Artikel 67a, lid 3

Arie is van 1929

Er zijn loslopende boeven van wie het de bedoeling is dat die achter de tralies verdwijnen en er zijn boeven die achter de tralies zitten met de intentie dat ze op een dag weer vrij mogen rondlopen.
Op een enkeling na.
Er is nog een derde groep: de voorlopig gehechten.
Dat zijn mannen en een paar vrouwen die formeel onschuldig vastzitten omdat ze nog niet door rechters zijn veroordeeld.

Veroordeelde boeven zitten in een gevangenis.
De voorlopig gehechten verblijven met hun bedenkelijke status in een huis van bewaring.
Een gevangenis biedt iets meer comfort.
Daar staat tegenover dat arbeid er verplicht is.
In een huis van bewaring hoef je niet te werken, maar moet de Staat wel arbeid aanbieden.

Het oude huis van bewaring in Groningen – aan de Hereweg – was een zogeheten textielbajes.
Dat was niet omdat de laatste ontsnapping geschiedde met aan elkaar geknoopte lakens (echt).
Het hvb Groningen was een textielbajes omdat de beklaagden achter tientallen naaimachines zaten om gekleurde kussentjes Schermafbeelding 2014-12-19 om 22.38.04en trappelzakken voor baby’s in elkaar te naaien.
Maar dit terzijde.

Er zitten flink wat verdachte onschuldigen achter de tralies.
Willem Holleeder is er sinds kort weer eentje.
Er zijn misschien wel meer verdachten dan opgesloten daders.

Ook Farid (23) uit Veendam is momenteel een voorlopig gehechte.
Hij zit al een half jaar in een cel te wachten op zijn proces.
De officier van justitie wil van hem een dader maken, terwijl Farid naar huis wil, om te trouwen met zijn verloofde die op hem wacht.
Farid zou iemand hebben bedreigd met een vuurwapen.
Toen de politie bij hem aan de deur kwam liet hij zich niet zomaar aanhouden.
Hij verzette zich waarbij politieagenten, zegt de politie, gewond raakten.
Het vuurwapen werd achter de wasmachine gevonden.
Farid ontkent alles.
Hij heeft agenten niet geslagen, niet geschopt.
Dat vuurwapen in zijn huis moeten vrienden daar hebben neergelegd, want hij heeft veel vrienden.

De officier van justitie stelt de rechtbank voor om Farid een jaar op te sluiten, terwijl de advocaat aan de rechters vraagt hem met onmiddellijke ingang in vrijheid te stellen.
De advocaat kan zich niet voorstellen dat Farid een straf krijgt opgelegd – mocht hij al schuldig zijn – die hem langer dan zes maanden in het gevang doet belanden.

Dreigt de voorlopige hechtenis langer te duren dan de te verwachten straf die wordt opgelegd, dan dient een verdachte per direct in vrijheid te worden gesteld: artikel 67a, lid 3., razend populair onder strafrechtadvocaten.

Dus, zegt Farid: ‘Ik zit al zes maanden vast. Ik ben mijn auto kwijt, mijn huis, mijn werk. Alles.’
De rechters antwoorden dat ze er over zullen nadenken.
Mochten ze vinden dat 67a, lid 3 aan de orde is, dan zullen ze dat zo snel als mogelijk mededelen.
Farid merkt nog op dat de feestdagen voor de deur staan.

Na Farid stapt een heuse georganiseerde criminele bende de rechtszaal binnen, omringd door acht politiemensen.
De vijf verdachten zitten vast sinds september dit jaar.
Iets met hennep en export.
Het politieonderzoek is in januari klaar, opdat het strafproces ergens in de loop van 2015 kan aanvangen.
Dat kan best september worden, onschuldig gehechten moeten soms veel geduld hebben.
De advocaten verzoeken de rechters de verdachten in afwachting van het proces in vrijheid te stellen.
Artikel 67a, lid 3 is in beeld.
Het lijkt heel wat, zegt een van de advocaten, maar het zal een zeepbel blijken.
Komt bij, zeggen de andere advocaten, dat het onderzoek bijna klaar is en er geen kans op herhaling is.
Er zijn dus geen gronden de verdachten nog langer in voorlopige hechtenis te houden.
De rechters wijzen de verzoeken af.
De acht politiemensen verlaten de rechtszaal en nemen de onschuldige beklaagden mee.

Ook Arie stond afgelopen week terecht.
Hij hoort eigenlijk net als de anderen in hechtenis te zitten, maar hij is detentieongeschikt verklaard.
Dat heeft met zijn leeftijd te maken.
Arie is van 1929.
Hij heeft zijn misdaad toegegeven.
Daarna was hij onmiddellijk gestopt met wedstrijdbiljarten want hij kon zich niet meer concentreren.
Wat hij heeft gedaan spijt hem.
Dat opa’s van kleindochters moeten afblijven, weet hij nu ook wel.
Detentie zit er voor de 85-jarige niet in, de officier van justitie eist een taakstraf van 180 uur.
De advocaat: ‘Misschien kan hij biljartlessen verzorgen in bejaardentehuizen.’
Niemand moest daar om lachen.

