Feeds:
Berichten
Reacties

Moeder

Over Julio, geboren en getogen in Groningen, zou ik een lelijk verhaal moeten schrijven, omdat Julio lelijke dingen heeft gedaan.
Maar aan het einde van de zitting besluit ik tot een ander verhaal.

Het is niet omdat hij gaandeweg het proces sympathieker is geworden of – nog mooier – onschuldiger.
Die lelijke dingen die hij heeft geflikt, blijven, die geeft hij ook toe.
Hij verdient de zwaarste straf.

Julio is 20 jaar.
Het is een jongen die het alleen – in z’n uppie – niet zal redden, omdat het leven buiten met al die verleidingen en dat mooie spul veel te snel voor hem gaat.

Advocaat Fred Kapelhof zegt dat Julio een jongen is die eerst doet en dan pas denkt.
En laat nu uitgerekend dat laatste het probleem zijn.
Julio heeft met zijn lage IQ moeite met denken.
Hij heeft hulp nodig om er nog wat van te maken.

In oktober vorig jaar ging hij uit verveling op stap met twee vriendjes die geldgebrek hadden in relatie tot de aanschaf van softdrugs.
Die vriendjes zijn El en Al, vriendjes van 15 jaar.

Julio ontkent dat ze vooraf een plan hadden gemaakt.
Het gebeurde gewoon.
In een woonwijk in Groningen zien ze twee jonge vrouw lopen.
Julio: ‘Mijn vrienden werden hebberig. Toen gingen ze rennen om hun ding te doen.’
Rechters: ‘Ding?’

Ze rukken de tassen uit de handen van de vrouwen en hollen weg.
Julio had achter een boom gestaan, was toen ook weggerend en had later gedeeld in de buit: een paar bruine handschoenen.

Een uurtje later slaan ze toe aan de Paterswoldseweg. El was met de trien naar Zwolle vertrokken en tegen Al had hij gezegd dat ze het niet moeten doen.
Maar ze doen het wel.
Een jonge vrouw op de fiets wordt gedwongen tot stoppen en ze roven haar tas.
De vrouw valt en de buit wordt verdeeld.
Rechters: ‘Hoeveel?’
Julio: ‘Niet veel.’

Een dag later zijn ze weer met z’n drietjes, nu in het Noorderplantsoen, in het park.
Opnieuw zijn twee jongen vrouwen het slachtoffer, een van hen raakt zelfs lichtgewond (tand door de lip).
Julio: ‘We moesten hard trekken want ze lieten de tassen niet los.’
Rechters: ‘Nogal heftig.’
Julio: ‘Ja.’

En dan was er nog gesodemieter geweest in de Poelestraat (straat voor op stap) waar Julio een klap had uitgedeeld, hij had boos een vrouw geslagen die ‘vieze zwarte’ tegen hem had gezegd en toen de politie hem wilde aanhouden, verzette hij zich.
Een agente kreeg een klap op haar sterke arm en vordert nu 260 euro schadevergoeding.

Kortom: allemaal lelijke dingen.

De slachtoffers schreven brieven aan de rechters.
De een schreef dat ze sinds de beroving met een honkbalknuppel naast het bed slaapt omdat ook haar huissleutels zijn gestolen.
De ander dat ze blij is dat haar belager is gepakt.
Maar dat ze niet boos op hem is.
Ze schreef: ‘Soms denk ik aan hem en dan denk ik dat hij geen fijn leven heeft. Ik hoop dat hij wat van zijn leven gaat maken.’

Rechters: ‘Wilt u daar op reageren?’
Julio: ‘Verbazingwekkend.’
Rechters: ‘Hoezo?’
Julio: ‘Dat ze niet negatief is en zo.’
Rechters: ‘Maakt dat indruk op u?’
Julio, wat ongemakkelijk: ‘Ja, best wel.’

De reclassering vreest dat de kans op herhaling groot is.
Julio niet.
Hij zegt: ‘Iedereen maakt fouten.’
Hij wil verhuizen en dan geen foute vriendjes meer.
Beetje hulp, goed, maar niet steeds en de hele tijd.
Rechters: ‘Twee keer in de week?’
Julio: ‘Tsss.’

Rechters zeggen dat ze er op deze manier een hard hoofd in hebben.
Ze zeggen dat hij de reclassering echt nodig heeft, misschien wel voor 200 procent.
Zegt: ‘Beetje bij beetje. Dan kom ik er wel.’

Rechters: ‘Forensische psychiatrie?’
Julio zou niet weten wat het is, maar goed dan, als die ding moet, dan moet dat.

De officier van justitie zegt dat Julio een jongeman is die niet zijn eigen boontjes kan doppen.
Zonder toezicht van de reclassering gaat het niet lukken met hem.
Ze eist daarom 18 maand gevangenisstraf waarvan 6 voorwaardelijk.

Advocaat Kappelhof vraagt hoe zijn moeder reageerde toen zij hoorde wat hij had geflikt.
Julio: ‘Ze was niet boos, maar wel teleurgesteld. Tranen en zo.’

Gerommel achter in de zittingszaal.
Een vrouw gaat staan, roept excuses en wil van wal steken, maar de rechters staan dat niet toe.
De rechters zeggen streng dat ze niets mag zeggen, maar het is al te laat.

De krachtige stem van de vrouw vult de zittingszaal.
Het is de moeder van Julio.
‘Niet boos? Ik ben woest. Hij is de oudste. De andere kinderen zijn ook zo kwaad op hem. Wat hij heeft gedaan, is niet normaal. Mijn kinderen doen het goed op school, behalve hij. Zo heb ik hem niet opgevoed. Woest ben ik.’

Julio kijkt ongemakkelijk achterom, met een bange blik naar zijn moeder.
Misschien is hij stilletjes blij dat hij straks met de parketpolitie mee mag, terug naar de gevangenis en niet met haar mee naar huis.

Ik denk aan de gevangenis.
Vol met foute vrienden.
Als het aan justitie ligt, moet Julio zich daar een jaar lang staande houden.
Dat lukt hem nooit.
Ik kijk ook even achterom en weet het dan zeker.

Alle goede bedoelingen van het justitiële apparaat ten spijt, maar Julio moet wel terug naar zijn moeder.
Dat is niet alleen de zwaarste straf, maar ook met de grootste kans op succes.

Rob Zijlstra

El en Al stonden vandaag eveneens terecht, maar dan voor de kinderrechter. Dat is achter gesloten deuren. In alle drie zaken wordt over twee weken (22 februari) – in het openbaar – uitspraak gedaan.

Doodlopende straat

Hoe ziet u uw toekomst, vragen de rechters aan de man die wordt verdacht sluw te zijn geweest.
Peter denkt even na en zegt dan: ‘Moeilijke vraag. Ik kan me daar op dit moment geen voorstelling van maken.’

Later vragen de rechters het nog een keer, maar dan in ietwat andere bewoordingen.
Ze vragen of het misschien zo is dat hij het geld veilig heeft opgeborgen om er straks, in de toekomst, van te gaan genieten.
In de vraag ligt een vermoeden besloten.
Het antwoord van Peter (zonder nadenken): ‘Geen commentaar.’

Op 4 juli vorig jaar was bij de politie in Groningen een verontruste melding binnengekomen.
Een gezin op vakantie was in Spanje gearriveerd en had op de stoep van het mooie huis gestaan dat ze voor twee weken hadden gehuurd.
Maar er woonden mensen in dat huis, gewone Spanjaarden die hadden gezegd dat hun huis geen vakantiehuis is, maar een huis om in te wonen.

Op diezelfde dag volgden nog een paar van dit soort telefoontjes en toen de kwestie niet heel veel later in de publiciteit kwam, was er geen houden meer aan.

Uiteindelijk meldden zich 398 Nederlandse en 150 Belgische gezinnen die na een lange autorit – met bijbehorend kindergeblèr op de achterbank – in Spanje voor dichte deuren hadden gestaan.
Of voor een braakliggend stuk grond waar helemaal geen huis met zwembad op stond.
Of een vakantiehuisje troffen dat al was verhuurd.

Allemaal hadden ze hun vakantiehuis gehuurd bij VilaSpanjehuren.nl, bij Peter uit Groningen.
Het zou hem 519.000 euro hebben opgeleverd.
Geld dat spoorloos is en waarvan de rechters dus wilden weten of hij het veilig had opgeborgen voor later.

Na al die telefoontjes was de politie een onderzoek begonnen wat er in resulteerde dat Peter op 15 oktober in een appartement in Spanje werd gearresteerd.
Hij had de politieauto wel gezien in de doodlopende straat van zijn appartement en wist toen: het is over en uit.
Zegt: ‘Ik had er ook genoeg van.’

Peter besluit na zijn aanhouding niks te zeggen, maar zich te beroepen op zijn zwijgrecht.

