Grote griezels

paginaOp de dagvaarding staat ‘ongeveer 2 kilogram’ en ‘ongeveer 6 kilogram’.
Gevolgd door: ‘in elk geval een grote hoeveelheid…’
Wat heet.
Opgeteld acht kilo cocaïne is voor Groninger rechtszaalbegrippen een immense hoeveelheid.
Er passeert heel af en toe wel eens een halve kilo, maar doorgaans staan er grammetjes op de dagvaardingen.

En er is meer dat de rug doet rechten.
Er zijn twee verdachten van wie er eentje uit Colombia komt.
Uit Medellin.
De cocaïnehoofdstad.
Pablo Escobar, 21 jaar geleden gesneuveld, maar toch.
Zou de internationale drugsmaffia dan eindelijk Groningen hebben bereikt?
Acht kilo cocaïne in de straatverkoop doet wel 400.000 euro.
Met zo’n partij is cocaïne-snuivend Groningen (stad) een week zoet.

Als de eerste verdachte door twee politiemannen de rechtszaal wordt binnengebracht, is het beeld compleet.
Hij is een grote en omvangrijke man met een tatoeage in de nek.
Dit soort mannen zie je ook in die bedenkelijke televisieprogramma’s over bendes in Zuid-Amerikaanse gevangenissen.
De tweede verdachte oogt als een sportieveling, maar ook hij is vanzelfsprekend bloedlink.
Met acht kilo moet dat wel.

Eindelijk, schiet door mijn hoofd, eens echte en zware criminelen in de Groninger rechtszaal.
Een van de rechters zegt halverwege de zitting tegen de ontkennende verdachte: ‘Tja. Je kunt denken, een Colombiaan met cocaïne, dat is een een-tweetje.’
Fernando reageert geprikkeld: ‘Er zijn genoeg Colombianen die niet zo zijn, hoor.’

Iemand wees mij op het horn-effect.

Nadat de twee verdachten zijn gaan zitten en de rechters de identiteit heeft gecontroleerd – een strafzaak begint daar altijd mee – stel ik weer eens vast dat in de rechtszaal niets is wat het lijkt.
En dat ik helaas niet zonder vooroordelen ben.

De grote omvangrijke man is helemaal geen Colombiaan, het is Albert uit Hoogezand. Fernando de sportieveling blijkt de Colombiaan te zijn.
De grote Albert ontpopt zich als een familieman, als een vader die zijn zeven kinderen iets moois had willen geven.
Beide mannen hebben geen strafblad.

Blijft staan: 8 kilo cocaïne.

Het ging zo.
De politie in Groningen doet onderzoek naar gestolen motoronderdelen.
In Assen is de TT gaande en op verschillende plekken in Groningen – hoe logisch – worden woningen in de gaten gehouden.
Dan zien leden van het observatieteam een auto, een Focus, en een paar mannen onder wie Albert.
Ze zien dat Albert een oranje plastic tas, zo’n tas van Albert Heijn, in handen heeft.
De observanten vinden dat maar verdacht en ze besluiten Albert te achtervolgen.
Zo komen ze op het Sontplein terecht, bij de Mediamarkt, nabij de McDonald’s ook.
Albert rijdt een rondje over de parkeerplaats.

Dan duikt een man op die in dit verhaal Fernando heet.
De politie maakt zoals in films met telelenzen foto’s. Albert en Fernando treffen elkaar.
De politie ziet hoe de oranje AH-tas verdwijnt in de rugtas van Fernando.
De ontmoeting is kort van duur.
Voor de politie is het duidelijk: ze zijn – min of meer toevallig – getuige van een drugstransactie.

Fernando ontkent.
Hij was vanuit Amsterdam met behulp van de TomTom naar Groningen gereden, nooit eerder was hij hier geweest.
Hij moest iets ophalen.
Voor iemand. D
aar zou hij wat geld voor krijgen, benzinegeld sowieso en een beetje extra.
Hij had op Schiphol gewerkt, maar was zijn baan kwijtgeraakt.
Toen raakte zijn vriendin zwanger en het geld op.
Daarom deed hij af en toe klusjes.
Wat hij moest ophalen?
Hij dacht motoronderdelen, maar daar heeft hij verder geen verstand van.
Eenmaal terug in Amsterdam zou hij de tas moeten afleveren, ook in de buurt van een McDonald’s.
Nee, hij had geen vragen gesteld.
Hij komt uit een land waar het stellen van vragen nare gevolgen kan hebben.
Zegt hij.
Kent hij de grote Albert?
Fernando: ‘Jawel. Albert doet in motoronderdelen. We hebben wel eens samen in Amsterdam gechiled.’

De rechters willen weten waarom hij dan direct wegliep nadat hij die oranje tas had gekregen.
Fernando: ‘Ik was dus nog nooit in Groningen geweest, dus ik dacht ik ga eens even kijken. Maar toen zag ik dat ik werd gevolgd door mannen, door enge types. Grote griezels. Echt. Ik werd bang, bang dat ik zou worden aangevallen. In Amsterdam ben ik al eens beroofd. Daarom ging ik rennen.’
De politiemensen – de enge types – zien hoe hij op de vlucht de rugtas verstopt in struikgewas.

Fernando wordt in de boeien geslagen en de tas wordt leeg gekieperd.
De agenten roepen ‘bingo’, twee kilo cocaïne.
Daarop wordt ook Albert gearresteerd.
Er volgt huiszoeking.
Onder het bed van de vriendin van Albert wordt nog eens zes kilo coke gevonden.
Het is de drugsvondst van het jaar.

