Eerlijk proces

‘Ik ben niet eens belangrijk voor deze poppenkast.’

Zegt de ene rechter tegen de andere: ‘Pff… dat ging niet goed, Henk.’
De andere: ‘Dat is zwakjes uitgedrukt. Waar ging het fout, wat deden we fout?’
De ene: ‘Het ging met ons aan de haal, alsof we niet meer terug konden.’
De jongste, derde rechter: ‘Zoiets zou in Leeuwarden nooit kunnen gebeuren.’
De eerste twee: ‘Ja ja, alsof de kwaliteit daar zo hoog is…’

Misschien ging het wel zo, maandagmiddag in de raadkamer waar al hetgeen daar wordt uitgesproken geheim is.
Het blijft gissen.

Gissen naar het waarom er maandag iets raars gebeurde in zittingszaal 14.
Het raars: een poging van de rechters om de dag wat ordentelijk te laten verlopen mislukte volledig en eindigde zelfs in een wraking.

Het ochtendprogramma is maar een heel klein beetje uitgelopen waardoor de geplande zitting van 12.00 uur ruim een kwartier te laat begint.
In Groninger rechtbankbegrippen is dat niks.
Toch zegt de voorzitter bij aanvang van de zitting tegen de verdachte Volkert (poging tot doodslag) en zijn advocaat Eric Steller: ‘Heren, we hebben een probleem. We hebben heel slecht gepland. We hebben maar een uurtje voor deze zaak.’

Zoiets had ik rechters nog nooit horen zeggen.
Een strafzaak begint en is klaar als die is afgelopen; er is geen eindtijd.
Elke strafzaak krijgt, zoals vaak wel wordt gezegd, alle tijd die nodig is.

Een uurtje voor een strafzaak bij de meervoudige strafkamer is heel krap.
Een niet al te ingewikkelde zaak doet al gauw twee uur.

De advocaat valt dan ook om van verbazing, de verdachte roept niet blij: ‘Zie je wel, dit is een poppenkast.’

De rechters leggen uit dat de strafzaak van half twee om half twee moet beginnen.
En dat gaat niet lukken als eerst Volkert nog een eerijk proces moet krijgen.
Het voorstel van de rechtbank: de zaak van Volkert aanhouden tot eind oktober, dan is er desnoods heel de dag wel tijd.

Advocaat Steller vindt het een bijzonder slecht voorstel.
Hij zegt dat zijn cliënt Volkert al sinds februari in hechtenis zit en dat het de hoogste tijd is dat de verdachte weet waar hij aan toe is, temeer omdat het verwijt dat hem wordt gemaakt, niet terecht is. Volkert zit onschuldig vast en dus is een behandeling van de zaak meer dan gewenst.

De rechters: ‘Op 21 oktober. Of de advocaat dan kan?’
Steller: ‘Geen idee.’
Even later op de gang: ‘Zo gemakkelijk laat ik mij niet aan de kant zetten.’

Er wordt geschorst, er is koortachtig beraad, de klok tik door en het is inmiddels half twee.
Ook het Openbaar Ministerie wil de zaak nu behandelen, zegt de officier van justitie.
De rechters zeggen even later in wijsheid te hebben besloten dat het besluit is genomen: de zaak wordt aangehouden. Punt uit.

Steller gaat staan: ‘Dan verzoek ik uw rechtbank mijn cliënt in vrijheid te stellen. Als een andere zaak kennelijk belangrijker is dan die van mijn client, dan kan niet meer met droge ogen worden gezegd dat er ernstige bezwaren bestaan op grond waarvan mijn cliënt al maanden in voorlopige hechtenis zit.’

Verdachte Volkert: ‘Ik ben niet eens belangrijk voor deze poppenkast.’
Advocaat Steller: ‘Dus ik verzoek u de voorlopige hechtenis op te heffen dan wel te schorsen.’

Opnieuw een schorsing voor beraad, het is kwart over twee.
Even later, de rechtbank: ‘De verzoeken worden afgewezen. Verdachte, u blijft vastzitten op grond van ernstige bezwaren, meneer de advocaat, u kunt op 21 oktober?’

Steller vraagt om schorsing voor beraad op zijn beurt.
Na tien minuten zegt Steller dat de rechtbank de belangen van de verdachte verkwanselt, dat argumenten om het anders te doen ongemotiveerd ter zijde worden geschoven en dat dat te gek voor woorden is en ook bijzonder kwalijk.
Steller zegt het netjes: ‘U betrekt de belangen van mijn cliënt niet voldoende in uw beslissing waarmee u blijk geeft van partijdigheid. Ik wraak u.’

Einde zitting.
Het is half drie.

Was de strafzaak van twaalf uur gewoon behandeld om kwart over twaalf dan was er weinig aan de hand geweest.
Dan had de zaak van half twee om een uur of twee kunnen beginnen en was er in principe niets aan de hand geweest.

In principe niet.
Door een foutje elders in de strafrechtketen waren de drie verdachten van de half twee-zitting te laat vanuit de gevangenis aangevoerd.
Ze waren er pas om half drie.
Maar dat werd pas toen duidelijk.

Deze week (?) komt de wrakingskamer bijeen.
Drie andere rechters moeten dan oordelen over de toch op z’n minst merkwaardige handelswijze van hun collega’s.