Toen het bij de politie telefoontjes regende, had Peter zijn twee koffers al gepakt. Hij wist dat het rond 4 juli fout zou lopen, omdat de verhuur van al die verzonnen vakantiewoningen vanaf dat moment zou ingaan.
Hij had zijn zus gebeld en haar vertelt dat hij mensen had benadeeld.
Hij zei: ‘Google mij en dan zie je het wel. Wat je dan kunt lezen, klopt wel zo ongeveer.’
Zus vertelde later aan de politie dat haar broer een man is van grootspraak en geldproblemen.
De moeder zou daar aan toevoegen dat haar zoon een gladde prater is.

Op zijn verzoek brengt een kennis hem en zijn twee koffers met daarin 50.000 euro, via Arnhem naar Spanje.
In Arnhem pint hij nog even 9.000 euro van zijn ING-rekeningen.
Dan verdwijnt hij spoorloos.

Het is een masseuse uit Utrecht die de politie maanden later op het juiste spoor zet. Omdat zij aan Peter kon worden gelinkt, was zij in beeld als verdachte en werd haar telefoon getapt.
Peter zegt tegen de rechters dat hij een zakelijke relatie met de vrouw had.
Als hij de nacht bij haar doorbracht, betaalde hij daar 1000 euro voor.

Als de vrouw met dochtertje half oktober naar Spanje rijdt, wordt zij tot in de doodlopende straat gevolgd door de politie.

De rechters vragen wat hij er nu van vindt?
Peter: ‘Je ontneemt mensen iets waar ze naar hebben uitgekeken.’

In Roemenië had hij software gekocht waarmee hij een professioneel ogende website in elkaar knutselde. Hij had eens een paar informaticadiploma’s gehaald, dus knutselen kon hij wel.
De foto’s van de mooiste huisjes plukte hij van internet, van het Spaanse Funda bijvoorbeeld.
Wie hem belde, werd keurig en correct te woord gestaan.
Wie de eerste aanbetaling deed, ontving per post aanvullende informatie, inclusief het telefoonnummer van Martin Vidal, de zogenaamde contactpersoon ter plaatse.

Hoe, willen de rechters weten, ontstond het idee?
Peter vertelt dat hij een bedrijfje had gehad in planken.
Maas Parket.
Dat was op een fiasco uitgedraaid en wel zo dat hij na werd gezeten door twintig tot dertig schuldeisers.
Zo ontstond het idee, begin 2009.
In maart kwam het eerste vakantiegeld binnen.

Rechters: ‘U hebt het zorgvuldig voorbereid.’
Peter: ‘Ja.’
Rechters: ‘Met anderen?’
Peter: ‘Helemaal alleen.’

Als de rechters vragen stellen over het geld, wat er met het geld is gebeurd, beroept Peter zich op het zwijgrecht.
Het zegt wel te hopen dat hij zijn leven over twee, drie jaar weer kan oppakken.
Rechters: ‘U hebt een celstraf ingecalculeerd?’
Peter: ‘…’

Hij laat zich nog ontvallen dat Google de lachende derde is.
Hij adverteerde met Google-ads.
‘Ik betaalde één tot anderhalve euro per klik.’
Hij denkt zeker 100.000 euro aan Google te hebben betaald.

De advocaat zegt dat het allemaal heel vervelend is, vervelend voor iedereen.
Maar dat de schade is te overzien.
De gedupeerden zijn hun geld kwijt, maar hebben geen blijvende schade.
Ze hebben een vervelende ervaring gekocht.

De officier van justitie zegt dat er sprake is van financieel leed en emotionele schade.
Dat mensen vertrouwen in het handelsverkeer moeten hebben en dat dat vertrouwen is geschonden.
En dat ze vindt dat verdachte op zitting een berekende indruk maakt.

Ze eist een gevangenisstraf van vier jaar.

Rob Zijlstra

uitspraak op 18 februari

update – geld
Het bedrag van 519.000 euro heeft betrekking op de Nederlandse gedupeerden. De 150 Belgische aangiften zijn hier niet in verwerkt. Bij de aangekondigde ontnemingsvordering wordt de buit uit België wel meegeteld.

Gehakt (drugsbende)

NIEUWS

Rechtbank maakt gehakt van Groninger drugszaak

De rechtbank heeft vanmiddag fors lagere straffen opgelegd inzake het grote drugsonderzoek (Specht) waarbij volgens justitie onder meer vele honderden kilo’s softdrugs naar Duitsland en Frankrijk zijn uitgevoerd. De twee hoofdverdachten tegen wie zes en vijf jaar gevangenisstraf was geëist, kregen acht en achttien maanden celstraf opgelegd. Twee verdachten zijn vrijgesproken. Zes anderen kregen korte celstraffen en werkstraffen opgelegd.

De vele tienduizenden euro’s die na de arrestaties in beslag zijn genomen, moeten worden teruggegeven aan de verdachten. Bewijzen dat dit geld van misdaad afkomstig is, ontbreekt, aldus de rechtbank.

Het Specht-onderzoek was een van de grootste drugszaken van de regiopolitie Groningen van de laatste tijd.

Het openbaar ministerie heeft inmiddels gereageerd: uitermate teleurstellend, zegt woordvoerster @Kirsten Smit namens de officier van justitie. Die gaat uitzoeken hoe het kan dat de rechtbank tot een heel ander oordeel komt dan justitie. De vraag of hoger beroep wordt aangetekend, kan pas later worden beantwoord.

r.z.

>> zie ook het rechtbankverslag

J.B. - hoofdverdachte
eis: 5 jaar
vonnis: 8 maand

G.B.hoofdverdachte
eis: 6 jaar
vonnis: 18 maand

Q.B. - broer hoofdverdachte – uitvoer Frankrijk
eis: 12 maand
vonnis: 2 maand

V.S.partner hoofdverdachte
eis: 18 maand
vonnis: 120 uur taakstraf

E.M. - uitvoer  Frankrijk
eis: 15 maand
vonnis: 3 maand waarvan 1 voorwaardelijk

T.L. - taxichaufeur Amsterdam
eis: vrijspraak
vonnis: vrijspraak

G.O.justitie: grote vis
eis: 10 maand
vonnis: vrijspraak

I.B. - uitvoer Duitsland
eis: 7 maand
vonnis: 80 uur werkstraf

A.B.uitvoer Frankrijk
eis: 15 maand waarvan 5 voorwaardelijk
vonnis: 77 dagen waarvan 60 voorwaardelijk + 240 uur taakstraf

A.O. - hennepkweker
eis: 12 maand waarvan 9 voorwaardeklijk + 240 uur
vonnis: 3 maand

Prettige dag

De raadsman (de advocaat) praat drie uur lang.
De raadsheren (de rechters van het hof) en de advocaat-generaal (de officier van justitie) luisteren aandachtig of bladeren door stukken uit het omvangrijke dossier.

De raadsheren zeggen dat de feiten in deze zaak shockerende feiten zijn, dat dat gewoon een feit is.
De advocaat-generaal zegt dat een misdaad bijna niet ernstiger kan wezen en dat het aangerichte leed ondraaglijk is.

In het midden van de zittingszaal – in het midden van de belangstelling, zeggen de raadsheren – zit Avi C., meestentijds met het hoofd gebogen en de ogen gesloten.
Hij is 50 jaar, maar oogt als een oude man.
Hoewel hij Nederlands spreekt en verstaat, tolkt de tolk.

Advocaat Patrick Rombouts zegt blij te zijn dat de belangstelling van de pers voor dit proces, hoe anders dan vier jaar geleden in Groningen, gering is.
Dat de zaak nu in alle rust besproken kan worden.
Hij zegt dat het de meeste mensen totaal niet zal uitmaken hoe Avi C. tot zijn gruwelijke daden is gekomen.
Maar dat het de taak van ons, van ons strafrechtjuristen, is om de gebeurtenissen op zijn juridische merites te beoordelen.

En dat dat ingewikkeld is.

Avi C. heeft het gedaan.
De vraag is of hij ook in strafrechtelijke zin verantwoordelijk is.

Niet, zegt de advocaat.
Niet, omdat Avi C. in een psychose verkeerde toen hij de 4-jarige Damaris en haar 2-jarige broertje Daniel doodsloeg. Hij had op dat moment niet de vrijheid zijn wil te bepalen, had geen controle, geen zicht op de gevolgen van zijn handelen. De opzet ontbreekt en wie zonder opzet handelt, kan niet strafbaar zijn.

Wel, zegt de advocaat-generaal.
Wel, omdat Avi C. door drugs (speed) te gebruiken aan zichzelf te wijten heeft dat de psychose is opgetreden. Bovendien heeft hij, hoewel minimaal, herinneringen aan de afschuwelijke gebeurtenis wat impliceert dat gesproken kan worden van een zeker besef. En dan dus ook de opzet.

Strafrechtjuristen kunnen hier urenlang over praten en dat doen ze dan ook.

Ik kijk ondertussen naar de man die met het hoofd gebogen aan een tafeltje in het midden van de geringe belangstelling zit.
Deskundigen van het Pieter Baancentrum zeggen dat Avi C. een ernstige (narcistische) persoonlijkheidsstoornis heeft.
Andere deskundigen zeggen dat dat niet zo is, zij zeggen dat het Pieter Baancentrum met zo’n conclusie zelf gestoord is.

