Patrick W.

een samenweefsel van verdichtsels

Schermafbeelding 2013-05-21 om 21.30.22Het gedrag van de 24-jarige verdachte Patrick, wereldberoemd op het internet, is terug te vinden op pagina 22 van het vonnis. Daar staat: ‘Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft verdachte geen enkel inzicht getoond in de verwerpelijkheid van zijn handelen, noch enig berouw getond ten opzichte van zijn slachtoffers. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.’

Even terug naar de rechtszaal, een maand geleden.

Patrick zit dan dus lachend naast zijn advocaat, terwijl de mensen op de tribune achter hem boos naar zijn brede rug kijken.
De mensen op de tribune zijn de gedupeerden, afkomstig uit heel Nederland.
Een man is zelfs vanuit Nijmegen naar Groningen gekomen om de strafzaak bij te wonen. Hij wordt, als slachtoffer, niet vrolijk van zijn dader.

Patrick is ad rem op zijn eigen manier, eigenwijs en soms vijandig.
Hij had auto’s gekocht met geld van zijn slachtoffers.
In Drachten kocht hij een VW Golf voor 11.000 euro.
Hij betaalde contant.
En hij had al een Volvo V40.

Rechters: ‘Heeft u een rijbewijs?’
Patrick: ‘Nee.’
Rechters: ‘ Waarom koopt u dan een auto van 11.000 euro?’
Patrick, kriegelig: ‘Is dat verboden dan?’
Rechters: ‘Nee, maar u had ook de goederen kunnen leveren waar de mensen op zaten te wachten.’
Patrick: ‘Ja, dat was ook een optie geweest.’

Patrick is een oplichter.
In de media en op het internet hebben wij hem wel een meesteroplichter genoemd, maar eigenijk is dat niet helemaal waar.
Hij is eerder een domme oplichter.
Hij licht op middels listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, zoals dat zo prachtig mooi in de wet staat.
Dat doet hij net zo lang tot hij wordt gepakt.
Dat hij gepakt zou worden, wist hij ook.
De vraag was alleen hoe lang het mocht duren.
Hier is niets meesterlijks aan.

Patrick verkocht wit- en bruingoed.
Hij had een website onder de naam Prolecto.nl.
Zijn site leek precies op die van Scheer en Foppen, hoewel deze naam anders kan doen vermoeden, is dit een echt bedrijf.

Rechters: ‘Prolecto?’
Patrick: ‘Verzonnen.’
Rechters: ‘Lijkt op Prolectro, een legaal bedrijf.’
Patrick: ‘Puur toeval.’

Mensen bestelden en betaalden en kregen niks.
Kinderlijk eenvoudig eigenlijk.
Via de bank stroomde het geld bij Patrick binnen.
Rechercheurs zagen dat hij in augustus 2012 rood stond en dat er in september 61.980 euro en 19 eurocent was bijgeschreven.
Kort daarop wordt er weer 49.902,27 euro afgeschreven.

De fraaie woning in Wolvega, waar Patrick is gearresteerd is luxueus ingericht met alles nieuw en duur. De computers zijn van Apple, de zes paar schoenen in de klerenkast van Van Bommel, aan de muur een Anton Heiboer.

Patrick verkocht ook entreekaartjes.
Voor een optreden van Anouk, Gelredome, op 8 en 11 maart 2012.
Anouk in het Sportpaleis, Antwerpen, 24 maart 2012.
Voor A State of Trance van Armin van Buuren.
Paul McCartney (2 kaarten voor 293 euro).
Madonna.
WK Schaatsen, Thialf.
ABN Amro Tennistoernooi.

De gedupeerden kochten hun kaartjes in goed vertrouwen bij EuroTickets.eu, een bedrijf dat actief is op het gebied van dienstverlening voor uitvoerende kunst, gevestigd op het Zernikepark in Groningen.
EuroTickets.eu is niet hetzelfde als Eurotickets.nl

Patrick vertelt dat hij kaartjes kocht via Marktplaats.nl, die dan bij particulieren ophaalde (‘kon ik ook de echtheid controleren’) om de kaartjes vervolgens door te verkopen voor iets meer.
Cynisch: ‘Want ik dacht dat we in dit land vrij handelsverkeer hadden.’

Natuurlijk ging het mis.
Tros Opgelicht kwam en toen ook nog eens de geheime camera’s van Alberto Stegeman.
Zij maakten hem wereldberoemd op internet.
Patrick tegen de rechters: ‘Ja, ik ben bekend van Undercover Nederland.’

Patrick genoot al eerder nationale bekendheid.
Toen hij 18 jaar was dook hij op in het televisieprogramma Netwerk.
Als oud-leerling heeft hij een klacht ingediend tegen de jeugdinrichting Glen Mills.
Hij zegt daar psychisch kapot te zijn gemaakt.
Nederland hoort hem zeggen: ‘Ik ben er slechter uitgekomen dan ik er in ging.”
Toenmalig minister voor Jeugd en Gezin André Rouvoet (ChristenUnie) bemoeit zich er mee en niet heel lang daarna wordt Glen Mills gesloten.

In totaal deden 114 mensen aangifte.
Tachtig van hen dienden een schadevergoeding in.
Het gaat om tienduizenden euro’s.

De officier van justitie zegt dat Patrick een intelligente man is zonder een geweten.
Hij had plannen om rechten te gaan studeren om daarna nog slimmer te kunnen oplichten.

De advocaat is van mening dat Patrick moet worden vrijgesproken en per direct in vrijheid moet worden gesteld.
Want het oogmerk ontbreekt.
Hij had nooit de intentie op te lichten.
Hij wilde wel leveren, maar kwam zelf in de problemen.
De advocaat zegt gewoon: ‘Door de tv-aandacht in Tros Opgelicht en Nederland Undercover heeft mijn cliënt schade geleden.’
Ze zegt ook dat van de consument zelf ook zorgvuldigheid mag worden gevraagd.
En dat het te kwader trouw ontvangen van betalingen nog niet betekent dat verdachte ook heeft opgelicht.