Voor Volkert is het allemaal maar zuur.
Misschien wel sinds februari onschuldig vast en onzekerheid over wat nu komen gaat.
Het vertrouwen dat hij had in de rechtspraak was toch al niet bijster groot.
Wanneer hij na ruim twee uur gesteggel de rechtszaal verlaat, zegt hij het nog maar een keer: ‘Wat een poppenkast.’

Rob Zijlstra

naschrift
Ik heb aan de rechtbank gevraagd waarom de zaak van half twee zo nodig om half twee moest beginnen. Het betrof een normale strafzaak (overval Action Oude Pekela, 3 verdachten) die uiteindelijk vlot, in ruim twee uur, werd afgehandeld. Iedereen was op tijd thuis. Wat ging er mis?

Het antwoord is dinsdag om 12.43 uur beloofd en om 15.30 uur gegeven.

Persrechter Fred Janssens: ‘Wij hebben niet goed gepland en dat mag je een enorme misser noemen. Vrijdagmiddag zagen we dat we het niet goed hadden gedaan. We hadden de raadsman en de verdachte tijdig moeten informeren. Dat had nog gekund. Ook dat is niet gebeurd. Het is spijtig voor de verdachte. We moeten hier van leren want dit willen we niet nog een keer meemaken. De zaak van half twee was een zaak met drie verdachten, met drie advocaten, dat wil nog wel eens een middag duren.’

 

Naar de donder

Leo (29) uit Groningen zwaait met zijn armen alsof hij aan het hiphoppen is en zegt tegen de rechters: ‘Tja, als je zit kom je niet vooruit.’
Dat waren wijze ware worden.
Leo zit liever niet vast, zegt-ie.
Verongelijkt: ’Ik wil naar de toekomst kijken, maar ja, als jullie mij dat niet gunnen…’

Hij is niet naar de rechtbank gekomen om te bekennen, dat wordt al snel duidelijk.
Leo – als bezoeker van zittingszaal 14 niet helemaal een onbeschreven blad – is misschien wel te trots om toe te geven dat hij een dief is.
En dealer in middelen.
Leo is een hosselaar die misschien wel een lange weg te gaan heeft om zijn toekomst te bereiken.

Bij de Scapino in Groningen was hij aangehouden.
Er was een burgernetactie gaande; burgers van Groningen werden via hun smartapparaten opgeroepen uit te kijken naar een tasjesdief, naar een man die lijkt op Leo.
Bij de Scapino werd hij herkend.
De politie vatte hem in de kraag.
Onder zijn jas zat een paar slippers verstopt, in de onderbroek twee mobiele telefoons waaronder de iPhone die een half uurtje eerder was gestolen uit een auto nabij de Grote Markt.
Uit die auto – niet op slot – was ook een zakje gestolen met ongeveer 100 euro.
Ook dat had Leo.

Over de slippers: ‘Per ongeluk, snap je. Ik was dronken en dan doe je onbewuste dingen. Dat wisten de rechters toch ook wel. Of zijn rechters nooit dronken?
Rechters: ‘Leo, het was tien uur ’s ochtends.’
Het zal, maar hij is geen dief.
Hoe hij aan dat geld kwam, aan die telefoon?
Hij was iemand tegengekomen, iemand die hem nog geld was verschuldigd.
Die iemand had hem die dingen gegeven.
Wie? Nee.

Justitie had nog een ander appeltje met hem te schillen.
Een jaar geleden, net op vrije voeten, dachten politieagenten te zien dat hij aan het dealen was.
Toen ze hem wilden aanhouden, rende hij weg.
Op de vlucht gooide hij een zakje in de berm.
Ook dat zagen de achtervolgende agenten (op scooters).
Ze zochten en vonden in de berm 17 bolletjes cocaïne.
Leo: ‘Niet van mij hoor.’
Als je nadenkt, lijkt hem dat ook logisch, zegt hij tegen de rechters.

Leo weet dat hij straf krijgt, of hij nou zegt dat-ie het heeft gedaan of ontkent, dat maakt toch niet uit.
De vorige keer hadden ze hem drie jaar gegeven.
Toen was ook geschoten met pistolen.
Nu niet.
Hij weet, dat scheelt.
Hij kent het spel.
Zegt tegen de rechters dat de officier van justitie wel eens een grote fout kan maken.
Want misschien ziet de officier hem voor de verkeerde aan: ‘Ik lijk namelijk heel erg op mijn broer. Wij zijn niet van elkaar te onderscheiden.’

De officier van justitie eist 8 maanden celstraf en 497 dagen die hij als bonus mag uitzitten.
Het is het deel van een eerder opgelegde straf die hij niet hoefde uit te ondergaan op voorwaarde dat hij niet opnieuw de fout in zou gaan.
De advocaat vraagt de rechters af te zien van de bonus.
De advocaat: ‘Voegt niets toe. Bovendien, Leo heeft een vriendin, maar die wacht niet eeuwig.’

Maakt het voor Leo allemaal niet zo heel veel uit – zitten hoort bij het leven – Hendrik heeft een leven te verliezen.
Hij vertelt dat hij vanaf zijn 18e zelfstandig is, dat hij altijd zijn eigen geld heeft verdiend, dat hij bedrijven heeft gehad en dat nu, nu hij 60 is, de hele boel aan flarden dreigt te gaan.
Zegt: ‘En dan ga ik naar de donder.’