Waar de grens ligt qua leeftijd is mij onbekend.
Karel is 66 jaar en zit wel in voorlopige hechtenis.
Vanuit dezelfde stoel waar eerder die dag Arie zat, zegt Karel dat hij onschuldig in het huis van bewaring verblijft.
Uitgerekend hij die vijftig trouwe arbeidzame jaren achter de rug heeft en dacht van zijn oude dag te kunnen genieten.
Met een harde stem, vingertje in de lucht, roept hij richting de rechters: ‘En dit heet Nederlands recht?

Karel zit alvast vast omdat er aanwijzingen zijn dat hij zijn kleindochter en een kleutervriendinnetje heeft verkracht.
Tussen 2005 en 2010 en misschien wel heel vaak.
Hij is een half jaar geleden aangehouden.
Toen dat gebeurde, is op zijn computer kinder- en dierenporno aangetroffen.
Hij keek er ook graag naar, is de verdenking.

De voorlopige hechtenis is Karel niet in de koude kleren gaan zitten.
Hij wil in afwachting van het strafproces – ergens volgend jaar – naar zijn echtgenote die elders is ondergedoken.
Dat komt omdat zijn dorpsgenoten een voorschot hebben genomen op Karels mogelijke veroordeling: ze keilden alle ramen van zijn woning stuk.
Daar doen ze ook in Noord-Groningen niet moeilijk over.
Nadat de schade was hersteld, deden ze het weer en daarna nog een keer.
Toen kwam de burgemeester en die zei tegen de dorpelingen dat ze er mee moesten ophouden.
De woning staat nu voor te weinig geld te koop.

Dat Karel na zes maanden graag bij zijn gevluchte echtgenote wil zijn, valt wel te begrijpen.
De officier van justitie wil er evenwel niets van weten.
Artikel 67a, lid 3 is nog niet in zicht en daarnaast is er een goede grond Karel voorlopig achter de tralies te houden: hij heeft de rechtsorde geschokt.

Karel moet zijn onzekere tijd in voorlopige hechtenis voortzetten.
Hij roept met al zijn beschikbare boosheid tegen de rechters: ‘Het is hier nog erger dan in Rusland.’

Qua boef zijnde kun je het beste schuldig en met een veroordeling achter de tralies zitten.
Dan weet je waar je aan toe bent.

© Rob Zijlstra

artikel 67a, lid 3 Een bevel tot voorlopige hechtenis blijft achterwege, wanneer ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de verdachte in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel zal worden opgelegd, dan wel dat hij bij tenuitvoerlegging van het bevel langere tijd van zijn vrijheid beroofd zou blijven dan de duur van de straf of maatregel. 

Benno’s

uienIk luister naar en lees over de kwestie van de Brabantse zwemleraar Benno L. in Leiden.
Hij bood zijn computer ter reparatie aan.
Een medewerker ontdekte kinderpornografisch materiaal op het apparaat wat uiteindelijk leidde tot de ontdekking van een omvangrijke ontuchtzaak met tientallen jonge slachtoffers.
En een veroordeling tot 7 jaar gevangenisstraf.

Ik beklom de Martinitoren en keek uit over stad en ommeland.
Dacht: arme burgemeesters.

Tussen april 2004 en vandaag stonden voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen 386 mannen en 4 vrouwen terecht wegens de verdenking van een zedenmisdrijf.
Van hen werden er 42 vrijgesproken.
Maakt dat er 348 zedendelinquenten straffen kregen opgelegd.
Die straffen varieerden van een maand voorwaardelijke tot tien jaar gevangenisstraf; van een taakstraf van 80 uur tot 7 jaar in combinatie me tbs met dwangverpleging.

De veroordeelde zedendelinquenten waren tussen de 18 en 82 jaar oud.
Vooral vieze oude mannetjes?
Vijf procent was ouder dan 65 jaar.

Qua aantal werden de meeste zedenmisdrijven die tot een veroordeling leidden gepleegd in Groningen-stad: 135.
Oost-Groningen volgt op de voet: 115.
Noord-Groningen en Eemsmondgebied: 56.
Het Westerkwartier: 29.
De overige 13 kwesties speelden zich af in meerdere plaatsen, ook buiten de provincie.

Ongeveer 40 procent van de getelde zaken heeft betrekking op ontucht, in de meeste gevallen betreft het dan gebeurtenissen waarbij volwassenen kinderen seksueel misbruikten.
Soms eenmalig, vaker jarenlang achtereen.
Een kwart betreft kinderporno, bijna altijd alleen maar het in bezit hebben, niet het produceren of verspreiden van het verboden foto- en filmmateriaal.
Nog eens een kwart betreft verkrachting dan wel pogingen daartoe.
Er waren een paar schennisplegers en aanranders.