De grote Albert draait er niet om heen. ‘Ik heb de drugs geleverd, Fernando wist niet was hij kreeg. Ik wel.’
Nee, zijn vriendin was niet gecharmeerd van  die zes kilo onder haar bed.
Albert vertelt dat hij zo graag met haar en met zijn zeven kinderen op vakantie had gewild, met z’n allen op vakantie naar Curaçao.
Maar daar had hij het geld niet voor.
Hij had ook vrienden, ook een paar criminele jeugdvrienden.
Die hadden hem 4.000 euro gegeven, voor de vakantie.
In ruil daarvoor had hij die acht kilo drugs in huis genomen, om het te bewaren.
En om twee kilo over te dragen.
Daar had hij geen geld voor gekregen.

De grote Albert zegt dat het stom is wat hij heeft gedaan.
Hij zegt: ‘Ik weet dat ik fout ben. Het ging mij om die 4.000 euro, voor de kinderen. Nu zit ik in de bajes. Wat ik daar allemaal wel niet meemaak… dat is de moeite niet waard. Ik wil nu graag naar huis, naar mijn familie.’
De officier van justitie: vier jaar gevangenisstraf.

De sportieve Fernando zegt dat hij dacht dat het dus om motoronderdelen ging, dat hij anti drugs is en dat hij voetbalt in de hoofdklasse.
De aanklager: twee jaar cel.

Omvangrijke mannen met tatoeages in de nek, mannen uit Medellin, Colombia, vaders van zeven kinderen, voetballers in de hoofdklasse.
Griezelige types.
Niets is wat het lijkt.
Het is daarom niet aan de gewone sterveling om mannen in hokjes te stoppen.
Dat is voorbehouden aan rechters.

Rob Zijlstra

uitspraken op 30 oktober

horn-effect

Over wijsheid en een invaljuf

cropped-charlie.pngAls het waar is dat de misdaad bestreden moet worden middels het strafrecht dan heeft braaf Groningen een beroerde week achter de rug.
Het aantal strafzaken dat in het voormalige doveninstituut aan het Guyotplein werd behandeld, was nog nooit zo laag als deze week.
De oorzaak mag inmiddels bekend zijn: de politie heeft het zo druk dat er geen tijd overblijft boeven te vangen en misdaadonderzoek te doen waardoor het Openbaar Ministerie te weinig dossiers krijgt aangeleverd waarmee officieren van justitie naar de rechtbank kunnen lopen.
Gevolg: lege rechtszalen en schaterlachende slechteriken.
Geen nood, in de loop van 2016 wordt alles beter, zo is beloofd.

De strafrechtweek begon maandagochtend ook nog eens met een ontzettend lelijke strafzaak bij de politierechter.
Klas 4 van het Hogeland College uit Warffum was er met de invaljuf getuige van.
De verdachte heette Appie.
Hij moest terechtstaan omdat hij zijn vrouw, ex, had bedreigd met geweld.
Hij had tegen haar geroepen: ‘Ik maak je hele gezicht kapot.’
Een mevrouw die op de fiets passeerde, hoorde het en stapte verontwaardigd af.

Terwijl Appie riep – geroepen zou hebben – trok hij aan zijn dochtertje van 7 jaar dat hij acht maanden niet had gezien.
Zijn ex trok tegelijkertijd aan de andere kant van ook haar dochter.
De mevrouw op de fiets zei tegen de politie: ‘Hij keek heel woest.’
Appie ontkent de lelijke woorden, maar de officier van justitie zegt dat als twee vrouwen beweren dat het zo is, dat dan het wettige en overtuigende bewijs is geleverd.

Deze kleine misdaadgeschiedenis speelde zich af op 29 december 2012.
Het lelijke is dat het Openbaar Ministerie welgeteld 646 dagen, dat is afgerond 22 maanden, nodig had deze kwestie voor te leggen aan de rechter.
De ex had nog een e-mail gestuurd waarin stond dat het allemaal goed is gekomen, dat hij weer lief voor haar is en andersom, dat Appie zijn dochter die hij toen zo lang niet had gezien alleen maar even een knuffel had willen geven, dat ze het nu samen weer proberen, ook al omdat ze samen wijzer zijn geworden.

De officier van justitie is niet geroerd, maar spreekt streng van een ernstig feit.
Ze dreigt met een werkstraf, maar eist een boete van 350 euro.
De politierechter denkt niet na maar weet direct wat wijsheid is.
Hij zegt dat twee vrouwen samen wettig en overtuigend zijn en dus dat Appie zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met geweld.

De rechter: ‘U bent dus schuldig, maar ik leg u geen straf op, het is veel te lang geleden, straf heeft dan geen enkel zin. Dat was het, ik dank u voor uw komst.’

De invaljuf moet het in de klas maar eens uitleggen.

Schermafbeelding 2014-10-12 om 00.55.49Wel schuldig, maar geen straf is ook de inzet van een strafzaak waarin de rechtbank de komende week uitspraak doet.
Deze zaak kenmerkte zich door grote schoonheid.
Het is echt niet alleen kommer en kwel in de rechtbank.

De schoonheid zat in de twee verdachten die principieel de wet overtreden om de wereld (in Nederland) iets beter en aangenamer te maken, in de prettige wijze waarop de rechters deze twee verdachten ondervroegen en vooral in het pleit van de twee advocaten, Smeets en Vis.
Die twee proberen het Nederlandse coffeeshopbeleid omver te kukelen.

