Feeds:
Berichten
Reacties

Menpower

oude kijk

oude kijk in 't jatstraat / dvhn

Valentijn (20) had twee uurtjes moeten wachten voordat zijn strafzaak begon.
Er was uitloop en bij aanvang van de zitting boden de rechters hiervoor hun verontschuldiging aan.
Valentijn accepteerde die.
Zei: ‘Is wel goed.’

Hij had ook helemaal niet zo erg gevonden, want ik bespeurde enige branieachtige vrolijkheid toen hij daar in de hal maar zat te wachten. Na afloop van de zitting, bij het verlaten van het gerechtsgebouw, had de branie volgens mij plaatsgemaakt voor opluchting, maar nog net zo vrolijk.

Valentijn was helemaal vanuit Amsterdam naar Groningen gekomen.

Tijdens de zitting zelf had ik niet de indruk dat hij erg onder de indruk was van de rechters.
Het was ook niet zijn eerste keer.
Hij had geen advocaat meegenomen.
Er was dus niemand die hem kon adviseren over de gewenste proceshouding.
Dat hij bijvoorbeeld tegenover de rechters niet onverschillig moest zitten wezen.
En ook niet moest lachen.

Bij de politie had hij eerst niks willen zeggen.
Tijdens een tweede verhoor weigerde hij antwoord te geven op vragen.
Daarna had hij gezegd dat hij niks had gedaan.

Rechters: ‘En nu?’
Valentijn: ‘Ik heb niks gedaan.’

In de vroege ochtend van 15 augustus vorig jaar liep er een man door de Oude Kijk in ‘t Jatstraat in Groningen.
De man was net bij de dokter geweest en die had hem over de uitslag van het onderzoek verteld.
Dat er geen uitzaaiingen waren.
De man, 74 jaar, was op die vroege ochtend op weg naar huis om het blijde nieuws aan zijn echtgenote te vertellen.

Halverwege de straat, ter hoogte van het uitzendbureau, kwam de oude man vier vrolijke jongens tegen.
Die waren heel de nacht op stap geweest en waren nu zwalkend op weg naar huis.

De langste van het stel legde een arm op de schouder van de oude man.
De andere drie gingen met wilde gebaren om hem heen staan.
De oude man zei dat hij er langs wilde en probeerde door te lopen.

En dan ineens was er een explosie van het meest zinloze geweld op die vroege ochtend in de Groninger winkelstraat.
De langste haalde uit en sloeg de oude man vol in het gezicht.
Hij viel op de grond en bleef liggen.

De vrolijke vier gaven elkaar lachend high-fives en renden toen hard weg.
In het ziekenhuis stelden de artsen vast dat de linker oogkas van de oude man was verbrijzeld.

Een getuige holde ontdaan achter het groepje aan, alarmeerde een passerende motoragent en de langste van de vier kon worden aangehouden.
De anderen later.

De langste stond eind vorig jaar terecht en werd veroordeeld wegens zware mishandeling tot een ingewikkelde straf.
Hij kreeg 347 dagen gevangenisstraf, waarvan 270 dagen voorwaardelijk.
Dat betekende dat hij op de dag van de uispraak de gevangenis na 77 dagen mocht verlaten. Vervolgens moest hij een half jaar met een enkelbandje om thuiszitten en daarna moest hij voor straf nog eens honderd uur nuttig werk verrichten.

Tijdens de zitting toonde de langste veel berouw.
Zijn punt was dat hij de oude man misschien wel keihard had geslagen, alleen wist hij dat niet meer.
Zo dronken.

Valentijn wist het nog wel.
Dat wil zeggen, een beetje.
‘Het is al weer lang geleden.’

Hij wist nog wel dat hij niks had gedaan.
Hij wist dat hij op straat een gesprekje had gevoerd met die oude man.
Omdat die man nogal opgefokt deed, moesten de rechters weten.
Valentijn had dat kunnen horen omdat ‘de man met een bepaald volume tegen ons sprak’.
Valentijn was ook niet zo dronken als de langste geweest.
Hij had alleen bier gedronken en whisky.

Rechters: ‘En drugs?
Valentijn: ‘Moh, wel een paar joints.’

Tegen de reclassering had hij gezegd dat hij lastig is, koppig en egoïstisch. Een agressieregulatietraining die hij al een keer op last van rechters had moeten volgen, had hij niet gevolgd.
Hij moet nu wel gesprekken voeren met de reclassering, maar dat schiet niet echt op.
‘Ze bellen niet.’

Rechters: ‘Het is bij u allemaal nogal vrijblijvend hè.’
Valentijn: ‘Misschien wel.’

Met de oude man en het linker oog is het volgens mij niet meer goed gekomen.
Met Valentijn wel.
Hij vertrok naar Amsterdam, was daar eerst nog een jaar zwervende want dakloos, maar mag nu weer bij zijn moeder wonen.
Hij volgt een opleiding en hoopt eens een ict’er te worden.

De officier van justitie zei dat Valentijn niet de fatale klap heeft uitgedeeld, maar dat hij er wel bij was.
Dus openlijk geweld tegen personen gericht.
De eis: een werkstraf van 200 uur en twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.
Dat is inclusief fietsen die hij ook nog had gestolen.

De rechters: ‘Wat vindt u daar nou van?’
Valentijn zei dat hij in december naar Suriname gaat. Dat hij het ticket al heeft gekocht. Of dat dan nog wel kan doorgaan?’
De rechters zeiden dat dat vast geen probleem zal wezen.
Valentijn die niets heeft gedaan, met lachje: ‘Dan kan ik er wel mee leven.’

Rob Zijlstra

uitspraak op 16 november

Eigen domein

In de verdachtenbank zit maandagochtend een gemankeerde man.
Hij zegt tegen de rechters: ‘Ik maak mezelf liever van kant dan dat ik een kind wat aan zou doen.’
Het komt er nogal theatraal uit.

Bert woont met zijn moeder en broer in een huis in Groningen.
Hij is 42 jaar en leeft een teruggetrokken leven.
Hij leeft als een kluizenaar op zijn slaapkamer en de enige uitstapjes die hij maakt zijn naar de wc en de badkamer.
Op die kamer zit hij heel de dagen achter de computer.
Hij eet daar ook.

Het is geen vrolijk huishouden en steeds vaker is aan het einde van de maand, als de rekeningen betaald moeten worden, het geld op.
Daarom trekt ook de vriendin van zijn broer bij hen in.
De vriendin heeft een dochtertje.
Zij is dan elf jaar.

Het lijkt iedereen een goed idee dat Annemieke bij Bert op de kamer komt.
Of misschien was het wel zo gegaan dat niemand het onverstandig vond dat Bert zijn kamer ging delen met het meisje.

Bert zeker niet.
Hij gaf haar cadeautjes en het duurde niet heel lang dat hij zijn eenpersoons bed verruilde voor een tweepersoons.
Dat had hij altijd al willen hebben.
Een meisje van elf hoort bovendien niet op de grond te slapen.

Nu moet ik schrijven dat het hartstikke fout ging op die kamer.
Dat Bert niet in staat bleek zich volwassen te gedragen.
En, zoals het op maandagochtend werd gezegd, dat hij zich niet leeftijdsadequaat heeft ontwikkeld.

Bert zegt desondanks dat het heel dom is wat hij heeft gedaan.
Zo dom, dat het hem soms te veel wordt en dat hij te veel verdriet heeft om dit alles te moeten doorstaan.
Daarom had hij in de gevangenis ook zijn polsen doorgesneden.
Hij zegt dat hij hulp nodig heeft, omdat hij het alleen niet gaat redden.
Hij zegt dat hij op zijn slaapkamer een eigen domein had gecreëerd en dat dat niet goed is geweest.
En dat zijn broer hem heeft laten stikken.
Al drie keer had hij vanuit de gevangenis een brief geschreven, maar nooit heeft hij een reactie mogen ontvangen.
Zijn enige vriend heeft hij al negen maanden niet gezien.
Hij is zijn naam al vergeten.

Bert ontkent dat er een zweep is gebruikt.
En touwen.
En de handboeien, die kwamen uit de feestwinkel aan het Zuiderdiep.
Nou, en dat zij veel pijn heeft geleden, kwam hem toch wel vreemd voor.
Want, zegt Bert, ze wilde alles zelf, zij nam altijd het initiatief, niet ik, nooit. Ik ga liever dood.’

De officier van justitie zucht.
Hij zegt dat hij de verkrachtingen niet kan bewijzen.
Uit het dossier blijkt onvoldoende dat er sprak is geweest van dwang met gewelddadigheden.
Ontuchtige handelingen met iemand die de leeftijd van twaalf nog niet heeft bereikt kunnen wel worden bewezen.

De officier van justitie eist daarom achttien maanden celstraf waarvan zes voorwaardelijk.
Hij zegt dat hij met deze strafeis rekening heeft gehouden met het gegeven dat Bert aan de ondergrens zit van het intellectuele spectrum.
‘Maar ook hij moet met zijn tengels van kinderen afblijven.’

De advocaat zegt dat Bert niet het besef heeft dat wat er is gebeurd, niet kan.
De advocaat stelt een strafeis voor van vijftien maanden waarvan vijf voorwaardelijk en een begeleid wonen-traject. Bert kan de gevangenis dan binnen een paar weken verlaten.
Bert zegt in zijn laatste woord, zelfs een beetje monter, dat hij akkoord gaat met die vijftien maanden, vijf voorwaardelijk.

Naarmate ik langer in de rechtbank zit, groeit het idee dat er in Groningen meer mannen zoals Bert bestaan, dan er criminelen zijn.

Rob Zijlstra

De mens Mannus

De meeste mensen komen naar de rechtbank met problemen.
Wie op een dag op een willekeurig tijdstip naar de mensen in de hal met muren van grijs beton kijkt, naar de mensen die daar zitten te wachten op hun beurt, is dat ook wel te zien.
De meeste mensen staren maar wat voor zich uit.
Heel soms bladert eens een mens verveeld in een glossy tijdschrift dat de rechtbank er heeft neergelegd om het niet nog erger te maken.

Deze week was Mannus in het gerechtsgebouw.
Een groter contrast tussen alles wat glossy is of lijkt met de mens Mannus bestaat niet.

Er zijn verdachten die een strafblad hebben van wel 25 pagina’s lang.
In zo’n geval wordt over de verdachte gezegd dat hij een indrukwekkend strafblad heeft. Zo’n opmerking belooft doorgaans weinig goeds.
Mannus heeft een strafblad dat 66 pagina’s telt.

Hij is 51 jaar.
Toen hij zeven jaar was, verdween hij in een internaat.
En toen hij 18 jaar werd, oud genoeg om opgesloten te worden, zat hij prompt in de gevangenis.
Sindsdien is hij eigenlijk nooit echt vrij geweest.
In die zin mag het een wonder heten dat hij kans heeft gezien verslaafd te raken.