Zij waren niet allemaal zwemleraren.
Lang niet zelfs.
Er was één frotteur; een man die seksueel opgewonden raakte door onbekenden heel even aan te raken.
Er waren twee journalisten die logen dat ze aan onderzoeksjournalistiek deden.
Er waren mannen met leidinggevende banen die aan rechters vertelden dat ze liever dood waren geweest.
Die tijdens de rechtszaak alleen maar moesten huilen.
En dan snotterden dat ze wel wilden, maar niet konden stoppen.

Er was eens een brief van een werkgever van een man die zijn dochters jarenlang gruwelijk en avond na avond had misbruikt.
In die brief schreef de werkgever aan de rechtbank dat hij het de dochters zeer kwalijk nam dat zij aangifte hadden gedaan.
Omdat hij daardoor een goed werknemer was kwijtgeraakt.
Hij, maar ook de kerk, zou het de dochters nooit vergeven.

Er waren zaken waarbij alleen de vaders terechtstonden, terwijl uit veel bleek dat de moeders jarenlang de ogen en oren dichtdeden als hij de kinderen naar bed bracht.
Een zaak van een verliefde jongen van net 18 23 die helemaal vanuit Den Haag naar Delfzijl was gekomen om haar van internet  vurig te zoenen, toen niet wetende dat ze nog maar 15 was.
Dronken studenten en cocaïne snuivende bankmedewerkers die onbedoeld met medestudenten en collega’s in bed belandden en elkaar toen niet goed begrepen.

Een man met kleine kinderen en een geit.

Enzovoort.

Een enkeling zit nog in het gevang, de meesten wonen weer ergens.

De genoemde cijfers tonen de top van de ijsberg.
Officieren van justitie verzuchten in de rechtszaal met enige regelmaat dat er zoveel zedenzaken zijn en zo weinig capaciteit om alles te kunnen onderzoeken en vervolgen.
Aangiftes van ernstige zaken blijven soms maanden liggen, soms nog langer.
Er zijn kwesties die niet worden vervolgd; niet omdat het niet zo is, maar omdat het domweg nooit te bewijzen zal zijn.
Er worden kinderen misbruikt zonder dat ooit iemand anders dat zal weten.
Dat gebeurde gisteravond bij u thuis, in uw straat, in de wijk, in uw dorp.
En vanavond gebeurt het weer.

Arme burgemeesters.
Maar nog meer: arme wij allemaal.

Rob Zijlstra

In de aanbieding: verdriet

aanbiedingHeeft een moeder wiens wier kind seksueel is misbruikt door haar ex (tevens vader van het slachtoffer) recht op een schadevergoeding?

Man heeft zijn kind gedurende een jaar meerdere keren seksueel misbruikt. Het kind is nu vijftien jaar en eist schadevergoeding, een bedrag van 12.500 euro.

De officier van justitie onderschrijft dat het kind schade heeft geleden, maar vindt het gevorderde bedrag te veel van het goede.
Volgens de officier van justitie is een bedrag van 7.500 euro billijk.
Zij verzoekt de rechtbank dit bedrag aan het slachtoffer toe te kennen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Die maatregel houdt in dat het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) namens het slachtoffer het geld bij de veroordeelde gaat innen.

De moeder claimt in dezelfde strafzaak ook schade: 2.500 euro.

Haar ex-partner is eerder veroordeeld wegens seksueel misbruik van haar dochter.
Hij werd uit de ouderlijke macht gezet en mocht geen contact hebben met zijn dochter.
Na gevangenisstraf te hebben uitgezeten, vergreep hij zich aan de zoon die zo nu en dan bij hem op bezoek kwam.

Gedragsdeskundigen hebben vastgesteld dat er sprake is van een ziekelijke stoornis: pedofilie.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank de schadeclaim van de moeder af te wijzen.
Alleen het slachtoffer kan zich met een claim voegen in het strafproces.
Dat de moeder schade heeft geleden, dat ze is beschadigd,  staat volgens de officier van justitie niet ter discussie.
Dat heeft en is ze.
Maar de schade die ze heeft geleden, is niet een rechtstreeks gevolg van de gedragingen van haar ex.
Wil ze haar schade hebben vergoed, dan moet ze zich wenden tot de civiele rechter.

Bovenstaande is de standaard redenering van het Openbaar Ministerie omdat die overeenkomstig zou zijn met de bedoelingen van de wet.
De officier van justitie: ‘Voor de moeder biedt de wet onvoldoende mogelijkheden.’

