Meer voor mannen

soms heb je geen journalisten nodig
om het extra spannend te maken

 

Mannen knokken.
Dat hebben mannen altijd gedaan.
Eens was er een tijd dat het helemaal niet raar was dat er zo nu en dan – na bier – een stevig robbertje werd gevochten.
Na verloop van tijd zijn we dit volksgebruik minder gaan waarderen.
Net als stierenvechten zeg maar.

Vandaag de dag is de beschaving zover gevorderd dat een knokpartij wordt beschouwd al een misdaad en dat deelnemers eindigen in rechtszalen en zelfs achter tralies.
Vraag het maar aan Galliano (22) of aan Dirk (ook) uit Appingedam.

Er was bij Galliano een klein feestje, met bier, met wodka en spelletjes.
Wie het meeste staand kon drinken bijvoorbeeld.
Vriend Paul deed zo z’n best te winnen dat hij laveloos werd afgevoerd.
Dat deed de gezelligheid geen goed.
Toen Mark, een andere vriend, besloot Galliano eens flink de waarheid te vertellen (‘je vriendin is bang voor je’) ging het mis.
Mark en Galliano begaven zich als mannen naar de tuin om elkaar daar diep in de ogen te kijken.

Mark verklaart: ‘Ik werd plots bij de keel gepakt, kreeg twee vuistslagen op de ogen en viel op de grond. Daarna zag ik een voet aankomen en daarna werd alles zwart.’
Galliano: ‘We stonden daar en ineens probeerde hij mij, tot drie keer toe, een kopstoot te geven. Ik wilde weer naar binnen gaan, maar hij ging voor de deur staan, hield me tegen. Toen heb ik twee keer geslagen. Dat klopt. Maar ik heb hem niet tegen het hoofd geschopt. De agressie ging van hem uit.’

Een officier van justitie gelooft bijna altijd het slachtoffer.
Ook in dit geval.
Ze zegt: ‘Vriend Mark mag dan vervelende opmerkingen hebben gemaakt, irritant zijn geweest, het geeft verdachte niet het recht iemands schedel kapot te trappen.’
Wie vandaag de dag met geschoeide voet tegen een kwetsbaar lichaamsdeel schopt – het hoofd is zo’n deel – maakt zich per definitie schuldig aan een poging tot doodslag.
Ook al waren het gympies.

Galliano moest zich voor nog een akkefietje verantwoorden.
Hij had een cocaïne-dealer beroofd van diens tas met handel op de parkeerplaats bij de grote Albert Heijn.
Hij wil de rechters doen geloven dat hij dat deed omdat hij had vernomen dat de dealer ook drugs verkocht aan minderjarigen.
Daar wilde hij de handelaar op aanspreken en als bewijs dat het een heuse dealer betrof, had hij de drugs meegenomen.

De rechters: ‘Hoe logisch is dat?’
Galliano: ‘Tja, wie ben ik ook om zoiets te doen?’
De officier van justitie: ‘Hij heeft een deel van het bewijs ook nog eens zelf opgesnoven.’

Galliano laat weten dat hij – nu hij al zes maanden vastzit en vader is van een zoontje van 2 – goede voornemens heeft.
De officier van justitie vindt dat de verdachte die goede voornemens vooral moet blijven koesteren omdat er eerst moet worden afgerekend, vooral in de vorm van vergelding.
Ze eist vier jaar celstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk.

En dat allemaal in Appingedam, een stad die volgens een dagblad qua onveiligste gemeente des lands op plek 112 staat, net na Coevorden, net voor Haarlemmermeer (met Schiphol binnen de grenzen).

Dirk woont ook in Appingedam.
Op de dag dat hij 22 jaar is geworden en daarom bezoek heeft, gaat hij even snel naar het vlakbij gelegen café om shag te kopen.
Zijn vriendin gaat mee.
In het cafe is een feestje van mannen met stropdassen die allemaal een diploma hebben behaald. Wanneer Dirk en vriendin de zaak weer verlaten, probeert een stropdas haar in de billen te knijpen.
De andere gestropte heren fluiten haar hitsig na.

Zij zegt dat dat wel vaker voorkomt, maar Dirk is boos.
Thuis vertelt hij een tikkeltje opgefokt aan het verjaardagsbezoek wat er zojuist is gebeurd.
Het 15-jarige neefje – een man in wording – denkt zijn oom een goede dienst te bewijzen en gaat in z’n uppie en met gebalde vuisten naar het café.
Niet heel veel later keert hij terug, met een bebloed gezicht.
In een stoel raakt hij buiten bewustzijn.

