Michael de Vrieze – 2

er is iets heul
geks aan de hand

Eerst even de zaak op een rij.
Michael de Vrieze uit Burum verdwijnt in april 2010 spoorloos.
Spoorloos is hij tot op de dag van vandaag.
Formeel is hij door de rechtbank in Den Haag doodverklaard.
Cafer G. is de man die wordt verdacht daar meer van te weten.
Sterker nog, Cafer G. wordt er van verdacht dat hij De Vrieze heeft vermoord.
Het lichaam van De Vrieze is nooit gevonden.

zie ook II  Michael de Vrieze – deel 1 II

Cafer G. zou het vreselijke hebben gedaan in een woning aan de Jupiterstraat in Groningen.
Dat daar iets ernstigs is gebeurd, blijkt onder meer uit de grote hoeveelheid bloed die in de woning is aangetroffen.
Dat vond de rechtbank in Groningen.
In die bewuste woning huurde Cafer G. een kamer, terwijl De Vrieze er vaak verbleef.
Ze kenden elkaar, misschien wel omdat ze samen iets lucratiefs in de hennep deden (is suggestief).

Een paar dagen na de verdwijning van De Vrieze is Cafer G. met een enkeltje afgereisd naar Turkije, naar het land – hoewel hij in Groningen is geboren – van zijn nationaliteit.
De politie vindt dat erg verdacht en ziet het als een vlucht.
Nog meer verdacht: Cafer G. pint geld met bankpasjes van de spoorloze De Vrieze.
Dat doe hij ook in Turkije

Turkije levert geen onderdanen uit.
Als hij schuldig is – stel dat – dan is hij veilig in Turkije.

Op een dag maakt Cafer G. vanuit Turkije een uitstapje naar Rusland.
Turkije tipt Nederland – dat dan weer wel – en Cafer wordt in Rusland eerst aangehouden, dan in een donker hok gegooid en na drie maanden aan Nederland uitgeleverd.

Er volgt een rechtszaak in januari 2013 in zittingszaal 14
De officier van justitie eist 10 jaar celstraf
De rechtbank legt 12 jaar op wegens doodslag.
Cafer G. – hij ontkent en zwijgt – gaat in hoger beroep.

In een tussenarrest vordert het gerechtshof – ter voorbereiding op de zitting in hoger beroep – nader onderzoek naar het bloed.
Daar is iets mee.
Het Nederlands Forensisch Instituut stelt vast dat veel bloed – aangetroffen in de woning – ineens weinig bloed is.
De hoeveelheid bedekt de bodem van een borrelglaasje, meer is het niet.
Voor advocaat Jacq Taekema is die uitkomst reden een verzoekschrift in te dienen bij het hof.
De raadkamer buigt zich er achter gesloten deuren op 1 juli over en concludeert dat het nieuwe onderzoek nieuw licht werpt op de zaak: de bewijsconstructie waarop de rechtbank in Groningen de veroordeling heeft gebaseerd kan niet langer stand houden.

Weinig bloed in plaats van veel bloed kan betekenen dat de vermeende plaats delict helemaal geen plaats delict is.
En dus dat de misdaad waaraan Cafer G. is gelinkt en waarvoor hij is veroordeeld helemaal niet heeft plaatsgevonden, althans niet volgens het scenario dat de rechtbank voor waar heeft gehouden.
Dat nieuwe inzicht leidt tot een bijzonder besluit, bijzonder in die zin dat zo’n besluit in deze fase van een proces niet vaak wordt genomen: de hechtenis van Cafer G. wordt opgeheven.
Er zijn geen ernstige bezwaren meer hem langer vast te houden.
Hij mag zijn proces – ergens dit jaar – in vrijheid afwachten.

Tot zover de zaak nog even op een rij.

De vraag die mij bezighield – een van de vragen – was of het hof ook voorwaarden had verbonden aan de opheffing van de hechtenis.
Dat Cafer G. zich bijvoorbeeld beschikbaar moet houden.
Dat hij zijn paspoort moet inleveren om te voorkomen dat de verdachtenbank ten tijde van het proces in hoger beroep leeg is.
Of dat hij zich wekelijks moet melden op een politiebureau.
Zoiets.
Dat dacht ik, want ik ben geen jurist.
Het stellen van voorwaarden aan een opheffing kan volgens de wet niet.

Maar nu – nu pas – komt wat ik heel gek noem.

Cafer G. mag het strafproces in hoger beroep dus in vrijheid afwachten.
Maar dat mag hij niet in Nederland.
Hij wordt namelijk het land uitgezet.
Hij wordt het land uitgezet omdat hij als gevolg van deze kwestie inclusief de veroordeling wegens doodslag tot een ongewenste vreemdeling is verklaard.
Hij mag hier wel wachten en tegelijkertijd niet zijn.

Hij moet weg.

