Feeds:
Berichten
Reacties

Middeleeuwen

Een paar keer is het alsof Martin gaat huilen.
Dan wrijft hij met de binnenkant van beide handen ruw in zijn gezicht, terwijl zijn voeten onder in het verdachtenbankje onophoudelijk in beweging zijn.
Even later, weer wat rustiger, draait hij een shagje.

Hij zegt: ‘Er moet ook naar mijn wensen worden gekeken.’
De rechters vragen wat het uitmaakt, wat het uitmaakt welk stickertje je er op plakt.
Martin, luid en duidelijk: ‘Ik wil geen tbs.’
Voor hem maakt het heel wat uit.
Misschien wel alles.

Maar Martin heeft niet zo veel te willen.
Want hij is niet helemaal goed.
Ze zeggen dat hij schizofreen is.
Niks aan te doen.

Jarenlang sjokte hij heen en weer over het Gedempte Zuiderdiep in de binnenstad van Groningen. Of hij strompelde door de Carolieweg, zo de Oosterstraat in.
En dan weer terug.
Hij vroeg passanten om geld, om guldens en later om euro’s.
Soms, meestal niet, kreeg hij wat voor het eeuwige slaaphuis.

De hulpverlening heeft nooit vat op hem kunnen krijgen.
Jawel, van alles is geprobeerd. Eenmaal hadden ze een eigen woninkje voor hem weten te regelen. Maar toen kwamen rap de junkies en toen had Martin thuis niks meer te vertellen. Hij had toen zelf de huur opgezegd.

Met de linkerhand wrijft hij over zijn hoofd, in de rechthand houdt hij nu stevig zijn aansteker vast. De bode zegt tegen hem dat hij in de zittingszaal niet mag roken en schenkt een vierde glaasje water in. Martin herhaalt voor alle zekerheid nog maar eens dat hij geen tbs wil en neemt een slokje.

Behalve storingen in het hoofd heeft Martin hepatitis b en c.
En toen had hij gespuugd.
Op grond, zegt hij zelf.
Richting zijn behandelaars, zegt de officier van justitie.

De officier van justitie had geconcludeerd dat wie onverhoeds spuugt met een voor de gezondheid schadelijke ziekte, zich schuldig maakt aan een poging tot zware mishandeling.
Daarnaast had hij ook lelijke dingen geroepen naar zijn behandelaars.
Tegen een van hen bijvoorbeeld: ‘Ik steek een mes tussen je ribben.’
Tegen een ander: ‘Val dood.’

De deskundige had gezegd dat spugen in zo’n geval geen kwaad kan, nou ja, een heel klein beetje misschien als speeksel in een oog komt. Maar dat was in dit geval niet aan de orde. Dat zag de officier van justitie ook wel in en dus bleven van de ten laste gelegde feiten alleen de bedreigingen over.

Martin geeft het wel toe.
Hij had gespuugd omdat hij boos was.
Hij wilde zich inhouden, maar dat was ‘m niet gelukt.
Hij had ook gezegd dat hij spuugde omdat hij niet kan boksen.
Rechters: ‘En als u wel zou kunnen boksen?’
Martin: ‘Dan had ik ze een pak slaag gegeven.’

Maar van dat mes, dat verzinnen ze, dat had hij niet gezegd.
Zijn advocaat vult aan dat ‘val-dood-zeggen’ overigens ook geen bedreiging is.
Het is een verwensing, dat is wat anders.

Voor de officier van justitie maakt het niet uit: ‘Ik eis tbs met dwangverpleging. Dat is het best passende.’
De advocaat: ‘Het moet niet gekker worden.’

Martin – hij is 52 jaar – was zomaar verdwenen uit het straatbeeld van Groningen.
In de straatkrant was ook niets verschenen over dood of zo.
Blijkt dat hij, na het mislukt zelfstandig wonen-traject, in handen was gevallen van de bemoeizorg. Daarna kwam een rechterlijke machtiging die hem onder de vleugels van Lentis deed belanden.

Hij zit daar, in de schaduw van de lommerrijke bossen van Zuidlaren, in een gebouw op een kamertje.
De deur is niet op slot, maar hij mag de kamer niet verlaten.
Doet hij dat wel, dan krijgt hij straf.
Hij mag nooit wandelen, maar moet tv kijken.

Martin zegt tegen de rechters: ‘Ze willen dat ik tbs krijg.’
Hij zegt dat ze hem van alles beloven, maar dat er niets gebeurt. Dat hij nu al bijna drie jaar op dat kamertje zit. En of de rechters wel weten hoe lang dat is.
Zegt: ‘Ik heb jullie wel door, maar ik verander toch niet.’

Het moet niet gekker worden, zei dus de advocaat.
Hij zei dat we in de middeleeuwen onaangepasten wegstopten.
Dat we dat nu niet meer doen, maar dat alle hulp aan Martin is mislukt.
De psychiatrie heeft gefaald en nu mag het strafrecht dat helemaal niet is bedoeld voor mannen als Martin, het oplossen.

De advocaat zegt dat Martin wel eens boos wordt en dan lelijke en kwaaie dingen zegt. Maar dat dat geen reden is voor hem te vrezen.
Hij reageert uit onmacht.

De advocaat zegt dat tbs een maatregel is om de samenleving te beschermen tegen mensen die ziek en gevaarlijk zijn.
Martin is een onaangepaste lastpost die soms voor wat overlast zorgt, maar hij is niet gevaarlijk.
Hij verdient geen tbs waar hij, eenmaal er in, ook nooit meer uit zal komen.
Hij verdient een betere oplossing.

Ik dacht, ik moet opschrijven dat justitie misbruik maakt van de tbs, dat er weer officieren van justitie bestaan die onaangepasten willen wegstopen in gaten in de grond, in longstay-kerkers.

Ik dacht, als tbs met dwangverpleging voor een paar verbale bedreigingen passend en geboden is, dan draait de wereld door.
Dacht, je kunt toch in Nederland niet alles wat stoort of niet hoort, zomaar laten verdwijnen?
Was ik maar Nova of EénVandaag, dan kwamen er wel Kamervragen.

Als Martin de zittingszaal heeft verlaten, zie ik dat hij het verdachtenbankje een plukje tabak heeft gemorst.
Net goed.

Rob Zijlstra

Rotpolitie

t en c

Ergens aan de Hoofdweg in Eelde wappert de vlag.
Hoera, Tom is vrijgesproken!

Twee weken geleden had Tom (19) nog tegen de rechters gezegd dat het klot’n was.
Hij was geslaagd voor zijn examen en nu dit.
Als het winkeltje open was geweest, zei hij, had ik hier niet gezeten.

De verdenking luidde dat Tom brand had gesticht.
Op het terrein van het BP-benzinestation aan de Emmalaan in Haren.
Pal naast de pomp.
Het had op die vroege ochtend van 9 februari vorig jaar een hels vuurwerk kunnen worden.
Of nog erger, met rampenplannen, evacuaties, een diep geschokte burgemeester en een onafhankelijk onderzoek naar het falen van de veiligheidsklep. Ik zeg maar wat.

Tom was met vrienden op stap geweest naar de jeugdsoos.
Samen fietsten ze naar huis. Omdat Tom trek had, was hij vooruit gefietst, naar het benzinestation.
Shit.
Winkeltje dicht.

In afwachting van zijn vrienden fietst Tom verveeld wat rondjes tussen de pompen door.
Dat is te zien op de beelden die de beveiligingscamera’s hebben gemaakt en die in de rechtszaal worden getoond.

Dan plots is Tom nog maar half te zien, achter zo’n pomp.
Hij doet iets, niet goed te zien is wat.
Dan fietst hij weg.
Twee seconden later is er rook.
Komt uit de prullenbak, naast die pomp.

Tom ondertussen fietst weer rondjes en dan weg.

Het is de nachtportier van het nabijgelegen Mercure-hotel die onraad ruikt en 112 belt.
De brandweer is er zo, want de kazerne is om het hoekje.
De schade bedraagt toch nog 34.000 euro, waarvan 1500 eigen risico.
Dat moet Tom nu betalen.
Daarnaast eist de officier van justitie een werkstraf van 150 uur en 3 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.

Met zo’n eis had Tom zich al in de handen mogen knijpen.
Zodra er met opzet vuur in het spel is en gemeen gevaar, dan wil justitie nog wel eens uithalen.

De camerabeelden werden in het kader van de opsporing getoond bij RTV Noord.
Dat leverde reacties noch tips op.
Toen besteedde de website van de Harener krant er aandacht aan.
Hé, riep de dochter van de plaatselijke journalist, dat is Tom die bij mij op school heeft gezeten.

