Meest kostbare bezit

Moordenaars zijn, ook als ze nog
verdachten zijn, altijd kleiner dan je denkt

Schermafbeelding 2016-04-29 om 00.36.26Sinds 1970 zijn in de stad Groningen ten minste 134 mensen door een geweldsmisdrijf om het leven gekomen.
Wat we zeker weten is dat het gaat om 74 mannen en 60 vrouwen.
Het zijn er meer, want er worden misdrijven over het hoofd gezien.

De meeste moorden zijn overigens geen moorden maar doodslagen of anderszins.
Zo zitten er mishandelingen met de dood tot gevolg tussen.
Echte moorden, dus voorbedacht, willens en wetens: welgeteld 21.
De meeste van de 134 levensdelicten werden gepleegd tussen november en april.
Vooral in april is het oppassen.
In mei en juni wordt er weinig gemoord, net als in september en oktober.

Negen stadse moordzaken zijn niet opgelost.
In Groningen kunnen dus best negen moordenaars op vrije voeten rondlopen.
Dat hoeft niet eng te zijn; enger is dat er tientallen mensen door de stad lopen die de komende jaren voorbedacht of in een hevige gemoedsopwelling een medemens om het leven zullen brengen.
Ik durf hier wel op te schrijven dat een aantal slachtoffers nog geboren moet worden.

Moord is het zwaarste delict dat het wetboek van strafrecht kent.
Rechters schrijven dan in hun vonnissen dat de verdachte ‘het meest kostbare bezit en het hoogst beschermde rechtsgoed aan een persoon heeft ontnomen’.
Wanneer rechters dit zo opschrijven is de verdachte de dader.

Op zaterdag 15 augustus 2015, even na half drie in de middag, werd Nelson Mariano ‘Mais’ Jozef doodgeschoten in de Sumatralaan in Groningen.
Michael D. zou de dader zijn.
Toen het gebeurde waren de mannen even oud.
Allebei 42.
Nu is alleen D. een jaar ouder.

Het Openbaar Ministerie eiste afgelopen week een gevangenisstraf van tien jaar en wil dat de rechtbank ook de maatregel tbs met dwangverpleging oplegt.
De samenleving moet tegen Michael D. worden beschermd.
D. geeft toe dat hij de fatale kogel afvuurde.
Hij wil zijn straf uitzitten voor ‘die ding’ die hij heeft gedaan, als het maar zonder tbs is.
Tegen de rechters: ‘Ik ben niet knettergek of zo.’

Moordzaken zijn per definitie heftig.
In de rechtszaal hangt altijd spanning in de lucht, alleen al vanwege het feit dat familie, beste vrienden en kennissen van zowel de verdachte als van het slachtoffer samen de niet zo grote publieke tribune bevolken.
De spanning is kort voor aanvang het groots, op het moment dat de verdachte de rechtszaal wordt binnengebracht.
Velen zien zo iemand dan voor het eerst.
Moordenaars zijn, ook als ze nog verdachten zijn, altijd kleiner dan je denkt.

De twee mannen – vaders van kinderen – hadden bonje en dat zeurde al een paar dagen door de buurt.
Michael zou irritant met zijn scooter over de stoep zijn gereden.
Mais Jozef zou daar iets van hebben gezegd.
Michael D. had toen vlak voor zijn voeten op de grond gespuugd.
Of was het de fiets van Mais die Michael D. had meegenomen?
De rechters: ‘Wat was nou de aanleiding?’

Misschien hoopten ze op iets groots, op een heikele kwestie van wezenlijk belang.
Een vrouw.
Een onbetaalde rekening.
Desnoods een zoekgeraakte partij drugs met een straatwaarde van een paar miljoen.

Michael D.: ‘Jaloezie.’
Rechters: ‘Jaloezie? Waar was Mais Jozef dan jaloers op?’
Michael D.: ‘Hij vond het niet leuk dat ik een mooie scooter had.’

De aanleiding om het zwaarste delict uit het wetboek van strafrecht te plegen is vaak een onbeduidende.
Met de grootste gevolgen.

Michael D. vertelt aan de rechters dat Mais Jozef hem achterna zat met een ijzeren staaf, een breekijzer met een scherpe punt. Zegt: ‘Hij wilde mij kapotmaken. Ik was bang.’
Rechters: ‘U zegt dat u werd bedreigd. Dat hij u wilde doodmaken. Waarom heeft u dan niet de politie gebeld.’
Michael D., met de logica van de straat: ‘Ik had geen beltegoed.’

Getuigen verklaarden dat twee mannen, eentje op een scooter, eentje met een fiets, elkaar op die zaterdag aan het uitdagen waren.
Wanneer het misgaat, gaat het snel.
Michael D. wordt geslagen met die ijzeren staaf.
Drie keer.
De mannen vallen, krabbelen overeind.
Michael D.: ‘Hij kwam toen weer naar me toe. Er was geen respect. Ik zag hem wazig en ik dacht dat hij mij nog een keer wilde slaan. Ik was in paniek. Toen heb ik hem neergeschoten.’

De enige kogel die wordt afgevuurd raakt Mais Jozef in de borst.
Rechters, want dat zouden zij doen: ‘U had ook in de lucht kunnen schieten.’
Michael D.: ‘Het was hij of ik.’

De verdachte vertelt dat hij al jaren een wapen draagt.
Soms?
Nee. Meestal altijd.
In de broekzak. Een revolver. Ja, geladen. Drie kogels.
Later zegt hij dat het geen revolver was, maar een schietpen waarmee één kogel per keer kan worden afgevuurd.
Het wapen waarmee Mais Jozef is doodgeschoten is niet gevonden.

Advocaat Cees Eenhoorn zegt dat er sprake is van noodweer.
‘Mijn cliënt is geslagen met een stuk ijzer en moest er rekening mee houden dat hij weer zou worden geslagen. Hij verdedigde zich.’
De officier van justitie: ‘Niks noodweer. Hij zocht zelf de confrontatie. Hij is geslagen, maar door te schieten met een vuurwapen zijn grenzen overschreden. Verdachte is al jaren in beeld bij justitie en er is sprake van voortdurend delictgedrag. Dat telt ook mee.’

De officier van justitie zegt dat Mais Jozef een vader was, een zoon, een broer, een vriend, die nu elke dag wordt gemist.
Een vrijwilligster van Slachtofferhulp spreekt namens de broer.
Zij zegt met een bijtende stem tegen de verdachte: ’Ik haat je’.
Zoiets mag Slachtofferhulp helemaal niet zeggen, maar de medewerkster deed het toch.
Een dochter zegt dat ze hoopt dat de moordenaar van haar vader een passende straf krijgt en dat zij verder willen, zonder trauma’s, zonder haat.

Mais Jozef was niet verzekerd.
De gemeente Groningen nam daarom de kosten voor onder meer de begrafenis voor haar rekening.
Dat betekent wel dat het graf over drie jaar wordt geruimd.
De nabestaanden kunnen dat voorkomen door de grafrechten te kopen.
Het Openbaar Ministerie vindt het billijk dat de verdachte – die straks tot dader wordt veroordeeld – die kosten gaat dragen.

Ook vindt de officier van justitie het meer dan redelijk dat Michael D. de komende jaren maandelijks 100 euro betaalt aan twee kinderen van Mais Jozef.
Dat moet hij dan gedurende 118 en 133 maanden doen, net zo lang tot de kinderen 18 jaar zijn, dan oud genoeg om in hun eigen levensonderhoud te kunnen voorzien.

Hoe zakelijk ook, bij moordzaken wordt in de rechtszaal ook letterlijk met de verdachte afgerekend.

Rob Zijlstra

uitspraak: eind mei

Onaangenaam gezelschap

Weet u wel wat ze tegenwoordig
met snitchers doen?

Schermafbeelding 2016-04-23 om 23.39.08

@zittingszaal14

Mark kijkt aan het einde van de bijna zes uur durende zitting met een schuin oog naar de grote camera die rechts van hem op een statief in zittingszaal 14 staat opgesteld.
De lens loert in zijn richting.
Mark weet: televisie.
Het is Hart van Nederland, SBS.
Dat is voor hem niet gunstig.
Mompelt: ’Al die pers, heel dat circus.’

Hij vertelt aan de rechters, voor de zoveelste keer tijdens de zitting, dat hij een eenzame man is.
‘Niemand vindt mij leuk, daarom heb ik mezelf teruggetrokken.’
Zucht diep, veegt tranen weg.
‘En nu zit ik in de gevangenis. Nou, als je je ergens eenzaam voelt, dan is het daar wel. Ik kan… ik durf ook aan niemand te vertellen waarom ik daar zit. Ik lieg de hele dag alles bij elkaar. Als ze erachter komen dat ik voor zeden zit, dan kan ik het vergeten. Ik word nu nog door de zwaarste criminelen gevraagd om met hen te voetballen. Dat vind ik leuk, ze vinden me aardig. Maar als vanavond Hart van Nederland is uitgezonden, kan ik mij nergens meer in de gevangenis vertonen. Zit je voor zeden, dan heb je het heel zwaar.’

De rechters proberen Mark gerust te stellen.
De pers, zeggen de rechters, noemt nooit namen van verdachten.
Mark is er niet gerust op.
Het is niet de eerste keer dat hij terechtstaat en in de pers is eerder aandacht voor zijn zaak geweest.
‘Toen wist iedereen dat het over mij ging.’

Wat de officier van justitie betreft zal de van ontucht beschuldigde Mark de komende tijd moeten blijven liegen en bedriegen, want de strafeis luidt opgeteld 30 maanden celstraf en tbs met voorwaarden.
Gaat het weer fout, dan staat de deur naar tbs met dwangverpleging voor hem open.

Ook de 46-jarige Nino uit Groningen is allesbehalve gerust.
In zijn woning zijn drugs gevonden – 273 gram cocaïne en 183 gram wiet – in een lade in de slaapkamer lagen honderden plastic gripzakjes waarin drugs worden verkocht, ergens slingerde een weegschaaltje, overal mobiele telefoons (14 in totaal), een pistool van Umarex en onder het matras een BBM-revolver met patronen.
Buiten bij de voordeur hingen camera’s.

Nino kan het verklaren.
De rechters mogen best weten dat hij vroeger dingen heeft gedaan, dingen die hij nu niet meer doet.
Dat heeft hij zijn dochter die hij elke dag naar school brengt en voor wie hij kookt beloofd.
Sowieso is hij bezig jongeren die bij hem in de straat rondhangen ervan te overtuigen dat ze niet het slechte pad moeten kiezen.
Dat slecht niet stoer is.

De rechters: ‘Maar die spullen die bij u zijn aangetroffen zouden erop kunnen duiden dat bij u thuis drugs worden verhandeld. Dan geeft u niet het goede voorbeeld.’
Nino zegt dat de rechters het verkeerd zien.
Het zit zo.
Er was een vrouw die tijdelijk bij hem kwam wonen, die drugs waren van haar, niet van hem.
Een van de wapens had hij afgepakt van een vriend met slechte ideeën, daar had hij toch goed aan gedaan.
De telefoons zijn oude telefoons, tien, vijftien jaar oud, ja, die verzamelt hij, de plastic zakjes zijn er om vlees in te doen, de twee camera’s bij de voordeur hebben het nooit gedaan, die heeft hij daar stuk opgehangen.

De officier van justitie suggereert dat Nino de tijdelijke mevrouw met drugs had kunnen weigeren en dat hij in beslag genomen wapens had kunnen melden bij politie.
Had hij dat gedaan, dan was zijn verhaal misschien geloofwaardig geweest.

Nino reageert ontzet.
‘Wat? Aangeven bij de politie?’
Tegen de rechters, met stemverheffing: ‘Weet u wel wat ze tegenwoordig met snitchers doen? Praat je met de politie, dan komen ze bij je aan de deur en dan hakken ze je kop eraf. Niemand die mij beschermt.’
De rechters moeten weten dat de tijdelijke mevrouw met drugs de vrouw is van een president van een motorbende.’
De rechters: ‘Ja, dat is wel link.’

De officier van justitie eist 15 maanden celstraf.
Nino, nog steeds van slag: ‘Ik ben geen verrader.’

Verraders en plegers van ontucht genieten in gevangenschap geen aanzien.
Dat is eens begonnen in Amerikaanse speelfilms en nu is het ook in het echt zo.

In december 2014 is er in de van Mesdagkliniek in Groningen, op de afdeling resocialisatie, een feestje gaande.
Niet dat er iets valt te vieren, maar er is drank (strohrum) en er zijn drugs.
Dan wil het wel.
Bernard is niet uitgenodigd.
Bernard ligt niet lekker in de groep.
Omdat hij, zeggen ze, een pedo is.
Bernard zit alleen op zijn kamer met de deur op slot.