Heel verhaal, te boek gesteld op 48 A-viertjes.
De twee verdachten telen al jaren hennep onder de rook van de grote, vieze kolencentrale in de Eemshaven.
Ze telen biologisch, zonder brandgevaar, ze betalen de hoge energierekening, heel veel belasting en leveren aan twee coffeeshops die door de overheid worden gedoogd.
Het is het verhaal dat de overheid toestaat dat er wiet wordt verkocht, maar het niet toestaat dat er wiet wordt geteeld om te kunnen verkopen aan coffeeshops.

Uitademen mag, maar inademen niet. Zoiets.

Smeets en Vis hebben argumenten bedacht die de rechters ertoe moeten bewegen dat ze de twee eigenwijze wiettelers wel schuldig verklaren (ze bekennen ook), maar dat er geen straf wordt opgelegd.
Dat moet dan de doorbraak zijn: wiettelers kunnen met zo’n uitspraak mits ze het netjes doen, hun gang gaan.
De legalisatie van de ‘achterdeur’ is daarmee een stapje dichterbij, iets waar onder anderen burgemeesters al lang op aandringen.

Smeets en Vis zeiden bijvoorbeeld dat de twee verdachten leveren aan de coffeeshop in Stadskanaal die daar door de gemeente in het leven is geroepen.
De overheid is daarmee uitlokker en medepleger.
En het kan toch niet langer zo wezen dat diezelfde overheid datgene wat ze uitlokt en medepleegt strafbaar stelt.

Komt bij dat de twee telers zich in hun bedrijfsvoering gedragen als een bedrijf (inclusief een ordentelijke administratie) en door de overheid – de Belastingdienst – ook zo worden behandeld.
Een ander argument is dat de twee wiettelers met hun handelwijze de hennepteelt uit de criminele sfeer halen, kwaliteit garanderen en geen overlast veroorzaken: de twee eigenwijzen zijn kortom de ideale oplossing.

Smeets en Vis voegen daar nog aan toe dat als ook de nette hennepteelt verboden blijft, de brandgevaarlijke teelt op zolderkamertjes door criminelen dan blijft voortbestaan, niet in de laatste plaats gestimuleerd door het Openbaar Ministerie.
Ze zeggen: ’De door de overheid gedoogde coffeeshop verwordt met huidig beleid tot een doorgeefluik van de georganiseerde criminaliteit.’

De officier van justitie kijkt niet vooruit, maar roept de hulp in van vroeger, van Charles de Montesquieu (1689 – 1755 – ’vrijheid is het recht om alles te doen wat de wet toestaat’) en de trias politica (scheiding der machten).

De officier van justitie zegt dat als het beleid van de overheid anders moet, de rechtszaal dan niet de plek is om dat voor elkaar te boksen.
Ga dan maar naar Den Haag, naar de Tweede Kamer, naar de wetgevende macht.
Die moet de uitvoerende macht dan in een andere richting sturen.
Een scheidsrechter, wil de officier van justitie maar zeggen, bepaalt de spelregels immers ook niet.
Ieder zijn rol, dat zijn de regels, zo is het afgesproken.

Smeets en Vis zijn het daar niet mee eens.
Rechters gaan over de strafwaardigheid en een moedige rechterlijke macht kan in de rechtszaal heus besluiten twee eigenwijze wiettelers schuldig te verklaren, maar hen geen straf op te leggen.

Voor klas 4 van het Hogeland College in Warffum: ook dit kan de invaljuf wel even uitleggen.

Rob Zijlstra

cropped-charlie.png Charlie

 

UPDATE – 16 oktober 2014 – uitspraak
De Bierumer wiettelers zijn schuldig, maar verdienen geen straf. Wat zij doen en hoe ze het deden past in het Nederlandse coffeeshopbeleid, vinden de rechters. De advocaten Smeets en Vis: ‘Dappere rechters.’

Het vonnis is hier te lezen

Litigieuze pluk

cropped-hennepplant.pngLeen had met de rug tegen de muur gestaan en in die positie had hij een keuze gemaakt.
Zelf had hij tegen de rechters gezegd: ‘Als je met de rug tegen de muur staat, heb je eigenlijk geen keuze.’

Hij had wel alles bij elkaar opgeteld.
Een eigen bedrijf met deurwaarders op de stoep, een mislukt huwelijk met kinderen, gruwelijke alimentatie, ellende en een boot.
Hij verkocht de boot en met de opbrengst richtte hij zijn woning in.
De gipsmuren konden kantelen, dat was vooral handig.
Buiten hing hij camera’s op, eentje in een vogelhuisje, voor de beveiliging.

Omwonenden vonden het maar raar, al die camera’s terwijl daar nooit iemand thuis was of te zien.
Of de politie dat wel wist, vroegen de omwonenden na een tijd.
De politie wist van niks, maar de buurtagent zocht het uit.
Zo werd ontdekt dat het energieverbruik aan de lage kant was, terwijl er tegelijkertijd sprake was van een hele zware netbelasting.
Een warmtemeting bracht uitkomst.

Hennep.

Leunend tegen die muur had Leen gedacht dat hennep de oplossing zou zijn voor de misère waarin hij was terechtgekomen.
Een of twee keer oogsten en de zon zou weer gaan schijnen in zijn leven.
Dacht hij.

Maar de eerste oogst mislukte omdat hij op het verkeerde knopje drukte van het computergestuurde voedingsapparaat.
De tweede oogst had een inbreker meegenomen.
Oogst drie – 594 planten – was bijna oogstklaar toen de politie op het toneel verscheen.

Het Openbaar Ministerie had hem streng toegesproken en had vier maanden gevangenisstraf geëist.
De rechters waren mild geweest: Leen kreeg een taakstraf van 160 uur wegens hennepteelt en wegens de diefstal van stroom.