En zo gebeurde het dat Tom in Eelde van zijn bed werd gelicht.
Hij ontkende.
De politie liet hem de camerabeelden zien.
Toen zei Tom: ‘Ja, dat ben ik.’
En even later: ‘Ja, ik heb het gedaan.’
De politie: ‘Bingo.’

Maar in de rechtszaal ontkent Tom.
Hij zegt: ‘Ik moest bekennen. De politie sloeg op de tafel. Ze riepen, je mag naar huis als je zegt dat je het hebt gedaan.’
En dus zei hij dat.
Hij moest naar examentraining, was bang dat hij in de cel zou zakken.

In de rechtszaal zegt hij dat hij het niet meer weet.
Hij had een paar teugen – zo zegt hij dat – van zijn sigaret genomen.
Ja, hij was gestopt, maar stiekem rookte hij af en toe nog.

En terwijl hij teugde, bedacht hij ineens: ik doe wel gevaarlijk met al die benzine hier.
En daarom fietste hij weg.
Of hij toen zijn sigaret in de prullenbak heeft gegooid?
Tom weet het niet meer.
Als ik dat heb gedaan, was dat niet met opzet.
Echt niet, zegt hij.

De officier van justitie zei twee weken geleden dat het verhaal van Tom niet geloofwaardig is.
Rotjong.

Maar de rechtbank is het daar niet mee eens.
Er is brand gesticht want het rookte.
Maar de eerste bekentenis van Tom bij de politie mag niet meewegen.
Omdat die is afgedwongen.
De politie mag niet zeggen, geef het maar toe Tom, dan mag je naar huis.
Dat is druk.
En nu de bekentenis – op zich bewijs – wegvalt, blijft er onvoldoende over voor de overtuiging dat Tom het met opzet heeft gedaan.

Rotpolitie.

Vrijspraak, de vlag uit.
BP moet het eigen risico nu zelf betalen.
Tom wil iets in de recreatieve sector gaan doen.
Of rechten studeren.
Hij weet het nog niet.

Rob Zijlstra

Ze was vanuit het midden van het land naar Groningen gekomen om het vonnis van de rechtbank aan te horen.
Zegt dat het voor anderen misschien een omgekeerde wereld is, maar voor haar heel belangrijk.
Nee, ze weet niet zeker of de rechter haar brief heeft gelezen.
Eigenlijk denkt ze van niet. Ze kreeg de brief terug, met geopende envelop, dat wel. Maar ze heeft begrepen dat het niet mag, dat het niet mag dat rechters nadat de zitting is gesloten, nog nieuwe informatie krijgen.

Waar ze zo bang voor is, dat gebeurt.
Ze wordt vrijgesproken.
Teleurgesteld verlaat ze de zittingszaal.

Verdachte smeekt om veroordeling is natuurlijk een mooie kop in de krant, maar het verhaal er achter is helmaal niet zo mooi.

Els deed aangifte, maar wat ze aangaf, was niet waar.
Hij had haar niks gedaan.
Het doen van een valse aangifte is strafbaar.
Maar bij strafbaar moet wel opzet in het spel zijn.
Per ongeluk is doorgaans niet strafbaar.

De rechtbank zegt dat de overtuiging ontbreekt dat Els vals heeft gehandeld.
Wat ze vertelde, was op dat moment haar waarheid, ook al was het niet zo.
Els lijdt aan een posttraumatische stressstoornis.
Ze heeft herbelevingen van nare dingen uit haar jeugd.
Niet altijd kan ze bepalen of zo’n herbeleving echt is of niet.

Misschien verliet Els de rechtszaal ook wel heel wanhopig.
‘Ik wil verantwoordelijkheid dragen voor wat ik heb gedaan en niet worden neergezet als een gestoorde vrouw die er niets aan kon doen’, staat in de brief. En ook dat ze met een vrijspraak niet kan leven.

Omdat ze ook zijn huis, veel later, was binnengedrongen, terwijl hij daar niet van gediend was, kreeg ze wel een boete van 170 euro, maar die geheel voorwaardelijk.
Dan blijven er niet veel blaren over om op te zitten.

Man zat onschuldig in de gevangenis, is ook een mooie krantenkop.
Negentien maanden lang nog wel.
Want dat was het nare gevolg van de valse aangifte van Els.

Harm kreeg twaalf maanden celstraf en tbs met dwangverpleging wegens de vervalste poging tot doodslag. In hoger beroep werd hij hier van vrijgesproken, maar veroordeeld voor mishandeling: drie maanden waarvan twee voorwaardelijk.
Maar toen was het al twintig maanden te laat.

Harm zegt dat hij is veroordeeld, terwijl justitie wist dat de aangifte van Els niet deugde.
Al drie weken na de valse aangifte, stapte Els naar de politie om te vertellen dat het niet waar was, dat er iets anders aan de hand was.
Dat ze zelf het probleem was, niet hij.

De politie stuurde haar weg.

Later bezocht ze de politie samen met een onderwijzeres, die dan zou kunnen getuigen. Mocht niet helpen.
Ze schreef brieven, ook naar justitie.
Vlak voordat de rechtbank uitspraak doet zegt ze: ‘Ik ben hier al zo lang mee bezig.’

Els schuldig vrijgesproken
Harm onschuldig veroordeeld.

Ik denk niet dat de magistratuur Harm een bos bloemen met een kaartje d’r aan zal sturen bij wijze van verontschuldiging.
‘Sorry voor al die maanden.’
Zoiets doen magistraten niet.

Misschien is een bloemetje niet eens voldoende, omdat dit bijna Schiedamse toestanden zijn.

Rob Zijlstra

spandoek voor het gerechtshof

spandoek voor het gerechtshof

 

 

De Kachel is vrijgesproken.

het arrest van het hof Leeuwarden

de uitleg van het arrest

De sukkel

expositie gevangenismuseum veenhuizen

expositie gevangenismuseum veenhuizen

Strafrechtadvocaat Wim Anker is bijvoorbeeld tegen de levenslange gevangenisstraf in Nederland.
Alleen als het echt niet anders kan, zegt Anker, dan kan het.
Maar veel beter is van niet.

Anker zegt dan bijvoorbeeld dat wie levenslang heeft, geen perspectief meer heeft.
Zo iemand kan geen streepjes op de deur zetten.
Kan niet turven.
Nooit: hoe lang nog.

Donderdag stond William terecht.
De officier van justitie noemde hem een griezel.
In ieder geval griezelig.

William ziet er niet griezelig uit.
William heeft wel een kort lontje, dat zegt hij zelf ook.
Best wel een probleem, zegt hij.
En als hij dan bier drinkt en cocaïne snuift alsof het frisse lucht is, dan gaat het vaak mis met hem.
En met de mensen die op dat moment in zijn buurt zijn.
Die krijgen kopstoten en als ze niet gauw doorlopen zomaar optetters.

In de rechtszaal zit William heel zelfverzekerd te zijn, hij permitteert zich zelfs een beetje stoer te doen.
Misschien komt dat door zijn leeftijd, begrijpt hij het nog niet helemaal of allemaal.
William is ook nog maar 21 jaar.
Misschien voelt hij zich al heel wat, nu hij niet meer met lego speelt.
Maar eigenlijk is William een sneue jongen, een sneue sukkeljongen.

William is zo’n jongen die nog denkt sterker te zijn dan de frisse lucht.

De officier van justitie eist geen levenslang.
Net niet.
Ze wilde een tbs met voorwaarden.
Een tbs met dwang hangt dan als schrik boven het hoofd.
Maar bij een tbs-eis horen nu eenmaal rapportages en rapporten van deskundigen en die waren er niet tijdens de zitting.
En de rechters voelden er niets voor om de zaak aan te houden, daarvoor uit te stellen, de rechters wilden gewoon een eis.
De rechters zeiden, kom op officier, we willen over twee weken uitspraak doen.

Dus.

Om dit verhaal tot een goed einde te brengen, moet ik nu terugkomen op of Wim Anker, of op levenslang of op de streepjes op de deur.

De streepjes op de deur.
William had niet alleen menigeen mishandeld, in café Jansen in Appingedam waar hij niet mocht komen maar waar hij wel was gekomen om er de confrontatie te zoeken, William had ook de muur van zijn cel vernield.
Zo staat dat in de dagvaarding.

William had dus zijn naam op de celmuur geschreven.
Zijn naam tussen al die andere namen en streepjes.
Nou, en bij de politie pikken ze dat niet, niet meer.
Dus deed de politie aangifte bij zichzelf en toen de officier van justitie die aangifte onder ogen kreeg, besloot ze William niet alleen voor de mishandeling, maar ook voor de vernieling van de celmuur te vervolgen.

De sukkeljongen gaf het toe dat hij het op de muur had gedaan.
De officier van justitie eiste uiteindelijk vijftien maanden celstraf waarvan vijf voorwaardelijk wegens de mishandelingen bij Jansen, maar hield ook rekening met de vernieling van de muur.