Mannus heeft de ergste dingen meegemaakt.
Hij heeft al eens TBR gehad, de voorloper van TBS.
In de zomer van 2006 werd hij veroordeeld tot de veelplegersmaatregel ISD, voor een diefstal in Norg.
Hij zat 24 maanden opgesloten, teruggetrokken in een sobere cel in de Grittenborgh in Hoogeveen.

Tegen de rechters zegt hij: ‘Het heeft niet veel zin meer mijn verleden op te rakelen om zo nieuwe therapieën te bedenken voor de toekomst.’

Iets later zal hij zeggen: ‘Maar ik moet toch wat.’
En: ‘Ik vind het een drama dat het toch weer mis is gegaan, dat ik weer vastzit.’

Een van de problemen van Mannus is dat hij de dingen niet meer weet.
Dat komt door de alcohol, het allergrootste probleem.

Begin dit jaar mocht hij de gevangenis weer eens verlaten en hij deed wat hij dan altijd doet: naar de eilanden.
Meestal vaart hij naar Terschelling, ditmaal naar Texel.
Even gaat het daar goed en kan hij de fles laten staan.
Maar dan ineens sneuvelt de ruit van de Wereldwinkel in het hartje van Den Burg.
Ze vinden Mannus kort daarna en maar iets verderop in lunch en dinercafé De Smulpot.

Rechters: ‘Heeft u dat gedaan?
Mannus: ‘Ja, ik denk wel dat ik het was, maar ik weet niet meer waarom.’

Drie weken later duikt hij op in de Wijkstraat in Appingedam waar hij eet zonder te betalen.
Daarna vertrekt hij naar Terschelling, het eiland waar hij het allerliefste is.
Het gaat goed tot de eerste verschijnselen van Oerol zich aandienen.
Mannus vindt dat veel te druk en besluit naar Groningen te gaan.

Hij vindt onderdak in het theehuisje op begraafplaats Selwerderhof.
Als hij op zoek gaat naar wat eetbaars (hij vindt ijs, tosti’s en bevroren appelgebak) gaat het alarm af.

Mannus vertelt: ‘Ik zat daar maar, vijf halve liters op. Ik zat daar op de begraafplaats mijn leven te overdenken. Ik was zo boos op mezelf. Daarom heb ik het theehuisje opengebroken. Ik wist dat er alarm op zat. Ik wilde dat de politie kwam.’

De politie komt ook en weer belandt hij achter de tralies.
Na tussenkomst van de rechter wordt hij geschorst uit voorlopige detentie. Hij gaat naar Leek, naar crisisopvang Den Eikelaar.

In augustus is daar een klein maar o zo illegaal feestje in de nacht.
Een gabberfeestje.
De gabbers zeggen dat hij zo uit het raam kan klimmen.
Op zich nergens voor nodig, vertelt Mannus aan de rechters, want als je daar weg wilt, doen ze gewoon de deur voor je open.

De advocaat van Mannus vermoedt dat de feestgangers hem hebben volgestopt met GHB en hem daarna hebben verleid tot de klauterpartij.
Zegt: ‘Ze waren uit op zijn mobiele telefoon en zijn mooie laptop.’

Eenmaal buiten, het is dan vroeg in de ochtend, brengen ze hem naar een bedrijventerrein en helpen hem over een hek.
Het is het terrein van het autobedrijf Hofman, classic en sportcars.
Een krantenbezorger ziet even later een kale man met oorbellen in een witte sportcar als een gek rondcrossen.

De rechters: ‘Het leek, als we het dossier moeten geloven, wel op een flipperkast, zo ging u tekeer.’

Mannus zegt dat hij vage herinneringen heeft. Dat hij in een auto zat, met allemaal gekke knopjes, dat hij er niks van snapte, dat hij sowieso niet kan autorijden. ‘Verder weet ik het niet, ik snap ook niet wat de bedoeling is geweest. Zou ik het weten, dan zou ik het aan u vertellen.’

Veertien klassieke auto’s raken beschadigd, de ravage is enorm evenals de schade.
Mannus heeft wel een kaal hoofd, maar geen oorbellen.
De advocaat zegt dat het dus ook net zo goed iemand anders kan zijn geweest in die witte auto. Een van de feestgabbers bijvoorbeeld. En dat die mobiele telefoon en de mooie laptop later inderdaad gestolen bleken.

Voor Mannus maakt het allemaal niet veel uit.
Er is toch niemand die weet wat ze met hem aanmoeten.
De reclassering sombert dat aan alle eerdere behandelingen vroegtijdig een einde kwam.

Mannus zelf zegt dat hij wel weet wat de oplossing is.
Hij moet van de drank afblijven.
Zegt: ‘Ik weet alleen niet hoe dat moet. Wist ik het maar.’

De reclassering denkt dat een nieuw langdurig verblijf in een sobere ISD-cel in Hoogeveen niets zal veranderen of het moet al averechts zijn.
Het beste voor Mannus zou een zorg-boerderij-achtige-setting kunnen zijn.
Of iets in een begeleide woonvorm.

De officier van justitie ziet geen andere mogelijkheid dan net als in 2006 de veelplegersmaatregel ISD te eisen.

Mannus zucht en zegt dat hij dan weer twee jaar teruggetrokken in een cel zal zitten. ‘En dat trek ik niet. Als ik dan vrijkom, ben ik 54 en geen stap verder.’

Rob Zijlstra

uitspraak op 12 november

Rare vrienden

boteringebrugHet was vet gezellig geweest en alleen daarom al werd het veel later dan was bedoeld.
Ze hadden Martini gedronken en bier en toen het feest was afgelopen, waren ze nog bij vrienden op bezoek geweest.
Trijntje zou die zaterdagavond na het stappen bij Ellert blijven slapen, dat was het plan.
Maar toen ze zondag vroeg in de ochtend eindelijk de woning van Ellert bereikten, kwam van slapen niks meer.

Trijntje bedacht zich ineens dat ze een afspraak had en dus direct weg moest.
Ellert zei, dan breng ik je wel even naar het station.
Met een beetje doorfietsen zouden ze haar trein nog wel kunnen halen.

Dus springt Trijntje bij Ellert achterop en spurten ze vanuit de Nieuwe Boteringestraat in Groningen richting het station.

Bij de kruising met Lopende Diep/Spilsluizen, staat op de Boteringebrug een auto stil.
Ellert remt wel een beetje af, maar denkt dat hij er nog wel langs kan.

Mooi niet dus.

Ineens trekt de auto op, slaat linksaf en een seconde later vliegt Ellert door de lucht en belandt Trijntje eerst op de voorruit en dan hard op de grond.

Iedereen schrikt zich een ongeluk.
De bestuurder van de auto denkt dat hij de schuldige is.
Weet ook niet meer helemaal zeker of hij wel richting had aangegeven.

Ellert belt 112 en even later wordt hij samen met Trijntje in een ambulance naar het ziekenhuis gebracht.
Weer iets later komt daar ook de politie.
Agenten ruiken dat Ellert heeft gedronken.
Op het politiebureau wordt een alcoholgehalte van 345 microgram per liter uitgeademde lucht vastgesteld.
De max wat mag is 220.

Trijntje is er slecht aan toe.
Er zit een scheurtje in haar schedel.

Dit gebeurde bijna een jaar geleden, op een zondagochtend om kwart voor acht.
Vanochtend zat Ellert in zittingszaal 14 in de verdachtenbank.
Trijntje zat als slachtoffer op de publieke tribune.
Ze heeft maandenlang moeten revalideren.
Beetje bij beetje gaat het nu weer.

Ellert draait er tegenover de rechters niet om heen.
Het is zo en zo is het gegaan.
De rechters willen weten of het een beetje zijn stijl is, zo hard fietsen.
Ellert beaamt dat.
De rechters: ‘Zo van, ik ben fietser, dus die auto’s stoppen toch wel.’
Ellert zegt: ‘Niet bewust, maar zo gaat dat wel een beetje in Groningen.’

Toen Trijntje in het ziekenhuis lag, heeft hij haar bezocht.
Daarna hadden ze nog regelmatig gechat en ook met elkaar gebeld.
Hij had ook zijn excuses aangeboden.
Ze zijn nog steeds vrienden, zij het dat hij is verhuisd naar Arnhem in verband met een ander studie.

De officier van justitie zegt dat een ongeluk in een klein hoekje zit en dat Ellert geen boef is. Maar dat hij wel roekeloos is geweest in de geest van artikel 6 van de Wegenverkeerswet.
Een misdrijf.
Niet dik, maar net, zegt de officier.
Hij eist een werkstraf van 50 uur.

Daarmee is de zaak niet afgedaan.
Trijntje wil ook geld zien.
Niet omdat ze haar vriend een poot wil uidraaien, maar omdat ze nu eenmaal wel schade heeft geleden.
In het ziekenhuis was haar truitje van 39,95 euro in stukken geknipt.
En er was een eigen risico van 95 euro.
En dan was er ook immateriële schade: 2.250 euro.

Een flink bedrag, maar zo is het wel, zei de officier van justitie.
Hij verzocht de rechtbank deze bedragen toe te wijzen.

De advocaat voert aan dat Trijntje na een nacht op stap toch echt zelf bij Ellert achter op de fiets is gekropen.
En dat zij haast had om de trein te halen en dat haar vriend daarom zo hard sjeesde.
En dat die auto stilstond, mogelijk geen richting aangaf en de situatie ter plekke ook wel een onoverzichtelijke is.

De officier zegt dat dat ook wel weer zo is.
De rechters moeten het maar beslissen.

Als de zitting is afgelopen en iedereen de zaal verlaat, blijf ik even kijken.
Ellert heeft zijn trui binnenstebuiten aan, overal labeltjes.
Trijntje is er met haar ouders.
Ze negeren elkaar, ze wisselen geen woord, zelfs geen ogenblik.

Toen dacht ik, wat een rare vrienden.

Rob Zijlstra

uitspraak op 12 november

Registratie

zakIk zat dinsdag bij een strafzaak in zittingszaal 14 die me nu het avond is nog steeds door het hoofd spookt.

Het was geen leuke zaak.
Een man van 70 jaar en een vrouw van 64 jaar waren de verdachten.
Justitie verdenkt haar van bijstandsfraude, hem ook van een vorm van heling.
Hij woonde volgens de officier van justitie stiekempjes bij haar en genoot dus ook van haar voorzieningen als gas, water en licht.
Nu de rekeningen van deze voorzieningen zijn betaald met geld dat haar niet toekwam, heeft ook hij zich schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Justitie heeft een scheepslading vol bewijzen die niet zo eenvoudig zijn te weerleggen.
Beide hoorden vanmiddag een gevangenisstraf van een jaar tegen zich eisen.
Dat vind ik nogal wat.
Ik verwijs naar mijn verhaal onder dit verhaal.