Dirk tegen de rechters: ‘Ik had nog tegen hem gezegd dat ik geen trammelant wilde, hij is er heengegaan zonder dat ik dat wist.’
Terwijl vrouwen zich om het neefje bekommeren – hij wordt weggevoerd met een ambulance – gaan de mannen met opgestroopte mouwen richting het café vol stropdassen.
De officier van justitie rept van een ‘georganiseerde aanval’.
De knokpartij die volgde – zegt de aanklager – zette heel Appingedam op de kop.

Soms heb je geen journalisten nodig om het extra spannend te maken.

De officier van justitie vertelt dat het politieonderzoek dat is ingesteld, moeizaam is verlopen.
Er waren veel getuigen, maar veel getuigen zijn bang te praten, bang voor represailles.
Er zijn zelfs mensen, zegt nog steeds de aanklager, die zo bang zijn dat ze niet meer op stap durven in Appingedam.
Na twee moeizame maanden heeft de politie een paar verdachten op het oog: Dirk, een jongere broer van Dirk en het 15-jarige neefje.
Ze worden met arrestatieteams van de politie op een ochtend in alle vroegte gearresteerd.
Daarbij worden voordeuren met een stormram (de rammeneur, zeggen ze bij de politie in Groningen’) ingebeukt.
De reden: er spookten geruchten door Appingedam dat Dirk over wapens beschikte vanwege zijn lidmaatschap van Satudarah.
Er zijn geen wapens aangetroffen.

Dirk zegt tegen de rechters dat ‘ie een jongen een drukker heeft gegeven.
Bij de Scapino.
Alleen dat.
Meer niet.
Daarna is hij weggegaan.
Tegen de rechters: ‘Maar goed, ik heb mijn aandeel d’r in gehad, achteraf hartstikke dom.’
Hij overweegt Appingedam te verlaten om elders een nieuwe start te kunnen maken.

Om zich los te maken is hij alvast gestopt met zijn opleiding HBO-rechten.
De rechters: ‘Oh.’
Dirk: ‘Ik vond het saai, droge stof.’
De rechters: ‘In de boeken is het altijd saaier dan hier in de rechtszaal.’

De officier van justitie heeft geen indicaties van geschoeide voeten en kwalificeert het geknok als openlijke geweldpleging.
Het broertje van Dirk hoort bij de kinderrechter een werkstraf van 40 uur eisen.
Dirk zelf moet wat de officier van justitie betreft zestig dagen in een cel opknappen.
Het neefje kon niet komen vanwege de schoolexamens.
Hij moet later.

Mannen knokken.
Er zijn geen signalen die erop wijzen dat dit in de toekomst anders zal zijn.

Rob Zijlstra

uitspraken op 1 en 4 juni

Kleurpotlood

In de hal van het gerechtsgebouw in Groningen is maandagochtend een kleine tentoonstelling geopend met werk van rechtbanktekenaar Annet Zuurveen. Zij tekent na een opleiding als illustrator aan academie Minerva in Groningen inmiddels twintig jaar in de noordelijke rechtbanken. Zij doet dat meestal in opdracht van Dagblad van het Noorden.

Hoewel de persrichtlijnen ten aanzien van het filmen in de rechtszaal vorig jaar zijn verruimd, is de tv-camera nog altijd een vreemde in de zalen van het strafrecht. Het (kleur)potlood, het krijtje, het penseel van de rechtbanktekenaar – we hebben er nog een handvol van – weten de digitale revolutie te weerstaan.

De expositie duurt tot half juni en kan op werkdagen worden bezocht.

→ website van annet zuurveen

Schermafbeelding 2015-05-18 om 10.49.00

henk s. (moord anne de ruijter de wildt en annet van reen)

 

Schermafbeelding 2015-05-18 om 10.49.37

project x, haren (facebookrellen)

 

Schermafbeelding 2015-05-18 om 10.49.21

steven b. en daniel s. (moord uranusstraat)

 

Misdaadtranen

Een klap
Man op de motorkap
Het is Geert, die ook uit het café komt

 

In zittingszaal 14 is geen ruimte voor droefheid over het lot van een verdachte.
Er zijn bijvoorbeeld verdachten die al maanden vastzitten en zodoende hun kleine kinderen missen.
Zulke verdachten willen heel graag naar huis.
Logisch, zingen officieren van justitie dan ongevoelig in koor, want wie vast zit, wil vrij.
Zou dat niet zo zijn, dan zou de wereld op de kop staan.

