Het kan, maar het blijft raar.
De officier van justitie besluit iemand, in dit geval Bram die in de zestig is, te vervolgen.
Bram had bij de politie verteld wat er wel en niet was gebeurd en dacht dat de kous daarmee af was.
Want er was eigenlijk helemaal niets gebeurd.
Zeven maanden later viel een dagvaarding bij hem in de bus ‘teneinde terecht te staan’.
Eerst tot verbazing en toen tot grote schrik vanwege de verdenking: verkrachting en aanranding.
Bram zegt tegen de rechters: ‘Mijn wereld stortte in.’
Hij vreest nog een tweede instorting.
Bijna niemand uit zijn omgeving die het weet. En morgen is er wel weer een krant. ‘En dan ben ik alles, alles kwijt, ook mijn kleinkinderen.’
Zo ellendig zat Bram daar dus, maandagochtend in zittingszaal 14, met de hijgende pers in zijn nek.
Wat kan, maar raar blijft, moet nog komen.
Terwijl Bram met lood in de schoenen plaatsneemt voor het hekje, herhaalt de officier van justitie wat er in de dagvaarding staat, waarom zij Bram heeft gedagvaard.
Bram mag vervolgens gaan zitten en wordt een uur lang stevig door de rechters ondervraagd.
Hij was die zaterdag bij zijn neef aan de deur geweest om er een kopje koffie te drinken.
Dat deed hij wel vaker.
Maar de neef was er niet.
Wel zijn achternichtje die de deur opendeed.
Goed, hij was naar binnengegaan en was haar achterna gelopen, de trap op.
Zij wilde wel eens op zijn zonnebank en hij zei dat dat nu wel mocht.
Zij zei dat ze niet kon, omdat ze haar kamertje moest opruimen.
Hij zei, ja, wat een puinhoop. Weet je wat, ik help wel eventjes.
Beetje raar, zeiden rechters, een man van in de zestig met een meisje op haar meisjeskamer.
Bram: ‘Ik had weg moeten gaan.’
Van opruimen kwam weinig.
Want hij zei, jij altijd in je slobberkleren. Waarom trek je niet eens een leuk jurkje aan?’
Dat deed ze.
En toen nog eentje.
En toen zaten ze op bed.
Bram: ‘En toen gaven we elkaar een kus en toen nog eentje.’
Rechters: En toen?
Bram: ‘En toen niks meer. Toen ben ik weggegaan.’
Rechters: Maar toen zei u nog wel, als je seks met me wilt, krijg je 50 euro.’
Bram: ‘Voor wat rokerij. Ik had dat niet moeten zeggen.’
De rechters zeggen dat zo’n laatste opmerking zijn ontkenning dat er meer is gebeurd wel een beetje minder geloofwaardig maakt.
Bram zegt dat dat zo is, maar dat er echt niets is gebeurd, onder dwang.
Na een uur is de ondervraging voorbij en heeft Bram zich verdedigd voor wat hij waard is.
Met de schijn tegen zich.
Man van 61, op zo’n meisjeskamer, met zo’n raar aanbod.
Het is nu de beurt aan de officier van justitie.
Het nichtje heeft bij de politie verklaard dat oom Bram op dat bed twee keer zijn tong in haar mond had geduwd.
Een tongzoen is seksueel binnendringen en dat kan verkrachting zijn, zegt de officier van justitie.
En betasten is aanranden.
Nadat Bram die vervloekte dag het huis had verlaten, had het nichtje overstuur een vriendinnetje gebeld en in tranen alles verteld. Dat ze zich vies voelde, gebruikt en waardeloos, net een hoer vanwege het aangeboden geld.
En dan komt wat kan, maar raar is.
De kernvraag in deze zaak is, zegt de officier van justitie tegen de rechters, of verdachte daar op dat kamertje wel besefte dat zij niet wilde. Haar emotionele toestand – achteraf – is daar nog geen bewijs voor.
De officier zegt dat het dossier het bewijs niet bevat.