Maar er is iets anders dat mij bezighoudt.
Een van de bewijzen die het openbaar ministerie aandroeg, was de vuilniszak.
Terwijl de 70-jarige Willem zegt dat hij in zijn huis woont, heeft hij in hele lange tijd slechts eenmaal een vuilniszak afgescheiden.
En dat is natuurlijk hartstikke raar en in dit verband ook verdacht.

Waar het om gaat is: hoe weten ze dat?

In Groningen wordt het huisvuil uit de huizen van de straat ingezameld in ondergrondse containers. Groningers hebben daarom pasjes waarmee ze de klep kunnen openen.
Eens was het de bedoeling om Groningers per zak of per kilo weggesmeten huisvuil te laten betalen.
Dat is er niet van gekomen.
Het enige nut van het pasje is dat het de klep opent voor inwoners van Groningen en voorkomt dat de boer’n uit de ommelanden er hun zak dumpen.
Zonder pasje blijft de klep gesloten: eigen zak eerst.

Maar er is meer aan de hand: het wordt ook allemaal geregistreerd.
En de registraties worden vervolgens ook nog eens bewaard.
Dat moet wel, want anders konden ze dat van Willem niet weten.

Dus ergens in Groningen houdt iemand bij wie waar en wanneer legaal een zak vol huisvuil weggooid.
Dan spookt het door mijn hoofd, zou zo iemand nou in een ondergrondse kelder werken of op een hoogste verdieping bij een gemeentelijke geheime dienst waarvan wij het bestaan niet weten?

Goed.
Er zijn mensen die hun vuilniszak geniepig in het donker naast de ondergrondse container zetten.
Omdat die te vol zit voor nog meer, of omdat de klep weer eens niet reageert op het pasje.
Wie dat doet, is strafbaar en begaat een milieudelict.
De milieupolitie gaat dan zo’n stinkende zak onderzoeken in de hoop aanwijzingen te vinden die duiden op een adres.
Met enige regelmaat moeten deze milieuvandalen zich voor de economische politierechter verantwoorden.

Maar Groningers die het wel keurig doen via de klep, worden, zo werd mij vandaag tijdens de strafzaak duidelijk, geregistreerd en die registraties worden als de politie daar om vraagt door de gemeente beschikbaar gesteld voor strafrechtelijk onderzoek.

Waarom?
Waarom wordt zoiets geregistreerd?
En bewaard?
En hoe lang?
Dient dat een doel?
Zo ja, welke dan?
En weten de Groningers dit wel?
Worden ze er op geattendeerd?
Hebben ze het al verteld aan de nieuwe burgemeester?

Ik wil het weten.
Ik ga het woensdag vragen.

Rob Zijlstra

UPDATE – 28 oktober 2009 – gevraagd
Ik heb het gevraagd (woensdag 10.00 uur).

De gemeente zoekt het nu uit. Ook heb ik de kwestie voorgelegd aan leden van de gemeenteraad. Die reageerden hoogst verbaasd. PvdA-gemeentreraadslid Arjan de Rooij (video) gaat via gebruikelijke wegen vragen gaan stellen aan de verantwoordelijk wethouder.

update (woensdag 22.30 uur)
Aan het einde van de woensdag heeft de gemeente nog geen opheldering verschaft. Iedereen vreselijk druk en druk en de verantwoordelijk wethouder is in  vergadering. Aan het einde van de middag, zeven uur nadat ik mijn vragen had voorgelegd aan een voorlichter van de gemeente, belde nog wel een andere voorlichter. Met de vraag wat mijn vraag was. Zo gaat dat. Donderdag, zo is mijn beloofd, komen de antwoorden. Ook het College Bescherming Persoonsgegevens buigt zich desgevraagd over de kwestie.

update (donderdag 11.45 uur)
De gemeente Groningen is nog steeds zoekende naar antwoorden. Er is nog niets gevonden. Een woordvoerder meldt dat naast wethouder Verschuren (sociale zaken) ook milieuwethouder Jannie Visscher is ingelicht. Geopperd wordt dat er wordt geregistreerd in verband met de bedrijfsvoering bij de milieudienst: die weten door alles vast te leggen wanneer de container vol is. Hartstikke handig dus.

De fractie van de PvdA heeft inmiddels vragen gesteld aan het college van B en W.

update (donderdag 17.40 uur)
Op het stadhuis wordt nog steeds volop onderzoek gedaan. Gekeken wordt naar de afspraken die destijds zijn gemaakt en wat aan de Groninger is toegezegd toen de vuilnispas werd ingevoerd. Pas daarna volgt een officiële reactie. De wethouder milieuzaken laat weten vanavond te zullen reageren.

update (donderdag, 20.23 uur)
De wethouder heeft gebeld. Heel verhaal (pdf).

>> meer volgt

De rechters vragen (‘mochten wij straks vinden dat u schuldig bent’) of ze een werkstraf zouden kunnen uitvoeren?
Hij zegt: ‘Als het moet. Als ik niet zwaar hoef te tillen of veel te lopen. Ik denk eerlijk gezegd dat ik meer een sta in de weg ben.’
Zij zegt: ‘Hangt er van af wat ik moet doen. Ik ben 33 jaar geleden afgekeurd vanwege de rug.’

Even later formuleert de officier van justitie haar strafeisen.
Ze zegt dat ze geen reden ziet af te wijken van de landelijke richtlijnen.
Dus niks werkstraf.
De officier van justitie eist tegen beide één jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Hij, Willem, is van 1939
Zij, Alie, van 1945.

Willem is altijd vrachtwagenchauffeur geweest en later chauffeur voor de zieke dieren, twee keer getrouwd geweest en gesteld op zijn eigen leven.
Alie heeft nooit gewerkt in loondienst, maar was vrijwilligster bij het Leger den Heils, ze was tot drie jaar geleden heilsoldate en bekommerde zich om de daklozen.
Alie houdt niet van de dingen die Willen leuk vindt, zoals klaverjassen, voetballen, bier en films met actie.
Zij houdt van ‘muziekjes’.

Ze hadden elkaar dertig jaar geleden ontmoet bij de sociale dienst.
Hij moest iets wegbrengen, zij had er een afspraak.
Ze woonden bij elkaar in de buurt.
Ze gingen koffiedrinken en zo werden ze vrienden.

Willem hoort slecht, zij ziet steeds minder.
‘We helpen elkaar een beetje’, zeggen ze tegen de rechters.
Zo doen ze samen boodschappen.
Zij wast voor hem en strijkt zijn overhemden.
Hij helpt haar met invullen van formulieren, handig omdat Alie dyslexie heeft.

In 1994 was bij de sociale dienst van de gemeente Groningen al eens een anonieme tip binnengekomen. Willem en Alie beduvelen de boel, luidde de kliktip.
Het werd uitgezocht, maar bewezen werd het niet.
De bestuursrechter – die kwam er aan te pas – zei dat de gemeente wel meer kon vertellen.

Dus dachten Willem en Alie dat het goed was en dat ze gewoon vrienden mochten blijven.
De officier van justitie zal dat later een kolderieke gedachte noemen.

Begin vorig jaar – dus veertien jaar later – kwam er alweer een anonieme tip.
Willem en Alie wonen stiekem samen.
De gemeente Groningen denkt van ‘hebbes’ en haalt Big Brother uit de kast.
Niet alleen de sociale recherche wordt aan het werk gezet, ook de politie.

Er komt een buurtonderzoek.
Buren van Willem en buren van Alie worden stevig ondervraagd.
De buren van Willem zeggen dat ze Willem nooit zien.
De buren van Alie zeggen dat ze Willem bijna altijd zien.

De sociale politie gaat in de bosjes liggen en noteert bijvoorbeeld dat het Willem is die ’s avonds vaak het hondje van Alie uitlaat.
Ze gaan ook stilletjes mee naar de supermarkt en leggen vast: Willem tilt de boodschappen.
Ze zien dat hij ook wel eens het voer van het hondje van Alie betaalt.
Ze zien ook dat Willen z’n auto vaak voor het huis van Alie staat.
En dat de drie auto’s die hij de afgelopen tien jaar had, wel op zijn naam hadden gestaan, maar op haar adres.
Ze vogelen uit dat Willem als sinds de jaren zeventig een machtiging heeft van de bankrekening van Alie.

Zij verstuurt ieder jaar kaartjes met de kerst.
En wat?
Ook zijn naam staat op het kaartje.

Ze ontdekken nog veel meer.
Dat Willem in zijn eigen huis nauwelijks water, gas en elektriciteit verbruikt.
Gezien het stroomverbruik zou hij de ketel van de cv nog geen jaar kunnen laten draaien.
Ze zien – want ze zien alles – dat Willem nooit vuilniszakken in de container gooit.
Dat kunnen ze zien aan de digitale huisvuilregistratie (echt waar).
Willem: ‘Ik werkte heel veel.’

Toen Willem een hartoperatie had ondergaan, had hij veertien dagen bij Alie geslapen, op het logeerbed.
Alie: ‘Ik heb hem verzorgd. Ik heb er nooit bij stilgestaan dat ik dat had moeten melden.’

Ze zien dat Willem en Alie wel eens samen op het balkon zitten.
Ze plaatsen een camera in de portiek van Alie’s flatwoning en zien Willem elf achtereenvolgende dagen komen en gaan op alle momenten van de dag.
Op de een of de andere manier zien ze ook dat Willem ’s avonds in de woning van Alie naar bed gaat en ’s ochtends op datzelfde bed weer wakker wordt.

Kortom: ze zien echt alles.

Maar Willem en Alie ontkennen dat ze samenwonen.
Ze zijn vaak bij elkaar, en helpen elkaar, maar houden hun huishouden gescheiden.
De 70-jarige Willem zegt dat het klopt, dat zijn telefoonaansluiting was aangesloten bij haar thuis. Dat kwam omdat hij lang voetbalscheidsrechters is geweest, nooit thuis, maar wel vaak werd gebeld.
Dan kon Alie mooi de telefoon aannemen.

De 64-jarige Alie zegt dat het vreselijk was, toen er begin dit jaar ineens een arrestatieteam van vijf man voor haar deur stond.
Na verhoor moest ze naar het cellencomplex.

Uitgerekend is dat zij de sociale dienst sinds 1998 voor 137.000 euro heeft benadeeld. De periode voor 1998 is verjaard.
Het geld moet ze terugbetalen.