Ik dacht, het is best wel idioot in Nederland als sukkels niet eens meer op muren mogen schrijven.

Rob Zijlstra

EXPOSITIE GEVANGENISMUSEUM VEENHUIZEN

Dozen uit Hengelo

Ze deden wekelijks zaken en dat al een jaar of twee.
Dus zo raar was het niet dat er ergens in april van het vorige jaar dozen in twee kleine busjes van Hengelo naar Groningen reden, van Groningen naar Hoogkerk en in Hoogkerk naar een grote loods.
In de loods was een magazijn met een blauwe roldeur, bewaakt door vier camera’s.

In de dozen zit kleding.
Merkkleding.
Valse merkkleding.
De prijs: 18.000 euro.

Karel zegt dat hij die achttien later wel zal betalen.
De leverancier, Christiaan uit Hengelo, vindt dat goed.
Zonder vertrouwen, geen handelsverkeer.

Maar als het later is, heeft Karel nog steeds niets betaald.
Ineens is hij ook moeilijk bereikbaar.
Pas na weken is er contact. Karel heeft dan een wel heel naar bericht. Hij heeft een inval gehad en de politie heeft heel de nepboel in beslag genomen. Zijn zoon Mannus is opgepakt en zit vast.
Kortom: dikke ellende in Groningen, moet Hengelo weten.

Christiaan komt nu ook in de problemen.
Hij is tussenhandelaar. De mannen uit Beverwijk die hem de partij hadden geleverd, willen hun geld nu eindelijk ook wel eens zien. Maar zolang Karel niet over de brug komt, kan hij Beverwijk niet tevreden stellen.

Kortom: Christiaan uit Hengelo huurt een busje – groot genoeg voor de geleverde dozen – en reist op 28 juni 2008 met drie vrienden richting Groningen.
Ze spreken af geen geweld te gebruiken.

Een van de vrienden heeft dan al gebeld met Karel en deed zich daarbij voor als een geïnteresseerde koper van goed. Ze spreken af bij een tankstation waar hij Karel zal treffen. Vanaf daar rijdt hij achter Karel aan, naar de loods.

In de loods tonen Karel en zoon Mannus hun handelswaar.
Dan duikt de rest op.
Christiaan ziet wat hij al vermoedde: zijn partij geleverde nepmerkkleding. Niks inval.

Rechters : ‘En toen?’
Christiaan: ‘Toen is het een beetje uit de hand gelopen. Achteraf had dat niet gemoeten, hadden we het uit moeten praten, wat aanvankelijk ook de bedoeling was.’
De andere drie verdachten knikken: ‘Dat het een beetje uit de hand liep, was niet de bedoeling. Wij hadden het ook uit moeten praten.’

De officier van justitie spreekt van een heel ernstig feit, van een heel ernstige diefstal met geweld.
Het geweld dat is gebruikt, zegt de officier, is disproportioneel.

Misschien dat de officier van justitie de krant een beetje wilde helpen: ze overdreef een beetje.

Als tijdens de zitting de camerabeelden worden getoond, is te zien dat zoon Mannus een paar klappen krijgt en dat vader Karel stevig wordt vastgehouden.
Maar veel meer ook niet.

Nadat voldoende dozen zijn ingeladen gaan Christiaan en zijn drie helpers er vandoor.
Vader en zoon ruimen snel de boel op en slaan dan alarm: help we worden overvallen.
Christiaan wordt op de snelweg ter hoogte van Assen uit zijn huurbusje getrokken. Dat was easy: het is TT-zaterdag en ter hoogte van Assen staat een enorme file.
De drie helpers zijn er dan ook bij.

Alle vier gaan het gevang in en zitten enige maanden vast. Zo aan het einde van het jaar mogen ze onder voorwaarden naar huis. Dat gaat niet helemaal goed. Alleen Christiaan houdt zich keurig aan de voorwaarden, de anderen maken zich opnieuw schuldig aan strafbare feiten. Door foutjes bij justitie blijven ze echter op vrije voeten.

De officier van justitie zegt dat je een openstaande schuld niet op deze manier mag innen, met zoveel disproportioneel geweld.
Maar ze zegt ook dat de vader en zoon boter op het hoofd hebben, dat ze daar ook rekening mee zal houden.
En dat ze dus straffen zal eisen die geen recht doen aan de ernst van de feiten.
Of de verdachten dat eventjes goed in de oren wilden knopen.
Ik kon net niet zien of Christiaan en zijn helpers heel erg onder de indruk waren van het vingertje van de officier.

Drie horen gevangenisstraffen eisen die qua duur gelijk zijn aan de tijd die ze al hebben vastgezeten met tot twaalf maanden voorwaardelijke celstraffen erbij en werkstraffen van 150, 200 en 240 uur.
Helper vier is de pechvogel: hij hield alleen de vader vast (heeft niet geslagen), maar hoorde desondanks twintig maanden celstraf (waarvan tien voorwaardelijk) eisen.
Dit is omdat nummer vier een ongewenste vreemdeling is en die mogen nu eenmaal van ons niet-vreemdelingen niet werken.
Ook niet voor straf.

De rechters vragen of Christiaan nog problemen heeft met mannen van Beverwijk?
Nee, zegt hij, de mannen van Beverwijk zijn ook opgepakt. We hebben afgesproken dat we het er bij laten zitten.

Vader Karel en zoon Mannus hebben minder geluk. De politie vond het magazijn vol valse merkkleding wel interessant en deed nader onderzoek. Vader en zoon zijn inmiddels verdachten en zullen zich later voor de rechtbank moeten verantwoorden voor hun valse handel.

De pechvogel moet misschien na detentie het land uit.
De andere twee helpers, twee broers van wie er eentje veelpleger te Hengelo is, proberen via de reclassering op het rechte pad te blijven.
De reclassering zegt dat dat redelijk goed gaat.
De ene broer heeft een diploma vorkheftruck-chauffeur gehaald, de ander wordt binnenkort vader.

En Christiaan?
Die is een eigen bedrijf begonnen.
Rechters: ‘Legaal?’
Christiaan: ‘Ja.’
In dat ja klinkt enige trots.
Christiaan verkoopt nu artikelen voor babykamers.

Rob Zijlstra

uitspraak op 16 juli

Het was een verrassende wending, dinsdag aan het einde van de middag in het Paleis van Justitie in Leeuwarden. Het openbaar ministerie in de persoon van de advocaat-generaal wilde net beginnen aan het voorlezen van het requisitoir.
Hij had nog gezegd daar ruim een uur voor nodig te hebben.
De aanklager ging al staan, toen het hof verraste.

Het hof, zegt het hof tegen Reinier S., weet weinig over u.
En omdat we wel over u moeten oordelen, willen we weten hoe het bij u tussen de oren is gesteld. Psychiaters en psychologen moeten naar u kijken.
Reinier S. voelt daar niks voor, medewerking aan dit soort gein heeft hij altijd al geweigerd. Hij zegt dat als je onschuldig bent, zoals hij is, het toch niet uitmaakt hoe het tussen de oren zit.

Hij roept dat hij naar huis wil.
Dat hij al twaalf jaar in deze ellende zit.
Hij wil naar huis, naar Curaçao, daar wil hij verder met het ontwikkelen van een programma dat is gebaseerd op Google, bestemd voor ondernemers. Daarnaast heeft hij er een vrouw met twee kinderen en nog een paar websites in de lucht.

Na ruggespraak met de advocatuur laat hij weten dat hij wel een onderzoek wil naar zijn geestesgesteldheid, maar niet in gevangenschap.
Dan wil hij op vrije voeten. Dan mag het ambulant. En als er dan weer een zitting is, dan komt hij wel.
Net als vorig jaar, toen was hij toch ook vrijwillig helemaal vanuit Curaçao naar Groningen gevlogen voor de zitting bij de rechtbank die hem twaalf jaar oplegde?
Hij bedoelt, hij had ook naar de noorderzon kunnen vliegen.

De aanklager noemt het voorstel van Reinier S. chantage en volkomen misplaatst. Aan zijn non-verbale uitingen valt op te maken dat hij sowieso niet veel op heeft met deze verdachte. Regelmatig zijn de lachjes minachtend.

Het hof zegt na beraad dat Reinier S. wel meer kan willen, niet op vrije voeten komt, maar wel naar het Pieter Baancentrum moet. Reinier S. kijkt als een kind van wie zojuist de Magnum met nootjes is afgepakt.

In de wereld der gevangenen wordt de gang naar het Pieter Baan stellig afgeraden. Als je niet oppast, is het PBC de voorbode van TBS en wie dat wil, is gek.