Dat er in de rechtszaal geen ruimte is voor medelijden, wil niet zeggen dat geen rekening wordt gehouden met persoonlijke omstandigheden van verdachten.
Strafrechtspraak is geen wiskunde, maar of tranen helpen?

Mick is een grote, stoere man van 45 jaar.
In een misdaadfilm zou hij de gemene gangster kunnen zijn.
In het echt is hij dat een beetje.
In de politiesystemen heeft Mick code 4 achter zijn naam staan.
Betekent dat hij in het echt vuurwapengevaarlijk is.
Wanneer hij moet worden aangehouden – moet soms – moet altijd een arrestatieteam worden opgetrommeld.

Hij beklaagt zich bij de rechters.
Zegt: ‘Elke keer wanneer ik word opgepakt door het arrestatieteam, beweren agenten dat ik hen heb bedreigd. Altijd.’
Dat hij vuurwapengevaarlijk is, daar is hij het ook niet mee eens.
Tegen de rechters: ‘Ik heb niet eens een gun.’

Mick staat ditmaal terecht vanwege gedoe.
Hij zou zijn ex hebben bedreigd toen hij autopapieren kwam ophalen.
Er is iets met haar voordeur.
Bij de aanhouding die daarna volgde, zou hij lelijke dingen tegen agenten hebben geroepen en een van hen een stomp op de neus hebben gegeven.
Mick ontkent dat.
Zegt: ‘De politie liegt op mij.’
En verder, meldt zijn boze stem, heeft hij geen zin om er over te praten.

Dan ineens is er wat aan de hand in de rechtszaal.
Mick wordt afgevoerd naar de catacomben van het gerechtsgebouw waar de cellen van beton zijn. Het duurt een half uur alvorens de zitting wordt voortgezet, er is dan extra politie aanwezig.
Kort na de hervatting komt een kleine vrouw de rechtszaal binnen.
Mick kijkt heel even over de schouder en slaat dan de beide grote handen voor het gezicht.
En begint onbedaarlijk te huilen.

De rechters, geschrokken: ‘Wat is er nou?’
Mick, ontdaan: ‘Ik ben klaar met het leven van gevangenis in, gevangenis uit. Ik wil werken en niks meer fout doen.’
De reclassering, nuchter: ‘Micky is detentiemoe.’

De officier van justitie is niet onder de indruk van de plotselinge tranen en eist anderhalf jaar celstraf waarvan de helft voorwaardelijk mag.
De advocaat grijpt zijn kans.
Mick is aan de buitenkant een grote stoere man die wat bozig kan overkomen, maar iedereen heeft met eigen ogen kunnen zien dat hij ook een andere kant heeft.
De advocaat: ‘U moet niet de buitenkant beoordelen, maar de man die daar inzit.’
Als Mick even later wordt afgevoerd, kijkt hij heel even naar de kleine vrouw.
Het is zijn moeder.

Hij moet ondanks de vermoeidheid een jaar zitten.

Dan komt Tineke (40) de rechtszaal binnenlopen.
Zij is zelf moeder.
De stoel waarop Mick zat, is nu haar zitting.
Tineke oogt ook een beetje stoer en ook zij zal straks gaan huilen.
Meer overeenkomsten zijn er niet.
De misdaad waarvoor Tineke zich moet verantwoorden is geen fijne, het is een misdaad waarmee de publieke opinie snel klaar is.
Tineke is met haar dronken kop achter het stuur gekropen om een paar minuten later een fietser aan te rijden die daarbij ernstig gewond raakt.

Negen maanden met een boze Mick in een klein hok, dat zal haar leren.
Maar zo werkt het gelukkig niet.

Het gebeurde op 16 november vorig jaar.
Een zoon van een vriendin moet optreden in de plaatselijke kroeg.
Tineke gaat kijken, niet te lang.
Een uurtje.
Maar het is gezellig, er is witte wijn en ineens is het vier uur in de nacht.
Er is een leuke jongen van 17 die zegt dat hij wel met haar naar huis wil.
Maar Tineke wil alleen naar huis, dat is maar een kilometer verder.
Zegt: ‘Ik wilde weg, ik dacht, dat kleine stukje, dat kan wel.’