Patrick kijkt met de armen voor de borst gevouwen met bewonderende blikken naar zijn advocaat.
Denkt misschien wel: zoals zij het zo mooi zegt, zo is het maar net.
De officier van justitie: ‘Dit is geen civiele wanprestatie, maar strafbaar handelen. Drie jaar gevangenisstraf.’

Dit alles was vorige maand.
Terug naar vandaag.

Vandaag deed de rechtbank in Groningen uitspraak.
De rechters (vrij vertaald): ‘Patrick is een gewetenloze man. De schade die hij heeft aangericht gaat verder dan de geleden schade door de slachtoffers. Hij heeft ook het vertrouwen in de betrouwbaarheid van webshops aangetast. Geen enkel inzicht in de verwerpelijkheid, noch enig berouw. Kwalijk en strafbaar: 3 jaar gevangenisstraf.’

Rob Zijlstra

.

• Patrick is in 2010 veroordeeld wegens (soortgelijke) oplichting tot 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk. Die zaak is nog niet onherroepelijk (cassatie). Patrick is geen verzonnen naam. Ditmaal niet, vanwege zijn wereldberoemdheid op het internet en de verbondenheid tussen hem en zijn bedrijven. Dan zou ik zelfs Madonna en Paul Mc Cartney een andere naam moeten geven. Er zijn grenzen.

HET VONNIS [zodra beschikbaar]

.

De palingrookton

desoxyribonucleïnezuur

Schermafbeelding 2013-05-17 om 20.07.24Kortom, zegt de officier van justitie nadat zij uitvoerig verhaal heeft gedaan over de feitelijkheden, de verdachte heeft heel wat uit te leggen.
Strafrechtadvocaat Cees Eenhoorn schudt kort het hoofd.
Verontwaardigd: ‘Pardon?’
Hij maakt zich iets groter en zegt dan tegen de rechters: ‘Het lijkt me toch dat het aan het Openbaar Ministerie is te bewijzen dat de verdachte het heeft gedaan. Wat zullen we nou krijgen zeg?’

Verdediging is strijd, strijd om de rechten van de verdachte, noteerde de Berlijnse schrijver en strafrechtadvocaat Ferdinand von Schirach in zijn laatste boek (Schuld, bladzijde 12).
Hij citeert de regel uit het ‘zakboekje van de strafpleiter’.
Niemand hoeft zijn onschuld te bewijzen en dus adviseert Von Schirach – net als advocaten in Nederland – zijn cliënten soms te zwijgen.

Nu is de verdachte in dit verhaal een apart geval.
De kans dat Lionel Messi bij u thuis komt inbreken is net zo groot als de kans dat Gert een prachtig of winnend doelpunt scoort.
Gert is, zegt zijn advocaat Eenhoorn, de ene helft van de dag dronken en de andere helft is hij onder invloed van drugs.
Van Gert moet je, zo wil de verdediger maar zeggen, geen grootse prestaties verwachten.

Gert zwijgt niet, dat is ook nergens voor nodig, want hij kan het zich allemaal niet herinneren.

Zo zou hij vorige maand bij Douglas in de binnenstad van Groningen parfums hebben gestolen.
Een medewerkster zag een manspersoon flesjes uit de graaibak met aanbiedingen stelen.
De winkeldief gaf het gestolen goed aan een ander die er met het waar vandoor ging.
Bij bakker Bart werd Gert aangehouden, met de parfums.

Gert haalt de schouders op, terwijl hij met de linker hand zijn rechterbovenarm aan het kneden is, en zegt: ‘Ik kan mij daar niets van herinneren. Ik kom in supermarkten, maar nooit in Douglas.’

Gert zou hebben ingebroken in een woning in Groningen, in juni 2011.
Laptops, telefoons, de dvd-speler, portemonnee met geld en pasjes, duur horloge, iPod, videocamera’s, een TomTom, rekenmachine, spelcomputer, alles weg.
Zo ook de autosleutels en de zwarte BMW 320 voor de deur.

Gert: ‘Nee.’
Rechters: ‘De auto is teruggevonden. In de asbak lagen twee sigarettenpeuken. Met daarop uw DNA.’
Gert: ‘Ik zit vaak bij mensen in de auto en ik ben een sterk verslaafde roker. Met die inbraak heb ik niets te maken.’

De rechters hebben nog iets.
Jawel, antwoordt Gert, bij het Leekstermeer komt hij wel eens, af en toe.
Ja, klopt ook, zegt hij, zijn moeder heeft daar een vakantiehuisje.
Bij dat huisje stond een palingrookton te koop.
De koper maakte de ton schoon en vond onderin de ton een portemonnee zonder geld maar met pasjes.
Van de man bij wie in juni 2011 was ingebroken, de man ook van de BMW 320.

Rechters: ‘Hoe kan dat nou?’
Gert: ‘Zou het niet weten.’
Rechters: ‘Nee, nee, dit moet u echt wel weten. Of heeft uw moeder het gedaan?’

Misschien denkt Gert nu wel, ik ga gewoon zo door, er komt vanzelf een einde aan zo’n rechtszaak.

Er was een man met autopech, ter hoogte van Knol’s Koek.
De auto werd aangeduwd en een straat verder sloeg de motor aan.
Terwijl de motor draaide, ging de eigenaar even ergens naar binnen om iets te halen.
Binnen zag hij hoe iemand anders in zijn auto stapte en er mee wegreed.
Gert: ‘Nee.’
Maar de rode Opel Astra werd een paar dagen later gevonden met lege blikjes bier en cola waarop DNA-sporen zaten.
Van Gert.
Gert: ‘Ik leen vaak auto’s.’

