De vraag en het antwoord

Strafrechter Edzard van Weringh laat regelmatig aan verdachten weten dat hij op de hoogte is van de situatie ter plekke.
Opdat verdachten hem geen kletskoek verkopen.
Hij zegt dan: ‘Ik heb natuurlijk even op Google gekeken, op Street View…’

Op een dag reed een Googleman door het ‘t Zandt, door een gewone straat waar er duizenden van bestaan.
Met gewone huizen met voortuintjes, met gras of grind en hekjes voor de sier.
Hier en daar zijn de gordijnen dicht en staan de grijze containers met huisvuil nog op de stoep te wachten.

Halverwege de straat woont Johan (57) met familie en aanverwanten in drie van vier aan elkaar vast gebouwde rijtjeshuizen.
Voor de deuren staan twee auto’s uit, zeg maar, de iets duurdere prijsklasse dan in de straat gewoon is, op trailers liggen twee speedboten en in de tuin, links, wappert fier een piratenvlag.

Misschien dat de man van Google wel dacht toen hij door de straat reed: ‘Jemig, wa’s dit?’

Op 14 december vorig jaar denderde een arrestatieteam van de politie door deze straat om Johannes – de zoon van Johan – te arresteren.
Zoon werd verdacht van brandstichtingen en woninginbraken, die hij zo luidde de redelijke verdenking, samen met Johnny B. zou hebben gepleegd.
Inmiddels is dat wettig en overtuigend bewezen.

Zoon Johannes woonde in een van de vier woningen.

De leden van het arrestatieteam waren die ochtend op alles voorbereid vanwege de mogelijke aanwezigheid van wapens.
Het was niet de bedoeling dat er moest worden geschoten.
Tijdens de arrestatie wordt in de woning van zoon Johannes een hennepkwekerij aangetroffen.

De actie leidde tot een hoop gedoe, want zoiets trekt natuurlijk, ook in ‘t Zandt, bekijks.
Een van de vier woningen, rechts, gaat deels verscholen achter een heg.
Tijdens de politieactie zou vader Johan zich achter die heg hebben verscholen.
Dat vond de politie zo bedenkelijk dat ook de vader als verdachte werd aangemerkt.

Strafrechter Edzard van Weringh: ‘Ik heb even op Street View gekeken en heb die heg wel gezien.’

Johan zegt dat hij zich helemaal niet verstopte.
Hij stond gewoon op het paadje bij de voordeur.
En daarna ging hij samen met zijn partner koffie ging drinken bij zijn ex die daar ook woont.
Vanwege alle commotie.

De politie zag het anders.
De politie noteerde dat Johan plots was verdwenen, sneaky via de achterdeur en toen uit zicht.
Dat was nog veel bedenkelijker.
Johan tegen de rechters: ‘De politie liegt.’

De ex wordt als getuige gehoord.
Ze zegt: ‘Ze kwamen bij mij koffiedrinken. Via de voordeur gekomen en na twintig minuten zijn ze via de voordeur ook weer weggegaan.’
Johan: ‘Zo is het.’

Rechters: ‘Sneaky via de achterdeur?’
Johan die is gekluisterd aan een rolstoel: ‘Dat lukt mij niet eens. Er ligt daar achter een gigantische puinzooi. Daar kan ik niet eens langs.’

De officier van justitie stelt vast dat de twee lezingen niet tegelijk waar kunnen zijn.
Dat dus of de politie liegt of Johan en zijn partner en de ex.
Haar voorstel: nader onderzoek door middel van een schouw.
Rechters moeten er ter plaatste gaan kijken, niet digitaal.

De rechters tegen de officier van justitie: ‘Dus u sluit niet uit dat de politie liegt?’
De officier van justitie: ‘Een nader onderzoek kan alle twijfel wegnemen.’
De rechters willen er na beraad niet aan, ze zien de toegevoegde waarde niet.

Dit was een lange inleiding om te komen tot de kernvraag in deze kwestie: is wat de politie zag bij de heg, voldoende bedenkelijk om aangemerkt te kunnen worden als verdacht?
Anders gezegd en juridisch van ‘t grootste belang: was er ten aanzien van de vader ‘een redelijk vermoeden van schuld’ op grond waarvan de politie zijn woning mocht doorzoeken?
Nog anders: mocht de politie de hennepkwekerij, ruim een kilo cocaïne, 27.000 gram verboden vuurwerk en een arsenaal aan wapens in de woning wel vinden?

De rechters: ‘Dat is dus de vraag.’

De officier van justitie zegt van wel.
Ze eist drie jaar en zes maanden celstraf.
De partner van Johan, zij wist er heus ook van, hoort twee jaar cel eisen.

Strafrechtadvocaat Cees Eenhoorn zegt van niet.
Vader Johan was die ochtend geen verdachte, hij gedroeg zich niks niet verdacht.
Ofwel: het wettige vereiste, een redelijk vermoeden van schuld, was er niet.
De inval in de woning is daarmee buiten de boekjes, het bewijs onrechtmatig verkregen. Consequentie: Johan en zijn partner moeten vrijgesproken.

