Zat ik twee weken geleden te pietlutten over mijn droeve kluservaringen, kom je Bert en Nelis tegen.
Die twee staan, als je justitie moet geloven, garant voor het echte prutswerk.
Bij de oplevering van nieuwgebouwde huizen ontbraken dakspanten. En anders was de vloer van beton wel te hoog zodat niets paste. Bij andere woningen stonden muren scheef of werden die bijeengehouden met pur. Dan weer waren er geen deuren of ontbraken kozijnen. Tussendoor werden de opdrachtgevers – doorgaans de toekomstige bewoners – geplaagd door de een na de andere bouwstop.
En het werd nog erger.
Daarom zaten Bert en Nelis maandagmiddag en –avond in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank. Bert hoorde daar zes maanden gevangenisstraf tegen zich eisen, Nelis twee jaar.
Bert was directeur-eigenaar van RCE Bau GmbH. Zijn echtgenote directrice en verantwoordelijk voor de eigenaardige administratie.
Bij RCE Bau, vlak over de grens gevestigd in Duitsland, kon je een contract afsluiten en dan bouwde RCE een compleet huis voor je. In Blauwestad bijvoorbeeld. Veel mensen leek dat wel wat, want Bert kon scherp calculeren. Nederlandse bouwers, graaiers immers, offreerden doorgaans het dubbele.
En dan weten wij het wel.
Maar al snel begon de ellende met Duitse degelijkheid. Niet dat Bert daar iets aan kon doen, zei hij tegen de rechters. Het waren de leveranciers van beton- en bouwmaterialen die hem dwars gingen zitten. Niet omdat hij rekeningen niet betaalde of zoiets onbehoorlijks, maar omdat ze hem kapot wilden maken.
Tot op de dag van vandaag, huilde Bert (bijna) tegen de rechters, worden wij, ik en mijn vrouw, bedreigd. Boos tegen de officier van justitie: ‘En daar doet justitie niks aan.’
In juli vorig jaar zag Bert het niet meer zitten met al die geldeisende leveranciers en klaagklanten met hun scheve muren. Gelukkig kwam hij ene Nelis tegen, ergens op een parkeerplaats. Nelis die dag en nacht hardwerkend in houten tafels deed, had wel zin in een GmbH zo vlak over de grens. Goed – voor hem – met betrekking tot de belastingen.
Bovendien was de overnamesom die Bert op de onderhandelingstafel legde, aantrekkelijk: een euro. Het due diligence-onderzoek leerde Nelis dat er nog werk zat was, dat de crediteuren 380.000 euro toekwam, maar de debiteuren goed waren voor 340.000 euro.
Op 12 juli vorig jaar werd de deal – bij kennelijk een goedwillende notaris – bekrachtigd.
Alle zeurklanten kregen een brief waarin de overname wereldkundig werd gemaakt. Vriendelijk doch dringend – anders komen we op bezoek – werd verzocht de openstaande rekeningen binnen acht dagen te voldoen. Aan crediteuren werd uitstel van betaling gevraagd om de doorstart ook bij de bank in goede banen te leiden.
Drie dagen na de overname kwamen de eerste dreigementen bij klanten binnen.
Bij klanten die meenden de betaling (van restanten van de bouwsom) te moeten staken vanwege aanhoudende bouwstops, die scheve muren met pur en allerhande andere ellende. Nelis sprak van een slechte betalingsmoraal.
De klanten werden als gevallen koningen behandeld. Per telefoon werd gedreigd hersenen in elkaar te slaan als die 7.000 euro niet per direct zou worden betaald. Of werd gezegd: ‘Wat moet je met al dat geld als je straks toch niet meer kunt lopen.’ Niet betalen kost een knie of een duim. Er werd gedreigd met granaatjes onder de auto. En dat RCE Bau wel wist waar jullie hoerige dochter naar school gaat.
Een klant ontving in korte tijd 130 dreigende telefoontjes en sms’jes.
Twee klanten betaalden binnen twee dagen 17.000 euro. Het geld stond nog niet droog op de rekening, of Nelis nam het in contanten op.
Waarom?
Nou, daarom en bovendien ging hij graag met kennissen naar het casino, zo af en toe.
Bert tiert tegen de rechters dat die bedreigingen maar kinderspel zijn bij wat hij en zijn vrouw moeten doormaken.
Nelis zegt nimmer weet te hebben gehad van de dreigementen. Hij vindt het, zegt hij, schoftenstreken. Zoiets doe je niet, zoiets doen alleen criminelen. Nelis zegt van nimmer te hebben geweten omdat hij de incasso in handen had gegeven van een bureau.
Ieder z’n vak.
En hoewel hij zich niet kan voorstellen dat dat bureau (’gevonden in de gele gids’) er achterzit, wil hij de incassonaam niet verklappen. Hij kijkt wel link uit. ‘Ik moet strak ook weer verder.’
Een aantal gedupeerden betaalde niet, maar deed aangifte.
Aanvankelijk ging de regiopolitie Groningen uit op onderzoek, maar al snel werd de zaak in handen gegeven van de Bovenregionale Recherche Noord- en Oost Nederland.
Op 1 augustus begon die onder de codenaam Bloem met het afluisteren en het stelselmatig observeren van de verdachte Bert en Nelis. Het omvangrijke onderzoek leverde vijftien dossiermappen aan informatie op. Gek genoeg heeft het bovenregionale politieteam de persoon die de dreigementen uitte, niet kunnen traceren.
De officier van justitie: ‘Het bewijs is misschien hier en daar wat dun, maar dun bewijs is ook bewijs.’
Nelis heeft leiding gegeven, zegt de officier, aan afpersing en heeft het afgeperste geld witgewassen: goed voor twee 2 jaar. Bert is aan dit alles medeplichtig en heeft bovendien iemand met een vuurwapen bedreigd: 6 maanden.
De advocaten zijn het er niet mee eens.
Rob Zijlstra
medialink: rtv noord (30 augustus 2007)
UPDATE - 1 september 2008 – uitspraak
Bert, tegen wie zes maanden was geeist, is vrijgesproken. Nelis moet conform de eis 24 maanden zitten.








Bewijs is inderdaad nogal dun, maar dat Nelis de naam van het incassobureau niet wil verklappen pleit niet echt voor hem. Ben benieuwd naar de uitspraak.
Ze hadden Bert beter voor de rest van zijn leven kunnen opsluiten, want die heeft alweer de ene bouwstop na de andere. Schijnbaar werkt ie nog steeds met de zelfde architect.