De echte ellende moest toen nog komen.
Het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) had uitgerekend hoeveel winst Leen had gemaakt.
BOOM heeft daar een formule voor:
Het aantal planten maal de vervuiling in de kwekerij, maal het aantal oogsten, maal dertig gram en het klimaat minus wat onkosten, dan een beetje schudden en vervolgens rolt daar dan het wederrechtelijk verkregen voordeel uit.
In het geval van Leen: 1.458.801,99 euro.

De advocaat schreef een brief
Leen had ook al 153.882,- euro moeten betalen aan stroomboer Enexis in verband met de illegale afname van stroom ten behoeve van de litigieuze hennepkwekerij.

Na wat heen en weer gecijfer paste het Openbaar Ministerie de vordering in het voordeel van Leen aan: 1.272.432,50 euro.

Vandaag nam de rechtbank in Groningen een besluit.
Leen heeft niet 25 keer geoogst zoals het Openbaar Ministerie wil doen geloven, maar slechts vijf maal, vinden de rechters
Derhalve hoeft Leen maar 254.486,50 te betalen aan ’s lands staatskas.

Nog even voor het idee.
Volgens het Openbaar Ministerie heeft Leen hennep geteeld tussen 1 januari 2004 en 18 maart 2009.
Leen zelf zegt dat hij in 2008 met de rug tegen de muur stond en toen zijn onmogelijke keuze maakte.

Op 19 maart 2009 was de inval van de politie
De veroordeling tot de taakstraf van 160 uur was op 7 juni 2012.
Vandaag is het 9 oktober 2014.

Leen kan net als het Openbaar Ministerie in hoger beroep, binnen 14 dagen.
Alsof er haast is geboden.

Rob Zijlstra

Donkere dagen

actionWe zijn in de donkere dagen aangeland.
De politie maakt iedereen rond deze tijd van het jaar altijd een beetje bang door aan te kondigen dat het gespuis op het punt staat uit hun stinkende holen te kruipen en dat ze zich opmaken toe te slaan.
Het geboefte gaat inbreken, onze auto’s kraken, op straat roven en overvallen plegen.
Als tegenhanger van dit duistere fenomeen komt de politie met het donkere dagen-offensief: er wordt op hot-times (rond sluitingstijd) en nabij hot-spots (cafetaria’s e.d.) extra gesurveilleerd.

Kennelijk helpt dat offensief niet want ieder jaar keren de donkere dagen terug.
Afgelopen week was het in Groningen al weer raak.
In een buitenwijk werd een snackbar overvallen door twee mannen met jassen aan en capuchons over de koppen.
In de krant staat dan meestal een dag later dat onbekende mannen er met een onbekend geldbedrag vandoor zijn gegaan.
Dat is nooit helemaal waar.
Het bedrag is heus bekend, alleen wil de politie die informatie niet delen met het grote publiek.
Het is daderinformatie, belangrijk voor het onderzoek.

Vorig jaar was het ook raak op maandag 23 december.
Dat is zo ongeveer de donkerste dag van heel het jaar.
Het was bij de Action, in Oude Pekela, om vijf minuten voor acht in de ochtend.
Even voor dat tijdstip gaan drie medewerksters door de glazen schuifdeuren met daarop twee foto’s van dikke kerstmannen naar binnen.
Om vijf voor meldt een vierde medewerkster zich.
Zij belt aan, blaast haar koude handen warm terwijl binnen een collega de toegangsdeur voor haar opent.
Op dat moment sprinten die mansfiguren met bivakmutsen over de hoofden de winkel binnen.

Beveiligingscamera’s hebben het allemaal vastgelegd.
De beelden worden in de rechtszaal getoond.
Het zijn geen fraaie beelden om naar te kijken.
Te zien is bijvoorbeeld hoe twee gemaskerde mannen twee jonge vrouwen bij hun lange haren grijpen, hen aan het haar op de grond trekken en dan meesleuren naar het kantoortje.
Het geluid ontbreekt, maar er is weinig fantasie voor nodig in te beelden dat er ijselijk bij wordt gegild.

Een van de mannen heeft een groot mes in zijn linkerhand, de andere heeft iets dat op een zwaard lijkt meegebracht, de derde een pistool.
Een van de vrouwen wordt in het kantoortje gedwongen de kluis te openen.
Dat doet ze heel rustig, maar te zien is dat paniek zich van haar meester heeft gemaakt.
Ook dat is een naar gezicht.
In de kluis zit een tweede kluis, maar met een tijdslot.
De inhoud openbaart zich pas over vijftien minuten.
De overvallers hebben haast of meer te doen en willen niet even wachten.
Ze spuiten de ruimte vol pepperspray – kan hen dat schelen – en gaan er met een onbekend bedrag aan kleingeld vandoor.

Met 330,36 euro.

De overval duurde negentig seconden.
Een verdrietige moeder van een van de slachtoffers schreef een brief aan de rechters: ‘Wat ik in 17 jaar tijd met mijn dochter heb opgebouwd, hebben zij, de daders, in een paar minuten afgebroken. En dat voor een beetje geld.’
De officier van justitie: ‘De herinneringen aan wat de slachtoffers is overkomen zullen hen altijd hinderen in het dagelijkse bestaan.’

Voor slachtoffers is het een schrale troost, maar met veel overvallers loopt het slecht af.
De man die in de zomer van 2012 – niks donker, maar op klaarlichte dag – de Primera aan de Korreweg in Groningen overviel en de kassa meenam, kreeg drie jaar gevangenisstraf.