Nu kun je zeggen, ook vanwege het begin van dit verhaal: ja, ja.
En die boten dan?
Die auto’s?
Drugs en wapens?
Die zijn toch gevonden in dat huis?
Nou dan.

Hier dient zich het wezenlijke van het strafrecht aan.
In de rechtszaal gaat het in eerste instantie niet om schuld of geen schuld, maar of het wettige en overtuigende bewijs daarvoor geleverd kan worden.
De overtuiging dat de contrabande bij Johan en zijn partner in huis lag, is er wel.
‘t Was er immers.

Maar is het bewijs daarvoor ook wettig, dus volgens de regels waar de politie zich aan moet houden, verkregen?

Wie dit mierenneuken vindt (wat mag) is het er vast niet mee eens dat iedereen op een fiets mag worden gearresteerd, want in potentie een fietsendief.
Of iemand oppakken omdat ‘ie met een volle tas de winkel verlaat.
Alle vrouwen met een iets duurdere auto voor de deur.
Mannen in witte overhemden.
Grieken.
Of willekeurig welke mensen ook die in het verleden al eens zijn aangehouden.

Het is de vraag waar de rechters zonder twijfel – en zonder Google – het antwoord op moeten zien te vinden.

Rob Zijlstra

uitspraak op 25 mei

Rechtbank Groningen: 8

OPINIE

Er was eens een bakker die de hele dag koekjes bakte.
Hij deed dat naar verluidt op vakkundige wijze.
Maar er was wel iets merkwaardigs: wie zijn koekjes wilde kopen, stelde hij teleur.
De koekjes die hij bakte, waren niet te koop.
De bakker zei dan: ‘Ze zijn echt heerlijk, geloof me, maar verkopen dat doe ik niet. Daar heb ik geen tijd voor.’

.

Rare bakker.

Maar hij is de enige niet die zo redeneert.
De strafsector van de rechtbank Groningen doet het ook.

De strafrechters spreken de hele dag recht, maar wie een vonnis – het eindproduct van de strafrechtspraak – wil lezen, komt bedrogen uit.
Vonnissen – uitspraken – worden heel summier gepubliceerd op de eigen (landelijke) website die daar voor is bedoeld (rechtspraak.nl).

De meervoudige strafkamer van de rechtbank Groningen deed dit jaar uitspraak in 131 strafzaken (opgeteld 122 jaar celstraf).
Van die 131 vonnissen zijn er welgeteld acht gepubliceerd.
Groningen is daarmee hekkensluiter van de 19 rechtbanken in Nederland.
De rechtbank Leeuwarden deed het net iets beter: 15 gepubliceerde vonnissen.
De kleinere rechtbank in Assen is met 51 vonnissen middenmoter.
De rechtbank Utrecht, groter en meer zaken, zette dit jaar de meeste uitspraken online: 225.

Er is een reden dat verreweg de meeste uitspraken ongelezen in de archieven verdwijnen: een vonnis dat wordt gepubliceerd moet worden geanonimiseerd.
Namen van de verdachten, getuigen en slachtoffers moeten worden verwijderd en dat kost tijd.
De Groninger rechtbank wil wel, maar door een gebrek aan capaciteit (lees geld) beginnen ze er niet aan.

Dat is een verkeerde keuze.
De strafrechtspraak is openbaar en niet zonder reden.
Het is een van de pijlers van het strafrechtsysteem.
Iedereen moet kunnen zien dat er recht wordt gesproken, om te voorkomen dat we voor eigen rechter gaan spelen.
Iedereen kan daarom een strafzaak bezoeken, een mogelijkheid waar overigens nauwelijks gebruik van wordt gemaakt.

Dat laatste is een feit, maar juist een extra reden vonnissen waarin rechters motiveren waarom iemand voor schuldig of onschuldig wordt gehouden, wereldkundig te maken.
In de vonnissen wordt ook gemotiveerd waarom een verdachte een lagere (soms een hogere) straf krijgt dan het openbaar ministerie had geëist.

Rechters geven nooit publiekelijk commentaar op een zaak, want rechters spreken enkel en alleen via het vonnis dat zij in de openbaarheid van de rechtszaal uitspreken.
Daarin staat wat zij te melden hebben.
Hoe raar is het dan, gelijk de bakker, dat geïnteresseerde buitenstaanders er geen kennis van kunnen nemen.

Met enige regelmaat ligt de strafrechtspraak onder vuur.
Namens de rechters meldt de Raad voor de Rechtspraak dan dat het product wel deugt, maar dat het vuur steeds maar weer wordt aangewakkerd door onjuiste beeldvorming. Door vonnissen toegankelijk te maken middels publicatie kan het beeld worden bijgesteld en kan een realistischer beeld van de strafrechtspraak ontstaan.
Ook kan dan worden afgerekend met de hardnekkige idee dat vonnissen onleesbaar zijn en alleen voor juristen te begrijpen.
Ik kan u verzekeren dat in vonnissen geen woord Spaans staat en dat menigeen er bij lezing rode oortjes van zal krijgen.
Vonnissen van strafrechters zijn begrijpelijker dan gebruikershandleidingen van mobiele telefoons of televisietoestellen.

