Opheldering

Schermafbeelding 2014-11-25 om 17.20.28

Vandaag (dinsdagmiddag en -avond) behandelt de Tweede Kamer de begroting Veiligheid en Justitie.
In september schreef ik in Dagblad van het Noorden over de problemen in de strafrechtketen in Noord-Nederland. De kern van dat probleem is dat de politie (te) weinig zaken aanlevert bij het Openbaar Ministerie, waardoor de rechtbanken verstoken blijven van strafzaken.

Het aantal strafzaken dat wordt behandeld door de meervoudige strafkamers in Noord-Nederland daalt met 35 procent.
Landelijk is sprake van een stijging (centraal bureau voor de statistiek) van bijna tien procent.

De huidige situatie is dat er op dit moment te weinig werk is voor de strafrechters in Noord-Nederland. De strafsector wordt om die reden volgend jaar verkleind.
De forse afname van het aantal strafzaken is bevestigd door de rechtbank.

De strafsector van de Rechtbank Noord-Nederland heeft de problematiek afgelopen zomer besproken met Magda Berndsen, lid van de Tweede Kamerfractie van D66.
Zij is oud-korpshef van de regiopolitie Friesland.
In september liet zij in Dagblad van het Noorden weten opheldering te zullen vragen tijdens het begrotingsdebat.

Vanmiddag heeft Magda Berndsen laten weten dat ze dat vanavond zal doen.
Ik volg het.

rob zijlstra

tweede kamer (om te luisteren)
gare rapen (om te lezen)

update – 22.28 uur
Ik ben vanmiddag enthousiast aan het luisteren geslagen. Het is nu 22.29 uur en ik vrees dat de oplossing niet uit Den Haag komt. Berndsen heeft nog niet gesproken.

update – 22.56 uur
Berndsen heeft inmiddels gesproken. ‘t Is niet best. Ze zei dat het bij de nationale politie aan alle kanten hapert, dat alle rek bij het Openbaar Ministerie is verdwenen en dat de rechtspraak in de rode cijfers zit en dat de kwaliteit onder druk staat.  Maar ze vroeg niet om opheldering over de bijzondere situatie in Noord-Nedederland. Misschien morgen, heet het. Het debat wordt woensdagmiddag (15.30 uur) voortgezet.

update – woensdag 26 november 2014, 00.35 uur
Duisternis.

update – donderdag 27 november 2014, 00.38 uur
Minister Opstelten aan het woord. Hoor dat verschillende kamerleden de zaal al hebben verlaten. Ik heb geen licht in mijn duisternis mogen horen, maar het kan ook zijn dat ik het heb gemist.  Teeven nu aan het woord, legt uit waarom het (zijn) beleid succesvol is. Morgen (donderdag) maar even bellen/e-mailen/appen/sms’en.

 

 

Gare rapen

Het is niet voor iedereen onaangenaam dat in Den Haag het idee bestaat dat het Noorden ontzettend ver weg is.Schermafbeelding 2014-11-23 om 21.27.44
Het is goed voor politie, goed voor justitie, misschien is het wel goed voor heel de strafrechtketen in Groningen, Drenthe en Friesland.
De afstand maakt dat ze in Den Haag niet of nauwelijks in de gaten hebben wat er hier gaande is.
En zolang de noordelijke correspondenten van de landelijke media hun redacties niet kunnen of weten te bereiken dan wel er geen gehoor vinden, blijft de Residentie in onwetendheid en de boeven blij.

Het heeft wel een aantal keren in Dagblad van het Noorden gestaan, die krant waar ik voor werk: terwijl de misdaad onverminderd doorgaat, slaagt de politie in Noord-Nederland er steeds minder goed in boeven op te pakken.
Het aantal strafzaken bij de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden loopt daardoor met een derde terug.
Buiten het Noorden is er sprake van een stijging van bijna tien procent.
Strafzaken die er wel zijn in het Noorden, zijn soms drie, vier jaar oud voordat ze de rechtszaal bereiken.

De kans dat een misdadiger zich voor een noordelijke rechter moet verantwoorden is niet bijster groot.
In een buitenland zouden we dat zorgelijk straffeloosheid noemen.
De strafsector van de Rechtbank Noord-Nederland wordt volgend jaar ingekrompen.
De enige reden: omdat de politie onder aanvoering van het Openbaar Ministerie (justitie) niet doet wat wel moet, is er simpelweg te weinig werk voor de huidige vijftig strafrechters.