Hoewel zijn hechtenis begin deze week is opgeheven, zit hij nu nog een paar dagen vast.
Dat heeft te maken met onbetaalde boetes.
Volgende week – naar ik begreep – wordt hij dan het land uitgezet.
Naar Turkije, naar het land dat geen onderdanen uitlevert.

Dus.

Justitie heeft hem opgespoord en heeft hem vervolgd en wil hem opnieuw vervolgen in hoger beroep, justitie verzocht Rusland hem uit te leveren, justitie wil hem nog zeker tien jaren achter de tralies.
En nu moet justitie diezelfde man naar het land brengen waar hij nog lang en gelukkig in vrijheid kan leven.

Ik snap het wel.
En misschien is Cafer G. ten onrechte veroordeeld.
Dat kan.

Maar toch.

Rob Zijlstra

 

voor de duidelijkheid
Ik heb het Openbaar Ministerie donderdag gevraagd om een reactie. In dit geval bleek ik te zijn aangewezen op voorlichters van het landelijk parket in Den Haag. Iemand van hen liet per e-mail weten dat ik voor antwoorden bij het Openbaar Minsterie Noord-Nederland moet zijn, bij de  voorlichters die mij hadden doorverwezen naar het landelijk parket in Den Haag.
De uitzetting? De uitzetting is een zaak van weer een andere afdeling.
Helaas  dubbelcheck, maar de bron waarop dit verhaal is gebaseerd is betrouwbaar.

Michael de Vrieze

Schermafbeelding 2015-07-14 om 12.45.23

dvhn – dinsdag – klik op tekst voor leesbare versie

De raadkamer van het gerechtshof Leeuwarden heeft vanochtend besloten dat de hechtenis van Cafer G. moet worden opgeheven.
Na dat besluit is G. onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Het besluit is en wordt niet gemotiveerd.
Een woordvoerster van het hof laat weten dat een besluit dat achter gesloten deuren wordt genomen nu eenmaal niet openbaar is.

Het enige dat het hof wil prijsgeven is de bevestiging dat G. naar huis is gestuurd.

Ik vind dat raar.
Iemand wordt in het openbaar veroordeeld tot 12 jaar celstraf en dan wordt een besluit hem na twee jaar heen te zenden in beslotenheid genomen en vervolgens niet toegelicht.
Volgens mij kan dit leiden tot een geschokte rechtsorde, een situatie die rechters normaal gesproken aanhalen een verdachte langer vast te houden.

Het Openbaar Ministerie wil ook niet veel zeggen.
Het Openbaar Ministerie had graag een ander besluit gezien, zegt de OM-woordvoerster.
En verder moet het hof het maar uitleggen.
Doet het hof dat niet?
Oh.

Ik denk dat ik mij nu eerst moet verdiepen in artikel 24 van het Wetboek van Strafvordering.

wordt vervolgd

zie ook raadsels zonder lijk
inclusief het volledige vonnis van de rechtbank in Groningen

– vervolg

Ik heb mijn informanten – deskundigen – geraadpleegd.
Hun deskundige conclusie: het hof handelt volgens de regels.
Gelukkig maar.
Dat ik het maar raar vind, is een gevolg van onwetendheid.

De beslissing de hechtenis van Cafer G.op te heffen is genomen in een besloten raadkamerzitting.
Dat impliceert dat ook besluiten – opgetekend in een beschikking – niet openbaar zijn.
Er was ook geen zitting.
Er lag een verzoek.

Er bestaan besloten zittingen waar de uitspraken wel openbaar zijn.
Kinderstrafzaken bijvoorbeeld.

Informant Mathieu van Linde – strafrechtadvocaat te Groningen – noemt de beslissing van het hof in deze kwestie wel bijzonder.
Er ligt een veroordelend vonnis, wat voldoende is iemand in hechtenis te houden.
Het nieuwe inzicht met betrekking tot het bloed is kennelijk zo doorslaggevend dat er geen ernstige bezwaren meer zijn voor de hechtenis.
In dat geval kan het hof niet anders dan wat nu is gedaan: veroordeelde man naar huis sturen.

Het vervolg is dat er wel een proces in hoger beroep komt.
Niet helemaal uitgesloten is dat het Openbaar Ministerie – niet blij met wat er nu is gebeurd – zal gaan uitblinken in traagheid, op zich het OM niet vreemd.
Er is voor hem OM geen enkele reden haast te maken met een vervolg.
Intussen kan er immers van alles gebeuren.
Het lichaam van Michael de Vrieze kan bijvoorbeeld worden gevonden wat kan leiden tot  weer nieuwe inzichten.

Advocaat Jacq (en niet Jan zoals ik eerder schreef) Taekema zegt morgen woensdag in Dagblad van het Noorden dat de vraag die nu wel gesteld moet worden een heel vervelende is – vooral voor de familie – maar dat die vraag wel gesteld moet worden in het belang deze kwestie op te lossen.

Is Michael de Vrieze eigenijk wel dood?