Ze stapt in haar Polo.
Het is geen heldere nacht, het heeft net geregend.
Er is een flauwe bocht en ineens fietsers.
Te laat.
Een klap.
Man op de motorkap.
Het is Geert, die ook uit het café komt.
Tineke zegt: ‘Als je dat overkomt, weet je niet wat je overkomt.’
Zegt: ‘Ik heb de fietsers wel gezien, dat is het stomme. Ik heb gewoon te laat gereageerd.’

Hoe dat zo kon gebeuren?, vragen de rechters naar de bekende weg.
Tineke: ‘Ik ben mij ervan bewust dat ik met drank op achter het stuur zat. Als ik niet had gedronken, was het niet gebeurd.’

Geert is er niet best aan toe.
Schedelbasisfractuur, gebroken jukbeenderen, gebroken sleutelbeen, gebroken schouderblad, overal gebutst.

Wanneer de rechters vragen hoe het nu met haar gaat, komen de tranen.
Ze snottert dat haar grootste zorg uitgaat naar het slachtoffer met wie ze een goed contact zegt te hebben.
Dat ze een dochter heeft en een zoon, dat ze na een moeilijk huwelijk in het belang van de kinderen is gescheiden en dat ze nu alleen de zorg heeft voor zoon en dochter die veel spijbelen en dreigen te ontsporen.
Dat het ontzettend veel energie vergt om alle ballen in de lucht te houden.
Dat ze de eigen woning als gevolg van die rotscheiding met veel verlies van geld heeft moeten verkopen, dat er daarom deurwaarders zijn en dat ze niet in aanmerking komt voor schuldhulpsanering vanwege deze rechtszaak.

Ze huilt dat haar kinderen haar nodig hebben, maar dat ze vijf dagen per week en ook op donderdagavond en soms op zaterdag moet werken.
Dat ze is aangewezen op de bus, omdat haar rijbewijs – snapt ze – is ingevorderd.
Dat de bus niet vaak in haar dorp komt.
Dat ze haar baan niet wil verliezen.
Dat ze soms wel veertien uur per dag van huis is.

Geert het slachtoffer, nog altijd onder behandeling en vaak duizelig en zonder reuk, had tegen haar gezegd dat ze nu vooral aan zichzelf moet denken.
De rechters zeggen tegen Tineke dat ze gelezen hebben dat ze haar rijbewijs niet terug heeft gevorderd – wat wel had gekund – omdat ze zich zo ontzettend schuldig voelt.

Tja, vraagt de officier van justitie hardop aan zichzelf, wat voor straf past hier nou bij?

Rob Zijlstra

→ volgens de landelijke richtlijnen die het Openbaar Ministerie hanteert is in deze zaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden

→ het Openbaar Ministerie eiste in bovenstaande zaak een taakstraf van 180 uur, een maand voorwaardelijke celstraf en een rijontzegging van 2 jaar waarvan een jaar voorwaardelijk.

update – 22 mei 2015 – uitspraak
De rechtbank is niet ongevoelig gebleken voor de omstandigheden waarin Tineke de ballen omhoog moe houden. De (grote) zorg voor twee opgroeiende kinderen, een forse schuld en de noodzaak veel te werken maakt dat ze aan het eind eis van haar energie. De opgelegde straf, anders dan de eis: een taakstraf van 60 uur, 2 maanden voorwaardelijke celstraf en een rijtoezegging van 24 maanden waarvan 18 voorwaardelijk.

vonnis volgt – zodra beschikbaar

Schermafbeelding 2015-05-13 om 09.30.14

Vijf

Voor de rechtbank in Groningen moeten vandaag drie verdachten verschijnen.
Het betreft drie bijzondere strafzaken die gelijktijdig dienen bij de politierechter.

De verdachten komen uit Veendam.
Het gaat om Bert (19), Maria (37) en Leendert (46).
Leendert zou best wel eens de vader van Bert kunnen zijn.
Maria is een Belg.

De misdaad waarvoor zie zich moeten verantwoorden is gepleegd tussen 1 januari 2013 en 9 juli 2013.
Dat is in ieder geval 673 dagen geleden.
Ze hebben het volgens het Openbaar Ministerie tezamen en in vereniging en ook opzettelijk gedaan.

Ze hebben hennep geteeld.
Samen ‘ongeveer’ vijf planten.
Vijf.
Ongeveer.

