keren betrof het berichten dat er een meisje was vermist.
Normaal postuur, lange haren, sneakers van Adidas.

Die laatste keer was vorig jaar.
Ellie werd door de politie gevonden, dat wil zeggen dat agenten haar aantroffen in een hotel in Breukelen.
De politie had onraad geroken na het zien van pikante foto’s van een meisje op websites met namen als eromarkt en kinky.
Daar staan advertenties op.
Een agent deed zich voor als een geïnteresseerde klant en maakte een afspraak.
Hij moest naar een hotel in Breukelen komen.

Het was niet het eerste hotel waar de dan nog altijd 16-jarige Ellie haar lichaam verkocht.
Eerder zat ze in Alphen aan den Rijn, bij Van der Valk in Almere, in het Best Western te Zaandam.

Als ze ongesteld was, moest ze toch werken.
Dan gebruikte ze speciale sponsjes.
Toen ze na twee dagen het sponsje niet meer kon verwijderen, na al die hitsige klanten, ging Gulio (30) – haar lover – naar de Blokker om een tang te kopen.

De officier van justitie beschrijft dit kille voorval ter illustratie in de rechtszaal.
Hij zegt: ‘Dit is de wereld van de prostitutie. Het menselijk lichaam wordt omgezet in een apparaat. En als het apparaat hapert, dan ga je niet naar een arts, maar koop je een tang bij de Blokker.’

Ellie zit niet in de rechtszaal.
Zij is geen verdachte, maar weer slachtoffer.
Gulio zit er wel.
Hij wordt verdacht van mensenhandel, van uitbuiting, in de ogen van de officier van justitie is hij de moderne slavenhandelaar.
Gulio is opgewekt en vrolijk.
Op de beschuldigingen wil hij wel een korte reactie geven: ‘Niet best, ik schaam mij diep. Dit is niet iets waar ik graag met iemand over praat.’
Hij klinkt net iets te enthousiast.

Gulio uit Amsterdam had Ellie opgehaald uit Groningen.
Dat deed hij uitgerekend op de dag dat Ellie de benen nam.
Zij zat op dat moment vast in Het Poortje en was even met haar begeleider de stad in.
Op de Grote Markt schopte ze haar gehakte schoenen uit en spurtte weg.
Gulio: ‘Ze belde. Ze vroeg of ik kon helpen. Ik help graag vrienden. Ik word blij als ik kan geven.’
Gulio ontkent dat Ellie op zijn verzoek de benen nam.
Hij zegt: “Toen ik haar ophaalde viel het mij op dat ze geen schoenen droeg, dat wel. Ze zei dat ze ruzie had gehad met een vriendje. Ik kon twee dingen doen, haar geloven of haar niet geloven. Ik besloot haar te geloven.’
Kende hij haar?
Gulio: ‘We hebben een keer gechilld.’

Ze rijden naar Zaandam, naar de Zaan Inn, waar Gulio op verzoek van zijn jarige tante een kamer had geboekt voor een neefje en een nichtje die niet kwamen zodat Ellie er mooi gebruik van kon maken.

Het misdrijf begon half augustus, de actie van de politie in Breukelen was op 9 september.
Hoeveel klanten Ellie in die periode had moeten ontvangen?
De aantallen lopen uiteen van een tot drie per dag, opgeteld zo’n vijftig mannen.
Bij de politie vertelde ze dat ze drugs gebruikte want dan ging het gemakkelijker.
Van een rijke klant kreeg ze cocaïne op een bord.
Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij: ‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

Gulio zegt dat hij niet wist dat Ellie nog maar 16 jaar was.
Ellie zegt dat hij dat dondersgoed wist.
Gulio had haar voorgehouden grote plannen te hebben zodra Ellie 18 zou zijn, dan zouden ze het groots aanpakken.
Als de rechters hem dat voorhouden, moet hij hard lachen.
Hij vertelt verontwaardigd dat hij bij zijn aanhouding in Breukelen is behandeld als een crimineel.
Dat hij toen slechts 8 euro en 40 cent op zak had, zegt toch voldoende?
Gulio: ‘Ik heb geen cent van haar genomen.’
Ellie beweert het tegenovergestelde.
Alles.
Bij de politie: ‘Ik was de hoer, Gulio regelde alles.’