Misschien is zoiets in heel Nederland nooit eerder vertoond.

Er waren deze week wel een paar strafzaken in het vaak lege Groninger gerechtsgebouw.
Er was een notoire woninginbreker uit Stadskanaal die al 28 keer eerder is veroordeeld wegens soortgelijks.
Hij ontkent.
Dat zegt niks, want dat doet hij altijd.
Rechtszaal-logica is dat een verdachte die toegeeft het te hebben gedaan als geloofwaardig wordt beschouwd, terwijl een ontkennende verdachte wordt gezien als een leugenaar.

Er was een man uit Delfzijl die boos was.
De politie was bij de buurman geweest vanwege zijn lawaai.
Toen de politie hem daar op aansprak, constateerden agenten dat de boze man onbetaalde boetes had uitstaan.
Hij moest mee naar het politiebureau.
Eerst vanwege het lawaai, toen vanwege de boetes en toen hij eindelijk naar huis mocht, zeiden de agenten dat ze 30 gram hennep in zijn woning hadden gevonden.
Toen moest hij weer blijven.

Boze man tegen de rechters: ‘Ze probeerden me keihard te naaien. Ik mocht gaan en dan weer niet.’
Rechters: ‘En toen werd u boos.’
Boze man: ‘’Ja, ik had niets gedaan, ik was er wel een beetje klaar mee.’
Rechters: ‘En toen veegde u het toetsenbord en een beeldscherm van tafel.’
‘Ja.’
Rechters: ‘En vloog het kopje koffie tegen de muur.’
‘Dat had ik niet moeten doen.’
Rechters: ‘Dus u bekent?’
‘Ja.’

De boze man zit niet vanwege dat lawaai, die boetes, de 30 gram of anders voor de meervoudige strafkamer.
Hij zit tegenover zijn drie rechters omdat hij met de koffie de muur van de verhoorkamer – toebehorende aan de politie Noord-Nederland – heeft vernield en/of beschadigd.
Omdat de muur moest worden overgeschilderd heeft de politie een schadeclaim ingediend van 171 euro.

De boze man zegt dat hij die wel wil betalen.
Zegt: ‘Wat ik gedaan heb, heb ik gedaan.’

De officier van justitie vindt een werkstraf passend: 30 uur.
Maar omdat de boze man een tijdje vast heeft gezeten, mag hij een aantal uren in mindering brengen: ook 30.
Opdat er 0 overblijft en 171 euro.
Betalen, klaar.

De advocaat is het daar niet mee eens.
Hij wil vrijspraak.
Zegt: ‘In de context van wat er allemaal is gebeurd is het logisch dat iemand een beetje boos wordt. En dan valt er een kopje koffie om. Tja…’
De boze man: ‘Het is niet eerlijk.’
De rechters doen over twee weken uitspraak.

Er was een nurkse jongeman uit Veendam.
Hij zou op 28 juli 2013 op de dansvloer van de disco het topje van zijn ex (flirt van een paar dagen) naar beneden hebben getrokken, waardoor de linkerborst even zichtbaar was.
Heel vervelend.
Juridisch heet zoiets aanranding.
En zo niet, zegt de officier van justitie tegen de rechter, dan moet het belediging heten.

De nurkse jongeman wil er niks over zeggen.
Hij beroept zich op het zwijgrecht.
De rechters vragen aan de aanklager waarom zij in vredestijd zich gedrieën moeten bezighouden met zo een kwestie.
De officier van justitie zegt dat billen en borsten in een discotheek een seksuele lading hebben en dat hij er verder ook niks aan kan doen.
Dat hij ook zijn bedenkingen heeft.
Aan de andere kant: het is in strijd met ethische normen.
Eis: werkstraf van 30 uur.

Dezelfde advocaat (toeval) is het er weer niet mee eens.
Hij zegt dat zedenzaken altijd door drie rechters beoordeeld moeten worden, dat dat de afspraken zijn.
Maar dat alle andere afspraken door de politie met de voeten zijn getreden.
Bij zedenzaken, zegt de advocaat, dient in het belang van de waarheidsvinding een protocol te worden gevolgd en dat is niet gebeurd.
Ernstige fouten, zo ernstig dat het Openbaar Ministerie het recht de jongeman te mogen vervolgen, heeft verspeeld.