De advocaat van de verdachte vader kan zich daar in vinden.
De advocaat zegt (vrij vertaald): ’Moeder is geen rechtstreeks slachtoffer.
Zou zij wel in aanmerking komen voor een vergoeding dan is er sprake van een vercommercialisering van verdriet. Dat wil de wet niet en dat moeten wij ook niet willen.’

De advocaat van de moeder ziet het anders.
De moeder, zo luidt zijn filosofie, is rechtstreeks getroffen.
Ze was geen beoogd slachtoffer (van het seksueel misbruik), maar ze is wel geraakt.
Bovendien: ze is moeder, er is sprake van een vereenzelviging van moeder en zoon.

De advocaat maakt een vergelijking met brand en brandstichting.
Ook daarbij kunnen slachtoffers vallen, ook slachtoffers die de brandstichter niet had beoogd.
Van vercommercialisering van verdriet is hier geen sprake.
Met de regel dat er sprake moet zijn van rechtstreekse schade, heeft de wetgever niet bedoeld om moeders uit te sluiten.

Wie heeft het meest gelijk?

Rob Zijlstra

 bovenstaande speelt in een strafzaak die vorige week diende en waarin de rechtbank volgende week uitspraak doet
•• als het aan Opstelten en Teeven (veiligheidsmannen van justitie) ligt gaat de veroordeelde verdachte straks diep in de buidel tasten – eigen bijdrage 

Weer beter

na drie maanden wisten ze genoeg…

hoe-beterWim (52) heeft een probleem en niet zo’n kleintje ook.
Dat probleem is dat hij zijn huurwoning in Groningen dreigt kwijt te raken.
Als dat gebeurt, dan heeft hij niet alleen niks meer, maar wordt het nog erger.

De dreiging wordt veroorzaakt doordat Wim in de gevangenis zit.
Zijn advocaat legt het de rechters maar even voor. Wim zelf zegt niet zo veel.

De advocaat komt ook met een oplossing.
Als de rechters nou eens de voorlopige hechtenis opheffen dan kan hij de gevangenis verlaten en dan kan hij zorgen voor de huur.
Mochten de rechters hem over twee weken toch veroordelen tot een straf die zijn vrijheid beneemt, dan komt hij gewoon terug.

Het probleem is omvangrijker dan tot hier is geschetst.
Zodra Wim eenmaal zijn woning kwijt is, zal het een hels karwei worden iets anders voor hem te vinden.
Wim is pedofiel.
De advocaat: ‘Een zoektocht naar een nieuwe woning zal gepaard gaan met maatschappelijke onrust.’
Niemand die hem wil.

Wim wordt ervan verdacht dat hij tussen 2009 en maart vorig jaar een meisje seksueel heeft misbruikt.
Toen het stopte omdat hij was aangehouden, was het kind 11 jaar.
Een gezinsvoogd had aan de bel getrokken.
Het slachtoffertje maakte deel uit van een gezin waar Wim regelmatig als huisvriend over de vloer kwam.
Hij was vaker huisvriend.
Drie jaar geleden leidde een stevige verdenking tot een vrijspraak omdat de rechters twijfelden.
Tien jaar geleden niet.
Toen werd hij in een vergelijkbare kwestie veroordeeld.
Ditmaal hangt hem drie jaar celstraf en een tbs met dwangverpleging boven het hoofd.

Of een zwervend bestaan.

Het nieuwe jaar telt al twee nare strafzaken rond seksueel misbruik.
Vorig jaar is nog gezegd dat de politie te weinig capaciteit heeft om alles wat er op dit akelige gebied gaande is, adequaat aan te kunnen pakken.

De tweede zedenzaak betreft Eildert (41).
Zijn zoon van toen 14 jaar was op een dag in juli vorig jaar overstuur thuisgekomen.
Niet bij hem thuis, maar thuis bij de nieuwe vriend van zijn moeder.
Zoon vertelde in tranen dat hij was misbruikt.
Door zijn vader Eildert.
Niet een keertje, maar vaak.
De nieuwe vriend belde moeder, moeder belde de hulpverlener, de hulpverlener de politie en de politie ging met de zoon praten in een speciale verhoorstudio.
Na drie maanden wisten ze genoeg en werd vastgesteld dat de jongen geen onzin of onwaarheden vertelde.
In oktober werd Eildert aangehouden.
Sindsdien zit hij vast.

Rechters: ‘U was een gewaarschuwd mens.’
Eildert snikt, ja, dat was hij.
Rechters: ‘En toch ging u door. Waarom?’
Eildert zegt dat hij dat zelf ook niet weet.
Rechters: ‘U bent eerder veroordeeld wegens misbruik van twee meisjes, onder wie uw eigen dochter.’
Eildert: ‘Ik weet dat het fout is wat ik doe.’
Rechters: ‘Ga door.’
Eildert: ‘Het is een bepaalde drang die in mij opkomt. Ik ben er zelf ook bang voor.’