Halverwege het feest wordt het hem teveel en vraagt hij aan de feestgangers of de muziek wat zachter kan.
Hij krijgt verwensingen naar het hoofd geslingerd en hij keert terug naar zijn verblijf.
De feestvierders, het zijn Tim, Ben en Sjon, vinden dat het maar eens moet zijn afgelopen met die altijd zeurende Bernard, die ‘vieze pedo’.
Ze besluiten Bernard te vermoorden.

De officier van justitie: ‘We hebben het hier dus over een zuivere poging tot moord in vereniging.’

Het wordt een nare gebeurtenis.
Met een smoes weten ze Bernard te bewegen de deur te openen en dan gaan ze los.
De afranseling heeft veel weg van een marteling.
Hij wordt geslagen, geschopt, met een schaar bewerkt, met een bot broodmes dreigen ze zijn keel open te snijden, met een koord uit een kledingstuk proberen ze hem te wurgen.
Af en toe nemen ze even pauze.
Na een uur gaat Sjon (met bloed besmeurd) bij een mede-patiënt een sigaret roken.
Die zegt dat het geen goed idee is, zo’n moord op de afdeling.
Sjon laat zich overtuigen en waarschuwt kort daarna via de intercom de slapende beveiliging.
Tim zal later toegeven dat als de beveiligers niet waren gekomen, Bernard het niet zou hebben overleefd.

Sjon zegt dat hij meedeed, juist om te voorkomen dat de situatie zou escaleren.
Ben zegt hetzelfde.
Tim had laten weten ontzettend veel spijt te hebben van wat er is gebeurd (hij stond in januari al terecht).
De officier van justitie gelooft geen van allen.

Tim kreeg een nieuwe tbs met dwangverpleging.
Die hij had vervalt.
Ben en Sjon, die al jaren tbs’ers zijn, horen gevangenisstraffen eisen van 24 en 30 maanden.
De officier van justitie: ‘Wie tbs heeft, heeft geen vrijbrief tot straffeloosheid.’

Misschien moet Mark alvast zijn foto’s van Facebook verwijderen.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

ik schreef eerder over Mark: de schennispleger [2014]

 

Academie voor de krantenlezer

 

Schermafbeelding 2016-04-20 om 23.50.18

 

De tijd dat de krant vrijwel uitsluitend het nieuws bracht van de vorige dag is voorbij.

Wij krantenmensen doen nog wel steeds ons best, maar we geven meer en meer toe dat de wereld die wij beschrijven aan het veranderen is.

 

Heel lang wisten we dat ook wel, maar  hadden we het niet in de gaten.
Ja, dat zoiets kan is wel heel raar.

Ik heb een hoofdredacteur gehad die op de redactie verkondigde dat wij meer moesten schrijven over onderwerpen waar de mensen die gingen koffiedrinken bij de V&D over spraken.

Het is daar nu heel stil.
En de krant leeft nog.

Een van de dingen die de krant – de krant waarvoor ik werk – nu doet is het organiseren van lezingen voor mensen die zijn geïnteresseerd in de wereld om ons heen. Al sinds jaar en dag is er de Medische Publieksacademie, een lezingenserie over de gezondheid en menselijke ongemakken. De krant doet dat samen met het Universitair Medische Centrum Groningen (UMCG), met het ziekenhuis dus. Dat is een groot succes.

Vorig jaar is de krant (Dagblad van het Noorden dus) begonnen met de Publieksacademie voor de Rechtspraak. De krant doet dat samen met de Rechtbank Noord-Nederland, het Openbaar Ministerie Noord-Nederland en de Rijksuniversiteit Groningen.

Woensdagavond was de vijfde aflevering.
Het thema: DNA in strafzaken.
De sprekers waren Ingrid Jullens, forensisch onderzoeker bij de Politie Noord-Nederland en Jeroen van Bruggen, strafrechter.
Er waren 350 geïnteresseerde bezoekers.
Meer mensen laat de zaal (in het fraaie Academiegebouw) helaas niet toe.
De belangstelling was evenwel veel groter.

De intentie is om tenminste zes lezingen per jaar te houden, steeds met twee deskundige sprekers.
Na de zomer, in september, gaan we verder.
Met meer en volle zalen.

Rob Zijlstra

Schermafbeelding 2016-04-20 om 23.05.30

Schermafbeelding 2016-04-21 om 07.09.29

krant van vandaag

 

Angstschreeuwen

Hij moet meekomen, mee naar Groningen
om daar iemand bang te maken

Schermafbeelding 2016-04-15 om 00.12.16

Om de misdaad binnen de perken te houden, richt het strafrechtsysteem zich voornamelijk op de misdaadpleger.
Een koppige geit naar de gevangenis sturen is in het kader van de misdaadbestrijding natuurlijk ook tamelijk onzinnig.
Maar misdaadplegers zelf leggen het waarom van hun doen en laten vaak buiten zichzelf.

In zittingszaal A van het Paleis van Justitie in Leeuwarden diende afgelopen week een vreselijkste rechtszaak.
Op de antieke houten stoel voor de rechters (raadsheren) zat Karin S. (51), misschien wel de slechtste moeder ter wereld.
Ze keek toe hoe haar vriend haar verstandelijk gehandicapte dochter Daniëlla doodsloeg met een honkbalknuppel.
Daarna verzon ze een leugen om haar vriend – hoe slecht is hij wel niet? – in bescherming te nemen.
Terwijl ambulancepersoneel het leven van haar 20-jarige dochter probeerde te redden, vertelde Karin aan de agenten dat Daniëlla van de trap was gevallen.

Karin S. is vorig jaar door de rechtbank tot 8 jaar celstraf veroordeeld wegens medeplichtigheid aan moord.
Ze is in hoger beroep gegaan omdat ze de straf te hoog vindt.
In haar beleving is alleen Geert de grootste slechterik.
Alles komt door hem.
Dat zij niets deed, ook.
Ze liet Geert als hij Daniëlla verkrachtte of afranselde z’n gang gaan omdat ze zo bang was. Soms gilde het moederhoofd dat ze moest ingrijpen, maar dan kreeg ze spontaan ‘blokknieën’, vertelt ze aan de rechters. ‘Dan verkrampte ik.’

De strafzaak tegen Karin S. wordt over een paar maanden voortgezet.
Die van Geert ook.

Angst speelt ook een aanjagende rol als twee mannen in december vorig jaar aanbellen bij Huibert (21) in Veendam.
Huibert zit dan met twee vrienden te gamen.
Call of duty.
Hij moet meekomen, mee naar Groningen om daar iemand bang te maken.
Iemand die geld moet betalen.
Bange mensen komen sneller met geld over de brug, zo begrijpt Huibert.
Om de klus te klaren krijgt hij in de auto een ploertendoder in handen gedrukt.
Tegen de rechters: ‘Als ik niet deed wat ze zeiden, zouden ze m’n hond doodmaken.’

Rechters: ‘Had u gedronken?’
Huibert: ‘Tien halve liters.’
Rechters: ‘Drugs?’
Huibert: ‘Een joint.’

Aangekomen in Groningen laat de man met de schulden zich op de afgesproken plek op de Grote Markt niet zien.
Gedrieën lopen ze een tijdje door de binnenstad.
Ze passeren een man die op straat staat te bellen.
Huibert loopt naar hem toe, zegt ‘moi’ en direct daarop haalt hij uit met de ploertendoder.
Twee keer, drie keer op het hoofd.
Niet heel lang daarna ligt de beller op de intensive care, waar artsen hem 24 uur in slaap houden om zijn leven te redden.
Dat lukt op het nippertje.

Huibert: ‘Het was niet de bedoeling.’
De rechters: ‘En toch is het gebeurd.’
Huibert: ‘Ja. Ik moest iets doen. Ik was zo bang, ik kon helemaal niet meer nadenken.’

De rechters zeggen dat het niet veel had gescheeld of Huibert had als moordenaar in de rechtszaal gezeten.
Hij knikt, dat snapt hij nu ook wel.
Was hij – achteraf – maar niet zo bang geweest voor die twee mannen, dan had hij het nooit gedaan.

De officier van justitie is niet gecharmeerd van deze verdachte.
Ook al omdat de twee vrienden met wie Huibert thuis zat te gamen verklaarden dat hun vriend helemaal niet werd bedreigd en niet werd gedwongen mee te gaan naar Groningen.
De aanklager: ‘Dit is een klassiek voorbeeld van zinloos geweld.’
Het voorstel: 6.000 euro betalen aan het slachtoffer en drie jaar gevangenisstraf (waarvan een jaar voorwaardelijk).
Na detentie een stevige behandeling in een strenge kliniek.
Huibert had stiekempjes gehoopt op jeugddetentie.
Voor een verblijf in een gevangenis voor volwassenen is hij een beetje bang.

Joost (45) leek om de drommel niet bang toen agenten hem wilden arresteren.
In plaats van de handen omhoog, gooide hij een 14,8 kilo wegende metalen zuurstoffles naar de agenten, bedreigde hij hen met verbale kogels en de dood, vernielde hij met zijn blote vuisten de politieauto en trok hij zich niets aan van de wapenstok en de pepperspray waarmee het gezag hem wilde vloeren.

Geboeid onderweg richting het politiebureau bleef Joost vloeken en tieren en hoogst onaardig. Eenmaal veilig achter slot en grendel vernielde hij de celdeur met zijn beenprothese.

Joost kijkt zoals hij oogt: somber.
Zegt zachtjes tegen de rechters: ‘Ik kan mij er niets van herinneren. En ik vind het heel erg wat er is gebeurd.’

Er was een 112-melding dat er een man languit op de doorgaande weg lag.

Rechters tegen Joost: ‘Dat was u.’
Joost: ‘Ik wilde dood, ik wilde zelfmoord plegen. Zou ik overreden worden, dan was alles voorbij.’
Dat hadden de rechters in het strafdossier gelezen.
Joost: ‘Ik was heel somber, ’s ochtends al. Ik heb toen zes halve liters gedronken en xtc-pillen gekocht in het bos achter de Menkemaborg. Dacht, als ik alles in een keer inneem, dan is het zo voorbij.’
Rechters: ‘U kijkt nu ook heel somber.’
Joost: ‘Ik wacht nog steeds op hulp.’
Rechters: ‘Waarom wilde u zelfmoord plegen?’
Joost, vermoeide stem: ‘Slechte jeugd gehad, veel meegemaakt.’

Er volgt een relaas, zo naar dat iedereen die het leven vrolijk lief heeft er in de war van raakt.
Hij was fitter, dat was zijn lust en zijn leven, maar toen kwam er dat akelige ongeluk en werd hij afgekeurd.
Nu zit hij 32 uur per week achter een naaimachine bij de werkvoorziening wat hij dag in en dag uit verschrikkelijk vindt.
Net als het geweld en de drank vroeger thuis, met zijn moeder van 17 en een tante die hem misbruikte, tien broers, het ongeluk, zijn been.
Een keer had hij een auto cadeau gedaan aan een jongere broer. Nog diezelfde dag reed die zich dood in die cadeau gegeven auto.

Het leven van Joost bestaat overdag uit akelige flashbacks en ’s nachts uit nare dromen.
De huisarts schreef pilletjes voor.

Het is om bang van te worden.

Officieren van justitie noemen alles wat verboden is en toch geschiedt ‘ernstige feiten’.
Zo ook nu.
Om het weer goed te maken met de samenleving: twee dagen celstraf en een werkstraf van 60 uur (eis).

Joost mompelt dat het wel goed is en zegt dat hij heel graag zijn excuses wil aanbieden aan die agenten.
De rechters: ‘Dat moet u maar met de reclassering regelen.’
Joost: ‘.’
Denkt na en zegt dan: ‘Ik schrijf wel even een brief.’

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

→ inzetje: bram vermeulen / doodgewone jongen

Twijfelvoordeel

U heeft die ketting niet gestolen?
Welnee

Schermafbeelding 2016-04-08 om 00.09.49Gerrit heeft het niet gedaan.
Het Openbaar Ministerie dacht zeker te weten van wel, maar het in de rechtszaal gepresenteerde bewijs overtuigde de rechters niet.
Gerrit kreeg niet de geëiste drie jaar gevangenisstraf.
Hij werd vrijgesproken.
Dat was een jaar geleden.