Hendrik zit al drie maanden opgesloten in de Norgerhaven.
Het verbaast daarom dat hij met een verhaal op de proppen komt dat Leo had kunnen verzinnen.

Hendrik tegen de rechters: ‘Zolang ik vastzit, zijn er al drie mensen vermoord tijdens een overval op een woning. Ik was gewoon ontzettend bang.’
Hendrik is bezig uit te leggen waarom hij een wapen had, een Sig, model P220 met 47 kogelpatronen in een doosje.
De politie had bij hem aangebeld en gevraagd of het waar was dat hij een wapen in huis had.
De politie had een tip gekregen, afkomstig uit het criminele milieu.
Hendrik draaide er niet om heen.
Hij had het wapen uit de slaapkamer gehaald en aan de agenten gegeven.

De agenten vroegen vervolgens of ze eventjes rond mochten snuffelen.
Dat mocht, niet zo slim.
De agenten vonden drugsdingetjes, sealzakje, hennepgruis, flessen vol plantenvoeding, 6.700 euro (met briefjes van 500) in een plastic buis in een hok achter de badkamer, een tafelmodel diepvries met daarin zeven zaken met een witte substantie, twee blauwe regentonnen met 22 pakketjes waarin in totaal 22,88 kilo hennep zat verpakt.
De witte substantie: 12,92 kilo amfetamine (speed).
In de verkoop doet zo’n partij drugs wel een kwart miljoen euro.

Hendrik zegt 25 keer dat hij heel stom is geweest en dat hij straf heeft verdiend.
Maar hij wil het graag uitleggen.
Zijn ex was overvallen in haar woning.
Ze had de hond nog op hen afgestuurd, maar toen hadden de overvallers de hond, die ook zijn hond was geweest, neergeschoten.
Daarom had hij dat wapen gekocht.
Voor 1500 euro.
Van wie? Nee.

Rechters: ‘En die drugs in huis dan?’
Van kennissen.
Die gingen op vakantie.
Drie weken.
Of hij wilde oppassen.
Dat wilde hij wel, want zo is hij.
Ja, dat het drugs waren, wist hij.
Nee, niet dat het zo veel was.
Ja, stom, straf verdiend.

De rechters geven er vriendelijk blijk van dat ze hem niet geloven.
Ze vragen: ‘Zat u niet gewoon in de drugshandel?
Hendrik huilt even en zegt dan dat dat absoluut niet het geval is.
‘Ik ben sales manager geweest, ik ben kundig met verkoop. Ik verdien mijn geld met antiek, met meubeltjes.’
Rechters: ‘Waarom zoveel flessen plantenvoeding?
‘Een kennis wilde een lijntje met orchideeën opzetten.’
Rechters: ‘Klopt het dat de vriend van uw overvallen ex met wie u nog goede contacten heeft, eigenaar is van een growshop?’
‘Ja, dat klopte wel.’

De rechters kijken gelukkig.
Ze hebben zojuist misschien wel de waarheid gevonden.
Nog net niet in koor: ‘Wil iemand nog iets vragen? Nee? Mevrouw de officier van justitie, u is.’

Hendrik had een paar keer tijdens de zitting gezegd er vanuit te gaan dat hij 61 is als hij weer vrijkomt. Stom, maar straf verdiend.
Hij is nu 60 jaar.
De officier van justitie: ‘Heel ernstig, heel veel drugs. Ik eis 5 jaar gevangenisstraf.’

Hendrik kijkt verschrikt en vol ongeloof opzij, naar zijn advocaat: ‘Zei ze nou 5 jaar?’
Ja.

Rob Zijlstra

uitspraak op 9 oktober (op de dag dat Leo jarig is)

Crimineel geld

cropped-schermafbeelding-2014-09-26-om-01-25-25.pngHet was in 2009 een van de grootste politieonderzoeken geweest in Noord-Nederland, het onderzoek Specht.
Onder leiding van een paar Groningers zouden honderden kilo’s softdrugs naar Duitsland en Frankrijk zijn gesmokkeld.
Er werd zelf een keer het gewicht van 2.650 kilo genoemd.
Dat is heel erg veel.

Toen de verdachten werden gearresteerd, werden tienduizenden euro’s in beslag genomen.
Het was een malle arrestatie geweest: de politie was een pand binnengevallen dat werd omschreven als de drugsfabriek van deze criminele organisatie.
De verdachten waren op het moment van de inval zo druk aan het werk, dat ze niet eens in de gaten hadden dat de politie binnen was.
De agenten keken eerst hun ogen uit en gingen pas daarna over tot de aanhoudingen.

De rechtszaak die volgde op het omvangrijke politieonderzoek liep uit op een grote teleurstelling voor politie en justitie.
Er waren forse celstraffen geëist, vijf en zes jaar tegen de hoofdverdachten.
Maar de rechtbank maakte er gehakt van.

De hoofdverdachte tegen wie 6 jaar was geëist, kreeg 18 maanden, de andere hoofdman – Jaap – mocht boeten met 8 maanden celstraf (eis 5 jaar).
De rest van de boevenbende kwam met de schrik en een beetje werkstraf vrij.
De tienduizenden in beslag genomen euro moesten worden teruggegeven omdat in de ogen van de rechters onvoldoende duidelijk was gemaakt dat het geld afkomstig was van misdaad.