Gulio tegen de rechters: ‘Ik heb een eigen stichting, ik doe loverboy- en lovergirl coaching. Ik wil de jeugd graag helpen.’
Hij vertelt dat hij in de gevangenis bezig is met wiskunde voor hoger opgeleiden.
Zodra hij vrijkomt, wil hij naar de universiteit om psychologie te studeren.
Daarnaast zal hij een startkapitaal aanvragen om zijn werk als coach te kunnen voortzetten.

De officier van justitie: ‘Ik eis 24 maanden gevangenisstraf.’
Gulio begrijpt het niet en zegt dat hij naar huis wil.
Naar zijn moeder.

Rob Zijlstra

uitspraak op 4 mei

De naam

het recht om te weten
het recht om te vergeten

Kan iemand eisen dat zijn of haar naam wordt verwijderd van het internet?
Dat kan.
Eisen kan altijd.

Er is een man die deze eis heeft ingediend bij de rechtbank in Groningen.
Hij eist dat zijn naam onverwijld wordt verwijderd uit een artikel dat gaat over het verwijderen van namen uit de zoekmachines van Google.
De man had Google verzocht dit te doen.
Op ongelukkige wijze kwam dit verzoek met naam een toenaam op het internet te staan.

De eiser is niet zomaar een man.
In 2015 2005 bracht hij zijn partner Simone van Kleeff in Barendrecht om het leven.
De man werd voor deze misdaad veroordeeld tot 12 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.
Hij verblijft momenteel in de Van Mesdagkliniek in Groningen.

Wat hij heeft gedaan vindt hij vreselijk, maar hij moet wel verder met zijn leven.
En dat lukt niet wanneer zijn naam – bijvoorbeeld via Google – gekoppeld blijft aan die nare geschiedenis.

Deze week diende voor de Groninger rechtbank een kort geding dat hij heeft aangespannen tegen de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers (FNG).
Het gewraakte artikel staat op de site van de federatie.
De federatie wil het recht behouden om de namen van moordenaars van hun dierbaren te blijven herinneren.

De man vindt dat de koppeling tussen hem en de moord ongeoorloofd is.
Er is sprake, vindt hij, van ongeoorloofde eigenrichting.
Het vermelden van zijn naam is niet proportioneel en het dient geen doel.
Ook geen artistiek of journalistiek doel.
Oftewel: de streep er door.

Geen denken aan, zegt de tegenpartij die wordt bijgestaan door slachtofferadvocaat Richard Korver.
Volgens Korver is er een recht om te vergeten, maar ook een recht om te weten.
Alles afwegende dient dat laatste te prevaleren.

Immers – nog steeds Korver – heeft de maatschappij het recht te weten wat voor vlees zij in de kuip heeft, hebben de kinderen van Simone van Kleeff het recht te vinden over hun vader wat ze willen en ook de toekomstige partners en vrienden van de moordenaar hebben het recht te weten met wie ze te maken hebben.
Richard Korver: ‘Meneer probeert de sporen van zijn daad achteraf te verdoezelen.’

Of dit laatste mogelijk is, is overigens maar zeer de vraag.
Naar aanleiding van het kort geding hebben diverse websites zijn volledige naam gepubliceerd.

De kortgedingrechter doet op vrijdag 1 mei uitspraak.

Rob Zijlstra

Schermafbeelding 2015-04-16 om 10.55.58

Stinkgeld

een bedankje is er nooit gekomen

 

Schermafbeelding 2015-04-17 om 21.54.57De officier van justitie doet alsof het verhaal een sprookje is.
Wie, zo begint de aanklager, wie droomt hier nou niet van?
Wie droomt er nou niet van een pot met goud aan het einde van de regenboog?
Over een pot met goud waardoor je ineens dingen kunt doen die eerst onmogelijk waren?

Het antwoord moet zijn: nou zo’n beetje iedereen droomt daar over.
Bijna iedereen zou wel eens dingen willen doen die financieel niet mogelijk zijn.
En zij die alles al hebben, willen alleen maar nog meer.

Het verhaal waar het deze week om draaide in zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen is evenwel geen sprookje.
Voor de meest betrokkene is het verhaal verworden tot een nare droom.
En het had zo mooi kunnen zijn.

Er was eens een kraanmachinist die in oktober 2013 grond aan het verzetten was op bedrijventerrein De Hoogte in Groningen.
Tijdens het gegraaf stuitte hij op iets wat daar niet hoorde.
Hij bekeek het eens goed en kon toen even niet geloven wat hij zag: een weckfles propvol bankbiljetten.