Het proces begint vandaag om 10.30 uur
Ik zal het volgen.
Of de verdachten komen opdagen, is vooralsnog onbekend.

het proces

De drie verdachten zijn gekomen en hebben de rechtbank als veroordeelden in tevredenheid verlaten.
Leendert en Maria – een stel – kregen allebei een werkstraf van 60 uur.
Geheel voorwaardelijk.
Zoon Bert kreeg een voorwaardelijke boete van 600 euro.
Die hoeft hij dus niet te betalen.

Vijf planten.
Maar er speelde wel iets anders mee.
De vijf planten voor eigen gebruik brachten meer op dan ze hadden gedacht.
Dan ze zelf gebruikten.
Wat over was, verkochten ze.
Aan de jeugd.

Dat deed vooral Maria, want Leendert was van vroeg tot laat in de bouw aan het werk.
Samen met zijn zoon.
Half Veendam wist dat Maria aan de deur verkocht.
Dat krijgt je, sprak de advocaat, als de jeugd die onder de 18 is niet in een van de twee coffeeshops van Veendam mag komen.
Dan worden de grenzen een beetje opgezocht.

Maria deed stiekempjes nog wel wat meer.
Ze kocht af en toe wat softdrugs bij voor haar handeltje aan huis.
Ze had er – opgeteld – zo’n 4.000 euro mee verdiend.
Daarmee loste ze haar schulden in.

Leendert zei dat hij dat niet wist.
De politierechter: ‘Dat kan ik niet geloven’

De officier van justitie sprak van ernstige feiten.
Aan de andere kant, zei ze, zijn het ook verschrikkelijk oude feiten.
Daarom hoeven de verdachten wat de aanklager betreft ook niet aan de hoogste boom.
De politierechter is het daar mee eens.

De politierechter vroeg overigens niet hoe dat nou kan, dat zo een zaak en kennelijk ernstig zo lang ongemoeid op een plank bij justitie blijft liggen.
De rechter wilde dat niet weten.

Leendert zei ook nog iets.
Hij zei dat hij het niet goed wil praten.
Maar dat hennep in Nederland toch heel gewoon is.
‘Je kunt ook naar de coffeeshop. Ik bedoel…’

De politierechter: ‘Het is wachten op het moment dat het wel mag. Maar nu zijn het nog misdrijven. Ik wens u allen een goede dag toe.’

rob zijlstra

Vrijheid met buikpijn

‘Opa zit aan mij.
Als ik dat vertel, maakt hij mij dood.’

 

Het is niet zo dat de mannen en vrouwen die terechtstaan in zittingszaal 14 steeds dezelfde mannen en vrouwen zijn.
Er passeert wel eens een recidivist, maar de grootste groep bestaat uit verdachten die voor het eerst terechtstaan.
En voor een flink deel daarvan geldt dat het ook direct de laatste keer is, want anders klopt de eerste zin niet.

Wat ook waar is, is dat wie wordt verdacht van een strafbaar feit, veel te verliezen heeft.
Ook als de verdenking eenmalig is en ook als de beschuldigingen niet terecht zijn.
Eind vorig jaar werd een man, een voorganger uit Appingedam, vrijgesproken van een paar kuub narigheid.
Hij zat zeven maanden gelaten in de gevangenis.
De verdenking was terecht, maar de rechtbank vond het aangeleverde bewijs uiteindelijk te dun om te kunnen overtuigen.
Vrijspraak.

Drie weken geleden werd Gerrit – de vermeende overvaller van een filiaal van de Albert Heijn in Groningen  – in vrijheid gesteld.
Stevige verdenkingen, maar de rechtbank was niet zonder twijfel.
Nu is Gerrit wel een recidivist, want hij had er opgeteld al vijftien jaren gevangenisstraf opzitten in verband met bankovervallen die hij wel had gepleegd.
Neemt niet weg dat deze Gerrit bijna een jaar boos in voorarrest heeft gezeten waarvan achteraf moet worden vastgesteld dat dat ten onrechte is geweest.

In de Verenigde Staten zitten mannen soms dertig jaar onschuldig in de gevangenis.
Dat staat dan bij ons in de krant.
De kans dat Gerrit op zijn beurt de voorpagina’s haalt van Amerikaanse kranten is niet zo groot. Vrijgesproken onschuldigen presenteren hier doorgaans de rekening van de belemmerde vrijheid aan de overheid.
Dat kost ons zo’n 150 euro per dag, opgeteld tientallen miljoenen per jaar.