Ze is nu bij de voedselbank.
Ja, Willem brengt haar daar heen, want geld voor de bus heeft ze niet meer.
Omdat haar uitkering voor straf drie maanden werd stilgelegd, heeft ze een huurachterstand, moet ze een deel van genoten huursubsidie terugbetalen en zo gaat het maar door.

De officier van justitie denkt dat ze meer dan bewijs genoeg heeft.

Alie is een fraudeur die geen enkele verantwoordelijkheid neemt, want nog altijd doet ze bijvoorbeeld boodschappen met Willem.

En Willem is geen haar beter, zegt justitie.
Hij heeft van haar frauduleuze handelingen genoten.
Hij maakte immers gebruik van de in de woning van Alie aanwezige voorzieningen als gas en elektriciteit, voorzieningen die werden bekostigd met geld dat Alie ten onrechte kreeg.

Ik kijk naar Willem en Alie die volgens mij nauwelijks lijken te beseffen wat hen boven het hoofd hangt.
Omdat ze er misschien wel echt van overtuigd zijn dat ze nooit iets fout hebben gedaan.
Het lijken mij eerlijk gezegd ook geen mensen voor in de gevangenis.

Rob Zijlstra

Hollandse jongen

Hakim is een Hollandse jongen van 21 jaar, geboren en getogen in Rotterdam.
Het leven heeft hem hier tot nu toe vergeten.
Dat is hem ook wel aan te zien.

Tegen de rechters zegt hij, geëmotioneerd, dat hij niets met criminaliteit te maken wil hebben.
Dat hij een goeie jongen is, dat had hij ook tegen de politie gezegd.
Dat hij nu in de verdachtenbank zit komt door Yousef.
Uitgerekend Yousef, zijn beste vriend.

Yousef (19) zit naast hem, ook de verdachtenbank.
Yousef, zegt Hakim, spreek niet de waarheid.
Yousef kijkt somber voor zich uit.
Zegt niks.

Samen waren ze in juli dit jaar naar Groningen gereden.
Hij was Yousef op straat in Rotterdam tegengekomen. Yousef had gevraagd of hij zin had mee te gaan naar Groningen, om te chillen.
Hakim was naar huis gerend, was onder de douche gesprongen en had een extra broek meegenomen, want ze zouden ook in Groningen blijven slapen.

De lagere school had Hakim zonder problemen doorlopen.
Toen hij 11 jaar was, ging hij bij zijn opa en oma wonen en later bij een tante.
Zijn ouders waren met broertjes en zusjes naar Frankrijk vertrokken, in de hoop daar wel een verblijfstitel te krijgen.
Hakim zou zich misschien wel alleen redden.

Op de middelbare school ging het fout, in de zin van niet goed.
Hij strandde in de tweede klas en werd een jongen van de straat.
En daar kwam hij dus Yousuf tegen.

Yousef heeft een ander verhaal.
Ze hadden samen een plan bedacht.
Ze zouden samen investeren en dan een lijn opzetten tussen Rotterdam en Groningen.
Heroïne, cocaïne.
Beide legden 1400 euro in.
Ze kochten groot in en reden toen Hakim klaar was met douchen naar Groningen.

Via via hadden ze contact gelegd met ene Geert uit de Begoniastraat.
Bij hem konden ze slapen.
Geert is een goede bekende van de buurtagent.
Die had de woning van Geert – drugsgebruiker – al langere tijd op de korrel vanwege aanhoudende loperij en klachten daarover.
Toen agenten een bezoekje brachten aan Geert, zagen ze de achterdeur openstaan.
Dat vonden ze nogal verdacht.

Nog verdachter was dat ineens ook de auto die voor de deur stond, wegreed.
De auto werd klemgereden en Yousef en Hakim moesten mee naar het bureau.
Ze hadden 121.3 gram heroïne en 64,8 gram cocaïne in bezit.

Yousef legde een bekentenis af.
Hakim niet.
Hij zegt: ‘Ik heb er niks mee te maken. Ik heb nog nooit 1400 euro bij elkaar gezien. We zouden chillen. Pas in Groningen zag ik dat Hakim drugs bij zich had. Ik zei nog, wat doe je met die drugs?’

De rechters vragen waarom Yousef, toch zijn beste vriend, hem dan beschuldigd?
Hakim: ‘Ik weet het niet. Maar als ik 1400 euro had, zou ik er eten van kopen, en kleren.’

Yousef blijft zwijgend voor zich uitstaren.
De rechters vragen ook niet aan hem of het waar is, dat hij heeft gelogen over zijn vriend.

Yousef zegt dat hij zijn lesje wel heeft geleerd.
Hij was pizzabezorger in Rotterdam.
Nu wil hij net als zijn broer worden. Die had eerst ook gedoe met justitie, maar nu heeft zijn broer een vaste baan. Als hij straks vrijkomt, wil hij dat ook, een normaal leven.
Overdag werken en ’s avonds sporten, dan kan hij zijn foute vrienden ook niet tegenkomen.
Zegt: ‘Ik wil mijn ouders laten zien dat ik het kan. Honderd procent.’

De kans dat Hakim een normale toekomst vol werk en sport krijgt, is klein.
Hij had eens een autoruit vernield en toen iets uit die auto gehaald.
Nu is hij, hoewel hier geboren en getogen, een ongewenste vreemdeling.

Hakim zegt dat hij een geboorteakte heeft en een Burger Sofinummer.
Tegen de rechters: ‘Ik ben Nederlander.’
De bureaucratie wil anders: hij heeft geen verblijfsvergunning.
Eigenlijk is hij wel, maar bestaat hij niet.
Als Hakim zijn straf heeft uitgezeten, moet hij weg, het land uit, dan moet hij naar Marokko.
Niet terug.
Hakim, bijna in tranen: ‘Ik ben nog nooit in Marokko geweest.’

Vriend Yousef zegt nog steeds niets.
De officier van justitie gelooft hem en zijn bekentenis wel.
En zij gelooft geen snars van het verhaal van Hakim, met zijn ontkenningen.

Yousef hoort tien maanden celstraf eisen wegens de handel in drugs. Daarvan zijn twee maanden voorwaardelijk, als stok achter de deur die ervoor moet zorgen dat hij straks ’s avonds ook echt naar de sportschool gaat.

Hakim heeft ondanks de ellendige vooruitzichten nog één sprankje hoop.
Hij heeft een vriendin, zij is Griekse.
Zegt: ‘Als ik vrijkom, pakken we de auto en dan rijden we naar Griekenland. Dan ga ik daar wonen en werken.’

De officier van justitie, een beetje spottend: ‘Naar Griekenland. Hij zegt het. Maar we gaan hier afrekenen. Acht maanden gevangenisstraf.’
Niks voorwaardelijk, want een stok achter de deur is voor hem die eigenlijk niet is en hier ook niet blijft, overbodig.

Rob Zijlstra

Operatie Flamingo

Je kunt het ook anders bekijken: omdat Jamie het niet laten kan, zit Max nu in de gevangenis op verdenking van het maken van kinderporno.
Niet eerder stond iemand als verdachte voor de rechtbank in Groningen terecht voor zo’n feit.
Het is met kinderporno net als met drugs.
De kruimelaars hangen gemakkelijk, de grote vissen blijven bijna altijd buitengaats.

Ook Danny is aan de beurt, eveneens met dank aan Jamie.

Het zou ongeveer als volgt zijn gegaan.
Jamie is op de dag van de arbeid op bezoek bij Danny.
Staand op het balkon krijgt hij oogcontact met het meisje van de buren.
Jamie swaffelt er lustig op los – wat zo is hij nou eenmaal – en probeert met andere gebaren het meisje te verleiden haar shirt omhoog te trekken.
Dat ziet de moeder van het meisje.
De moeder belt de politie.

Politie komt kijken.

In de woning van Danny vinden agenten verdacht materiaal, materiaal dat riekt, riekt naar kinderporno.
Er wordt nader onderzoek ingesteld onder de codenaam Flamingo.
Serieuze politieonderzoeken krijgen in Groningen vogelnamen.
En Flamingo is niet opgetuigd vanwege een swaffelende man op een balkon.

Er is meer aan de hand.

Telefoons worden afgeluisterd en dan komt ene Max in beeld.
Danny is van hier, Max en Jamie zijn Engelsmannen die in Groningen wonen.
Eind mei worden ze alle drie aangehouden.

Danny en Max moeten later terechtstaan.

Eerst Jamie dus.
Hij werd na zijn arrestatie (eind mei) op 3 augustus vrijgelaten uit de gevangenis.
Hij kreeg op die dag een buskaartje en kon zomaar vertrekken, hij snapte d’r niks van.
Om zijn herwonnen vrijheid te vieren, toog hij naar het Hoornsemeer en greep daar de zaak met beide handen aan.
Twee meisjes zagen het.

Tegen de rechters zegt Jamie dat het een ‘cry for help’ was.
Hij kreeg van de een op de andere dag een kaartje voor de bus.
Ineens zomaar vrij, dat was heel verwarrend.

De rechters vragen: ‘Waarom moest het meisje van de buren haar shirt omhoog doen?’
Jamie: ‘Moest van Danny.’
Rechters: ‘Wat was de bedoeling?
Jamie: ‘Danny wilde dat het meisje naar zijn huis kwam.’
Rechters: ‘En dan?’
Jamie: ‘Danny wilde haar dan vastbinden.’
Hij zegt het alsof het om een rammelend hek gaat dat even vastgezet moet worden.

De rechters vragen niet door.
Danny en Max moeten later terechtstaan.
Die ellende komt dus nog.

Jamie.

Behalve schennispleging op het balkon en aan het meer, wordt hij verdacht van aanranding van de eerbaarheid.
Jamie verhuurde een kamer in zijn woning, aan studentes, eerst aan Geke, toen aan Tineke met haar vriendje Jaap.
Tineke werkte ook als caissière bij de supermarkt.
Op een dag kwam Danny er iets kopen.
Tijdens het afreken zei hij: ‘Weet je wel dat Jamie gluurt met camera’s?’

Tineke wist dat niet.
Ze belt vriendje Jaap en samen gaan ze op onderzoek.
Resultaat: een camera achter het aftimmerhout in hun kamer en eentje verstopt in de badkamer.
Op de slaapkamer van Jamie ontdekken ze dat de camera’s ook werken, dat beelden van onder de douche en van hun bed op het videokanaal van zijn tv-toestel te zien zijn.

Bij Tineke valt dan het een na het andere kwartje.
Dus daarom mocht ze de vogelklooi nooit op het tafeltje zetten.
Dan zei Jamie, Tineke, niet doen, dan bezwijkt het tafeltje.
Nu weet ze: het kooitje stond de camera in de weg.
Met afgrijzen: hij, van wie wij dachten dat het onze vriend was, heeft alles kunnen zien.
Dus ook echt alles.