Avi C. heeft gezegd dat hij weer vrij wil zijn, dat hij dan terug zal keren naar Israël om daar zijn oude dag te slijten.
Als het aan de advocaat-generaal ligt, zit dat er voorlopig niet in.
Hij eist 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.

Ik kijk en probeer iets te bedenken wat er in het hoofd van deze man kan omgaan.
Als hij naar de radio luisterde, hoorde hij geheime boodschappen, uitgezonden door de CIA.
En hij verzamelde emoticons (smilies), in de overtuiging dat ook deze lachebekkies codes uitzenden die op een dag alle computers doen crashen waarna zij de wereldmacht overnemen.
De raadsheren: ‘Een intrigerende gedachte, maar persoonlijk geloven wij daar niet zo in.’

Op 1 augustus 2005 gebruikt Avi C zijn dagelijkse portie amfetamine, onwetend dat het en anders dan anders, zuivere speed is.
Het goedje brandt akelig in zijn neus.
Dan.
Plotseling ziet hij de duivel, de duivel die bevochten moet worden.
Hij grijpt een kandelaar, een mes.
Even later zijn Damaris en Daniel dood.

Het jongetje moet hebben gezien hoe zijn zusjes werd afgeslacht en heeft nog geprobeerd zich in de badkamer te verstoppen.

De advocaat-generaal zegt dat het vooral dat beeld is, dat in deze zaak steeds weer opdoemt.
Een beeld ook dat hem doet zeggen dat een misdaad bijna niet ernstiger kan zijn.

De raadsheren van Arnhem zeggen dat Tolbert een rustiek dorpje is het Noorden, een dorpje waar je niet verwacht dat er dit soort vreselijke dingen gebeuren.

De advocaat zegt dat dat allemaal waar is, zo waar als wat, maar dat het nu gaat om de juridische afweging van de feiten.
Dat het strafrecht dat van strafrechtjuristen eist.

Ik denk: kun je iemand die achter het stuur van zijn auto plotseling een hevige niesbui krijgt en daardoor een ongeluk veroorzaakt waarbij twee kinderen in de tegemoetkomende auto komen te overlijden, iets verwijten?
En zo ja, is een gevangenisstraf van 18 jaar dan passend?
Met tbs, omdat de bestuurder ook nog eens een nare narcist is met maffe ideeën?

Als advocaat Patrick Rombouts na drie uren is uitgepraat en het buiten donker is geworden, vragen de raadsheren aan Avi C. of hij nog iets te zeggen heeft, omdat hij het recht heeft op het laatste woord.
Avi C. schudt het hoofd.
Nee.
Hij wil niets meer zeggen.

Maar als hij door de parketwachters wordt afgevoerd, kijkt hij even op en om zich heen en wenst dan iedereen nog een prettige dag.

In de auto richting Groningen, pieker ik me suf hoe die ondraaglijke beelden in het hoofd te combineren met een prettige afronding van een doordeweekse dag.
En hoe de raadsheren die de shockerende feiten op een rij moeten zetten en dan alles moeten afwegen, tot een wijs oordeel kunnen komen.

Rob Zijlstra

het gerechtshof doet op 16 februari uitspraak

>> zie ook:  kindermoord Tolbert


Vakantiehuisjes

De rechtbank van Groningen buigt zich vandaag over een bijzondere zaak.

Terecht staat een man – al dan niet terecht – die vakantiehuisjes verhuurde die niet bestonden. Er zijn honderden aangiftes over deze zaak bij de politie binnengekomen.

De verdachte is een 41-jarige man uit Groningen.

update - eis – 10.40 uur

Het openbaar ministerie heeft zojuist (1035 uur) 4 jaar celstraf geeist. Er zijn 550 gedupeerden die een buit bijeenbrachten van 519.000 euro.

r.z.

>> het rechtbankverslag


Kindermoord Tolbert 1

copyright annet zuurveen

UPDATE15.oo uur – eis
Het openbaar ministerie acht tweevoudige moord en een poging tot moord wettig en overtuigend bewezen. De eis: 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. Daarnaast moet Avi C., zo wil justitie, 30.000 euro schadevergoeding betalen aan de moeder van de twee kinderen.

De advocaat van Avi C. is om kwart over drie begonnen met de verdediging en zegt daarvoor drie uur nodig te hebben. Hij pleit voor vrijspraak omdat de opzet ontbreekt.

update21.00 uur
De zitting is om kwart over zes gesloten. Het gerechtshof doet over twee weken uitspraak. Avi C. maakt geen gebruik van het hem gegunde laatste woord. Als hij door de parketpolitie wordt afgevoerd, wenst hij wel alle aanwezigen nog een prettige dag.

Het verslag van de zitting volgt (later)

.

####

Op 1 augustus 2005 is er iets vreselijks gebeurd.
In een bovenwoning in Tolbert worden twee kinderen, Damaris (4) en Daniel (2), op gruwelijke wijze om het leven gebracht.
De dader is Avi C., dan 46 jaar.
Hij is de partner van de moeder van de kinderen.
Avi zal later zeggen zich niets te kunnen herinneren van het drama.

De officier van justitie tijdens de rechtszaak in Groningen: ‘Als je wordt geconfronteerd met de gewelddadige dood van twee zulke jonge kinderen is het eerste wat je denkt: zo iemand moet nooit weer vrijkomen. Toch zal het recht, ook in een moeilijke zaak als deze, zijn loop moeten hebben (…).

Avi C. is volgens het Pieter Baancentrum sterk verminderd toerekeningsvatbaar.

De officier van justitie zegt de dubbele moord niet te kunnen bewijzen.
Avi C. zou hebben gehandeld in een psychose, van het vereiste kalm beraad kan dan geen sprake zijn.
Justitie eist voor tweevoudige doodslag en een poging daartoe (op de moeder van de kinderen) 12 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.

De rechtbank komt tot een ander oordeel.
Niks psychose.
Op 16 februari 2006 wordt Avi C. voor een tweevoudige moord en een poging tot moord veroordeeld tot 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.

Er volgt hoger beroep.

Het gerechtshof Leeuwarden heeft weer een andere kijk.
Geen moord, maar doodslag, twee maal, en een poging daartoe.
Avi C. handelde, concludeert het hof, in een psychose na amfetaminegebruik.
Op 17 april 2007 wordt Avi C. door het hof veroordeeld tot 18 jaar celstraf.
Geen tbs.

Beide partijen stellen cassatie in bij de Hoge Raad.

Op 9 december 2008 spreekt de Hoge Raad.
Het hof in Leeuwarden is te kort door de bocht gegaan, vindt het hoogste rechtscollege van Nederland.
Ook stelt de Hoge Raad dat het oordeel van het hof ‘niet zonder meer begrijpelijk is’.
Een anders gerechtshof moet zich (in hoger beroep) opnieuw over de zaak buigen.
Inzet van het nieuwe proces is of er – gezien de psychose – gesproken kan worden van opzet of niet.

Heeft Avi C., zo schrijft de Hoge Raad, door een ernstige geestelijke stoornis inzicht gehad in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen?

De advocaat van Avi C. zei het destijds zo: ‘Nee. Wie met veel drank op achter het stuur kruipt en een ongeluk veroorzaakt, kan zich niet verschuilen achter de alcohol. Je zit fout. Maar in dit geval is het anders. De psychose kwam als een soort blikseminslag,
die was niet te voorzien.’
Met het ontbreken van de opzet is er volgens de advocaat maar een ding mogelijk: Avi C. moet worden vrijgesproken.

Het openbaar ministerie blijft vasthouden aan moord.
De Hoge Raad heeft zich over de kwalificatie moord of doodslag niet uitgelaten.

Het gezinsdrama in Tolbert veroorzaakte veel beroering.
Tijdens de rechtszaak werd een beeld geschetst van de leefsituatie van het 4-jarige meisje en haar 2 jaar oude broertje.
Geen vrolijk beeld.

Drie weken voor het drama was de moeder met de kinderen bij Avi C. ingetrokken.
De officier van justitie zei hierover: ‘Hij bewoonde een bovenwoning, een eenpersoonsflatje volgestouwd met computers en randapparatuur. Er was nauwelijks ruimte voor twee jonge kinderen. En Avi en zij waren vooral met drugs bezig.’

Avi gebruikte een jaar of vier amfetamine, speed.
Overdag gebruikte hij om de vier uur, ’s nachts om de twee.
Zij deed mee.
De laatste keer dat ze inkochten, merkten ze dat het goedje anders was. Het brandde in de neus. Dat was beide opgevallen en ze hadden het er over gehad.
De dealer – ene Geert uit Hoogezand – had anders dan anders honderd procent zuivere speed geleverd.
Avi had het betaald met een dvd-speler.
Die ene Geert werd tot vier maanden cel veroordeeld.

Ze hadden op die akelige dag ruzie gekregen.
Avi zegt dat zij aan andere mannen denkt.
Zij ontkent de andere mannen.
Avi omhelst haar en zegt dat hij geestelijk één met haar wil worden.
Ze vallen en hij begint haar heftig te zoenen.