Dit alles speelde zich af in februari 2010.
Het wekte dan ook een beetje verbazing dat oud-hoofdman Jaap vandaag opnieuw moest komen opdraven omdat het Openbaar Ministerie (OM) het geld wil hebben dat hij destijds met zijn criminele activiteiten heeft verdiend.
Het OM wil 155.000 euro hebben.
Dat Jaap grotendeels werd vrijgesproken en daardoor maar 8 maanden kreeg in plaats van 5 jaar maakt niet uit.

Het OM redeneert heel creatief.
Het OM stelt (vrije vertaling) dat het onderzoek naar de handel en wandel van Jaap een periode beslaat van 72 maanden.
In die periode, zo is vastgesteld, genoot hij geen legale inkomsten, maar had hij wel een gezin met twee kinderen te onderhouden.
Het OM belde het Nibud en vroeg wat dat nou kost, zo’n gezinsonderhoud per maand.
Het Nibud keek op haar lijstje en zei: zoiets kost 2.152 euro en een beetje.

Dat was in februari 2010.
Het OM is toen aan de slag gegaan met het uitrekenen van 2.152 en een beetje maal 72 maanden.
Zoiets duurt even, maar vandaag werd in de rechtszaal het eindresultaat aan de rechtbank voorgelegd: 155.000 euro.

Jaap zelf was er niet.
Hij woont al jaren in Frankrijk.
De advocaat liet de rechters weten dat hij en Jaap het er niet mee eens zijn.
Jaap moet betalen, simpelweg omdat hij heeft geleefd, zei de advocaat die zei dat dat niet kan.

De rechters gaan er nu over nadenken.
Omdat het ingewikkelde materie betreft, wordt pas in november uitspraak gedaan.

Rob Zijlstra

specht

Meest onveilige plek

cropped-zwijgniet.pngAls je er niet over schrijft, is het alsof het ook niet bestaat.
Dan is het onzichtbaar.
Maar het bestaat wel.
Nog erger: het is overal.
Het is misschien wel de meest voorkomende misdaad om ons heen.
Het aantal inbrekers valt er bij in het niet en uitgaansgeweld is in vergelijking niet meer dan maar wat stoeien.
Als het overal is, dan kun je het niet negeren.
Dan moet je er wel over schrijven.

Over bijvoorbeeld Klaas die 71 jaar is en met zijn looprek de rechtszaal in schuifelt.
Hij oogt allesbehalve gevaarlijk, maar toch zit hij opgesloten in de penitentiaire inrichting De Marwei in Leeuwarden, op de zorgafdeling.
Hij friemelt nadat hij moeizaam is gaan zitten aan de apparaatjes achter zijn oren.
De rechter: ‘Kunt u mij verstaan?’
Klaas: ‘Wel wat.’

Klaas heeft zijn zoon die nu rond de 50 jaar is, seksueel misbruikt.
En niet zo’n beetje ook.
Het gebeurde in het schuurtje, tijdens het vissen, waar niet en heel vaak.
Het is niet de reden dat Klaas zich moet verantwoorden in de rechtszaal.
De misdaad tegen zijn zoon is verjaard, het is te lang geleden.

Rechters vragen desondanks: ‘Is het waar, dat van uw zoon?’
Klaas: ‘Kan wel hoor, maar ik weet er niks meer van.’
Rechters: ‘Of liegt uw zoon?’
Klaas: ‘Denk het niet.’
Rechters: ‘Uw vrouw heeft u een keer betrapt hè?’
Klaas: ‘Daar kan ik mij niks van herinneren.’

Klaas heeft ook drie dochters, inmiddels veertigers.
Joke, nu 49 jaar, heeft aangifte gedaan.
Jarenlang, luidt de beschuldiging, werd zij in de schuur door hem te grazen genomen.
De officier van justitie zegt dat Klaas zijn dochter niet zag als een mens, niet als een kind. ‘Hij zag haar als vlees.’
De vrouw van Klaas wist het wel, maar zij sloot haar ogen waardoor het leek alsof het onzichtbaar was en niet gebeurde.
De rechters: ‘Het heeft nooit geleid tot een echtelijke crisis.’

Klaas begint te huilen.
Rechters: ‘Waarom wordt u nou verdrietig?’
Klaas snikt: ‘Van dit allemaal.’
Rechters: ‘We gaan het er toch over hebben.’

In het uur dat volgt, wordt hem het vuur na aan de schenen gelegd.
De rechters staan niet toe dat hij zich verschuilt achter ‘het kan wel zo wezen’ of achter een ‘ik weet het niet’.
Hij zegt dat hij niet wist dat het hebben van seks met je eigen kinderen verboden is.
De rechters zeggen dat ze het idee hebben dat hij de boel voor de gek zit te houden.
Rechters: ‘Moeten we u echt geloven?’
Klaas: ‘Echt wel.’

De officier van justitie zegt dat deze verdachte normbesef mist en dat hij nog steeds niet snapt dat hij het leven van zijn zoon en dat van een van zijn dochters naar de filistijnen heeft geholpen.
De officier van justitie zegt dat de leeftijd van Klaas geen beletsel is voor het eisen van een lange gevangenisstraf: 48 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk.
Dat is 3 jaar zitten.