Er was ingebroken in een woning in Bedum.
En ondanks dat dat gebeurde gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, had een buurvrouw twee mannen gezien.
In de tuin werd een vreemde rugtas gevonden met daarin een breekijzer.
Op de tas zat DNA-materiaal van Jan.
Jan werd aangehouden en verklaarde dat hij de inbraak samen met Gert had gepleegd. Gert: ‘Dat is niet leuk dat Jan dat zegt. Ik heb ruzie met hem.’

Rechters: ‘Drinkt u wel eens blikjes bier die je bij de Albert Heijn kunt kopen?’
Gert ontkent het niet.
Rechters: ‘Zo’n blikje is aangetroffen in het pand van studentenvereniging Vindicat aan de Grote Markt. Nadat daar was ingebroken. Anderen zeggen dat u daar aan mee heeft gedaan.’
Gert: ‘Lijkt me sterk.’
Rechters: ‘Op dat bierblikje zat uw DNA.’
Gert: ‘Dat is dan heel toevallig.’
Rechters: ‘U weet het niet meer?’
Gert: ‘Dat blijkt wel ja.’

Het was getuigen opgevallen dat Gert op de avond van die inbraak geld had en grijze schoenen terwijl hij normaal nooit geld heeft en bruine schoenen.
Iemand had hem die avond ook zien fietsen met beeldschermen.
Bij Vindicat waren beeldschermen gestolen, kratten bier, beelden van olifanten en grijze schoenen.
Gert: ‘Niks mee te maken.’

De officier van justitie: ‘De verdachte moet worden vrijgesproken van de diefstal van de olifanten. Het overige acht ik wettig en overtuigend bewezen en ik verzoek uw rechtbank verdachte te veroordelen tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 9 maanden voorwaardelijk.’

De advocaat zegt dat het DNA aantoont dat verdachte mogelijk in die auto’s heeft gezeten, maar dat het DNA hem bij geen van de feiten op de plek van de diefstal brengt.
De advocaat heeft natuurlijk gelijk.
Maar Gert is wel een apart geval en vaker veroordeeld voor zulks.

Je kunt het ook omdraaien.
Dus dat de kans vrij groot is dat als Messie scoort, Gert aan het stelen of inbreken is.

Rob Zijlstra

uitspraak op 30 mei

• Ferdinand von Schirach
• Cees Eenhoorn

Gemoedstoestand

ovjtweetsLamin is een grote man van 38 jaar.
Stapje voor stapje komt hij de rechtszaal binnen.
Zijn lichaam trilt niet, maar schudt onophoudelijk.
Hevig en altijd.

Een functionele tremor, heet dat en het is akelig om te zien.
Hij is niet zenuwachtig, maar bang, ontzettend bang.
Want overal loert het gevaar, ook in de rechtszaal.
Lamin ziet dingen die er niet zijn, maar is vooral bang voor de mannen uit bush, de mannen die in zijn bijzijn zijn ouders op gruwelijke wijze afslachtten, de mannen ook die hem ‘s nachts opzoeken om hem te vermoorden.

Lamin komt de rechtszaal binnen omdat hij wordt verdacht van een poging tot doodslag.

Heel lang zullen we waarschijnlijk geen last meer hebben van deze man die volgens de medici chronisch psychotisch is.
Hij moet het land uit, want een verblijfsvergunning zit er voor hem niet in.
Tegen de uitzetting loopt momenteel een procedure bij de Raad van State, maar veel kans lijkt hij niet te maken.
Nog even en hij is sowieso strafbaar.

De rechters vatten zijn huidige toestand op basis van de rapporten die ze hebben gelezen kort samen: ‘U heeft vreselijke dingen meegemaakt, hartverscheurende dingen. Daardoor bent u ernstig getraumatiseerd. Dat staat wel vast. En omdat u altijd bang bent, komt u niet los van uw trauma’s. De onzekerheid over lopende procedures maken het er niet beter op. Eigenlijk bent u een gehandicapte man.’

Lamin woonde in Haren, in de noodopvang van de stichting Inlia, de organisatie die zich inzet voor asielzoekers in nood.
Mensen die Lamin kennen noemen hem Police, omdat zijn vader in Freetown, Sierra Leone, politieman was. Nadat zijn ouders dood waren gemaakt, belandde hij bij het rebellenleger, wist te ontsnappen en kwam via de Verenigde Naties (VN) in Nederland terecht.
Maar de immigratie- en naturalisatiedienst (IND) gelooft zijn verhaal niet, de dienst zegt dat Lamin misschien wel uit Nigeria komt en niet uit Sierra Leone.
En omdat de dienst hem niet gelooft, moet hij weg.

Vorig jaar, in Haren, in de noodopvang, zou Lamin iets hebben gezegd over een van de vrouwen van een kennis, over een van de twee vrouwen van die kennis.
Die kennis pikte dat niet en wilde er over praten.
In zijn hand had de kennis een leren riem en wel zo dat hij met de gesp kon slaan.
Lamin had een mes in zijn hand, en sneed zijn kennis daarmee in het voorhoofd.

Poging tot doodslag kan wettig en overtuigend worden bewezen, zegt de officier van justitie, maar verdachte is geen strafbare dader.
Hij werd aangevallen met een riem en verdedigde zich.
Er was sprake van een hevige gemoedstoestand.
Noodweerexces.
De wet zegt dat je dan geen straf kunt krijgen, omdat het misdrijf je redelijkerwijs niet toegerekend kan worden.

Lamin zit al 182 dagen in de gevangenis en moet met zo’n strafeis (geen straf) eigenlijk onmiddellijk naar huis.
Maar Lamin heeft geen huis, geen noodopvang meer, wat hij heeft is niks.
Nou ja, hij heeft zijn uitzichtloze procedures, de altijd dreigende vreemdelingendetentie en zijn helse angsten voor de mannen die er niet zijn uit het land waarnaar hij moet terugkeren.