Hij wordt (nog steeds) beschuldigd van een akelige gewapende overval op een vestiging van de Albert Heijn in Groningen.
Twee jaar geleden.
Dat Gerrit werd opgepakt was niet zo raar.
Hij snapte dat zelf ook wel.
Gerrit heeft ervaring.
In het verleden beroofde hij banken.
Hij zat meer dan de helft van zijn leven – hij is nu 50 jaar – in de gevangenis.

De politie ontdekte dat Gerrit kort voor de overval een drugsdealer had gebeld.
Rond het tijdstip van het belletje, 9 uur in de ochtend, wilde hij geld opnemen bij een pinautomaat.
Hij probeerde honderd euro, maar het saldo liet maar dertig toe.
Te weinig.
Om de bestelde drugs te kunnen betalen had hij meer geld nodig.
En dus, zo luidt het scenario, sprong hij op zijn fiets, trapte hij richting de Van Lenneplaan waar een overvaller om 09.35 uur een zwart wapen op een16-jarige supermarktmedewerkster richtte.
Een minuut later was de overvaller al spoorloos.

Dat politie en justitie denken dat Gerrit de overvaller van de Albert Heijn-vestiging is, komt vooral omdat de overvaller in de winkel een plastic tasje liet vallen.
Op de camerabeelden is dat te zien.
Het tasje is onderzocht op sporen.
En?
Op het plastic zat biologisch materiaal waaruit een dna-profiel kon worden getrokken: het profiel van Gerrit.

O toeval?

Het was agenten die de camerabeelden bekeken opgevallen dat de overvaller een bijzonder loopje had.
Er werd een Engelse loopjes-deskundige geraadpleegd en naar Groningen gevlogen.
De podoloog concludeerde: dikke kans dat de man op de camerabeelden de verdachte Gerrit is.

Het klinkt zo klaar als een klontje, maar de rechters durfden een veroordeling niet aan.
Het Openbaar Ministerie ging tegen de vrijspraak in beroep en eiste wederom drie jaren celstraf.
Afgelopen week werd duidelijk dat ook de rechters van het gerechtshof niet overtuigd zijn.
De raadsheren gelastten nader onderzoek.

Julius heeft het wel gedaan.
Julius bracht net als Gerrit een aanzienlijk deel van zijn leven in gevangenschap door, in binnen- en buitenland.
Van de laatste twintig jaar, zat Julius er zeventien vast.
Binnen heet hij een modelgedetineerde te zijn, buiten een dief.

Julius wordt ditmaal verdacht van winkeldiefstallen.
Daar doet hij niet moeilijk over.
Hij pikte eeltvijlmachines met navulverpakkingen bij Kruidvat, op twee verschillende dagen twee televisies bij Mediamarkt, sinaasappelsap, eieren en een ontbijtkoek bij Jumbo en bij America Today een hip jasje.

’t Klopt.
Maar, moeten de rechters weten, dat was allemaal in de verleden tijd.
Het waren diefstallen die hij pleegde in 2015.
Julius vindt dit het bewijs dat hij nu goed bezig is.
Immers: ‘Dit jaar ben ik nog niet met politie en justitie in aanraking geweest.’
Sterker nog: hij gaat hem voor de wind.
Eindelijk.
Sinds enige tijd beschikt hij over eigen woonruimte.
Zoiets had hij nog nooit.
Zegt: ’Het gaat me goed. Ik kan koken, ik ben bij de voedselbank en ik ben van plan mij aan de regels van de samenleving te houden.’

De officier van justitie is niet onder de indruk.
‘Meneer met z’n lange strafblad pleegt vijfmaal bewust een winkeldiefstal en dan moet ik geloven dat het goed met hem gaat. Hij was nog maar net vrij. Van mij krijgt hij het voordeel van de twijfel niet. Ik eis vijf weken gevangenisstraf, een week per diefstal.’

Een van de rechters kan zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en vraagt aan het slot van het proces of het klopt.
Het klopt, zegt Julius niet helemaal zonder trots.
Het klopt dat een van zijn kinderen een succesvol bedrijfsjurist is, zijn tweede kind een gerespecteerd advocaat en de derde is officier van justitie.
Verontschuldigend: ‘Ze hebben mij niet kunnen behoeden. Ik ben altijd een jongen van de straat gebleven.’

Mareike (45) heeft het niet gedaan.
Zij heeft zich vorig jaar in juni niet voorgedaan als medewerkster van de thuiszorg.
Zij heeft ook niet bij ouderen in de Melkwegflat in Hoogezand aangebeld.
Laat staan dat ze een tas heeft gestolen met daarin een telefoon en een portemonnee met vijftig euro.
Ze heeft ook niet een zilveren ketting gestolen.

Ze wordt daar wel van verdacht.
Dat ze in het verleden bij de thuiszorg werkte en daar is ontslagen omdat ze bij een klant een horloge had gestolen, is geen bewijs.

In juni vorig jaar deed een aantal ouderen aangifte van diefstal.
Er werd gesproken over een blonde vrouw ‘die hier niet thuishoort’ met krullend haar.
Mareike heeft blond haar.
Bij haar thuis is een pruik gevonden met blonde krullen.
Zegt natuurlijk niks.
Bovendien was ze op de dag van die diefstal aan het shoppen in Bremen.
Dat haar mobiele telefoon niet in Bremen was, maar de zendmast in de nabijheid van de Melkwegflat aanstraalde, kan zij ook niet helpen.

Haar auto stond ook bij de flat.
Ja, want ze had pech, iets met de koelvloeistof.
De politie had dat laten onderzoeken: niets met de koelvloeistof.
In de auto werd een mobiele telefoon gevonden.
Niet zomaar eentje, maar exact zo’n telefoon die bij een bewoonster van de flat was gestolen.
Mareike snapt daar niks van.
Nooit eerder had ze die telefoon in haar auto gezien.

Toen ze werd aangehouden moest ze haar tas op de kop kieperen.
Er rolde onder meer een zilveren ketting uit.
Laat dat nou precies de ketting wezen die een bewoonster van de Melkwegflat was kwijtgeraakt nadat een blond krullende medewerkster van de thuiszorg bij haar de badkamer had schoongemaakt.

Rechters: ‘U heeft die ketting niet gestolen?’
Mareike: ‘Welnee, die ketting is van mij, die heb ik al heel lang.’

De officier van justitie spreekt van kwalijke en ernstige feiten want kwetsbare ouderen en eist een jaar celstraf, de helft voorwaardelijk.
Haar advocaat zegt: ‘Er zijn redenen om aan te nemen dat mijn cliënt het wel heeft gedaan. Maar in haar hoofd heeft ze het niet gedaan.’

Gerrit heeft tot nu toe het voordeel van de twijfel gekregen.
Bij Julius is daarentegen geen aarzeling mogelijk.

En Mareike?
De rechters merkten op: ‘Het zijn wel allemaal vreemde toevalligheden.’
Mareike, zonder twijfel: ‘Nou, zeg dat wel.’

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

het verhaal de overval op de Albert Heijn heb ik eerder beschreven in Silly walks. Met de uitspraak van het hof (tussenarrest) is dit verhaal opnieuw actueel geworden. 

Strafcijfers

17 ovar 1De gemiddelde gevangenisstraf die wordt opgelegd door de meervoudig strafkamer van de rechtbank in Groningen was niet eerder zo laag. Was een strafzaak in 2011 nog goed voor gemiddeld bijna een jaar celstraf, dit jaar ligt de gemiddelde duur op nog geen vijf maanden.

Sinds 2011 is er sprake van een gestage afname.

Het gaat om statistische gegevens. Het is even verleidelijk als gevaarlijk om op basis daarvan conclusies te trekken. Er ligt nog een strafeis van 30 jaar cel waarover de rechtbank zich nog moet uitspreken. Zou de rechtbank dat vandaag doen, dan neemt het gemiddelde van nog geen vijf maanden toe tot bijna 9 maanden celstraf per zaak.

Wat een conclusie zou kunnen zijn is dat er momenteel vooral strafzaken aan de rechtbank worden voorgelegd van geringe ernst.

Wat ook opvalt is dat de strafeisen van het Openbaar Ministerie in relatie tot de vonnissen: in slechts 5 procent van alle zaken legt de rechtbank een hogere straf op dan de eis. Dat is wel eens hoger geweest. In 76 procent wordt een lagere straf opgelegd dan het strafvoorstel van de officier van justitie.

Mijn conclusie: er worden minder ernstige zaken aan de rechtbank voorgelegd dan in voorgaande jaren waarbij de rechters die minder ernstige zaken ook nog eens milder beoordelen dan het Openbaar Ministerie dat doet.

Meer cijfers uit zittingszaal 14 die zich lenen voor gevaarlijke conclusies staan op mijn bijgewerkte data-pagina.

Straffeloosheid in het Eemsmondgebied?

Rob Zijlstra

→ data

Dolzinnig en ondoordacht

Vorige week is mijn tante overleden
en dat was niet eens mijn schuld

Schermafbeelding 2016-03-31 om 23.53.04

bult van kardinge

Als de misdaad van alle tijden is – en dat is-ie – dan kun je je afvragen of al dat gestraf vandaag de dag, dag in en dag uit, wel zin heeft.
Rechters behoren in het publieke debat tot de stille zwijgers, maar als ze zich zouden uitspreken dan zal menig strafrechter opmerken, mits zij de waarheid spreekt: nauwelijks.

Straf heeft nauwelijks zin als het de bedoeling is de mens te beteren of er de misdaad mee te bestrijden.
Met straffen bevredigen we onze collectieve hang naar wraak een klein beetje, maar dat is het dan ook.
Bioloog Midas Dekker schreef eens dat mensen meer veranderen van een halve liter jenever dan van 50.000 jaar evolutie.

We blijven dus maar misdaden begaan.
Je hoeft er geen medelijden mee te hebben, maar voor rechters is dat tamelijk sneu.
Je moet jaren studeren om rechter te worden.
Dan ben je het eindelijk, ook nog eens voor de rest van je leven, en dan heb je nauwelijks zin. De familie is natuurlijk beretrots een magistraat in hun midden te hebben, maar de strafrechter doet overdag haar werk in doorgaans lege zalen.

In de doorwrochte vonnissen die de rechter steeds maar weer schrijft, is vrijwel niemand geïnteresseerd.
Het merendeel van de vonnissen verdwijnt ongelezen in de archieven.
Van de bestaande mogelijkheid een vonnis wereldkundig te maken, te delen op het internet met het grote publiek, wordt mondjesmaat gebruik gemaakt.
Alsof het de rechters zelf ook niets meer kan schelen.

En nee.
Stukjes in de krant helpen ook niet.

Daders van misdrijven trekken al eeuwen achtereen hun eigen plan en dat doen ze meestal dolzinnig en ondoordacht.
Er is geen touw aan vast te knopen.
Het is misschien wel juist daarom dat de meeste boeven vrij rondlopen.

Willie is 29 jaar en geen domme man die toch iets heel doms heeft gedaan, uitgerekend op een moment dat zijn vrouw zwanger is.
Hij was thuisgekomen en had op de tafel de rekeningen van de zorgverzekeraar zien liggen.
Nee!
Niet nog meer schulden.
Hij liep ondoordacht naar het schuurtje, pakte dolzinnig de koevoet en zei tegen zijn partner dat-ie nog eventjes iets moest doen.

Tegen de rechters: ‘Het was de bedoeling een inbraak te plegen.’
Rechters: ‘U moest geld hebben.’
Willie: ‘Vijfduizend euro.’
Toen het nacht werd, sloeg hij een ruitje in van een woning en kroop naar binnen.

Willie: ‘Ik had verwacht dat er niemand thuis zou zijn.’
Rechters: ‘U doorzocht de woning en zette spullen van waarde bij de achterdeur. En toen?’
Willie: ‘Ineens hoorde ik iemand zeggen: hé. Ik schrok. Hij ook. Ik zei, ik kom niet om geweld te plegen. Kom niet op mij af. Maar dat deed hij wel. Toen heb ik geslagen met de koevoet.’
Rechters: ‘Meneer raakte flink gewond.’
Willie: ‘Ik was in shock. Ik heb nog overwogen een ambulance te bellen.’
Rechters: ‘Maar toen was de politie er al.’

Willie kan niet anders dan dat beamen.
En hij was juist zo goed bezig na een lange straf te hebben uitgezeten.
De officier van justitie komt met een juridische rekensom en presenteert dan de hoge rekening die nog niet op de tafel lag: vier jaar gevangenisstraf.
De advocaat probeert een onsje minder: ‘In augustus wordt hij vader. Het zou mooi zijn als Willie dan weer thuis kan zijn zodat hij zijn aanstaande kind kan zien opgroeien.’

De rechters denken nu na over wat met Willie te doen.
Wat dat is, schrijven ze op.
Wat ze opschrijven zal op een enkeling na niemand lezen.