Hij probeert – ik kan er ook niks aan doen – met zijn tong zijn kunstgebit in haar mond te duwen.
Zij spartelt tegen en als hij stopt, hoort ze hem zeggen: ‘Ik wil dood’.
Dan ineens zegt hij: ‘Jij bent de duivel’.
Hij begint te slaan met een ijzeren stang.
Zij weet te vluchten, klimt over de reling van het balkon en springt van één hoog naar beneden en slaat alarm bij de buren.

De kinderen spelen.

In de verhoren bij de politie zal Avi C. zeggen dat de kinderen, twee schatjes zoals hij ze noemt, op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren.

Vijfendertig minuten later arriveert de politie.
De buurtagent kent Avi en gaat naar binnen.
Hij ziet hem in de kleine gang liggen, bovenop de 2-jarige Daniel.
Hij prevelt Hebreeuwse teksten.

In de woonkamer ligt het meisje.
Overal bloed, een mes en een kapotgeslagen kandelaar.
De officier van justitie zegt dat het jongetje waarschijnlijk getuige is geweest van de moordpartij op zijn zusje en nog heeft geprobeerd zich in de badkamer te verstoppen.
Tevergeefs.

Rob Zijlstra

Het proces bij het gerechtshof in Arnhem begint woensdag om 09.00 uur en is (voor zover mogelijk) te volgen op @zittingszaal14 (twitter)

.

vonnis rechtbank Groningen
arrest gerechtshof Leeuwarden
cassatie Hoge Raad

De Babbelaar

de babbelaar

Buiten de rechtszaal, op de gang, werd al gezegd dat het hem he-le-maal niets uitmaakt.
Binnen, in de zittingszaal, zegt François dat hij het heeft gedaan.
Punt.
En dat wie zich brandt op de blaren moeten zitten.
‘Ik beken alles. Dus geef me straf. Klaar.’

De officier van justitie eist drie jaar gevangenisstraf.

François wordt er niet warm of koud van.
Zijn advocaat zegt: ‘Daar had hij rekening mee gehouden.’

Rare kwibus.
Bij de politie hadden ze hem een bijnaam gegegeven vanwege de praatjes: De Babbelaar.
Maar in de rechtszaal beroept hij zich op zijn zwijgrecht als het gaat over zijn misdaden.
Hij zegt er geen zin in te hebben, om er over te praten.

Zeventien mensen hebben aangifte tegen hem gedaan.
Zeventien vrouwen.
Ditmaal, want François is al veel vaker veroordeeld.
Altijd wegens oplichting.
Sinds 1986 heeft hij – hij is 44 – al vele jaren in de gevangenis doorgebracht.

De rechters opperen dat het misschien geen verstandige houding is om nu niet te babbelen.
François haalt de schouders op en lijkt daarmee te willen aangeven: ‘t is zoals het is.

Tussen 22 juli en 12 oktober vorig jaar belde hij aan bij deuren.
Dan vertelde hij dat hij een goede kennis was van een buurtgenoot, dat die niet thuis was en of hij even mocht bellen.
Meestal mocht dat, want François oogt als een keurige man.
Aan de telefoon deed hij dan net alsof.
Dan zei hij even later tegen de bewoonster dat hij er naar toe moest, naar ergens, maar dat hij geen geld had voor de trein.
Of hij, goede kennis van de buurtgenoot immers, misschien wat geld kon lenen.
Zo babbelde hij veertig, vijftig tot 170 euro’s per keer bijeen.

Alle slachtoffers zijn oudere vrouwen.
De oudste is van 1919.
De jongste van 1942.
Mensen, zo zei de officier van justitie, die nog zijn opgegroeid met het idee dat wie goed doet, goed ontmoet.
De officier: ‘Meneer heeft zijn slachtoffers laten zien dat die tijd voorbij is. Dat nu geldt dat wie goed doet, wordt beboet’.

Zegt ook dat meneer de verdachte geen idee heeft hoeveel leed hij zijn kwetsbare slachtoffers heeft aangedaan. En dat hij daar in zijn strafeis rekening mee heeft gehouden.

Behalve dat hij geld maakte met zijn mooie babbels, pikte hij ook uit de woningen.
In Winschoten nam hij bijvoorbeeld een kistje mee met daarin gouden sieraden, horloges, enveloppen met pincodes, bankpasjes, tien gouden tientjes en 2000 euro aan contanten.

François was niet alleen actief in Winschoten, maar ook in Uithuizermeeden, Warffum, Baflo, Middelstum en Harlingen.
Zijn laatste veroordeling kreeg de in Limburg geboren babbelaar in Middelburg, Zeeland.

De rechters vragen waarom hij dan niks wil zeggen?
Rechters: ‘Of komen we u dan te na?’
François zucht, verveeld: ‘Ik heb al zo vaak verteld wie ik ben, maar er wordt toch niet naar mij geluisterd. Ik word niet serieus genomen en ik vertrouw niemand meer.’

Hij werd al eens behandeld, wat tot niets leidde omdat hij de behandelkliniek vroegtijdig verliet.
Zegt: ‘Ja logisch, ik zat daar binnen met twee kinderverkrachters. Met mensen die, vind ik, voor eeuwig moeten worden opgesloten. Als ik in behandeling moet met kinderverkrachters, ga ik niet in behandeling. Klaar.’

De officier van justitie: ‘Hij moet van de straat.’
De reclassering schreef aan rechtbank dat het misschien nooit meer goed komt met François.

De advocaat zegt dat hij er ook niet veel aan kan veranderen.
Dat François nergens meer in gelooft, dat hij teleurgesteld is in het leven.
En dat hij, cliënt, van mening is dat het ook niet anders zal worden.
Maar dat het niet zo is dat hij bewust oudere vrouwen opzocht.
Dat alle zeventien slachtoffers 66-plussers zijn, is vast toeval, probeert de advocaat.

De Babbelaar zwijgt als de rechter vragen of hij nog iets te zeggen heeft.
Nee? Punt!
Parmantig verlaat hij vervolgens de rechtszaal.

Rob Zijlstra

uitspraak op 15 februari

>> politie zoekt babbelaar


De Groninger rechtbank heeft lagere gevangenisstraffen opgelegd aan vijf verdachten die betrokken waren bij de zogenaamde Oost-Groninger knuppelbende. Met honkbalknuppels werden willekeurige mensen aangevallen en mishandeld. De verdachten in de leeftijd van 18 tot 23 jaar handelden uit verveling en voor de kick.

F. van der T.
eis: 30 maanden waarvan 6 voorwaardelijk
vonnis: 30 maanden waarvan 10 voorwaardelijk

S.D.
eis: 12 maanden waarvan 6 voorwaardelijk
vonnis: 8 maanden waarvan 4 voorwaardelijk

M.B.
eis: 10 maanden waarvan 5 voorwaardelijk
vonnis: 8 maanden waarvan 4 voorwaardelijk

N.S.
eis: 12 maanden waarvan 6 voorwaardelijk
vonnis: 10 maanden waarvan 6 voorwaardelijk

S. P.  van A.
eis: 24 maanden waarvan 6 voorwaardelijk
vonnis: 20 maanden waarvan 10 voorwaardelijk

>>  het rechtbankverslag

>>  de vonnissen (rechtstreeks)

Twitterpolitie: volgen

politie - twitter- foto

Eens even iets anders.
De politie van Groningen heeft Twitter ontdekt.
Sinds enige tijd, paar maanden, twittert een aantal Groninger buurt- en jeugdagenten over hun dagelijkse werk.
‘Verder met zaak vernielende jongeren in Haren tijdens oud en nieuw. Groep van 26 man in beeld. Gaat voorspoedig.’
Nieuwerwets gedoe of een zinvolle aanvulling?
‘Het is een middel’, zegt plaatsvervangend korpschef en actief twitteraar Erik van Zuidam.

Tweet van jeugdagent Fred: ‘De actie van gisteren nog even nabesproken. Nu weer aan de slag met jeugdzaken. Langs een school om drugsprotocol vd school te bespreken.’
Vanuit Haren: ‘Politie in Haren gaat komende tijd wat extra controleren op parkeerplaatsen. Recentelijk veel foutparkeerders op invalidenparkeerplaatsen.’

Jarenlang volgden journalisten de dagelijkse verrichtingen van de politie via een krakend en piepend kastje: de politiescanner.
Sommige verslaggevers konden aan die piepjes horen of er iets ernstigs gaande was of niet.
Zo ja, dan rukte niet alleen de politie (en/of de brandweer) uit, maar ook de pers.

Maar sinds de politie een paar jaar geleden digitaal is gegaan, zwijgt de scanner en zijn journalisten meer dan ooit afhankelijk van politievoorlichters.

Voor ons de pers betekende dat geen vooruitgang.
Voorlichters zijn selectief in het verstrekken van informatie en bepalen daardoor steeds vaker wat wel en geen nieuws mag zijn.
Een aantal regionale dagbladen heeft uit onvrede hierover tip- en meldlijnen in het leven geroepen waar lezers inbraken, diefstallen en andere narigheden kunnen melden.