Nu zijn ze bang dat ze vroeg of laat intiem opduiken op het internet.

Jamie zegt dat dat niet kan, dat er niets is opgenomen.
Die camera’ s waren er in verband met inbrekers.
Hij handelde op eBay, moesten de rechters weten, waar hij spullen koopt en verkoopt.
Dure spullen ook, dus beveiliging was noodzakelijk, helemaal na die inbraak.
Maar toen ging hij zijn eBay-kamer verhuren.
Eerst aan Geke, toen aan Tineke met haar vriendje Jaap.
Nou, en toen was hij die camera’s helemaal vergeten.

De rechters geloven d’r niks van.
Dat zeggen ze niet, maar je kon het zien.

Jamie vertelt nog dat het Danny was die het spul bij hem thuis had geïnstalleerd.
Danny heeft daar veel verstand van.
Danny werkt in de branche, eerst op de afdeling camera’s, later, na zijn promotie, bij de televisies.
Hij nam de benodigdheden mee van zijn werk.

De gedragsdeskundigen zijn niet dolenthousiast over Jamie.
Hij denkt niet na, zegt de een, hij denkt alleen aan directe behoeftebevrediging.
Hij is ook ontheemd.
De ander: hij stelt zich onbehandelbaar op.
Intensief toezicht is noodzakelijk.
Beide schatten in: kans op herhaling is 99 procent.
Jamie is immers al twintig jaar actief als zedenpleger.

De derde deskundige, de psychotherapeute met wie Jamie het supergoed kan vinden, zegt tegen de rechters dat Jamie nog heel lang psychotherapie nodig heeft.
Want, zegt de psychotherapeute, zijn bewustzijn is gefragmenteerd.
Als de therapeute met wie Jamie het goed kan vinden dat zegt, schudden de twee andere deskundigen afkeurend van nietes.

De officier van justitie zal niet veel later zeggen dat de deskundigen het niet met elkaar eens zijn en dat er misschien nog maar eens een vierde deskundige naar Jamie moet kijken.
Misschien is Jamie wel een slimme man die ons allen om de tuin leidt.
Als de rechters nader onderzoek geen goed idee vinden, dan moet Jamie tien maanden de gevangenis in.
Plus nog eens vijf maanden voorwaardelijk, gekoppeld aan een proeftijd van acht jaar.
Acht jaar proeftijd komt zelden voor, meestal is het standaard twee.

Ik schreef over deze rechtszaak een stukje voor in de krant.
Toen belde de radio.
Of ik even de namen wilde doorgeven van de begluurde studentes.
De radio-collega’s vonden de kwestie wel geinig en wilden er voor de radio amusement van maken.

Ik heb geen namen doorgegeven, want volgens mij zit de radio op de verkeerde golflengte.
Het gaat niet om vermaak.
Operatie Flamingo gaat om Max en Danny.
En misschien wel om de verborgen camera’s van Jamie.

Want waarom zouden grote volwassen mannen een buurmeisje van tien jaar oud willen vastbinden?

Rob Zijlstra

UPDATE – 5 november 2009 – uitspraak
Dat Jamie de camera’s was vergeten, zoals hij zei, mag te denken geven, feit is – aldus de rechtbank – dat er geen bewijzen zijn dat hij met die camera’s opnames heeft gemaakt. Daarom moet vrijspraak volgen. Wel is Jamie veroordeeld voor een poging tot ontucht (het gedoe op het balkon) en voor het plegen van schennis (twee maal). Hij kreeg een gevangenisstraf van 137 dagen waarvan 70 voorwaardelijk. Dat is de tijd die hij al in voorarrest heeft gezeten. Daarnaast kreeg hij twee maanden celstraf (om te zetten in 120 uur werken) die hij bij een eerdere veroordeling voorwaardelijk opgelegd had gekregen.


Uitspraak

Er gaat geen week voorbij of het gaat wel ergens over.
Zo was het nog maar net de week van de democratie,
onlangs de week van de smaak, zijn er weken van allerlei
akelige ziekten, bloembollen, boeken en vinyl en ook
de week van de zee bestaat echt.
Het is aandachtvragerij.
Daar is niks mis mee.
Over twee weken begint de week van het recht.

week van het recht

.

.

Begin deze maand hield mr. G.J.M. Corstens, hij is de president van de Hoge Raad, een lange voordracht over vertrouwen in de rechtspraak.
In die voordracht vraagt Corstens zich af hoe rechters moeten omgaan met veranderingen in de samenleving.
Rechters vragen zich dat al een hele tijd af.
Zij spreken dan van De Kloof en dan bedoelen rechters dat het vertrouwen dat de samenleving heeft in de strafrechtspraak afkalft.
Omdat de samenleving bijvoorbeeld roept dat die slappe slome rechters met hun veel te lage straffen niet meer van deze wereld zijn.

Het is een serieus probleem, schetst Corstens, omdat rechters hun werk alleen goed kunnen doen wanneer zij vertrouwen genieten.
Komt dat vertrouwen in de buurt van het vriespunt, dan dreigt de samenleving voor eigen rechter te gaan spelen.
Uitgerekend dat is nou net niet de bedoeling van het strafrecht.

Corstens schetst zijn ideaal: ook al vindt de borreltafel een uitspraak knap waardeloos, dan nog zou dat het gezag van de rechter niet moeten aantasten.
Eens was er zo’n mooie tijd, sombert de president.

De afname van het vertrouwen heeft oorzaken.
Corstens noemt er drie.
Populistische politici (1), hijgerige journalisten (2) en rechters (3) die hun werk wel goed doen.

Er zijn politici die ieder incident uitbuiten om de onderbuik te voeden.
En voor journalisten met hun hijgerig geschrijf is de strafrechtspleging een dankbaar onderwerp omdat die garant staat voor controverses en spanningen, denkt Corstens hardop.
Hij zegt dit niet helemaal zo, maar dit bedoelt hij wel.

De derde boosdoener is de rechter zelf.
Dat wil zeggen, de rechter doet zijn moeilijke werk best goed, alleen schort het aan de presentatie.
Om te voorkomen dat Nederland straks 17 miljoen eigen rechters telt, moet het verloren gezag worden herwonnen.

Corstens weet ook hoe.
Een rechter moet niet de oren laten hangen naar ferme opvattingen in de samenleving (fors hogere straffen, geen taakstraffen meer).
Soms moet hij vrijspreken als de samenleving een veroordeling eist, dan weer moet hij veroordelen als krachten in de samenleving maar blijven roepen dat er sprake is van een rechterlijke dwaling (Lucia de B., Deventer moordzaak).

De oplossing van de president: een betere communicatie.

Rechters moeten hun beslissingen beter motiveren, zij moeten ook beter aan de samenleving uitleggen waarom ze een bepaalde beslissing hebben genomen.
In heldere taal, opdat ook niet-juristen het snappen.
Rechters moeten zich daarbij steeds afvragen wat de impact van hun beslissing is of kan zijn.
En ook hoe de lelijke pers zal reageren.

Uitgangspunt bij dit afvragen moet echter blijven dat rechtvaardigheid het richtsnoer is en niet het gemor in de straat.

De morrende straat moet zich namelijk wel even realiseren dat rechters, juist de rechters, als geen ander te maken hebben met fraudeurs, dieven, oplichters, verkrachters en moordenaars. Dus om nou te beweren dat rechters maar wereldvreemde snuiters zijn, gaat niet op.
Rechters kennen de zelfkant van de samenleving maar al te goed.

Tot zover, in vrije vertaling, de president.

Hij hield zijn voordracht op het jaarcongres van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, de beroepsvereniging en vakbond voor rechters en officieren van justitie (ja, die bestaat en zij zitten bij elkaar in één club).
De president zal ongetwijfeld een zaal vol bedachtzame mannen en vrouwen hebben toegesproken die misschien na afloop wel applaudisseerden.
Het was ook zo’n toespraak waar niemand het eigenlijk mee oneens kan zijn.

Terug naar zittingszaal 14, naar de dagelijkse praktijk.

Op een vast tijdstip in de week doet de meervoudige kamer (van een rechtbank) uitspraak in strafzaken die twee weken eerder op zitting zijn behandeld.
Er worden op zo’n vast tijdstip twee, vier, vijf, acht vonnissen uitgesproken.

Soms is de verdachte daarbij aanwezig, maar meestal niet.
Soms is de advocaat er, maar ook lang niet altijd.
Vaker is de zittingszaal leeg.
Met een beetje geluk zit er eenzaam een rechtbankverslaggever die luistert.

Het vonnis wordt nooit helemaal voorgelezen.
Dat is met vijf, zeven of elf A-viertjes tekst ook niet zo praktisch.
Meestal wordt kort gemeld welke feiten wel en niet zijn bewezen, hoe de bewezen feiten worden gekwalificeerd (poging tot doodslag of toch een eenvoudige mishandeling) en vervolgens welke straf de rechtbank passend en geboden vindt.

Er zijn rechters die hier een vlot en een mooi samenhangend verhaal van kunnen maken, er zijn ook rechters die zich hakkelend door het vonnis heen worstelen, er blijk van geven de zaak inhoudelijk niet te kennen en vergeten te vermelden dat een deel van de straf voorwaardelijk is opgelegd.

Op deze manier worden in tien minuten tijd twee, vier, vijf, acht vonnissen soms bondig uitgesproken en dan weer hakkelend afgeraffeld.

De rechtbankverslaggever die luistert vindt dat niet erg; over tien minuten begint immers de volgende strafzaak.
En wil hij van de hoed en de rand weten, dan belt hij de drukke voorlichter die het vonnis best voor sluitingstijd op papier naar de perskamer wil brengen of eventjes op de mail zet.

Zo gaat dat.
En zo ook verdwijnen de meeste vonnissen van een meervoudige strafkamer ongelezen in de archieven van de rechtbank.

Straks begint de week van het recht.
Rechters gunnen de samenleving dan een kijkje in hun keuken.
Dat is hartstikke mooi

Maar het zou na zo’n week nog mooier zijn dat rechtbanken hun vonnissen op een heel toegankelijke wijze publiceren op bijvoorbeeld rechtspraak.nl.
Dat is al hun eigen site.

Nu doen rechtbanken dat soms, willekeurig en meestal niet.
De rechtbank van Groningen – als voorbeeld – publiceerde dit jaar vijf (5) van de in totaal 260 uitspraken van de meervoudige strafkamer.

Rechters kunnen, zoals Corstens bepleit, wel beter uitleggen en nog veel beter motiveren, maar als er (bijna) niemand is die luistert, is het als water naar de zee dragen.
Ook betere communicatie wordt dan niet verstaan.