Klaas is de enige niet.
Ard (48) zat er omdat hij negen jaar lang zijn dochter verkrachtte, soms twee tot drie keer per week.
Ja, schrik maar even van die zin.
Nu het veel te laat is, heeft Ard vreselijke spijt.
Hij had zich gemeld bij de politie nadat zijn dochter alles had verteld aan de vrouw die daarna zijn ex werd.
Ook hij huilt en zegt dat hij er alles voor over heeft om wat er is gebeurd terug te draaien.

Het had hem verbaasd dat hij niet direct werd aangehouden, maar na wat formaliteiten het politiebureau moest verlaten.
Dat was in juli 2012.
De dochter, nu een jonge vrouw, laat weten het vreselijk te vinden dat het twee jaren heeft moeten duren voordat haar vader (die ze niet meer zo noemt) tegenover de rechters zit.
De officier van justitie – verantwoordelijk – probeert het goed te maken met de strafeis.
Ze zegt: ‘Deze jonge vrouw leefde jarenlang op de meest onveilige plek ter wereld, uitgerekend op de plek waar zij zich het meest veilig zou moeten voelen, bij haar vader, bij haar moeder.’
De strafeis: 7 jaar gevangenis.

Harrie (43) is de derde, de zoveelste, maar heus de laatste niet.
Hij is een man zonder vrienden met ook nauwelijks nog contact met de familie.
De psychiater die in gevangenis Norgerhaven werkt, rapporteert dat Harrie een dominante man is en niet altijd even prettig is in de omgang.
Harrie ziet dat anders.
Hij vertelt dat als hij thuiskomt van het werk zijn vrouw altijd een kopje koffie voor hem maakt, maar als hij ’s avonds wat wil drinken hij dat hij dan zelf pakt.

De eerste keer doet altijd pijn, je moet gewoon volhouden, zou hij tegen zijn stiefdochter van 12 jaar hebben gezegd.
Wat de eerste keer niet lukte, lukte nog diezelfde week wel.
Toen zij vele keren verder ontdekte dat het helemaal niet normaal is dat je seks hebt met je stiefvader, wilde ze het niet meer.
De officier van justitie zegt dat er toen thuis een afspraak werd gemaakt.
Niet meer om de dag, zoals het jarenlang was gegaan, maar drie keer in de week.
Toen de stiefdochter in 2002 een jonge vrouw met bijna altijd buikpijn was geworden, was hij verder gegaan met zijn jongste eigen dochter die zichzelf met mesjes begon te verwonden, nu 16 jaar is en van huis is weggelopen.

Is Harrie een hufter?
Zijn vrouw – de moeder van de kinderen – zegt dat Harrie eerlijk is en trouw, een steun en toeverlaat.
Zij gelooft dat haar man onschuldig is.
Harrie ook.
Hij ontkent alles.
Waarom de twee vrouwen hem dan van zulke vreselijke dingen beschuldigen?
Hij weet het niet.
Bij de politie had hij de beschuldigingen gelul genoemd.

De officier van justitie vindt een gevangenisstraf van 5 jaar passend.
Ze vindt dat het niet anders kan dan dat de verklaringen van de twee vrouwen op waarheid berusten.
Want waarom zouden ze liegen?
Overweldigend is het bewijs niet.
Harrie mag als laatste wat zeggen.
Tegen de rechters: ‘Het is wel even genoeg geweest.’

Schrikt u van deze verhalen, dan is het goed.

Rob Zijlstra

uitspraken op 25 en 29 september

update – 20 september 2014 – vervroegd
De 71-jarige Klaas is ondanks de eis van 48 maanden, 12 voorwaardelijk op last van de rechtbank in vrijheid gesteld. Er is evenwel nog geen uitspraak  gedaan, die is op 29 september.

update – 23 september 2014 – vervroegde uitspraak
De rechtbank heeft Harrie vrijgesproken. Er zou pas volgende week uitspraak worden gedaan maar omdat de rechters oordelen dat er onvoldoende bewijs, is de verdachte onmiddellijk in vrijheid gesteld.

De officier van justitie had over het bewijs gezegd:
‘De(ze) verklaringen ondersteunen elkaar over en weer en kunnen gelden als bewijs voor het misbruik. Er is geen ander motief of belang te bedenken voor het feit dat zij aldus hebben verklaard, dan dat zij de waarheid vertellen. De aangifte en de getuigenverklaring komen ook op veel punten overeen. Niet gebleken is dat zij elkaar hebben beïnvloed in hun verhaal. Verdachte had ook de gelegenheid om het misbruik te plegen. Het gedrag van X is achteraf te verklaren nu het past bij het misbruikt zijn.’

De rechtbank schrijft in het vonnis dat iemand niet veroordeeld kan worden op basis van één verklaring (bewijsminimum): ‘Bij zedenzaken gaat het in de meeste gevallen om een aangifte, waar de (ontkennende) verklaring van de verdachte tegenover staat. Kenmerkend voor dit soort zaken is dat er geen directe getuigen zijn en vaak ook geen ander, bijvoorbeeld forensisch, bewijs. Dat geldt ook voor deze zaak.’

En: ‘De rechtbank stelt voorop dat zij geen aanleiding heeft om aan de betrouwbaarheid van de aangifte van X te twijfelen. De rechtbank is met de officier van justitie van
oordeel dat in dit geval een ander motief voor het doen van aangifte van seksueel misbruik
dan het vertellen van wat haar is overkomen niet voor de hand ligt, met name gelet op het
moment waarop zij voor het eerst over het misbruik heeft verklaard, vervolgens aangifte
heeft gedaan en de omstandigheden waaronder zij daartoe is gekomen.’