Voor Aaldrik (66) ziet het er anders uit.
Of hij wordt veroordeeld of niet, hij is sowieso alles kwijt.
Sterker nog: hij is meer kwijt dan hij ooit had.
Hij zit inmiddels tien maanden als een onschuldige verdachte in de gevangenis en volgens het Openbaar Ministerie is dat meer dan terecht.
De officier van justitie wil dat Aaldrik als een schuldige veroordeelde uiteindelijk drie jaren achter de tralies doorbrengt.
Met die tien maanden is hij dus al aardig op weg.
De advocaat wil dat Aaldrik in vrijheid wordt gesteld, onmiddellijk of anders komende week wanneer de rechtbank uitspraak doet.

Aaldrik snuift en briest.
Hij vindt het Nederlandse rechtssysteem erger dan het systeem dat ze er in Rusland op nahouden.
Hij vindt ook dat als je dingen hebt gedaan, je een kerel moet wezen, dan krijg je je veroordeling en dan is het klaar.
Punt.
Maar dat hij voor Piet Snot in de gevangenis zit maakt hem heel boos.’

De rechters zeggen tegen hem dat hij goed moet opletten en dat hij geen antwoord hoeft te geven op vragen die aan hem worden gesteld.
Rechters zeggen dat zo.
Aaldrik reageert en zet de toon.
Hij zegt ervan uit te gaan dat de rechters hun gezond verstand even zullen gebruiken.
‘We gaan het dus kort houden.’
De zitting duurt vervolgens bijna zeven uur.

De verdenking luidt dat hij ontucht heeft gepleegd met zijn kleindochter en met haar vriendinnetje.
Dat zou zijn gebeurd tussen 2005 en 2010 als oma de boodschappen deed of al sliep en het gebeurde op bed en in bad.
Maar ook op de toiletten van de Zeehondencrèche in Pieterburen.
De meisjes – toen tussen de 4 en 9 jaar oud – moesten dingen doen die meisjes niet doen.
De moeder van een van de meisjes had een bang briefje gevonden.
‘Opa zit aan mij. Als ik dat vertel, maakt hij mij dood.’
Op zijn laptop is kinderporno aangetroffen.
Ook dat nog.

Aaldrik bast tegen de rechters met dwingende stem: ‘Het is per-ti-nent niet waar. Ik heb die meisjes met geen vinger aangeraakt. En die toiletten op de Zeehondencrèche, ik zou niet weten hoe die eruitzien.’
Over de strafeis: ‘Er moet hier gerechtigheid komen. Geen onzin.’
Over de kinderporno op zijn computer: ‘Ik heb die laptop van mijn zoon gekregen. Misschien is het van hem.’

Een van de rechters: ‘U zou een sigaret op uw kleindochter hebben uitgedrukt.’
Aaldrik: ‘Ach vent hou toch op. Ik ben niet gewelddadig. Ab-so-luut niet. Zegt u? Ja, natuurlijk heb ik mijn eigen kinderen geslagen.’

Aaldrik is een man van aanpakken.
Tijdens het onderzoek komt naar voren dat hij in het verleden – verjaard voor de wet – diezelfde eigen kinderen niet alleen stevig aanpakte, maar ook seksueel heeft misbruikt.
Hij wil daar niet over praten.
‘Het is gebeurd. Klaar. Punt.’

In zijn Noord-Groningse dorp gaan de geruchten al jaren.
Aaldrik is een viespeuk.
Toen hij in juni 2014 werd aangehouden, deed het dorp onmiddellijk uitspraak: tot vijf keer toe werden de ruiten van zijn woning ingegooid.
De burgemeester moest eraan te pas komen.
Aaldrik is in zijn dorp nooit meer welkom.
Zijn echtgenote – zij gelooft in hem (dan weer wel, dan weer niet) – vluchtte naar elders. Aaldrik tegen de rechters: ‘Laat de politie de vernielingen aan mijn huis onderzoeken.
Tot nu toe hebben ze er nul uren aan besteed.’
De rechters: ‘Tja, zo hoort het niet te gaan.’

De advocaat zegt dat een op de vijf aangiftes in zedenzaken vals is en een nog groter deel twijfelachtig.
En dat het bewijs in deze zaak niet kan overtuigen.
Het enige dat er ligt zijn de verklaringen van de twee meisjes.
Er is geen bewijs dat hun verklaringen ondersteunt.
Het kan dus ook niet waar zijn.
En als dat kan, dus ook niet waar, dan is er twijfel en dient vrijspraak te volgen.