De advocaat denkt dat het feit dat de vader van de onteerde jongedame zelf politieman is, er niets mee te maken heeft.
Dat de politievader aanwezig was bij de verhoren, is weer wel bedenkelijk.

De officier van justitie hoort het aan.Schermafbeelding 2014-11-23 om 21.27.44
Kijkt op zijn beurt bedenkelijk.
Kijkt naar het plafond.
Tuit de lippen.
Knijpt een paar keer de ogen stijf dicht.
Gaat staan.
Zegt dan: ‘De advocaat heeft gelijk. Er zijn fouten gemaakt wat moeten leiden tot uitsluiting van bewijs. Ik zal mijn eis aanpassen. Geen 30 uur werkstraf, maar ik eis dat u verdachte vrijspreekt.’

De jongeman blijft nukkig kijken, de advocaat verlaat de rechtszaal met een tevreden glimlach.
Het is in de strafrechtspraak een zeldzaamheid dat een officier van justitie zijn strafeis na een pleidooi van een advocaat naar beneden bijstelt.
In Groningen is het de afgelopen tien jaar misschien twee keer eerder gebeurd.

Een kopje koffie, vieze politiemuur, een topje, blote borst, heel vervelend.
Veel erger is dat zolang ‘Den Haag’ onwetend blijft, heel de noordelijke strafrechtketen kan blijven doen alsof er niets aan de hand is.
Er is een kans dat er een dag aanbreekt dat iemand in De Haag opmerkt te hebben vernomen dat er rare merkwaardige dingen schijnen te gebeuren in het Noorden van het land.

En dan komen ze.
Om in te grijpen.
Om orde op zaken te stellen.
Terwijl de rapen nu al gaar zijn.

Rob Zijlstra

uitspraken op 4 december

extra 
uit Dagblad van het Noorden

bericht1

pagina 1, dagblad van het noorden, 27 september 2014

bericht2

vervolg pagina 1, dagblad van het noorden – 27 sept ’14

De rechters weigeren

Hoe het kan gaan, soms.

Het is 2011 en Mark rommelt in dat jaar een beetje in de hennepwereld.9589832-hennep
Hij heeft ondernemend bloed en op een dag zijn zinnen gezet op een grow-web-shop.
Om klanten te werven moet hij de boer op en zo komt hij van alles tegen en met iedereen in aanraking.

Wat hij niet weet is dat er een groot politieonderzoek gaande is naar mensen met wie hij soms in zee gaat.
Die mensen vormen een criminele organisatie.
Via telefoontaps en observaties komt ook hij af en toe in beeld.
Niet als grote vis, maar als bijvangst.

De drugsbende – die vooral zaken doet met Duitsland – wordt in 2011 ontmanteld en de bendeleider krijgt in augustus 2012 een jaar celstraf.
Er was drie jaar geëist.

Mark was in april 2011 aangehouden.
Waar hij dan is, zijn ook 36 hennepplanten en 3.656 hennepstekken.
Na verhoor op het politiebureau mag hij gaan.
De politie neemt wel zijn auto, zijn computers, telefoons en meer van waarde in beslag.
Zo gaat dat.
De winst (criminele winst) die hij volgens de rekendeskundigen van de politie zou hebben gemaakt bedraagt 200.107,94 euro.

Op 25 maart 2013 krijgt Mark een brief van het Openbaar Ministerie.
Dat doet een schikkingsvoorstel: betaal 5.500 euro en dan doen wij zand erover.
Mark wil dat niet.
Hij voelt zich niet schuldig en wil de zaak voorleggen aan de rechtbank.

9589832-hennepRuim anderhalf jaar na dat schikkingsvoorstel en drie-en-een-half jaar na zijn aanhouding, is  het zover.
Vrijdagmiddag, 21 november 2014.
Mark is wat zenuwachtig, want er staat voor hem nogal wat op het spel.
Bovendien weet zijn werkgever van niks en dat wil hij heel graag zo houden.
Het is de laatste strafzaak van de week.