Behalve over Willie denken de rechters ook na over wat ze willen met de 22-jarige en al doorgewinterde Henk.
Hij sleet zijn leven in internaten omdat er niemand was hem op te voeden.
Henk: ‘Mijn moeder leeft met de gordijnen dicht en met haar neus in de computer. Ik ben niet zo.’

Toch is ook Henk – ook niet dom – dom geweest.
Wat hij heeft gedaan lag niet aan een halve liter jenever en ook niet aan de evolutie, maar aan een fles wodka die hij bijna helemaal had leeggedronken.
En dat kwam weer door Selma die de verkering had uitgemaakt.

Henk ging zijn dronken verdriet, zijn liefdesverdriet, bespreken met Ina.
Tegen de rechters (diepe zucht): ‘Van het een kwam toen het ander.’

Het was in februari, vorig jaar en nog flink fris in het struikgewas op de bult bij sportcentrum Kardinge.
Voordat van het een het ander was gekomen, hadden ze hun warme jassen uitgevouwen en op de grond gelegd.

Henk zegt: ‘Het is 66,6 procent zeker dat ik de vader ben.’
Rechters: ‘U gebruikte geen condooms.’
Henk: ‘Ik wist toen al dat het verkeerd was.’
Rechters: ‘Maar waarom dan toch?
Henk: ‘Dat is een goeie vraag.’

Terwijl het gebroken hart van Henk herstelde met de tijd, kreeg Ina steeds vaker buikpijn wat haar in het ziekenhuis deed belanden.
Het loopt naar af.
Op het toilet van het UMCG krijgt Ina een miskraam.
Henk hoort het aan en zegt: ‘Dan weet ik dat nu ook. Ik heb het dossier gelezen, maar een deel had ik bewust overgeslagen.’

Rechters: ‘Wat vindt u er nou van?’
Henk: ‘Ik vind het hartstikke balen. Ik had niet naar mijn gevoel moeten luisteren, maar naar mijn verstand.’
De rechters knikken en vragen: Hoe lang heeft u dat besef al?
Henk, zonder na te denken: ‘Dertig seconden. En omdat u het mij vroeg.’

De officier van justitie zegt dat het bewijs in zedenzaken vaak moeilijk te leveren is.
Maar dat dat in deze zaak niet zo is.
Henk geeft het toe.
Hij wist dat hij fout was.
Hij wist dat Ina nog maar 14 jaar was.

De eis daarom: vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk.
Dat is netto negen maanden.
Dat is – zeg maar – net iets langer dan Ina er mee zat.

Henk zegt tegen de rechters dat hij en Ina de narigheid die ze hebben gehad samen hebben afgesloten.
‘Ze appt me de hele dag.’
Hij zegt ook dat hij zijn leven wil beteren en dat hij al goed bezig is.
‘Vorige week is mijn tante overleden en dat was niet eens mijn schuld.’
Hij heeft nu ook een doel.
De rechters horen hem zeggen, manmoedig: ‘Ik wil op mijn 25ste vrij zijn van schulden.’

Een mooi streven.
Vraag het maar aan Willie.

Rob Zijlstra

 

update – 7 april 2016 – uitspraken
Henk is veroordeeld. Geen celstraf, maar een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 240 uur. Wel heeft de rechtbank een stok achter de deur geregeld: een voorwaardelijke celstraf van 365 dagen. De rechtbank heeft meer rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte dan de officie van justitie dat heeft gedaan. Ook het feit dat Henk nog altijd een vriendschappelijk contact onderhoud met Ina heeft de rechtbank milder gestemd.

Er is nog geen uitspraak gedaan in de kwestie van Willie.

 

 

Wegens omstandigheden

Zijn verschijning viel op
door zijn afwezigheid

Schermafbeelding 2016-03-26 om 10.36.10Het is meestal geen goed teken.
Briefjes met tape op de winkeldeur geplakt waarop de mededeling staat: wegens omstandigheden gesloten.
Handgeschreven briefjes zijn de ergste.
Dan is er iets naars aan de hand.
Niet zelden betreft het in zo’n geval een zojuist gepleegde gewapende overval.
Gelijkluidende mededelingen maar dan op briefjes die uit de printer komen duiden erop dat de winkelier de omstandigheden zag aankomen.
Doorgaans gaat het dan om doordeweekse faillissementen, van V&D en zo.

Ligt het aan de bestaande minister van veiligheid en justitie dan kunnen dergelijke briefjes binnenkort ook aan de poorten van gevangenissen worden opgehangen.
Er moeten wegens omstandigheden een stuk of tien dicht.
Dat was vorige week de snoeiharde boodschap.
Er staan 1600 banen op de tocht.
De vervanger van de koning in Drenthe reageerde ontzet op dit misdadige nieuws.
Hij verkondigde dat ‘Den Haag’ het dan zelf maar uitzoekt, dat de meest veilige provincie van Nederland dan nergens meer aan meewerkt.

Je kunt ook zeggen dat het raar is, zo’n onthutste reactie.
Gevangenissen zijn immers vooral kwalijke noodzaak.
Hoe minder, hoe beter.
Een land dat de luxe heeft penitentiaire inrichtingen te sluiten vanwege een gebrek aan misdadigers zou, inclusief Drenthe, wereldkampioen moeten heten.

Gevreesd evenwel moet worden dat de omstandigheden anders zijn.
De criminaliteit neemt iets af, maar niet in die mate dat een kwart van de cellen opgedoekt kan worden.
Ook de vergrijzing – een genoemde oorzaak van de daling van misdaden – verloopt niet in een zodanig rap tempo dat dat lege luchtplaatsen oplevert in de Esserheem en Norgerhaven in Veenhuizen, noodzakelijkheden die volgend jaar op de nominatie staan gesloten te worden.

Overigens is het niet rechtvaardig alle grijze ouderen over één kam te scheren.
De rechtbank in Groningen stuurde deze week nog een 84-jarige ontuchtpleger voor een jaar naar het gevang.
De kans dat hij daar zal vereenzamen is vooralsnog nihil.
Maar dit terzijde.

Deze week boog de rechtbank zich over de strafzaken van drie leden van de familie S. uit Delfzijl.
Een van hen genoot kort landelijke bekendheid als spookraadslid.
Zijn verschijning viel op door zijn afwezigheid.

Het omvangrijke onderzoek begon in 2012 en ging gepaard met invallen in bedrijfspanden en woningen, er werden ontelbare telefoongesprekken afgeluisterd (de schriftelijke uitwerking van die gesprekken beslaat 7.000 A4’tjes), er is een buitenlandse infiltrant (undercoveragent uit Engeland) ingezet en er worden doorlopend getuigen gehoord.
Tientallen.
De burgemeester gelastte tussen de strafrechtelijke bedrijven door een bestuurlijk onderzoek naar dubieus vastgoed in het toch al geplaagde winkelhart van Delfzijl.

De mannen S. werden in 2014 gearresteerd, in 2015 als verdachten in vrijheid gesteld en volgens de betrokken advocaten zal het proces pas plaatshebben in 2017.
De officier van justitie kondigde donderdag in de rechtszaal aan dat een flink deel van de verdenkingen is komen te vervallen.
Het gaat nu nog slechts om de verkoop van één kilo hennep en 100 gram cocaïne en het uitbuiten van twee werknemers.
De familieleden vormen zelfs niet eens meer een criminele organisatie.
Ook de wapens en munitie zijn zomaar verdwenen.

De advocaten noemen het dossier ‘raadselachtig’ en schrijven dat toe aan amateuristisch broddelwerk van politie en justitie.
‘En dan drukken wij ons zwakjes uit.’

Een van de advocaten zei tegen de rechters: ‘De politie heeft ontzettend veel tijd, geld en energie in deze zaak gestoken.
Na vier jaar blijft er niet veel van over.
Kan de officier van justitie dit aan de samenleving uitleggen?’
De officier van justitie: ‘We hebben lopende het onderzoek beter gekeken naar de haalbaarheid en opportuniteit. En daarna hebben we keuzes gemaakt.’

Onder die omstandigheden krijg je de gevangenissen natuurlijk nooit gevuld.
Worden de S.’jes ooit veroordeeld, dan hebben ze hun straf al uitgezeten.

Misdaadnieuws was afgelopen week ook de beëdiging van de nieuwe korpschef van de Nationale Politie.
De bovenbaas blaakt getuige zijn tweets op Twitter van vertrouwen, maar tijdens de plechtigheden in de Ridderzaal zei hij dat het zo niet kan doorgaan.
Het politiekorps kraakt.
Er moet meer geld komen.
Komt dat er niet, dan kan de politie nergens meer veel tijd en energie in steken.

En dan moet het anders.
Soms kan dat best.
Vorige maand stond een mevrouw terecht wegens een poging tot doodslag.
De verdenking luidde dat zij met haar auto was ingereden op haar achterbuurman.
Niet toevallig en ook niet per ongeluk.
De vrouw leeft al jaren in onmin met haar buur.
’t Was met opzet.
De man overleefde de aanslag.
Hij sprong net op tijd opzij.

In de rechtszaal zat zij als verdachte dader bijna naast het vermeende slachtoffer.
De officier van justitie had met gemak twee jaar celstraf kunnen eisen, maar dat deed ze niet. Ze keek iedereen eens diep in de ogen en deed toen een voorstel aan de rechters.
Misschien zouden buur en buuf eens samen aan tafel kunnen gaan zitten om hun ruziegedoe van jaren voor eens en altijd op te lossen.
De officier van justitie kende wel iemand die daarbij zou kunnen bemiddelen.

Buur wilde wel en toen buuf ook.
Komen ze er niet samen uit, zo luidt de deal, dan volgt alsnog een strafzaak en zit buuf zo achter de tralies.

Donderdag stond een motorrijder terecht die op de eerste mooie lentedag van het vorige jaar zijn racemachine van stal had gehaald.
Hij was gaan toeren door het mooie (zei hij) Gaasterland.
In een haakse bocht, smalle weg, maakte hij een inschattingsfout.
Gevolg: een tegemoetkomende racefietser ging onderuit en belandde met letsel aan de wervels en acht gebroken ribben op de intensive care van het ziekenhuis.

Geen opzet, maar wel aanmerkelijk onvoorzichtig en daarmee een misdrijf in het kader van de wegenverkeerswet, sprak de officier van justitie streng.
Hij eiste een werkstraf van 90 uur.
De motorrijder boog het hoofd.
Hij snapte dat wel.

Kort na de zitting werd hij vriendelijk aangesproken.
Een man zei tegen hem: ‘Dag. Ik ben het slachtoffer. U hoeft wat mij betreft geen straf te krijgen. U kon er ook niets aan doen. Zoiets kan ons allemaal overkomen.’
Onder bepaalde omstandigheden heb je helemaal geen politie, officieren van justitie, rechters en gevangenissen nodig.

Rest de sluiting van V&D.
Daar werden van heel Groningen verreweg de meeste winkeldiefstallen gepleegd.
Dat is binnenkort opgelost.
Een logisch voordeel.

Rob Zijlstra

Vrij

 

met zicht op de recherche

 

even iets anders

Ik ontving een bericht van een advocaat die mij sterkte wenste. Ik reageerde met een dank en schreef dat ik hem zou weten te vinden zodra ik een advocaat nodig zou hebben. Nu lig ik te wachten, op een afdeling en waar anderen de baas over mij zijn. Ik wacht tot ze me laten gaan. Naar huis.

Gedetineerden praten vaak over binnen en buiten. Binnen is de cel, het penitentiair systeem, buiten is vrij. Ik wil mezelf niet op een lijn plaatsen met de gedetineerde. Daarvoor is mijn situatie bij lange na onvoldoende penibel. Maar toch. Ik wil naar huis, naar buiten en het mag niet.

Het begon maandag, een gewone ochtend op de rechtbank. Er was geen zitting van de meervoudige strafkamer. Er waren wel twee zittingen van de politierechter. Zo belandde ik in zittingszaal 12. Er stond een mevrouw terecht die als hulp aan huis geld zou hebben gestolen van de mensen die zij moest verzorgen. Ze moest huilen. Wist wel dat wat ze had gedaan niet kon. Niks bijzonders dus.

Maar dan. Plots begon alles om mij heen te draaien. Nu kom ik niet zo heel vaak in zittingszaal 12, maar ik weet wel dat daar doorgaans niets draait, niets als een dolle beweegt. Een half uurtje later denderde ik in een ambulance het ziekenhuis in. Zo’n rit in een ambulance dwars door de stad is, zachtjes uitgedrukt, geen pretje. Dat was maandag.