In 2007 is bij alle rechtbanken in Nederland voor veel geld het Promis-vonnis ingevoerd.
Een project dat als doel had (heeft) te komen tot een betere bewijs- en strafmotivering, met als uiteindelijke doel ‘een betere communicatie tussen strafrechter en samenleving’. Zonder publicatie moet dit een wassen neus heten.

Iedereen heeft een mening over het strafrecht dat ook grote belangstelling geniet.
Media besteden er daarom veel aandacht aan.
Maar zonder journalistieke belangstelling zou de strafrechtspraak in grote delen van Nederland vooral onzichtbaar zijn.

Rob Zijlstra
dit artikel staat vandaag  ook  in Dagblad van het Noorden

.

Onderstaande geeft een overzicht van het aantal gepubliceerde vonnissen per rechtbank dit jaar. Bron: rechtspraak.nl. Het geeft een scheef beeld, omdat de ene rechtbank meer zaken behandelt dan de andere. Cijfers die per rechtbank de verhouding aangeeft tussen het aantal gepubliceerde en ongepubliceerde vonnissen heb ik niet.
Groningen geldt net als Leeuwarden als een middelgrote rechtbank, Assen is een van de kleinere.
De telling op rechtspraak.nl is gedaan op woensdag 15 mei,’s ochtends tussen negen uur en half tien.

Slechtste jeugd

Verdachten in zittingszaal 14 leveren soms wonderlijke prestaties.
Het is dat ze verdachten in kwade zaken zijn, maar anders zou je daar de pet onmiddellijk voor afnemen.

Neem de onlangs 38 jaar geworden Bidja D. Toen hij 18 jaar was, was hij er mee begonnen en het ziet er niet naar uit dat het einde in zicht is.
In de voorbije twintig jaar is Bidja veroordeeld tot opgeteld zeventien jaar gevangenisstraf.
Zijn ding is het plegen van gewapende overvallen.

Donderdag stelde de officier van justitie de rechtbank voor nog eens 42 maanden celstraf aan zijn karige leven toe te voegen.
Hij wordt verdacht een overval te hebben gepleegd op een filiaal van Albert Heijn in Groningen.

Het wonderlijk aan Bidja D. is echter dat hij ondanks al die jaren achter de tralies nog zo verslaafd is als een kwispelende hond in een slagerij.
In januari dit jaar – de maand dat de Albert Heijn-vestiging werd overvallen – was hij net op vrije voeten na een detentie van acht jaar.
In plaats van te genieten van de vrije tijd, snoof hij zich vol met drugs.
Nog altijd verslaafd tot op het bot.

Zelf ziet hij dat anders.
Zegt tegen de rechters: ‘Ik ben niet verslaafd. Ik gebruik alleen wanneer ik verdrietig ben, dan gebruik ik om mijn emoties te onderdrukken.’
Officier van justitie: ‘Hoeveel gebruikt u dan?’
Bidja: ‘Tien gram cocaïne. Per dag.’
Officier van justitie: ‘Dat kost u dan zeker 500 euro. Per dag. Hoe komt u aan dat geld?’
Bidja mokt, hij vindt dat geen relevante vraag.
Antwoordt dan: ‘Ik ken mensen in de stad die kapitaalkrachtig zijn.’

Bidja, geboren tussen de natte rijstvelden van Nickerie, Suriname, lijkt in niets op Hannes die 20 jaar oud is en het levenslicht zag in een huis vol geweld in Purmerend.

De officier van justitie zal opmerken dat het een cliché is, dat het allemaal is gekomen door de slechte jeugd.
Maar dat dit cliché bij Hannes maar al te waar is.
De officier van justitie: ‘Als het in zijn leven niet mis zou gaan, met wie dan wel?’

Hannes maakte al op jonge leeftijd kennis met de kinderrechter, maar dat leidde niet tot het rechte pad.
Nu wordt hij verdacht van 25 inbraken in woningen, kantoor- en bedrijfspanden, in kleedkamers op sportvelden, in een kerk waar de jassen hangen en van het stelen van benzine bij tankstations.
En dat allemaal in Oost-Groningen, waar hij niet woont, want hij woont nergens in het bijzonder, maar wel rondstruint.

Hij deed het samen met een fout vriendje voor wie het jeugdstrafrecht ook niet had geholpen.
Een inbraak was altijd binnen een minuut gepiept.
Hun specialiteit om binnen te komen: voordeur inschoppen.
Voorkeuren: televisies (met afstandsbediening) en computerspul.

Er bestaan grote zorgen over Hannes.
De grootste zorg is dat hij dezelfde kant opgaat als iemand als Bidja.

Het wonderlijke aan Hannes is dat hij het presteerde zijn misdrijven te plegen terwijl hij twee flessen sterke drank (jenever, zei de advocaat) per dag nuttigde.
Daarnaast blowde hij nogal.

Rechters: ‘Twee flessen per dag.’
Hannes: ‘Als het even kon wel ja.’
Wanneer hij dat zegt, moet hij er een beetje bij lachen.

Rechters: ‘En dat deed u bij volle verstand?’
Hannes: ‘Het voelde wel goed.’

Rechters: ‘Nooit gedacht, waar ben ik mee bezig?’
Hannes: ‘Jawel, de volgende dag.’