Bij aanvang van de zaak vragen de rechters hoe dat nou kan, dat een zaak uit 2011 die in augustus 2012 wordt afgerond pas op 21 november 2014 in de rechtszaal belandt?
De officier van justitie zegt dat hij dat ook niet weet, dat het heel vervelend is en biedt vervolgens zijn excuses aan aan de verdachte.

De officier van justitie komt dan met een verrassing.
Hij zegt dat hij nog een keer is gaan rekenen en dat de criminele winst zoals de politie die becijferde, ietwat moet worden bijgesteld.
Het is niet 200.107, 94 euro.
Het moet 9.336,70 euro wezen.

De rechters: ‘Maar dat is nogal een verschil.’
De officier van justitie zegt dat ze bij de politie iets te enthousiast waren.

Tja, zeggen de rechters en gaan nadenken.
Na nadenken zeggen ze vrij vertaald: Maar zo een oude zaak en dat de winst zo naar beneden is bijgesteld, is het dan nog wel een zaak voor de meervoudige strafkamer? Hoort zo’n zaak niet thuis bij de politierechter waar de doorgaans meer eenvoudige zaken worden behandeld?

Tja, zeggen de advocaat en de officier van justitie op hun beurt.
Er volgt nogmaals beraad.
En dan verrassen de rechters: ze willen niet.
Ze weigeren de zaak meervoudig te behandelen.
Dat is pijnlijk voor het Openbaar Minsterie.

Twee rechters trekken zich nu terug.
De voorzitter blijft zitten.
Hij is nu politierechter.

De officier van justitie zegt dat kan worden bewezen dat Mark zich heeft ingelaten met drugshandel.
Ernstig feit, strafbaar ook.
De officier van justitie zegt dat hij ook rekening zal houden met het tijdsverloop.
Hij eist een boete van 1000 euro.
Geheel voorwaardelijk.
Mark hoeft dus niks te betalen.
Dat wil zeggen: hij moet wel de criminele winst inleveren, die 9.336,70 euro.

De advocaat zegt dat de officier van justitie zijn rechten heeft verspeeld.
Zo een oude zaak en dan nu pas.
Advocaat: ‘Bovendien is er sprake van een schending van de behoorlijke procesorde. Het OM dreigt met een ontneming van meer dan 200.000 euro en biedt dan een schikking aan van 5.000 euro. Dus betaal 5.000 om te voorkomen dat je mogelijk meer moet betalen. Dat noem ik chantage, dat is iemand iets door de strot duwen.’

De politierechter doet direct uitspraak.
Het OM mag vervolgen (is ontvankelijk), want het tijdsverloop is keurig verwerkt in de eis.
Die is redelijk.
Dat Mark hennepstekken heeft vervoerd kan worden bewezen, hij geeft het zelf ook toe, vindt de politierechter.
Heeft hij ook gehandeld?
Politierechter: ‘Dat blijkt niet uit het dossier.’9589832-hennep

De straf: een boete van 1000 euro, geheel voorwaardelijk, proeftijd een jaar.
De vordering van 9.336,70 euro wordt afgewezen want onvoldoende aannemelijk gemaakt.

De advocaat zegt: ‘Zo.’
Zegt: ‘En nu proberen de spullen terug te krijgen die in 2011 in beslag zijn genomen door de politie, waaronder een auto, laptops, een iPhone.

Het vermoeden bestaat dat de eigendommen van Mark zijn verdwenen, dat die al door de politie te gelde zijn gemaakt.

Soms gaat het zo.

Rob Zijlstra

.
extra
In korte tijd kwamen van verschillende (juridische) kanten dezelfde vraag binnen: wie was die advocaat?
Het is/was strafrechtadvocaat Mathieu van Linde.
Te Groningen.

Gilbert

Rechters mogen (moeten) de samenleving mishagen,

maar beter niet de verdachte

Het klikt niet tussen de verdachte en de rechters.
Dat ligt niet alleen aan de rechters.
De verdachte is een 21-jarige jongeling met wie nu al niet valt te spotten.
Hij is man, nooit bang.
Raak je hem aan, dan wordt hij agressief.
Dan gaat hij klappen.
Hij is een baas die je en jij tegen de rechters zegt.
Hij heet Arion en komt uit Assen.