Nu, nu het woensdag is, wil ik naar huis. Dat dat kan is ook de verwachting. Maar definitief uitsluitsel is er nog niet. Daarom het wachten. Er werd even gevreesd, maar na een dag vol onderzoek met prikjes en draadjes viel het mee. Geen rare dingen, wel een Neuritis Vestibularis. Dat kunnen wij mensen zomaar krijgen. Het gaat ook, na dagen, zomaar weer weg. Rest de schrik. En nu het wachten.

Toen ik maandagochtend op de spoed werd binnengebracht, ging de telefoon. Ik zag later dat het de politie was. Waar ik toch bleef. Ik had op dat moment een afspraak bij de politie. Ik zou antwoorden krijgen op (vier weken geleden gestelde) vragen hoe veel rechercheurs er nou eigenlijk aan het werk zijn bij de politie en of die het werk dat er is wel aankunnen. Daarover bestaan zorgen.

Vanuit het bed waarop ik nu lig te wachten op buiten, kan ik door het raam het politiebureau (op palen in het water) zien waar de recherche in Groningen is ondergebracht. Ik zou zo naar de recherche kunnen lopen om het eens aan hen zelf te vragen, maar vrees dat dat niet mag.

Vanwege de omstandigheden dus geen rechtbankverhaal. Geen verslag dat de duizendste had moeten zijn. Ik laat de teller nog even staan op 999. Ik zou wel heel graag willen.  Maar volgende week is (weer) beter.


Rob Zijlstra

update
Vrijheid inmiddels terug. Dat betekent ontslagen en met wat instructies genezen verklaard. Moet het even rustig aandoen. En dank voor de aardige reacties.

De kramakkelige brug

Het slachtoffer overleeft het ziekenhuis
maar kan nu het een jaar geleden is
nog niet zo veel

 

relaisEr zitten twee mannen in de rechtszaal die worden beschuldigd van iets wat ze niet met opzet hebben gedaan.
Verreweg de meeste verdachten plegen hun misdrijven wel met opzet.
Een woninginbraak is zelden per ongeluk, laat staan lucratieve drugshandel.

Deze twee mannen – ze hebben niets met elkaar te maken – hebben de misdaad waarvan ze worden verdacht, ook niet gewild.
Toch moeten ze zich als verdachten verantwoorden.
De ene doet dat maar al te graag, de andere als het even zou kunnen liever nooit.

Om met die laatste te beginnen: Max, 26 jaar.
Hij studeerde een tijdje in Groningen, maar besloot halverwege dat het beter was te gaan werken in Hoogezand.
Hij kocht voor het dagelijkse woon-werkverkeer een grijze Mazda MX-5, een sportauto die ook zonder dak kan.
Hoewel het uiterlijk van die auto heel sportief is, zei Max tegen de politie dat hij een defensieve rijder is.
Als je dat bent, dan is je rijgedrag gericht op het voorkomen van ongelukken.
Goed, in 2013 reed hij een keer 49 kilometer per uur te hard door Ten Post wat hem een boete van zeshonderd euro had opgeleverd.
Maar dat was eenmalig stom geweest.

Op 27 februari vorig jaar reed hij over de Petrus Campersingel in Groningen, na het werk, richting huis.
Hard.
Hoe hard?
Max denkt 70.
Een getuige: wel 100.
Max: ‘Nooit. Ik ken de weg. Er zijn kruisingen en er zijn daar altijd fietsers zonder licht. Daar let ik op.’

Het ging mis in een flauwe bocht.
Max verloor de controle, remde om vervolgens met een (achteraf berekende) snelheid van 73 kilometer per uur op een tegenligger te knallen.
De politiedienst die verkeersongevallen analyseert schat dat Max harder reed dan 90.
Dat is minimaal 40 te hard.
Nog veel erger: een van de twee inzittenden, niet de zwangere bestuurster van 24 jaar, maar haar 48-jarige moeder, raakte zeer ernstig gewond.

De rechters: ‘Het snelle rijden is u niet onbekend. Waarom reed u zo hard?
Max zegt dat het weer een eenmalige stomme fout van hem is geweest.
Maar waarom?
Dat zou hij niet weten.
Hij had geen haast of zo.

Het slachtoffer overleeft het ziekenhuis, maar kan nu het een jaar geleden is, nog niet zo veel.
Ze kan bijvoorbeeld niet lang staan, niet lang zitten of lang liggen.
Zichzelf verplaatsen lukt ook niet goed.
Artsen hebben verteld dat de pijn in haar lijf misschien voor altijd zal zijn.
Max zegt tegen de rechters dat hij wel kan janken.
Nee, hij heeft nooit contact gezocht met het slachtoffer.

Er is nog een alcoholdingetje.
Na het ongeluk moest Max blazen wat geen indicatie opleverde dat hij had gedronken.
Maar in het ziekenhuis – ook hij was gewond geraakt – roken artsen adem die riekte naar alcohol. De rechters vragen het drie keer op barse toon.
Drie keer zegt Max: ‘Nee, niks gedronken.’

De volksmond, zegt de officier van justitie, zou spreken van zeer roekeloos rijgedrag.
‘Juridisch kom ik daar niet bij. Meneer is wel hoogst onvoorzichtig geweest.’
Geen opzet, wel schuld.
De passende eis: een werkstraf van 240 uur, een maand voorwaardelijke celstraf, als signaal naar de samenleving en een jaar het rijbewijs kwijt.
Dan maar met de bus naar Hoogezand.

Voor Max zat Dirk (54) in de verdachtenbank.
Eindelijk, want hij had er zelf om gevraagd.
Het Openbaar Ministerie wilde een deal per acceptgiro.
Zou hij 450 euro betalen, dan lieten ze hem met rust.
Dirk vond dat niet eerlijk, want waarom een boete betalen als je niets hebt misdaan?

Dirk is operator.
De volksmond noemt hem brugwachter.
Al dertig jaar en nooit ging het fout.
Maar op die dag in september 2014 had hij met verbijstering op de beeldschermen gezien wat er was gebeurd.
Tijd om op de alarmknop te drukken was er niet geweest.

Bij Dorkwerd, even buiten Groningen, ligt een oude hefbrug over het drukbevaren Van Starkenborghkanaal.
Op die dag in september komt vanuit Groningen de Fossa aangevaren, een binnenvaartschip van tachtig meter lang.
Als het schip halverwege de geopende brug is, zakt plots de hefbrug.
Een paar seconden later plet het gevaarte de stuurhut.
De schippersvrouw aan het roer komt met de grootste schrik vrij.

De officier van justitie: ‘Verdachte heeft te vroeg op ‘brug neer’ gedrukt, niet met opzet, misschien wel uit routine.’
Brugwachter Dirk: ‘De brug ging spontaan naar beneden. Ik deed niks.’

Dorkwerd wordt net als de brug bij Aduard bediend vanaf de centrale post bij Gaarkeuken.
Daar zit Dirk voor beeldschermen achter de knoppen en kan hij met muisklikken zowel Aduard als Dorkwerd bedienen.
En dat doet hij die dag ook.
Want terwijl hij met Dorkwerd bezig is, komt er een melding en moet ook Aduard geopend.
Volgens de procedure kan Dirk dat.

De officier van justitie heeft een reconstructie in tijd gemaakt en concludeert dat Dirk elf achtereenvolgende seconden niet naar de camerabeelden van de brug bij Dorkwerd heeft gekeken.
Had hij wel gekeken, dan had hij het gezien, gezien dat het foute boel was en had hij kunnen ingrijpen met de rode noodknop.
Nu hij dat niet heeft gedaan, is er sprake van ‘aanmerkelijk onvoorzichtig handelen waardoor levensgevaar voor anderen is ontstaan’.
Er volgt geen nare strafeis.
Wel een vergelding, letterlijk.
Dirk moet alsnog die 450 euro betalen, vindt de officier van justitie.

De brug is nog diezelfde dag vrijgegeven.
Als veilig.
Volgens de advocaten van Dirk, hij heeft er twee voor de prijs van één, is achteraf vastgesteld dat de brug geen kuren vertoonde.
Maar twee techneuten van de provincie Groningen bekeken het later nog eens en kwamen tot de conclusie dat niet kan worden uitgesloten dat de hefbrug zakte als gevolg van een plakkend relais.
Nieuwe bruggen zijn niet voor niets voorzien van een extra veiligheidsrelais.
Blijft er eentje plakken, is er altijd nog de andere.

In wijze boeken staat dat het strafrecht met terughoudendheid moet worden toegepast.
Niet te veel, niet te weinig.
Geen te hoge, maar ook geen te lage straffen.
Niet alleen maar ratio, maar ook emotie.

Dat zal allemaal best, hoor ik de volksmond brommen, maar van ons mag die Max met z’n 100 door de bebouwde kom de volle mep krijgen.
Doe die terughoudendheid dan maar ten aanzien van Dirk, zolang niet kan worden uitgesloten dat in het mechaniek van de kramakkelige hefbrug van Dorkwerd een sleets relaitje zat.

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 17 maart
En zo geschiedde. Dirk is door de rechtbank vrijgesproken.

Rechters, weest weer waardig

Is de rechtspraak meer
bijzonder dan de bejaardenzorg?

Schermafbeelding 2016-03-01 om 13.50.10Rinus Otte is behalve ‘constructief dwarsligger’ ook hoogleraar rechtspleging, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tot gisteren was hij senior raadsheer bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Vandaag is Otte toegetreden tot het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie en daarmee rechter af.

Als rechter had Rinus Otte uitgesproken opvattingen over zijn collega’s en de rechtspraak. Daarbij nam hij geen blad voor de mond, hetgeen hem niet overal in dank werd afgenomen. Ach, die Otte, hoorde ik rechters wel zeggen.

Op Ivoren Toga – een kwajongensblog – neemt Rinus Otte afscheid van de rechtspraak. Met grote woorden en zorgen. Hieronder een aantal (soms vrij vertaalde) fragmenten ter stimulering het lange verhaal van Otte te lezen om zo de geest te scherpen.

De verruwing in de samenleving is ook de rechterlijke burelen binnengedrongen. Tussen rechters is sprake van schadelijke omgangsvormen die in rap tempo is toegenomen. Steeds meer rechters gedragen zich onheus naar de leiding, spreken defamerend over elkaar of over het openbaar ministerie. Er is sprake van grof gedrag.

Ik ben meer dan bezorgd over het verval van de rechterlijke attitude buiten de zittingzaal.

Helaas is er door het grote stilzwijgen van de meerderheid (van de rechters – rz) een minderheid van pakweg 30 procent, waarvan sommigen zich tegenlicht noemen, de bühne beklommen die te weinig wordt weersproken en gecorrigeerd.

Rechters hebben de laatste jaren weinig innovatief vermogen ontwikkeld.

De sterke terugloop van strafzaken, het bijplussen van tientallen miljoenen euro’s, de afwezige aantoonbaarheid van verzwaring van zaken, maken het des te opmerkelijker dat de rechtspraak gefaald heeft in het doorvoeren van enige bezuiniging.

Het niet in staat zijn om enige bezuiniging te realiseren, in tegenstelling tot willekeurig welk maatschappelijk deelterrein dan ook, veelvuldig onder het mom dat de rechtspraak heel bijzonder is, kennelijk meer bijzonder dan bejaardenzorg of stervensbegeleiding, verklaart mogelijk ten dele waarom vernieuwing in de rechtspraak zo ingewikkeld is (gebleken).

Er is sprake van tekortschietend leiderschap. Emocultuur is de kern van kortdurend leiderschap in de rechtspraak geworden.

Er ontbreekt sinds jaar en dag (…) debat over de vormgeving van de zitting. Het verhoren van verdachten en getuigen in de Nederlandse rechtspraktijk behelst geen inquisitoir doorzagen van betrokkenen. Daarvoor ontbreken de vaardigheden bij de officieren van justitie, de strafrechter en de advocatuur.

Het verhoor van verdachten (ter zitting door rechters -rz) snijdt zelden hout. Het komt niet vaak voor dat verdachten anders gaan verklaren dan ze reeds tegenover de politie of een eerdere rechter hebben gedaan.

De verhoren zijn soms slaapverwekkend, vonnissen worden uitgesproken in vrijwel altijd lege zittingzalen.

Er moet meteen op elkaars standpunt gereageerd worden, ik heb zelden en misschien wel nooit meegemaakt dat de ene procespartij zich heeft laten overtuigen door de andere.

De wetgever dient verplichte aanwezigheid van de verdachte bij de uitspraak voor te schrijven in die gevallen waarin door het openbaar ministerie een vrijheidsbeneming van langer dan een jaar is gevorderd.