Rob Zijlstra

uitspraak op 27 mei

Op stap

Schermafbeelding 2013-05-10 om 22.28.00Ze zien er niet gevaarlijk uit, Ronnie van 18 jaar en Ronald die al 19 is. Integendeel.
Zie zien er met hun hippe kapsels uit als twee heel gewone jongemannen uit Hoogezand.
Ronnie van 18 wil automonteur worden en doet een opleiding in die richting.
Hij woont nog thuis en heeft een bijbaantje in de supermarkt.
Ronald volgt een mbo-opleiding die ertoe moet leiden dat hij op een dag accountmanager is.

Er zijn geen noemenswaardige politie- of justitiecontacten stellen de rechters vast.
Gezien de gebeurtenissen doen ze dat enigszins verbaasd.
Een van de rechters, wel wat gewend: ‘Het is toch heel bijzonder wat jullie hebben gedaan. En nou ik ben zo nieuwsgierig naar het waarom?’

Het antwoord blijft uit, zodat er na de strafzaak een groot vraagteken boven het Groninger gerechtsgebouw hangt.
Misschien is het antwoord heel eenvoudig te geven en als dat antwoord klopt, gaat dit verhaal over misschien wel de gevaarlijkste jongemannen van Groningen terwijl je dat niet zou zeggen.

Ronnie en Ronald doen dingen, terwijl ze niet weten waarom.
Ze zitten al drie maanden vast, maar ook in die periode is het lichtje niet gaan branden.
Wie doet zonder te weten, kan tot alles in staat zijn.
Dat is bloedlink.

In Hoogezand is alles al gesloten en omdat ze nog zin hebben, besluiten ze met een laatste trein naar Groningen te gaan.
Met z’n drietjes, want de minderjarige Paul gaat ook mee.
Ze willen whisky en bier drinken in de stad.

Zo’n reis per trein duurt zestien minuten.
In die tijd stellen ze vast dat ze niet veel geld bij zich hebben, vijftien, twintig euro.
Een probleem is dat niet want ze hebben een panklare oplossing.
Zodra ze in Groningen zijn, gaan ze eerst even mensen die ze tegenkomen slaan in ruil voor geld.

Het is 26 januari 2013.
Om een uur ‘s nachts, om elf minuten over een en om 21 minuten over een komen bij de meldkamer van de politie berichten binnen van mensen die zijn geslagen, geschopt en beroofd.
Er zijn drie daders van wie redelijk goede signalementen beschikbaar zijn.
De politie gaat op zoek en tegen vier uur die nacht worden Ronnie, Ronald en de minderjarige Paul op het station aangehouden.
Ze hebben flink gedronken.

Ze belanden in de politiecel.
De volgende dag ontkennen ze alles, draaien er vervolgens om heen om uiteindelijk te bekennen dat ze drie personen hebben mishandeld en beroofd.
Het had 115 euro opgeleverd en van dat geld waren ze vrolijk op stap geweest.

Een van de rechters zegt dan dus dat het zo bijzonder is wat ze hebben gedaan.
Dat je besluit naar Groningen te gaan om onderweg af te spreken dat je mensen gaat mishandelen en beroven omdat je zelf te weinig geld hebt.
Rechter: ‘Leg mij nou eens uit hoe dat kan, hoe zoiets werkt bij jullie.’

Maar Ronnie en Ronald weten het dus niet.
Na lang aandringen zegt Ronald vragend: ‘Omdat we geld nodig hadden, om uit te gaan?’
Rechter: ‘Waarom drie berovingen, waarom niet vier, of twee, of vijf? Waarom zijn jullie na die derde gestopt?
Ronnie: ‘Toen hadden we ons doel bereikt, toen hadden we geld.’

De rechters geven niet op: ‘Maar hoe werkt zoiets dan?’
Het blijft stil.
De rechters: ‘Wie kwam op het idee?’
Wanneer de stilte onhoudbaar wordt, zegt Ronnie: ‘Het hoort niet, het is slecht.’
Rechters: ‘En wanneer heeft u dat inzicht gekregen?’
Ronnie: ‘Een dag later, op het politiebureau.’
Rechters: ‘Dus niet toen u met het geroofde geld op stap ging, toen vond u het nog niet slecht.’ Ronnie: ‘Klopt.’

Ronald zegt dat hij veel spijt heeft, maar dat hij vooraf ook al veel had gedronken.
Hoeveel? Hij heeft geen idee. Een gok? Tien. Blikjes? Nee, flesjes.

De drie slachtoffers, willekeurige passanten onder wie een maaltijdbezorger op een scooter, zijn flink toegetakeld.
Ze werden hard geslagen, met vuisten op de monden en toen ze op de grond vielen, werden ze overal hard geschopt.
Er braken tanden en er vloeide bloed, extra zichtbaar omdat er ook witte sneeuw lag.
Ronnie zal later nog zeggen dat hij flink was geschrokken van al dat rode bloed.
De maaltijdbezorger werd van zijn scooter geschopt toen hij nog reed.

Twee slachtoffers willen geld zien, ze eisen opgeteld 2500 euro.
De aankomende automonteur begrijpt dat wel, als je schade aanricht, dan moet je dat betalen.
De accountmanager in spe ziet het iets anders.
Hij begrijpt het ook wel, maar vindt het niet helemaal eerlijk.
Hij heeft wel geschopt, maar niet met vuisten op monden geslagen.
En om dan te moeten betalen voor tandartskosten?

De officier van justitie: ‘Het valt mij op dat deze verdachten, die tot 26 januari dit jaar heel gewone jongens waren, liegen, bedriegen, er om heen draaien en hun eigen aandeel zo klein mogelijk maken. Voor mij staat vast dat ze alle drie (dus ook de minderjarige Paul) geweld hebben gebruikt. Ze hebben op grove wijze inbreuk gemaakt op de privélevens van hun slachtoffers van wie het leven nooit meer hetzelfde zijn.’