Als het proces een half uur gaande is, wordt het de rechters te veel.
De voorzitter beveelt geïrriteerd dat ‘wij rechters’ met u aangesproken wensen te worden. ‘Zoals wij u ook met u aanspreken. Dat zijn hier de spelregels. Begrepen?’
Arion haalt de schouders op.
Ook goed, als jij dat wilt.

Het is voor het verloop van een strafzaak nooit goed als het niet klikt tussen de rechters en de verdachte.
Omdat de rechters achter de waarheid moeten zien te komen en er een redelijke kans bestaat dat de verdachte bij de misdaad aanwezig is geweest – in tegenstelling tot de rechters – heeft een klik de voorkeur.
Rechters mogen (moeten) de samenleving mishagen, maar beter niet de verdachte.

Arion heeft in de vroege ochtend van 23 februari dit jaar de 27-jarige Gilbert van Leeuwaarde met een mes in het hoofd gestoken.
Dat gebeurde in de Peperstraat in Groningen, daar waar de cafés en eethuizen alleen bij daglicht zijn gesloten.

In het ziekenhuis wordt die ochtend de familie bijeengeroepen.
De broer nog vol hoop: ‘Wij dachten, als hij straks wakker wordt, dan nemen we hem mee naar huis.’
De artsen zeggen dat Gilbert het einde van de dag niet zal halen.
De verdrietige broer: ‘Je wilt dan niet dat er een einde aan de dag komt.’
Om tien uur die avond overlijdt Gilbert van Leeuwaarde.
De broer heeft een indrukwekkende brief geschreven die aan de rechters wordt voorgelezen.
Ontredderd.
‘Hoe kan iemand die je hele leven bij je is, er in een klap niet meer zijn?’

Direct na de steekpartij weet Arion zich los te maken uit een groep opgefokte mannen en begint hij te hollen, eerst rustig, maar dan als een haas.
Dat is niet voor niets, want vijf, zes van die mannen rennen achter hem aan.
Niet om hem in te halen, maar om hem te grazen te nemen.
Het klikt zeg maar ook niet tussen hem en hen die gretig voor eigen rechter willen spelen.

Arion weet zonder kleerscheuren of erger het politiebureau te bereiken.
Hij loopt dankbaar in de armen van politieagenten die net op weg zijn naar een melding van een steekpartij in de Peperstraat.
De agenten brengen hem eerst in veiligheid en als dat eenmaal het geval is arresteren ze hem.
Er zijn gevallen van moord- en doodslag waarbij het aanzienlijk lastiger was de dader van een ernstig misdrijf te pakken.
Want dat Arion de fatale messteek heeft toegebracht, staat niet ter discussie.
Beveiligingscamera’s die her en der in de binnenstad van Groningen hangen, hebben de steekpartij geregistreerd.

Arion zegt dat hij die avond geen problemen wilde.
Hij wilde ook niet vechten.
Hij wilde een pizza eten toen S. plots voor hem stond en een vinger in zijn buik drukte.
Hij kent S.
Die had hem maanden eerder al een keer geklapt.
Gilbert van Leeuwaarde was daar ook bij geweest.
Ook geen vriend.
Er vallen lelijke woorden.
Iemand roept: ‘Geen gekke dingen.’
Iemand anders, mogelijk Arion: ‘Het wordt moord vanavond.’

Er valt een klap, er wordt getrokken, geduwd.
Beveiligingscamera’s zoomen in, wat geen beter beeld oplevert.
In de schouder van S. wordt een mes gestoken.
Het is nu 06.28 uur.
Arion wordt vastgepakt, hij ’vliegt’ samen met Gilbert van de ene naar de andere kant van de straat.
Ze vallen.
Gilbert blijft liggen. Verdachte steekt op dat moment met brute kracht, zal de officier van justitie later zeggen.

De politie heeft lang gezocht naar een motief, maar dat wordt niet gevonden.
De officier van justitie (die de verdachte met je en jij blijft aanspreken): ’Er is hier sprake van volstrekt zinloos geweld.’
Hij vraagt: ‘Waarom is het zo uit de hand gelopen?’
Arion antwoordt: ‘Ik snap ook niet waarom ze mij altijd moeten hebben, ik ben geen boksbal.’
De officier: ‘Maar jij bent wel verantwoordelijk.’
Arion: ‘Klopt.’