Het observatiebevel was de eerste verrassing.
Er kwam er nog een: er zijn plotseling nieuwe verdachten in beeld. Dat mag opmerkelijk heten, want sinds de brand in Hoogezand, op 11 december 1996, is nooit een andere verdachte in beeld geweest dan Reinier S.

Toch is het zo, zegt Reinier S.
Het gaat om mannen van de Tattoo, eens een bar op het hoekje van de rosse buurt in Groningen. Mannen die toen ook wel aan de goktafel zaten in het Holland Casino.
En daar Reinier wel eens troffen.

Reinier gokte veel want hij had ook veel. Dat laatste stak hij niet onder stoelen of banken. Dus bedachten die mannen op een kwaad moment, als die Reinier een avond niet thuis is, overvallen we zijn partner Gonda, pakken het geld uit de kluis en steken desnoods daarna de boel in de fik.

Toen Reinier S. op een avond thuiskwam, op 11 december 1996, is er brand. In paniek kan hij nog net zijn twee slapende kinderen redden, maar voor Gonda komt hij te laat. Als de brandweer de brand meester is, blijkt Gonda dood en de kluis leeg.
Weg 320.000 gulden.

Zo is het dus gegaan, zegt Reinier S.

De drie mannen kennen de politie en justitie wel. Het gaat om Freddie die zeer recent is veroordeeld tot vijf jaar celstraf wegens afpersing. En om Harrie die landelijk furore maakte als undercover van Peter R. de Vries. Harrie was de man die het vertrouwen van Reinier had gewonnen en achter het stuur van de geprepareerde auto hem probeerde te verleiden tot het organiseren van een huurmoord. Het was allemaal op de televisie te zien. En ook Henkie werd genoemd, de man die als eens veertien jaar cel kreeg wegens een nogal heftig zakelijk geschil in het criminele koffiecircuit.

De aanklager zegt dat het allemaal wel een beetje toevallig is.
Toevallig, want uitgerekend deze drie mannen hebben vervelende dingen over Reinier S. gezegd. En dan zouden ze nu een moord-trio vormen? De grootst mogelijke flauwekul, zegt de advocaat-generaal (officier van justitie).
Hij voelt dus ook niets voor een nader onderzoek, want daar komt toch niets uit.

Reinier beklaagt zich nu bij zijn rechters.
Als anderen zeggen dat dat flauwekul is, dan zeggen ze dat omdat ze last hebben van tunnelvisie dan wel dat ze deel uitmaken van het complot dat hoe dan ook wil dat Reinier S. als dader achter de tralies verdwijnt, schuldig of niet.

Het hof wil misschien wel geen dwaling en bepaalt dat nader onderzoek gewenst is.
Ook wil het hof meer weten over Bidja D., de overvaller die in augustus 2004 tot negen jaar celstraf werd veroordeeld (acht in hoger beroep).
Bidja D. is ook een mal verhaal.

Bidja en Reinier kennen elkaar als medegedetineerden.
Op de luchtplaats zijn ze vaak samen.
Daar ontstaat een plan.
Bidja zal vertellen dat hij met ene Bernard K. Gonda heeft vermoord bij een inbraak. Hij was er bij, maar die Bernard K. die deed het. Die sloeg, sneed met zijn mes langs haar hals (’in een beweging’), haalde een kleine jerrycan op en sprenkelde, eerst in de linkerachterhoek, benzine… Om kwart voor twaalf ongeveer verlieten ze de woning.
De verklaring is uiterst gedetailleerd en bevat informatie die je niet zomaar kunt weten. ‘…Ik zag twee kopjes staan, die er volgens mij bij onze binnenkomst niet stonden (…).’

Bidja zal zeggen dat hij het niet kan verdragen dat iemand anders, de arme Reinier S. onschuldig vastzit voor iets waar hij, hij Bidja, bij betrokken is.

De politie neemt de verklaring op op video, krabt zich even achter de oren en stelt dan vast dat die Bernard K. al was overleden toen Gonda nog leefde.
Dus het kan nooit.
Bidja beaamt dat ras. Als hij dit verhaal zou vertelen, zou hij geld krijgen van Reinier, heel veel geld.
Bij wijze van voorschot zou hij 3000 euro krijgen, geld dat hij ook daadwerkelijk heeft ontvangen. De oplichter opgelicht.
De bedoeling was dat Bidja nog meer geld zou krijgen, naar eigen zeggen 800.000 euro. Hij zou dat krijgen zodra Reinier als onschuldig veroordeelde zou worden vrijgelaten en de royale schadevergoeding zou incasseren.’

De aanklager in hoger beroep: ‘Reinier S. is vastgelopen in zijn eigen modderpoel.’
Maar opnieuw tot zijn zichtbare ergernis bepaalt het hof dat ook dit verhaal nader moet worden uitgezocht.

Het proces loopt nu maanden vertraging op, misschien dat eind dit jaar wordt gehaald.
De analyse in de wandelgangen direct na afloop van het onverwacht gestaakte proces luidde als volgt:

Het hof wil liever niet veroordelen als er geen inzicht bestaat in de gemoedtoestand van een verdachte. Dat willen rechters sowieso liever nooit.
Door nader onderzoek te laten instellen naar dat malle moord-trio en naar het nog mallere Bidja D.-verhaal, ontstaat tijd.
Tijd die ook mooi gebruikt kan worden om Reinier S. te laten observeren in het Pieter Baan. Met de toezegging tot nader onderzoek hebben zij, zij de rechters, Reinier S. eventjes blij gemaakt. Met een dooie mus.

Bij dit alles past één kanttekening met vraagteken: dat Reinier S. onschuldig is?

Rob Zijlstra

UPDATE

Het hof in Leeuwarden heeft de behandeling van de strafzaak rond de moord op Gonda Drent aan het einde van de middag onverwacht aangehouden.  Op last van het hof  wordt verdachte Reinier S. onderzocht in het Pieter Baancentrum.  Daarnaast moet eveneens op last van het hof nader onderzoek worden gedaan naar de betrokkenheid van andere mannen bij de dood van Gonda.  Het proces is hierdoor zeker een half jaar vertraagd.

later vanavond meer hierover

update – later vanvond niet meer hier over – het is even op – het nog te schrijven verhaal zit wel in het hoofd, maar wil er nu niet uit.  kwestie van even te veel – meer en beter in de loop van woensdag –

Het gerechtshof in Leeuwarden buigt zich vandaag (dinsdag) over een trieste geschiedenis: de moord op Gonda Drent.

Gonda werd op 11 december 1996 vermoord.
Haar partner Reinier S. is bijna twaalf jaar lang als verdachte in beeld geweest.
Vorig jaar juni werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar.
Er was 15 jaar geëist.

Er is al heel veel over deze zaak geschreven.
Ik ga dat hier niet opnieuw doen.

Gonda kwam om bij een brand in hun woning in Hoogezand. Volgens de rechtbank in Groningen staat vast dat Reinier de brand heeft gesticht met als doel zijn vrouw te vermoorden. Naar motieven kan alleen maar worden gegist (geld), want Reinier S. heeft altijd stellig ontkend.

Het zou wel heel erg verrassend zijn als hij vandaag in Leeuwarden met een bekentenis komt.

De veroordeling vorig jaar was geen uitgemaakte zaak. Het openbaar ministerie in Groningen had serieus rekening gehouden met een vrijspraak.
De strafzaak van toen, wordt dinsdag opnieuw gedaan.

Er zijn tenminste twee nieuwe elementen.

De advocaten van Reinier S. – Erik de Mare en Winfried de Haan – hebben een nieuw dossieronderzoek laten uitvoeren door twee oud-politiemensen, experts op het gebied van brand. Hun bevindingen zijn aan het hof overgelegd.
Hun conclusie: Reinier kan Gonda niet hebben vermoord. De politie heeft zitten rommelen met de tijdlijn. Deze tijdlijn speelt een belangrijke rol in de bewijsvoering.

Volgens de oud-politiemensen is de brand ontstaan op een moment dat Reinier nog niet bij de woning aan de Hoofdstraat in Hoogezand aanwezig was. Dan kan het de brand niet hebben gesticht.
Het openbaar ministerie heeft het ‘De Haan-onderzoek’ betiteld als waardeloos.

Een tweede element is een rare, maar past wel binnen de capriolen die Reinier de afgelopen jaren heeft uitgehaald, onder meer onder regie Peter R. de Vries.

Een gedetineerde heeft tegenover de politie verklaard dat hij samen met een ander Gonda Drent tijdens een inbraak heeft vermoord. De ander zou Bernard K. zijn, een man die later bij een verkeersongeluk om het leven is gekomen.
Oftewel, de moordenaar van Gonda is dood.
De politie heeft de bekentenis opgenomen op video.
De gedetineerde, de 34-jarige B.D. uit Groningen, heeft zijn bekennende verklaring ook ondertekend.