De helft daarvan mocht voorwaardelijk.
Hield hij zich niet aan de voorwaarden dan zou hij die andere helft ook moet zitten.

Hij hield zich niet aan de voorwaarden.
Half augustus moest hij daarom weer komen opdraven in zittingszaal 14.
Het ging goed met hem, hij had zijn vriendin meegenomen, een mooie toekomst zonder drugs was de bedoeling.
Een maand geleden besloten de rechters hem een kans te geven en mocht hij op de goede weg doorgaan.
Die 18 maanden bleven hem voorlopig bespaard.
Afgelopen maandag belandde uitgerekend hij nabij Kardinge met een rode auto op de kop in de sloot en hij verdronk.
P. is 34 jaar geworden.
Dag P., je was de slechtste niet.

Met de drie verdachte overvallers die op de dag van dat noodlottige ongeval in de rechtszaal zaten – zij zouden op die donkere 23 december de Action hebben overvallen – zal het niet beroerd aflopen.
Zij hebben namelijk de Action niet overvallen.
Ze zitten sinds de dag van hun aanhouding, op 17 juni, onschuldig vast.
Dat zeggen ze.

Wim (24) zegt dat hij het niet heeft gedaan want hij was aan het bloedprikken in Veendam.
Zijn broer John (28) zegt dat hij er sowieso niks mee nodig heeft en daarom wil hij er ook niet over praten.
Bennie (31) zegt dat hij denkt dat iemand hem een hak wil zetten, dat daarom zijn naam is genoemd.
Dat hij linkshandig is, zegt ook niks.

Toen op een duistere decemberdag in Delfzijl een man in zijn woning werd overvallen en daarbij kwam te overlijden, wist de halve havenstad wie de daders waren.
Maar niemand smoesde wat of iets, ook de ouders van jongeren die betrokken waren niet.
De politie zocht het maar uit.
In Oude Pekela ging het net zo, zegt de officier van justitie.
Hij zegt: ‘Heel veel mensen in Oude Pekela wisten wie de overval op de Action hadden gepleegd.’’

Aan agenten in Oude Pekela werd niks verteld, ook zij zochten het maar uit.
De politie moest zelfs een beroep doen op de Avro voor een item in Opsporing Verzocht.
Eerst pakten ze de verkeerde op.
Toen kwam Shirley, de ex van een van de verdachten van nu.
Shirley legde een gedetailleerde verklaring af, uiterst belastend voor Wim, John en Bennie.

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft de camerabeelden bestudeerd en geconcludeerd dat de verdachten qua lengte de daders zouden kunnen zijn.
Meer niet.
Er zijn telefoon getapt waarop Bennie een beetje verdacht uit de hoek komt, maar het blijft bij een beetje.
Bij de overval zou een matzwarte auto zijn gebruikt.
Een van de verdachten had een gele auto die met een verfroller slordig zwart zou zijn geschilderd.
Shirley trok later haar belastende verklaringen in en daarna weer niet.

De advocaten: Er is een verklaring van een ex, er is geen spatje technisch bewijs, gedetailleerde verklaringen kunnen ook onwaar zijn, dat van die auto is een raar verhaal, oftewel er is nauwelijks iets, dus vrijspraak.

De officier van justitie zegt dat in verband met het donkere dagen-offensief de richtlijnen willen dat er zwaardere straffen worden geëist voor overvallen als deze.
Hij eist daarom 4 jaar cel.
Per persoon.

Rob Zijlstra

update – 13 oktober 2014 – uitspraken
De verklaringen zijn voldoende: de rechtbank heeft de drie mannen conform de eisen veroordeeld tot celstraffen van 4 jaar.

 

Eerlijk proces

‘Ik ben niet eens belangrijk voor deze poppenkast.’

cropped-schermafbeelding-2014-09-30-om-13-34-21.pngZegt de ene rechter tegen de andere: ‘Pff… dat ging niet goed, Henk.’
De andere: ‘Dat is zwakjes uitgedrukt. Waar ging het fout, wat deden we fout?’
De ene: ‘Het ging met ons aan de haal, alsof we niet meer terug konden.’
De jongste, derde rechter: ‘Zoiets zou in Leeuwarden nooit kunnen gebeuren.’
De eerste twee: ‘Ja ja, alsof de kwaliteit daar zo hoog is…’

Misschien ging het wel zo, maandagmiddag in de raadkamer waar al hetgeen daar wordt uitgesproken geheim is.
Het blijft gissen.

Gissen naar het waarom er maandag iets raars gebeurde in zittingszaal 14.
Het raars: een poging van de rechters om de dag wat ordentelijk te laten verlopen mislukte volledig en eindigde zelfs in een wraking.

Het ochtendprogramma is maar een heel klein beetje uitgelopen waardoor de geplande zitting van 12.00 uur ruim een kwartier te laat begint.
In Groninger rechtbankbegrippen is dat niks.
Toch zegt de voorzitter bij aanvang van de zitting tegen de verdachte Volkert (poging tot doodslag) en zijn advocaat Eric Steller: ‘Heren, we hebben een probleem. We hebben heel slecht gepland. We hebben maar een uurtje voor deze zaak.’

Zoiets had ik rechters nog nooit horen zeggen.
Een strafzaak begint en is klaar als die is afgelopen; er is geen eindtijd.
Elke strafzaak krijgt, zoals vaak wel wordt gezegd, alle tijd die nodig is.

Een uurtje voor een strafzaak bij de meervoudige strafkamer is heel krap.
Een niet al te ingewikkelde zaak doet al gauw twee uur.