Maar nu zijn er dus twitterende politieagenten.

Terwijl van officiële zijde wordt gemeld dat de politie in Groningen geen problemen ondervind met storingen in het politie-computersysteem twittert een buurtagent: ‘Verdachte babbeltruc trachten te horen. Politiesysteem wil niet opstarten. Weer ouderwets met pen en papier aan de slag.’

Ja. Er wordt megaveel onzin getwitterd.
Af en toe schieten tweets voorbij van gezellig keuvelende politievoorlichters met journalisten over zwangerschappen, dvd’s voor de kinderen en dat manlief ’s avonds een heuse gamer is.

De politieagent die beroepsmatig aanwezig is in het Euroborgstadion (FC Groningen), twittert: ‘Schot op de paal van Matavz, blijft bij een gelijke 0-0 stand.’ En de afdeling voorlichting van de politie, ook die afdeling twittert sinds kort, laat aan de rest van de wereld weten: ‘Straks naar trouwerij van stagiaire. Meldkamer even laten weten dat we vanaf 14.20 uur een uur moeilijk bereikbaar zijn.’

Veel kul, soms luchtig, maar de twitterende buurtagenten houden het toch vooral zakelijk.
Vanuit de Korrewegwijk: ‘Herbezoek nav suïcidepoging gisteren. Persoon weer aangetroffen onder invloed van veel medicijnen. Met ambulance naar ziekenhuis vervoerd.’

De buurtagenten hebben instructies meegekregen over wat ze wel en niet mogen prijsgeven.
De agent uit de Indische Buurt bericht: ‘Binnen gekomen info over een mogelijke hennepplantage in de buurt uitgezet bij collega voor de actiedag.’
Dus.
Binnenkort is weer een serie invallen bij thuiskwekers te verwachten.

Op het hoofdbureau van de politie in Groningen werd vorige week de eerste twitter-workshop gehouden.
Want als het aan plaatsvervangend korpschef Erik van Zuidam ligt, blijft het niet bij die paar twitterende buurtagenten.
Al een tijdje laat de tweede man van het Groninger politiekorps iedereen die dat wil over zijn schouder meekijken.
Hij twittert: ‘Net thuis na dynamisch debat over gebruik web 2.0 en gebruik Twitter met korps-managementteam & alle offcieren van justitie in Gron.’
Niet heel lang daarna kondigt de chef recherche in Delfzijl zich aan met zijn eerste tweet: ‘Vandaag goede bijeenkomst met leden korpsleiding en OM. Thema o.a. Twitter…direct aan de slag dus.’

Deze week berichtte de buurtagent uit de Indische Buurt dat er een inval was gedaan in een drugspand (‘Actie drugspand Timorstr. gehad. Inval gedaan;5 man aangeh, drugs/geld aangetrof. Onderzoek volgt).
Hij twitterde er ook een actiefoto van de inval bij.

Politiebaas Erik van Zuidam reageert per telefoon na een oproep via Twitter.
Hij zegt: ’Twitteren is niet een doel op zich. Wij willen dit middel inzetten om de communicatie tussen de buurtagent en de buurt waarin hij of zij werkt te verbeteren. Waar we op hopen is dat buurtbewoners hun buurtagent gaan volgen en ook gaan reageren. En dat begint te komen. De buurtagent in Haren wordt door Twitter al herkend op straat. Om er nog meer ruchtbaarheid aan te geven, gaan we binnenkort huis-aan-huis flyers verspreiden.’

Het gaat nog wel om een proef.
Van Zuidam: ‘Als we op een gegeven moment moeten vaststellen dat het niet werkt, stoppen we er mee.’
Vanuit het politiekorps worden hier en daar wel vraagtekens geplaatst bij dit nieuwerwetse gedoe.
Van Zuidam: ‘Dat is ook goed. Het is altijd goed dat er binnen de organisatie mensen zijn die vragen stellen.’

Buurtagent vanuit de Indische Buurt: ‘Met Nico en Jolanda op bezoek bij collega Peter. Hij was gewond geraakt bij de actie aan de Timorstraat. 2 gebroken tenen!’

Ik belde met Vincent Everts, de man die de workshop voor Groninger politie- en justitiemedewerkers verzorgde.
Vincent Everts is een landelijk erkend trendwatcher en een veelgevraagd spreker in zaaltjes waar het gaat over social networks.

Vraag: Moet de politie nou wel zo nodig twitteren?

Om de drommel, zegt Everts enthousiast.
Als hij buurtagent was, zou hij het wel weten, dan zou hij zeker weten twittreren.

Okay, maar waarom?

Everts zegt: ‘Omdat buurtagenten goede contacten moeten hebben in hun buurt. Ze moeten kennen en gekend worden. Dan moeten ze op de eerste plaats aardig zijn. Ze moeten, lopend op straat, iedereen vriendelijk groeten. Maar via Twitter kunnen politieagenten laten zien dat ze de hele dag met nuttige dingen bezig zijn. En je kunt via Twitter ook vragen stellen aan de buurtagent. En waar kom je dat nog tegen? Dat je vragen kunt stellen aan politieagenten die dan ook nog antwoord geven?

Probleem is nog wel, aldus Everts, dat veel politieagenten nogal stijfjes zijn, nog niet zo goed weten te vertellen wat de mensen interessant vinden..
De trendwachter: ‘Er bestaat ook angst voor Twitter. Maar Groningen is op de goede weg. ’

Afgelopen week meldde ook het openbaar ministerie van Groningen, Friesland en Drenthe zich gezamenlijk op het Twitter-toneel.
Binnenkort, kwestie van tijd, zijn de eerste tweets te verwachten van officieren van justitie.

Het wachten is dan op de rechters.
‘De jongste en oudste rechters neigen naar vijftien maanden celstraf waarvan vijf voorwaardelijk. Zelf zie ik meer heil in een werkstraf. We zijn er dus nog niet uit.’

Ik bedoel: steeds weer wordt alles anders.

Rob Zijlstra

Een ietwat aangepaste versie van bovenstaand verhaal staat vandaag (zaterdag) ook in Dagblad van het Noorden

de Groninger twitteragenten:

Velema en Van Bruggen (De Wijert)
Andries Nederhoed (Indische Buurt)
Nico Lefferts (Oost Indische Buurt)
Jaap Wallinga (De Hoogte)
Peter Boekweg (Haren)
Fred Wilbrink (jeugdagent Korrewegwijk)

Erik van Zuidam (plaatsvervangend korpschef)
Nathalie Kramers (directeur ssc politie groningen, friesland, drenthe)
Jacob Bos (chef recherche Delfzijl)

afdeling voorlichting (politie Groningen)
afdeling voorlichting (openbaar ministerie noord)

Tasjesdief

Zucht.

Bert is inmiddels al 45 jaar, maar nog altijd veelpleger met een onbedwingbare hang (zucht) naar cocaïne.
Een slechte combinatie.
Het beste is, zegt zijn advocaat, dat Bert een vriendin ontmoet, eentje die ook streng is, die hem meeneemt, ver van het criminele pad.

Soms werkt dat.

Maar de vrouw die Bert was tegengekomen en op wie hij smoorverliefd werd, was zelf ook aan de snuif.
Zij had heel andere eisen.
Janneke werkte als oproepkracht in de prostitutie.
De escort.
Bert vond dat niks.
Tegen de rechters: ‘Ik wilde haar voor mezelf.’
En dus had hij als een echte man tegen Janneke gezegd: ‘Schat, ik zorg voor het geld.’

En zo kwam het dat Bert op jacht ging.
Naar de Albert Heijn in Veendam, naar Super de Boer in Groningen en Roden en naar de C1000 in Assen en Gieten.
Niet voor de dagelijkse boodschappen, want die haalde hij bij de dealers in Hoogezand.
Bert ging voor de portemonnees in boodschappentassen die soms achteloos aan winkelwagentjes hangen.

Tegen de rechters zegt hij dat hij gewoon de supermarkt binnenstapte, een portemonnee zag en die dan vliegensvlug pakte.
Gewoon willekeurig.
Maar dat laatste is misschien niet helemaal waar.
Zijn oudste slachtoffer was een mevrouw uit Assen van 90 jaar.

De officier van justitie sluit niet uit dat Bert bewust jaagde op oudere vrouwen omdat die weerlozer zijn.
De (enige) vaste bezoeker op de publieke tribune van zittingszaal 14 weet dat wel zeker.
Hij zegt: ‘Weet je wat ik denk? Omdat oudere mensen vaak hun pincode op een briefje schrijven en dat briefje verstoppen tussen de bankpasjes. Schrijf dat ook maar eens op want oude mensen moeten dat niet doen.’

Op 17 juli van het afgelopen jaar wandelt Bert de C1000 binnen aan de Stationsstraat in Gieten.
Het is er lekker druk en hij slaat zijn slag.
Buit: twee bankpasjes en zestig euro aan contanten.
Het slachtoffer, dit maal niet op leeftijd, maar slecht ter been, laat onmiddellijk de rekeningen blokkeren.
Te laat.
In amper tien minuten tijd weet Bert bij twee omliggende banken en in drie winkels 1.071 euro te pinnen.
In de winkels had hij om pakjes sigaretten gevraagd en of hij dan 100 euro extra mocht pinnen.
Dat mocht steeds.