Maar omdat de betrouwbaar geachte verklaring geen steun vindt in andere bewijzen, komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken ‘van al het aan hem ten laste gelegde’.

vonnis 3l

het vonnis – klik op de afbeelding -

 

update – 25 september 2014 –  uitspraak
Ard is veroordeeld tot 5 jaar celstraf. → meer info volgt

dit verhaal is ook gepubliceerd in de zaterdagbijlage van Dagblad van het Noorden
⇒ hoe je seksueel misbruik herkent bij kinderen > slachtofferhulp
⇒ eerdere overpeinzing na afloop van zo’n rotrechtbankdag > rotdag

Veel

9589832-hennep

de officier van justitie

lachte nog net niet

schamper

Er zijn veel hennepkwekerijen.
Veel daarvan worden ontmanteld door de politie.
Veel ontmantelingen zijn een gevolg van klikken.
Veel klikspanen bellen Meld Misdaad Anoniem, een club die niet alleen politie van anonieme informatie voorziet, maar ook energiebedrijven, sociale diensten, de belastingdienst en verzekeraars.

Wat in deze veel is, is een lastige vraag.
In Groningen werden de eerste zes maanden van dit jaar 92 meldingen gedaan over hennepkwekerijen, in Drenthe waren er 64 verklikkers.
Friesland: 85.
Noord-Brabant: 622.
Dat is al veel meer.
Of het veel helpt, dat anoniem klikken, is een andere lastig te beantwoorden vraag.
Er gaat ook veel mis.
Of goed, hoe je het maar bekijkt.

Veel oogsten mislukken.
Door kleine rotbeestjes of door rippers, dat zijn boeven die van boeven stelen.
Veel telers die worden betrapt beweren dat.
Ze hopen dan dat de pluk-ze-politie hen een beetje zal ontzien wanneer de criminele winst wordt berekend.

Een feit is dat hennep veel geld opbrengt.
Neem Nelis (42) en zijn vriendin Aal (40) uit Veendam.
Ze zouden gedurende twee jaar 21 hennepplanten hebben verzorgd en vier keer met succes hebben geoogst.
De berekende netto opbrengst: ruim 15.000 euro.

Of Abel (67) en zijn Trijntje (65), ook al uit Veendam, die samen een uitkering genoten, maar volgens een anonieme melding veel te veel geld uitgaven aan ook veel te luxe goederen.
Waar deden ze het van?
De politie deed een inval en telde er 494 hennepplanten.
De rekensom wil doen geloven dat twee oogsten een kleine 100.000 euro had binnengebracht.
Abel en Trijntje hadden uiteraard kosten gemaakt want 494 planten in huis is niet niks.
Wat na aftrek overbleef eiste het Openbaar Ministerie op: 74.487 euro.

Abel vertelde aan de rechters dat er wat centjes bij moesten want het ging even niet zo goed. ‘Ik had nogal wat dieren.’
Terwijl Trijntje die niet nieuwsgierig is aangelegd vooral stond te strijken (volgens Abel), verkocht hij een paar schapen om met de opbrengt wat lampen voor de warmte te kopen.
Abel had daarvoor een adresje in Winschoten.
Hij wil er niet al te veel over zeggen, maar zo was het gegaan.

De rechters willen weten: wist Trijntje echt van niks?
Trijntje is ook verdachte maar niet in de rechtszaal komen opdagen.
Te zenuwachtig?
Abel: ‘Ze zit helemaal stuk.’
Ze wist er, zegt hij , lichtjes van.

Het lelijke aan dit verhaal is dat een en ander zich afspeelde in 2011.
Op RTV Noord was in dat jaar te zien hoe de politie de woning ontruimde.
Voor de camera werden twee Mercedessen, een paardentrailer, een caravan, twee quads, een fonkelnieuwe zitmaaier en een televisie in beslag genomen en afgevoerd.
Die goederen hadden ze volgens de politie immers helemaal niet nodig met hun uitkering.

De tv-uitzending had nare gevolgen, vertelt Abel zijn rechters.
Drie weken later werden ze in hun woning overvallen, door rip-overvallers die dachten dat er nog wel wat te halen viel.
Abel: ‘Mes op de keel, een klap, gekneveld, zoiets heeft een enorme impact.’

Abel ontkent het allemaal niet, maar wel dat hij geld heeft verdiend met zijn plantjes.
Die ene oogst die er was geweest kon hij aan de straatstenen niet kwijt.
Jawel, hij had het wel geprobeerd, want het was hem immers om een extra centje te doen geweest.
Maar niemand wilde kopen.

De officier van justitie lachte nog net niet schamper.
De kleur van de koolstoffilters, de kalkafzetting en de algengroei in de kweekruimte laat geen twijfel: er is vaker geoogst.
Omdat het drie jaren heeft moeten duren – veel te lang – eiste de aanklager voorwaardelijke celstraffen met een werkstrafje erbij voor Abel.
En – veel erger – het inleveren van de winst: 37.243 euro per persoon.
Ze hebben er immers samen van boven hun stand geleefd.