B. D. was een medegedetineerde van Reinier S. De man zou 3500 euro in het vooruitzicht zijn gesteld als hij zou bekennen dat Gonda in zijn bijzijn is vermoord. Een dergelijke bekentenis zou Reinier vrijpleiten. De medegedetineerde werd in 2004 veroordeeld tot 9 jaar cel wegens een serie gewapende overvallen op winkels in Groningen-zuid.

Tijdens een regiezitting, op 20 november vorig jaar, kwam deze rare kwestie aan de orde. Justitie ziet de bekentenis als een poging van Reinier S. om het gerechtshof te misleiden om zo zijn vrijheid terug te krijgen.
Aan de bekentenis van D. wordt geen waarde gehecht. De opgevoerde moordenaar Bernard K. is wel verongelukt, maar tien maanden voordat Gonda om het leven kwam. ‘Reinier is vastgelopen in zijn eigen modderpoel’, zo sprak de advocaat-generaal J. Simmelink toen.

De advocaten noemen het een merkwaardig verhaal. Het is opmerkelijk dat D. wel heel veel details over de zaak wist te vertellen, zeggen de advocaten. Zij verwachten dat deze kwestie door justitie zal worden gebruikt om aan te tonen dat Reinier S. een leugenachtige persoon is.
En dus schuldig aan de dood van Gonda.

De strafzaak zal naar verwachting de hele dag duren.

Rob Zijlstra

het proces is dinsdag te volgen via twitter

het rechtbankverslag

Klavertje vier

duo

Het zijn geen jongens die lid zijn van de plaatselijke roeivereniging.
Dat kun je wel zien.
Ook dat ze dat binnenkort niet gaan worden.

Als je naar Kraai kijkt, kun je zomaar denken dat hij uit een videoclip van MTV is gekukeld.
Met de broeksband op de knieën, de armen onder de tatoe-tatoe en bling-bling her en der.

Samen met Klaas en Piet zou Kraai (20) drugs hebben verkocht in Delfzijl en omstreken.
Cocaïne, heroïne.
Door de telefoon hadden ze het dan over Duo Penotti.
Daar zit ook wit in en bruin.

Klaas (23) had bij de politie bekend.
Eerst niet, eerst had hij gewoon niks willen zeggen en toen hij had boos onzindingen verteld.
Zegt: ‘Logisch toch? Je word boos op hun als je daar zit.’
Klaas had toen gezegd dat hij de junkies van Delfzijl beter maakte met zijn drugs.
Maar daarna had hij gewoon gedaan en gewoon toegegeven dat het wel klopte, van die drugs.

Een maand of twee had hij verkocht.
Onder de codenaam Klomp had politie onderzoek gedaan naar Klaas die in zijn nek een liefelijk klavertje vier heeft laten zetten.
Hetzelfde bloementje zie ik terug op de hand van Kraai.

Klaas werd stelselmatig geobserveerd en zijn telefoon werd getapt.
Via de criminele inlichtingen eenheid (cie) was bovendien informatie binnengekomen dat Klaas met z’n twee gouden tanden, in bolletjes doet.
Samen met Kraai.
En met Piet van het werkvoorzieningschap uit de Finsestraat.

Ze zouden ook een vuurwapen hebben die ze Lady Killer noemden.
Hun drugs kochten ze bij een Tunesier.
Ze verkochten aan de plaatselijke verslaafden, aan Taliban, aan Tony Montana, aan Bertje de Turk.

Het klopt, zegt Klaas, dat hij had ingekocht voor 550 euro.
De 2100 euro aan contanten die bij hem werden aangetroffen, was geen drugsgeld, maar autogeld geweest.
Hoe lang hij had gehandeld?
‘In drugs? Twee maanden?’

Hij had een baan, eens laste hij grote schepen op de werf. Maar daarna kwam de lopende band. Dat was saai en Klaas nam ontslag. Maar omdat hij vindt dat mooie dingen belangrijk zijn, kwam hij in de geldproblemen.
Drugshandel leek een oplossing.
Volgens zijn advocaat gaat het nu weer goed met Klaas.
De advocaat zegt: ‘Er is zelfs een nieuwe vriendin op komst.’

Naast Klaas zit Kraai zich in te spannen wakker te blijven.
Als de rechters hem er op wijzen dat het niet past zo onverschillig te zitten wezen, zegt Kraai in slowmotion dat het laat is geworden, gisteravond.
Dat hij nog niet helemaal wakker is.
Ik zie de blikken van de rechters naar de klok gaan: tien voor twaalf.

Bij de politie had Kraai gezwegen.
Nu zegt hij: ‘Ik deed neks met drugshandel. Neks.’
Zegt dat hij dat tot aan het einde zal blijven zeggen.

Als drugsgebruikers beweren dat hij drugs verkoopt op het winkelcentrum Kuilsburg, dan moeten zij dat weten.
‘t Is ieder voor zich. Ja, toch?’
Als zijn vriend Klaas naast hem in de auto drugs verkocht, dan verkocht hij toch geen drugs? Hij bedoelt, je kunt er bij zijn, maar dat betekent toch nog niet dat je er iets mee te maken hebt?
Lijkt hem logisch.

Toen Kraai werd aangehouden, vond de politie in een kast in zijn slaapkamer een plastic zak met bolletjes drugs.
Wel een beetje gek, Kraai, zeggen de rechters, zoiets vinden als je er niets mee te maken hebt.
Kraai: ‘Gevonden op straat.’
Lijkt hem ook logisch.

Zijn advocaat zegt dat Kraai ook lasser wil worden.
Hij studeert twee dagen in de week en wil dat langzaam opbouwen naar drie.
Veder doet hij niet zo veel.
De cursus delictpreventie – voorkomen dat je weer in aanraking komt met justitie – had hij net met succes afgerond.

Bij de reclassering zien ze Kraai als een jongeman die van goede wil is.
Kraai, die nog thuis bij zijn moeder woont, zegt dat hij een vrouw zoekt.
Een vrouw die er voor zorgt dat hij thuisblijft.

Als de rechters, tikkeltje geïrriteerd, vragen waarom hij steeds zit te lachen, zegt Kraai: ‘Wat nou? Ik kan toch niet met een boos gezicht naar u kijken?’

Er is nog een verdachte. Piet (37) van het werkvoorzieningschap die doof is.
Misschien dat een beetje misbruik van Piet is gemaakt, zegt zijn advocaat.
Van zijn huis aan de Finsestraat en zo.
Dat je het in dit verhaal zo moet zien dat Piet als loopjongen is ingezet.

Omdat Piet ook moeilijk praat, is communiceren met hem niet eenvoudig.
Misschien ook dat het daarom was gekomen dat zijn ex voor 20.000 euro aan leningen had afgesloten op zijn naam. Met zijn valse handtekening. Daarvan heeft hij aangifte gedaan.

Of hij in drugs heeft gehandeld?
Piet kijkt in tegenstelling tot Kraai heel de zitting zeer ernstig, maar zwijgt via een tolk.
Hij wil neks zeggen.
De advocaat zegt dat Piet wel de schulden graag wil inlossen. Daarom wil Piet werken, als het even kan meer dan 40 uur in de week.

Hoewel de politie in Delfzijl er een heus onderzoek op draaide, met codenaam en al, is de officier van justitie niet voornemens het Delfzijlster trio nog lang lastig te vallen.

Klaas had al 43 dagen vastgezeten. Dat moet voldoende zijn. Bovendien is hij die 2100 euro kwijt. Een werkstraf van 120 uur moet al met al afdoende zijn.
Kraai zat zelfs 98 dagen vast. Als hij nu 200 uur gaat werken, is een nieuwe delict-preventiecursus wellicht nooit meer nodig.
Piet (87 dagen voorarrest) mag ook werken: 180 uur.

Zitting na bijna drie uur ten einde.
De rechters zeggen dat ze er goed over zullen nadenken en over twee weken uitspraak doen.

Het Delfzijlster trio verlaat de zittingszaal, niet erg onder de indruk van het optreden van de officier en de drie rechters.
Dat kun je wel zien.
Ik kijk in het bijzonder naar Kraai.
Terwijl hij zorgvuldig zijn petje met daarop New York op zijn hoofd plaatst, heupwiegt hij zijn videoclip weer in.

Rob Zijlstra

De Kachel 1

Het gerechtshof in Leeuwarden behandelt vandaag het hoger beroep dat is ingesteld door café De Kachel in Groningen. Het kleine horecabedrijf werd in februari door de rechtbank veroordeeld wegens het overtreden van het rookverbod.