Rechters: ‘Zo ging het.’
Bert: ‘Ja, klopt. Alleen dat ik toen ook in Duitsland geld heb gepind, klopt niet. Ik was gewoon op de fiets.’
Bert bedoelt te zeggen dat hij wel snel kan, maar zo snel van Gieten naar Duitsland fietsen, kan hij niet.

De meeste slachtoffers ontdekten pas bij de kassa dat ze waren bestolen.
Met de bedrijfsleiders werden de camerabeelden bekeken en dan was te zien hoe snel het ging, soms als een winkelwagentje eventjes onbeheerd was, dan weer bij de groente- en fruitafdeling.
De beelden werden vervolgens aan de politie overgedragen.
Agenten zeiden direct, hé, dat is onze Bert, die kennen we. Al 45 jaar, maar nog steeds veelpleger en aan de coke.

In juli sloeg Bert voor het eerst toe bij de Albert Heijn in Veendam, halverwege september werd hij opgepakt, kort nadat hij met een gestolen creditcard 1000 euro had gepind bij de ING-bank in Zuidlaren.
De totale buit, zo heeft de officier van justitie uitgerekend, bedraagt 3.825,14 euro.

Rechters: ‘En allemaal op aan de cocaïne?’
Bert: ‘Helemaal.’

Bij de politie had Bert niks willen zeggen, hij had zich beroepen op zijn zwijgrecht. Maar tegenover de rechters wil hij een open boek zijn.

De rechters zeggen dat Bert een lange staat van dienst heeft als het gaat om hulpverlening.
Dus vragen ze: ‘U kende de weg. Waarom is het dan toch zover gekomen?’
Bert: ‘Ik zat zo in de penarie dat ik mij er niet toe kon zetten de reclassering te bellen.’

Hij zegt dat hij net op vrije voeten was, dacht dat hij zichzelf zou kunnen redden, ook omdat hij zijn woning nog had. ‘Maar het lukte dus niet en nu heb ik niks meer, ik ben alles kwijt.’
Nu heeft hij dus veel spijt, helemaal nadat hij in het dossier las dat een van zijn slachtoffers een vrouw van 90 jaar was.

Hij zegt: ‘Ik zit nu in de gevangenis tussen allemaal criminelen. Ik bedoel, ik ben zelf natuurlijk ook een crimineel, maar in de gevangenis leer ik niks. Ik zit tussen mensen die overvallen en inbraken zitten voor te bereiden voor als ze straks vrijkomen. Dat wil ik niet.’

Bert’s berouw komt oprecht over. Hij heeft aan alle acht slachtoffers een brief geschreven met zijn excuses. Doorgaans wordt dit gewaardeerd, dan wel wordt het een verdachte kwalijk genomen als hij helemaal niks richting slachtoffers onderneemt.

Maar de officier van justitie zegt dat ze is gebeld door twee slachtoffers die behoorlijk ontdaan waren door die brief. Nu weet hij ook nog, hadden gezegd, waar wij wonen. Tegen Bert zegt de officier: ‘Die brief is helemaal verkeerd gevallen. U moet zich beter bewust zijn van uw handelen.’
Advocaat: ‘Het is ook nooit goed.’

De officier van justitie is wel blij met de bekentenissen van Bert.
‘Hij neemt verantwoordelijkheid voor zijn daden en dat is belangrijk. Maar u zult uit het oogpunt van vergelding moeten ondervinden dat wat u doet, gevolgen heeft. Ik eis dertig maanden gevangenisstraf waarvan tien maanden voorwaardelijk.’

Na detentie is Bert bereid zich te laten opnemen in een kliniek om zijn cocaïneverslaving definitief de nek om te draaien. Een beter idee is daarom, zegt de advocaat, de straf te matigen. Hoe sneller zijn behandeling kan aanvangen, hoe eerder het rechte pad in zicht komt.
Bert knikt.
Dat is nou exact ook zijn idee.

De rechters vragen of hij tot slot nog wat willen zeggen ‘want u heeft het recht op het laatste woord’.
Bert: ‘Ik pleit er voor dat dit niet op de radio, op tv of in de krant komt.’
Rechters: ‘Daar gaan wij niet over.’
Bert: ‘Oh, ik dacht dat ik daar recht op had.’

Nee.

Rob Zijlstra

uitspraak: 11 februari

Het leven van anderen

De rechters slagen er niet in heel de zitting blijk te geven van hun onafhankelijke positie.
Anders gezegd: zo nu en dan klinkt het net alsof de rechters tijdens de ondervraging van de verdachten al een mening hebben.
Dat ze vinden dat Ko en Jet dikke leugenaars zijn.
Bij voorbaat schuldig.

Als Ko en Jet zeggen dat de buurvrouw liegt en dat zij die buurvrouw zelden tot nooit zien, zeggen de rechters dat dat raar is, de buren zelden zien.
De rechters zeggen dat zij hun buren namelijk regelmatig zien.
Daar zijn het toch buren voor.

Het is vooral de toon, de manier waarop de rechters hun vragen stellen.
Die is opvallend onvriendelijk.

Ko vertelt dat hij de verhoren door de rechercheurs als verschrikkelijk heeft ervaren.
Ze waren erger dan Stasi’s zegt hij.
Rechters: ‘Nou wij lezen dat ze u tijdens de verhoren koffie hebben aangeboden en zelfs een maaltijd. Die u nota bene heeft geweigerd.’
Dat laatste klinkt als een verwijt.

Misschien heb ik niet goed geluisterd en ben ik zelf wat vooringenomen.

Het is wel een rare zitting.
Aan het einde wordt het Ko ook allemaal even te veel en later op gang, buiten het zicht van de rechters, zie ik dat hij erg moet huilen.

Ko is 76 jaar, Jet 62.
Jet was getrouwd, maar niet met Ko en Ko ook niet met haar.
Toen was er een sterfgeval en gebeurden er andere dingen – ik weet niet wat – maar Ko en Jet werden single.
Toen kwamen ze elkaar tegen en toen werden ze vrienden.
Zo gaan de dingen.

Wie op oudere leeftijd een partner heeft die doodgaat, moet alleen verder leven.
Maar wie na een tijdje alleen verder leven weer verkering krijgt, moet oppassen.
Je zit zo in zittingszaal 14.

Ko en Jet gingen samenwonen, maar na twee jaar bleek hun verkering niet je van het.
Jet bleef wonen, Ko pakte zijn vishengels en vertrok.
Zomers verbleef hij op campings in Nederland, in de winter toerde hij door het buitenland.
Met zijn pensioentje, auto en caravan.
Met Jet bleef hij bevriend en Jet ook met hem.

Misschien horen mannen als Ko achter de geraniums, hij is per slot van rekening ook al 76.
Dan moet je stinkende sigaren roken, kleinkinderen optillen, biljarten en zeuren over vroeger, en niet als een halve zwerver rondreizen.
De Sociale Verzekeringsbank vertrouwde het dan ook voor geen meter.
En begon een onderzoek.

Ze denken dat Ko en Jet gewoon samenwonen, dat Jet helemaal niet zo een brave dame is zoals ze er wel uitziet en dat Ko niks geen caravanman is met een vaste plek ergens in Duitsland.

Sociale rechercheurs gaan speurneuzen.
Ze neuzen bij het waterbedrijf en zien dat mevrouw Jet in dr uppie wel heel veel water verbruikt.
Wel voor twee.
Ze neuzen bij de bank die kennelijk mag doen alsof privacy ketelkoek is; de bank verstrekt overzichten met daarop het pingedrag van Ko en Jet.
En ja, ze sluipen ook achter Ko aan.
En wie zien ze dan – zie je wel – op de camping in Duitsland?
Het lijkt wel Jet.

Op de camping worden ook mensen ondervraagd.
Zo worden aan campinggasten pasfoto’s van Ko en Jet getoond met de vraag of die twee een stel zijn.
Oh, had iemand gezegd, das zijn die twee van de eerste plek achter het toiletgebouw.

En natuurlijk worden thuis ook de buren ondervraagd.
Zo weten de rechercheurs dat het is voorgekomen dat Jet en Ko samen op visite gingen.
En dat Jet wel eens gebruik maakt van de auto van Ko.
Dat Ko de tuin wel eens deed.
Dat Ko de twee hondjes van Jet een keer had uitgelaten.

Kortom.

Als Ko’s knie kapot gaat en er een nieuwe moet komen, is het gedaan met het rondreizen met de caravan.
Hij mag herstellen bij Jet.
Dat duurt een maand of twee, drie.
Jet zegt tegen de rechters dat ze steeds alles heeft doorgegeven aan de Sociale Verzekeringsbank.
En ook dat ze naar de notaris zijn gegaan.
Dat de notaris had geadviseerd een kostgangercontract op te laten stellen.
Kon hij wel doen.