Even dacht de kraanmachinist aan die regenboog en misschien ook wel aan witte stranden aan een blauwe zee of aan een knap schuurtje in de achtertuin.
Twee nieuwe fietsen.
Maar hij is een goudeerlijke kraanmachinist.
Hij belde de politie.
Agenten kwamen en ontfermden zich over het geld.
Allemaal dachten ze dat er voor de eerlijke vinder – want zo moet de machinist toch heten – wel een beloninkje in zou zitten.

Dat hadden ze gedacht.

Binnen een uur op die dag in oktober had heel de wereld lucht van de fortuinlijke vondst gekregen.
Journalisten meldden zich bij de werkgever van de kraanmachinist en alle mensen die ooit geld hadden verloren ergens op het noordelijk halfrond belden hoopvol de politie in Groningen.
Angstvallig werd geheim gehouden dat het geld in een weckfles zat en om hoeveel geld het ging.
Dat immers weet alleen hij of zij die het geld daar in de grond verstopte.

Ook het Openbaar Ministerie meldde zich.
Officieren van justitie bekeken, bevoelden en besnuffelden de biljetten en toen was er geen twijfel mogelijk: ’t is misdaadgeld.
En daar moet beslag op worden gelegd.
Hebbes.

De wet zegt dat wie iets vindt na een jaar de rechtmatige eigenaar wordt.
De gemeente is in principe belast met het bewaren van ‘onbeheerd goed’.
Dit gaat hier niet op omdat het geld via de politie bij het Openbaar Ministerie terechtkwam en die liet er in het kader van een strafrechtelijk onderzoek beslag op leggen.
Mocht deze kwestie niet tot een oplossing komen dan lost het geld na verloop van tijd op in ’s lands staatskas.

De kraanmachinist is het er niet mee eens en heeft een advocaat in de arm genomen.
Veel plezier beleeft hij er niet aan.
De contacten met de politie ervaart hij als onplezierig, hij voelt zich miskend en op het verkeerde been gezet.
Een bedankje is er nooit gekomen.
Aan pers heeft hij geen zin en aan criminelen die ‘hun’ geld terug willen hebben al helemaal niet.
Advocaat Erik de Mare heeft namens hem een klaagschrift bij de rechtbank ingediend.

Volgens De Mare zijn er geen concrete aanwijzingen dat het geld een illegale, dus criminele, oorsprong heeft.
En dus kan het Openbaar Ministerie er een punt achter zetten, het geld of overdragen aan de gemeente of teruggeven aan de eerlijke vinder en dan andere dingen gaan doen die ook belangrijk zijn.

In de weckfles zaten vijf paarse briefjes van 500 euro, 51 gele van 200 euro (ja, die bestaan) en 104 groene briefjes van 100 euro en dan nog een heleboel kleine coupures, gladgestreken en opgeteld: ruim 50.000 euro.

De officier van justitie schetst het dilemma.
De kraanmachinist heeft gedaan wat hij moest doen: het geld aan de politie geven.
In het civiele recht is geregeld dat de eerlijke vinder na een jaar eigenaar wordt van een onbeheerd goed.
Maar dat gaat nu niet op omdat het civiele recht hier botst met het strafrecht.
De vraag is of het strafrechtelijk beslag kan worden gehandhaafd?
Aldus de officier van justitie.

Waarom denkt het Openbaar Ministerie dat het om crimineel geld gaat?

Omdat het in criminele kringen gebruikelijk is grote coupures te hebben.
Wie een bankbiljet van 500 in bezit heeft is in de ogen van justitie welhaast per definitie een misdadiger, een autohandelaar of een hennepteler.
Dus.
Een tweede reden is dat het geld bewust is verstopt.
En behoorlijk diep.
De verstopper wilde kennelijk niet dat het geld bij bijvoorbeeld een huiszoeking zou worden gevonden.
Verdacht.
De hoogte van het bedrag – meer dan een jaarsalaris voor velen – speelt een rol.
En ook het feit dat ondanks alle ruchtbaarheid de rechtmatige eigenaar zich niet heeft gemeld, doet vermoeden dat het geld stinkt.

Je zou ook kunnen redeneren dat het geld is gevonden door een zo eerlijke vinder waardoor het criminele kan komen te vervallen.
Het stinkgeld is in eerlijke handen zeg maar eerlijk geld geworden.