Schuldig, onschuldig, het is aan de rechters.
In de rechtszaal is de waarheid niet wat er is gebeurd.
De waarheid is in de rechtszaal altijd een juridische: waar is wat bewezen kan worden.

De waarheid voor Aaldrik op dit moment is dat zijn huis inmiddels met giga-verlies is verkocht, dat zijn AOW is stopgezet omdat je in de gevangenis geen vermogen mag vergaren, dat zijn schulden maandelijks oplopen, dat hij naar het oordeel van het dorp is verbannen uit de regio, dat zijn echtgenote is gevlucht, dat hij met de zoon geen contact meer heeft en dat zijn kleinkind (net als haar vriendinnetje) 15.000 euro smartengeld eist.

Voor Aaldrik valt er een vrijheid te winnen die zonder kleur zal zijn.

Rob Zijlstra

update – 8 mei 2015 – uitspraak
Aaldrik moet zitten: 3 jaar waarvan een jaar voorwaardelijk. De rechtbank acht het bezit van kinderporno niet bewezen, mede daarom een lagere straf dan de eis. De schadeclaims zijn afgewezen. Ik verwacht een hoger beroep. Overigens krijgt het OM een heel klein tikje op de vingers van de rechtbank waar de advocaat van de verdachte had gehoopt op een klap voor de kop. De rechtbank beschrijft de tik als: ‘Het ware beter geweest dat de officier van justitie een andere keuze had gemaakt…’  Alsof heldere taal er niet toe doet.

Schermafbeelding 2015-05-09 om 23.54.23

klik op afbeelding

 

Het meisje Ellie

Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij:
‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

 

.

In de voorbije tien jaren heeft de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen zo’n 450 mannen veroordeeld wegens zedenmisdrijven.
Ongeveer een op de tien strafzaken heeft te maken met het vooral seksueel misbruiken van kinderen.
Voor het idee: er zijn meer zedenzaken dan drugszaken.
Nog een idee: bijna al die mannen wonen weer bij u in de straat of net om de hoek.

Zedenzaken zijn per definitie nare zaken.
Dat komt omdat de slachtoffers meestal kinderen zijn en de verdachten verschrikkelijke mannen.
Het zijn ook strafzaken die akelige vragen oproepen.
Hoe kan het dat twee zusjes wekelijks en dat jarenlang door hun vader zijn misbruikt, terwijl de moeder onwetend was?
Hoe kan het dat grote mannen in een hotelkamer seks kunnen hebben met een minderjarig meisje?
Bij zedenmisdrijven wordt veel de andere kant opgekeken.

Vorig jaar stond een man (43) terecht die zes jaar lang zijn dochter zou hebben verkracht.
Hij noemde dat gelul, waarmee hij probeerde uit te drukken dat het niet waar is.
Het gebeurde wanneer de moeder bijvoorbeeld even boodschappen deed.
Of al lag te slapen als hij thuiskwam van zijn ploegendienst.
Toen het meisjeslichaam van Ellie het niet meer aankon, maakten ze een afspraak: niet meer elke dag, maar maximaal drie keer per week.
Een psychiater rapporteerde dat de vader een dominante man is en niet prettig in de omgang.

Ellie legde wel een verklaring af, maar deed geen aangifte.
Dat hoeft ook niet.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vijf jaar.
De rechtbank zei geen enkele reden te hebben te twijfelen aan de betrouwbaarheid van Ellies verklaringen en sprak de vader vrij.
Dat wat Ellie allemaal geloofwaardig vertelde, ontbeerde steunbewijs.
Een verhaal alleen is onvoldoende.
De officier van justitie is tegen de vrijspraak in hoger beroep gegaan (moet nog).

Ellie kwam wel eens in het nieuws.
De eerste keer toen dat gebeurde was ze 14 jaar, de tweede keer twee jaar ouder.
Beide keren betrof het berichten dat er een meisje was vermist.
Normaal postuur, lange haren, sneakers van Adidas.

Die laatste keer was vorig jaar.
Ellie werd door de politie gevonden, dat wil zeggen dat agenten haar aantroffen in een hotel in Breukelen.
De politie had onraad geroken na het zien van pikante foto’s van een meisje op websites met namen als eromarkt en kinky.
Daar staan advertenties op.
Een agent deed zich voor als een geïnteresseerde klant en maakte een afspraak.
Hij moest naar een hotel in Breukelen komen.