De rechters maakten deze week duidelijk dat de officier van justitie wel meer kan eisen en dat het vooral niet gekker moet worden moet de bestrijding van de hennepcriminaliteit.
Hij kan ook fluiten naar het geld.
Werkstraf voor Abel, vier maanden voorwaardelijke celstraf als waarschuwing voor Trijntje.
Het Openbaar Ministerie heeft onvoldoende duidelijk gemaakt dat de kwekerij 74.487 euro heeft opgeleverd.
Moet je zo’n zaak ook maar niet drie jaar lang op de plank laten liggen.

Bij Nelis en zijn vriendin Aal ging het afgelopen week nog gekker.
Nelis was er wel, Aal niet.
Ook zij waren verlinkt door een anonieme tip, Nelis wist wel door wie.
De politie was met de informatie naar Enexis gegaan en gevraagd hoe het zat met het stroomverbruik op het adres van Nelis en Aal.
Enexis: wij zien geen henneppatroon.
Vier maanden later doet de politie evenwel alsnog een inval en wordt er vastgesteld dat er in een paar bloempotten 21 hennepplanten moeten hebben gestaan.
De in te leveren winst: 15.000 euro.

Twee (2) jaar later – je verzint het niet – hadden ze een brief gekregen van het Openbaar Ministerie: als ze nou eens beide een werkstraf zouden accepteren, hij van 60 uur, zij van 40 en 5.000 euro betalen, dan zijn we klaar.
Als ze dat voor 31 december 2014 doen, doen wij er zand over, luidde het voorstel.

Nelis zei tegen de rechter dat hij het dus maar raar vond dat hij nu al in de rechtszaal zat.
Hij dacht, want zo stond het in de brief, dat hij er tot eind dit jaar over kon nadenken.
Hij is het er dus niet mee eens dat hij nu in de verdachtenbank zit.

De officier van justitie heeft een ander probleem.
De politie had nooit bij Nelis en Aal mogen invallen.
Een inval op basis van een anonieme tip is verboden.
Het mag pas als er nog iets anders is dat doet vermoeden dat er hennep wordt geteeld.
Geur, hoog stroomverbruik, altijd de gordijnen dicht bijvoorbeeld.
Twee Mercedessen.
Nu er niets van dat alles aan de hand was heeft de politie de wet overtreden en dat moet leiden tot vrijspraak voor de verdachte.
Het geleverde bewijs is niet wettig.
En ze hoeven om die reden die 15.000 euro ook niet te betalen.
Zo werkt het.

Nelis tegen de rechter: ‘Ik begrijp er niks meer van.’
De rechter wel.
De rechter zegt: ’Er zijn veel hennepkwekerijen, maar dat mag voor de politie geen vrijbrief zijn om de regels aan de laars te lappen. En 21 hennepplanten is nou niet een aantal waarvan de aarde uit de baan schiet. Ik spreek u en uiteraard ook uw vriendin vrij. Uw advocaat legt het wel uit, ik wens u een prettige dag.’

Je kunt veel zeggen.
Bijvoorbeeld dat politie en justitie veel werk maken van het aanpakken van de hennepteelt.
Maar je kunt niet beweren dat ze die strijd heel serieus nemen.
Ze doen maar wat, lijkt het wel.

Veel meer is er niet van te maken.

Rob Zijlstra

 

Schermafbeelding 2014-09-10 om 08.52.51

tweets van het openbaar ministerie noord nederland

 

Mond vol tanden

de politie had geen agenten met tijd beschikbaar

Voor een verdachte is een strafzaak vooral een kwestie van het beperken van de schade.
Het is dus niet zo dat alle verdachten ontkennen en vinden dat ze onmiddellijk moeten worden vrijgesproken.
Een flink deel van de beklaagden geeft gewoon toe de misdaad te hebben gepleegd en vindt dat zoiets vervelends ook consequenties moet hebben.
Dus straf, als het even kan niet al te veel natuurlijk.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf kijken rechters niet alleen naar de ernst van het gepleegde, maar ook naar de omstandigheden waaronder (alleen of met z’n allen, overdag of in de nacht, honger of geld zat), naar de persoon van de verdachte (mad or bad) en naar de houding van de verdachte tijdens de rechtszaak.
Dit laatste wordt door verdachten vaak onderschat.
Advocaten willen nog wel eens vergeten hun cliënten te voorzien van de juiste instructies.
Damage control vraagt om een goede voorbereiding.

Verdachten die onderuitgezakt tegen rechters gaan je-en en jij-en snappen het niet, hoewel u zeggen en ja en nee meneer, mevrouw de edelachtbare geen garantie is voor strafkorting.
Liegen wordt geaccepteerd, maar slecht liegen niet.
Het aller slechtste dat een verdachte kan doen is ongeloofwaardige onzin uitkramen.

De 21-jarige Jetze deed het op zich niet onaardig.
Hij had zich met vrienden in de binnenstad van Groningen vol laten lopen met bier en XTC-pillen.
Toen het vroeg in de ochtend was geworden begon hij dingen te zien die er helemaal niet waren.
Hij zag dat zijn vrienden werden aangevallen en sloeg er toen – om hen te helpen – op los.

Tegen de rechters: ‘Ik dacht dat er sprake was van een dreigende situatie en vond dat ik moest ingrijpen. Ik dacht dat er meer aan de hand was dan er aan de hand was.’
Twee jongemannen werden neergeslagen wat bij een van hen leidde tot een onherstelbaar beschadigd gebit.
‘Ik kan geen appels meer eten,’ zei het slachtoffer tegen de rechters.
Een derde slachtoffer werd geschopt, met de hak tegen het voorhoofd.