Rechters: ‘U heeft uw zoon een aantal keren beloofd dat u zelf naar de politie zou gaan. Dat heeft u niet gedaan.’
Eildert: ‘Mijn advocaat zei dat ik dat niet moest doen.’

Een psychiater en een psycholoog hebben Eildert bekeken en bevraagd en vastgesteld dat er sprake is van de ziekelijke stoornis pedofilie.
Eildert moet – net als Wim – worden behandeld om herhaling (kans daarop is groot) te voorkomen.
De officier van justitie ziet maar een mogelijkheid: tbs met dwangverpleging waar achttien maanden gevangenisstraf bij wijze van vergelding aan vooraf moeten gaan.
Eildert vindt dat te veel en veel te zwaar, maar zegt: ‘Als ‘t moet, dan moet het maar. Ik wil niet dat het weer gebeurt, anders hoeft het voor mij niet meer.’
Met dat laatste bedoelt hij leven.

In de strafzaak van Wim werd door deskundigen opgemerkt dat mannen die met de ziekelijke stoornis pedofilie de tbs ingaan, er moeilijk weer uitkomen.
Soms nooit.
De officier van justitie tegen Eildert: ‘Ja, ‘t kan heel lang duren.’

Wat in dit soort zaken niet heel gebruikelijk is, is dat het jonge slachtoffer het woord krijgt.
De zoon is inmiddels 15 jaar, maar hij oogt veel jonger.
En kwetsbaar.
In zijn trillende handen houdt hij een briefje vast waar de woorden staan geschreven die hij wil zeggen.
Tranen biggelen over zijn bleke wangen.
In de rechtszaal wordt het stiller dan stil.

Diepe zucht.

Dan ineens, een luide en zelfverzekerde stem: ‘Papa, luister goed. Ik vind het jammer dat het zo is. Waarom doe je dit? Je verpest je hele leven. Waarom wilde je kinderen? Je bent het niet waard.’
Een laatste zin, bedoeld voor de rechters, die raakt: ‘Ik vind dat hij een lange straf moet krijgen zodat hij weer beter wordt.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 23 januari 2014 – uitspraak
Eildert is veroordeeld tot tbs met dwangverpleging. De gevangenisstraf die daaraan vooraf moet gaan bedraagt 2 jaar, zo oordeelde de rechtbank. De geëiste 18 maanden doet geen recht aan de ernst van de feiten.
Het vonnis is niet gepubliceerd.

De stiefvader

Het is in dit verhaal het een of het ander.
In het ene geval is Tom (44) het slachtoffer van een heel akelig spel.
In het andere geval is Tom een heel akelige man.

Zelf zegt hij dat er sprake is van het eerste.
Hij zegt: ‘Het verwijt dat ik mij schuldig heb gemaakt aan seksueel misbruik heeft mij diep geschokt. Niets is erger, het heeft mij kapot gemaakt.’

De ware schuldigen zijn in zijn beleving die drie rotkinderen van zijn partner van wie hij net is gescheiden na een geweldig huwelijk.
Die kinderen hebben het bedacht en dat hebben ze gedaan met maar een doel: geld.
En dat terwijl hij zo zijn best had gedaan hen op te voeden, wat ook niet gemakkelijk was geweest.
Hij was streng geweest doch rechtvaardig.
Nu krijgt hij stank voor dank.

Aan het huwelijk lag het niet, want hij had een heel goed huwelijk.
Ze hadden elkaar op het internet ontmoet.
Het had niet heel lang geduurd en zij kwam al naar Groningen om met haar drie kinderen bij hem in te trekken.
Dat was in 2000.

Toen zij vorig jaar zei dat ze wilde scheiden was dat rauw op zijn dak gevallen.
Zegt tegen de rechters: ‘Ik heb het niet zien aankomen, familie en bekenden ook niet.’
Hij had haar toen wel een klap gegeven.
Goed, dat had hij eerst ontkend, maar later toen hij met de camerabeelden werd geconfronteerd, met de beelden van zijn eigen beveiligingscamera’s in de winkel, gaf hij het toe.
Tegen de rechters: ‘Fout. Punt uit. Het had niet mogen gebeuren.’

De drie kinderen, inmiddels grote tieners en jong volwassen, eisen ruim 20.000 euro schadevergoeding.
Tom ziet daarin zijn gelijk: ‘Daar is het hen om te doen.’

Dit is kort gezegd de ene kant van het verhaal.
De andere kant is het verhaal van de twee dochters en de zoon van zijn ex.

Coby – de middelste – was 9 jaar toen ze in 2000 in Groningen kwam wonen.
Tom leek een leuke, nieuwe vriend voor moeder, een leuke nieuwe vader ook voor hen.
Heel lang duurde dat niet.
Het seksueel misbruik was al na een paar maanden begonnen en zou acht jaar voortduren.