Zo gaat Ko aan Jet 250 euro per maand betalen.
Jet zegt dat ze ook dat allemaal heeft doorgegeven.
Rechters: ‘Oh ja? Ook aan de belastingdienst?’
Jet: ‘Ik heb geïnformeerd. Dat hoefde niet.’
Rechters: ‘Wast u zijn kleren?’
Jet: ‘Nee.’

Later is er een probleem.
Kostganger Ko heeft wel een zelfstandig leven, maar ontbeert een eigen opgang.
Hebbes.

De officier van justitie is onverbiddelijk: fraude.
Ko en Jet hebben Nederland belazerd en benadeeld.
Zij, sinds 1997 en tot 2007, voor 10.000 euro.
Hij, zelfde periode, voor een dikke 70.000 euro.

Jet moet nu 369 euro per maand terugbetalen
Ko ook, maar hij weet zo uit zn blote kop niet hoeveel.

De officier van justitie zegt dat hij volgens de richtlijnen gevangenisstraf moet eisen.
Acht maanden.
Maar dat hij dat niet doet, omdat deze zaak al drie jaar op de plank ligt te wachten op berechting.
Hij eist daarom tegen Ko en Jet werkstraffen van 240 uur, de helft daarvan voorwaardelijk.

De advocaat zegt tegen de rechters dat de vermoedens van buurtbewoners en campinggasten vermoedens zijn.
Dus geen bewijzen.
En dat de Sociale Verzekeringsbank in al die jaren een paar keer een regulier onderzoek had uitgevoerd en nooit onregelmatigheden had vastgesteld.
Dat ze ook bij de gemeente hadden gezegd dat Ko een zwervend bestaan leidde.
Dat de rechercheurs van alles hadden gedaan, maar nooit onderzoek hadden ingesteld in de woning waar ze hun misdaad zouden hebben gepleegd.
Waarom eigenlijk niet?
En dat van opzet geen sprake is, dat Ko en Jet nooit het idee hebben gehad dat wat ze deden, niet kon.
Omdat er nooit aanleiding is geweest om dat te denken.

Jet zegt aan het slot van de strafzitting dat deze zaak haar jaren heeft gekost, dat het verschrikkelijk is.
Ko zegt dat hij veel heeft meegemaakt in zijn leven en dat hij het vreselijk vindt dat hij, 76 jaar, nu in de rechtbank zit.
Hij houdt het niet droog.

Nu heb ik dit verhaal zo geschreven dat het net lijkt alsof Ko en Jet onschuldig zijn.
Misschien is dat niet zo.
Misschien zijn die twee wel heel sluwe mensen die voor eigen gewin een extraatje uit de grote pot graaiden en dondersgoed wisten dat wat ze deden en voorwendden eigenlijk niet kon.

Het oordeel is aan de rechters van wie ik de indruk kreeg dat ze niet onbevangen waren tijdens de zitting.
En dat vond ik wel opmerkelijk.
Bij andere criminelen zijn rechters (bijna) nooit zo.

Rob Zijlstra

UPDATE – 8 februari 2010
Het zat er aan te komen. Ko en Jet zijn veroordeeld conform de eis van de officier van justitie: beide een werkstraf van 240 uur waarvan de helft voorwaardelijk.

Zonnetje

Alsof ze over een waterbed loopt, zo komt de 37-jarige Hannie de rechtszaal binnen.
In haar nek zie ik klein getatoeëerd zonnetje.
Vermoeid gaat ze zitten en zegt: ‘Goeiendag allemaal.’

Het is niet best met Hannie.
En misschien nog wel erger: met de hulpverlening is het niet veel beter.
Haar hulpverleners zijn ten einde raad.
Alles wat is geprobeerd de vrouw uit haar ellendige leven te halen, is mislukt.

Ze verdient een habbekrats omdat er mannen bestaan die zich voor heel weinig geld door zieke vrouwen laten bevredigen.
De gemeente Groningen heeft speciaal voor die goedkope mannen ooit een zone ingericht waar vrouwen als Hannie kunnen tippelen.
Ook als ze nauwelijks nog kunnen lopen.

Een half jaar geleden was Hannie ondervoed.
Maar nu is ze, met twintig kilo erbij, weer een stevige dame aan het worden.
Dankzij veel pizza’s en bakken vol met ijs van Ben en Jerry’s, zegt ze niet helemaal zonder trots.

Hannie is verslaafd, al zo’n twintig jaar, en op 27 juli vorig jaar was ze ook nog eens in de war.
Van die dag zelf kan ze zich niet zo heel veel meer herinneren.
Ze zegt: ‘Ik had toen net een knal voor mijn harses gehad.’

In de war vernielde ze drie auto’s op de parkeerplaats bij de Ikea in Groningen.
Hannie: ‘Drie?’
Rechters: ‘Dat zegt de officier van justitie.’
Hannie, bedachtzaam: ‘Hmm, eentje sowieso.’

Ze vertelt dat ze een shot heroïne had gehad, dat ze misschien ook daarom in de war was, want heroïne shot ze eigenlijk nooit.
En dat ze met dat mes op auto’s had gekrast, dat klopt wel.
Ze zegt: ‘Auto’s zijn dode dingen. Ik bedoel, als ik op iemand insteek, gaat ie dood. Toch?’

Een paar dagen eerder had ze geld nodig en omdat haar bewindvoerder dat niet wilde geven, had ze hem bedreigd, ze had door de telefoon geroepen dat ze hem een kogel door de kop zou schieten.
Hannie: ‘Maar dat was niet gemeend, hoor. Peter kent mij al langer dan vandaag.’
Peter deed wel aangifte.

En dan was er nog de ING-kwestie.
Ze had met twee lotgenoten van de hangplek bij het Martinikerkhof de bank getild.
Die twee lotgenoten bleken over pasjes en paspoorten te beschikken.
Samen vervalsten ze een geldopnameformulier.
Dat leverde 500 euro op die ze verdeelden.

Een tweede keer ging het mis.
Toen hadden ze de handtekening van de burgemeester van Groningen vervalst.
Van Wallage.
Hannie, met een klein glimlachje: ‘Nee, dat was niet slim.’

Hannie, zo rapporteerden de deskundigen, is schizofreen en er is sprake van gemengde persoonlijkheidsstoornissen.
Hannie zegt dat dat wel klopt: ‘Ik heb verschillende karakters.’

De deskundige psycholoog zegt tegen de rechters dat Hannie sterk verminderd toerekeningsvatbaar is, dat haar misdaden haar maar ten dele kunnen worden toegerekend.
Een behandeling binnen een strak justitieel kader is gewenst.

Probleem is dat Hannie vanuit veiligheidsoogpunt niet meer welkom is bij de GGZ.
En dat alle andere mogelijkheden tot behandeling te vrijblijvend zijn, tot mislukken gedoemd.
TBS kan, maar daarvoor zijn haar misdaden te aardig.
Tussen de muren van de TBS zou Hannie ‘displaced’ zijn.

De deskundige van de reclassering ziet nog wel één mogelijkheid: artikel 37.
Een gedwongen opname in een psychiatrische inrichting.

Probleem daarbij is dat ze dan volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden verklaard en dat doet de psycholoog niet.
Hij ziet in de ING-kwestie, de frauduleuze handeling, iets berekenends, iets boosaardigs. Wie tot zoiets bedachts in staat is, is wel een beetje verantwoordelijk.

De officier van justitie zegt dat hij met alle respect voor de deskundigheid van de psycholoog een eigen juridisch oordeel moet hebben.
En dan past het in dit geval even beter dat Hannie volledig ontoerekeningsvatbaar is.
De officier kan dan immers de reclassering volgen in artikel 37, de gedwongen opname.

Hannie: ‘Dus ik word vrijgesproken?’
Rechters: ‘Nee, de officier van justitie zegt dat u volledig ontoerekeningsvatbaar bent en dat hij u daarom wil ontslaan van alle rechtsvervolging.’
Hannie: ‘Oh. Nou, dat is ook goed.’
Rechters: ‘En dat u een jaar wordt opgenomen in een psychiatrische inrichting.’
Hannie: ‘OK dan.’

Zoals ze is gekomen, zo verdwijnt ze.

Rob Zijlstra

UPDATE – 8 februari 2010 – uitspraak
De rechtbank doet niet ingewikkeld, maar volgt begripvol de officier van justitie. Hanneke heeft het wel gedaan, maar is niet strafbaar omdat het haar niet kan worden aangerekend. Bij wijze van maatregel wordt zijn voor een periode van 1 jaar opgenomen in een psychiatrische inrichting.


nieuw op 14

Nieuw en helemaal gratis op zittingszaal14.nl: onder de tab uitspraken 2010 staan links naar de vonnissen van strafzaken die op dit weblog worden beschreven.
De links verwijzen rechtstreeks naar de vonnissen van de rechtbank Groningen en (de arresten van)  het gerechtshof Leeuwarden zoals die worden gepubliceerd op rechtspraak.nl,

>>> rechtstreeks

UPDATE

Fors hogere straffen hiv proces

Voor de Groninger advocaat Heiko Eckert is het klip en klaar: cassatie.
Hij ziet voldoende mogelijkheden om de uitspraak van het gerechtshof in de hiv-zaak voor te leggen aan de Hoge Raad.
Zijn cliënt, Hans J. (36) zag zijn straf in hoger beroep bijna verdubbeld: van vijf jaar die de rechtbank in Groningen had opgelegd naar negen jaar door het hof.