De advocaat valt dan ook om van verbazing, de verdachte roept niet blij: ‘Zie je wel, dit is een poppenkast.’

De rechters leggen uit dat de strafzaak van half twee om half twee moet beginnen.
En dat gaat niet lukken als eerst Volkert nog een eerijk proces moet krijgen.
Het voorstel van de rechtbank: de zaak van Volkert aanhouden tot eind oktober, dan is er desnoods heel de dag wel tijd.

Advocaat Steller vindt het een bijzonder slecht voorstel.
Hij zegt dat zijn cliënt Volkert al sinds februari in hechtenis zit en dat het de hoogste tijd is dat de verdachte weet waar hij aan toe is, temeer omdat het verwijt dat hem wordt gemaakt, niet terecht is. Volkert zit onschuldig vast en dus is een behandeling van de zaak meer dan gewenst.

De rechters: ‘Op 21 oktober. Of de advocaat dan kan?’
Steller: ‘Geen idee.’
Even later op de gang: ‘Zo gemakkelijk laat ik mij niet aan de kant zetten.’

Er wordt geschorst, er is koortachtig beraad, de klok tik door en het is inmiddels half twee.
Ook het Openbaar Ministerie wil de zaak nu behandelen, zegt de officier van justitie.
De rechters zeggen even later in wijsheid te hebben besloten dat het besluit is genomen: de zaak wordt aangehouden. Punt uit.

Steller gaat staan: ‘Dan verzoek ik uw rechtbank mijn cliënt in vrijheid te stellen. Als een andere zaak kennelijk belangrijker is dan die van mijn client, dan kan niet meer met droge ogen worden gezegd dat er ernstige bezwaren bestaan op grond waarvan mijn cliënt al maanden in voorlopige hechtenis zit.’

Verdachte Volkert: ‘Ik ben niet eens belangrijk voor deze poppenkast.’
Advocaat Steller: ‘Dus ik verzoek u de voorlopige hechtenis op te heffen dan wel te schorsen.’

Opnieuw een schorsing voor beraad, het is kwart over twee.
Even later, de rechtbank: ‘De verzoeken worden afgewezen. Verdachte, u blijft vastzitten op grond van ernstige bezwaren, meneer de advocaat, u kunt op 21 oktober?’

Steller vraagt om schorsing voor beraad op zijn beurt.
Na tien minuten zegt Steller dat de rechtbank de belangen van de verdachte verkwanselt, dat argumenten om het anders te doen ongemotiveerd ter zijde worden geschoven en dat dat te gek voor woorden is en ook bijzonder kwalijk.
Steller zegt het netjes: ‘U betrekt de belangen van mijn cliënt niet voldoende in uw beslissing waarmee u blijk geeft van partijdigheid. Ik wraak u.’

Einde zitting.
Het is half drie.

Was de strafzaak van twaalf uur gewoon behandeld om kwart over twaalf dan was er weinig aan de hand geweest.
Dan had de zaak van half twee om een uur of twee kunnen beginnen en was er in principe niets aan de hand geweest.

In principe niet.
Door een foutje elders in de strafrechtketen waren de drie verdachten van de half twee-zitting te laat vanuit de gevangenis aangevoerd.
Ze waren er pas om half drie.
Maar dat werd pas toen duidelijk.

Deze week (?) komt de wrakingskamer bijeen.
Drie andere rechters moeten dan oordelen over de toch op z’n minst merkwaardige handelswijze van hun collega’s.

Voor Volkert is het allemaal maar zuur.
Misschien wel sinds februari onschuldig vast en onzekerheid over wat nu komen gaat.
Het vertrouwen dat hij had in de rechtspraak was toch al niet bijster groot.
Wanneer hij na ruim twee uur gesteggel de rechtszaal verlaat, zegt hij het nog maar een keer: ‘Wat een poppenkast.’

Rob Zijlstra

naschrift
Ik heb aan de rechtbank gevraagd waarom de zaak van half twee zo nodig om half twee moest beginnen. Het betrof een normale strafzaak (overval Action Oude Pekela, 3 verdachten) die uiteindelijk vlot, in ruim twee uur, werd afgehandeld. Iedereen was op tijd thuis. Wat ging er mis?

Persrechter Fred Janssens: ‘Wij hebben niet goed gepland en dat mag je een enorme misser noemen. Vrijdagmiddag zagen we dat we het niet goed hadden gedaan. We hadden de raadsman en de verdachte tijdig moeten informeren. Dat had nog gekund. Ook dat is niet gebeurd. Het is spijtig voor de verdachte. We moeten hier van leren want dit willen we niet nog een keer meemaken. De zaak van half twee was een zaak met drie verdachten, met drie advocaten, dat wil nog wel eens een middag duren.’

update – 6 oktober 2014 – zitting wrakingskamer
Strafrechter F.J. Agema heeft ten overstaan van de wrakingskamer zijn verontschuldiging aangeboden aan de verdachte en diens advocaat. Agema zei als voorzitter van de meervoudige strafkamer de gang van zaken zeer te betreuren, maar sprak tegen dat de belangen van de verdachte niet goed zijn afgewogen. Van schijn van partijdigheid is dan ook geen sprake. Hij vindt de wraking door de advocaat van de verdachte dan ook niet terecht.  Agema zei te hopen dat hij en zijn twee bijrechters de strafzaak mogen behandelen. De wrakingskamer doet naar verwachting vrijdagochtend uitspraak.

update – 10 oktober 2014 – uitspraak wrakingskamer 
Het verzoek tot wraking is afgewezen. In het vonnis staat waarom: het vonnis van de wrakingskamer.