Ronnie en Ronald horen de officier van justitie zeggen dat het heel goed is dat ze allebei een opleiding volgen.
Maar dat nu eerst moet worden afgerekend.
Ronnie hoort dat de officier van justitie wil dat Ronald 18 maanden in de gevangenis gaat zitten, Ronald hoort dat er 20 maanden worden geëist tegen Ronnie.

Ze staren voor zich uit.
Wat anders kunnen ze ook?
Wisten ze het maar.

Rob Zijlstra.

• minderjarige Paul moet zich (achter gesloten deuren) verantwoorden bij de kinderrechter

.

UPDATE – 17 mei 2013 – uitspraken
Ronnie en Ronald mogen in de handen knijpen of een taart naar de rechtbank sturen: beide zijn veroordeeld tot 15 maanden  celstraf waarvan zeven maanden voorwaardelijk. Samen uit, samen thuis. Hoewel de straffen lager uitvallen, acht de rechtbank wel alles wat het Openbaar Ministerie had aangevoerd, wettig en overtuigend bewezen.

HET VONNIS 1 2 [zodra beschikbaar]

De veelpleger

witenbruinMarcel K. (43) is veelpleger te Groningen.
Dat is hij vooral op papier, want de in Delfzijl geboren draaideurcrimineel zit vaker achter de tralies dan hij buiten is.
Marcel is zo iemand die twee jaar vastzit, dan op vrije voeten komt en binnen 48 uur met zijn woeste kop weer op het politiebureau zit.

Veel tijd om veel te plegen heeft hij niet.
Zijn misdaden zijn ook nooit heel groot.
Een oude fiets, een leeg kratje bier voor het statiegeld.
Deze week stond hij terecht voor een reep chocolade die onbetaald de kassa passeerde van de Albert Heijn aan de Vismarkt in Groningen.
Dat had hij niet gedaan, maar Luit, een lotgenoot van de straat.
Marcel had de reep later gepakt, toen die al gestolen was.

‘Mag dat niet?’, vraagt Marcel met luidde stem aan de rechters. ‘Er mag zo veel niet. Kloteland. Waar gaat dit over?’
Ook dat is Marcel.
Vloekend en tierend werkt hij zich door de rechtszaak heen.
Wat hij zeven jaar geleden terloops opmerkte (‘Ik heb geen hulp nodig, ik red mij wel’), zegt hij nu weer.
Een van de rechters, die hem nog niet eerder meemaakte, zegt met de beste bedoelingen: ‘Dat u zo opstandig doet, dat helpt u niet hoor.’
Marcel: ‘Ach, hou toch op man.’

Marcel is ongevoelig voor justitiële druk, heet het en dat is al jaren zo.
En ook nu wordt gezegd: de kans op recidive, op herhaling, is groot.
Je kunt beter zeggen: die staat vast.
De reclassering weet het al heel lang ook niet meer.
Ja, intensieve zorg en begeleiding in combinatie met dagbesteding.
‘Ik werk wel mee,’ zegt Marcel.
De rechters: ‘Echt waar?’
Marcel: ‘Tuurlijk. Ik heb ja niets anders.’

Ondanks het feit dat hij vaker opgesloten zit dan vrij is, slaagt hij er in zijn chronische verslaving in stand te houden.
Dat maakt de kop gek.
Na zijn laatste detentie, werkte Marcel op een zorgboerderij, maar heel lang hield hij dat niet vol.
Bromt: ‘Ik ga niet de hele dag koeienstront scheppen, daarvoor ben ik niet op de wereld gezet.’

Marcel werd aangehouden omdat hij zou hebben geprobeerd in te breken in een cafetaria. Samen met Luit.
Marcel ontkent.
Hij liep er langs, kwam bij een kameraad vandaan die een feestje gaf.
Een bewoonster had hen gezien en de politie gebeld.
Marcel: ‘Wie is Luit? Die ken ik niet. Nooit van gehoord.’
Rechters: ‘Dat is de man bij wie u een tijdje heeft ingewoond.’
Marcel blijft ontkennen, het lijkt hem sterk.

Om een einde te maken aan mannen als Marcel is jaren geleden de veelplegersmaatregel ISD bedacht.
Twee jaar lang wordt de veelpleger opgesloten en krijgt hij hulp op maat aangeboden.
Wie niet meewerkt, krijgt niks en zit twee jaar vast op water en brood.
De maatregel wordt gevreesd en door sommige juristen een gedrocht genoemd.
Justitie noemt de maatregel evenwel al jaren een succes.
Het succes is vooral dat de opgesloten veelpleger twee jaar lang niks kan uitvreten.
Dat is de winst.

De maatregel kan opgelegd worden voor een mislukte inbraak of voor het opeten van een gestolen stuk chocolade.
Marcel moest er al twee keer aan geloven wat hem jaren van de straat hield.
De reclassering blijkt tot nieuwe inzichten te zijn gekomen.
In het advies aan de rechtbank zegt de reclassering dat de veelplegersmaatregel contraproductief werkt voor veelpleger Marcel.
Anders gezegd: het heeft zelfs geen zin meer om Marcel op te sluiten.
Marcel is het daar wel mee eens.

Om toch iets te eisen, eist de officier van justitie dan maar dat de rechtbank Marcel veroordeelt tot een voorwaardelijke ISD.
Gaat hij binnen de proeftijd van twee jaar de fout in (wat zeker gaat gebeuren) moet hij alsnog.
De reclassering is toch tevreden.
Om iets voor Marcel te kunnen doen, is een ‘justitieel kader’ nodig.
Marcel vindt het best.
Als hij wordt afgevoerd, zegt hij tegen zijn rechters: ‘Moi.’
Net als in 2006.