In het geval de verdachte bij de uitspraak verschijnt en de strafrechter legt een vrijheidsbenemende sanctie op dient deze meteen geëxecuteerd te worden (om een einde te maken aan lopende vonnissen in ernstige zaken).

Door de vrijwel altijd afwezige verdachte bij de uitspraak van het vonnis wordt het rechterlijk gezag van de uitspraak tekort gedaan.

De culturele, structurele en juridische organisatie van het strafproces is niet op orde, de vormgeving van de zittingsbehandeling is aan revisie toe. Treurig is dat de spelers in een eigen tijdgewricht denken dat ze in de moeilijkste fase van de wereldgeschiedenis de grootste stappen hebben gemaakt. Maar vanuit wetenschappelijk perspectief liggen de grootste ontdekkingen en uitvindingen achter ons. De mens heeft in moeilijker tijden vliegtuigen ontworpen, maanreizen gemaakt, internet uitgevonden.

Mogelijk heb ik de grote organisatorische en personele stagnatie van de strafrechtspraak nog onderschat, hetgeen mij mijn hart doet vasthouden over wat de rechtspraak nog aan spanningen te wachten staat.
Het mysterie van rechtspraak is meer gebaat bij een waardige houding en intermenselijke bejegening, collegialiteit en leiding dan met de bozigheid van de straat en lege mantra’s

 

Het artikel van Rinus Otte: Afscheid van de rechtspraak 1995-2016

Schermafbeelding 2016-03-01 om 13.45.26

 

 

 

r.z.

Schermafbeelding 2016-03-02 om 16.17.13

dvhn, 2 maart 2016

Niet gekker

‘Normaal ben ik niet zo.
Ik moet gewoon even
nokkie zijn geweest.’

Schermafbeelding 2016-02-27 om 18.11.43Zittingszaal 14 is de zaal van het strafrecht in Groningen.
Qua woorden die er worden gesproken is het denk ik een van de meest bijzondere zalen van heel de provincie.
Je kunt het zo gek niet verzinnen of het kan in deze zaal worden gevraagd of geantwoord.
Zou ik de president van de rechtbank zijn, dan zou ik de tekst ‘het moet niet gekker worden’ ergens laten aanbrengen.
Zo groot als maar mogelijk.

Goed, koffie mag je niet mee naar binnen nemen (een flesje water wordt gedoogd), de telefoon moet op straffe van verbanning uit en het hoofd moet onbedekt.
Petje af.
Maar er bestaan geen taboes.

Zittingszaal 14 is als zaal niet heel imposant.
De ene zijkant telt tien smalle ramen, de andere acht, maar daglicht is er nooit.
Aan weerszijden hangen grote, zwarte Sony’s aan de muur, aan eentje een goedkope klok van Blokker.
De meubels die er zijn neergezet, zijn lomp, te groot voor de ruimte die er is.
Aan de hoge muur waar het publiek naar kijkt, hangen vijf panelen, die samen een kunstwerk vormen.

De maker van die werken is de Amsterdamse kunstenaar Jaap Hillenius die in 1999, fietsend in zijn stad, door een automobilist werd doodgereden.
Hij schilderde de vijf panelen in zachte, lieflijke pasteltinten.
Daarmee wilde Hillenius tegenwicht bieden aan de harde, rauwe werkelijkheid die in rechtszalen wordt besproken.

Maandag was de kunst van de maker hartstikke nodig.
Tussen de zachte panelen hing het grote oprolbare doek voor een vertoningen.
Doorgaans worden daar slechte beelden op getoond van vage figuren die cafetaria’s overvallen.
Maar nu zagen we een erg blote vrouw, liggend op een duistere bank.
In haar stak een bierflesje dat op en neer ging.
We zagen handen aan armen die dat deden.
We hoorden gelach en iets dat klonk als kreunen.
Het duurde één minuten en vijftig seconden.

Een mannenstem luidde het einde van het ranzige filmpje in.
Rauwe stem: ‘Ik vind het nou ook wel goed zo. Ik heb genoeg gezien.’

Voordat de rechters de film startten was het publiek op de tribune verzocht de zaal te verlaten. De film zou achter gesloten deuren worden getoond.
Na de vertoning mocht het publiek weer binnenkomen.
Net toen ik wilde opstaan, sprak de rechter dat was besloten een uitzondering te maken voor de pers, dit in het belang van de openbaarheid van de rechtspraak.
En zo keek ik op maandagochtend op een doek van 3 bij 4 meter naar een bierflesje in het blote kruis van Anneke.

Er zijn drie verdachten.
Femke (26) en haar stiefmoeder Connie (42).
De armen met handen zijn van hen.
Connies hoofd komt een paar keer herkenbaar in beeld.
De derde verdachte is Ko (34).
Hij is de man van de stem en de maker van het filmpje.

De rechters zeggen dat het allemaal nogal gênant is.
Ze zeggen: ‘Maar we moeten er toch over praten.’
Femke kijkt strak voor zich uit, haar linkerhand ligt op haar zwangere buik.
Connie huilt.
Femke zal dat straks ook gaan doen.
Ko is niet komen opdagen.

Het verwijt dat aan de twee vrouwen wordt gemaakt is dat zij seks hebben gehad met iemand die wilsonbekwaam is, met iemand die onmachtig is.
Plat en niet-juridisch gezegd: ze hebben een laveloze vrouw verkracht.
En daar heeft Ko met zijn telefoon een filmpje van gemaakt.
Het was ook op zijn bank in zijn woning in het oosten van Groningen.

De rechters: ‘In hemelsnaam, waarom?’
Connie heeft het nu niet meer, haar stem stokt.
Femke komt met een gedeeltelijke bekentenis: ‘Lichamelijk was ik erbij, maar geestelijk totaal niet.’

Een en ander gebeurde in oktober 2014.
Niet lang daarna gingen er geruchten door het dorp.
En toen nog erger: het filmpje werd verspreid.
Het duurde niet lang of het halve dorp keek naar Anneke op de bank.
Zij wist zelf toen nog van niks.
Een kennis van haar vond het te gortig en stapte met zijn telefoon waarop ook hij het filmpje had ontvangen naar de politie.
Buurtagenten bekeken het, ze zagen Anneke en herkenden de stem van Femke en toen ze nog een keer keken herkenden ze ook Connie.

In maart werden ze aangehouden.
Ko ook.
Bij de politie werden uitvoerig verklaringen afgelegd.
Connie: ‘Ik wist niet dat het zo erg was.’
Femke: ‘Normaal ben ik niet zo. Ik moet gewoon even nokkie zijn geweest.’
Ko had bij de politie verteld dat hij filmde in opdracht van Connie.
Connie had ruzie met Anneke, ze hadden elkaar die avond ook geslagen, in de gang bij hem thuis. Ze waren toen al aangeschoten.

Connie: ‘Ik had ruzie met Anneke, Ko gaf mij toen een pilletje, om rustig te worden.’
Femke denkt dat ze flink wat cocaïne heeft gesnoven.
Ze zegt: ‘Ik weet helemaal niets meer.’
Connie: ‘Ik ook niet, maar ben wel vol in beeld op dat filmpje.’
Op haar werk hadden ze dat ook gezien.
Ze mocht vrijwillig ontslag nemen, dan kreeg ze een beetje geld mee.

Het vermoeden is dat iemand iets in het drankje van Anneke heeft gedaan.
Misschien wel GHB, raar spul dat Ko altijd in de koelkast had, wordt gezegd.

Anneke heeft geen aangifte willen doen.
Ze is bang voor represailles.
Maar de officier van justitie heeft geen aangifte nodig om de drie verdachten te kunnen vervolgen.
De beelden spreken voor zich.
Duidelijk is te zien, vindt zij, dat Anneke bewegingloos is, dus onmachtig.
Ze spreekt van ontzettend ernstige feiten die ze met alle officieren van justitie had besproken.

Gezamenlijk waren ze tot de conclusie gekomen: 24 maanden celstraf waarvan acht voorwaardelijk. Dus ook voor Ko die alleen maar filmde, ook voor Femke die hoogzwanger is.

De advocaten doen wat ze moeten doen.
Ze proberen de scherpe kanten eraf te halen.
Misschien bewoog Anneke toch wel een beetje en was ze helemaal niet zo laveloos van de drank en drugs.
Misschien was het wel een seksueel experiment van volwassenen met een slokje op.
Strafbaar is het dan niet, zegt de ene advocaat.
De andere: ‘Het is gebeurd, iedereen dronken, iedereen onder invloed, dan dient straf geen doel.’

Zij die weten dat ik in zittingszaal 14 kom vragen soms wat nou de ergste zaak is geweest, de meest heftige zaak, die ik heb gevolgd.
Dat is moeilijk te zeggen, antwoord ik dan.
Omdat ik inmiddels weet: het kan altijd nog gekker.

Rob Zijlstra

Een rechtbankdag

auto

08.25 – krabben

gelkinge

08.40 – nieuwe ebbingestraat

Het is vandaag donderdag 25 februari 216, 08.55 uur.
Donderdag is voor mij al jaren een vaste rechtbankdag die meestal tot in de late avond voortduurt.
De eerste zitting begint over een paar minuten.
Ik weet niet wat de dag zal brengen.

Een verslag.

.

 

rechtbank

08.50 – rechtbankgebouw

09.03 uur Een pro formazitting. Geen inhoudelijke behandeling. Betreft de moord op de 43-jarige Mariyana Lenarova, een Bulgaarse prostituee die werkte in de Vishoek in Groningen. Zij werd op 8 januari 2013 vermoord.

Dat de zaak nog steeds niet is behandeld, is vrij bijzonder. Het ligt in dit geval niet, nu eens niet,  aan het Openbaar Ministerie, maar aan een bijzonder onderzoek waar de verdachte op eigen verzoek aan meedoet.

De voorzitter van de rechtbank meldt dat de zaak op 13 en 15 april wel zal worden behandeld.

09.30 uur Tweede zaak. Verdachte is met haar auto ingereden op de buurman. Ze voeren een slepende ruzie. Slachtoffer is wel boos, maar wilde nooit een strafzaak. De officier van justitie stelt voor om de strafzaak aan te houden om mediation mogelijk te maken. Als ze daarin slagen, dan willen wij wel niet-ontvankelijk zijn, zegt de officier van justitie. Dit is de eerste keer dat ik dit meemaak. De rechtbank gaat er in mee.

09.45 uur Volgende strafzaak die over een kwartiertje begint gaat over een verkrachting dan wel poging daartoe. Juridisch misschien wel een ingewikkelde. Prostituee zegt nee. Vervelende man die geen Nederlands spreekt (maar wel verstaat) luistert niet.

IMG_6322

09.25 – verzamelde pers

Schermafbeelding 2016-02-25 om 10.06.01

09.55 – tweet

09.55 uur  Ik zie dat mijn collega en twitterkampioen Saskia Belleman (Telegraaf) en collega Chris Klomp (AD) in de rechtbank in Amsterdam een beetje zitten te ruziën.  

 

10.10 uur De derde strafzaak. Vervelende man uit Zaire met tolk luistert naar de rechters die  verslag doen van zijn gebeurtenissen in de peeskamer. Zij wilde wel zoenen, maar niet tongen. Hij wel, want hij had betaald, vijftig euro. Verdachte zegt dat hij dronken was en zich niet zo heel veel meer kan herinneren. Mediation zit er in deze zaak niet in, denk ik. 

10.30 uur Terwijl de rechters de verdachte man blijven ondervragen over de vermeende poging tot verkrachting in de peeskamer, schrijf ik vanuit de zittingszaal een berichtje voor de website van Dagblad van het Noorden over de mediation-kwestie van de vorige zaak. Via Telegram verstuur ik het bericht naar de nieuwstafel, zoals wij dat noemen. Het bericht zal binnen een paar minuten op de website – dvhn.nl – staan (als het goed gaat, meestal wel).

Naast mij zit rechtbanktekenaar Annet Zuurveen. Ze maakt schetsen van de verdachte. Ik zal daar straks een fotootje van maken (als dat mag, meestal wel).

Schermafbeelding 2016-02-25 om 10.49.42

10.40 – bericht online

10.55 uur Rechters praten met verdachte over zijn toekomst en hoe hij die vorm denkt te geven. Man werkt hier en daar en volgt opleidingen en wil graag in de autobranche werken. En van zijn alcoholprobleem af. 

De officier van justitie zal zo een strafeis formuleren. Een werkstraf zou kunnen, maar een ontregelende celstraf ook.