Twee jaar geleden diende in Groningen een kort geding dat toen nogal bijzonder heette te zijn. Een tablemanager bij het Holland Casino in Groningen had zijn werkgever voor de rechter gedaagd. De medewerker eiste in kort geding een algeheel rookverbod in het Groninger gokpaleis.

De man, toen al achttien jaar in dienst van het casino, had longklachten (astma) en dreigde arbeidsongeschikt te worden. De bedrijfsarts had hem afgeraden nog langer in rokerige ruimtes te werken.

Ook in het iets verderop gelegen café De Kachel werd toen, zoals in alle cafés, zorgeloos gerookt. Het rookverbod was toen al aanstaande, maar het was destijds vooral een politieke kwestie in Den Haag. Er was een stappenplan.

Ergens in 2011 zouden discotheken rookvrij moeten zijn. Maar voor de kleine horeca zou vast en zeker een uitzondering worden gemaakt.
Het was, in 2007, ook een tamelijk absurd idee: niet meer roken in de kroeg.

De Groninger casinomedewerker verloor de rechtszaak.
In plaats van de geëiste dwangsom van 500 euro per dag dat er in het casino nog werd gerookt, draaide de medewerker op voor de kosten van de procedure.

De rechtbank oordeelde dat ’een rookvrije plek in de horeca nu eenmaal niet eenvoudig is te realiseren aangezien er in de horeca nu eenmaal wordt gerookt. En horecamedewerkers, zo ook de casinomedewerker, zal enige rookoverlast moeten accepteren, zo staat in het vonnis van 15 mei 2007.

Twee jaar later ziet de wereld er heel anders uit.
Omdat de horeca onvoldoende vaart maakte met het stappenplan, heeft minister Klink van volksgezondheid per 1 juli 2008 het algehele rookverbod in de horeca ingevoerd en vastgelegd in de tabakswet.

En met dat verbod – en ook met die wet – is niks mis, oordeelde de rechtbank van Groningen in het strafproces tegen café de Kachel, het eerste rookproces van Nederland, begin dit jaar. De Kachel werd veroordeeld tot het betalen van een boete van 1200 euro en een voorwaardelijke sluiting van de zaak gedurende een maand bij de eerstvolgende overtreding.

Maar daarna kwam Den Bosch. Daar zeiden de rechters – in een soortgelijk proces – dat de tabakswet rammelt en kreeg de kleine horeca gelijk. Die uitspraak is later in hoger beroep bekrachtigd.

Het rookverbod wankelt. Of het omvalt hangt mede af van wat het hof in Leeuwarden besluit. Rechters kunnen wetten niet buiten werking stellen. Als ’Leeuwarden’ in navolging van de rechtbank in Den Bosch zegt dat de wet rammelt, dan kan minister Klink daar niet omheen.

Maar te vroeg juichen is voor geen van de partijen verstandig.
Na het hof, wacht de Hoge Raad.

Rob Zijlstra

UPDATE – 26 JUNI 2009 – eis
Het openbaar ministerie heeft net als in Groningen een boete geeist van 1200 euro en een voorwaardelijke stillegging van het cafe gedurende een maand (bij een eerstvolgende overtreding).  Het gerechtshof doet op vrijdag 3 juli uitspraak.

UPDATE – 3 JULI 2009 -uitspraak
Cafe de Kachel is vrijgesproken.  Lees het arrrest van het hof Leeuwarden

het verslag van de zitting bij de rechtbank in Groningen (ferbuari 2009)

Flipperen

Ik zie dat Robbin er de laatste drie jaren niet gezonder uit is gaan zien.
Vroeg of laat eist de cocaïne ook van het uiterlijk tol.
Robbin, 34 jaar, is zo iemand die meer levenstijd in de gevangenis doorbrengt dan er buiten.
Eigenlijk is hij nooit vrij.
Buiten houdt de drugs hem in de greep.

De officier van justitie is Oebele Brouwer, een optimistisch ingesteld mens.
Hij zegt dat er ook positieve dingen over Robbin zijn te vertellen.
Vroeger pleegde hij gewapende overvallen.
Nu doet hij woninginbraken.
Op de schaal van ernst, zijn die toch iets lager ingedeeld.

Komt bij dat Robbin niet zo’n inbreker is die alles zo maar lelijk van de muur trekt.
Hij doet het netjes, trekt netjes de stekkertjes er uit en laat geen rommel achter.

Robbin wordt zo te zien niet vrolijker van een complimenterende officier. Hij loopt al lang genoeg mee en kent de klappen. Hij weet dondersgoed dat de officier zo meteen gaat zeggen: maar…

Maar, zegt officier Brouwer in vrije vertaling, daarmee zijn de aardige woorden wel op.

Robbin behoort tot het gilde waarvoor u moet vrezen als u straks op de camping in Frankrijk bent. Overdag loert hij door uw ruiten en ’s nachts slaat hij dan toe. Of u boven ligt te slapen, maakt hem niet uit.

Hij weet doorgaans ook waar uw autosleutels liggen en dat de kans groot is dat de auto die daar bij hoort, voor de deur staat. Dus behalve flatscreens, laptops, camera’s en ander digitaals, neemt hij uw auto ook mee. Voor hem wel zo handig. De auto die hij al had, laat hij dan gewoon achter.

De schoonheid van zijn inbraken ligt ook besloten in de wijze waarop hij bij u binnenkomt: Robbin flippert.
Met een plastic kaartje, of gewoon met een stuk van een plastic colafles, flipperfrutselt hij uw voordeur open die toch niet op het nachtslot staat.
Een enkele keer hoeft dat niet eens. Toen hij door de Vrijheidslaan in Roden liep, stak de sleutel gewoon in het deurslot.

Het is niet zo dat hij alles in een keer meeneemt. Soms noteert hij uw adres en zijn gading en dan komt hij een week later, net wanneer u bent bekomen van de eerste schrik en de slaap weer wat kon vatten, gewoon nog een keer langs.

Robbin is ook zo’n misdadiger die doorgaat, net zo lang tot hij wordt gepakt. Maar eenmaal in de kladden, dan biecht hij alles eerlijk op. Na een tijdje in de gevangenis raakt hij supergemotiveerd om van de cocaïne af te kicken. Dat lijkt hem dan ineens het allermooiste dat er is.

De laatste keer dat hij de gevangenis mocht verlaten, meldde hij zich vrijwillig aan in Lunteren, in een Lunterense afkick. Hij was toen na vier jaar detentie als verslaafde helemaal clean en wilde dat zo houden. Maar eenmaal langs de intake, stelde hij vast dat er binnen in de afkick nog meer drugs te krijgen waren dan buiten Lunteren.
Zo clean hij de kliniek was binnengekomen, zo verslaafd nam hij na een paar weken de benen.

En toen begon alles weer opnieuw.

Surveillerende agenten zagen in een van de betere buurten van Leek een auto hard wegrijden. Verhip, zeiden die agenten en gaven een stopteken. Daar had de auto geen boodschap aan. De surveillanten riepen om assistentie en zo gebeurde het dat er in februari dit jaar zes politieauto’s met twaalf agenten vanuit Leek over de snelweg met snelheden van 180 tot 200 kilometer per uur achter Robbin aanreden.

Officier Brouwer: ‘Het leek wel wild west.’

Op de ringweg in Groningen, ter hoogte van Vinkhuizen, gaf Robbin het op. Hij stopte gierend, stapte uit en zei dat hij hier en daar had ingebroken, in Leek, in Roden en her en der wat in Groningen, ja soms wel tweemaal binnen een week in dezelfde woning.

Officier Brouwer: ‘Hij is heel coöperatief, ook dat is positief.’
Hij eist ditmaal voor vijftien woninginbraken en wat losse diefstalletjes twee jaar gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk.

Zijn advocaat zegt dat dat geen effect zal hebben, want die vier jaar die Robbin de laatste keer had gekregen, heeft ook geen effect gehad.
De advocaat: ‘Gevangenisstraf schrikt hem niet af.’

Ik denk dat de rechters dat ook wel in de smiezen hebben.
Toch zullen ze Robbin over twee weken opnieuw naar de gevangenis sturen.

De cirkel is nog niet doorbroken.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 9 juli 2009 – uitspraak
Robbin moet terug naar de gevangenis: ditmaal moet hij 16 maanden opknappen en hangen er acht boven zijn hoofd. Na detentie moet hij naar het intramuraal motivatiecentrum (imc) in de hoop dat hij daar niet wegloopt en  voldoende inspiratie krijgt om af te kicken. Een van de gedupeerden krijgt 200 euro van hem. De anderen niets.

Een knuffel

nederland

Het is niet zo dat als je niks gedaan hebt, je ook niet te vrezen hebt.
Er bestaan landen.