Ook hoofdverdachte Peter M. – hij had negen jaar, maar kreeg er twaalf – legt zich naar verwachting niet neer bij de uitspraak.

Het hof beoordeelt de zaak op een belangrijk punt anders dan de rechtbank eind 2008 deed.
De rechtbank achtte bewezen dat Peter M. en Hans J. hebben geprobeerd (de pogingen) mannen op feestjes met besmet bloed te infecteren.

Het hof gaat niet uit van de pogingen, maar stelt dat er ook daadwerkelijk zwaar lichamelijk letsel (de besmetting) is toegebracht en dat met voorbedachten rade.
Opzettelijk dus.

Twee vooraanstaande deskundigen op het gebied van virologie zeiden dat niet met zekerheid is te zeggen dat de vastgestelde hiv-besmettingen bij de slachtoffers ook daadwerkelijk zijn veroorzaakt door de twee verdachten.
Het vereiste causaal verband kan niet worden vastgesteld, omdat er te veel alternatieven zijn.
De slachtoffers bezochten immers vaker seksfeestjes ‘waar iedereen het met iedereen deed’.
De rechtbank nam dit standpunt over.

Het hof ziet dit anders en stelt dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er een direct verband bestaat tussen de besmettingen bij de slachtoffers en de verdachten.
Dat er alternatieven zijn, doet daar niets aan af, aldus het hof.

Dat Hans J. een lagere straf heeft gekregen dan Peter M. komt, zo staat in het arrest, omdat hij deels een bekennende verklaring heeft afgelegd en daarmee zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. Peter M. heeft steeds ontkend dat er opzet in het spel is geweest.
Ook wordt hij gezien als de initiatiefnemer.

Wim D., de derde verdachte en de partner van Peter M., is vrijgesproken van alle zedendelicten.
Hij kreeg acht maanden celstraf (dat waren er achttien) voor het in bezit hebben van xtc en ghb, de drugs die op de feestjes werden gebruikt.

Bij cassatie zal de Hoge Raad de uitspraken van het hof op de juridische merites beoordelen.
De Hoge Raad kan de uitspraken onderstrepen of vernietigen.
In dat laatste geval wordt het proces in hoger beroep overgedaan en wordt de kwestie voorgelegd aan een ander gerechtshof dan Leeuwarden.

Rob Zijlstra

De arresten (uitspraken)  zijn via onderstaand links te lezen:

>> arrest Peter M.

>> arrest Hans J.

>> arrest Wim D.




Drugsbende

vakantiekiekje Brantome

Op het internet staat de woning aan de rand van de stad Groningen aangeprezen als een ‘vrijstaand jaren-30 herenhuis’ uit 1928, met prachtige glas-in-loodramen, luxe keuken, nette badkamer en een fraai aangelegde tuin op het zuiden en aan het water gelegen: te koop voor 275.000 euro.

Toen de politie er op 19 juni vorig jaar via die fraai aangelegde tuin binnenviel, hadden de ongenode gasten hun ogen uitgekeken: het leek wel een drugsfabriek.
Volop in bedrijf, het was er een komen en gaan van mensen.
De aanwezigen op de werkvloer hadden het zo druk, dat ze niet eens in de gaten hadden dat de politie was binnengevallen.

Het resultaat van die actie zat donderdag in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank.
Acht mannen van 23 tot 45 jaar en een verdrietige vrouw van 32 die haar paspoort is verloren.
De tiende verdachte was niet komen opdagen.
Zijn advocaat wel.
Die zat samen met negen collega’s tussen de verdachten in.
Daar om heen waakten veertien politieagenten.
Op de publieke tribune zaten nog eens vijf rechercheurs.

Kortom, het was een gedoe vanjewelste in de rechtszaal die op zo’n bende niet is berekend.

De officier van justitie beticht de club van georganiseerde criminaliteit die met hun drugs ook de volksgezondheid in Duitsland en Frankrijk in gevaar had gebracht.
De officier van justitie kwam, nadat ze veertig A-viertjes vol tekst had voorgedragen, met een paar pittige strafeisen.

Vijf jaar cel bijvoorbeeld voor de grote initiator, de bewoner ook van de drugsfabriek.
Hij wordt De Rooie genoemd.
Over hem wordt gezegd dat hij de beste wiet van de stad kon leveren.
Hij was een tussenhandelaar.
Hij kocht van de wietkwekers, keurde het spul, stopte het in sealbags en verkocht het dan weer door aan de achterdeuren van koffieshops.

De grootste van het stel noemen ze De Lange.
Hij hoorde zes jaar celstraf eisen.
De Lange is al sinds 2003 lucratief bezig.
Zijn growshop gebruikte hij als dekmantel.
Growshops zijn daar ook heel geschikt voor, zei de officier van justitie.

De Lange denkt zelf dat hij in al die jaren her en der een kilo of vier- of vijfhonderd heeft weggezet.
Maar zeker geen 2650 kilo zoals de officier wil doen geloven.
Dat hij wel eens flessen champagne van 500 euro per stuk uitdeelde, dat zeggen ze, doet daar niet aan af.

Er was ook iemand die ze De Bolle noemen.
Hij was de aanleiding voor de inval.
In een afgeluisterd telefoongesprek vroeg De Bolle net iets te enthousiast aan De Rooie of er 75 kilo geleverd kon worden.

Voor het idee:  één kilo werd verhandeld voor om en nabij 3.200 euro.

Soms was er zoveel vraag aan de voordeuren van de koffieshops, dat aan de afleveringsverzoeken aan de achterdeuren niet kon worden voldaan.
Desondanks ging er zo nu en dan wel een partij richting Duitsland waar De Lange de weg goed kende.
Of naar Frankrijk waar De Rooie, nadat zijn muziekhandel ten onder was gegaan omdat wij massaal zijn gaan branden, een tijdje had gewoond om er huizen op te knappen.

Er was ook een verdachte die zich had gespecialiseerd in het huren van auto’s en die ook mensen kende die wilden koerieren.
Alles werd voor zo’n Franse trip geregeld, ook de overnachting halverwege.
Het afleveringsadres – ergens nabij Brantôme – was voorgeprogrammeerd op de TomTom.
Overigens, vertelde De Rooie aan de rechters, is Frankrijk zakelijk gezien niet bijster interessant.
De kosten liggen veel te dicht bij de baten.

Naast de celstraffen wil justitie het geld hebben dat De Rooie en De Lange met hun handel zouden hebben verdiend.
De Rooie zou 155.952 euro criminele winst hebben gemaakt.
De Lange 353.000 euro.

Misschien dat straks in de jaarverslagen van de politie en het openbaar ministerie in Groningen wel komt te staan dat met het omvangrijke Specht-onderzoek een succes is geboekt in de strijd tegen de georganiseerde hennephandel.
Met zoveel kilo’s laat zich dat ook graag opschrijven.

Maar je kunt het ook anders zien, bijvoorbeeld als je ziet hoeveel softdrugs er dagelijks in de gedoogde koffieshops wordt verhandeld. Tien kilo? Twintig? Honderd in heel Groningen en Drenthe?

In dat licht kun je deze drugsbende ook beschouwen als een bont gezelschap van ook heus wel aardige mensen.

Iedereen, ook de rechercheurs, had het te doen met de illegale mevrouw uit Rusland die, nu ze in de vrouwengevangenis in Zwolle zit, verdrietig moet accepteren dat haar dochtertje is ondergebracht in een pleeggezin, bij wildvreemde mensen uit Friesland.
Zij had het als partner van De Rooie sowieso niet gemakkelijk gehad, werd gezegd.
Zij had eten moeten koken en de plantjes water moeten geven.
En dan een eis van achttien maanden.

De Bolle, hij kende De Rooie van feesies in Amsterdam, werkt in de reclame. Hij is, al tien jaar, freelance-posterplakker.
Er zat een handelaar in antiek in het gezelschap, een voormalig zeeman, een Amsterdamse taxichauffeur (eis: vrijspraak), iemand die een opleiding volgt en nu stage loopt, een man die eerst in de telecom-branche en daarna in de horeca had gewerkt en nu het welzijnswerk wil proberen en een Francofiel.

Ik bedoel, zolang de wiet niet gratis aan de bomen groeit en koffieshops mogen, moet het toch ergens vandaan komen.

Rob Zijlstra

Het strafproces wordt vrijdag (22 januari) voortgezet. De advocaten gaan dan pleiten voor ongetwijfeld lagere straffen dan wel voor vrijspraken. Twee weken later volgt de uitspraak.

UPDATE - 5 februari 2010 – uitspraken
Rechtbank legt fors lagere straffen op >> zie gehakt

Oudere Berichten »