De hoeveelheid bloed duidde op een misdrijf.
Nu die hoeveelheid bloed maar gering is – bodempje van een borrelglaasje – is er misschien helemaal geen misdrijf.
Of een ander misdrijf.
Met andere hoofdrolspelers.
Of met Cafer G.in een andere rol, een bijrol.
Want ook dat kan.

Ik ga morgen – woensdag – het hof vragen toch nog een toelichting te geven.
Er bestaan niet voor niets persraadsheren.

Schermafbeelding 2015-07-16 om 19.21.04

reactie van persraadsheer Geo Dam – donderdag in dvhn

 

 

 

 

 

 

Er zijn meer vragen.

Cafer G. is veroordeeld mede op grond van veel aangetroffen bloed.
Dat vele bloed maakte een misdrijf aannemelijk.
Nu blijk dat er niet veel aangetroffen bloed is, althans volgens het laatste onderzoek.
Wat voor een onderzoek is dat geweest, waarop Groninger rechters zich hebben gebaseerd?
Een professioneel flutonderzoek?
Goedkoop?
Heel degelijk?
Weten rechters eigenlijk wel waarop zij hun oordelen baseren?

Nog meer vragen.

Rob Zijlstra

Schermafbeelding 2015-07-15 om 10.37.08

uit het vonnis van de rechtbank

 

voor een hoogst merkwaardig vervolg op deze kwestie → hoogst merkwaardig vervolg

Vals verhaal

in de rechtszaal is alleen dat waar,
wat kan worden bewezen

Op mijn bureau op de krant is het een rommeltje.
Er liggen 24 oude vonnissen van de rechtbank schots en scheef door elkaar.
Op een vonnis is koffie gevallen waardoor 12 van de 23 pagina’s grotendeels onleesbaar zijn.
Op mijn bureau ligt ook een gebutst drumstokje (Hayman, nr 5 a) voor als ik mij even moet afreageren.
Er staan 2 half leeggedronken flesjes water, een in 1972 gemaakte foto van Marlon Brando, 3 nog niet gelezen exemplaren van Opportuun, het huisblad van het Openbaar Ministerie, 4 doorgebladerde edities van het Advocatenblad die mij trouw en gratis worden toegezonden door een Amsterdams advocatenkantoor wegens bezuinigen bij de krant, 1 pen rood (bic), 1 pen blauw (bic), een kassabonnetje van 7Camicie waar ik op 20 juni 2015 om 15.46.01 uur een overhemd heb afgerekend en verder nog wat.
Maar dit alles terzijde.

Vals worden beschuldigd.
Dat moet de nachtmerrie zijn van iedereen.
Vooral als die beschuldigingen worden geuit in de rechtszaal door een officier van justitie.
Dan is het menens.

In 2013 werd Bart met beschuldigingen geconfronteerd.
In januari 2014 moest hij bij de politie komen voor tekst en uitleg.
Na tekst en uitleg mocht hij weer naar huis, dat was diezelfde dag nog.
Op 11 juni dit jaar (2015) kreeg hij bericht dat hij op 9 juli 2015 terecht moest staan voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen.
In verband met die valse beschuldigingen uit 2013.

Voor alle duidelijkheid: Bart beweert, en niet zo’n beetje ook, dat de beschuldigingen vals zijn.
Het Openbaar Ministerie ziet daarentegen voldoende wettig en overtuigend bewijs om een straf tegen Bart te eisen.

Dit is het verhaal.

Bart was schilder, maar vond het na 47 jaar welletjes.
Hij ging met pensioen, reed naar het ziekenhuis in Stadskanaal waar een cursus masseren werd aangeboden.
Masseren, mensen met pijn helpen, moest nieuwe glans aan zijn leven geven.
De cursusleider zei dat hij er goed in was, waarop Bart een massagetafel kocht, terug naar huis reed en een praktijk begon.
Niet een echte, want hij deed het gratis.
Voor wie toch iets wilde betalen, was er een fooienpot.

Zo bracht hobbymasseur Bart in de praktijk wat hij in Stadskanaal had geleerd.
Wat de klacht ook is, hij begint bij de hak.
Dan het onderbeen, bovenbeen, onderrug, handdoekje erover, de bekken pakt hij ook altijd eventje mee, ruggengraat, armen, en zo voort.

Rechter: ‘Dus als iemand last had van de schouder, begon u bij de hak?’
Bart: ‘Ja. Altijd onderaan beginnen.’

Hij had zo’n 200 klanten, vrienden, kennissen en kennissen van kennissen.
Het aantal behandelingen dat hij heeft gegeven?
Hij schat zo’n 3000.

Allemaal tevreden klanten?
Ja.
Op twee na: Els en Eva.

Els en Eva, een stel, zijn in dit verhaal de aangevers.
Zij zeggen dat Bart een seksistische boerenpummel is die niet alleen van teen tot top masseerde, maar ook met zijn glibberige handen aan hun borsten zat.
En aan hun vagina.
Dat hij – in zijn korte broekje – oneerbare voorstellen deed.
Dat hij dan begon te hijgen of zwaar te ademen.