Maar zo lief steekt de wet niet in elkaar.
De officier van justitie ook niet.
Zij zegt: ‘Wat nou als meneer het geld krijgt en over een jaar houden we iemand aan die met de waarheid op tafel komt? Die dan vertelt dat het geld afkomstig is van gewapende overvallen? Dan vist de rechtmatige eigenaar achter het net en hebben we een echt probleem.’

De officier van justitie rondt af.
Zegt: ‘Het geld zal aan de staat moeten vervallen. Het is maatschappelijk gezien onacceptabel het geld te geven aan diegene die het eerlijk heeft gevonden. Want daarmee zetten we de poort open voor witwassers. Onze grootste criminelen stappen dan met grote zakken vol geld naar de gemeente en zeggen, kijk eens, een zak vol onbeheerd goed, gevonden op straat. En dan na een jaar komen ze het weer halen, witgewassen en wel. Bingo.’

Een heel klein beetje vindersloon dan misschien?

De officier van justitie namens ons de samenleving: ‘Dat lijkt fair, maar ook dat zit er niet in. Alleen de eigenaar kan vindersloon uitbetalen en wij zijn niet de eigenaar.’

Het is in dezen een kwestie van alles of niets.
Eind deze maand hakt de rechtbank de knoop door.
Misschien is het wel zo dat als de staat alles krijgt, de kraanmachinist nog lang en gelukkig leeft.
Dat is hem hoe dan ook gegund.

Rob Zijlstra

uitspraak op 29 april

Schermafbeelding 2015-04-17 om 21.54.57

dit verhaal is te koop voor 200 euro

 

Heimelijk afgeluisterd

zelfs in de rechtbank
zijn verdachten niet veilig

Twee verdachten moeten voor de rechtbank in Assen verschijnen.
Het gaat om een pro forma-zitting.
Geen inhoudelijk behandeling.
De twee mannen worden verdacht betrokken te zijn bij de dood van Andre Lubbers, een ondernemer uit Klazienaveen.
De man werd in augustus 2012 in zijn woning door het hoofd geschoten.

Het gerucht ging dat er veel geld bij de ondernemer viel te halen.
Het vermoeden is dat Andre Lubbers het slachtoffer is geworden van roof.
En dat hij daarbij – hoe gek dat ook klinkt – per ongeluk is doodgeschoten.

De juridische kwalificatie luidt: een poging toto diefstal met geweld met de dood tot gevolg.

De man die zou hebben geschoten is vandaag door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot 7 jaar celstraf.
Drie medeverdachten – tegen wie ook 7 jaar was geëist – zijn vrijgesproken.

De veroordeelde man dankt zijn veroordeling mede aan DNA.
Op de broek van het slachtoffer werden bloedsporen aangetroffen, bloed van de nu veroordeelde.
Dit spoor brengt hem in de woning waar het slachtoffer het leven liet.

Er is een belastende verklaring van een medeverdachte.

En er is een heimelijk afgeluisterd gesprek.
Toen twee verdachten, onder wie de nu veroordeelde, voor de proforma-zitting in de rechtbank van Assen moesten verschijnen, had de politie voorzorgsmaatregelen getroffen.
Met toestemming van de rechter-commissaris (op 13 november 2012) plaatste de politie in een cel in het gerechtsgebouw afluisterapparatuur.

R.F. is de man die nu is veroordeeld.
I.C. is de medeverdachte die een belastende verklaring aflegde en is vrijgesproken.

Het afgeluisterde gesprek:

R.F.: ‘Wij moeten gewoon volhouden, dat wij niks meer weten.’
R.F.: ‘Wij zitten diep in de problemen. Ik was bang dat zij het vuurwapen hadden gevonden. Maar als zij hadden gevonden, hadden ze aan ons verteld, zelfs hier in de gevangenis.’
I.C.: ‘En wat die andere dan, als wij met zijn drieën zeggen dat wij hem niet hebben gezien, dan is het goed toch. Ik denk niet dat hij het gaat vertellen.’ (…)
R.F.: ‘Ik maak mij zorgen. Ik weet niet of ik het lang kan volhouden, ik ben bang dat ik het ga verklaren.’

Zelfs in de rechtbank zijn verdachten niet veilig.
Ook daarom zeggen advocaten steeds vaker tegen hun cliënten: ‘Altijd je mond houden.’