Vier jaar geleden was ze naar de politie gestapt en had ze alles verteld.
Dat heette een informatief gesprek.
Haar moeder bleef bij hem, zodat Coby er alleen voor stond.
Dat trok ze niet en ze zette de aangifte niet door.

Toen ze vorig jaar 18 werd, deed ze alsnog aangifte.
Haar zus en broertje deden dat ook.

Coby van seksueel misbruik, broer en zus van stelselmatige mishandeling.
Ook de ex deed aangifte.
Ze was in al die jaren veel vaker dan die ene keer geslagen en geschopt.

De officier van justitie zegt dat het een verschrikkelijk strafdossier is met de meest vreselijke details.
Verkrachting en vernedering gaan er hand in hand.

De kinderen kregen vaak straf.
Dan werden ze geschopt, geslagen, geknepen, aan de haren getrokken de trap op, of aan de oren er af.
Zij kon strafvermindering verdienen in ruil voor seks.
Jarenlang – maand in, maand uit – was Coby bang dat ze zwanger zou raken.
Ook toen ze nog kind was.

In de rechtszaal spreekt ze de rechters toe.
Ze zegt: ‘Ik onderging het, om te overleven.’
Het gebeurde twee, drie keer in de week, soms vaker,
Op vakanties, tijdens ritjes met de auto, langs de kant van de weg.
Ze zegt dat ze nog steeds bang is, ook nu hij in de gevangenis zit.
Ze zegt ook dat het heel veel over haar gaat, dat dat niet helemaal eerlijk is, omdat hij ook het leven van haar broertje en zus kapot heeft gemaakt.

Ze zei het niet zoals het hier staat.
Ze sprak met hartverscheurende woorden.

Tom zegt zelfverzekerd: ‘Ik kan hier niets mee. Ik sta machteloos in dit verhaal. Zij zeggen het en ik kan mij niet verdedigen. Ik heb het niet gedaan en wat niet is gebeurd, is niet gebeurd.’

Volgens de officier van justitie is Tom een narcistische en dominante man die op alles een antwoord heeft en altijd een leidende rol wil hebben.
Tom knikt: ‘Dat laatste klopt wel. Dat is het ondernemerschap, dat zit in mij.’

Enigszins verbaasd is hij dat hij vanuit de gevangenis niet in de gelegenheid wordt gesteld zich bezig te houden met de boekhouding van zijn twee winkels.
Zegt: ‘Ik heb een complexe boekhouding, met 6, 12 en 21 procent btw. Dat kan ik eigenlijk alleen zelf doen. Nu wordt de financiële situatie steeds nijpender. Dit kan echt niet te lang meer duren.’

De officier van justitie: ‘Bekennen ligt niet in de rede van deze verdachte. Ik eis een gevangenisstraf van 6 jaar.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 28 oktober 2013 – uitspraak
Tom is conform de eis van het Openbaar Ministerie veroordeeld: 6 jaar celstraf. Al hetgeen hem ten laste is gelegd acht de rechtbank bewezen.

de rechtbank heeft het vonnis niet gepubliceerd

Huisbezoek

huisbezoek2Ben werkt keihard, zo’n 75 uren in een week en dat doet hij met veel plezier, want de frituur is zijn lust en zijn leven. Hij heeft, al zegt hij het zelf, leuke medewerkers en hij organiseert ook van alles.  Dat doet hij niet lukraak of zo, maar vanuit een visie. Tegen de rechters: ‘Ik heb een formule op de zaak zitten.’

Het enthousiasme waarmee hij over zijn werk praat steekt schril af bij de toon die hij aanslaat als het over dat andere gaat.
Ook wel logisch misschien, want wie nou geeft graag publiekelijk toe opgewonden te geraken van volwassen vrouwen die seks hebben met paarden en honden?
Om over de foto’s en films waarop kleine kinderen door volwassen mannen worden verkracht nog maar te zwijgen.

Ben, berouwvol: ‘Het had niet mogen gebeuren.’
Rechters: ‘Hoe kwam u er aan?’
Ben: ‘Nou gewoon…’

Hij zegt dat hij niet lekker in zijn vel zat.
Dat kwam door haar, zijn partner, de moeder van zijn dochter.
Zegt: ‘We hadden steeds ruzie. Zij liep steeds weg en dan werd ik steeds kwader.’
Dat mondde uit in huiselijk geweld en daarna in therapie.

In de rechtszaal ontpopt Ben zich nu als zijn eigen psychiater.
Hij vertelt: ‘Ik wilde leven als een goed mens. Ik wilde met mezelf in het reine komen. Daarom heb ik het verteld. Alleen kwam ik er niet uit. Aan de therapeute heb ik verteld dat ik bezig was met kinderporno. Dat was een uiting van frustratie.’