Els in haar slachtofferverklaring die in de rechtszaal wordt voorgelezen: ‘Dat er zulke smeerlappen op deze wereld rondlopen.’
Eva: ‘Hij is het vieze geile mannetje in plaats van hulpverlener.’
Bart, ontdaan: ‘Dat ze zulke smerige dingen durven te zeggen.’

Twee volle uren wordt Bart door de rechters ondervraagd.
Het gaat er stevig aan toe.
Hem wordt het vuur na aan de schenen gelegd, doorgezaagd.
Nooit van zijn leven zal Bart beweren dat rechters slapjanussen zijn.

Nu gaat het in de rechtszaal in eerste instantie niet om de waarheid.
In de rechtszaal is alleen dat waar, wat kan worden bewezen.
Wat niet kan worden bewezen, zal waar kunnen zijn, maar kan dan niet de waarheid heten.

Het is – zo vaak bij zedenzaken – het ja van de een (slachtoffer) tegen het nee van de ander (verdachte).
Nu is het zo dat niemand kan worden veroordeeld op grond van een (1) bewijs.
Het moeten er minimaal twee zijn.

De bewijzen tegen Bart: de twee aangiftes van Els en Eva.
Een aangifte mag als bewijs gelden.
Maar zijn die dan wel betrouwbaar?
De officier van justitie: ‘Jawel. De twee aangiftes zijn betrouwbaar omdat die gedetailleerd zijn en naadloos op elkaar aansluiten.’

Bart is te ver gegaan, zegt de aanklager.
Er is geen sprake van dwang, dus vrijspraak voor ontucht.
Maar hij heeft wel als masseur de sociaal ethische normen overschreden, hij pleegde seksueel getinte handelingen die niet overeenkomstig de behandeling waren. Hij maakte misbruik van zijn positie als masseur.
Artikel 249 Wetboek van Strafrecht

De officier van justitie eist een werkstraf van 150 uur waarvan 50 uur voorwaardelijk.

De advocaat is het er niet mee eens.
Els en Eva ervoeren de behandelingen als ontuchtig en heel vervelend en toch blijven ze komen voor nieuwe behandelingen.
Dat is toch raar.
De politie heeft geen van de andere klanten – die vol lof zijn – gehoord.
Waarom niet eigenlijk?
In de verklaringen zitten wel degelijk tegenstrijdigheden.
Over data en tijdstippen.
En waarom moest Bart zeventien maanden in grote onzekerheid verkeren alvorens duidelijk werd dat hij zou worden vervolgd?
Vanwege de ernst van de zaak?
Lijkt de advocaat toch niet na zo een lange tijd.
Advocaat:‘Oftewel vrijspraak.’

Of Bart vals wordt beschuldigd, weet ik niet.
Misschien is hij wel een smeerlap.
Het is aan de rechters te bepalen wat waar en niet waar moet zijn.

Resteert de nachtmerrie.
Het is nog altijd een veelgemaakte opmerking: ‘Als je niets hebt gedaan, heb je ook niets te vrezen.’
De praktijk – zo leert ook dit verhaal – is dat als twee mensen zeggen dat je het hebt gedaan, je op grond daarvan als verdachte in de rechtszaal kunt belanden.
En dan heb je flink te vrezen.

De verklaringen van Els en Eva sluiten naadloos op elkaar aan.
Dat hoeft niet verdacht te zijn.
Els en Eva zijn een stel, zijn altijd samen, samen gingen zo ook naar Bart’s massagetafel.

Betrouwbaar omdat de verklaringen zo gedetailleerd zijn?
Officiëren van justitie brengen dit argument regelmatig naar voren.
Een gedetailleerde verklaring, zeggen aanklagers dan, is juist vanwege de details betrouwbaarder dan een verhaal zonder kleinigheden.
Er zijn rechters die zo’n argument overtuigend vinden.

Ik weet het niet.
Het is wel zo dat de gedetailleerde beschrijving van het wel en wee op mijn bureau grotendeels door mij is verzonnen.

Rob Zijlstra

uitspraak op 23 juli

Schermafbeelding 2015-07-10 om 11.05.29

voor meer klik op tekst

 

 

 

Mooie dag

Man belt.
Noemt zijn naam, ‘t klinkt een tikkeltje verontwaardigd.
Zijlstra moet eens even goed luisteren.
Hij zegt dat-ie al twintig jaar lid is van de krant en altijd mijn stukjes leest op internet.
Mooie stukjes, vindt hij, daar niet van.
Maar nu wil het geval dat hij zelf moest voorkomen.
En wie zat er niet in de rechtszaal?
Ik begrijp toch wel dat hij als trouw lezer enigszins is teleurgesteld.