Rob Zijlstra

 

UPDATE - 30 oktober 2009 – aanvulling
De rechtbanken in Groningen en Assen hebben in reactie laten weten dat er meer uitspraken zijn gepubliceerd op rechtspraak.nl dan ik in mijn verhaal vermeld. Dat is correct. Met een beetje doorklikken op de deelsites van de rechtbanken verschijnen meer vonnissen. In die zin ben ik een beetje te kort door de bocht gegaan. Mijn punt blijft echter dat uitspraken op een weinig toegankelijke wijze worden gepubliceerd en dat wat er wordt gepubliceerd niet volledig is.


Jamie de kok

jamieDe reden waarom dit een verhaal is, staat onderaan.
Eerst het volgende.

Ik had hem Jamie genoemd, want ook hij was kok en kwam uit Engeland.
Deze Jamie streek nu tien jaar geleden neer in Groningen, om er een nieuw leven op te bouwen.
Hij vond een baan in een populair restaurant in de binnenstad.
In zijn nieuwe leven ging hij ook gewoon naar de huisarts.

In de wachtkamer van die huisarts gebeurde iets raars.
In de kleine ruimte zat een klein meisje van zes jaar te spelen, wachtend op haar moeder die binnen bij de dokter zat.
Jamie was de volgende patiënt.
Toen de moeder klaar was en met haar dochtertje door de regen naar huis fietste, vertelde ze dat het een rare meneer was in de wachtkamer.

Niet lang daarna werd Jamie gearresteerd op verdenking van een misdrijf tegen de zeden.
Hij zou zich in het bijzijn van het meisje hebben afgetrokken.
Schennis van de eerbaarheid.

Tijdens de rechtszaak op 27 november vorig jaar was even de gedachte dat het je maar zal overkomen. Ga je naar de dokter en een volgend moment zit je in de politiecel omdat er een klein meisje een raar verhaal heeft verteld. Dan kun je wel zeggen dat het niet waar is, dat een kok zoiets toch niet doet, maar geloven ze je ook?

De officier van justitie geloofde hem niet.
Hij geloofde Karin, het meisje.
Dit vooral omdat zij was gehoord in een speciale kinderstudio van de politie door deskundigen in zedenzaken.
En die concludeerden dat het verhaal van Karin wel eens niet raar, maar waar zou kunnen zijn.
Haar verhaal was authentiek en haar gedrag – angstig, weer in bed plassen – was voor de deskundigen herkenbaar.

Toen Jamie een verklaring gaf, een verklaring waarom Karin misschien dacht dat hij… ontstond twijfel.
Hij verklaarde dat hij zittend in de wachtkamer ineens zag dat de rits van zijn gulp kapot was. Het lipje zat vast. En omdat het gênant zou zijn om zo bij de dokter binnen te stappen, had hij een hand in de broek gestopt en had hij met de andere zitten sjorren aan dat lipje.
Zodoende.

Wel een beetje raar, maar het kan.

Halverwege de zitting, op het moment dat de persoonlijke omstandigheden van Jamie werden behandeld, nam de twijfel aan zijn onschuld grote vormen aan.
Jamie was destijds naar Nederland gekomen omdat hij in Engeland was veroordeeld wegens ontucht met kinderen.
In 2004 werd hij in Assen veroordeeld wegens schennispleging.
In oktober 2007 volgende een veroordeling in Groningen wegens ontucht met kind.

Toen hij in maart 2008 in de wachtkamer zat, net vrij, was hij voor dit onzedelijk gedrag in behandeling.
Om die reden eiste de officier van justitie na wikken en wegen alleen een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden. Dit omdat een onvoorwaardelijke celstraf – echt zitten – de behandeling met goede resultaten zou verstoren met alle gevolgen van dien.

Jamie had tot de eis met woedende blikken – en dodelijke richting de officier van justitie – in het verdachtenbankje gezeten.
Had verontwaardigd gezegd dat het verleden tegen hem werd gebruikt.
En dat hij zich irriteerde aan de officier van justitie.
Maar nadat de eis was uitgesproken glimlachte hij tevreden.

En even later liep hij zelfs vrolijk de rechtszaal uit.
De politierechter had gezegd dat ze te veel twijfels had, ook omdat de politie nauwelijks onderzoek had gedaan.
Het kan waar zijn, maar net zo goed raar.
En dus sprak de politierechter hem vrij.
Bij het verlaten van de zaal gaf hij de officier van justitie nog een hand.

Toen hij weg was, zag ik hoe de moeder van Karin vol ongeloof in de rechtszaal achterbleef.

We zijn tien maanden en drie weken verder.

Ineens zie ik hem staan.
Onmiskenbaar.
Schennispleging en ontuchtig met kinderen en camera.
Ben benieuwd wat Jamie er ditmaal van zal brouwen, deze week in zittingszaal 14.

Rob Zijlstra

UPDATE – 22 oktober 2009 – nieuwe eis
Justitie heeft 15 maanden celstraf waarvan 5 voorwaardelijk geeist wegens een poging tot ontucht, schennispleging en aanranding van de eerbaarheid. En, heel ongewoon, een proeftijd van 8 jaar.

het verslag van de (bijzondere) zitting

Bernard Welten

welten in groningen

welten in groningen

Nu in PD Groningen: Bernard Welten

Hulde voor de Amsterdamse korpschef Bernard Welten.

Het hoofd van de Amsterdamse politie, hij was eerder hoofdcommissaris in Groningen, hekelde de in zijn ogen beperkte bewegingsvrijheid richting het publiek onder burgemeester Cohen en minister Ter Horst.
Politiemensen in de top moeten veel vaker van zich laten horen.

De rol van de korpschef is … lees verder

.

lees ook: Bernard Welten: Boven het maaiveld

Suzuki Swift (rood)

Wie verdacht wordt van een misdrijf is niet verplicht zijn eigen rechtszaak bij te wonen.
De verdachte die dat wel doet, is tijdens de zitting niet verplicht antwoord te geven op vragen die aan hem worden gesteld.
Verdachten moeten wel goed opletten.
Dit laatste zeggen rechters ook altijd bij aanvang van de zitting.

Ruud is een verdachte die donderdagmiddag terechtstond.
Hij wilde zijn zaak niet bijwonen, hij wilde liever thuisblijven, in de gevangenis in Hoogeveen.
Maar dat vonden de rechters in zijn geval niet goed. Daarom gaven zij ’s ochtends een bevel tot medebrengen.
Dus zat Ruud er toch.
Maar hij zei niks.
Hij zei alleen een paar keer dat hij zich beriep op zijn recht te mogen zwijgen.
Toen hij even niet goed oplette, zeiden de rechters dat hij dat wel moest doen.

Ruud wordt verdacht van acht gewapende overvallen op tankstations.
Op de Gulf in Groningen (Hoendiep), de Shell bij Ten Post, op de Gulf en de Texaco in Putten, de BP in Barneveld, Easyfill in Grave, de Gulf in Hoevelaken en op de BP in Maasdriel.
En dat allemaal in twee weken tijd in februari dit jaar.

Er waren akelige verklaringen van slachtoffers die de rechters lieten weten dat hun leven door de overval naar de vernieling is geholpen, dat ze nooit hadden gedacht dat zo’n overval zo een grote impact zou hebben, dat de overvaller ook hun privé-leven is binnengedrongen.

Officier van justitie Oebele Brouwer zegt dat hij geen greintje twijfel heeft over de schuld van Ruud. En dat hij het zwijgen van Ruud ‘niet sterk’ vindt.

Advocaat Johan Keizer zegt dat justitie wel meer kan zeggen, maar dat de bewijzen die moeten aantonen dat Ruud de dader is, flinterdun zijn.
Los zand.
En dat de rechtbank Ruud dus acht keer moet vrijspreken.
Ruud is het daar mee eens.
Want hij knikt.

Volgens Keizer heeft de recherche van de politie Groningen last van tunnelvisie. Ruud heeft een beruchte reputatie – waar hij volgens de psycholoog ook trots op is – en daarom moesten ze Ruud hoe dan ook hebben.

Ruud kwam niet helemaal uit de lucht vallen toen de politie onderzoek deed naar gewapende overvallen. Wat opviel was dat bij acht overvallen in het land een kleine rode auto was gesignaleerd, een Suzuki Swift, met het kenteken HB-VV-19.
En laat dat nou net de auto zijn die op naam van Ruud staat.

Dat is niet alles.

Op beelden van beveiligingscamera’s is steeds een zelfde man te zien.
Te zien is – de beelden werden tijdens de zitting getoond – hoe steeds dezelfde man met een zwart NY-petje op het hoofd het tankstation binnenloopt, naar de kassa gaat, een pakje Marlboro besteld en dan ineens een mes in handen heeft en daarmee dreigt.
Vervolgens is te zien hoe de pompbediende volgens de instructies de kassa-lade opent, iets terugdeinst en dat dezelfde man dan bankbiljetten uit de kassa graait en daarna wegloopt.

En steeds dezelfde man zou heel goed Ruud kunnen zijn.

Advocaat Keizer zegt dat de aanwezigheid van de rode Suzuki Swift die van Ruud is, niet automatisch betekent dat Ruud het ook heeft gedaan.
Komt bij, zegt Keizer, dat de signalementen die de beroofde pompbediendes verstrekten, steeds weer anders zijn.
Dus dan kan het ook wel iemand anders zijn geweest.
Iemand aan wie Ruud zijn auto had uitgeleend om bijvoorbeeld maar eens wat te noemen.

Dat die signalementen steeds anders luiden, is te lezen in het dossier.
Maar ik dacht: die man op de beelden is wel steeds dezelfde man, met steeds dat zwarte petje op en ook dezelfde jas.
Zelfde loopje ook.
Dus dat de signalementen steeds anders luiden, zegt misschien meer over de signaleerders dan over de gesignaleerde.
De menselijke waarneming is immers een wonderlijk iets.

Advocaat Keizer had in het dossiers iets anders gelezen.
Iets frappants.
Eén getuige had een signalement verstrekt die wel heel precies overeenkomt met een signalement die bij een overval in Den Haag hoort.
Dus zou het heel goed kunnen dat die Haagse overvaller de man is die hier had moeten zitten.
En dan dus niet Ruud.
Uit detentiegegevens blijkt dat die Haagse man in februari dit jaar op vrije voeten was.
Dat maakt het nog aannemelijker.
In mei had advocaat Keizer deze voor Ruud ontlastende informatie aan de recherche doorgegeven.
En wat?
Die vooringenomen rechercheurs hadden er helemaal niets mee gedaan.

De officier van justitie reageert getergd.
Keizer gebruikt grote woorden, zegt hij. ‘Maar het is klinkklare onzin.’

Ruud zwijgt niet omdat hij geen prater is.
Integendeel.
Tijdje geleden belde hij op vanuit de gevangenis.
Of ik ook niet dacht dat hij met zo’n slecht onderzoek van de politie in Groningen snel vrij zou komen.