Rechters: ‘En de dieren?’
Ben: ‘Zelfde verhaal, zelfde frustratie.’
Rechters: ‘Om uw frustratie een plek te geven maakte u er een misdrijf van.’
Ben herhaalt het nog maar een keer: ‘Het had niet mogen gebeuren.’

Het ziet er niet best voor hem uit.
In 2001 is hij veroordeeld wegens ontucht met minderjarigen.
Dat had hem een jaar celstraf opgeleverd.

De officier van justitie vraagt aan Ben of hij zich realiseert dat hij opnieuw gevangenisstraf kan krijgen?
Ben krimpt ineen en mompelt: ‘Dat behoort tot de mogelijkheden, ja.’
Officier van justitie: ‘Wat betekent dat voor u?’
Ben, wat een ellende: ‘Dan ben ik bang dat ik de zaak kwijt zal raken.’

De officier van justitie zegt dat ze de feiten kan bewijzen.
Zegt dat het feiten zijn dat op de computer van Ben kinderporno en dierenporno is aangetroffen.
Dat niet alleen kinderen, maar ook dieren moet worden beschermd tegen dit soort misbruik.
Komt bij, zegt de aanklaagster, het is ook een misdaad tegen de zeden: ‘Wij willen dit gedrag niet.’

Misschien denkt Ben nu wel dat hij een bordje zal moeten maken, voor aan de deur.
‘Wegens omstandigheden gesloten.’
De officier van justitie zegt dat ze op grond van de richtlijnen wel 480 dagen celstraf kan eisen. En dat Ben eerder voor een zedenzaak is veroordeeld. Dat er grote zorgen zijn.
Ben’s gedachten: ‘t zwartste scenario, einde oefening.

De officier van justitie: ‘Of moet Ben een kans krijgen om zijn leven op de rit te houden?’
Ben kijkt op: ‘?’

De officier van justitie: ‘Ik sla door naar dat laatste. De wetgever verplicht mij een gevangenisstraf op te leggen. Daarom eis ik één dag onvoorwaardelijke celstraf, acht maanden voorwaardelijke celstraf en een forse taakstraf van 200 uur met een proeftijd van vijf jaar.’
Ben recht de rug, kijkt naar zijn advocaat en denkt vast iets als: hier had ik niet op gerekend.

De officier van justitie is nog niet helemaal klaar.
Aan het voorwaardelijke deel wil ze een bijzondere voorwaarde gekoppeld zien.
Vijf jaar lang mag de politie onaangekondigd bij Ben thuis op bezoek komen om de computers te controleren op ranzigheid.
Een controle op internetgedrag.
Werkt hij daar niet aan mee, dan zal justitie hem met die acht maanden voorwaardelijke celstraf om de oren slaan.

De advocaat van Ben kan zich in grote lijnen vinden in de keuzes van de officier van justitie, maar vindt de onaangekondigde huisbezoeken door de politie te veel van het goede: ‘Er bestaan toch ook filters?’

Rob Zijlstra

uitspraak op 5 september

Lichtjes uit

Er was eens een man die dreigde aan zijn leven abrupt een einde te maken in het geval zijn strafzaak in het openbaar zou worden behandeld.
Hij vond dat de deuren van de rechtszaal gesloten moesten worden.
Hij wilde zich wel verantwoorden, maar zonder pottenkijkers.
De rechters namen het verzoek in beraad en zeiden vervolgens dat de belangen van een openbare terechtzitting zwaarder moeten wegen dat de persoonlijke belangen van de verdachte.

Niks deuren op slot.

Eenmaal is het de afgelopen tien jaar in Groningen voorgekomen dat er alle, maar dan ook echt alle reden was de deuren op slot te doen, om pers en publiek voor even uit zittingszaal 14 te weren.
Maar zelfs toen bleven de deuren geopend.

Deze week werd er opnieuw een verzoek gedaan door zowel de advocaat als de officier van justitie.
De achtergrond van dat verzoek was dat zij die nog onwetend zijn, onwetend moeten blijven in het belang van de slachtoffers.
Maar weer schudden de rechters van neen.
De openbaarheid is een controle, spraken zij, op een eerlijk proces.
En ze zeiden na de belangenafweging dat de maatschappij het recht heeft te weten wat er is gebeurd.

U heeft dus recht op dit verhaal waar u waarschijnlijk niet op zit te wachten.

De verdachte is een 47-jarige en zo op het oog een niks bijzondere man.
Een paar keer wordt hij emotioneel, moet hij even huilen, maar steeds weer weet hij zich te herpakken.
Dan beantwoordt hij de vragen van de rechters alsof het gaat om een verkeersquiz.
Het zijn dan ook vooral de vragen van de rechters die door merg en been gaan.
Zijn antwoorden zijn kort en afgemeten: ‘Het klopt.’ Of hij zegt: ‘Helaas is dat zo.’