Het verzoek is of de aanklager langzaam wil spreken in verband met het tolken. De officier van justitie: ‘Ik zal mijn best doen. Maar langzaam praten is geen kernkwaliteit van mij.’

Ik maak ondertussen een afweging: zijn de gebeurtenissen in de peeskamer, langer dan een half jaar geleden, een nieuwsbericht waard? Een klein berichtje? Niet alles wat zich in de rechtszaal afspeelt, is per definitie nieuws. Maar als de collega’s van RTV Noord het wel melden, kan ik dan als DvhN achterblijven?

IMG_6327

11.03 – schetsje van annet

11.15 uur De officier van justitie eist 18 maanden celstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het in beslag genomen condoom moet worden verbeurd, zo luidt het voorstel aan de rechtbank. De uitspraak is over twee weken, op 10 maart.

11.33 uur Klein berichtje dan maar. De voorzitter meldt ondertussen dat de zitting wordt geschorst tot 13.00 uur. Dan worden uitspraken gedaan.

11.45 uur Per e-mail komen de strafzaken die volgende week op de rol staan binnen. Ik (wij van de pers) krijg die informatie – vertrouwelijk en onder embargo – van de rechtbank. Een snelle blik. Ontucht, poging moord, drugshandel in combinatie met diefstal, feitelijke aanranding, een culpose beschadiging, een verkeerszaak, poging diefstal en hennep. Zeg maar het gebruikelijke werk.  

Ondertussen rent collega Marjan Buring van het Algemeen Drents Persbureau (ADP) de perskamer in en uit. Waarom zij dat doet weet ik ook niet. Zij verzorgt het nieuws uit de rechtbank voor onder meer RTV Noord. Ik ga zo mijn redactie bellen voor overleg. Ik zal melden dat ze even na 13.00 uur een bericht kunnen verwachten over een zaak waarover ik vandaag al in de krant publiceerde: een ontnemingszaak in relatie tot hennep. De inzet is 1,1 miljoen euro. Ik verwacht niet dat de rechtbank dat bedrag zal toekennen.

Schermafbeelding 2016-02-25 om 11.16.30

een tweet van de wijkagent

12.15 uur Eten meenemen van huis behoort niet tot mijn kernkwaliteiten. Dus een broodje buiten de deur halen. Bij Goud Heerlijk, een BLT, met bacon uit Drenthe. De pers mag niet  in het restaurant (gewoon een kantine) van de rechtbank komen. En dat willen we ook helemaal niet. Daar kom je maar rechters tegen.

Ik zie dat het bericht over de poging tot verkrachting inmiddels op de website van de krant staat. 

12.33 uur Ik bel mijn chef want die wil weten wat hij kan verwachten voor de krant van morgen. Chefs willen dat, dat is hun werk. We spreken af dat ik een bericht maak over de ontnemingszaak en dan een ander bericht dan ik maak voor de website. Bericht wordt gepland voor pagina  3. Regel of zestig. Ook maak ik een apart krantenbericht over de mediation-kwestie, omdat dat iets nieuws is. Op welke pagina dat bericht zal belanden, weet ik niet. Ik claim zestig, zeventig regels. Het is zaak vroegtijdig berichten te melden dan wel ruimte te claimen. Doe je dat niet, dan loop je kans achter het net te vissen. Overigens is de deadline nog lang niet in zicht.

Ik ruik dat ADP-collega Karin Smalbil de perskamer binnenkomt. Ze heeft net buiten gerookt.

zit14

12.53 uur, lege zittingszaal 14, in afwachting van de uitspraken

 

Schermafbeelding 2016-02-25 om 13.38.43

13.25 – nestor boone

13.05 uur Het Openbaar Ministerie (OM) claimt 1,1 miljoen aan wederrechtelijk verkregen voordeel, misdaadgeld van vier veroordeelde mannen in hennep (darbuka-zaak). De rechtbank wijst 536.000 euro toe. Waarom weet ik niet. Dat staat in de vonnissen die ik nu moet gaan opvragen bij de afdeling voorlichting (meestal gaat dat goed). Ook is uitspraak gedaan in een zaak waarover ik eerder schreef en waar de slachtoffers niet zo blij mee waren (Liefdesverdriet misschien?). Ze keken ook een beetje boos en dat snap ik wel. Het OM had een celstraf geëist in deze nare stalkings- en lasterzaak.  Ik schreef dat ik mij afvroeg waarom celstraf vaak zo vanzelfsprekend is in de rechtszaal in plaats van een werkstraf.  Het werd ook een werkstraf. Hoop maar dat het OM dit aan de slachtoffers gaat uitleggen. De rechtbank zal dat niet doen.

13.25 uur  Ik tref Jan Boone, de nestor van de Nederlandse advocatuur, in de hal. Hoe gaat het? Hij doet zijn best. En verder? Hij zegt: ‘Al mijn verdachten zijn onschuldig.’ Als altijd.

13.35 uur Even lastig. Zit nu in zittingszaal 13. Twee zaken van belang op hetzelfde tijdstip. Man uit Hoogezand staat terecht omdat hij zijn 8 weken oude baby om het leven zou hebben gebracht (shaken baby). Trieste zaak. Het gaat om een regiezitting. Nog geen tijd gehad om een nieuwsstukje te tikken over die ontnemingszaak. Tussen 13.00 en 14.00 uur is het wel vaker hectisch. De advocaat, een confrère van Boone, wil nog getuigen horen.  Ik kijk naar de verdachte vader. Hij ontkent en zit vast. Op de tribune zitten twee rechercheurs, naast mij is misdaadverslaggever en collega Peter Steinfort van RTV Noord aangeschoven. Hij komt soms even buurten, maar alleen als er dodelijke slachtoffers vallen te betreuren.

In zittingszaal 14 is een naar ik begreep van de advocaat een ‘klein overvalletje’ gaande. Misschien moet ik maar verkassen. De ‘shaken baby’ levert nog geen nieuws op. Hoewel? De advocaat zegt nu dat de politie heeft geprobeerd cliënt  tot valse bekentenissen te dwingen. Dat zijn wel grote woorden. De officier van justitie werpt het verre van zich. De advocaten trekken te snelle conclusies, zegt ze.

IMG_6334

13.59 – ingang zittingszaal 14

14.01 uur Verkast. In zittingszaal 14 zitten twee verdachten, zo te horen zijn ze aan het ontkennen. Ze zouden, beweert het OM, op 31 december 2013 wiet en een laptop hebben gestolen uit een woning aan de Hortensialaan in Winschoten. Een oude zaak dus.

14.20 uur Nieuwsbericht over de ontnemingszaak getikt en doorgestuurd naar de nieuwtafel, terwijl ik met een half oor luister naar de nog steeds ontkennende verdachten van de vermeende woningoverval. Het bericht is bestemd voor de website. Ben wel wat laat (uur na de uitspraak), maar dat is even niet anders. Ik kijk snel op de site van RTV Noord, toch het toonbeeld van de snelle actualiteit. Ze hebben niks. Nu nog een kort nieuwsbericht maken over de stalking- en lasterzaak.

Schermafbeelding 2016-02-25 om 14.41.49

14.30 – online

 

14.40 uur Verdachte zegt tegen rechters dat hij rechters meestal niet vertrouwt. Te vaak heeft hij meegemaakt dat mensen onschuldig zijn veroordeeld. Hij is een beetje een praatjesmaker, als ik dat zo hoor. Hij zegt ook – ‘gezien mijn achtergrond’ – dat het hem heeft verrast hoeveel geld en tijd justitie in hem investeert, duizenden euro’s. Man zit in een penitentiair programma en brengt maaltijden rond voor ouderen. Rechter: ‘Als vrijwilliger?’ Verdachte kijkt naar zijn advocaat en vraagt: ‘Doe ik het vrijwillig?’

Ik zie dat de opgevraagde vonnissen inmiddels binnen zijn. De rechtszaak die ik maar half volg, kabbelt voort. Eigenlijk is het een zaak van niks, te oud ook om nog actueel te worden. Mijn zelfgecreëerde probleem is dat ik vind dat ik als rechtbankverslaggever de hele strafzaak moet uitzitten. We zijn nog wel even bezig. Kop koffie dan maar even, als een tussendoortje.

IMG_6338

15.26 uur – geen koffie

15.25 uur Ik verlaat de rechtszaal stilletjes en stel vast dat de alle koffieautomaten (2) het niet doen. ‘t Is Douwe Egberts, die bakt er niet veel van. Te drinken is het sowieso niet, maar helemaal niks is ook niks.  Als ik onverrichter zake terugkeer in de rechtszaal, is net besloten tot een korte pauze.

15.35 uur Zo klein was dit overvalletje niet, zegt de officier van justitie. Zij spreekt van een ernstig feit waarbij een bewoner in zijn slaap is overvallen. Ze noemt de richtlijn van het OM voor een woningoverval: 3 jaar. Nachtelijke uren en medeplegen zijn strafverzwarend. Artikel 63 is wel van toepassing, wat de hoogte van de strafeis weer naar beneden brengt. De eisen: 22 en 24 maanden. De advocaten kunnen los.

IMG_6339

15.40 – zonder bode komt gansch het raderwerk stil te staan

15.40 uur Ik informeer tussen de bedrijven door hoe het loopt in zittingszaal 13. Gelukkig bestaan er bodes. Voor wie ook rechtbankverslaggever wil worden: aan de bodes heb je het meest. Binnen de strafrechtspraak werken ontelbare voorlichters en woordvoerders en wat al niet meer, maar zij allen kunnen niet tippen aan de service die bodes te bieden hebben.

In ’13’ is alles rustig, alleen nog een tulletje.

De advocaten pleiten nu. In mijn e-mailbox rollen de zittingslijsten privaatrecht week 9 binnen. Het gaat om de aangevraagde korte gedingen. Ontruimingen en vorderingen (loon en wedertewerkstelling). De advocaat zegt dat zijn cliënt goed bezig is en dat 22 maanden celstraf  niet opportuun is. Er komt een e-mail binnen met de eerste planning van de krant van morgen. De ontnemingskwestie komt op de 3 te staan, ik moet concurreren met windmolens langs de grens en de personeelsacties van TSN  op de Grote Markt in Groningen. Mediation gaat ‘naar binnen’, naar de Gro4. Zo zeggen we dat op de krant.

16.15 uur De ontkennende verdachte zegt in zijn laatste woord dat hij de officier van justitie die 24 maanden tegen hem eist wel snapt. Zegt: ‘Als je met criminelen omgaat moet je ook de neveneffecten accepteren.’ De tweede verdachte: ‘Ik wil naar school.’

IMG_6341

16.22 – perskamer

16.18 uur De voorzitter sluit de zitting in zittingszaal 14. Voor vandaag. Buiten de op gang vraagt de verdachte wat ik verwacht, qua straf. Niet best, zeg ik. Ik ga afsluiten in de perskamer, ga nadenken over eten en ga vervolgens naar de redactie, voor deel 2 van deze rechtbankdag.

17.10 uur Gearriveerd op de redactie. Ik moet twee verhalen maken voor de vrijdagkrant: de ontneming en de mediation. Daarna wacht de vaste donderdagklus: het schrijven van mijn rechtbankcolumn voor de krant van zaterdag. De deadline voor deze column is vrijdagochtend vroeg, dus het verhaal moet vanavond worden geschreven. Het is altijd zoeken naar en denken over een onderwerp, een zoek- en denktocht die al op maandag begint. En maandagochtend was het direct raak. Ik was getuige van een van de meest bizarre strafzaken die ik in Zittingszaal 14 bijwoonde. De vraag is hoe expliciet ik het opschrijf. Misschien moet dat wel de vraag zijn. Hoe expliciet wil of moet je als  rechtbankverslaggever zijn?

IMG_6344

17.15 – mijn werkplek op de redactie van dvhn

 

Schermafbeelding 2016-02-25 om 18.09.07

18.10 – krantenbericht voor morgen

18.10 uur Het mediation-bericht is gemaakt. Het woord ‘slachtoffer’ past net niet in de kop. Ik vraag de eindredacteur dit op te lossen. Hij kan een beetje smokkelen met de grootte van de letter. Ik ga er vanuit dat dit goed komt (meestal wel). Ik bel nog wel even met de advocaat om te vragen of die mevrouw wel echt 63 jaar is. Dat is ze. Ze zag eruit als haar dochter. Vandaar. Ik wil geen ruzie. Het bericht over de ontneming moet ineens een stuk korter. De druk op de pagina’s neemt toe. Dat leidt soms wel tot  (collegiale) ruzies.