De advocaat van Hannes schets de achtergronden.
Zegt dat het alcoholgebruik – hoeveelheden waar je erg van schrikt – in de familie zit.
Genetisch bepaald.
Dat de (criminele) vader van Hannes, zijn opa en de vader daar weer van, ook stevige drinkers waren.
De alcohol zit Hannes in het bloed, om het zo maar te zeggen.

Hannes vult aan: ‘Maar ik pakte wel zelf de fles.’

Een van de rechters maakt een opmerking over zijn houding in de rechtszaal.
‘U doet nogal nonchalant, u zit daar maar wat te lachen. Alsof u het leuk vindt hier te zitten.’

Hannes zit niet echt.
Hij hangt.
Dan weer naar links, dan weer naar rechts.
Bestudeert het plafond, knaagt aan zijn nagels en stopt voortdurend dingetjes in zijn mond, terwijl zijn voeten in schoenen zonder veters onder de tafel onophoudelijk in beweging zijn.
Een paar keer legt hij het hoofd op de tafel.

Hij zegt tegen de rechters dat hij het heus jammer vindt, jammer en sneu dat het is gebeurd en zielig ook voor al die mensen.
Vraagt: ‘Moet ik gaan huilen?’

Gedragsdeskundigen hebben gerapporteerd dat er iets aan de hand is met Hannes en dat nader onderzoek zeer gewenst is.
En een intensieve behandeling in een kliniek noodzakelijk.
Hannes staat open voor een behandeling, maar ziet dat niet zitten.
Hij heeft liever een ‘dikke celstraf’.

Zegt: ‘Als ik moet kiezen tussen een half jaar in een kliniek of een jaar in de gevangenis, dan kies voor een jaar in de gevangenis.’
Hij wil niet het stempel van een inrichting.

De officier van justitie zegt dat ze een laatste poging wil wagen om Hannes op de rails te krijgen.
Omdat hij nog maar 20 jaar is en ze hem daarom nog niet wil afschrijven.
Maar dat er wel moet worden afgerekend.
Dertig maanden celstraf, waarvan tien voorwaardelijk.
Voorwaarde daaraan is een verplichte behandeling in een kliniek gedurende een jaar en met de deur op slot.

Hannes houdt het plastic bekertje in de lucht en wenkt de bode.
Hij wil water.
Hij heeft dorst.

Rob Zijlstra

uitspraak op 24 mei
.

• Bidja D.

Bidja D.

Bidja D. (38) is weer in de stad.
Ditmaal maar voor heel even, want hij moet donderdagmiddag terechtstaan voor de rechtbank in Groningen.
Hij wordt verdacht van de gewapende overval op de vestiging van Albert Heijn aan de Eikenlaan in Groningen, op 24 januari dit jaar.

Bidja D. is een oude bekende.
In 2004 werd hij door diezelfde rechtbank veroordeeld voor een reeks gewelddadige overvallen in Groningen-Zuid.
Tussen september 2003 en februari 2004 werden twaalf winkels en tankstations overvallen wat destijds voor veel beroering zorgde.

Maar Bidja D. zorgde er ook voor, zij het indirect, dat de moordenaar van Gonda Drent, de kapster uit Hoogezand, achter de tralies verdween.

Bij de gewapende overval op de AH-supermarkt werd 285 euro buitgemaakt.
De tweede verdachte, een 52-jarige Groninger, meldde zich een week na de overval bij de politie.
Bidja D. kon kort daarna worden opgepakt.

Het was er heftig aan toe gegaan.
D. dreigde een van de medewerksters van de supermarkt dood te schieten.
In 2004 hekelden de rechters zijn houding tegenover zijn slachtoffers: D. toonde geen compassie wat hem extra zwaar werd aangerekend.
Hij kreeg in november 2004 negen jaar gevangenisstraf.

Maar ook tijdens detentie deed hij van zich spreken.
Op de luchtplaats was Bidja Reinier S. tegengekomen.
S. was door de rechtbank van Groningen veroordeeld tot twaalf jaar celstraf wegens de moord (doodslag) op zijn partner Gonda, in december 1996, in Hoogezand.
S. wachtte op de dat moment op de behandeling van zijn zaak in hoger beroep.

Op de luchtplaats bedachten ze een sluw plan.

Bidja D. zou opbiechten dat hij aanwezig was geweest bij de moord op Gonda.
Hij zou vertellen dat hij chauffeur was voor zijn inbrekersvriend Bernard.
Tijdens de inbraak werd Bernard betrapt waarop hij Gonda doodsloeg en vervolgens brand stichtte om sporen uit te wissen.

Met dit verhaal zou Reinier vrijuit gaan.
De sluwheid moest zijn dat Bernard niet meer leefde, want omgekomen bij een verkeersongeluk.
Dan had de politie een dode dader.
En Bidja, zo schatten ze in, zou als op de uitkijk staande chauffeur bij een inbraak niet een heel hoge straf krijgen.

De beloning die Reinier S. voor Bidja in het vooruitzicht stelde: zeven- tot achthonderdduizend euro.
Bidja D. zou daadwerkelijk drie- tot vierduizend euro hebben ontvangen.