Het onderstaande verhaal speelt zich af in Nederland, een klein land in het noorden van Europa.
Harm heeft daar, op een kwade dag, geprobeerd zijn vriendin Els van het leven te beroven.
Harm zou met haar hoofd op de grond hebben gebonkt.

Els stapt naar de politie die de relatieruzie juridisch vertaalt naar een poging tot doodslag.
Harm wordt opgepakt en vervolgd.
Wettig en overtuigend, oordeelt de rechtbank te Groningen in koor met justitie
Op 20 december 2004 wordt de dan 26-jarige Harm veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging.
Harm is een gevaar en de samenleving daar aan de Noordzee dient beschermd.

Harm dacht dat hij niet te vrezen had, want hij had niks gedaan.
Dus stapt zijn advocaat naar het gerechtshof in Leeuwarden.
Geen poging tot doodslag, zegt het hof, maar een mishandeling, eenvoudig van aard.
Het arrest (uitspraak): drie maanden celstraf, waarvan twee voorwaardelijk.

Arme Harm.
Hij zat op dat moment negentien maanden vast, in de vorm van zijn opgelegde straf en de tijd die hij moest vastzitten in afwachting van een plek in een tbs-kliniek.
Het is een land met wachtlijsten.

Was er echts niet meer aan de hand geweest?
Hadden de rechters zich destijds dan zo in de luren laten leggen?

In 2007 dendert Harm bij Els die ondertussen in Enschede woont de woning binnen. Huisvredebreuk, roept Els en stapt in juni van dat jaar naar de regiopolitie Twente.
Kennelijk is Harm niet zo’n lieverdje.

Maandag zat Els in het verdachtenbankje.
De rechters die haar destijds met justitie als slachtoffer beschouwde, zien haar nu als de verdachte.
Els heeft, zegt justitie nu, de boel belazerd.
Els heeft tot twee keer toe een valse aangifte gedaan.
Harm had haar destijds, in 2004, alleen maar een duw gegeven.
Van die huisvredebreuk, drie jaar later, was ook niks waar.

Wie aangifte doet van een strafbaar feit, maar weet dat dat helemaal niet is gepleegd, wordt gestraft.
Dat wil zeggen, dat kan.
Artikel 188 van het wetboek van strafrecht.
Net als Harm kan Els daar twaalf maanden cel voor krijgen.

Els heeft het niet gemakkelijk in het verdachtenbankje.
Het duurt niet lang of emoties maken zich van haar meester.
Door haar tranen heen roept ze dat er zoveel in haar leven van 28 jaar is gebeurd, veel geweld, een opeenstapeling, en dat ze dat verdomme steeds maar weer opnieuw moet vertellen, dat haar vader twee mensen heeft vermoord, dat ook haar moeder veel heeft moeten meemaken.
Ze huilt, woord voor woord: ‘En het gaat maar door.’

Els was in therapie gegaan.
Posttraumatische stress-stoornis.
Els lijdt aan herbelevingen.
Weet niet of herinneringen echt zijn.

De officier van justitie vraagt: ‘Toen u uw verklaringen aflegde, was dat toen uw waarheid?’
Els: ‘Ja.’

Harm wil een schadevergoeding van 7500 euro.
Els zegt dat ze dat met haar weekgeld van 50 euro niet kan betalen, al zou ze willen.

De officier zegt dat ze de overtuiging heeft dat Els in 2004 en in 2007 heeft gelogen, maar niet de opzet heeft gehad dat te doen.
Je kunt wel iets doen dat niet mag, maar als dat niet met opzet is – niet willens en wetens – dan telt het niet.
Officier van justitie: vrijspraak.

In oktober 2007 dringt Els wederrechtelijk de woning van Harm binnen.
Ze wil een knuffel.
- ‘Ik kon het niet loslaten.’
Hij dreigt met de politie, zij met de trein.

Justitie stuurt haar voor dit strafbare feit een acceptgiro van 170 euro.
De officier van justitie zegt dat dit laatste wel wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zij eist opnieuw 170 euro, maar die – gezien het weekgeld – geheel voorwaardelijk.
De vordering van Harm moet vanwege de vrijspraak-eis worden afgewezen.

Ja, het was een nare geschiedenis daar in Nederland, in een land waar de mensen desondanks nog altijd denken dat als je niks hebt gedaan, er ook niet te vrezen valt.

Rob Zijlstra

uitspraak op 6 juli

Visser op zee

Ik schreef eerder over Jelle, eens een visser op zee
Misschien was het daarom dat hij mij dinsdagochtend een beetje gemeen aankeek in de hal van het gerechtsgebouw.

Ik had toen in maart geschreven dat hij met gebogen hoofd in het verdachtenbankje zat. Bevend als een rietje op dezelfde stoel, op dezelfde plek, waar zijn vader ook al eens had gezeten. Tegenover dezelfde rechter. Dat de vader toen werd veroordeeld door diezelfde rechter en overleed kort nadat hij op vrije voeten was gekomen.

Op 8 mei 2008 jaar veroorzaakte Jelle een vreselijk ongeluk in Ezinge. Op een kruising, schreef ik, reed hij de 80-jarige mevrouw Bos aan in haar kleine Suzuki.

Mevrouw Bos overleefde het ongeluk. Ze was negen maanden na het ongeluk thuisgekomen, in een rolstoel. Tot die tijd had ze zelfstandig gewoond en van alles gedaan. Nu moest ze verhuizen uit het huis waar haar kinderen waren geboren.
Ze kon niks meer.

Jelle, 24 jaar, had geen voorrang gegeven en drank gedronken.
Hij had ook geen rijbewijs, maar wel zeventien auto’s gehad.
Na het vreselijke ongeluk was Jelle opnieuw achter het stuur gekropen en tijdens de vorige rechtszaak gaf hij toe toen ook weer gedronken te hebben.
De rechters schrokken zich rot.

Het werd een dramatische zitting.

De officier van justitie wilde gevangenisstraf, maar de advocaat zei er misschien nog wel meer hulp nodig was. Dat Jelle geen opvoeding heeft genoten en zodoende geen benul heeft van waarden en normen. Dat Jelle misschien eerst maar eens goed moet worden onderzocht.

Dat vonden de rechters een goed idee. De strafzaak werd aangehouden om deskundigen de kans te geven Jelle te bestuderen. Zo kwam het dat Jelle dinsdagochtend opnieuw moest komen opdraven in het gerechtsgebouw.

Het werd weer een dramatische zitting.

Het race-jack dat hij toen ongepast droeg, had hij nu niet aan.
Zijn advocaat had hem waarschijnlijk geïnstrueerd.
Dezelfde rechter zei dat hij Jelle wel herkende van de vorige keer.

De deskundigen hadden vastgesteld dat Jelle een heel foute jeugd heeft gehad en dat hij niet alles wat er tegen hem wordt gezegd, ook begrijpt.
Waarnemen kan hij wel.
Daarom kan hij wel autorijden.
Maar omdat hij ook drinkt, doet hij sneller dingen die niet mogen.
Verder schreven de deskundigen dat het belangrijk is dat hij een toekomstperspectief heeft.

Jelle blijkt verhuisd.
Van Zoutkamp naar Harlingen, de postcode weet hij zo niet.

Rechters: ‘Hoe is het in Harlingen?’
Jelle: ‘Goed.’
Rechters: ‘Mooi. Wat doe je?’
Jelle: ‘Niks.’
Dezelfde rechter, fronst wenkbrauw, zegt: ‘Dat doen we nog een keer.’

- ‘Hoe is het in Harlingen?’
‘Goed’
- ‘Wat doe je?’
- ‘Niks.’

Jelle staat op als zijn nieuwe vriendin al lang naar haar werk is, eet een broodje en gaat dan op de bank zitten, niks te doen.
Verder doet hij niks.

‘Vroeger’, zeggen de rechters, ‘was je een harde werker, was je een visser op zee. Dat waren zware dagen.’
Jelle, ad rem: ‘Weken.’
Rechters: ‘En nu doe je niks.’
- ‘Ja’.
‘Hoe hou je dat vol?’
- Er is niks te verdienen op zee.’

Van maandag tot en met vrijdag drinkt hij per dag vijf tot zes dingen met bier. Tussendoor rookt Jelle joints.
In het weekeinde drinkt hij cola-beerenburg. Twintig en meer.
Verder niks.
Hij weet niet waarom hij geen werk zoekt.

De rechters schrikken zich weer rot.
Vragen: ‘Heb je een probleem?’
Jelle, resoluut: ‘Nee.’
Rechters: ‘Ja, Jelle ja! Het antwoord moet zijn: ja, ik heb een probleem. Niet nee. Het is ja!’
Jelle knikt. Ook goed.