Ik denk dat Ruud zwijgt omdat advocaat Keizer hem dat heeft geadviseerd.
Advocaat Keizer komt uit Amsterdam en Amsterdamse advocaten doen dat, in tegenstelling tot Groninger advocaten, wel vaker.

Overigens compenseerde hij het zwijgen van Ruud volledig.
Met een mooi en gepassioneerd uitgesproken pleidooi doet hij zijn stinkende best de rechters te overtuigen van de onschuld van Ruud.

Er rest uiteindelijk maar één vraag: als Ruud onschuldig is en zijn rode Swift had uitgeleend in februari, waarom zwijgt hij dan? Hij zou zijn onschuld kunnen aantonen door te zeggen aan wie hij zijn auto had uitgeleend. En waar hij toen, op die dagen in februari, was.
Misschien wel fietsen.

Advocaat Keizer zegt dat hij niet kan zeggen waarom Ruud niets zegt. Zegt dat hij dan zijn beroepsgeheim geweld aan doet.
Hij zegt wel: ‘Ruud kan, wil of durft het niet te zeggen.’

De officier van justitie haalt de schouders op, zegt dat hij dat dus niet sterk vindt en eist vijf jaar gevangenisstraf en nog eens twaalf maanden extra, maanden die Ruud bij eerdere veroordelingen voorwaardelijk opgelegd had gekregen.

Ik zei tegen Ruud, toen hij belde, dat ik mij kan voorstellen dat hij nog een tijdje in de gevangenis moet blijven zitten.

Rob Zijlstra

UPDATE – 29 oktober 2009 – uitspraak
Ruud is veroordeeld en op alle punten schuldig verklaard: acht gewapende overvallen met bedreiging met geweld. De eis van het openbaar ministerie is passend en geboden, vindt de rechtbank. Vijf jaar celstraf plus nog eens negen en drie maanden die hij bij twee eerdere veroordelingen voorwaardelijk opgelegd had gekregen.  De rode Suzuki Swift wordt verbeurd verklaard.
Hij gaat in hoger beroep.

het vonnis (rechtspraak.nl)

Lelijke orgie

Het was een lelijke rechtszaak.

De officier van justitie deed bijvoorbeeld lelijk tegen de zes verdachten.
Lelijk was ook dat aan het einde van de bijna zeven uur durende zitting nog altijd niet duidelijk was wat er nou precies was gebeurd.
En wie van de zes de lelijkste dingen had geflikt.

Dat er wat was gebeurd, stond niet ter discussie.
De slachtoffers waren lelijk toegetakeld.
Twee hadden bewusteloos op de grond gelegen.
Volgens de officier van justitie in een plas van bloed.
Zij sprak van een orgie van geweld en dat de vredige sfeer van kerst die nacht ver te zoeken was geweest.

Het is 27 december, rond vier uur in de ochtend in discotheek De Kruisweg in Marum.
De lampen gaan aan want het is sluitingstijd.
Op dat moment ontstaat in de grote zaal heibel en gesodemieter.
Drie lastige bezoekers – de latere slachtoffers – krijgen lelijke woorden met de baas van De Kruisweg.
Portier Klaas wordt via zijn oortjes opgeroepen en voert de drie richting de gardrobe.
Er sneuvelt glaswerk.
De drie krijgen te horen: jassen pakken en wegwezen.

Maar het gaat het mis.
De lastige drie beginnen te schelden.
Ze roepen dat Klaas een stomme Berber is en een kut-Molukker.
Dat als ze willen ze hem zo doodschieten.
Klaas, 58 jaar, vijftien jaar zonder kleerscheuren portier in Marum, deelt een duw uit.
Er wordt gevallen wat gepaard gaat met racistische opmerkingen.
Dat is altijd lelijk.

Portier Klaas telt tot tien en verlaat het strijdtoneel.
Tegen de rechters: ‘Ik dacht, dan kalmeert het wel, ik wilde geen rode doek zijn.’
Maar eenmaal buiten beseft hij dat zijn collega-portier Andre, 47 jaar oud en 25 jaar probleemloze ervaring in het uitsmijtersvak, er nu alleen voorstaat.
Daarom keert Klaas terug.
Opnieuw wordt hij geprovoceerd.

Hij zegt tegen de rechters: ‘En toen kon ik mij niet meer inhouden, toen heb ik klappen gegeven. Ja. Als eerste. Ik heb mij niet professioneel gedragen.’
Later zal hij zeggen: ‘Ik voelde mij op dat moment een verliezer.’

De klappen van Klaas vormen het begin van een massale knokpartij waarbij de drie bezoekers flink te grazen worden genomen.
Eerst in de gardrobe en daarna buiten.

Klaas zegt dat hij het bij die eerste klappen heeft gelaten.
College Andre: ‘Ik heb een van hen een voetveeg gegeven, om rust te creëren. Nadat ik hem tegen de grond had gewekt, heb ik hem gesommeerd kalm te blijven, in afwachting van zijn aanhouding. Ik probeerde het geweld te stoppen.’

Maar de officier van justitie zegt dat de twee portiers de boel hebben opgehitst.
Want na die eerste klappen van Klaas storten diverse jongeren – ook bezoekers – zich op de drie lastpakken die dan al snel slachtoffer worden.

Vier van de diverse jongeren zaten ook in de verdachtenbank.
Bas (23) zegt: ‘Het is een beetje een gewoonte bij ons. Als een oudere Molukker wordt aangevallen, dan helpen de jongeren.’
Ramon (24): ‘Ik ben er tussen gesprongen om te sussen. Toen heb ik wel geslagen.’
Bert (18): ‘Als er problemen zijn, dan help je. Maar ik heb niet geschopt.’
Alex (19): ‘Ik heb niks gedaan.’

Alex, de allerkleinste van het stel, had bij de politie wel verteld dat hij had meegedaan.
Tegen de rechters: ‘Ik vond het niet stoer om te zeggen dat ik niks had gedaan. Daarom heb ik gezegd dat ik ook heb gevochten, een beetje opgeschept. Maar het was dus niet waar.’

In werkelijkheid had Alex buiten gestaan, achter een van de portiers. Juist op het moment ook dat die een stevige vuistslag weet te ontwijken door te bukken.
Alex gaat met sterretjes onderuit.

Tegen de rechters: ‘Als ik had geschopt, zoals de officier zegt, dan had ik toch niet hoeven te verzinnen dat ik had meegedaan?’
De officier van justitie zal later aan deze logica vrijspraak verbinden.

Beelden van de beveiligingscamera’s hadden duidelijkheid kunnen brengen over wie en wat.
Maar er zijn geen beelden.
De computer is geprogrammeerd op zaterdagen van ’s avonds elf tot vier uur in de ochtend.
En het was die nacht vrijdag op zaterdag.

De officier van justitie zegt niet dat dat wel een beetje verdacht kan zijn.
Ze zegt wel dat ze zich nu moet baseren op de aangiftes van de verdachten en op verklaringen van andere bezoekers.
En daaruit destilleert de officier de volgens justitie ‘ontluisterende waarheid’: dat er niet alleen hard is geslagen, maar dat ook door iedereen flink is geschopt met geschoeide voeten tegen de hoofden van bewusteloze slachtoffers in een plas met bloed.

Zoiets is in justitiekringen al snel goed voor een serie pogingen tot doodslag.
Maar omdat de officier het ook niet precies weet, is aan de verdachten openlijk geweld ten laste gelegd, bij Klaas de toevoeging met zwaar lichamelijk letsel.
Bij openlijk geweld mag de bewijslast light zijn.

Klaas zegt dat hij misschien te oud wordt voor dit werk.
Hij heeft al kleinkinderen.
Andre zegt dat hij zijn werk deed zoals dat van een portier mag worden verwacht.
De officier van justitie concludeert bozig: ‘U beiden heeft er dus niets van geleerd.’

Er worden uiteindelijk werkstraffen geëist, 240 uur voor Klaas, 200 voor Andre, drie jongeren horen werkstraffen tot 180 uur eisen.
Samen, behalve Alex, moeten ze de slachtoffers schadeloos stellen door 14.500 euro te betalen.
En als ze het nog een keer doen, dan wacht twee maanden celstraf.

Voor de twee portiers heeft de officier van justitie nog een advies, misschien wel goedbedoeld: als er nou weer heibel is, tel dan eerst tot twintig.
Lijkt mij bij gesodemieter in de disco een heel lelijk advies.

Rob Zijlstra


 

UPDATE – 28 oktober 2009 – uitspraken
DE rechtbank ziet de zaak ietwat anders dan het openbaar ministerie. Hoofdportier Andre is vrijgesproken. Wat hij deed als portier was acceptabel, vindt de rechtbank. Klaas is vrijgesproken van openlijke geweldpleging, maar veroordeeld tot 120 uur wegens mishandeling (die eerste klap). Portiers dienen zich te beheersen.
Drie anderen kregen werkstraffen opgelegd tot 180 uur en voorwaardelijke celstraffen tot twee maanden. Stoere Alex is vrijgesproken.

Hennepteelt

De officier van justitie swingt bijna door zijn requisitoir heen.
Zegt dat mevrouw hier (46) – zij is de verdachte – het levende bewijs is dat hennepteelt nooit iets oplevert.
Het is zijn boodschap aan de samenleving: begin er dus maar niet aan mensen.

Even later vordert de officier ruim 60.000 euro aan crimineel geld.
Volgens de berekeningen heeft mevrouw hier dit bedrag met haar groene vingers buitgemaakt.
Zeven keer zou ze volgens justitie zo’n 150 hennepplanten per keer hebben geoogst, in een schuur in de achtertuin van de buurman.

De advocaat kijkt bedenkelijk en zegt dat hij het er niet mee eens is.
Hij zegt tegen de rechtbank dat het een of het ander is.
Of ze heeft flink geboerd of het heeft, zoals de officier beweert, geen cent opgeleverd.
Als dat laatste zo is, dan kun je toch ook niks ontnemen?

Zij had een drukke baan bij Cordis in Roden.
Door de kredietcrisis doekte Cordis de boel in Drenthe op en verloor Harmke, want zo heet mevrouw hier haar baan.
Wat restte was een persoonlijke schuld die ze al had: bijna 100.000 euro.

De verleiding was groot geweest.
Ze was twee mannen tegengekomen uit Tilburg.
Twan en Toet noemden zij zich en zij hen.
Twan en Toet kwamen op bezoek en zagen toen die schuur bij de buurman in de achtertuin.
Ze zeiden ‘kijk nou eens’ en dat ze wel raad wisten met lege schuren.
Zij hoefde de plantjes alleen maar water te geven.