Om het verhaal van Bidja geloofwaardig te laten zijn, had Reinier hem allerlei details verteld over de omstandigheden waaronder Gonda om het leven was gekomen.

Het sluwe plan mislukte.
Ze hadden zich vergist in de datum van overlijden van Bernard: die was al verongelukt toen Gonda nog leefde.
Bidja vertelde vervolgens aan de politie hoe Reinier hem voor het karretje wilde spannen.

Het gerechtshof in Leeuwarden oordeelde dat de politieonderzoek naar de dood van Gonda weliswaar sterke aanwijzingen opleverde dat Reinier de dader was, maar dat het verzamelde bewijs niet overtuigde.
De voor een veroordeling noodzakelijk overtuiging ontstond bij het gerechtshof wel na het verhaal van Bidja D.

Reinier werd in hoger beroep, dat hij zelf had aangetekend, veroordeeld tot vijftien jaar celstraf, drie jaar meer dan de rechtbank had opgelegd.

Rob Zijlstra

UPDATE  - 10 mei 2012 – strafeis
Het openbaar ministerie eiste vanmiddag 42 maanden gevangenisstraf tegen Bidja D. die ontkende iets met de overval op de supermarkt te maken te hebben. Hij noemde het strafproces een poppenkast. Een 52-jarige medeverdachte hoorde 30 maanden celstraf (waarvan tien voorwaardelijk) eisen. Hij heeft wel bekend en via en omweg D. als mededader genoemd. Uitspraak is op 24 mei.

Papengang

foto: Kees van de Veen / dvhn

De Papengang in de binnenstad van Groningen is 51 meter lang en maar smal in de breedte.
De oude steeg verbindt de Peperstraat – een uitgaansstraat – met de Oosterstraat – een winkelstraat.
Op 21 februari 1988 werd er een 19-jarige jongen doodgestoken door een 20-jarige jongeman. Noodweer, oordeelden de rechters later.

Er gebeuren daar vaker nare dingen. Het steegje geniet een zekere reputatie en zo ziet het er ook uit. Er zijn mensen in Groningen die de Papengang mijden, zeker wanneer het er donker is.

Op 1 oktober 2011, tegen kwart voor vier in de nacht, is er niets aan de hand.
Een groepje stappers zit in de steeg vrolijk te roken en te drinken, misschien wel te chillen.
Het is niet koud, maar wel heel druk.
Ineens is er paniek.
Drie knallen, alsof er illegaal vuurwerk van afgestoken, zo hard klinkt het.

Een 19-jarige studente ziet dat haar onderbeen bloedt en zakt ineen.
Een kogel is dwars door haar kuit gegaan.
Ze moet denken aan Alphen aan den Rijn en staat doodsangsten uit.
Een Portugese bouwvakker voelt op datzelfde moment zijn been warm worden en zakt ook in elkaar.
Nog altijd zitten er kogelresten in het been die er niet uit willen (kunnen).
Verderop wordt het een vrouwelijke portier zwart voor de ogen.
Een kogel, die door het been van de studente ging, heeft haar buik geschampt.

Mensen die er een seconde eerder nog vrolijk stonden te roken, te drinken, te chillen, rennen alle kanten op.
Sommigen vluchten via een zijdeur een café binnen.
Een jongen blijft zitten, terwijl hij radeloos om zich heenkijkt.
Hij probeert zich in zijn krukken te hijsen, maar dat lukt niet, hij kan niet weg.

Buiten het beeld van de beveiligingscamera’s ligt Cé.
Hij voelt zijn benen niet meer.
Een kogel heeft zijn rug geraakt.

Maandagmiddag zit Cé (28) in zittingszaal 14 in een rolstoel, bovenaan op de publieke tribune.
Met een dwarslaesie.
Hij is vanaf zijn navel verlamd en dat zal altijd zo blijven.
Thuis, in een andere huis dan zijn bovenwoning, zijn altijd de gordijnen dicht.
Het tapijt bobbelt als hij er met zijn rolstoel overheen rijdt.
De meeste vrienden is hij inmiddels kwijt.
Cé had een toekomst als rapper voor ogen maar nu komen er geen teksten meer uit zijn pen.
‘Mijn halve lijf en mijn hele leven is kapot’, citeren de rechters uit de brief die Cé aan hen schreef.

Ku (30) en Ra (36) zijn de verdachten.
De officier van justitie zal zeggen dat die twee geen enkel respect hebben voor het leven en welzijn van anderen.
Ze zegt dat Ku en Ra zich schuldig hebben gemaakt aan een viervoudige poging tot doodslag.
Ze eist per persoon tien jaar gevangenisstraf.
Ku en Ra zeggen dat ze al acht maanden ten onrechte vastzitten
Omdat ze onschuldig zijn.

De rechters vragen zich af of ze dat moeten geloven.

De beelden worden in de rechtszaal getoond.
Schokkende beelden, hadden de rechters vooraf gewaarschuwd.

Het is ongeveer twintig voor vier in de nacht.
In de Peperstraat, vlakbij het steegje, staat een groepje Antilliaanse mannen, onder wie Ku en Ra.
Cé die net heeft opgetreden in de club, loopt in hun richting.
Cé kent Ra wel.
Hij wil hem een boks geven.
Maar er ontstaat een woordenwisseling.
Cé loopt weg, de club weer in.
Kort daarop komt hij terug met in zijn hand een valhelm.
Hij wil zijn scooter pakken om naar huis te gaan.