Naar de donder

Leo (29) uit Groningen zwaait met zijn armen alsof hij aan het hiphoppen is en zegt tegen de rechters: ‘Tja, als je zit kom je niet vooruit.’
Dat waren wijze ware worden.
Leo zit liever niet vast, zegt-ie.
Verongelijkt: ’Ik wil naar de toekomst kijken, maar ja, als jullie mij dat niet gunnen…’

Hij is niet naar de rechtbank gekomen om te bekennen, dat wordt al snel duidelijk.
Leo – als bezoeker van zittingszaal 14 niet helemaal een onbeschreven blad – is misschien wel te trots om toe te geven dat hij een dief is.
En dealer in middelen.
Leo is een hosselaar die misschien wel een lange weg te gaan heeft om zijn toekomst te bereiken.

Bij de Scapino in Groningen was hij aangehouden.
Er was een burgernetactie gaande; burgers van Groningen werden via hun smartapparaten opgeroepen uit te kijken naar een tasjesdief, naar een man die lijkt op Leo.
Bij de Scapino werd hij herkend.
De politie vatte hem in de kraag.
Onder zijn jas zat een paar slippers verstopt, in de onderbroek twee mobiele telefoons waaronder de iPhone die een half uurtje eerder was gestolen uit een auto nabij de Grote Markt.
Uit die auto – niet op slot – was ook een zakje gestolen met ongeveer 100 euro.
Ook dat had Leo.

Over de slippers: ‘Per ongeluk, snap je. Ik was dronken en dan doe je onbewuste dingen. Dat wisten de rechters toch ook wel. Of zijn rechters nooit dronken?
Rechters: ‘Leo, het was tien uur ’s ochtends.’
Het zal, maar hij is geen dief.
Hoe hij aan dat geld kwam, aan die telefoon?
Hij was iemand tegengekomen, iemand die hem nog geld was verschuldigd.
Die iemand had hem die dingen gegeven.
Wie? Nee.

Justitie had nog een ander appeltje met hem te schillen.
Een jaar geleden, net op vrije voeten, dachten politieagenten te zien dat hij aan het dealen was.
Toen ze hem wilden aanhouden, rende hij weg.
Op de vlucht gooide hij een zakje in de berm.
Ook dat zagen de achtervolgende agenten (op scooters).
Ze zochten en vonden in de berm 17 bolletjes cocaïne.
Leo: ‘Niet van mij hoor.’
Als je nadenkt, lijkt hem dat ook logisch, zegt hij tegen de rechters.

Leo weet dat hij straf krijgt, of hij nou zegt dat-ie het heeft gedaan of ontkent, dat maakt toch niet uit.
De vorige keer hadden ze hem drie jaar gegeven.
Toen was ook geschoten met pistolen.
Nu niet.
Hij weet, dat scheelt.
Hij kent het spel.
Zegt tegen de rechters dat de officier van justitie wel eens een grote fout kan maken.
Want misschien ziet de officier hem voor de verkeerde aan: ‘Ik lijk namelijk heel erg op mijn broer. Wij zijn niet van elkaar te onderscheiden.’

De officier van justitie eist 8 maanden celstraf en 497 dagen die hij als bonus mag uitzitten.
Het is het deel van een eerder opgelegde straf die hij niet hoefde uit te ondergaan op voorwaarde dat hij niet opnieuw de fout in zou gaan.
De advocaat vraagt de rechters af te zien van de bonus.
De advocaat: ‘Voegt niets toe. Bovendien, Leo heeft een vriendin, maar die wacht niet eeuwig.’

Maakt het voor Leo allemaal niet zo heel veel uit – zitten hoort bij het leven – Hendrik heeft een leven te verliezen.
Hij vertelt dat hij vanaf zijn 18e zelfstandig is, dat hij altijd zijn eigen geld heeft verdiend, dat hij bedrijven heeft gehad en dat nu, nu hij 60 is, de hele boel aan flarden dreigt te gaan.
Zegt: ‘En dan ga ik naar de donder.’

Hendrik zit al drie maanden opgesloten in de Norgerhaven.
Het verbaast daarom dat hij met een verhaal op de proppen komt dat Leo had kunnen verzinnen.

Hendrik tegen de rechters: ‘Zolang ik vastzit, zijn er al drie mensen vermoord tijdens een overval op een woning. Ik was gewoon ontzettend bang.’
Hendrik is bezig uit te leggen waarom hij een wapen had, een Sig, model P220 met 47 kogelpatronen in een doosje.
De politie had bij hem aangebeld en gevraagd of het waar was dat hij een wapen in huis had.
De politie had een tip gekregen, afkomstig uit het criminele milieu.
Hendrik draaide er niet om heen.
Hij had het wapen uit de slaapkamer gehaald en aan de agenten gegeven.

De agenten vroegen vervolgens of ze eventjes rond mochten snuffelen.
Dat mocht, niet zo slim.
De agenten vonden drugsdingetjes, sealzakje, hennepgruis, flessen vol plantenvoeding, 6.700 euro (met briefjes van 500) in een plastic buis in een hok achter de badkamer, een tafelmodel diepvries met daarin zeven zaken met een witte substantie, twee blauwe regentonnen met 22 pakketjes waarin in totaal 22,88 kilo hennep zat verpakt.
De witte substantie: 12,92 kilo amfetamine (speed).
In de verkoop doet zo’n partij drugs wel een kwart miljoen euro.