De rechters willen weten hoe hij het mes openklapte.
Met twee handen?
Met de duim, zegt Arion.
De rechters: ‘Bij de politie heeft u gezegd, met twee handen, u heeft het zelfs voorgedaan.’
Arion: ‘Jouw collega’s hebben dat niet goed opgeschreven.’
De rechters, fel: ‘Collega’s? Laat even een ding goed duidelijk zijn, wij zijn rechters, wij zijn geen collega’s van de politie.’
Arion, kortaf: ‘Voor mij wel.’

Het openklappen van een mes met twee handen vergt tijd en inspanning, tijd die ook gebruikt kan worden voor kalm beraad, een vereiste om van moord te kunnen spreken.
De officier van justitie wikt en weegt en zegt dat de gebeurtenissen naar moord neigen, maar dat het toch doodslag moet heten.
Vervolgens laat de officier van justitie in de rechtszaal de beelden van de fatale steekpartij zien die hij voorziet van commentaar om duidelijk te maken dat van noodweer geen sprake kan zijn.
Arion had dat gezegd, dat het zelfverdediging was.
De rechters (voor hun beurt): ’Het was een betere zelfverdediging geweest als u hard was weggelopen.’

De aanklager concludeert dat Arion een strafbare dader is.
De eis: 12 jaar gevangenisstraf.
De advocaat zegt dat haar cliënt misschien wat stoer overkomt, maar heus spijt heeft en berouw.
Ze zegt: ‘Op de dag dat Gilbert stierf, is de toekomst van Arion verduisterd.’
Ze zegt dat Arion zich wel degelijk moest verdedigen, dat hij het met de vuisten niet zou redden.
Gilbert had geen mes, maar wel vrienden.’
Het steken zelf: een ongeluk.

Zodra de strafeis vanuit de rechtszaal via Twitter wereldkundig is gemaakt, tweet iemand terug: ‘Toch gek om (…) te lezen dat de moord die ik live zag gebeuren en maar een paar seconden duurde zo’n 12 jaar kan kosten.’

Arion zelf ziet dat anders.
In zijn laatste woord: ‘Ik ben jong, ik wil geen lange straf.’

Rob Zijlstra

update – 20 november 2014 – uitspraak
Arion is veroordeeld tot 10 jaar celstraf. Geen ongeluk, maar opzet; geen noodweer, want geen noodweersituatie. Arion werd niet aangevallen, maar was de aanvaller. Geen moord, want geen voorbedachten rade, maar wel doodslag.

het vonnis

Schermafbeelding 2014-11-20 om 13.55.26

gilbert2

Baflo – hoger beroep [3]

vrijdag

Openbaar Ministerie eist 22 jaar celstraf tegen Alasam S. in hoger beroepszaak Baflo

Het OM acht te bewijzen:
Gekwalificeerde doodslag op Dick Haveman
Doodslag op Renske Hekman;
Pogingen tot doodslag op twee omwonenden;
Bedreigingen tegen politiemensen tijdens aanhouding,
Poging tot zware mishandeling agente tijdens aanhouding.

Mocht het hof gekwalificeerde doodslag niet bewezen achten dan doodslag en moet de eis 18 jaar celstraf luiden.

Het OM houdt rekening met recente arresten van de Hoge Raad met betrekking tot de voorbedachten rade. ‘Nieuwe’ rechtspraak wil dat er aan deze kwalificatie – een vereiste om van moord te kunnen spreken – zwaardere eisen worden gesteld.

Nu het OM van mening is dat moord niet bewezen kan worden, maar wel de lichtere variant van het levensdelict – doodslag –  ligt een lagere strafeis voor de hand.

Voor doodslag, meermalen gepleegd, kan maximaal 20 jaar celstraf worden opgelegd. Wanneer sprake is van gekwalificeerde doodslag kan daar nog wat bij, omdat deze variant geldt als strafverzwarend.

rob zijlstra

artikel 288 – gekwalificeerde doodslag
Doodslag gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie. meer → gekwalificeerde doodslag 

Baflo – hoger beroep [2]

dedes6Zet zes deskundigen op een rijtje en stel aan hen heel de dag vragen.
Wat weet je dan uiteindelijk?
Dan weet je dat er (forensisch) psychiaters en psychologen bestaan, autoriteiten op hun vakgebied, die cadeautjes aannemen van de farmaceutische industrie.
Of reisjes maken naar congressen op kosten van de pillendraai-industrie.
Dat zoiets in de farmaceutische wereld heel gewoon is.