Ra of Ku zou dan tegen hem hebben gezegd dat ze hem gaan afmaken.
Omdat hij vies kijkt.
En geen respect toont.
Dat ze hadden gehoord dat Cé plannen had Ra te beroven.
Cé zou hebben geantwoord dat hij niet weet waar Ra het over heeft.

Ra pakt dan de helm en begint wild met dat ding op Cé in te slaan.
Tegen de rechters in de rechtszaal: ‘Ik mag hem niet.’
Het publiek stuift uiteen, Cé rent strompelend weg, de Papengang in.
Mannen, onder wie Ku en Ra, rennen achter hem aan.
Er wordt geroepen: ‘Schiet hem, schiet hem.’

Drie harde knallen.
Een kogel doorboort de kuit van een studente, de Portugese bouwvakker wordt in het been geraakt, een portier zakt onwel in elkaar.
Gegil.
Halverwege de steeg ligt Cé die zijn benen niet meer voelt.

Ku verdwijnt in het niets.
Ra loopt in het zicht van een camera de straat uit, met een joint in de mond.
Een kwartier later, om 04.09, wordt Be aangehouden als verdachte.

Er volgt een omvangrijk onderzoek.
De politie hoort uiteindelijk tachtig getuigen.
Een aantal van hen meldt zich na een uitzending van Avro’s Opsporing Verzocht.

De getuigen verklaren van alles.
Dat de lange – dat moet Ku zijn – heeft geschoten.
Dat de man die schoot, de kleinere man was, de man die kort daarvoor met een valhelm sloeg – Ra.
Dat Be de schutter is, dat hij met gestrekte arm richting Cé had gestaan.
Sommige getuigen verklaren dronken of anderszins onder invloed.
Er waren getuigen te bang iets te vertellen.
En getuigen die dingen zagen die op de beelden niet terug zijn te zien.
Getuigen met aantoonbare leugenachtige verklaringen.

Be ontkent.
Technisch onderzoek wijst later uit dat hij niet geschoten kan hebben.
Hij heeft geen schiethand (•), geen sporen.
Tegen de politie wil hij niet veel zeggen.
Maar hij schrijft wel een briefje met daarop twee namen.
Van de daders.
De verdachten Ku en Ra.

Halverwege oktober worden zij door een arrestatieteam opgepakt.
Sindsdien zitten ze schuldig vast, zegt het openbaar ministerie.

De rechters vragen zich af of ze dat moeten geloven.

De advocaten bestempelen de belastende verklaringen als onbetrouwbaar.
Terwijl er ook ontlastende betrouwbare verklaringen zijn.
De officier van justitie: ‘Maar net hoe het uitkomt.’

Er zijn een paar afgeluisterde gesprekken.
In een van die gesprekken zou Ra tegen Ku hebben gezegd dat ‘die vent dood had moeten zijn’.
En ook dat als je zegt dat je onschuldig bent, dat je dan niet moet schreeuwen.
Ze zouden dit en dat tegen elkaar hebben gezegd in het cellencomplex van de rechtbank, voorafgaand aan een pro-formazitting in februari.
Dat gesprek is met behulp van microfoontjes afgeluisterd.
Kennelijk mag dat in een onafhankelijke rechtbank.

Aan de hand van de beelden valt op te maken dat Ku en Ra en ook Be vijftien seconden in de steeg zijn geweest.
De rechters willen weten: ‘Waarom rende u ineens terug?’
Ze zeggen: ‘Omdat er werd geschoten.’
Ra: ‘Ik heb een verleden, ik wilde daar niets mee te maken hebben.’

Ra werd in 1996 tot vier jaar celstraf en tbs veroordeeld wegens doodslag.
Ook een schietpartij.
In 2006 kwam hij vrij.
Ku wilde er ook niets mee te maken hebben.
Ook hij is vaker veroordeeld in verband met geweld.
De officier van justitie zegt dat Ku alleen vrienden heeft die wegens schietpartijen in de gevangenis zitten.

Rechters: ‘Wat vindt u er nou van?’
Ra: ‘Triest en dom, logisch, zoiets is levensgevaarlijk.’
Ku: ‘Kloten. Omdat er slachtoffers zijn gevallen.’

De advocaten zeggen dat het misschien toch Be is geweest, schiethand of niet.
Ze zeggen dat ook best de indruk kan bestaan, gezien de beelden, dat Ku en Ra daders zijn.
Dat het gevoel dat ingeeft.
Maar dat er vele alternatieven mogelijk zijn en dat gevoel in de rechtszaal niet telt.
Dat er dus niets anders opzit dan dat Ku en Ra worden vrijgesproken.

De officier van justitie wil daar niet eens over piekeren.
Er hadden doden kunnen vallen.
Daar dient stevig op gereageerd te worden: tien jaar cel, punt uit.

Daarnaast moeten de verdachten, worden zij veroordeeld, 83.500 euro aan Cé betalen, 11.000 euro aan de Portugese bouwvakker die nog altijd pijn heeft, aan de studente 1.519 euro en aan de portier die een tijdje niet kon werken 468 euro (gederfde inkomsten).