Hendrik zegt 25 keer dat hij heel stom is geweest en dat hij straf heeft verdiend.
Maar hij wil het graag uitleggen.
Zijn ex was overvallen in haar woning.
Ze had de hond nog op hen afgestuurd, maar toen hadden de overvallers de hond, die ook zijn hond was geweest, neergeschoten.
Daarom had hij dat wapen gekocht.
Voor 1500 euro.
Van wie? Nee.

Rechters: ‘En die drugs in huis dan?’
Van kennissen.
Die gingen op vakantie.
Drie weken.
Of hij wilde oppassen.
Dat wilde hij wel, want zo is hij.
Ja, dat het drugs waren, wist hij.
Nee, niet dat het zo veel was.
Ja, stom, straf verdiend.

De rechters geven er vriendelijk blijk van dat ze hem niet geloven.
Ze vragen: ‘Zat u niet gewoon in de drugshandel?
Hendrik huilt even en zegt dan dat dat absoluut niet het geval is.
‘Ik ben sales manager geweest, ik ben kundig met verkoop. Ik verdien mijn geld met antiek, met meubeltjes.’
Rechters: ‘Waarom zoveel flessen plantenvoeding?
‘Een kennis wilde een lijntje met orchideeën opzetten.’
Rechters: ‘Klopt het dat de vriend van uw overvallen ex met wie u nog goede contacten heeft, eigenaar is van een growshop?’
‘Ja, dat klopte wel.’

De rechters kijken gelukkig.
Ze hebben zojuist misschien wel de waarheid gevonden.
Nog net niet in koor: ‘Wil iemand nog iets vragen? Nee? Mevrouw de officier van justitie, u is.’

Hendrik had een paar keer tijdens de zitting gezegd er vanuit te gaan dat hij 61 is als hij weer vrijkomt. Stom, maar straf verdiend.
Hij is nu 60 jaar.
De officier van justitie: ‘Heel ernstig, heel veel drugs. Ik eis 5 jaar gevangenisstraf.’

Hendrik kijkt verschrikt en vol ongeloof opzij, naar zijn advocaat: ‘Zei ze nou 5 jaar?’
Ja.

Rob Zijlstra

uitspraak op 9 oktober (op de dag dat Leo jarig is)

Crimineel geld

cropped-schermafbeelding-2014-09-26-om-01-25-25.pngHet was in 2009 een van de grootste politieonderzoeken geweest in Noord-Nederland, het onderzoek Specht.
Onder leiding van een paar Groningers zouden honderden kilo’s softdrugs naar Duitsland en Frankrijk zijn gesmokkeld.
Er werd zelf een keer het gewicht van 2.650 kilo genoemd.
Dat is heel erg veel.

Toen de verdachten werden gearresteerd, werden tienduizenden euro’s in beslag genomen.
Het was een malle arrestatie geweest: de politie was een pand binnengevallen dat werd omschreven als de drugsfabriek van deze criminele organisatie.
De verdachten waren op het moment van de inval zo druk aan het werk, dat ze niet eens in de gaten hadden dat de politie binnen was.
De agenten keken eerst hun ogen uit en gingen pas daarna over tot de aanhoudingen.

De rechtszaak die volgde op het omvangrijke politieonderzoek liep uit op een grote teleurstelling voor politie en justitie.
Er waren forse celstraffen geëist, vijf en zes jaar tegen de hoofdverdachten.
Maar de rechtbank maakte er gehakt van.

De hoofdverdachte tegen wie 6 jaar was geëist, kreeg 18 maanden, de andere hoofdman – Jaap – mocht boeten met 8 maanden celstraf (eis 5 jaar).
De rest van de boevenbende kwam met de schrik en een beetje werkstraf vrij.
De tienduizenden in beslag genomen euro moesten worden teruggegeven omdat in de ogen van de rechters onvoldoende duidelijk was gemaakt dat het geld afkomstig was van misdaad.

Dit alles speelde zich af in februari 2010.
Het wekte dan ook een beetje verbazing dat oud-hoofdman Jaap vandaag opnieuw moest komen opdraven omdat het Openbaar Ministerie (OM) het geld wil hebben dat hij destijds met zijn criminele activiteiten heeft verdiend.
Het OM wil 155.000 euro hebben.
Dat Jaap grotendeels werd vrijgesproken en daardoor maar 8 maanden kreeg in plaats van 5 jaar maakt niet uit.

Het OM redeneert heel creatief.
Het OM stelt (vrije vertaling) dat het onderzoek naar de handel en wandel van Jaap een periode beslaat van 72 maanden.
In die periode, zo is vastgesteld, genoot hij geen legale inkomsten, maar had hij wel een gezin met twee kinderen te onderhouden.
Het OM belde het Nibud en vroeg wat dat nou kost, zo’n gezinsonderhoud per maand.
Het Nibud keek op haar lijstje en zei: zoiets kost 2.152 euro en een beetje.

Dat was in februari 2010.
Het OM is toen aan de slag gegaan met het uitrekenen van 2.152 en een beetje maal 72 maanden.
Zoiets duurt even, maar vandaag werd in de rechtszaal het eindresultaat aan de rechtbank voorgelegd: 155.000 euro.

Jaap zelf was er niet.
Hij woont al jaren in Frankrijk.
De advocaat liet de rechters weten dat hij en Jaap het er niet mee eens zijn.
Jaap moet betalen, simpelweg omdat hij heeft geleefd, zei de advocaat die zei dat dat niet kan.

De rechters gaan er nu over nadenken.
Omdat het ingewikkelde materie betreft, wordt pas in november uitspraak gedaan.

Rob Zijlstra

specht