Dan weet je ook dat de psychiatrie en psychologie bol staan van mal jargon dat te pas en te onpas wordt gebezigd.
Dat vijf deskundigen het heel erg met elkaar eens kunnen zijn over alles, behalve over de conclusies die ze uit alles hebben getrokken.

Of dat alles nooit zwart-wit is (zoals de media) en ook nooit helemaal waar.
Dat koorts een kenmerk is van griep, maar dat je bij griep niet per definitie koorts hoeft te hebben.
Dat bij partnerdoding het feit dat partners vaak bij elkaar in de buurt zijn, een niet onbelangrijke rol speelt.

Kun je van het gebruiken van het medicijn Paroxetine in een psychose geraken?
Ja.
Nee.
Ja, maar…
Nee, zij het…

Dat een zesde deskundige de mening kan zijn toegedaan dat vijf andere deskundigen er helemaal niets van begrepen hebben.
Omdat ze de kennis ontberen.
En dat die vijf anderen zich daar niet in herkennen.

Verkeerde Alasam S. op het moment dat hij zijn vriendin Renske Hekman en daarna motoragent Dick Haveman om het leven bracht in een psychose?
En als dat zo is, is Alasam S. dan een beetje verminderd of volledig ontoerekeningsvatbaar?
Dat zijn de twee kernvragen.
De zes deskundigen na heel de dag: Ja. Zeker. Nee. Maar mogelijk wel. Of niet. Tenzij.

Zo ongeveer ging het woensdag in zaal A van het Paleis van Justitie in Leeuwarden.
Er hadden ook zestig deskundigen kunnen zitten, de uitkomst was hetzelfde geweest.
Het lag ook niet aan hen, niet aan hun deskundigheid.
Zij kunnen er ook niks aan doen dat menselijk gedrag niet wordt bepaald door wiskundige formules.
We zijn nog geen robots.

Een van de deskundigen liet zich tijdens de zitting ontvallen dat eigenlijk niemand het weet, en dat er daardoor vooral wordt gespeculeerd over wat het meest aannemelijke is.
En dat meest aannemelijke wordt dan voor waar aangenomen.
Terwijl dat weer niet zo hoeft te zijn.
Levensgevaarlijk in de rechtszaal.

De voorzitter (rechter) van het hof zei halverwege de ochtend: ‘Er is zo veel informatie. En er zijn zo veel tegenstrijdigheden. Hoe moeten wij nou straks de juiste conclusie trekken?’
Het klonk niet wanhopig.
Zij het dat het ook niet helemaal valt uit te sluiten.

Het proces wordt vandaag voortgezet.
Nabestaanden mogen het hof toespreken.
De advocaat-generaal zal rekwireren.
De advocaat gaat pleiten, zijn pleit telt 90 pagina’s.
Alasam S. krijgt tot slot laatste woord.

Daarna kan het alle kanten op.

rob zijlstra

Baflo: battle of the experts

Deskundigen.
Juristen.
Tijd niks.
Journalisten

Schermafbeelding 2014-11-10 om 01.07.34

De komende week staat (voor mij) in het teken van het hoger beroep van de strafzaak ‘Baflo’.
Op 13 april 2011 (ja, zo lang al weer geleden) liep het aan het begin van de avond in Baflo volledig uit de hand: de toen 25-jarige Alasam S. (inmiddels 29) beroofde in een half uur tijd twee mensen op gewelddadige wijze van het leven: eerst zijn vriendin Renske Hekman (29) en toen motoragent Dick Haveman (48).

Ik heb van de aanleiding, de gebeurtenissen op die fatale dag zelf en van de nasleep en het strafproces in eerste aanleg een uitvoerige reconstructie geschreven.
Van die reconstructie is een longread gemaakt, te lezen op: Drama van Baflo.nl

Het Openbaar Ministerie eiste een levenslange gevangenisstraf.
Dat is tot aan de dood.
De rechtbank in Groningen vond levenslang een te zware straf en legde 28 jaar op.
Het Openbaar Ministerie kon zich in die straf uiteindelijk vinden, verdachte Alasam S. niet.
Hij tekende hoger beroep aan.