Rob Zijlstra

inrichting voor stelselmatige daders (ISD)

.

UPDATE  - 17 mei 2013 – uitspraak
Marcel moet zitten, dat wil zeggen dat wat hij al heeft gezeten, moet hij zitten. De rechtbank veroordeelt hem tot 6 maand celstraf waarvan 2 voorwaardelijk. De rechtbank gaat uit van medeplichtigheid aan een poging tot diefstal in verenging. Daarnaast: reclasseringstoezicht. Bijzondere voorwaarde: geen harddrugs.  Het vonnis betekent dat Marcel maandag op vrije voeten komt. De reclassering zorgt er voor dat hij veilig van de uitgang van de gevangenis in Ter Apel naar Franeker kan reizen. Daar wacht hem een behandeling.

Onthutsende slachtpartij

nu met kanttekening

tweet omDe officier van justitie kon er na de zitting kennelijk nog wel de lol van inzien.
‘In zaak poging doodslag met keukenmes ging het vanmorgen gedetailleerd over koken en bereiden van kip. Nu dan bijna tijd voor lunch’, twitterde de magistraat tegen etenstijd jolig de wereld in.

Even daarvoor had ze in alle ernst bij de rechtbank een strafeis op tafel gelegd die niet anders kan worden omschreven als onthutsend.

Carmen is een 53-jarige Hindoestaanse vrouw die veertig jaar geleden Suriname verruilde voor Nederland.
Ze is – relevant voor wat nog komen gaat – 1.50 meter lang.
Carmen mag je daarom gerust een kleine vrouw noemen.
Tegen de rechters zegt ze vol trots: ‘Ik heb vier namen.’

Ze woont al dertig jaar in dezelfde woning in een buitenwijk van Groningen.
Ze trouwde, ze ging scheiden en tussen alles door bracht ze drie zonen groot.
Buurtbewoners, ook de mensen met wie ze de portiek deelt, schreven een brief aan de rechtbank.
Daarin staat dat Carmen een aardige, lieve en zorgzame buurvrouw is.
De buurtjes schreven: ‘En we missen haar.’

Sinds 17 januari 2013 verblijft Carmen in de vrouwengevangenis in Zwolle.
De politie had een raam ingeschopt omdat ze haar voordeur had gebarricadeerd.
Zo werd ze, huilend en gillend, gearresteerd.
Nog nooit eerder zat Carmen in de gevangenis, nooit eerder ook kwam zij met justitie in aanraking.
Wel met de politie, want de buurtagent kwam regelmatig langs in de portiek.

Carmen wordt verdacht van een poging tot doodslag.
Ze heeft geprobeerd met opzet Sjaan van een paar huizen verder van het leven te beroven.
Een ernstig misdrijf, zegt de officier van justitie.
Om dat te onderstrepen eist ze een gevangenisstraf van 24 maanden.
Daarvan mogen er acht voorwaardelijk.
Betekent dat de officier van justitie wil dat Carmen zestien maanden achter de tralies moet doorbrengen.

Wat is er wel niet gebeurd?

Carmen maakt het eten klaar.
Kip.
Ze zet muziek op, UB40.
Op een snijplank snijdt ze de uien, tomaat, verse peper, de selderij, ze plet de knoflook, verkruimelt de maggiblokjes.
De kip hakt ze in brokken, dat doet ze met een keukenmes en een hamer, omdat het mes oud en bot is.
De deurbel.
Ze kijkt, ziet niemand.
Weer de deurbel.
Ze loopt van de keuken naar de voordeur, het keukenmes nog in de hand.
Als ze de deur opendoet, op een kier, wordt er geduwd.

Het is Sjaan, die – weet iedereen – niet van de jenever kan afblijven.
Sjaan houdt niet van UB40.
Door het geduw tegen haar voordeur voelt Carmen zich belaagd.
Met het mes geeft ze Sjaan een tik op haar vingers.
Een gevoelige tik, want Sjaan haalt de pink er lelijk bij open.
Bloed.
En gedoe, niet voor de eerste keer.
Met Sjaan is vaker gestrubbel in de portiek.

Carmen is bang, gaat naar binnen en zet een bankje tegen de deur.
Even later knalt de politie door het raam naar binnen en wordt de kleine vrouw in de boeien geslagen.

Dat is wat er is gebeurd.

Sjaan – na behandeling in het ziekenhuis mocht ze weer naar huis – heeft een ietwat andere lezing.
Carmen zou het mes met twee handen vast hebben gehouden en toen hebben geslagen. Carmen zegt tegen de rechters dat dat niet waar is: ‘Waarom zou ik liegen?’
Ze zegt dat het niet eerlijk is, dat zij die vier namen heeft hier wel zit en die Sjaan niet.
Dat ze met niemand problemen heeft, terwijl Sjaan met iedereen ruzie maakt, dat weet ook de buurtagent.
Ze zegt dat het niet eerlijk is dat zij nu al drie maanden in de gevangenis zit opgesloten.

Ze zegt: ‘De wereld is zo groot, maar die is nu zo klein voor mij gemaakt.’
Ze klinkt wanhopig.

De officier van justitie: ‘De verdachte deed de deur open en haalde uit met dat mes, ook in de richting van het gezicht.
Het slachtoffer heeft het mes moeten afweren, het letsel, een flinke jaap in de pink, past daar ook bij.’

Er zijn foto’s van het aanrecht, gemaakt door de technische recherche direct na het incident.
Een van de rechters merkt op dat foto’s tonen dat de kip al is gesneden.
Althans, die indruk krijgt hij.
Merkt op dat het dan misschien wel raar is dat ze met een mes naar de voordeur liep. Scherpe opmerking, want een andere rechter: ‘Dat had ik nou ook willen vragen.’
De officier van justitie: ‘Het viel ook mij direct op.’