Het was niet het eerste hotel waar de dan nog altijd 16-jarige Ellie haar lichaam verkocht.
Eerder zat ze in Alphen aan den Rijn, bij Van der Valk in Almere, in het Best Western te Zaandam.

Als ze ongesteld was, moest ze toch werken.
Dan gebruikte ze speciale sponsjes.
Toen ze na twee dagen het sponsje niet meer kon verwijderen, na al die hitsige klanten, ging Gulio (30) – haar lover – naar de Blokker om een tang te kopen.

De officier van justitie beschrijft dit kille voorval ter illustratie in de rechtszaal.
Hij zegt: ‘Dit is de wereld van de prostitutie. Het menselijk lichaam wordt omgezet in een apparaat. En als het apparaat hapert, dan ga je niet naar een arts, maar koop je een tang bij de Blokker.’

Ellie zit niet in de rechtszaal.
Zij is geen verdachte, maar weer slachtoffer.
Gulio zit er wel.
Hij wordt verdacht van mensenhandel, van uitbuiting, in de ogen van de officier van justitie is hij de moderne slavenhandelaar.
Gulio is opgewekt en vrolijk.
Op de beschuldigingen wil hij wel een korte reactie geven: ‘Niet best, ik schaam mij diep. Dit is niet iets waar ik graag met iemand over praat.’
Hij klinkt net iets te enthousiast.

Gulio uit Amsterdam had Ellie opgehaald uit Groningen.
Dat deed hij uitgerekend op de dag dat Ellie de benen nam.
Zij zat op dat moment vast in Het Poortje en was even met haar begeleider de stad in.
Op de Grote Markt schopte ze haar gehakte schoenen uit en spurtte weg.
Gulio: ‘Ze belde. Ze vroeg of ik kon helpen. Ik help graag vrienden. Ik word blij als ik kan geven.’
Gulio ontkent dat Ellie op zijn verzoek de benen nam.
Hij zegt: “Toen ik haar ophaalde viel het mij op dat ze geen schoenen droeg, dat wel. Ze zei dat ze ruzie had gehad met een vriendje. Ik kon twee dingen doen, haar geloven of haar niet geloven. Ik besloot haar te geloven.’
Kende hij haar?
Gulio: ‘We hebben een keer gechilld.’

Ze rijden naar Zaandam, naar de Zaan Inn, waar Gulio op verzoek van zijn jarige tante een kamer had geboekt voor een neefje en een nichtje die niet kwamen zodat Ellie er mooi gebruik van kon maken.

Het misdrijf begon half augustus, de actie van de politie in Breukelen was op 9 september.
Hoeveel klanten Ellie in die periode had moeten ontvangen?
De aantallen lopen uiteen van een tot drie per dag, opgeteld zo’n vijftig mannen.
Bij de politie vertelde ze dat ze drugs gebruikte want dan ging het gemakkelijker.
Van een rijke klant kreeg ze cocaïne op een bord.
Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij: ‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

Gulio zegt dat hij niet wist dat Ellie nog maar 16 jaar was.
Ellie zegt dat hij dat dondersgoed wist.
Gulio had haar voorgehouden grote plannen te hebben zodra Ellie 18 zou zijn, dan zouden ze het groots aanpakken.
Als de rechters hem dat voorhouden, moet hij hard lachen.
Hij vertelt verontwaardigd dat hij bij zijn aanhouding in Breukelen is behandeld als een crimineel.
Dat hij toen slechts 8 euro en 40 cent op zak had, zegt toch voldoende?
Gulio: ‘Ik heb geen cent van haar genomen.’
Ellie beweert het tegenovergestelde.
Alles.
Bij de politie: ‘Ik was de hoer, Gulio regelde alles.’

Gulio tegen de rechters: ‘Ik heb een eigen stichting, ik doe loverboy- en lovergirl coaching. Ik wil de jeugd graag helpen.’
Hij vertelt dat hij in de gevangenis bezig is met wiskunde voor hoger opgeleiden.
Zodra hij vrijkomt, wil hij naar de universiteit om psychologie te studeren.
Daarnaast zal hij een startkapitaal aanvragen om zijn werk als coach te kunnen voortzetten.

De officier van justitie: ‘Ik eis 24 maanden gevangenisstraf.’
Gulio begrijpt het niet en zegt dat hij naar huis wil.
Naar zijn moeder.

Rob Zijlstra

uitspraak op 4 mei 13 mei