Dat is alles was maandagmiddag en –avond.

Op dinsdagochtend komt het bericht vanuit de rechtbank dat Ku naar huis mag.
Hij mag (moet) per direct de gevangenis verlaten.
De rechters hebben, vooruitlopend op de uitspraak over twee weken, alvast de conclusie getrokken dat er geen ernstige verdenkingen (bezwaren) meer bestaan tegen Ku.

Over Ra is nog geen oordeel uitgesproken.
Hij moet wachten tot 21 mei.

Rob Zijlstra

• schiethand

.

Gerard van Westerloo

Journalist Gerard van Westerloo is dood, want zaterdag overleden.
Dat raakt mij.
Gerard van Westerloo was een van de beste journalisten van Nederland, zo niet de beste.
En hij was mijn grote voorbeeld.
Dankzij de verhalen die hij schreef, wilde ik net als hij journalist zijn.
Ik wilde (en wil) net zo schrijven als hij dat kon.

Dat is schrijven, maar net een tikkeltje anders.
Zijn boek Niet spreken met de Bestuurder is wat dat betreft onovertroffen.
De Amsterdamse trambestuurders van lijn 16…
Een juweel.

Maar ik leerde Gerard van Westerloo eerder kennen, ik leerde hem kennen door zijn indringende verhalen, in Vrij Nederland, over Suriname, over de politiek, over de 16 gezworenen, de sergeanten en over zijn ontmoeting met Desi Bouterse.
Zinderend

Een van de slachtoffers van de decembermoorden was (is) Jozef Slagveer.
Journalist.
Van Westerloo schreef acht dagen na die moordpartij in Fort Zeelandia in Vrij Nederland: ‘Zijn vele journalistenvrienden kunnen maar een ding voor hem terugdoen: de feiten achterhalen en publiceren omtrent het schrikbewind dat deze onvervalste Surinamer vermoord heeft.’

En dat heeft hij gedaan, principieel en met gevaar voor eigen leven.
De vele onthullingen, over het ware gezicht van de machthebbers van Suriname en de dubieuze rol van Nederland staan keihard beschreven in twee van zijn boeken: Het legergroene Suriname (1983) en De laatste dagen van een kolonel (1993).
Nog steeds actueel.

Ik heb Gerard van Westerloo een paar keer gesproken.
De laatste keer was twee jaar geleden tijdens de uitreiking van de Jacques van Veen-prijs in Amsterdam.
Ik vertelde hem toen dat ik zijn journalistieke verhalen bewonderde en dat ik dankzij hem (u) journalist ben geworden, dat ik al zijn boeken heb en ook heb gelezen.
Hij vond dat leuk en was bescheiden.
Zei: ‘Dan moeten we daar een keertje over praten.’

Hij schreef in ‘Logboek Nederland‘: Aan de landkant van de Groninger zeedijk is Nederland op zijn aardappeligst. Boerenhoven als waren het plantages, door een lange weg van puin en een brug van steen met de rest van de wereld verbonden. Tussen de boerderijen in ligt het noordelijkste gehucht van Nederland. Het telt vijf huizen en het heet Valom, omdat de huizen er ooit allemaal omgewaaid zijn. Toen werd Valom nog bewoond door het ruwe volk dat de boeren ‘poldervogels‘ noemden. Smokkelaars, stropers, robbenjagers. Nu wonen er kunstenaars en andere ex-stedelingen.’ Och,’ zegt de man die de deur opendoet. ‘Het zegt mij niets, noordelijk.’ (…)

Gerard van Westerloo had als geen ander de gave om het kleine te beschrijven en daarmee het grote te duiden.

De journalistiek heeft het vandaag de dag moeilijk.
Maar wanneer wij allen, wij journalisten, zouden schrijven in de geest van Gerard van Westerloo – de feiten achterhalen en publiceren, met oog voor het kleine om het grote te duiden – dan is er ook na zijn dood voor ons een toekomst.

Dank je wel.

Rob Zijlstra

Gerard van Westerloo - vrij nederland

100 jaar: lente

Niks hiep, hiep hoera, maar de honderd is de afgelopen week gepasseerd.
Tussen januari en nu legden de veertien strafrechters die in Groningen in wisselende samenstelling de meervoudige strafzaken doen, meer dan honderd jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf op.
Nu is dit niet heel verrassend, want elk jaar rond deze tijd, de tijd dat de lente zich aandient, is dit zo.

Donderdagmiddag even voor een uur, stond de teller nog op 96.
Nog geen half uur later noteerden we 108 jaar, tien maanden en twintig dagen.
Het was uitgerekend Johnny B. die met zijn vijf jaar cel de teller boven de honderd liet uitkomen.

Tot nu toe stonden er (dit jaar) 105 mannen, een man als vrouw verkleed en twaalf vrouwen als verdachten terecht in zaal 14.
Van hen werden er negen vrijgesproken.
Vier verdachten waren in het hoofd te ziek om straf te kunnen krijgen.
Er werd voor 4.940 uur aan werkstraf uitgedeeld, zeven justitiabelen moesten opgeteld 3.200 euro aan boetes betalen.
Zes veroordeelden hebben dit jaar hun verdiende misdaadgeld moeten inleveren, welgeteld: 130.951 euro en twintig cent.