En zo geschiedde.

Natuurlijk ging het mis.
De partner van de verdachte mevrouw had spullen meegenomen van de Intratuin.
Hij had niet betaald.
De politie kwam op een slecht moment poolshoogte nemen in de tuin.
Plots zei de ene agent tegen de ander: ‘Ruik jij wat ik ruik?’

Harmke zegt dat ze wel had tegengesputterd, maar dat ze haar hadden overgehaald.
Ze had gehoopt haar schulden in te kunnen lossen.
Ze zegt ook dat ze tussentijds steeds wilde stoppen.
Maar dan hadden Twan en Toet weer een mooi verhaal.
En dan bleef de verleiding.

Ze zegt dat van die zeven oogsten er drie door dieven gestolen zijn.
En eentje mislukte door verdroging.
En dat ze één keertje honderd euro van Twan en Toet had gekregen.

De officier is niet onder de indruk.
Hij zegt dat hij nog nooit een hennepzitting heeft meegemaakt waar de oogsten niet verdroogden of waar dieven de boel niet waren komen leeghalen.
Hij zegt dat we natuurlijk wel beter weten.

Harmke krijgt een stevige rekening gepresenteerd.
Vanwege illegaal afgetapte stroom wil Essent ruim 4000 euro van haar hebben.
Die rekening heeft ze al in huis.
In haar nieuwe huis want vanwege de hennep werd ze haar oude huis uitgezet.
Die 4000 euro mag ze van het te ontnemen bedrag aftrekken.
Resteert, zo vindt de officier van justitie, 60.000 euro.

Ze moet ook straf krijgen.
Er hingen haar zes maanden cel boven het hoofd, maanden die ze bij een veroordeling in 2007 (oplichting) als voorwaardelijk opgelegd had gekregen.
Die zes maanden moeten nu ten uitvoer worden gelegd, want de proeftijd was nog niet voorbij.
Wat de officier betreft mogen die zes maanden worden omgezet in een werkstraf van 360 uur.
Voor de kwekerij zelf eist hij nog eens 240 uur en vier nieuwe maanden voorwaardelijk.

De officier zegt: ‘Dit was wel de laatste keer. Als mevrouw hier nog een keer de fout in gaat, wacht haar de gevangenis.’

Harmke wrijft een paar tranen weg.
Ze zegt tegen de rechters dat het stom was en dat ze er van heeft geleerd.
De rechters zeggen dat haar schulden ondertussen alleen maar groter zijn geworden.
En dat het haar uiteindelijk niets heeft opgeleverd.

Rob Zijlstra


UPDATE - 29 oktober 2009 – uitspraak
Harmke is schuldig aan het medeplegen aan hennepteelt. Ze is veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en vier maanden voorwaardelijke celstraf en als bonus nog eens 240 uur die bij een eerdere veroordeling voorwaardelijk was opgelegd. 480 Uur in totaal. Maar de rechtbank had ok goed nieuws voor Harmke: die 60.000 ziet de rechtbank niet zitten. De berekening van justitie kan de rechtbank niet volgen op basis van het dossier. Als Harmke zegt dat er drie oogsten zijn gestolen en dat de vierde dor de politie is weggehaald, dan is dat misschien wel zo. Oftewel: het verkregen voordeel is onvoldoende vastgesteld.

Adresjes

Ze zijn er niet alleen in de stad en de wijken van de stad.
Ze zijn er ook in de ommelanden van de stad, in de dorpen, in de dorpjes en misschien hier en daar ook wel in de gehuchten.

Adresjes.

Op die adresjes wonen mensen die verkopen.
In de stad heten die mensen gewoon drugsdealers.
Buiten de stad heet het verkopen van drugs nogal eens een vriendendienst.
Ik reed toch naar de stad voor mezelf en dan nam ik ook direct voor vrienden mee, dat scheelt maar benzine, zei bijvoorbeeld een tijdje geleden de man uit Uithuizen die in cocaïne handelde.

Maandagmiddag stond Elly (49) terecht in zittingszaal 14.
Ook wel bekend als ‘De Vrouw van de Dobvenne’.
Zo noemden scholieren haar.
De scholieren in Winsum bedoelden dan dat je bij die vrouw aan de Dobvenne, tegenover het verzorgingstehuis, drugs kon kopen.
Het adresje voor een zakje wiet voor vijf euro.
De achterdeur stond altijd open.

Elly, met een vaste baan met verantwoordelijkheden in Groningen, liep in maart dit jaar tegen de lamp. De politie deed onderzoek naar iets heel anders en tijdens dat onderzoek noemden jongeren haar naam en adres.
De politie schreef al die jongerenverklaringen op en ging eens kijken bij Elly thuis.
Zes agenten vonden drugs, plastic zakjes om er drugs in te doen en contant geld in een potje in de eiken kast in de woonkamer.

De jongeren wisten, zo verklaarden ze, dat Elly pas in de loop van de middag thuiskwam van haar werk in Groningen.
Je kon er dus niet te vroeg terecht.
En ze wisten nog wel meer, of dat nou klopte of niet.
Dat er bijvoorbeeld een kluis in de woning aanwezig was en dat Bennie daar de geheime code van had. En een pistool.

Ik weet niet met welke ideeën Elly maandag naar de rechtbank was gekomen. Misschien dacht ze wel dat het allemaal zou meevallen als ze zich een beetje van de domme zou houden.
Dat als ze misschien vaak ‘ik weet het niet’ zou zeggen, dat de rechters haar dan zouden willen geloven.

Hoe vaak jongeren bij haar kochten?
Ze zei: ‘Nou, niet vaak.’
Hoe ze dan aan die naam kwam?
Ze zei: ‘Ik weet het niet.’
En waarom deed ze het?
Elly: ‘Weet niet, ik deed het zonder na te denken.’

De rechters: ‘Lekker vaag.’
Elly: ‘Niet al die verklaringen zijn ook waar.’
Rechters: ‘Wordt dan eens concreet.’
Elly: ‘Er zit een heel verhaal omheen.’
Rechters: ‘U laat niet het achterste van uw tong zien hè?’

Heel het verhaal er om heen vertelt over de vriend van haar dochter, niet de gewenste schoonzoon, maar een jongen met problemen die niet wilde deugen.
En zij wilde hem helpen, het rechte pad op, in het belang ook van haar dochter.
Opdat hij weer contact zou krijgen met zijn ouders en zo.
Daarom was zij hem wat behulpzaam geweest.
Het was bij haar thuis vooral zijn handel.

De rechters stellen een tikkeltje cynisch vast dat Elly zich zorgen maakte over haar dochter en die vriend en daarom drugs verkocht aan minderjarigen.
De rechters zeggen: ‘U wilde R. op het juiste spoor zetten en ondertussen hielp u anderen te ontsporen.’

Drugsdealen, niet als vriendendienst, maar als een vorm van hulpverlening.

Elly sputtert nog wel wat tegen. Ze zegt dat jongeren ook verklaringen hebben afgelegd die niet waar zijn. Waarschijnlijk om anderen, andere adresjes in Winsum, uit de wind te houden.
Ze zegt: ‘Het is niet eerlijk mij alles in de schoenen te schuiven.’
De rechters: ‘U weet kennelijk van de hoed en de rand.’

Elly – na een uur stevige ondervraging houdt ze het niet meer droog – snottert dat ze het nooit weer zal doen. ‘Dat kan ik u verzekeren. Het is zo gelopen en ik ben er in meegelopen.’

De officier van justitie acht alles voldoende wettig en overtuigend bewezen. ‘Mevrouw heeft de verkeerde keuzes gemaakt. De vraag is ook hier weer, en wat nu?’

Hij zegt dat Elly heeft meegeholpen om de jeugd afhankelijk van drugs te maken.
Dat dat slecht is.
Dat het helemaal slecht is dat ze verkocht aan minderjarigen.
Dat dat strafverzwarend moet werken.

Door het hoofd van Elly schieten nu misschien wel de maanden die ze op water en brood zal moeten doorbrengen.
Boven het hoofd gieren nu zichtbaar de zenuwen.

De officier van justitie: ‘Ik zal u niet naar de gevangenis sturen, want u heeft alleen de verantwoordelijkheid van de opvoeding van twee opgroeiende dochters. Ik zal een stevige werkstraf eisen. En dat zal voor u een hele kluif worden, want u zult vrije tijd moeten inleveren.’

De officier van justitie vervolgt: ‘Een werkstraf van tachtig uur is zo gek nog niet.’
Een voorwaardelijke straf als stok achter vindt hij niet nodig want hij heeft niet het gevoel dat Elly haar hoofd nog een keer zal stoten. Elly moet dan wel in de oren knopen dat als ze weer de fout ingaat, justitie uit een heel ander vaatje zal tappen.

Het in beslag genomen geld uit het potje in de kast van eikenhout, 323,40 euro, mag ze terughebben. Het staat onvoldoende vast of dit crimineel geld is.

Elly knikt.
Alsof ze dat terecht vindt.
Opgelucht hoort ze de rechters zeggen dat ze goed gaan nadenken en over twee weken uitspraak doen.

Ik denk niet dat het de jongeren in Winsum iets uitmaakt.
Die hebben vast al lang weer een ander adresje.

Rob Zijlstra

UPDATE – 26 oktober 2009 – uitspraak
Mevrouw E. is door de rechtbank veroordeeld tot een taakstraf van 150 uur. Er was 80 uur geeist. De rechters rekenen het haar aan dat zijn gedurende enkele maanden softdrugs heeft verkocht aan (minderjarige) scholieren.

UPDATE – 13 oktober 2009 – verwarring
Ik kreeg een mailtje van een ietwat verontwaardige lezer.
De namen van verdachten en slachtoffers in mijn verhalen, verzin ik (de rest niet).
Toch?
Ja.
Maar nu heeft het toeval huisgehouden. De echte namen die ik heb verzonnen, blijken niet de namen te zijn van de verzonnen verdachten en betrokkenen. Soms verzin je iets, wat toch zo waar blijkt te zijn. Zo als de kans op een winnend lot uit de loterij.  Ik hoop dat dit voldoende verward.

Elly is dus niet de naam van de vrouw die maandag in de rechtbank anders heette. Er werden daar vele namen genoemd, gelukkig voor hen zat er geen schoolklas uit de buurt op excursie. Bennie heb ik verzonnen, dus de Bennie die in Winsum woont, bestaat daar mogelijk echt, maar zijn toegedichte kennis van kluizen en pistolen berust niet op de echte Bennie die misschien wel van niets weet, omdat hij in werkelijkheid Andre heet. Of Guus, Richard of Tjon.

Elly en Bennie kunnen best als personen bestaan, maar in mijn verhaal zijn zij slechts bedachte namen.

Oudere Berichten »