Ik vraag wat hij had gedaan.
Akkefietje, stommigheidje, stelde niet zo heel veel voor.
Straf?
Ja, dat wel.
‘n Boete.

Ik zeg dat je wel wat meer moet uitvreten voordat je met je verhaal in de krant komt te staan.
Ik stel voor: bij een volgende keer, bel even vooraf. Dan kom ik.

De trouwe lezer, tevreden: ‘Afgesproken Zijlstra.’
Hij wenst mij nog een mooie dag.

Rob Zijlstra

Criminele tip

in washandjes achter
een radiator vinden
agenten bankbiljetten

 

Het moet er heftig aan toe zijn gegaan.
Ze hadden hem op zijn hoofd geslagen en met een hamer op een van de twee grote tenen.
Dat doet gruwelijk pijn.
Daarna dreigden ze vingers af te hakken met een klein Russisch handbijltje.

Zoiets komt niet elke dag voor in Delfzijl.
Het gebeurde in augustus 2012.
Het slachtoffer is Bernard, zijn belagers Duitssprekende mannen uit Rusland en Italië.
De gewelddadige overval op de woning leidde tot een rechtszaak: één verdachte werd vrijgesproken, een ander kreeg vijf jaar celstraf.

Tijdens het strafproces werd duidelijk wat de aanleiding was van een en ander.
Bernard zou erg veel geld in huis hebben.

Een jaar ging voorbij en het werd augustus 2013.
In die maand kwam bij de politie te Delfzijl een tip binnen uit het criminele circuit.
De tip: ene Bernard heeft wapens.
Drie dagen later stonden agenten bij hem op de stoep met het vriendelijke doch dringende verzoek aanwezig schiettuig in te leveren.
Uitleveren, zeggen ze bij de politie.

De woning werd doorzocht.
Er werden twee wapens gevonden, waaronder een doorgeladen Smith en Wesson in de bank.
Een beetje hasj.
In washandjes achter een radiator vonden agenten bankbiljetten.
Briefjes van tien, van twintig, twee van vijfhonderd.
Opgeteld: 26.410 euro.
Elders in de woning nog eens 159 biljetten van tien euro.
Tezamen: 28.000.

Dit zijn geen alledaagse vondsten.
Bernard werd per direct benoemd tot de grootste drugsdealer van Delfzijl.
Drie dagen zat hij vast in een politiecel.
Daarna viel het mee en mocht hij naar huis.

Bernard ontkent de drugshandel.
Het gevonden geld had hij verdiend met hard werken.
Zo had hij een drainagesysteem aangelegd in een tuin van een huisarts.
Het geld was bedoeld voor een nieuw gebit en voor zijn oude dag.

De agenten namen het geld mee naar het politiebureau en begonnen eerst te tellen en daarna te rekenen.
Na bijna twee jaar waren ze eruit.
Conclusie: Bernard heeft 47.621,68 euro verdiend.
Niet met hard werken zoals hij beweert, maar met de handel in drugs.

Twee weken geleden werd de kwestie dan eindelijk voorgelegd aan de rechtbank.
Niet alles in de opsporing heeft nu eenmaal prioriteit.
De rechters hebben inmiddels gesproken.
Bernard moet acht maanden naar de gevangenis wegens witwassen en wapenbezit, beetje drugs.
De eis was negen maanden.

Die 28.000 euro is hij kwijt.
De rechters zeggen dat ze het niet aannemelijk, maar juist onaannemelijk vinden dat Bernard dit geld heeft verdiend met klusjes.
Dat geld wordt verbeurd.
Daarnaast moet hij die 47.621 euro en 68 eurocent – het wederrechtelijk verkregen voordeel – aan ons afdragen.

Het is voor de misdaadbestrijders niet te hopen dat Bernard in hoger beroep gaat.
Dan gaat het nog jaren duren.

Rob Zijlstra

Geen werk, mooi werk

mijn wenkbrauw zit
al bijna in de haargrens
als ik u dat hoor zeggen

 

Franky kun je rustig een apart geval noemen.
Hij is net een paar weken 21 jaar, hij heeft geen diploma’s, geen werk en geen werkervaring.
Hij heeft wel een vriendin.
Elke dag wacht hij bij het hek van de school om haar op te halen.

Zijn moeder had gezegd dat hij liegend en bedriegend door het leven gaat.
Ze noemt haar zoon een ‘luie, manipulatieve klootzak’.
Als de rechters hem dat voorhouden, zegt Franky: ‘Dat is natuurlijk niet leuk.’
Maar de zorgen die er over hem zijn – zorgen van hier tot helemaal aan Tokio – zijn misplaatst, vindt hij.
Dat komt door zijn vriendin.
Dankzij zijn vriendin zal hij op het rechte pad blijven.

Als hij dat zegt, staren de rechters hem met grote ogen aan.
Een van de rechters: ‘U bedoelt uw vriendin van 14 jaar die al eens zwanger van u is geweest en toen abortus pleegde?’
Franky knikt: ‘Die ja. Ze is trouwens bijna 15.’