Jetze geeft het slaan toe, een harde klap en eentje zonder kracht, zegt hij.
‘Maar ik heb niet geschopt.’
Bij de politie was het helemaal misgegaan.
Tegen de rechters zegt hij – en dat was niet erg handig: ‘Ik heb geen hoge pet op van de politie, dus toen ik werd verhoord was ik zwaar geïrriteerd.’
Hij had gezegd dat geweld hoort bij uitgaan.
Dat hij wel vaker iemand zomaar had geslagen en dat dit ook niet de laatste keer zou zijn.

In de rechtszaal: ‘Beetje dom.
Rechters vragen: ’Niet geschopt?
‘Nee, want dan had ik het nu nog wel geweten.’
Rechters: ‘O ja? U was ladderzat.’
Jetze: ‘Ik weet toch ook nog dat ik twee keer heb geslagen?’

Wat hij er van vindt dat een van zijn slachtoffers bijna een jaar na dato nog altijd last heeft van zijn tanden en dat die tanden niet meer te redden zijn?
Dat vindt Jetze heel erg.
Aan de andere kant: hem is eens hetzelfde overkomen, dus tja…
Die houding maakt dat hij van de officier van justitie niet het voordeel van de twijfel krijgt.
Die zegt: ‘Meneer is een first offender, maar wat hij heeft gedaan is een ernstig feit, een ernstige vorm van uitgaansgeweld. Ik eis twee jaar celstraf, half jaar voorwaardelijk.’

Eerder op dag stond Prem terecht.
Hij is geen onbekende in zittingszaal 14.
In de zomer van 2010 kwam jij er voor het eerst, in november 2011 voor de tweede keer en vorig jaar juni was hij er ook.
Steeds voor nieuwe zaken.

Hij heeft, hoewel nog maar 22 jaar oud, behoorlijk wat zittingservaring.
Prem wordt beschuldigd van een diefstal met geweld, gepleegd met anderen.
Bij een mislukte inbraak in Groningen zou hij de bewoner die hem en zijn compagnon betrapte met een breekijzer op het hoofd hebben geslagen.
Dat was in januari 2013.

Hij was vrij snel als verdachte in beeld gekomen, maar omdat de politie geen agenten met tijd beschikbaar had, bleef de zaak negen maanden op een plank liggen.
Het zou tot september 2013 duren alvorens Prem werd aangehouden.
Daarna had het Openbaar Ministerie nog eens een heel jaar nodig de zaak aan de rechtbank voor te leggen.
Prem is mede om die reden niet gedetineerd, de detentie is geschorst.

Hij komt ditmaal dus als een vrij man de rechtszaal binnen.
Hij heeft zijn vriendin meegenomen.
Als ze samen binnenkomen, wijst hij aan waar ze kan gaan zitten.
Hij kent de weg.
Vanuit de verdachtenbank werpt hij haar nog een kusje toe, met een lieve glimlach ter geruststelling, om haar duidelijk te maken: het komt wel goed.

Het gaat helemaal fout.

Rechters: ‘Heeft u het gedaan?’
Prem: ‘Ik heb er niets mee te maken, praat maar met mijn advocaat.’
Dat is geen goede houding, het is een slecht begin.

Rechters: ‘Nou?’
Prem: ‘Ik ontken niet, ik beken niet, ik ben op de goede weg en wil dit achter mij laten.’
Rechters: ‘Anderen zeggen dat u er bij was, waarom zeggen ze dat?’
Prem: ‘Ik heb geen idee.’
Rechters: ‘Op het breekijzer waarmee de bewoner is geslagen is DNA aangetroffen, uw DNA. Hoe verklaart u dat?’
Prem: ‘Ik zou het niet weten. Ik heb het breekijzer uitgeleend misschien?’
Rechters: ‘U leent vaker dingen uit?’
Prem: ‘Kennelijk, ik heb er niets over te zeggen.’
Rechters: ‘Dat is wel heel gemakkelijk.’

Prem had beter voorbereid moeten zijn.
De officier van justitie is zonder ook maar een greintje twijfel overtuigd van zijn schuld.
En de aanklager haalt keihard uit.
Hij eist een gevangenisstraf van vijf jaar.

Rechters, standaardvraag: ‘Heeft u de eis begrepen.
’Prem: ‘Ik sta met de mond vol tanden.’

De reclassering had nog wel zo positief geadviseerd.
Prem heeft het verkeerde pad verlaten.
Hij heeft een eigen woning, een kamer, woont samen, heeft met goed gevolg een agressie-regulatietraining afgerond, hij begint met een opleiding, komt afspraken na, wil anders dan vroeger luisteren, hij heeft gebroken met het criminele circuit.
De reclasseringsmedewerkster: ‘Als Prem naar de gevangenis moet, werkt dat averechts. Dan moeten we ons afvragen wat we terugkrijgen als hij er weer uitkomt.’
De reclassering denkt dat de samenleving er niet bij is gebaat Prem vijf jaar lang op te sluiten.
Integendeel.

De rechters denken nu twee weken na.
Prem had nog gezegd, vijf jaar, dan ben ik echt alles kwijt.
De vraag is of rechters ook aan damage controle doen.

Rob Zijlstra

uitspraak op 18 september