Rob Zijlstra

bron van het gesprek: het vonnis 

Schermafbeelding 2015-04-17 om 17.29.37

het vonnis van R.F. die is veroordeeld tot 7 jaar celstraf

 

 

De kantelsessie

we waren allemaal gek genoeg
een beroving te plegen

Ieder vakgebied is behept met jargon.
Een krant zakt kort nadat alle voorbereidingen zijn geslaagd en in de rechtszaal is een aanhouding geen arrestatie, een schorsing vaak gewoon een pauze.
Ook verdachten hebben hun eigen praat.
Jonge verdachten willen nog wel eens spreken over een ‘ov’tje doen’.
Dat is geen vervalst plaatsbewijs voor in het openbaar vervoer, maar betekent een overval plegen.
Onlangs viel het woord kantelsessie in zittingszaal 14.

Even dacht ik aan organisaties en cultuurveranderingen en hoe die volgens gesjeesde managers op de werkvloer te bewerkstelligen.
Fout.
Op 13 oktober 2013 werden Robert en Iris het slachtoffer van een kantelsessie achter het hoofdstation in Groningen.
Iris mocht (moest) doorlopen, maar Robert kreeg klappen en werd met geweld tegen een schutting gezet alwaar hij werd gekanteld.

Robert en Iris zijn naar de bioscoop geweest en lopen via de loopbrug bij het treinstation naar hun auto.
Halverwege komen ze uitgelaten jongemannen tegen die op weg zijn naar vertier.
Ze passeren elkaar en er is niets aan de hand.
Maar even later bedenkt de groep jongelingen zich.
Iemand roept: we pakken ze.

Desi (23) gaat voor Robert staan en vraagt om een sigaret.
Iris moet (mag) doorlopen.
Iemand zegt: ‘Val haar niet lastig.’
Robert heeft of geeft geen sigaret.
Daarop grijpt Fester (21) naar de portemonnee in de kontzak van Robert en slaat Desi het slachtoffer met de vuisten in het gezicht.
De man die ze Mooiboy (21) noemen duwt een beetje en doet verder niets.
Rick (22) wel.
Hij trekt de riem uit de broek en begint als een slavendrijver in te slaan op Robert die dan door anderen wordt vastgehouden.
Er wordt ook geschopt.

De belagers winnen.
Robert geeft zijn Samsung Galaxy en portemonnee aan de rovers en vraagt of hij zijn pasjes mag houden.
Dat mag niet.
Wat denkt hij wel.

Waarom doen vrolijke jongemannen zoiets?
Ze hadden gedronken bij iemand thuis.
Whisky.
Drie flessen of zo.
In ieder geval best wel heel veel.
Ze hadden ook gerookt.
Twee, drie jointjes.
Zes misschien.
e wilden de stad in voor lol.
Maar niemand had geld.
Een van hen zei toen, dan gaan we geld halen in de stad.
Nee, dan bedoel je niet dat je gaat pinnen.

Fester: ‘We waren allemaal gek genoeg een beroving te plegen. Het was niet de bedoeling, maar daar liep het op uit.’
Rechters: ‘Jullie waren in de olie en aardig stoned.’
Fester knikt, vult aan: ‘Het was ook groepsdruk.’

De volgende dag, 14 oktober 2013, is vriendin Iris in de binnenstad van Groningen.
Ineens ziet ze een van de belagers lopen.
‘t Is Desi.
Ze belt de politie en Desi wordt aangehouden.
Via hem lopen ook de anderen tegen de lamp, zij het dat een en ander ruim een jaar in beslag neemt.
Dat had te maken met politiecapaciteit en zorgvuldigheid, dat laatste is jargon voor ‘geen tijd’.
Op deze plek stond al vaker geschreven dat wie vandaag in Groningen een misdrijf pleegt, ergens in 2018 in zittingszaal 14 terechtstaat.
Terecht of niet.

Fester doet eerlijk.
Hij zegt dat hij het was die begon te slaan.
Samen met Rick met de riem.
Zegt: ‘Maar ik had op dat moment niet door dat we bezig waren met een straatroof. Pas achteraf hoorde ik dat er een telefoon en een portemonnee waren weggenomen.’

Mooiboy: ‘De jongens zeiden, we gaan de stad in, geld halen. Ik dacht dat we zouden gaan pinnen. Ik heb er niet aan meegedaan, niet echt. Ik zei nog, kom we lopen verder. Ik heb wel geduwd, een beetje, maar niet die jongen.’