Hij had ingebroken bij een kennis van zijn vader.
Uit de woning had hij naar eigen zeggen speelgoed en een hoop troep gehaald, uit de schuur onder meer gereedschap, een lasapparaat, een werkbank, een slijpmachine, een boorstander, een tafelzaagmachine.
De Volkswagen Golf die er ook stond, had hij verpatst bij de sloop.
Had nog 150 euro opgeleverd.

Dit was niet alles.
In Muntendam had hij ingebroken in een woonvoorziening waar zijn vriendin verblijft.
Daar pikte hij geldkistjes en pinpassen met bijbehorende pincodes.
Met het gepinde geld deed hij boodschappen en verbleef hij een paar nachten bij Van der Valk.

Hij zegt:‘Het was steeds haar idee en ik was zo stom om het te doen.’
Wat ook meespeelde was dat hij het huis was uitgezet.
‘Ik kon nergens heen.’
Het was ook daarom dat hij de banden van de auto van zijn broer had lek gestoken.
‘Hij zou me helpen, maar hij trok de handen van me af.’
Verder zijn er nog wat vernielingen, wat diefstallen met braak, bedreigingen, een zware mishandeling.
Opgeteld: 18 misdrijven.

Franky wil wel een behandeling.
Hij wil dan wel leren, zegt hij, dat hij eerst moet nadenken en dan pas moet doen.
De rechters zeggen dat ze iets opmerkelijks hebben gelezen in het strafdossier.
‘U bent al vaak veroordeeld, ook door kinderrechters, u heeft een fors strafblad, bent inmiddels veelpleger (erkende status), maar u drinkt geen alcohol en u gebruikt ook geen drugs. Dat maakten we nog nooit mee.’
Franky glimlacht en zegt: ‘En ik rook ook niet.’

Hij heeft een hulpverlenende coach die laat weten dat hij al een tijdje niet door de politie is gebeld.
‘Dat is dus positief.’
De coach zegt ook: ‘Franky is een prima jongen, alleen we krijgen hem niet tussen de lijntjes.’

De coach: ‘Hij is meerderjarig, dus dwingen kunnen we hem niet.
Hij woont nu zelfstandig en eerlijk gezegd hoop ik dat dat misgaat zodat hij noodgedwongen bij ons komt. We houden een plek voor hem vrij.’
De hulpverlener geeft toe dat hulp verlenen aan Franky is als trekken aan een dood paard.
‘Maar we laten hem niet vallen, want dan is het hek van de dam.’

Rechters: ‘Wat gaat er gebeuren als de verkering uitgaat?’
Franky: ‘Dan blijf ik op het rechte pad.’

De officier van justitie noemt de verdachte een plaag voor de samenleving die een forse straf verdient.
Hij wil dat Franky zijn zelfstandige woonruimte opgeeft en onder de vleugels van de coach gaat wonen.
Doet hij dat niet, dan kost hem dat negen maanden celstraf.
Die maanden gelden daarom als voorwaardelijk.
Daarnaast is er de onvoorwaardelijke strafeis: een half jaar zitten.

De advocaat zegt dat het opleggen van straf in dit aparte geval niet zal helpen.
Hij snapt de aanklager overigens wel: de officier van justitie moet wat, voor het oog van de buitenwacht.
‘Maar ik pleit voor een tweede kans. Voor een laatste kans.’

Er zat deze week nog een apart geval in zittingszaal 14.
Het betreft een vrouw die niet in het echt Natasja heet, in Assen woont en over een paar dagen 40 wordt.
Zij genoot wel opleidingen, heeft werkervaring en had een baan.
Ze was administratief medewerkster van een bedrijf dat internationaal actief is in de scheepsbouw in Sappemeer.
Het ontslag was op staande voet.

Tussen januari 2007 en september 2011 zou zij geld van haar werkgever hebben verduisterd (gestolen).
Toen ze na vier jaren tegen de lamp liep, was de verduistering opgelopen tot bijna 150.000 euro.

De verdenking is dat ze bedrijfsgeld overmaakte op haar eigen rekening, soms duizenden euro’s per maand en dat ze aankopen deed met de pinpas van het bedrijf.
De bankpas lag met pincode in een zwart doosje in een van de lades van haar bureau.

Natasja zegt niet zo veel.
Bij de politie had ze het een klein beetje toegegeven.
In de rechtszaal antwoordt ze dat het wel zou kunnen, dat ze het niet meer weet en dan weer dat ze het niet heeft gedaan.
Een van de rechters: ‘Mijn wenkbrauw zit al bijna in de haargrens als ik u dat hoor zeggen.’

Een vraag was of het niet merkwaardig is dat een bedrijf in de scheepsbouw aankopen doet bij Vera Moda, We Men, Ici Paris en bezoeken brengt aan Sundays (zonnestudio)?
Dat een scheepsbouwbedrijf toch geen schoenen koopt bij Manfield in Assen?
En wat moet een scheepsbouwer met lingerie?