Dus vordert de officier vrijspraak voor Bram.
Dus.
De officier van justitie besluit iemand op basis van uitkomsten van een politieonderzoek te vervolgen.
Die iemand krijgt een dagvaarding.
Het bewijs voor schuld hoort in het politiedossier te zitten dat justitie aan de rechtbank heeft gegeven.
Die rechters hebben het dossier bestudeerd en kunnen niet veel anders dan die iemand eens even stevig te ondervragen en te confronteren met verklaringen uit dat dossier.
En als ze dat hebben gedaan, vraagt diezelfde officier van justitie de verdachte vrij te spreken omdat er geen sprake is van bewijs van strafbaar gedrag.
Kan.
En rechters kunnen over twee weken ook best een straf opleggen.
Maar eerst iemand als verdachte aanmerken om vervolgens vrijspraak te eisen, blijft raar.
Ja, heel raar, zegt ook de advocaat na afloop.
‘Want waarom vervolg je dan? Alsof die rechtbank niets te doen heeft.’
- Trouwens, vraag ik, hoe oud was dat meisje op haar meisjeskamer eigenlijk?
De advocaat: ‘21 jaar.’
- Waarom hadden ze het dan steeds over een meisje?
De advocaat: ‘Ja, ook héél raar.’
Rob Zijlstra
UPDATE - 1 september 2008 – uitspraak
Vrijspraak. Een aangifte (op zich bewijs) zonder steunbewijs is onvoldoende voor een veroordeling, oordeelt de rechtbank.








De rechtspraak is helemaal doorgedraaid. Een tongzoen verkrachting? Wat moet penetratie dan wel niet zijn?
Tegenwoordig wordt het stiekem filmen van een vrijend paartje al gezien als ontucht.
@niehielist: de rechtspraak is slechts ‘doorgedraaid’ omdat u kennelijk niet zo veel begrijpt van de rechtspraak.
Een tongzoen kan best de juridische kwalificatie verkrachting opleveren, maar in de strafmaat zal vervolgens rekening worden gehouden met de ernst van de feitelijke handeling.
Vandaar dat de door u geopperde penetratie hetzelfde stempeltje meekrijgt, maar in praktijk een veel hogere straf op zal leveren.
Het lijkt mij dat de rechtspraak niet is doorgedraaid, maar de maatschappij waarbinnen die rechtspraak onderwerp van gesprek is. De burgers zijn tegenwoordig steeds mondiger, maar niet zelden op basis van oppervlakkige en snelle berichtgeving in de media of schreeuwerige koppen in de kranten.
Nuance vereist kennis
idd.
Iedere vorm van het binnendringen in iemands lichaam,in wat voor vorm dan ook,kan als verkrachting ten laste worden gezet.
@Chris. De strafmaat is minder belangrijk. 1 jaar hechtenis of 2 jaar? Maakt niet uit.
Maar je hebt wel een strafblad met daarop staan”VERKRACHTING”. Ook bij een ongewenste tongzoen.
Het feit dat de rechtspraak is doorgedraaid, sterker incompetent is lees je dagelijks 9in de krant.
Vandaag bv, op pag 3 van Wakker Nederland groot artikel mbt Enschedese tuchtzaak waar nu blijkt dat er valse aangifte is gedaan en dat de veroordeelden onschuldig vastzitten.
Als dat geen incompetente rechtszaak was, dan weet ik het niet meer.
@niehielist: je krijgt inderdaad een aantekening in je justitiele documentatie, ja. Maar wat is daar mis mee? Heb je wel eens aan een slachtoffer gevraagd wat de impact is van een met geweld afgedwongen tongzoen? Of moeten we daar misschien een andere (blijkbaar verzachtende) term voor bedenken? Misbruik is misbruik.
Ik lees helemaal niet dagelijks in de krant dat de rechtspraak doorgedraaid is. Integendeel.
Ik heb dan ook ergens het vermoeden dat u en ik niet dezelfde kranten lezen. Misschien moet u kranten lezen die het aandurven om een klein beetje meer nuance te brengen.