De officier had de vorige keer tien maanden gevangenisstraf geëist, waarvan er vijf als waarschuwing (voorwaardelijk).
Daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid van drie jaar.
En de tenuitvoerlegging van nog eens zes maanden ontzegging die hij bij een eerdere veroordeling al als waarschuwing had gekregen.
Dit betekent voor Jelle dat hij de komende vier jaar niet mag autorijden, in die zin dat hij de eerste vier jaren niet mag beginnen met rijlessen om zijn rijbewijs te halen.

De officier van justitie gaat verder en zegt dat ze zich hele grote zorgen maakt. Daarmee zegt ze gezien de omstandigheden niets te veel.
De officier van justitie had ook gelezen dat de deskundigen van mening zijn dat het belangrijk is voor Jelle dat hij een toekomstperspectief heeft.
Dat dat goed voor hem zal zijn.
Niemand in de rechtszaal die protesteert, beetje perspectief, nooit verkeerd.

Dan zegt de officier van justitie: ‘Omdat hij wel enig uitzicht moet hebben, zal ik de eis bijstellen. Wel drie jaar rijontzegging, maar daarvan twee jaar voorwaardelijk. En die zes maanden extra, die hoeven niet. Netto vijf maanden celstraf weer wel.’

Hûh?
Dus om Jelle toekomst te bieden, moet hij wat justitie betreft weer snel achter het stuur?

De rechters vragen aan Jelle of hij weet wat dat betekent, zicht op de toekomst en of hij de eis van de officier heeft begrepen?
- ‘Ja hoor.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 6 JULI 2009 – uitspraak
De rechtbank kijkt anders tegen de zaak aan dan de officier. Jelle krijgt vier maanden celstraf waarvan drie voorwaardelijk, een werkstraf van 240 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 42 maanden. Van die laatste zijn zes tul-maanden; bij een eerdere veroordeling kreeg Jelle een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden. Die worden nu ‘getuld’ (ten uitvoerlegging). De praktijk van dit vonnis is dat Jelle niet naar de gevangenis hoeft, de handen uit de mouwen moet steken en pas over 42 maanden met rijlessen kan beginnen.

Ot en Sien

portemonnee

In zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank staat van alles terecht.
Echte criminelen bijvoorbeeld.
Je kunt het niet aan ze zien, echt niet, maar vaak wel opmaken uit wat ze hebben gedaan, beter gezegd, waar justitie hen van verdenkt.

Donderdag werd in zaal 14 tien jaar gevangenisstraf geëist tegen drie mensenhandelaren en vijftien jaar opgelegd aan een dronken rover en een aan cocaïne verslaafde moordenaar.
Komende week moet de rechtbank in Groningen uitspraak doen in zaken waarin opgeteld meer dan dertig jaar gevangenisstraf is geëist.

Dat klinkt heel erg crimineel, maar het zegt niks.

Mensenhandelaren zijn – indien schuldig – per definitie wel heel erg en crimineel.
Ik kan naar aanleiding van de strafzaak die donderdag en -avond voor de Groninger rechtbank diende een akelig verhaal schrijven over mensenhandel. Dan kan ik bijvoorbeeld ook schrijven dat mensenhandel bestaat omdat wij, wij mannen in Groningen en omgeving, dat mogelijk maken. Omdat wij brave mannen in ruil voor vijftig euro meisjes en jonge vrouwen die heel bang zijn – wat je niet kunt zien – indirect seksueel mogen misbruiken.

Indirect, omdat wij ze niet dwingen.
Ze zijn immers al gedwongen.

Ik zou dan ook schrijven dat het eigenlijk als je hier goed over nadenkt – en waarom zou je dat laten – te gek voor woorden is dat de prostitutie is gereguleerd middels vergunningen van de burgemeester en nummers van de Kamer van Koophandel en tegelijkertijd in handen is van mensenhandelaren die indien schuldig per definitie hartstikke erg en crimineel zijn.

Maar ja.

Ik wilde schrijven over Frank (21) en Evelien (24) die deze week ook terecht stonden.
Het zag er op papier niet best uit.
Een beroving in de vorm van een ordinaire straatroof achter de V&D, een zware mishandeling elders in de binnenstad van Groningen, een bedreigingen met een misdrijf.

Frank en Evelien woonden toen in een kraakpand.
Maar dat zegt niks, sprak de advocaat die ook andere tijden heeft meegemaakt.
Hij zei: ‘Krakers van tegenwoordig lopen al lang niet meer in alleen gewaden van jute en met lang rastahaar op het hoofd.’

Kijk maar naar Frank en Evelien.
Die twee ogen als twee keurige jonge mensen.
Dat kun je ook zien.
Hij hoopt binnenkort zijn eerst baan te krijgen, zij studeert en doet vrijwilligerswerk. Toch zaten ze daar samen in het verdachtenbankje met zo’n lelijke dagvaarding.

Robbie was hun gezamenlijk vriend door dik en dun geweest.

Toen Frank en Evelien puppies hadden, een mand vol, en die verkochten, hadden ze even meer geld dan ze gewend waren. En omdat Robbie bijna nooit wat had, nooit geld, leenden ze hem, want hun beste vriend, 150 euro en korte tijd daarna nog eens.

Dat ging mis.
Wat Robbie ook beloofde, hij betaalde het geld niet terug.
Hij liet zijn vrienden simpelweg barsten.

Op een dag toen maat al lang vol was, was Evelien een keertje naar zijn huis gegaan en had daar een briefje achtergelaten. Als Robbie het geld niet zou teruggeven, kon hij beter naar Zimbabwe emigreren, schreef ze, ‘want ik sloop je helemaal’.
Daaronder: ‘Knuffel, Evelien’.
Een andere keer had ze tegen hem geroepen dat ze wel een molotov-cocktail bij hem naar binnen zou gooien.

Rechters: ‘Het was ook uw geld dat hij niet teruggaf.’
Evelien: ‘Ja, en we hadden toen zelf ook niet zo veel meer. Dan is 300 euro best veel geld.’
Rechters: ‘Maar dan zo’n briefje en zulke nare dingen roepen. Had dat niet anders gekund?’
Evelien: ‘Ik had het anders moeten oplossen. Maar ik was zo boos.’

Dat snappen de rechters wel.

Ook Frank had zijn oude kameraad opgezocht.
In de deuropening had hij van alles geroepen, nee niet fraai en toen had hij Robbie een duw gegeven, met zijn handen zo tegen zijn borst. Robbie was gevallen en had huilend op de grond gelegen.

Frank: ‘Ik was ook boos, ook omdat hij mijn kameraad was geweest en het vertrouwen had geschonden. Maar ik heb hem niet geslagen.’
Robbie zei van wel.
Een getuige had het zelfs gezien (een tweede getuige niet).
Tegen de politie had Robbie gezegd: ‘Hij heeft mij niet alleen geslagen, maar ook geschopt toen ik op de grond lag en hij heeft mij bedreigd met een vuurwapen. Frank die in een kraakpand woont, handelt namelijk in vuurwapens. Ik weet dat omdat ik zijn vriend was.’

De politie liet er geen gras over groeien. Nog voordat een officier van justitie goed en wel de vereiste toestemming had kunnen geven, viel de politie de kraakwoning binnen.
Een wapenarsenaal werd niet aangetroffen.
Wel een kleine bruine portemonnee van leer die voor alle zekerheid in beslag werd genomen.
Je weet het maar nooit.

In de portemonnee zaten pasjes.
Verhip, zei ineens het politie-invalteam-zonder-toestemming, dat is die portemonnee die op 31 januari 2008 is buitgemaakt bij de straatroof achter de V&D.
En kijk: de vijf euro die er in had gezeten, zit er nog steeds in.

Evelien?
‘Ik lag te slapen.’

Frank?
‘Ik heb die portemonnee gevonden toen ik de hond uitliet, op het Martinikerkhof. Ik wist niet eens dat er vijf euro in zat. Wel pasjes, daarom wilde ik de portemonnee naar het politiebureau brengen. Dat was er alleen nog niet van gekomen, we hadden het toen heel druk met die puppies.’

Dat briefje (bedreiging), de duw (mishandeling) en de bruine portemonnee (verduistering) leveren weliswaar geen gevangenisstraffen op, maar strafbare feiten zijn het wel.
Dus eist de officier van justitie een taakstraf van 120 uur tegen Evelien en 180 uur met ook nog eens vier weken voorwaardelijke cel tegen Frank.
Misschien dat de officier van justitie dacht, het zijn dan wel geen criminelen, maar ze zitten hier nu toch.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 1 juli 2009 – uitspraken
Hmm. De rechtbank acht het allemaal wettig en overtuigend bewezen en strafbaar. Maar is wel milder. Een werkstraf voor Frank van 90 uur, voor Evelien 40 uur.

Oudere Berichten »