Valentijn (20) had twee uurtjes moeten wachten voordat zijn strafzaak begon.
Er was uitloop en bij aanvang van de zitting boden de rechters hiervoor hun verontschuldiging aan.
Valentijn accepteerde die.
Zei: ‘Is wel goed.’
Hij had ook helemaal niet zo erg gevonden, want ik bespeurde enige branieachtige vrolijkheid toen hij daar in de hal maar zat te wachten. Na afloop van de zitting, bij het verlaten van het gerechtsgebouw, had de branie volgens mij plaatsgemaakt voor opluchting, maar nog net zo vrolijk.
Valentijn was helemaal vanuit Amsterdam naar Groningen gekomen.
Tijdens de zitting zelf had ik niet de indruk dat hij erg onder de indruk was van de rechters.
Het was ook niet zijn eerste keer.
Hij had geen advocaat meegenomen.
Er was dus niemand die hem kon adviseren over de gewenste proceshouding.
Dat hij bijvoorbeeld tegenover de rechters niet onverschillig moest zitten wezen.
En ook niet moest lachen.
Bij de politie had hij eerst niks willen zeggen.
Tijdens een tweede verhoor weigerde hij antwoord te geven op vragen.
Daarna had hij gezegd dat hij niks had gedaan.
Rechters: ‘En nu?’
Valentijn: ‘Ik heb niks gedaan.’
In de vroege ochtend van 15 augustus vorig jaar liep er een man door de Oude Kijk in ‘t Jatstraat in Groningen.
De man was net bij de dokter geweest en die had hem over de uitslag van het onderzoek verteld.
Dat er geen uitzaaiingen waren.
De man, 74 jaar, was op die vroege ochtend op weg naar huis om het blijde nieuws aan zijn echtgenote te vertellen.
Halverwege de straat, ter hoogte van het uitzendbureau, kwam de oude man vier vrolijke jongens tegen.
Die waren heel de nacht op stap geweest en waren nu zwalkend op weg naar huis.
De langste van het stel legde een arm op de schouder van de oude man.
De andere drie gingen met wilde gebaren om hem heen staan.
De oude man zei dat hij er langs wilde en probeerde door te lopen.
En dan ineens was er een explosie van het meest zinloze geweld op die vroege ochtend in de Groninger winkelstraat.
De langste haalde uit en sloeg de oude man vol in het gezicht.
Hij viel op de grond en bleef liggen.
De vrolijke vier gaven elkaar lachend high-fives en renden toen hard weg.
In het ziekenhuis stelden de artsen vast dat de linker oogkas van de oude man was verbrijzeld.
Een getuige holde ontdaan achter het groepje aan, alarmeerde een passerende motoragent en de langste van de vier kon worden aangehouden.
De anderen later.
De langste stond eind vorig jaar terecht en werd veroordeeld wegens zware mishandeling tot een ingewikkelde straf.
Hij kreeg 347 dagen gevangenisstraf, waarvan 270 dagen voorwaardelijk.
Dat betekende dat hij op de dag van de uispraak de gevangenis na 77 dagen mocht verlaten. Vervolgens moest hij een half jaar met een enkelbandje om thuiszitten en daarna moest hij voor straf nog eens honderd uur nuttig werk verrichten.
Tijdens de zitting toonde de langste veel berouw.
Zijn punt was dat hij de oude man misschien wel keihard had geslagen, alleen wist hij dat niet meer.
Zo dronken.
Valentijn wist het nog wel.
Dat wil zeggen, een beetje.
‘Het is al weer lang geleden.’
Hij wist nog wel dat hij niks had gedaan.
Hij wist dat hij op straat een gesprekje had gevoerd met die oude man.
Omdat die man nogal opgefokt deed, moesten de rechters weten.
Valentijn had dat kunnen horen omdat ‘de man met een bepaald volume tegen ons sprak’.
Valentijn was ook niet zo dronken als de langste geweest.
Hij had alleen bier gedronken en whisky.
Rechters: ‘En drugs?
Valentijn: ‘Moh, wel een paar joints.’
Tegen de reclassering had hij gezegd dat hij lastig is, koppig en egoïstisch. Een agressieregulatietraining die hij al een keer op last van rechters had moeten volgen, had hij niet gevolgd.
Hij moet nu wel gesprekken voeren met de reclassering, maar dat schiet niet echt op.
‘Ze bellen niet.’
Rechters: ‘Het is bij u allemaal nogal vrijblijvend hè.’
Valentijn: ‘Misschien wel.’
Met de oude man en het linker oog is het volgens mij niet meer goed gekomen.
Met Valentijn wel.
Hij vertrok naar Amsterdam, was daar eerst nog een jaar zwervende want dakloos, maar mag nu weer bij zijn moeder wonen.
Hij volgt een opleiding en hoopt eens een ict’er te worden.
De officier van justitie zei dat Valentijn niet de fatale klap heeft uitgedeeld, maar dat hij er wel bij was.
Dus openlijk geweld tegen personen gericht.
De eis: een werkstraf van 200 uur en twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.
Dat is inclusief fietsen die hij ook nog had gestolen.
De rechters: ‘Wat vindt u daar nou van?’
Valentijn zei dat hij in december naar Suriname gaat. Dat hij het ticket al heeft gekocht. Of dat dan nog wel kan doorgaan?’
De rechters zeiden dat dat vast geen probleem zal wezen.
Valentijn die niets heeft gedaan, met lachje: ‘Dan kan ik er wel mee leven.’
Rob Zijlstra
uitspraak op 16 november