De rechters moeten er een beetje bij glimlachen als ze hun scherpe vragen stellen.
Carmen niet, zij zit te trillen in haar stoel.

Twee jaar gevangenisstraf, acht maanden voorwaardelijk.

Strafzaken laten zich moeilijk met elkaar vergelijken.
Van de bijna negentig vonnissen die de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen dit jaar oplegde, werd in tien zaken een zwaardere straf opgelegd dan de eis in deze zaak.
In de andere tachtig zaken viel de straf lager uit dan netto zestien maanden cel.
Je zou kunnen zeggen dat in de visie van het Openbaar Ministerie deze zaak tot de meer ernstige misdaden behoort van dit jaar in Groningen: een 53-jarige vrouw van 1.50 meter die met een bot mes een gevoelige tik op de vingers uitdeelt en daarbij de aanmerkelijke kans voor lief neemt dat het slachtoffer komt te overlijden.

Carmen mag nog wat zeggen.
Somber en verslagen: ‘Ik heb puur pech, ik heb meestal pech in mijn leven.’
Dan richt ze zich iets op en zegt met luidere stem: ‘Maar ik heb drie mooie kinderen.’

Rob Zijlstra

.

OPMERKING ‘BIJ NADER INZIEN’
Een verhaal heeft altijd twee kanten.
Of drie, of tien.
Een verhaal kan op duizend verschillende manieren worden verteld.
Omdat ik journalist ben, heb ik een paar beperkingen.
Een daarvan – en niet de minste – is dat de verhalen die ik vertel ook waar moeten zijn.

De waarheid heeft vele gezichten.
Het bovenstaande verhaal is de waarheid van Carmen.
Sjaan heeft een ander verhaal en ook dat verhaal is waar.

Een aantal mensen heeft op het verhaal gereageerd.
Zij zeggen dat de feiten zoals ik die weergeef, niet de feiten zijn van de gebeurtenissen.
Dat Carmen helemaal niet zo zielig en sneu is zoals ik beweer.
En dat de verwondingen van Sjaan ernstiger waren dan een jaap in de pink.

Ik kreeg een beeld voorgeschoteld dat laat zien dat er meer aan de hand is, dat Carmen ook ‘s nachts gek is op UB40 en dat iedereen die dan slaapt dat mag horen, dat er al langere tijd problemen zijn, dat er ook handtekeningen zijn verzameld die niet voor Carmen pleiten.

Ik baseer mijn informatie op wat ik hoor en zie in de rechtszaal tijdens de rechtszaak.
Tijdens de behandeling ging het vooral over Carmen, haar verhaal stond centraal.
Ik denk dat ik – bij nader inzien – Sjaan tekort heb gedaan en iets te veel waarheid aan Carmen heb toegeschreven.

Nee, een journalist is niet objectief.
Maar hij moet wel eerlijk zijn.
Daarom deze opmerking achteraf.

rob zijlstra

 

.

UPDATE – 8 mei 2013 – uitspraak
Carmen heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Door met een mes in de richting van het gezicht te slaan, zo vinden de rechters, heeft Carmen bewust het risico genomen dat Sjaan zou komen te overlijden. Dat de verwondingen aan de hand niet ernstiger zijn, is niet aan Carmen te danken. De rechtbank stelt dat Carmen geen respect heeft getoond voor de lichamelijke integriteit van Sjaan.

De straf: 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Betekent dat Carmen 12 maanden moet zitten.

De rechters komen tot een iets lagere straf dan de eis omdat Sjaan zich ook niet onbetuigd heeft gelaten. Er zijn in het verleden diverse incidenten geweest  waarin ook Sjaan een kwalijke rol heeft gespeeld. Komt bij dat Sjaan in dit incident als slachtoffer de confrontatie zocht.

De rechtbank heeft nog een bijzondere voorwaarde opgenomen in het vonnis. Omdat Carmen al 4 maanden vastzit en nog 8 heeft te gaan, is het niet uitgesloten dat ze deze zomer op proefverlof mag. De rechters willen niet dat ze dan de buurt opzoekt waar ze heeft gewoond. Het straat- dan wel buurtverbod geldt voor vier maanden. Bij overtreding wacht haar de 6 maanden celstraf die nu voorwaardelijk zijn opgelegd.

Advocaat Piet Huisman kondigde direct na de uitspraak aan dat hij hoger beroep aantekent.

HET VONNIS [zodra beschikbaar]

 

Valse toon

de lentezonTegen negen uur in de ochtend is er nog niets aan de hand, zo lijkt het.
Sterker nog, door de ramen valt de lentezon aangenaam het gerechtsgebouw binnen.
Het belooft een mooie dag te worden.

Maar elders in het gebouw, in de catacomben, wordt op ongeveer hetzelfde tijdstip duidelijk dat er iets aan de hand is.
Dolf had beneden in de cel moeten zitten, maar de cel is leeg.
Dolf is er niet.
Er wordt gevloekt, formulieren bekeken, er wordt gebeld.
Dolf die er wel had moeten zijn, zit nog in het huis van bewaring in Ter Apel.

Ze zijn vergeten hem ‘op transport te zetten’, vergeten hem naar de rechtbank te vervoeren.
De officier van justitie, verantwoordelijk, is niet blij.
De rechters zijn dat ook niet, misschien dat ze wel tegen elkaar hebben gezegd: ‘Het zal hier potverdulleme ook een keertje goed gaan.’

De drie andere verdachten zijn er wel.
Jolien is aangevoerd vanuit de vrouwengevangenis in Zwolle.
Glenn is niet gedetineerd, hij is vanochtend in Vlissingen heel vroeg van huis gegaan om op tijd in Groningen te zijn.
Bert woont in Lelystad.
Hij is er ook, als enige zonder advocaat.