18.50 uur Het rechtbankwerk voor de krant van morgen is nu klaar. Sinds de drukpers van de krant is opgedoekt – wij worden gedrukt in Leeuwarden – is er in het krantengebouw geen eten meer verkrijgbaar. Er zijn alleen een paar snackautomaten vol Marsen met daarin stukje plastic. Die zijn niet lekker. Dus eten halen en dan aan de slag met de column.

19.46 uur Schrijven.

IMG_6345

21.20 – eindredactie legt de laatste hand aan de vrijdagkranten

21.10 uur Ik ben halverwege. Werktitel van mijn column is: ‘het moet niet gekker’. Misschien dat ik daar halverwege ‘niet gekker’ van maak. De redactie wordt ondertussen leger en leger, hier een daar zit nog een verslaggever (Arnoud Bodde) te tikken, op de sport is het altijd wat rumoerig, sportverslaggever Peter Hansen komt langs met een schaaltje  Groninger worst.

Druk is het wel in de hoek van de eindredactie. Daar worden nu de vrijdagkranten (Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant) in elkaar gezet. Zo te zien is daar alles onder controle. Aan de andere kant van de redactie (niet aan het eind, maar aan het begin) zal straks ongetwijfeld collega Jacques d’Ancona opduiken. Hij is net als Jan Boone nestor. En nu verder schrijven.

23.00 uur Column is geschreven. Richting huis. D’Ancona niet meer gezien.

Schermafbeelding 2016-02-26 om 00.01.23

23.40 – de krant

23.25 uur Veilig thuis, waar inmiddels het nieuws is doorgedrongen dat er een aardbeving is geweest nabij Hoogezand. Daar zullen ze op de redactie, zo kort voor de deadline, niet blij mee zijn. Misschien sneuvelt mijn ontnemingsverhaaltje nu helemaal.

Ik sluit dit nu  af. Want wat doet een journalist aan het einde van een lange dag? Die gaat ter ontspanning nog even op papier de avondkrant lezen.

Dit was de dag.

Rob Zijlstra

Liefdesverdriet (misschien)?

Dat in rechtszalen gevangenisstraffen
worden geëist, lijkt vanzelfsprekend.
Maar moet dat wel zo zijn ?

 

 

Schermafbeelding 2016-02-18 om 23.31.31

Het motief speelt in de misdaad een grote rol.
Een veel door rechters gestelde vraag in de rechtszaal is daarom: waarom?
Een heel logisch antwoord zou kunnen zijn: nou, gewoon, geld.
Want waarom anders pleegt iemand met alle risico’s van dien een overval?
Toch niet om een beter mens te worden.

De vraag is gemakkelijk gesteld, het geven van een antwoord blijkt in de praktijk van de rechtszaal ingewikkelder.
Er bestaan verdachten die het domweg zijn vergeten.
Die zeggen dan: ‘Waarom? Ik weet het niet meer.’
Rechters nemen daar geen genoegen mee.
Ze stellen de vraag dan nog een keer.
Dat helpt zelden, een herhaling levert geen ander antwoord op.

Ik moet dan ook altijd even aan Geert uit Veendam denken.
Geert kreeg drie jaar gevangenisstraf.
Geert ontkende de misdrijven die hij had gepleegd niet.
Hij zei: ‘Als de officier van justitie zegt dat ik het heb gedaan, dan zal het wel zo wezen. Want waarom zou die man liegen?’
Geert gelooft nog in de goedheid van de mens.

Na een wilde achtervolging met nogal wat schade onderweg was hij met een gestolen auto en ladderzatte kop ingereden op de politieauto en wel zo dat er sprake was van een poging tot doodslag.
De drank had de herinneringen volledig uitgewist.
Wat hij ook deed om de film terug te halen, de beelden bleven weg.
Gedeletet.
Drie jaar zitten en dan geen idee.

Of Lammert.
Hij had iemand ernstig mishandeld.
Mensen die hem kennen hadden gezien hoe hij tekeer was gegaan.
Lammert wist er niks meer van.
‘Nog niet met de beste wil’, zei hij.
Eén ding wist hij wel zeker, duizend procent: ‘Ik heb het niet gedaan.’
Rechters: ‘U kunt zich van die avond niets herinneren, maar u weet wel dat u het niet heeft gedaan. Is dat wel logisch?’
Lammert had toen gezegd: ‘Als ik iemand in elkaar sla, dan moet ik dat toch merken?’

Er is nog een categorie: verdachten die niet weten waarom. Dus niet, niet meer, maar domweg niet.
Waarom heeft u uw kleinkind jarenlang misbruikt?
‘Weet niet.’

Rajah (19) lijkt zo’n verdachte.
Toen hij zijn misdaden pleegde was hij net 18 jaar.
Rajah heeft stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van jonge vrouwen en hij heeft over die vrouwen malle dingen beweerd wetende dat die in strijd zijn met de waarheid.
Oftewel: stalking en laster.

Waarom?
Na lang aandringen, zegt Rajah, heel zachtjes: ’Weet niet.’
Nog een keer: ‘Weet niet.’

Rajah had verkering, ze kenden elkaar van hot or not, een datingsite ‘waar alles mogelijk is’.
Zoals dat gaat, ging de verkering uit, na vijf maanden wilde zij niet meer met hem.
Rajah zag op zijn mobieltje dat zij zich weer op de liefdesmarkt begaf voor nieuwe kansen.

Het duurde niet heel lang of de ex werd overstelpt met berichten, niet alleen op die datingsite, maar ook via WhatsApp.
Het waren nare berichten.
Dat er foto’s van haar zouden worden geplaatst op Tinder, op Badoo en op pornosites.
Ze werd gebeld, een robotstem bedreigde haar met de dood.
De berichten kwamen van Emma, Julia, Sophie, Anna, van Mila.

Na een tijdje kregen ook vriendinnen en kennissen berichten, afkomstig van steeds andere nummers.
Op Instagram verschenen accounts met foto’s van die vriendinnen die de wereld lieten weten ‘op zoek te zijn naar naar seks’ en ‘seksverslaafd te zijn’.

De ex en haar moeder wilden niet direct geloven dat Rajah erachter zat.
Toen de ex door haar stalker werd uitgedaagd voor een ontmoeting bij de Euroborg in Groningen, ging Rajah mee.

Bij de politie kwamen in korte tijd aangiftes binnen die op elkaar leken.
Agenten zaten met de handen in het haar.
De sociale media als plaats delict is geen dagelijkse politiepraktijk.
Dat komt nog.
Toch kwam Rajah na een tijdje als verdachte in beeld.
Hij ontkende eerst, maar bekende in het tweede verhoor: hij was het en hij was ook Emma, Julia, Sophie, Anna, hij was Mila.
Hij had op Instagram nepaccounts aangemaakt en daarmee zijn ex en haar (Facebook-) vrienden de stuipen op het lijf gejaagd.

Waarom?
Rajah zwijgt.
Zijn slungellichaam beeft.
Het valt ook niet mee.
De jonge vrouwen die hij belasterde zitten achter hem, met hun moeders op de tribune.
Was het wraak? Ja.
Was het boosheid omdat zij de relatie had verbroken? Ja.
Frustratie? Ja.
Rechters: ‘Sommige vrouwen hebben gesmeekt op te houden en toch ging u door.’ Ja.
Waarom? Waarom?
Verlegen blik.
Zakte hij maar door de grond.

Dat de digitale wereld van volwassen tieners bol staat van seks en verleiding, betekent niet dat pikante laster hen onberoerd laat.
Integendeel.
Twee jonge vrouwen maken in de rechtszaal indringend duidelijk hoe groot de impact is wanneer je naam en je foto’s te grabbel worden gegooid op de sociale media.
Heftige verhalen.
Niet meer alleen de straat op, weer naar school moeten worden gebracht, vriendinnen die afhaken. Nachtmerries.
Gedragsstoornissen.
Zitten blijven in havo 4.
Behandelingen bij Lentis.
Tranen.
Een van hen zegt, intens verdrietig: ‘Ik ben mezelf kwijtgeraakt.’

Rajah heeft ook een verhaal waar volgens zijn advocaat rekening mee moet worden gehouden. Verdachte komt misschien onbewogen over door te zeggen dat-ie het niet weet, maar dat zijn de zenuwen.
‘Wat hij heeft gedaan, vindt hij vreselijk.’
De advocaat schetst een beeld.
Rajah is geboren in Zwitserland, maar moet terug met zijn ouders naar Sri Lanka waar een dreigende situatie hen weer op de vlucht doet slaan.
Eerst naar Rusland en toen met mensensmokkelaars, door de bossen en achterin vrachtauto’s naar Europa, Oude Pekela, Nederland.
Rajah is dan 5 jaar.
Hij groeit hier op, geïsoleerd, nooit vrienden.
In 2013 krijgt het gezin een woning in Groningen.
En dan, dan leert hij – hot – zijn vriendin kennen die het vijf maanden later – not – uitmaakt.

De rechters vragen aan Rajah wat hij een passende straf zou vinden.
Een werkstraf, mompelt Rajah. ‘Dat heb ik wel verdiend.’
De officier van justitie ziet het anders.
Hij meent dat het beroerde verleden losstaat van wat Rajah heeft geflikt.
De eis: een half jaar gevangenisstraf, waarvan de helft voorwaardelijk mag.
De aanklager: ’Hij speelde met de gevoelens van jonge vrouwen. Daar past geen werkstraf bij. Verdachte wist waarmee hij bezig was.’

Dat in rechtszalen gevangenisstraffen worden geëist, lijkt vanzelfsprekend.
Maar moet dat wel zo vanzelfsprekend zijn?
Is de gevangenis ook bedoeld voor een Rajah?
Voor jongemannen met misschien wel liefdesverdriet?

Ik weet het niet.

Rob Zijlstra

Rekenonderwijs

Zou er maandagochtend op het
Hoofdbureau van Politie
spoedoverleg zijn ?

Schermafbeelding 2016-02-19 om 22.43.11

 

Er gebeurde vandaag iets bijzonders in zittingszaal 14.
Er stond een man uit Groningen terecht die hennep zou hebben geteeld.
Misschien dat hij dat niet zelf heeft gedaan, maar misschien samen met anderen.
Het Openbaar Ministerie vindt dat hij hoe dan ook moet worden veroordeeld wegens het medeplegen van het telen van hennep.
Medeplegen is zeg maar de zware variant van medeplichtigheid.

Dit is niet bijzonder.
Dat komt zo.

In een kippenschuur die de verdachte huurde om daar in de nabije toekomst iets te ondernemen met struisvogels werden 1.444 hennepplanten aangetroffen, een hoop lege bloempotten, lampen, koolstoffilters en wat al niet meer.
Op basis van dit en dat is berekend hoeveel de man zou hebben verdiend.
Zou, want het gaat om een schatting.
Hier bestaan rekenformules voor.

De uitkomst van zo’n berekening heet in de rechtszaal het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Omdat wij vinden dat misdaad niet mag lonen, dus ook hennepteelt niet, moet misdaadgeld worden afgedragen aan de staatskas.
Dan is het van ons allemaal en niet meer erg.

De politie beschikt over specialisten die kunnen uitrekenen hoeveel geld een betrapte hennepteler netto heeft buitgemaakt.
In dit geval was de uitkomst € 405.101, 52
Dat is zelfs voor een Amsterdamse bankier – want dat is de verdachte in dit waargebeurde verhaal – toch ook een aardige duit.

De officier van justitie – verantwoordelijk voor alles – had tijdens de voorbereiding van de rechtszaak nog eens naar de rekensom van de politie gekeken en stelde wat gekke dingen vast.
Ze zei tegen de rechters: ‘De berekening van de politie riep bij mij nogal wat vragen op.’

Nu komt wat apart is.

De officier van justitie had pen en papier gepakt en was zelf aan het rekenen geslagen.
Zij kwam op grond van dezelfde ingrediënten tot een andere uitkomst: € 32.199,10.
Dat is nogal een verschil.
In de rechtszaal verraste ze niet alleen de rechters met haar rekenwerk, maar zeker ook de verdachte.
Die keek ineens een tikkeltje ontspannender.

Maar wat ik mij nu afvraag…
Komt er nou een intern onderzoek bij de politie?
Zou er maandagochtend op het Hoofdbureau van Politie spoedoverleg zijn?
Moet er een agent op een matje komen?
Wordt het tijd voor bijscholing, een rekentoets wellicht?
De politie kondigde eerder aan de crimineel vaker in de portemonnee te willen treffen.
Kunnen wij in deze de politie nog wel vertrouwen?
Dat soort vragen.

Overigens, de rechters kunnen ook rekenen en hebben over twee weken het laatste woord.
Ik zal niet omvallen van verbazing.

Rob Zijlstra