Woensdag en vrijdag buigt het gerechtshof zich (daarom) over de zaak.
Woensdag worden de feiten besproken.
Naar verwachting zal dat maar kort duren, half uurtje.
Er bestaat weinig tot niet heel veel verschil van mening over wat er is gebeurd.
Wel is er verschil van inzicht in de juridische kwalificatie van de gebeurtenissen: moord, gekwalificeerde doodslag of doodslag.

De verdediging zegt: doodslag.
Het Openbaar Ministerie houdt (denk ik) vast aan moord, want voorbedacht.

Maar het wordt woensdag vooral een ‘battle of experts’.
Zes deskundigen zijn opgeroepen om hun visie te geven.
De kernvraag: is Alasam S. toerekeningsvatbaar of volledig niet.
Pleegde hij zijn vreselijke misdrijven in een psychose?
Of bij vol bewustzijn?
En in hoeverre is hij gevoelig – gevoeliger dan gemiddeld – voor bijwerkingen van het medicijn Paroxetine?

In Groningen zeiden twee deskundigen: volledig tot zeer aannemelijk dat er sprake is geweest van een psychose.
De vertegenwoordigers van het Pieter Baan Centrum – ook deskundig: toerekeningsvatbaar, zij het dat een psychose niet helemaal valt uit te sluiten.

Er zijn nu twee nieuwe deskundigen – door het hof – toegevoegd.
Hun visies ondersteunen – heb ik gehoord – tot op zekere hoogte de aanname dat Alasam S. ‘knetter-psychotisch’ tot zeer wel mogelijk psychotisch was ten tijde van de delicten.
Met vast wel weer slagen om de arm, want zo zijn die deskundigen.

De jurist moet een knoop doorhakken (schuldig – onschuldig), maar weet het niet.
De jurist vraagt daarom de wetenschapper om hulp.
De wetenschapper is immers gespecialiseerd in het weten.
Maar de wetenschapper zegt dat het mogelijk zo is, of – nog mooier – dat het aan een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zo is.
De jurist: ‘Dus zeker 99,9999 procent?
De wetenschapper: ‘Oei. Het is niet zo dat het niet zo is dat het volledig valt uit te sluiten dat het inderdaad anders is.’
De wetenschapper hoeft geen knopen door te haken.

Vrijdag mag de advocaat-generaal (dat is gewoon een officier van justitie in hoger beroep) zeggen wat hij er van vindt en een eis formuleren.
Ik denk niet dat het Openbaar Ministerie opnieuw levenslang zal eisen.
Dat zou raar zijn.
Ik denk dat er gelijk het vonnis 28 jaar zal worden geëist.
Na de advocaat-generaal zal de advocaat het hof voorhouden wat de deskundigen vinden.

Het is uiteindelijke aan de rechters, aan de raadsheren.
Ik geloof dat menig wetenschapper rechters (juristen) maar plat en simpel volk vindt.
Zo rechters vast vaak verzuchten dat die slome wetenschappers makkelijk praten hebben met hun weetje dit en weetje dat.

Terug naar de rechtszaal in het paleis van justitie in het hartje van Leeuwarden.
Alasam S. heeft twee mensen van het leven beroofd.
De vraag die moet worden beantwoord: is hij ook een strafbare dader?

Ik zal proberen de kwestie zo goed en helder mogelijk te verslaan.
In de krant en ook hier.
Zodat iedereen die dat wil er op basis van de feiten er ook iets van kan vinden.

Rob Zijlstra

naschrift
Toen ik dit verhaal voor publicatie nog een keer las, dacht ik, Rob, dit is wel wat zakelijk opgeschreven. Waar zijn de emoties? Waar het vreselijke? Spelen die en dat dan geen rol?
Ik zei tegen mezelf: jawel, zeer zeker.
Ik heb hier ook maar de helft van het verhaal verteld, maar wel het deel dat in de rechtszaal vooral aan de orde komt.

Drama  van Baflo