Wat ze toegeeft is goed voor 40.000 euro.
En de rest?
Ze zegt, zachtjes, dat de jongens van de werkvloer ook van het pasje gebruik maakten.
En dat de jongens, net als de directeur zelf trouwens, nooit bonnetjes hadden als ze de pas hadden gebruikt.

De rechters hadden gelezen dat Natasja aan haar vriend een bijzonder cadeau had gegeven: een feestje met een optreden van Mooi Wark.
Had haar 3400 euro gekost.
Ging daar het geld naar toe?
Naar dat soort dingen?
Ze zwijgt.

De strafzaak wordt, ook apart, niet afgerond.
De advocaat zegt dat hij onvoldoende tijd heeft gehad om de financiële kant van de zaak te bestuderen.
Het Openbaar Ministerie had het dossier immers te laat bij hem afgeleverd.
Ook moet de advocaat – voor iets heel anders – over een uurtje al in de rechtbank van Assen zijn.
De strafzaak krijgt iets gehaasts, iets lelijks.
De rechters besluiten halverwege te stoppen om later verder te gaan.
Later is in dit geval: oktober (nog wel van dit jaar).

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 6 juli 2015
De rechtbank acht alle feiten die aan Franky ten laste waren gelegd bewezen. De opgelegde straf: 12 maanden waarvan 9 voorwaardelijk. Daarnaast moet hij zich laten behandelen en moet hij onder begeleiding gaan wonen bij de mensen die hem willen helpen.

Waarschuwingsschot

even na middernacht
kwamen ze twee
onvriendelijke mannen tegen

Elf en een half uur kijk en luister ik in de rechtszaal naar twee jongemannen die de keuze hebben gemaakt een crimineel leven te leven.
Ze zijn van Curaçao, ze zijn 22 en 27 jaar en al jaren hier.
De een heet Dennis, de ander Wouter.
Ze staan terecht omdat ze opgeteld en soms samen, zo’n 25 misdrijven zouden hebben gepleegd in Groningen en Assen.

Dennis heeft een strafblad dat nog niet heel omvangrijk is, maar volgens de rapporten is er bij hem sprake van een patroon van steeds gewelddadiger delicten.
Dennis glijdt af in de ene en klimt op in de andere wereld, kun je zeggen.
Het strafblad van Wouter is een boekwerk.
Ondanks dat hij nog maar 27 jaar is, heef hij al vele jaren in gevangenissen verprutst.
Over hem rapporteren deskundigen dat hij extreem zelfgenoegzaam is en tegelijkertijd achterdochtig en soms vijandig.

Wat blijft hangen na de lange strafzaak is het gemak waarmee de twee verdachten in dat criminele leven lijken te staan.
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat de Turkse maffia een prijs op het hoofd zet van een 22-jarige en dat die jarige dan een semi-automatisch vuurwapen aanschaft.
Om er waarschuwingsschoten mee te lossen, zegt hij.
Dat lijkt hem ook zo logisch als wat, want je laat je toch niet door de Turkse maffia neerknallen?

De man die moest worden gewaarschuwd verklaarde dat als hij zijn hoofd niet had weggedraaid, hij dood was geweest.
Nu is hij alleen maar doof aan het linkeroor, mogelijk voor altijd.
De vermeende maffia had na de schietpartij extra beveiliging aangevraagd bij de burgemeester van Groningen.

De misdrijven waar Dennis en Wouter zich voor moeten verantwoorden variëren.
Er zit een (elektrische) fietsendiefstal tussen, heling, bedreigingen, belediging (Wouter noemde een agent in burger een flikker), wapenbezit, mishandelingen, openlijk geweld, pogingen tot doodslag (aanvankelijk moord) en cocaïnehandel.

Wat ze kunnen ontkennen, ontkennen ze.
Als de vragen te lastig worden, wordt op advies van de advocaten een beroep gedaan op het zwijgrecht.

Het speelveld van de twee verdachten is volgens het Openbaar Ministerie het A-kwartier, de mooiste stadswijk in Groningen waar mensen wonen, waar middenstanders het hoofd boven water houden en waar – in het prostitutiegebied – de lokale overheid mensenhandel probeert tegen te gaan met een beleid van vergunningen.

Rechters tegen de twee verdachten: ‘Dus jullie zijn niet de drugsdealers van het A-kwartier?’
Dennis: ‘Nee, ik ga daar wel heen, maar dan voor de praatjes. Niet voor die drugsdingen.’
Dennis legt aan de rechters uit dat hij op straat vaak wordt aangehouden door de politie die hem voortdurend controleert.
Hij zou voldoen aan een signalement.
Dennis: ‘Maar rechters, er bestaan meer grote dikke zwarte negers. Ik ben niet de enigste.’ (Gronings voor enige).
Komt bij: ‘Ze vinden nooit wat, nooit drugs, nooit geld. Hoe dan dealer?’