Overleg achter de schermen.
Het is niet te verwachten, laat de Dienst Vervoer en Ondersteuning weten, dat Dolf voor elf uur in Groningen zal kunnen zijn.
De vrolijke lentezon is verdwenen en de rechters besluiten met enig chagrijn toch maar te beginnen.
Het is dan kwart voor tien.

De officier van justitie krijgt het woord, zij mag de rechtbank vertellen waarom de verdachten verdachten zijn, waarvan de verdachten worden verdacht.
Het gaat om hennepteelt (3.696 stekken, 93 moederplanten), om witwassen van hennepgeld en om geld afkomstig van misdaad dat verborgen is gehouden.
Van de bedragen die worden genoemd, kun je in Noord-Groningen huizen kopen.

Helemaal soepel verloopt de voordracht niet.
Tot twee keer toen moet de voorzitter van de rechtbank de officier van justitie om opheldering vragen, terwijl de officier van justitie ietwat chaotisch op zoek is naar aanvullende stukken.

Kort gezegd: de aanvang van het proces verloopt rommelig, schoonheidsprijzen zijn hier niet te vergeven, dat mag duidelijk zijn.
Het wordt er niet beter op wanneer het bericht binnenkomt dat Dolf niet voor half een in zittingszaal 14 zal kunnen verschijnen.
Ter Apel is 65 kilometer ver.

De rechters zuchten diep, alsof ze willen aangeven dat ‘we’ er voor vandaag net zo goed mee kunnen ophouden.

Dan heeft de officier van justitie gevonden wat ze zocht, een aanvullend proces-verbaal.
Ze heeft kopietjes gemaakt en deelt die uit aan de leden van de rechtbank en aan de advocaten.

Bert heeft geen advocaat.
Bert krijgt ook geen kopietje.

Hij vraagt of hij die stukken ook kan krijgen.
De officier van justitie: ‘Heeft u dan geen dossier?
Bert: ‘Wat een rare vraag is dat.’

En dan gebeurt er iets vreemds.
De voorzitter van de rechtbank ontploft, zij het niet letterlijk.
Boos roept hij: ‘Iets meer respect voor de officier van justitie graag. U straalt iets uit wat mij niet bevalt.’
De woorden knallen door de zaal en vermengen zich – stel dat dat kan – met de verbaasde blikken van andere aanwezigen.

Verdachte Bert kijkt naar de voorzitter van de rechtbank met de mond geopend.
Een van de bijrechters fluistert richting voorzitter: even schorsen.

De toon is gezet.
Na tien minuten – de rechters zijn teruggekeerd in de zaal – zegt Bert dat hij geen idee heeft wat hij fout heeft gedaan, fout heeft gezegd.
De voorzitter: ‘Niet wat u zei, maar de toon waarop u het zei, getuigt niet van respect.’

Bert, geagiteerd: ‘U beticht mij ervan dat ik geen respect toon. Daar heb ik grote moeite mee. U vindt mij respectloos. Ik vraag op een gewone manier naar iets waar ik recht op heb. U wekt de indruk dat u vooringenomen bent. Ik wil u wraken.’

De bijrechter: ‘Even schorsen.’

Maar het komt niet meer goed. Verdachte Bert zegt dat hij een volwassen man is van 36 jaar en dat hij niet als een kind wil worden behandeld.
Hij zoekt steun bij de advocaten van de medeverdachten.
Was het zo raar wat ik vroeg?
Vroeg ik het op een rare manier?

Nee.
Nee.

De voorzitter informeert of hij alleen wordt gewraakt of heel de rechtbank.
Bert: ‘De andere twee rechters hebben nauwelijks iets gezegd. Dus alleen u.’

Er wordt proces-verbaal opgemaakt van de gewraakte woorden.
De voorzitter zegt dat hij zich gaat beraden.
En dan vertrekken de rechters.
Met een ‘u hoort nog wel van ons’ verlaten ze het toneel.

Rare bedoening, zeggen de advocaten.
Nog nooit zo meegemaakt, zeg ik zelf.
De officier van justitie zegt dat ze er ook niets van begrijpt.
Verdachte Bert: ‘Nou, dan ga ik maar naar huis.’

De rechters laten zich niet meer zien.
Richting Ter Apel gaat een telefoontje dat Dolf kan blijven zitten waar hij zit, dat het niet meer hoeft vandaag.
Jolien gaat zonder een woord te hebben gezegd terug naar Zwolle, Glenn naar Vlissingen.

Aan het einde van de middag laat een woordvoerder van de rechtbank desgevraagd weten dat de voorzitter zich niet (niet) berust in de wraking.
Hij zal zich niet vrijwillig uit het proces terugtrekken.
Dat betekent dat er een wrakingskamer moet worden bijeengeroepen die het wrakingsverzoek van verdachte Bert gaat beoordelen.

Krijgt hij gelijk, dan wordt de rechter vervangen.
Krijgt hij geen gelijk, dan zijn Bert en de voorzitter tot elkaar veroordeeld.

Daags na het lelijkste begin van een strafzaak ooit in Groningen, is nog altijd niet bekend wanneer.
De rechtbank laat weten: ‘Wij hebben geen haast.’

Rob Zijlstra

• wrakingsprotocol

herstel
Het bericht over de wraking dat vandaag in Dagblad van het Noorden staat, bevat een storende fout. Er staat dat de voorzitter (rechter) zich vrijwillig terugtrekt (berust). Dat is niet juist. Er had moeten staan dat de rechter zich niet vrijwillig terugtrekt. De fout is niet een gevolg van een technische storing; ik heb het domweg niet goed opgeschreven.

.

UPDATE – 6 mei 2013 – wraking
De wrakingskamer van de rechtbank heeft het wrakingsverzoek afgewezen. De opmerking van de voorzitter (‘meer respect voor de officier van justitie’) is onvoldoende om van vooringenomenheid te kunnen spreken. De voorzitter mag blijven.

DE UITSPRAAK