Desi vertelde bij de politie dat hij alleen maar had staan kijken, maar in de rechtszaal zegt hij dat dat niet de waarheid is.
Zegt: ‘Ik ben erbij betrokken geweest, maar ik was zeker niet de hoofddader. We waren in een vrolijke bui, en toen kwamen we op het domme, domme idee die twee mensen lastig te vallen.’
Ook Desi geeft toe dat hij heeft geslagen.
De rechters vragen of hij heeft gezien dat de anderen ook sloegen.
Desi: ‘Ik heb Rick zien slaan met de riem. Hij stond voor die jongen en wachtte zijn kans af om te slaan.’

Rick: ‘Ik was er niet bij.’
Rechters:‘Huh?
Rechters:’Dat is merkwaardig. Het slachtoffer heeft u wel herkend van de foto. En de anderen zeggen dat u erbij was, dat u zelfs een actieve rol heeft gespeeld, dat u heeft geslagen met uw riem.’
Rick: ‘Ik ben nog nooit bij een straatroof aanwezig geweest.’

Ik kijk naar Fester, Mooiboy en Desi.
Ik kijk naar Rick.
Is hij de schlemiel, de slampamper, de lafaard?
Ik kijk weer naar Fester, Mooiboy en Desi.
Lappen zij hun (ex)vriend erbij?
Snitchen ze hem?
Hun gezichten praten niet.

Fester is vaker veroordeeld.
Hij heeft nog een werkstraf openstaan.
Hij zegt dat hij binnen een seconde ontzettend kwaad kan worden, maar dat hij nu goed bezig is een positieve wending aan zijn leven te geven.
Hij zoekt werk en kan goed lassen.
De rechters vragen wat hij vindt van een gevangenisstraf.
Stel dat.
Fester: ‘Dat zal flink wat consequenties hebben.’

Mooiboy die alleen maar een beetje duwde en niet tegen die jongen heeft als enige geen strafblad.
Hij werkt bij een groot bedrijf en wordt binnenkort vader.
Desi is al vader en wil heel graag in die hoedanigheid het goede voorbeeld geven.
Hij kent het leven in de gevangenis wegens eerdere kantelsessies.
Hij zegt het nog maar eens: ‘Wat we hebben gedaan was zo dom, dom.’

Dan Rick.
Vaste baan.
Eerder veroordeeld wegens openlijk geweld en heling.
Zijn werkgever weet nu van niets.
Gevangenisstraf? Stel?
Rick: ‘Dan ben ik alles kwijt, mijn werk, mijn huis, echt alles.’
Hij kijkt daar erg ongelukkig bij.
En bang.

Wat doet een officier van justitie met een gewelddadige straatroof die als gevolg van capaciteit en zorgvuldigheid een baard heeft?
Dat vragen ook de advocaten zich af: wat is hier in hemelsnaam nog het strafdoel?

De officier van justitie geeft antwoord: vergelding.
Met een eigen invulling van het begrip kantelsessie haalt hij hard uit.
Mooiboy (‘u had een aandeel in de escalatie’) mag wegkomen met een werkstraf van 240 uur, maar Desi (‘meest agressief’) hoort tien maanden celstraf eisen en Fester (‘ik heb voor u maar één smaak’) acht maanden gevangenisstraf.
En bange Rick?
De aanklager: ‘U liegt tegen de klippen op. Ook acht maanden.’

Rob Zijlstra

update – 16 april 2015 – uitspraken
Mooiboy is vrijgesproken omdat de rechtbank van mening is dat hij geen wezenlijk aandeel heeft gehad aan het delict.
Fester mag zich in de handen knijpen. De rechtbank wil de goede weg die hij is ingeslagen niet frustreren. Daarom geen onvoorwaardelijke celstraf, anders dan de drie dagen die hij al heeft vastgezeten. Wel een taakstraf van 240 uur en 6 maanden voorwaardelijke celstraf.
Desi krijgt twee maanden extra: 12 maanden.
En Rick? Wettig en overtuigend schuldig. Strafverzwarend: hij neemt met zijn ontkenningen geen verantwoordelijkheid. Ook twee maanden extra ten opzichte van de eis: 10 maanden.
De rechters merken nog op dat de lange duur tussen pleegdatum en zittingsdatum vooral is veroorzaakt door intensief politiewerk. Dit kan dus geen voordeeltje opleveren voor de verdachten.