Ook Wouter, die in het Groninger circuit De Lange zou worden genoemd, ontkent zowel zijn bijnaam als dat hij drugsdealer zou zijn.
Zegt: ‘Ik ben, ik was, een gebruiker. Ik gaf wel eens wat weg.’
Het Openbaar Ministerie heeft hem een tijdje in de gaten gehouden en vastgelegd dat hij in korte tijd 280 keer telefonisch contact had met Hendrik, 37 keer met Johanna, dat er 229 belcontacten zijn geweest met Guus.
Allemaal gebruikers.

Het onderzoek leverde een rekensom op waaruit zou moeten blijken dat Wouter opgeteld 5.700 bolletjes cocaïne aan 3.850 drugsgebruikers (veel dubbeltellingen) heeft verkocht wat hem bruto 57.500 euro heeft opgeleverd.
Nu de inkoop van cocaïne 34 euro per gram bedraagt, moet Wouter 18.480 euro winst hebben geboekt.
Klopt dat?
Hij laat het aan zijn advocaat over om duidelijk te maken dat het niet klopt.
De advocaat: ‘Het klopt nooit een keer.’

Aan het waarschuwingsschot van Dennis ging een steekpartij vooraf.
Dat was in mei vorig jaar.
Dennis en Wouter hingen en liepen hun dagelijkse rondjes door het A-kwartier.
Even na middernacht kwamen ze twee onvriendelijke mannen tegen.
Of andersom.
Er werd homo geroepen.
En ‘vieze Turk’.
Er volgde een handgemeen.
Er werden messen getrokken.
Er werden stekende bewegingen gemaakt.
Er werd afgeweerd.

Dennis en Wouter vertellen dat ze werden aangevallen.
Een van de twee mannen raakte gewond.
Een snee in de wang, een wond in de nek.
Wouter: ‘Ik heb wel geslagen. Die mannen zochten ruzie met mij. Ik had geen mes, wel een sleutelbos in de hand.’
De officier van justitie: ‘Niks sleutel, het was een mes.’
De advocaat noemt de steekverwondingen ‘beschadigingen van de huid’.

Het slachtoffer is eigenaar van een café in de rosse buurt waar Wouter niet meer mag komen.

Vijf dagen na het steekincident lijkt zich een situatie te herhalen, maar dan even na middernacht.
Weer komen ze die Turkse mannen tegen.
Dennis en Wouter zeggen dat ze weer zomaar werden aangevallen.
Dennis had al gehoord dat er – naar aanleiding van de steekpartij eerder – een prijs op zijn hoofd was gezet van 10.000 euro.
Tegen de rechters: ‘Ze hadden wapens, dat heb ik gezien. Als de Turkse maffia mij wil omleggen, dan verdedig ik mezelf. Toch? Daarom had ik dat wapen gekocht.’

Het schot dat hij afvuurde kan best vlakbij een hoofd zijn geweest, maar de kogel ging rechtsreeks de lucht in, verzekert Dennis.
‘Had ik hem willen neerschieten, dan had ik dat wel gedaan.’

Niet veel dagen na dit schot worden ze aangehouden, Wouter tijdens het boodschappen doen in de Albert Heijn.
Hij wist zijn wapen nog te verstoppen achter waren in een schap.
Zijn vriendin belde later Misdaad Anoniem om te vertellen dat er een vuurwapen in de supermarkt lag.
De burgemeester had toen al extra veiligheidsmaatregelen aangekondigd voor het A-kwartier.

Dennis hoort drie jaar celstraf tegen zich eisen (jaar voorwaardelijk).
Hij rookt nog wel zijn wiet, ook nu in de gevangenis verblijft, maar niet meer voor dertig euro per dag.
Zegt tegen de rechters: ’Ik ben aan het dimmen.’
Komt hij vrij, dan wordt hij kok, of nog liever begint hij een eigen bedrijf in de ICT.

Wouter met zijn recidive hoort vier jaar celstraf eisen (waarvan ook een jaar voorwaardelijk). Daarna moet hij zich verplicht laten onderzoeken en behandelen.
Dat kan nog eens twee jaren duren.
Hij wil geen hulp.
Want voor wat?
Zijn enige probleem is dat de politie een hekel aan hem heeft.
En dat kan hij zelf wel oplossen.

Rob Zijlstra

update – uitspraken – 2 juli 2015
Wouter is veroordeeld tot 4 jaar celstraf. Zonder voorwaardelijk deel. Dat laatste heeft ook met zijn houding te maken. Wie niets wil, krijgt ook niets cadeau, redeneert de rechtbank. Dennis komt wat dit betreft iets beter uit de strijd: 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Verreweg de meeste zaken waar het duo zich voor moest verantwoorden, vindt de rechtbank bewezen.