Hier zal het niet bij blijven.
Aan het einde van het jaar zal er om en nabij de 350 jaren gevangenisstraf en 15.000 uren aan werkstraf zijn opgelegd aan ongeveer 350 misdaadplegers.
Een deel van hen moet nog in actie komen.
Van hen zal een aantal zijn – vraag me niet hoeveel – die nu nog niet weet dat ze dat gaan doen.
Laat staan wat.

Cijfers zijn weetjes, maar daarmee weet je nog weinig.
In de vakbladen van de politie staan regelmatig opbeurende verhalen over toenemend vernuft.
Innovatie is de onderbetaalde politie niet vreemd.
Soms roept een politie-iemand dat meer blauw helemaal niet nodig is om de misdaad terug te dringen.
Wat vooral nodig is, zegt zo iemand dan, is slimmer opsporen.
Opsporing 2.0 noemen ze dat.
En dat gaat veel verder dan af en toe wat foto’s van voortvluchtige overvallers op het internet plaatsen.

Wanneer u of zo gewenst uw buurman – en nog vrij van misdaad – vanavond op Google zoekt op ‘Oekraïense vrouwen’, dan kunnen agenten, als dat nodig is, over twee jaar in een wip achterhalen dat u dat toen heeft gedaan.
Op de minuut af hoe laat.
Veel brandstichtingen de laatste tijd bij u in de buurt?
Voor de politie is het een digitaal peulenschilletje te achterhalen wie er de laatste tijd vaker dan anders spiritus of andere brandversnellende goedjes bij de plaatselijke super afrekent.
Ook zonder bonuskaart.

Johnny B., wijs geworden na eerdere ervaringen, is op de hoogte van het vernuft bij de politie.
Dus zette hij heel slim zijn mobiele telefoon uit als hij met een doosje lucifers op zak op inbrekerspad ging.
Hij dacht, met mijn mobiele telefoon uit kunnen ze me mooi nooit traceren.
Maar de politie draaide het nog slimmer om.
Met dank aan Vodafone registreerden agenten dat steeds wanneer ergens brand uitbrak, Johnny en zijn kornuit Johannes kort daarvoor hun telefoons hadden uitgezet.

De rechtbank accepteerde het deze week als een van de overtuigende bewijzen: er was ten aanzien van uitgeschakelde gsm’s sprake van een specifiek patroon.

Ik kijk wel eens naar al die mannen (en vrouwen) die in zittingszaal 14 moeten komen opdraven om zich te verantwoorden voor een misdaad die ze al dan niet hebben gepleegd.
Je kunt over dit bonte gezelschap van alles zeggen, verzachtende of heel lelijke dingen, maar niet dat ze het buskruit hebben uitgevonden.

Deze week stond Tjark terecht.
Hij had geprobeerd zijn beste vriend dood te slaan met de glazen deksel van de snoeppot.
Hij deed dat nadat die vriend hem met de glazen asbak van het tafeltje in de voorkamer een klap op de kop had gegeven.
Vernuft was daar niet aan te pas gekomen.
Wel liters alcohol.
De officier van justitie merkte op dat je de woning van Tjark gerust de grootste zuipkeet van het land zou kunnen noemen.
‘Het bier stroomde er over de plinten heen.’

Veel misdrijven worden gepleegd in combinatie met alcohol.
Het schijnt het verstand niet ten goede te komen.
Veel drugs ook niet.

Er was een drugsdealer die met zijn auto volgeladen zijn klanten ging bevoorraden.
Omdat hij het zo druk had, was hij moe geworden en toen hij moest wachten voor het rode verkeerslicht, viel hij in slaap.
Zo trof de politie hem aan, liggend over het stuur, met draaiende motor.
De voorraad was zo gevonden.

Ook niet slim waren die twee mannen die dachten een miljoenenkraak te zetten.
Toen ze na maanden voorbereiding in een auto vol inbrekerswerktuig op hun doel afgingen, werden ze onderweg aangehouden door de politie.
De reden: ze reden nogal slingerend over de weg.
De reden daar weer van: geen van beide kon autorijden.
Ze kregen anderhalf jaar celstraf per persoon, want met al het inbrekersgereedschap, bivakmutsen, plattegronden en het vuurwapen in de kofferbak, waren ze zo verdacht geworden dat ze opbiechtten wat ze van plan waren te gaan doen.

De vier mannen die in opdracht door heel het land ladingen uit vrachtwagens haalden – honderdduizenden euro’s aan buit – deden dat in een huurauto die was uitgerust met een track- en tracesysteem.
Wisten zij veel.

Dit zijn een paar voorbeelden om aan te geven dat slimme innovatie bij misdaadplegers nog ver te zoeken is.
Voorbeelden die het tegendeel aantonen, heb ik niet.
Politieagenten moeten dus niet al te slim willen worden, want anders lopen ze straks zonder dat in de gaten te hebben, ver voor de muziek uit.
En dan halen we aan het einde van dit jaar die 350 niet.

Rob Zijlstra