Zoals een mooie verbastering van een bekend gezegd gaat:
Je moet niet alles lezen wat je gelooft…
Het is in ontuchtzaken, waarin altijd twee verklaringen lijnrecht tegenover elkaar staan, buitengewoon moeilijk om de waarheid te achterhalen. Er valt nog veel te winnen bij de wijze van verhoren van de aangevers, maar als je de verzekering wilt dat niemand onschuldig wordt veroordeeld, moet je vervolging van zedenzaken uitsluiten.
Er is namelijk nooit iemand bij als ontucht wordt gepleegd. Er zijn geen sporen. Er is zelden ondersteunend bewijs. Zo zwart-wit is het bij ontucht. De overtuiging is daarom afhankelijk van de betrouwbaarheid van de aangifte. Er zijn methoden om een meer betrouwbare aangifte te verkrijgen, maar garanties zullen er nooit zijn. Van Koppen en Wagenaar zullen ook erkennen dat het wegen van bewijs geen wiskunde is. Het gaat om wegen, niet om rekenen.
Wie dus 100% zekerheid wil dat niemand onschuldig wordt veroordeeld voor ontuchtzaken, verlangt dat dergelijke zaken niet worden vervolgd. Een aangifte, hoe betrouwbaar die ook lijkt, kan immers altijd weer worden herroepen.
Wie het weet mag het zeggen. Dan doen velen ook, want op pagina 3 van De Telegraaf staat het. En dus is zo. Men leest de krant, kijkt tv en bezoekt het internet. Men is daarom deskundig. Over alles.
@voorheen bram: je stelt het nu wel heel zwart/wit.
Er zijn genoeg zedenzaken waar wel degelijk getuigen zijn (omdat er meer mensen bij zijn), of dna bewijs of andere sporen. En er zijn zaken bij waar de verdachte een puntgave bekentenis aflegt. De betrouwbaarheid van de aangifte speelt inderdaad een belangrijke rol, maar niet altijd de doorslaggevende.
Wat je laatste opmerking betreft. Je hebt deskundigen en je hebt deskundigen. Sommige mensen lezen de krant en kijken naar de tv en het internet. Anderen hebben iets meer betrokkenheid bij het juridische gebeuren.
@chris
Het ging bij mij om een specifieke soort zedenzaken. Dat heb ik niet goed verduidelijkt, zie ik nu.
Ik doelde dus niet op de verkrachtingen op het bospad waarin niet na jaren aangifte wordt gedaan, waarin een verstoorde relatie geen reden kan zijn om een valse aangifte te doen en waar ogenblikkelijk DNA kan worden verkregen. Daarin ligt het inderdaad genuanceerder.
Ik doelde op incestzaken of soortgelijk misbruik dat in het duister van de kinderkamer of het opvangtehuis plaatsvindt. Daar zijn zelden getuigen bij. Daders doen daar hun best voor. Natuurlijk zijn ook in die zaken bekennende verdachten, maar die zijn sterk in de minderheid of verkleinen hun rol. Bij die stand van zaken moet je welhaast afgaan op de aangifte en je afvragen hoe betrouwbaar die is. Dat is inderdaad vrij zwart-wit. Helaas.
Voor meer nuances verwijs ik onder meer naar het boek ‘Valse zeden’ van Chris Veraart.
@Voorheen bram:
klopt zeker. Waar nog bij komt dat kinderen die slachtoffer worden van misbruik of van vermeend misbruik, zeer moeilijk te verhoren zijn.
Bijvoorbeeld omdat ze nu eenmaal intrinsiek graag vertellen wat de moeder/vader/verhoorder graag wil horen (zie daarvoor ‘Vincent plast op de grond’ van Wagenaar)
Zedenzaken zijn helaas soms zeer complex. Wat rest is dan de overtuiging van de rechter(s). Altijd een lastig punt.
@chris
volgens waren we het minder met elkaar oneens dan het aanvankelijk leek…