De officier van justitie speelt haar aanklagende rol snoeihard.
De betuigde spijt en zijn tranen noemt ze ‘gratuit’.
De officier van justitie zegt: ‘Overdag zat meneer in praatgroepjes, ‘s avonds lag hij op zijn dochters.’
De man: ‘Ik heb een klotenkarakter.’

De officier van justitie: ‘Alle artikelen die in het Wetboek van strafrecht staan met betrekking tot zeden gaan op voor deze zaak.’
De man: Hoe lang ik tussen vier muren moet zitten, het maakt me niet uit. Wat ik heb gedaan is fouter dan fout.’
De rechters merken op dat het hen opvalt dat hij steeds van die sociaal wenselijke antwoorden geeft.

Hij zegt dat hij het niet kan ontkennen.
Dat het klopt dat hij seksueel opgewonden raakt van zijn eigen kinderen. Naarmate zijn kinderen ouder werden, borsten kregen, werd het ook steeds moeilijker zijn handen thuis te houden.
In plaats daarvan misbruikte hij zijn dochters op alle mogelijke manieren waarin het Wetboek van strafrecht dus voorziet.
Jaar in en jaar uit verkrachtte hij zijn eigen kinderen, daar komt het op neer.

De officier van justitie zegt dat het misschien wel 15 jaren heeft geduurd. Soms gaf hij zijn dochters wijn en sigaretten.
De wijn dronken ze dan gretig op, in de hoop er minder van mee te krijgen. Een van zijn dochters liet zich misbruiken in de hoop dat haar vader dan haar jongere zusje met rust zou laten (misschien moet u deze zin nog een keer lezen).
Dat deed hij niet, hij liet ze niet met rust.

Zijn kinderen stonden onder de hete douche om de pijn van gloeiend heet water te voelen, opdat de innerlijke pijn minder zou worden.
Hij maakt filmpjes van die momenten dat zijn dochters hem moesten bevredigen.
Die filmpjes bewaarde hij dan op een usb-stick of hij voegde het materiaal toe aan zijn collectie kinderporno die hij van het internet downloadde.
Dat deed hij al een jaar of tien.
Soms moesten zijn dochters daar naar kijken.

De rechters: ‘Ging er dan bij u nooit het licht branden. Zodat u kon zien dan wat u deed niet kon?’
De man: ‘Oh, die lichtjes ter waarschuwing die hebben heel vaak gebrand. Maar ik heb die lichtjes uitgedaan. Ik heb altijd gehoopt dat ik er mee weg zou komen. Dat ze het nooit aan iemand zouden vertellen.’
Hij zei vaak dat als mama het zou weten, papa dan naar de gevangenis moest.

Vorig jaar kwam het uit. Een van de dochters vertelde alles aan een vriendinnetje die het vertelde aan een vriendje die zei dat ze naar een vertrouwenspersoon moesten gaan.
De vertrouwenspersoon was geschokt en belde onthutst met het bureau kindermishandeling.
Uiteindelijk kwam de politie, volgde familieberaad waarin werd besloten aangifte te doen.
Wereld na wereld stortte in.

De man was tien jaar geleden ook al eens veroordeeld wegens ontucht met een buurmeisje.
Onderdeel van de toen opgelegde straf was een behandeling overdag in praatgroepjes.
Het misbruik ging ‘s avonds door.

Rechters: ‘Moet u opnieuw een behandeling?’
De man: ‘Sluit me maar levenslang op, dan heb ik geen behandeling nodig.’ Even later zegt hij: ‘Ze mogen me morgen behandelen, dat interesseert me geen hol.’

De officier van justitie komt met een van de hoogste strafeisen die ooit in een zedenzaak in Groningen op tafel is gelegd: tien jaar gevangenisstraf gevolgd door een tbs met dwangverpleging.

De man had tegen de advocaat gezegd dat hij niet tot in den treure verdedigd wil worden.
Hij had het immers gedaan.
De advocaat wil de rechters nog wel meegeven dat ‘mijn cliënt op een afdeling in de gevangenis komt waar hij beschermd moet worden tegen de jongens die wel raad weten met dit soort verdachten’.

Dat klonk niet als een verzachtende omstandigheid.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 8 juli 2013 – uitspraak
Tien jaar celstraf in combinatie met tbs met dwangverpleging vindt de rechtbank te veel, zegt de rechter die uitspraak doet. Het te vele zit vooral in de combinatie. Niet te veel is zeven jaar in combinatie met tbs met dwang. Alles wat aan de man ten laste is gelegd, acht de rechtbank bewezen.

UPDATE – 30 januari 2014 – hoger beroep
Het Openbaar Ministerie heeft het hof verzocht het vonnis van de rechtbank te bevestigen: dus 7 jaar en tbs met dwangverpleging. De verdediging heeft een tbs met voorwaarden voorgesteld.  Het hof volgt de rechtbank en legt opnieuw 7 jaar cel en tbs met dwangverpleging op.

HET ARREST