Silly walks

de meeste mensen
overvallen geen Albert Heijn
bij onvoldoende saldo

 

Schermafbeelding 2015-04-01 om 17.13.47

Om te kunnen worden veroordeeld tot bijvoorbeeld een gevangenisstraf is het wenselijk dat de verdachte de dader is.
Het probleem is vaak de waarheid.
Het is vrijwel onmogelijk achteraf de waarheid te reconstrueren.
Hooguit kan bij benadering in kaart worden gebracht wat er mogelijk is gebeurd.
En wat waarschijnlijk niet.
Die twee, dat wat mogelijk is en wat waarschijnlijk niet bij elkaar opgeteld, moet in de rechtszaal vaak het bewijs zijn.

De officier van justitie zegt dat Gerrit (50) op 11 januari vorig jaar in Groningen een filiaal van de Albert Heijn heeft overvallen.
Ze zegt dat ze dat ook kan bewijzen.
Onmogelijk, reageert Gerrit die beweert dat hij het plegen van overvallen juist heeft afgeleerd toen hij in tbs-klinieken verbleef.
Tegen de rechters: ‘In de tbs heb ik geleerd andere keuzes te maken.’
Gerrit vreest ook dat zijn burgerrechten worden geschonden.

Het gaat om een rot-overval.
Een man met een eng Afrikaans masker voor zijn gezicht komt om 09.35 uur de Albert Heijn binnen, richt een matzwart wapen op de 16-jarige stagiaire en beveelt haar uit verschillende kassa’s bankbiljetten te halen en die aan hem te geven.
Kleingeld wil hij niet.
Met een ‘sorry’ rent hij om 09.36 uur de super uit met 1300 euro.

Tijdens de overval valt een plastic tas uit de schoudertas die de overvaller draagt.
Op die tas worden biologische sporen aangetroffen waar een dna-profiel van kan worden afgeleid.
Dat profiel wordt vergeleken met de 200.000 opgeslagen profielen van personen in de dna-databank.
Het is van Gerrit.

De rechters: ‘Bij de politie heeft u ontkend ook maar iets met deze overval te maken te hebben. Vindt u dat nog steeds?’
Gerrit: ‘Uiteraard.’
Voor het dna op de tas heeft hij een verklaring.
Zegt: ‘Ik ken dat tasje wel. Ik had op een regenachtige avond zo’n tasje om de zadel van mijn fiets. Blijkbaar heeft iemand het er afgehaald.’

Zoiets kan.

Onderzoek wijst verder uit dat Gerrit een half uur voor de overval geld heeft gepind op het Hereplein in Groningen.
Hij probeert honderd euro te pinnen, dan zeventig, dan veertig.
Hij pint uiteindelijk dertig euro.
Meer laat het saldo niet toe.
Even later is er tussen de telefoon van Gerrit en een telefoon van een ander contact.
Die andere persoon is een bij de politie bekende drugsdealer.

Het kan dus best zo wezen dat Gerrit drugs wilde kopen, bij de pin ontdekte dat hij te weinig geld had voor wat hij aan drugs nodig wilde hebben en om die reden besloot naar de Van Lenneplaan te fietsen om daar de Albert Heijn te overvallen.

Gerrit: ‘Het hele strafdossier is een grote hypothese.’
Zoiets kan ook.

De meeste mensen overvallen geen Albert Heijn bij onvoldoende saldo.
Nu behoort Gerrit niet tot de meeste mensen.
Gerrit is eerder met politie en justitie in aanraking geweest.
De meeste mensen hebben dergelijke aanrakingen niet.

Anders gezegd, Gerrit zou je op grond van zijn veroordelingen met recht een overvaller kunnen noemen.
In 1994 kreeg hij daar 7 jaar gevangenisstraf voor, in 1999 2 jaar en tbs met dwangverpleging voor overvallen in zijn geboorteplaats Dordrecht.
Zijn laatste veroordeling: 6 jaar en tbs.
Ook voor overvallen.
Gerrit verbleef naast 15 jaren in gevangenissen lange tijd in de Van Mesdagkliniek.
Toen hij werd ontslagen van de tbs-status bleef hij in Groningen hangen.

Nu is het niet zo dat veroordelingen uit het verleden, garanties bieden voor de toekomst.
Zoiets kan weer niet.

Gerrit vertelt dat het scenario van de politie – dat hij uit roven ging uit geldgebrek – niet klopt.
Had hij niet te lang in de tbs verbleven en om die reden een schadevergoeding van 43.000 euro van de staat der Nederlanden ontvangen?
Nou dan.
In mei 2013 had hij dat geld van de bank gehaald en in eigen beheer genomen.
Thuis had hij dus geld zat.

Terzijde: een aantal overvallen dat hij pleegde, pleegde hij op banken.
De reden dat hij het geld van de rekening haalde: ‘Ik vertrouw banken niet.’

