Een paar keer is het alsof Martin gaat huilen.
Dan wrijft hij met de binnenkant van beide handen ruw in zijn gezicht, terwijl zijn voeten onder in het verdachtenbankje onophoudelijk in beweging zijn.
Even later, weer wat rustiger, draait hij een shagje.
Hij zegt: ‘Er moet ook naar mijn wensen worden gekeken.’
De rechters vragen wat het uitmaakt, wat het uitmaakt welk stickertje je er op plakt.
Martin, luid en duidelijk: ‘Ik wil geen tbs.’
Voor hem maakt het heel wat uit.
Misschien wel alles.
Maar Martin heeft niet zo veel te willen.
Want hij is niet helemaal goed.
Ze zeggen dat hij schizofreen is.
Niks aan te doen.
Jarenlang sjokte hij heen en weer over het Gedempte Zuiderdiep in de binnenstad van Groningen. Of hij strompelde door de Carolieweg, zo de Oosterstraat in.
En dan weer terug.
Hij vroeg passanten om geld, om guldens en later om euro’s.
Soms, meestal niet, kreeg hij wat voor het eeuwige slaaphuis.
De hulpverlening heeft nooit vat op hem kunnen krijgen.
Jawel, van alles is geprobeerd. Eenmaal hadden ze een eigen woninkje voor hem weten te regelen. Maar toen kwamen rap de junkies en toen had Martin thuis niks meer te vertellen. Hij had toen zelf de huur opgezegd.
Met de linkerhand wrijft hij over zijn hoofd, in de rechthand houdt hij nu stevig zijn aansteker vast. De bode zegt tegen hem dat hij in de zittingszaal niet mag roken en schenkt een vierde glaasje water in. Martin herhaalt voor alle zekerheid nog maar eens dat hij geen tbs wil en neemt een slokje.
Behalve storingen in het hoofd heeft Martin hepatitis b en c.
En toen had hij gespuugd.
Op grond, zegt hij zelf.
Richting zijn behandelaars, zegt de officier van justitie.
De officier van justitie had geconcludeerd dat wie onverhoeds spuugt met een voor de gezondheid schadelijke ziekte, zich schuldig maakt aan een poging tot zware mishandeling.
Daarnaast had hij ook lelijke dingen geroepen naar zijn behandelaars.
Tegen een van hen bijvoorbeeld: ‘Ik steek een mes tussen je ribben.’
Tegen een ander: ‘Val dood.’
De deskundige had gezegd dat spugen in zo’n geval geen kwaad kan, nou ja, een heel klein beetje misschien als speeksel in een oog komt. Maar dat was in dit geval niet aan de orde. Dat zag de officier van justitie ook wel in en dus bleven van de ten laste gelegde feiten alleen de bedreigingen over.
Martin geeft het wel toe.
Hij had gespuugd omdat hij boos was.
Hij wilde zich inhouden, maar dat was ‘m niet gelukt.
Hij had ook gezegd dat hij spuugde omdat hij niet kan boksen.
Rechters: ‘En als u wel zou kunnen boksen?’
Martin: ‘Dan had ik ze een pak slaag gegeven.’
Maar van dat mes, dat verzinnen ze, dat had hij niet gezegd.
Zijn advocaat vult aan dat ‘val-dood-zeggen’ overigens ook geen bedreiging is.
Het is een verwensing, dat is wat anders.
Voor de officier van justitie maakt het niet uit: ‘Ik eis tbs met dwangverpleging. Dat is het best passende.’
De advocaat: ‘Het moet niet gekker worden.’
Martin – hij is 52 jaar – was zomaar verdwenen uit het straatbeeld van Groningen.
In de straatkrant was ook niets verschenen over dood of zo.
Blijkt dat hij, na het mislukt zelfstandig wonen-traject, in handen was gevallen van de bemoeizorg. Daarna kwam een rechterlijke machtiging die hem onder de vleugels van Lentis deed belanden.
Hij zit daar, in de schaduw van de lommerrijke bossen van Zuidlaren, in een gebouw op een kamertje.
De deur is niet op slot, maar hij mag de kamer niet verlaten.
Doet hij dat wel, dan krijgt hij straf.
Hij mag nooit wandelen, maar moet tv kijken.
Martin zegt tegen de rechters: ‘Ze willen dat ik tbs krijg.’
Hij zegt dat ze hem van alles beloven, maar dat er niets gebeurt. Dat hij nu al bijna drie jaar op dat kamertje zit. En of de rechters wel weten hoe lang dat is.
Zegt: ‘Ik heb jullie wel door, maar ik verander toch niet.’
Het moet niet gekker worden, zei dus de advocaat.
Hij zei dat we in de middeleeuwen onaangepasten wegstopten.
Dat we dat nu niet meer doen, maar dat alle hulp aan Martin is mislukt.
De psychiatrie heeft gefaald en nu mag het strafrecht dat helemaal niet is bedoeld voor mannen als Martin, het oplossen.
De advocaat zegt dat Martin wel eens boos wordt en dan lelijke en kwaaie dingen zegt. Maar dat dat geen reden is voor hem te vrezen.
Hij reageert uit onmacht.
De advocaat zegt dat tbs een maatregel is om de samenleving te beschermen tegen mensen die ziek en gevaarlijk zijn.
Martin is een onaangepaste lastpost die soms voor wat overlast zorgt, maar hij is niet gevaarlijk.
Hij verdient geen tbs waar hij, eenmaal er in, ook nooit meer uit zal komen.
Hij verdient een betere oplossing.
Ik dacht, ik moet opschrijven dat justitie misbruik maakt van de tbs, dat er weer officieren van justitie bestaan die onaangepasten willen wegstopen in gaten in de grond, in longstay-kerkers.
Ik dacht, als tbs met dwangverpleging voor een paar verbale bedreigingen passend en geboden is, dan draait de wereld door.
Dacht, je kunt toch in Nederland niet alles wat stoort of niet hoort, zomaar laten verdwijnen?
Was ik maar Nova of EénVandaag, dan kwamen er wel Kamervragen.
Als Martin de zittingszaal heeft verlaten, zie ik dat hij het verdachtenbankje een plukje tabak heeft gemorst.
Net goed.
Rob Zijlstra