Geld speelde dus geen rol bij Gerrit.
En dat geldt ook voor het Openbaar Ministerie.
Er vanuitgaande dat het politieonderzoek niet is gesponsord door Albert Heijn, heeft ook het Openbaar Ministerie kosten noch moeite gespaard bewijs te vergaren.

Het was agenten die de camerabeelden van de overval bekeken, opgevallen dat de overvaller een raar loopje had.
Toen Gerrit was aangehouden vroegen ze zich af of hun verdachte ook een gek loopje zou hebben.
In dat geval zou het bewijs wel eens sluitend kunnen worden.
Een van de agenten had eens gelezen over een Engelsman die deskundig is in loopjes.

De Engelse loopjesdeskundige – hij heet Barry Francis – kreeg beelden toegezonden om te analyseren.
Afgelopen week zat hij in zittingszaal 14 om zijn bevindingen toe te lichten.
Zijn eerste vraag aan de rechtbank: ‘Kan ik vanavond nog wel terug naar Engeland?’
Dat kon.

Francis kan niet alleen loopjes herkennen, maar ook voetstappen en de manier waarop de mens voetstapt benoemen.
Een mensenloopje is niet gelijk een vingerafdruk of aan dna, maar het kan wel een boel zeggen (verraden).
In Engeland zit podoloog Francis vaker in rechtszalen.
Eenmaal eerder trad hij op in Nederland, bij een rechtszaak rond een overval in Amsterdam.
En in 1984 en 1988 was hij lid van de medische staf van het Engelse Olympisch team, eerst in Los Angeles, vier jaar later in Seoul.

En?
Barry Francis zegt dat het loopje van Gerrit bewijs oplevert dat hij de man is die ook op de beelden staat van de beveiligingscamera.
En hoe moet dat bewijs worden gekwalificeerd?
Francis: ‘Als sterk.’

Het pinnen vlak voor de overval, het telefoontje met die bekende drugsdealer, zijn dna op de plastic tas, de conclusies van de loopjesdeskundige.
De officier van justitie: ‘Tel dat bij elkaar op en dan heb je overtuigend bewijs.’
Ze eist een gevangenisstraf van 36 maanden en het betalen van 1500 euro aan de 16-jarige stagiaire die nog maanden nachtmerries had waarin enge gezichten opdoken.

Gerrit is een ervaren verdachte.
Hij heeft over de loopjesspecialist gelezen en vraagt zich af of dergelijk onderzoek in Nederland wel is toegestaan.
Tegen de rechters: ‘Hoe rechtmatig is dit? Is er voldoende juridische basis? Ik bedoel, straks worden mijn burgerrechten nog geschonden.’

Ook heeft hij een Engels onderzoeksrapport gevonden waarin staat dat wetenschappelijke deskundigen in strafzaken het in 71 procent van de gevallen bij het juiste eind hebben.
Tegen de rechters: ‘Ik ben waarschijnlijk wat kritischer dan u bent omdat het om mezelf gaat. Maar u zit tegenover 29 procent.’

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 13 april 2015
Gerrit is vrijgesproken omdat het bewijs dat er ligt, de rechters niet heeft weten te overtuigen. DNA is, zo blijkt weer eens, niet een tovermiddel. En Engelse deskundigen ook niet.

het vonnis (zodra beschikbaar)

update – 22 april 2015 – hoger beroep
Het Openbaar Ministerie legt zich niet neer bij de vrijspraak en gaat in hoger beroep.

 

Baflo – geen cassatie

Het Openbaar Ministerie heeft het cassatieverzoek in de zaak baflo ingetrokken. Er zijn, zegt het OM, geen juridische aanknopingspunten om de zaak aan de Hoge Raad voor te leggen. Hiermee is de uitspraak onherroepelijk geworden. Het is niet te verwachten dat Alasam S. en zijn advocaat Mathieu van Linde de zaak wel aan de Hoge Raad willen voorleggen.

Alasam S. werd veroordeeld tot 6 jaar en tbs met dwangverpleging wegens een dubbele doodslag. Er was in hoger beroep 22 jaar celstraf geëist. De rechtbank in Groningen had 28 jaar cel opgelegd na een eis tot levenslang wegens tweevoudige moord en drie pogingen daartoe. Anders dan de rechtbank gaat het hof er vanuit dat S. deels ontoerekeningsvatbaar was.

voor meer: klik hier